Feed-aggregator

Beyond Words (Urszula Antoniak, 2017)

Over alles behalve design - wo, 01/17/2018 - 21:01

In Beyond Words probeert een jonge Duitse advocaat zijn ware afkomst geheim te houden. Als zijn dood gewaande vader opeens voor de deur staat wordt de man weer geconfronteerd met een leven dat hij ver van zich af had willen houden. Welke consequenties heeft de ontmoeting voor zijn carrière en welke rol speelt de geheimzinnige blonde vrouw die regelmatig en vaak zwijgzaam door de film waart?

Michael (Jakub Gierszał) werkt in Beyond Words bij een advocatenkantoor in Berlijn waar voornamelijk zaken worden behandeld voor vermogende klanten. Af en toe staat het kantoor wel eens een asielzoeker bij, maar dat heeft meer te maken met PR dan met oprecht medeleven. Michael heeft met zijn accentloze Duits en geblondeerde kuif het voorkomen van een geboren Duitser. Pas wanneer plotseling vader Stanislaw (Phil Collins-lookalike Andrzej Chyra) thuis aanbelt, wordt duidelijk dat de jongeman helemaal geen Duitse achtergrond heeft. Michael komt uit Polen en heeft het geboorteland voorgoed achter zich gelaten na de dood van zijn moeder.

De ontmoeting tussen vader en zoon is een cultuurclash. Zoon Michael is een kille carrièreman en vader Stanislaw een melancholische bohemien met een punkverleden. De komst van vader doet Michael realiseren dat hij als immigrant in Duitsland altijd een buitenstaander is geweest en dat altijd zal blijven, hoe erg hij ook zijn best doet om hogerop te komen in de Duitse maatschappij. Hij kan zijn Poolse identiteit nooit volledig uitwissen, hoe graag hij dat ook zou willen.

Beyond Words (Andrzej Chyra en Jakub Gierszał)

De jonge advocaat heeft een buitengesloten positie, zowel op het werk (waar hij enkel contact heeft met zijn baas) als daarbuiten (de ongehuwde Michael heeft geen vrienden). Voordat de zoon zijn vader voor het eerst ontmoet ziet hij hem de avond ervoor al met een groepje een alternatieve club binnengaan. De zoon weet waarschijnlijk nog niet dat het zijn vader is, maar voelt zich aangetrokken door het Pools dat hij het groepje hoort spreken. In de club lukt het Michael niet om zich bij de anderen aan te sluiten. Het lijkt wel alsof ze hem niet kunnen zien. Het blijkt een voorbode van wat de man in de eindfase van de film te wachten staat.

Vader en zoon gaan regelmatig ’s avonds op stap in een poging de band te versterken. Tijdens een van hun trips ontmoeten ze een vrouw die we daarvoor al meerdere keren in Beyond Words hebben gezien. Haar naam is Alina. In haar eerste scène staat de geheimzinnige blonde vrouw dagdromend voor zich uit te kijken in een rijdende metro. Later werkt ze achter de tap van een chique bar. Het is dezelfde actrice (Justyna Wasilewska), maar de afwijkende haardracht wekt het vermoeden dat het niet hetzelfde personage is. Het haar en het tenue van de vrouw achter de bar geven haar een ouderwets uiterlijk, alsof ze een geest is uit het verleden. Ze zou een herinnering kunnen zijn aan moeder en dus aan thuisland Polen. De vrouw in de metro is een moderne Poolse die deze herinnering bij Michael oproept.

Beyond Words (Justyna Wasilewska)

Er zit een scène in Beyond Words waarin het lijkt alsof de moederfiguur daadwerkelijk als geestverschijning door het beeld loopt. Cameraman Lennert Hillege maakt daarbij gebruik van de weerspiegeling van een raam. In zeer gestileerde zwart-witbeelden wordt Michael meer dan eens achter glas gefilmd. Op de begane grond van het advocatenkantoor vormt glas de scheiding tussen hem en de rest van de wereld, alsof de wereld waar hij op uitkijkt onbereikbaar voor hem is. De positie van de camera achter glas levert een mooi effect op tijdens een avondscène bij een moderne bar. We zien vanaf de straat door het raam vader en zoon binnen zitten. Alina is buiten aan het telefoneren. Een kort moment maakt haar weerspiegeling deel uit van het café-interieur en lijkt de vrouw door het café te lopen, precies langs de tafel waar de vader en de zoon zitten.

De geest van het Poolse verleden zal altijd in Michaels leven blijven rondwaren. De man heeft veel moeite om dat te accepteren en brengt zijn migrantenbestaan daarmee in een neerwaartse spiraal.

7/10

A Ciambra (Jonas Carpignano, 2017)

Over alles behalve design - za, 01/13/2018 - 13:15

A Ciambra is een authentiek ogend portret van een zigeunerfamilie in een krottenwijk in Calabrië. Het dagelijkse leven op deze afgelegen plek in zuidelijk Italië wordt op een documentaire wijze vastgelegd. De overdreven manier waarop de camera schudt en schokt is alleen geschikt voor kijkers met zeebenen.

A Ciambra begint met een romantisch beeld van zigeuners bij ondergaande zon. Na dit bewegende schilderij met paard gaan we meerdere decennia vooruit in de tijd en is de zigeunerromantiek ver te zoeken. De jongeman uit de flashback is tegenwoordig het dementerende hoofd van een grote, luidruchtige familie. Criminaliteit is de belangrijkste bron van inkomsten. Een professionele crimineel heeft geen onderwijs nodig en dus gaat niemand naar school. Kinderen moeten zichzelf op straat zien te vermaken. Kleuters schelden iedereen uit en roken sigaretten zonder bestraft te worden door volwassenen. De openlijk racistische zigeuners kijken neer op Afrikaanse migranten, een bevolkingsgroep die in Italië blijkbaar nog net een treetje lager op de sociale ladder staat. De enige ‘echte’ Italianen in de film zijn de maffiosi die opdrachten geven voor criminele klussen in de omgeving.

De veertienjarige analfabeet Pio (Pio Amato) waant zich volwassen. Hij sluit zich het liefst aan bij zijn oudere broer, maar die weigert hem mee te nemen op het dievenpad. Pio moet iets anders bedenken om zijn volwassenheid te bewijzen en volgt een eigen koers, zonder zich te bekommeren om de gevolgen voor hem en zijn familie. Hij wordt geholpen door zijn oudere maatje Ayiva (Koudous Seihon) uit Burkina Faso. De aimabele Afrikaan heeft zijn bedenkingen over de ambities van de tiener, maar is ook niet in staat om het goede voorbeeld te geven.

A Ciambra (Koudous Seihon & Pio Amato)

Het acteerensemble in A Ciambra is levensecht. Aan de bouw van de gebitten te zien zijn de meeste zigeuneracteurs familie van elkaar. Iedereen mag onbeteugeld en onbeschaamd zichzelf zijn. Pio Amato hoeft geen moeite te doen in het vertolken van een gefrustreerde puber. Zijn onaangepaste gedrag geeft eigenlijk geen reden voor begrip, maar toch is het moeilijk om geen slachtoffer in hem te zien. Pio kan niet ontsnappen aan het armoedige zigeunerbestaan, want buiten de familie is er voor hem geen toekomst. Zijn verzet tegen het gezag van de volwassenen is herkenbaar voor iedereen die ooit puber is geweest.

De camera in A Ciambra volgt Pio’s handelingen in close-ups. Er zijn weinig shots waarin we de jongen volledig te zien krijgen. Zijn hoofd is vaak beeldvullend. Het vervelende van al die close-ups is dat ze uit de hand gefilmd zijn. Drukke bewegingen worden daardoor extra druk. Rustige scènes zijn zeldzaam en zelfs daarin beweegt de camera meer dan noodzakelijk is. Een van de ergste scènes in dit verband is vroeg in de film wanneer tientallen familieleden uitgebreid in een krappe keuken aan het eten en drinken zijn. We krijgen nauwelijks gelegenheid de familie als geheel te aanschouwen. In plaats daarvan zwiept de camera als een dronken wildeman heen en weer tussen de uitvergrote gezichten. De kijker mag nooit zelf bepalen wat hij of zij in binnen het frame wil zien.

Onrust hoort bij het leven van Pio, maar cameraman Tim Curtin overdrijft te veel met zijn onvaste hand. De uitvergrote hoofden ontnemen het zicht aan de omgeving waar ze deel van uitmaken. Zonder omgeving verlies ik als kijker houvast, raak ik in de bioscoopstoel uit evenwicht en krijg ik last van zeeziekte. Alle overdreven en geforceerde camerabewegingen zijn bedoeld om het documentaire karakter van de film te benadrukken, maar in plaats daarvan wordt gekunsteldheid benadrukt. Het is spijtig dat Tim Curtin en regisseur Jonas Carpignano deze visuele keuze hebben gemaakt en niet volledig hebben vertrouwd op het acteertalent van hun bijzondere cast.

A Ciambra draait nu in de bioscoop, maar komt naar mijn idee beter tot zijn recht op een kleiner scherm zoals bijvoorbeeld bij online filmtheater Picl waar de film tot 1 mei 2018 is te bekijken.

6/10

Call Me By Your Name (Luca Guadagnino, 2017)

Over alles behalve design - di, 01/09/2018 - 12:47

Luca Guadagnino staat bekend als een regisseur met een voorkeur voor grote gebaren. Hij trekt met een barokke stijl alle registers open in Io Sono L’Amore (2009) en laat Ralph Fiennes uitbundig schmieren in A Bigger Splash (2015). Zijn vierde speelfilm Call Me By Your Name is opvallend ingetogen. Het kalme tempo past goed bij de langzaam opbloeiende liefdesrelatie onder de Italiaanse zon tussen muziekstudent Elio en de oudere Oliver.

Eind vorige week was ik nogal fel in mijn oordeel over Wonder Wheel (Woody Allen, 2017). Wat me onder meer tegenstond waren de monologen waarin pratende hoofden vertellen over gebeurtenissen die we niet te zien krijgen. Tekst heeft de overhand terwijl woorden juist bedoeld zijn om het beeld te dienen. Film is geen verbaal medium maar een visueel medium. It’s important to realise that a movie is not a talking head, zegt regisseur Luca Guadagnino in een interview in Sight & Sound (november 2017). It’s about people in space. Toevallig of niet draagt de zeventienjarige Elio (Timothée Chalamet) in Guadagnino’s nieuwe speelfilm Call Me By Your Name een T-shirt van de band Talking Heads. Tekst is natuurlijk geen onbelangrijke aanvulling op wat wordt getoond, maar het zijn uiteindelijk de beelden die ons het meeste vertellen over de relatie tussen Elio en de oudere Amerikaanse student Oliver (Armie Hammer).

Cinema gaat over mensen binnen een ruimte, zegt Guadagnino in het eerder genoemde interview. Een van de ruimtes in Call Me By Your Name is die tussen de kamers waarin Elio en logé Oliver slapen. Elio’s vader (Michael Stuhlbarg) nodigt elke zomer een student uit in zijn Italiaanse landhuis om hem te helpen bij onderzoek naar Grieks-Romeinse kunst. De zoon moet zijn slaapkamer tijdelijk beschikbaar stellen en slaapt zelf in de naastgelegen kamer. Als de deur openstaat, kijkt de jongen rechtstreeks naar de toiletpot in de badkamer. De nabijheid van Oliver maakt bij Elio iets los dat hij steeds minder kan bedwingen en waar hij geen woorden voor kan vinden.

Call Me By Your Name (Timothée Chalamet en Armie Hammer)

Words don’t come easy, zingt F.R. David in een van de vele liedjes op de soundtrack. Elio en Oliver draaien om woorden heen voordat ze dichter bij elkaar komen en hun relatie verder gaat dan een voorzichtige aanraking. Muziek is een goed alternatief voor woorden. Elio is muziekstudent en een bekwame pianist. Hij plaagt zijn gast door te variëren op een muzikaal thema voordat hij de variatie speelt die Oliver graag wil horen. De twee flirten in die scène zonder woorden en krijgen van Luca Guadagnino ruim de tijd – Call Me By Your Name duurt twee uur en twaalf minuten – om in de loop van de film naar elkaar toe te laten groeien.

De dienende taak van tekst in film blijkt in Call Me By Your Name onder meer uit een voorgelezen passage uit een zestiende-eeuws sprookje. Het wordt op een avond door moeder (Amira Casar) hardop uit het Duits vertaald terwijl zoon en echtgenoot toeluisteren, bij haar liggend op de bank. In het sprookje moet een personage een belangrijke keuze maken: de liefde uitspreken of zwijgen en sterven. De woorden dienen als katalysator voor de stappen die Elio vervolgens richting Oliver zet, met op de achtergrond een monument ter herdenking van de gesneuvelde soldaten uit de Eerste Wereldoorlog. De link tussen liefde en dood verwijst naar de aidsepidemie in de jaren tachtig (de film speelt zich af in 1983). Een zelfportret van fotograaf Robert Mapplethorpe in Elio’s kamer was al een eerdere verwijzing in die richting. (*)

Call Me By Your Name (Timothée Chalamet en Michael Stuhlbarg)

Het in het oog springende beeld tijdens de scène met het sprookje is dat van het gezin op de bank. De manier waarop de drie gezinsleden bij elkaar binnen het frame zijn geplaatst toont aan hoe liefdevol hun relatie is, ondanks de onenigheid en meningsverschillen die nu eenmaal horen bij ouders en hun opgroeiende puberzoon. De bank is een vertrouwde en veilige plek zoals bevestigd wordt aan het einde van de film wanneer vader en zoon misschien wel het belangrijkste gesprek uit hun leven hebben.

9/10

(*) Op de foto staat Mapplethorpe met een machinegeweer voor een pentagram dat wat betreft vorm verwant is met de davidster aan de ketting van Oliver. Elio draagt de ketting later in de film ook.

Wonder Wheel (Woody Allen, 2017)

Over alles behalve design - za, 01/06/2018 - 14:12

Wonder Wheel is opnieuw een flinke zeperd binnen het oeuvre van Woody Allen. Het verhaal over serveerster Ginny (Kate Winslet) en haar buitenechtelijke relatie met strandwacht Mickey (Justin Timberlake) mist begeestering en originaliteit. Allen is in een nostalgische bui en kiest weer eens voor Coney Island als pittoresk decor, zoals hij dat eerder deed in Radio Days (1987). Wonder Wheel speelt zich af in de jaren vijftig, toen heel New York tijdens de zomermaanden op het overvolle strand in Brooklyn lag te bakken. Boven hen kijkt verteller Mickey over de wereld uit. Woody Allen kan hem de schuld geven van de mislukte film, want Mickey is een matige schrijver en we zien het hele verhaal vanuit zijn melodramatische visie.

Ginny heeft het gevoel dat haar leven voorgoed gestrand is op Coney Island. Het huwelijk met draaimolenman en hobbyvisser Humpty (Jim Belushi) is een verstandshuwelijk. Het gebrek aan liefde tussen de twee gaat niet aan zoontje Richie (Jack Gore) voorbij. Hij reageert zich af door verspreid over het terrein brandjes te stichten. Richie komt voort uit een eerder huwelijk van Ginny. Voor zijn geboorte had ze zicht op een carrière als actrice, maar die droom lijkt onder de huidige omstandigheden totaal onbereikbaar. De komst van Carolina (Juno Temple), de dochter uit het vorige huwelijk van Humpty, geeft een grote draai aan Wonder Wheel.

Wonder Wheel (Justin Timberlake, Kate Winslet en Juno Temple)

Carolina wil bij vader onderduiken omdat ze wordt gezocht door handlangers van haar criminele echtgenoot Frank. Ze heeft Frank verraden bij justitie en vreest voor haar leven. Carolina verwacht dat niemand haar zal zoeken in het huis van Humpty omdat iedereen weet van de slechte relatie tussen vader en dochter. Uiteindelijk neemt hij haar op in zijn gezin. Carolina gaat overdag werken in hetzelfde café-restaurant als Ginny, studeert Engels op de avondschool en begint een voorzichtige relatie met Mickey, niet wetend dat Ginny al grootse toekomstplannen met hem heeft. De driehoeksverhouding is niet het enige voorspelbare aan het verhaal. De manier waarop Ginny van haar rivale probeert af te komen kun je ook ver vanaf de horizon zien aankomen.

De wanhoop en frustratie van Ginny, over haar doodlopende huwelijk en de voorbije acteercarrière, lijkt op de wanhoop en frustratie die actrice Kate Winslet zal hebben gehad bij haar mannelijke tegenspelers. Jim Belushi heeft als komisch acteur niets te zoeken in deze dramatisch bedoelde film en Justin Timberlake heeft het emotionele bereik van een houten tussendeur. Belushi acteert dik aangezet en erg druk. Hij switcht in zijn eerste lange scène heel abrupt van kwaad naar toegeeflijk. Timberlake verschrompelt in de aanwezigheid van Winslet wanneer zij alle zeilen bijzet. Het grote kwaliteitsverschil tussen de actrice en de acteurs valt extra op door de manier waarop Woody Allen enkele belangrijke scènes heeft gefilmd. Allen kiest meermaals voor onafgebroken shots in benauwende ruimte. Daarmee laat hij samen met de cameraman (veteraan Vittorio Storaro) zien dat hij op technisch vlak zijn vak beheerst, maar hij maakt het zichzelf tegelijkertijd onmogelijk om weg te snijden waar dat wenselijk is.

Kate Winslet in Wonder Wheel

Woody Allen heeft zich met de lange shots volledig afhankelijk gemaakt van het spelritme van zijn cast. Als het spel begint te slepen (wat meer dan eens het geval is) heeft hij geen enkele uitweg. Fouten zijn niet meer met tussenshots op te lossen, zoals tijdens de scène op de pier wanneer de woedeaanval van Belushi op het moment suprême uit het zicht blijft vanwege in de weg staande pilaren. Tijdens de lange scènes valt ook extra op dat de dialogen scherpte missen. Meer dan eens vormt een overdaad aan backstory de basis voor ellenlange monologen. Hoe meer personages terugkijken op voorbije gebeurtenissen, hoe minder het verhaal vooruit gaat. Normaal gesproken heeft zelfs een mindere film van Allen een paar memorabele quotes ter verzachting van het leed, maar zelfs die ontbreken deze keer. Alles wijst erop dat het script een haastklus was.

Wonder Wheel is geïnspireerd door studiofilms uit de jaren vijftig en daarom voornamelijk in een studio gefilmd. De overtollige Technicolor-achtige kleuren zijn allemaal voortgebracht door studiolampen met net iets te veel voorkeur voor backlighting. De statische setting werkt in het voordeel van het claustrofobische gevoel dat Allen wil opwekken – je wilt net als Ginny het liefst aan de afgesloten ruimtes ontsnappen. De scènes tussen Winslet en Juno Temple werken nog het beste, niet alleen omdat Temple zich met de oudere actrice kan meten, maar ook omdat de close-ups ons dichter bij de personages brengen en de montage helpt bij het bepalen van het ritme van de scène.

2/10

Jaarlijstjes 2017: hoogte- en dieptepunten muziek en film

Over alles behalve design - zo, 12/31/2017 - 18:02

Zoals gebruikelijk lukt het me pas op de allerlaatste dag van het jaar om een terugblik af te ronden op de afgelopen twaalf maanden. Aan welke concerten denk ik nog steeds graag terug? Welke platen draaide ik minstens twee keer? Welke films wil ik graag nog een keer zien en bij welke was ik liever vroegtijdig weggelopen? Antwoorden op deze en andere vragen vind je terug in de jaarlijstjes van 2017.

Albums

Constantine – Hades

10. Dirty Songs play Dirty Songs
Dirty Songs lijkt wat betreft opzet een beetje op Naked City, de supergroep waarmee saxofonist en componist John Zorn filmmuziek van onder meer Henri Mancini afwisselde met op partituren uitgeschreven extreme metal. De nieuwe supergroep Dirty Songs onder leiding van David Toop speelt een avant-gardistische interpretatie van muziek van bands die in de vorige eeuw dwars tegen de stroom ingingen. Dirty Songs is wars van nostalgie en schuurt soms tegen het onbehaaglijke aan vanwege de vocale capriolen van Phil Minton.
9. GAS – Narkopop
8. Porter Ricks – Anguilla Electrica
7. Nadah El Shazly – Ahwar
6. Zea – Moarn Gean Ik Dea
Het laatste album van Mount Eerie heb ik nog steeds niet durven beluisteren want ik zie op tegen de confrontatie met de openhartige wijze waarop Phil Elverum over groot verlies zingt. Zea komt op zijn eerste volledig in het Fries gezongen album ook direct en zonder omwegen ter zake. De sobere arrangementen geven op Moarn Gean Ik Dea (Morgen Ga Ik Dood) alle ruimte aan teksten over de acceptatie van de duisternis die ons te wachten staat. Je hoeft het Fries niet machtig te zijn om geraakt te worden door de eenvoud en de oprechtheid in het titelnummer.
5. Algiers – The Underside Of Power
4. Laibach – Also Sprach Zarathustra
3. Phew – Light Sleep
2. Circuit Des Yeux – Reaching For Indigo
1. Constantine – Hades
Thuis draai ik vaak ambient in zijn meest experimentele en duistere vormen. Het is eerlijk gezegd vaak inwisselbare muziek waar je niet per se naar hoeft te luisteren. Het is slechts weinigen gegeven om binnen het genre een unieke sound te creëren. Producer Wolfgang Voigt is een van die uitzonderingen. Hij haalde het project GAS dit jaar weer uit de ijskast en liet op het album Narkopop zijn bevroren strijkorkesten langzaam ontdooien op het ritme van een kloppend hart. De muziek had niet misstaan als begeleiding bij de nieuwe Twin Peaks. Dat geldt ook voor het debuutalbum van de Griekse muzikant Constantine Skourlis. Hij maakte met Hades een soundtrack voor een wereld waarin het licht langzaam dooft. Zijn ontredderd klinkende strijkers zouden door een band à la Godspeed You! Black Emperor gespeeld kunnen zijn, maar ze kunnen ook op elektronische wijze zijn opgeroepen. Deze ambient is ongeschikt om vrijblijvend op de achtergrond af te spelen, vooral wanneer het allesbehalve lege Emptiness passeert, Constantine uit de spelonken van het onderbewustzijn kruipt en de luisteraar opschudt met brakende elektronica die halverwege het nummer als lava naar boven komt borrelen.

Terug van weggeweest

It Dockumer Lokaeltsje – Tonger (Friese avant-garde-schavuiten keren na dertig jaar terug met een nieuwe plaat)
De Fabriek – Terugkeren (eerste vinyluitgave van de Zwolse experimentalisten sinds Tempest uit 1994)

Heruitgaven en compilaties

Un Uomo Da Rispettare

Vermoedelijk heb ik in 2017 meer heruitgaven gedraaid dan nieuwe albums. Er is zoveel bijzonders uit het verleden te herontdekken dat voor nieuwe platen eigenlijk geen ruimte is. Obscure soundtracks uit Europese cultfilms, experimentele library music en onbekende elektronische pioniers vind je bij Finders Keepers RecordsMannequin Records doet graag opgravingen in de uithoeken van de jaren tachtig. De gevarieerde catalogus van Superior Viaduct bevat onder meer platen van Suicide en The Fall, vooruitstrevende bands uit Nieuw-Zeeland, herontdekking Basil Kirchin, noise van supergroep Nazoranai (Keiji Haino, Oren Ambarchi en Stephen O’Malley) en jazz van John en Alice Coltrane en Bill Dixon. Allemaal op vinyl uiteraard. En laten we vooral We Release Whatever The Fuck We Want Records niet vergeten. De meeste platen in onderstaand lijstje vond ik in de schappen van Rush Hour aan de Spuistraat.

10. Emmanuelle Parrenin – Maison Rose (1977)
9. Bruno Spoerri – Voice Of Taurus (1978)
8. Din A Testbild – Programm 4 (opgenomen in 1983 en indertijd door toenmalig label geweigerd)
7. Midori Takada & Masahiko Satoh ‎– Lunar Cruise (1990)
6. Life Garden – Songs From The Other Side Of Emptiness (1991-1994)
5. The Bill Dixon Orchestra – Intents and Purposes (1967)
4. C-Schulz – 10. Hose Horn (1990)
3. Studio 12 (Recordings 1980-1984)
2. Brother Ah – Divine Music
1. Ennio Morricone – Un Uomo Da Rispettare (1972)

Videoclip van het jaar

De beeldcompositie, het kleurgebruik, de performance, de montage, de locatie (is dat een begraafplaats op de achtergrond?), de manier waarop de camera beweegt, de plaatsing van de muzikanten binnen het decor, het slaap in de ogen van zanger Peter Sijbenga – beter kun je het niet krijgen. Misschien had je hem zelf al herkend: de zanger aan de rechterzijde is inderdaad filmjournalist Fritz de Jong.

Bijzondere concerten in Amsterdam en soms daarbuiten (met links naar de volledige recensies)

This Is Not This Heat

10. Linda Sharrock op Le Guess Who in Utrecht (12 november)
Het vocabulaire van de Amerikaanse jazzzangeres Linda Sharrock is sinds een beroerte in 2009 noodgedwongen beperkt tot uitgerekt wa’s en wo’s. Haar oerkreten klonken op de derde en laatste dag van het festival Le Guess Who in Utrecht als dialogen uit de Franse anarchistische film Themroc uit 1973. Je kon ze interpreteren als basale uitingen van woede, frustratie of pijn. Sharrock maakte indruk met haar gelegenheidsband, niet omdat ze de mooiste muziek van de dag voortbracht, maar omdat ze op deze festivaldag de meest radicale muzikant was.
Video.

9. The Dwarfs Of East Agouza in OCCII (4 september)
Het trio The Dwarfs Of East Agouza uit Caïro speelde een vrije, rockende set improvisaties met afwijkend gestemde instrumenten. De grillige bluessolo’s van gitarist Sam Shalabi lieten Noord-Afrikaanse invloeden horen zonder toevoeging van obligate Arabische toonladders. Ergens halverwege het optreden pakte Alan Bishop zijn saxofoon op, maar in plaats van op het instrument te spelen bracht hij de microfoon op mondhoogte en improviseerde hij zingend in een ter plekke bedachte brabbeltaal. Het spontane zangintermezzo maakte zowel de toehoorders als de zanger zelf aan het lachen. De afstand tussen band en publiek werd daardoor nog kleiner dan het al was.

8. The Space Lady in OCCII (13 juni)
OCCII is dé plek in Amsterdam voor alle mogelijke variaties op punk, new wave, experimenteel, elektronisch en noise. Op 13 juni waren voor de verandering opeens liedjes van onder meer The Beatles en Golden Earring te horen tijdens het tweede bezoek van The Space Lady uit Californië. Er kwamen veel liedjes voorbij waar ik normaal gesproken niet uit vrije wil naar zou luisteren. The Space Lady voerde onder meer het uitgeleefde Imagine uit, niet om gemakzuchtig te scoren maar omdat ze nog steeds oprecht gelooft in de boodschap van John Lennon. Een deel van het publiek was lange tijd onrustig, totdat de muzikant uit haar elektronische comfortzone trad en op akoestische gitaar het liedje Oh Brave New World speelde. Ze had het in november 2016 geschreven naar aanleiding van de verkiezingsoverwinning van Donald Trump. Het lukte haar om iedereen zachtjes mee te laten zingen en een gevoel van saamhorigheid te creëren in onzekere tijden.

7. Xiu Xiu in Bitterzoet (24 mei)
Zanger/gitarist Jamie Stewart van Xiu Xiu had niet helemaal zijn avond. Zijn gemoedstoestand maakte het optreden in Bitterzoet extra spannend. Stewart verloor tussen twee nummers heel even zijn zelfcontrole en stak geheel onverwachts een felle tirade af tegen de geluidsman achter in de zaal. Stewart had tot dan toe meermaals aangegeven niet tevreden te zijn over het monitorgeluid. Tijdens de kortstondige woedeaanval hield hij zijn aandacht gericht op de gitaarsnaren die hij aan het stemmen was en vervloekte hij de fuckin’ limiter op de monitor. Toen de snaren eenmaal gestemd waren was hij uiteindelijk vooral kwaad op zichzelf omdat hij zich zo had laten gaan. De zwaarmoedigheid van de set werd gerelativeerd met een cover van Sharp Dressed Man. De rednecks van ZZ Top werden op verrassende wijze binnen een homo-erotische context geplaatst.

6. The Irrational Library in Odeon tijdens de Popronde in Alkmaar (10 november)

The Irrational Library

De beste optredens zie je doorgaans in kleine ruimtes waar het publiek noodgedwongen opeengepakt staat. In het Alkmaarse muziekcafé Odeon staat een band doorgaans voor het biljart op nog geen meter afstand van de bar. De bassist van The Irrational Library moest regelmatig even opzij stappen wanneer iemand naar het toilet achter in de zaak moest. Een licht aangeschoten oudere man wilde tijdens een van de nummers een aimabel gesprek met de muzikant aangaan, wat over het algemeen geen goed idee is. Het werd zo warm op deze koude novemberzaterdag dat dichter, vocalist en spreekstalmeester Joshua Baumgarten zijn bovenkleding uit moest doen om verder te kunnen. In zijn teksten combineerde hij verhandelingen over de AH-bonuskaart met protesten tegen de huidige politieke staat van zijn geboorteland. Tegen het einde van de set stond hij boven op de bar te zingen. De vrije begeleiding van bas, drums en afwisselend gitaar en saxofoon deed op een goede manier heel erg aan Morphine denken.

5. Algiers in Paradiso (2 november)
Algiers uit Atlanta mengde in de bovenzaal van Paradiso op krachtige wijze performance met politiek. De geanimeerde zanger/gitarist Franklin James Fisher citeerde uit het roerige verleden, onder meer door zijn vuist omhoog te houden zoals medaillewinnaars Tommie Smith en John Carlos deden tijdens de Olympische Spelen van 1968 in Mexico. Het slavernijverleden echode in het nummer Cleveland in de vorm van een slavenkoor dat als een spookverschijning uit de apparatuur van bassist Ryan Mahan opsteeg. Meerdere keren zakte Fisher door zijn knieën om zijn gitaar te bespelen op dezelfde wijze als Jimi Hendrix. Fischer hoefde gelukkig niet zijn instrument in de fik de steken om voor vuurwerk te zorgen.

4. Circle op Southern Lord Festival in de Melkweg (29 oktober)
Het meest spraakmakende optreden tijdens het Southern Lord Festival in de Melkweg was ongetwijfeld dat van het Finse gezelschap Circle. Hun muziek is sinds de oprichting in 1991 niet vast te pinnen op één genre of stijl. Het liefst spelen de Finnen prog-rock, folkrock, metal en avantrock in één en hetzelfde nummer. De muzikanten zijn technisch zo goed onderlegd dat ze hun ingewikkelde partijen kunnen combineren met het parodiëren van rockshowclichés. Magere toetsenist Mika Rättö had in zijn bruine leren jack en lange spandex broek een centrale rol als paljas en kruising tussen Freddie Mercury en Raspoetin. Hij wisselde zijn spel af met balletposes en amoureuze onderonsjes met beervormige bassist, oprichter en enige originele bandlid Jussi Lehtisalo. Alle tentoongespreide gekte op het podium stond een soepele uitvoering geenszins in de weg.

3. The Ex in OT301 (13 juli)
Je doet jezelf tekort als je niet naar The Ex gaat wanneer deze band bij je in de buurt speelt. Het zomerse optreden in OT301 was bij voorbaat extra aantrekkelijk omdat de band voor het eerst ten overstaan van vrienden, bekenden en fans hun nieuwe set uitprobeerde. Sommige mensen hadden er een paar uur rijden met de auto voor over om dit niet te missen. Han Bennink had zijn hond meegenomen en zag vanuit de verte dat het goed was. Een paar maanden later bleek in dB’s in Utrecht dat alle nieuwe nummers binnen korte tijd hun definitieve basisvorm hadden gevonden. Je kunt ze ook horen op het nieuwe album dat in 2018 verschijnt.

2. Sleaford Mods in de Melkweg (4 mei)
Op papier had dit eigenlijk nooit een geweldig optreden kunnen zijn, want het enige wat muzikant Andrew Fearn van het Britse duo Sleaford Mods doet is zonder microfoon meezingen met bijna alle teksten van vocalist Jason Williamson terwijl hij zijn flesje bier op kruishoogte ritmisch laat bungelen. Alle tracks zijn op de laptop vastgelegd; een druk op de aan- en uitknop is voldoende om het volgende nummer te starten. Alleen een computercrash of een stroomstoring kan roet in het eten gooien. En toch is het geen moment saai om naar de twee muzikanten te kijken. Vooral de bezeten Williamson is vanwege zijn ongecontroleerde bewegingen iemand waar je de blik moeilijk van kunt afwenden. Zijn straatpoëzie klinkt als een geëngageerde Gilles de la Tourette-aanval. De felle woordenstroom wordt ondersteund door rake beats die in de uitverkochte Melkweg Max voor massale ongecontroleerde bewegingen bij het publiek zorgden.

1. This Is Not This Heat – ReWire Festival in Den Haag (2 april)
Welk jaar is het? vraagt Dale Cooper in de laatste aflevering van het allerlaatste seizoen Twin Peaks. Die vraag heb ik me in 2017 ook een paar keer gesteld, onder meer tijdens ReWire in Den Haag. Het beste optreden dat ik het afgelopen jaar zag was van een band die ik in 1981 ontdekte en indertijd nooit live had gezien. Op het ReWire brachten de twee nog levende leden van This Heat samen met nieuwe bandleden me weer helemaal terug naar een tijd waarin een nucleaire oorlog aanvoelde als een reëel gevaar. Het meest schokkende aan het optreden was dat alle songteksten niets aan actualiteit hebben ingeboet.

Hoogtepunten in de bioscoop

15. A Ghost Story
14. Loveless
13. Dunkirk
12. Nocturama
11. On Body And Soul
10. Aquarius
9. In The Crosswind
8. Manifesto
7. American Honey
6. Moonlight
5. Get Out
4. Una Mujer Fantástica / A Fantastic Woman
3. The Square
2. Good Time
1. Paterson

De Verenigde Staten is sinds 2017 een iets minder geliefde land en toch staan er dit keer meer Amerikaanse en Amerikaans georiënteerde films in de eindlijst dan in voorgaande jaren. Het zijn overigens geen typische Amerikaanse films. Moonlight is meer verwant met Wong Kar-wai dan met Hollywood. Andere films laten de schaduwzijde van de VS zien, zoals de illusie van vrijheid binnen een kapitalistisch systeem (American Honey van Britse regisseuse Andrea Arnold) en het chronische racisme (horrorfilm Get Out).  Ook Good Time is de juiste film op het juiste moment. De criminele Connie Nikas (Robert Pattinson) is net als Trump een narcistische performer die de wereld ziet als een toneel waarop hij de centrale rol speelt. Connie is niet in staat om onderscheid te maken tussen fantasie en werkelijkheid en daarom ook niet in staat de gevolgen van zijn acties te overzien. Ik kies voor Paterson als beste film van 2017 omdat Jim Jarmusch zich daarin op kalme wijze verzet tegen de vluchtige Snapchat-, wegwerp- en blockbustercultuur en rustig de tijd neemt om de wereld te observeren en woorden te vinden om te beschrijven waarom het leven toch de moeite waard is.

Bubbling under (in willekeurige volgorde): Ascent, Insyriated, Jackie, Manchester By The Sea, The Party, 120BPM, Daphne, Aloys, Summer Of 1993, Vazante, Poesía Sin Fin, The Nile Hilton Incident, The Death of Louis XIV, Raw, The Happiest Day In The Life Of Olli Mäki en 20th Century Women.

Al eervol vermeld in de jaarlijsten van 2016: Train To Busan en Certain Women.

Extra bijzondere visuele ervaringen in 2017: 2001: A Space Odyssey op 70mm in EYE en Bladerunner 2049 in IMAX 3D.

Ergernissen in de bioscoop

Star Wars: The Last Jedi

Er is veel mis met Star Wars: Episode VIII – The Last Jedi. De verwachtingen die de geïnspireerde reboot The Force Awakens (2015) had opgeroepen werden niet waargemaakt. J.J. Abrams was duidelijk een fan van de oorspronkelijke Star Wars uit 1977. Zijn opvolger Rian Johnson, maker van het rampzalige The Brothers Bloom (2008), haat de Star Wars-franchise. Je kunt de wisseling van de wacht vergelijken met Obama die de sleutel van het Witte Huis aan Trump heeft gegeven. Het emotionele weerzien met held Luke Skywalker in de slotscène van de vorige film wordt in The Last Jedi gevolgd met een grap waaruit geen enkel respect blijkt voor de originele serie uit 1977-1983. Luke gooit het hem aangereikte heilige lichtzwaard achteloos weg alsof het een bananenschil is en reduceert The Force Awakens met dit lollig bedoelde moment tot een hele lange aanloop naar een flauwe punchline. Vanaf die scène heb ik de rest van de film met grote tegenzin uitgekeken in zinloos 3D.

[Spoiler!] Er is nog een ander, niet onbelangrijk bezwaar te noemen tegen de humor die Luke Skywalker door het script wordt opdrongen. Neem bijvoorbeeld zijn rentree op het slachtveld, aan de rand van een zoutwoestijn op de planeet Crait. Zijn komst betekent een hereniging met oude bekenden onder wie zus Leia Organa. Hun hernieuwde ontmoeting is geen onbelangrijk moment, want de twee hebben elkaar waarschijnlijk 35 jaar geleden voor het laatst gezien. Rian Johnson kiest ervoor om de scène klein te houden, wat ik op zich prima vind, want uitgebreid sentimenteel gedoe houdt het verhaal alleen maar onnodig op. Wat ik niet te harden vind zijn de vette knipoog richting C-3PO en de eerste woorden die Leia grinnikend tegen Luke zegt: I know what you’re gonna say. I changed my hair. Het verzet heeft onder leiding van Leia zojuist een grote nederlaag geleden tegen het Galactisch Keizerrijk. Het grootste deel van de vloot is vernietigd en er zijn minstens duizenden dodelijke slachtoffers te betreuren. Blijkbaar is dat een ideale gelegenheid om te keuvelen over een kapsel. Als dat humor is dan is het humor van het misplaatste soort en volledig out of character.

De overige bezwaren worden op YouTube op vermakelijke wijze vrijwel allemaal opgesomd door de Canadese verslaggever Roz Weston.

Enkele miskleunen van 2017 op een rijtje (in willekeurige volgorde en niet compleet)

Filmkassiekers voor in de thuisbioscoop (alfabetisch)

  • The Breaking Point (Michael Curtiz, 1950)
  • The Fabulous Baron Munchausen / Baron Prásil (Karel Zeman, 1962)
  • Kill, Baby… Kill! (Mario Bava, 1966)
  • Miracle Mile (Steve De Jarnatt, 1988)
  • Der Müde Tod (Fritz Lang, 1921)
  • Multiple Maniacs (John Waters, 1970)
  • My 20th Century (Ildikó Enyedi, 1989)
  • Pulse (Kiyoshi Kurosawa, 2001)
  • One-Eyed Jacks (Marlon Brando, 1961)
  • Witchhammer (Otakar Vávra, 1970)

Recente juweeltjes in de thuisbioscoop

  • The Levelling
  • Suntan
  • Okja
  • On The Beach At Night Alone
  • Two Lovers and a Bear
  • Malgré La Nuit

Documentaires (bioscoop en thuis)

8. Kedi
7. Cameraperson
6. City Of Ghosts
5. Jim & Andy: The Great Beyond – Featuring a Very Special, Contractually Obligated Mention of Tony Clifton
4. Homo Sapiens
3. The Work
2. I Am Not Your Negro
1. Visages, Villages
Visages, Villages is een documentaire die aan het oppervlak heel luchtig en licht lijkt. De ontmoeting tussen regisseuse Agnès Varda en fotograaf JR is meer dan een vrolijk onderonsje tussen twee generaties. Een van de thema’s in de film is verlies van het zicht. De ogen van Varda gaan hard achteruit en wat is er erger voor een filmmaker dan blindheid? Ogen zijn het centrale motief van de film, vanaf de immense ogen op gebouwen op een fabrieksterrein tot de ogen van JR die hij constant achter een zonnebril verborgen houdt. Varda heeft ons met haar films op een andere manier naar de wereld leren kijken en nu leert JR hoe Varda zelf naar de wereld kan kijken met ogen die steeds minder goed functioneren. Wij kijken en leren mee.

Het betere bingewatchen in 2017

This is the water and this is the well. Drink full and descend. The horse is the white of the eyes and dark within.

7. Big Little Lies
6. Master Of None S02
Hoogtepunten: de citaten uit Bicycle Thieves (1948) in The Thief (Ep1), het geluid dat minutenlang wegvalt in New York, I Love You (Ep6) en de gehele aflevering Thanksgiving (Ep8). De romantiek in de laatste twee episodes kon mij minder bekoren.
5. The Deuce
4. Fargo S03
The problem is not that there is evil in the world, the problem is that there is good. Because otherwise, who would care?
3. Top Of The Lake: China Girl
2. The Handmaid’s Tale
1. Twin Peaks

De glorieuze terugkeer van Twin Peaks was tegelijkertijd een afscheid. Enkele reeds lang geleden overleden acteurs keerden nog heel even terug als herinnering en eerbetoon. De demonische entiteit Bob openbaarde zich in de vorm van Frank Silva (1950-1995) alleen in flashbacks. In de derde aflevering zweefde het hoofd voorbij van Don S. Davis (1942-2008) in de rol van Major Garland Briggs. Andere acteurs overleden tijdens of vlak na de draaiperiode. Harry Dean Stanton verliet ons niet lang nadat de laatste aflevering werd uitgezonden. We zagen ook voor het laatst Miguel Ferrer (1955-2017) als de sarcastische FBI-man Albert Rosenfield. Het ontroerendst waren de scènes met de zichtbaar zieke Catherine Elizabeth Coulson (1943-2015) als de Log Lady. Vanuit het hiernamaals zocht ze bezorgd telefonisch contact met ons.

Twin Peaks was ook het afscheid van David Lynch als filmmaker. Hij had al laten weten nooit meer een speelfilm te maken en ik zie hem ook niet terugkeren naar televisie. Lynch had in The Return alle gelegenheid om uitgebreid terug te kijken naar en te putten uit zijn rijke oeuvre. Je zou de kotsende dubbelganger van FBI Special Agent Dale Cooper (Kyle MacLachlan) kunnen beschouwen als een directe verwijzing naar zijn eerste korte film Six Figures Getting Sick uit 1966.

Vrijwel iedereen is het erover eens dat episode acht (Gotta Light?) hét televisiehoogtepunt was in 2017. Er was dit jaar geen speelfilm die me in de (bioscoop)stoel deed bevriezen en letterlijk deed duizelen als die episode. De ontploffende atoombom was niet alleen een verwijzing naar de eerste atoomontploffing tijdens een test in New Mexico op 16 juli 1945, maar ook een herinnering aan het nucleaire gevaar dat ons tegenwoordig nog steeds boven het hoofd hangt. Het ultieme kwaad staat op het punt om ons allemaal te vernietigen. Hij heeft de vorm van een zwartgeblakerde houthakker die op zoek is naar een vuurtje. De houthakker kaapt elf jaar na de atoomontploffing een radiostation en hypnotiseert de luisteraars met een geheimzinnige boodschap. Heeft David Lynch met de herhalende boodschap geprobeerd om ook ons collectief te hypnotiseren? En wat zijn op langere termijn de effecten van die hypnose?

Han Bennink in Kranenburgh

Over alles behalve design - vr, 12/29/2017 - 21:34

De laatste week van 2017 was een mooie gelegenheid om door de polder naar museum Kranenburgh in Bergen af te reizen voor de tentoonstelling van Han Bennink. De dagelijkse voorwerpen die de drummer en beeldend kunstenaar onderweg tijdens tournees heeft verzameld en tot lichtvoetige kunstwerken heeft omgevormd zijn nog te zien tot en met zondag 7 januari.

Een dag eerder zal de tentoonstelling muzikaal worden uitgeluid met jazz, film en interviews tijdens A Tribute To Han Bennink. Verwacht optredens van Bennink/Hoogland (Han Bennink samen met pianist Oscar Jan Hoogland), saxofonist Ben van Gelder en gitarist Reinier Baas, saxofonist John Dikeman en drummer Onno Govaert, het duo Nora Mulder & Rogier Smal en het trio Blue Lines met George Hadow (drums), Michiel Scheen (piano) en Raoul van der Weide (bas, cello).

Hieronder een kleine impressie van de tentoonstelling in beeld en geluid.

De Tien: Beste kerstfilms estafette race

Over alles behalve design - za, 12/16/2017 - 13:52

Wat zijn de beste kerstfilms? vroeg De Filmkijker zich begin deze maand af. Misschien zijn het wel de films waarvan je bent vergeten dat ze zich tijdens kerst afspelen.

Een paar keer per jaar organiseert De Filmkijker, de godfather van filmbloggend Nederland en Vlaanderen, een estafette-blogathon. Het thema voor deze feestmaand is de kerstfilm. Elke deelnemer die het stokje overneemt mag één titel uit een lijst met tien kerstfilms halen (met onderbouwing) en één titel toevoegen. Hij of zij plaatst het logo van de estafette-blogathon bovenaan de pagina en linkt naar degenen die eerder hebben bijgedragen. Als dat eenmaal gedaan is geeft de filmblogger het stokje over aan een volgende deelnemer naar keuze.

De huidige kerstfilmlijst ziet er als volgt uit (in willekeurige volgorde):

  • Home Alone (1990)
  • Die Hard (1988)
  • It’s A Wonderful Life (1946)
  • Gremlins (1984)
  • The Family Stone (2005)
  • National Lampoon’s Christmas Vacation (1989)
  • Miracle On 34th Street (1994)
  • The Santa Clause (1994)
  • Love Actually (2003)
  • The Nightmare Before Christmas (1993)

National Lampoon’s A Christmas Vacation

Feel good
Ik moet eerlijk bekennen dat de kerstperiode mij niet verleidt tot het bekijken van kerstfilms, zeker niet wanneer er kerstmannen met rode wangetjes en verkouden rendieren op de titelrol vermeld staan. Vorige estafettedeelnemer Kurt Velghe noemt de termen crowd-pleasers en feel good movies in zijn commentaar bij enkele films die de lijst tot nu toe hebben gehaald. Bij dat soort kenmerken gaat bij mij thuis de rookmelder spontaan piepen. Vandaar dat ik nooit de behoefte heb gevoeld om films te bekijken als The Family Stone, National Lampoon’s A Christmas Vacation, Miracle On 34th Street (de versie uit 1994) en The Santa Clause. Vroeger keken we met de familie in de kerstperiode naar The Wizard Of Oz (1939) op televisie of gingen we naar de bioscoop vanwege Star Wars of de nieuwe James Bond. De enige kerstfilms die ik me uit de kindertijd kan herinneren zijn de vele variaties op A Christmas Carol.

Niet voor de hele familie
Een kerstfilm wordt wat mij betreft pas interessant als de makers tegen de goede smaak en het blije familiegevoel ingaan. Wat dat betreft is het jammer dat Bad Santa (2003), met Billy Bob Thornton als onbehouwen kerstman, uit de lijst is verdwenen. De onconventionele kerstfilm Tangerine (2015) is ook minder geschikt voor tere kinderzieltjes. De tippelende transgenders schelden in die film nog heviger dan Billy Bob. Ze hebben wel wat anders aan hun hoofd dan kerstballen en maretakken. Tangerine is een komedie zonder sneeuw en dus ook zonder arrenslee. De volledig met een mobiele telefoon gedraaide film speelt zich namelijk af op een zomers warme kerstavond in Hollywood.

The Nightmare Before Christmas

Donkere dagen
Van de films uit de estafettelijst beschouw ik het zeer vermakelijke Home Alone (1990) meer als een misdaadkomedie dan een kerstfilm. De actieklassieker Die Hard (1988) heb ik te lang geleden voor het laatst gezien om die film met kerst te associëren. In de donkere decembermaand zou ik zelf eerder kiezen voor een horrorfilm als Black Christmas (1974), de familieconflicten in het Franse drama Un Conte De Noël (2008) of de kibbelende criminelen in In Bruges (2008). Een kerstfilm mag wat mij betreft duister zijn en opgeschud worden door vernielzuchtige monstertjes (Gremlins) of fantasie-elementen bevatten zoals de engel die aan zelfmoordpreventie doet in It’s A Wonderful Life (1946), de moeder van aller kerstfilms. Als Kurt Velghe in zijn bijdrage niet gekozen had voor de monsters, spoken, zombies, heksen en vampiers uit Halloween Town in The Nightmare Before Christmas (1993), dan had ik graag mijn stem op die film uitgebracht. De sierlijke monsteranimatie van regisseur en animator Henry Selick, onder toeziend oog van producer en bedenker Tim Burton, blijft dus zeker in de lijst staan.

 

Miracle On 34th Street

De afvaller
Eigenlijk mag ik van organisator De Filmkijker geen kerstfilm uit de lijst halen die ik niet heb gezien, maar dan zou Love Actually het slachtoffer worden. Ik kan me werkelijk niets meer van die film herinneren terwijl ik hem waarschijnlijk zelfs in de bioscoop heb gezien. Love Actually blijft staan om consternatie onder veel lezers te voorkomen. In plaats daarvan verwijder ik Miracle On 34th Street omdat het een remake is en ik voorkeur geef aan de originele kerstklassieker uit 1947.

De toevoeging
Natuurlijk zijn er meerdere prachtige films gemaakt tegen het decor van kerstbomen en kerststallen. Ik wilde in eerste instantie Meet Me In St. Louis (1944) nomineren, vanwege het mooiste kerstliedje dat in een film is gezongen, maar de avonturen van Judy Garland en haar familie spelen zich verspreid over een heel jaar af en niet slechts tijdens kerstmis. Omdat kerst plaatsvindt in donkere tijden ging ik op zoek naar film noir in kerstsfeer. Christmas Holiday (1944), met musicallieveling Gene Kelly in de rol van bad guy, schijnt de moeite waard te zijn, maar die heb ik (nog) niet kunnen vinden. Neo noir L.A. Confidential (1997) begint op kerstavond en zou daarom ook een goede kandidaat kunnen zijn. Ik heb uiteindelijk gekozen voor de eenzame kerst van huurmoordenaar Frank Bono in Blast Of Silence.

Blast Of Silence (Allen Baron, 1961)

De teruggetrokken en zwijgzame Frank Bono (gespeeld door regisseur Allen Baron) keert terug naar New York City, de stad waar hij opgroeide in een weeshuis. Hij heeft geen prettige herinneringen aan zijn jeugd overgehouden en haat zijn oude thuisstad, zeker tijdens kerst. Bij aankomst op het station wordt hij begroet door kerstzang van een kinderkoor. Christmas, it gives you the creeps, zegt de cynische voice-over van acteur Lionel Stander (wiens naam onvermeld blijft op de credits omdat hij op de zwarte lijst stond van de beruchte communistenjager Joseph_McCarthy).

De kerstklus van Frank is de liquidatie van een gangsterbaas. Zijn aanstaande slachtoffer viert eerste kerstdag met zijn familie en tweede kerstdag met zijn maîtresse. De eerste kerstboom die we in de film te zien krijgen is het boompje in de kamer van louche wapenverkoper Big Ralph (Larry Tucker). Ralph heeft ook kerstballen opgehangen aan de kooien van de rioolratten die hij als huisdieren houdt. Iedereen in New York bereidt zich voor op de festiviteiten terwijl Frank eenzaam en ongezien over winkelstraten loopt. Voor hem geen pakjesavond. Tijdens zijn voorbereidingen ontmoet hij per toeval zijn stille jeugdliefde Lori (Molly McCarthy). Hun gezamenlijke kerstavond is een van de treurigste die op film is vastgelegd.

Je kunt uit bovenstaande omschrijving opmaken dat Blast Of Silence geen vrolijke kerstfilm is. De lowbudgetfilm van Allen Baron is een late toevoeging aan de klassieke film noir uit de jaren veertig en vijftig. De desolate sfeer vertoont veel overeenkomsten met Taxi Driver (1976). Martin Scorsese heeft zich zeker door Blast Of Silence laten inspireren. Alleen al om die reden loont het de moeite om de film op te sporen. Blast of Silence werd in 2008 op dvd uitgebracht door The Criterion Collection.

Ik geef het stokje over aan de volgende deelnemers in deze kerstfilm-estafette: De Protagonisten.

De vorige bijdragen aan de Kerstfilm Estafette Race:

De Filmkijker

De Filmliefhebber

Be Cool, Sodapop

Reviews & Roses

Klakkeboem

The Work (Jairus McLeary & Gethin Aldous, 2017)

Over alles behalve design - wo, 12/13/2017 - 22:20

The Work is een indringende documentaire over een vierdaagse groepstherapie in Folsom State Prison in Californië. De deelnemers bestaan niet alleen uit gevangenen maar ook uit mannen van buiten de gevangenis die elk om hun eigen redenen bij de sessies aanwezig willen zijn. De confrontaties die de mannen met elkaar en vooral met zichzelf aangaan leiden tot hevige emotionele uitbarstingen. Als je wilt weten wat de bron is van mannelijk geweld dan geeft The Work een antwoord.

De gedetineerden in The Work zijn geen lieverdjes. Sommige zullen vanwege ernstige geweldsdelicten nooit meer terugkeren in de maatschappij. Andere gevangenen moeten nog tientallen jaren in Folsom State Prison doorbrengen voordat ze de gevangenis mogen verlaten. Veel mannen maken deel uit van drugsbendes. Normaal gesproken gaan de verschillende bendes niet met elkaar om en blijven de leden van elkaar gescheiden ter voorkoming van conflicten op het gevangenisterrein. De scheiding tussen de verschillende groepen, inclusief die tussen de blanke en Afro-Amerikaanse populatie, wordt tijdens de wekelijkse therapiesessies volledig opgeheven.

Twee keer per jaar mogen mannen van buiten de gevangenis meedoen aan een vier dagen durende sessie. Voor aanvang worden de buitenstaanders gekoppeld aan twee gevangenen en worden alle deelnemers in twee groepen onderverdeeld. Ze praten in een kring om beurten over hun angsten, frustraties en andere emoties die ze normaal gesproken nooit zullen tonen. De film is nog geen kwartier gaande als de eerste uitbarsting van opgekropte gevoelens plaatsvindt en deelnemer Kiki met moeite door de rest van de groep in bedwang wordt gehouden. De luisterende mannen accepteren de schrammen en blauwe plekken die nodig zijn om respect te tonen voor de kwetsbaarheid van een ander. Een verkeerde opmerking blijft echter niet zonder gevolgen, zoals onderwijsassistent Charlie merkt.

The Work is vaak ongemakkelijk intiem. De kijker zit dicht op de huid van de mannen. Je kunt hun harten horen kloppen. Filmmakers Jairus McLeary en Gethin Aldous blijven zelf buiten beeld. Ze stellen geen vragen tijdens de therapiesessies en maken zich onzichtbaar. De deelnemers vergeten dat ze op video worden vastgelegd. De camera’s blijven geconcentreerd gericht op de gezichten van de kring waar Charlie, barman Charles en museummedewerker Chris deel van uitmaken. Kreten en geluiden van schermutselingen uit de andere kring worden genegeerd, maar zijn wel goed op de soundtrack te horen.

De reden om buitenstaanders bij de sessies te betrekken is om de gevangenen te laten zien dat hun trauma’s nauwelijks verschillen van mannen die een normaal leven leiden buiten de gevangenismuren. Overal lopen emotionele tijdbommen rond. Zelfs de timide en weinig spraakzame Chris wordt na drie dagen therapie onverwachts overvallen door een trauma dat hem blijkbaar zijn hele leven dwarszit. Op dat moment worden de rollen omgedraaid en zijn de gevangenen er om hem te helpen. Uit de verhalen in The Work blijkt dat alle mannen in hun kindertijd een groot tekort hebben gehad aan vaderlijke liefde en erkenning, vaak omdat de biologische vader afwezig was.

De therapiesessies zijn meer dan een manier om even stoom af te blazen. De documentaire sluit af met een tekst waarin wordt beweerd dat gevangenen die aan deze sessies hebben meegedaan na vrijlating nooit meer in de gevangenis zijn teruggekeerd. Het kan dus geen kwaad om in de VS meer uit te geven aan educatie en het behandelen van gevangenen dan de schamele 1% van het gevangenisbudget dat daar momenteel aan wordt besteed.

9/10

The Work was te zien tijdens het afgelopen IDFA en wordt op dvd uitgegeven door de Britse documentaire-distributeur Dogwoof.

Suntan (Argyris Papadimitropoulos, 2016)

Over alles behalve design - za, 12/09/2017 - 13:10

De karakteristieke bonkige kop van Makis Papadimitriou vergeet je niet snel. De acteur laveert in zijn spel tussen komisch en dreigend. Hij steelt in Chevalier (2015) de show met een grappige playbackversie van Minnie Ripertons Lovin’ You. Papadimitriou oogt een stuk gevaarlijker in zijn bijrol tegenover de vrouwelijke soldaten in Voir Du Pays (2016). Het voorlopige hoogtepunt in zijn filmcarrière is de hoofdrol als dorpsarts Kostis in de donkere tragikomedie Suntan.

Films uit de zogenaamde Greek Weird Wave spelen zich vaak af op geïsoleerde locaties: een afgeschermd huis in Dogtooth (2009), een verlaten havenplaats in Attenberg (2010), een theater in Interruption (2015), een hotel in The Lobster (2015) en een vakantieboot in Chevalier. De geïsoleerde locatie in Suntan is een Grieks vakantie-eilandje. Kostis is de enige passagier tijdens de overtocht vanaf het vaste land. De burgemeester heet hem persoonlijk welkom. Tijdens een eerste rondgang blijkt iedereen op het eiland elkaar bij voornaam te kennen.

Kostis doet niet heel erg zijn best om zich onder de vaste bewoners te mengen. Hij gedraagt zich als een banneling die onvrijwillig op het eiland verblijft. Waarschijnlijk heeft hij het baantje als huisarts aangenomen omdat niemand anders zo gek was om op deze plek te gaan werken. Het is nóg waarschijnlijker dat Kostis niet echt heel erg goed is in zijn vak en dat werken op het eiland de enige manier was om binnen zijn vakgebied aan de slag te kunnen.

Makis Papadimitriou in Suntan

[Spoilers!]
Buiten het vakantieseizoen is het een dooie boel op het eiland. Pas wanneer de toeristen arriveren, heerst overal levendigheid. De jonge backpackers worden zo onverwachts in de film gemonteerd dat hun komst lijkt op een overval. Op de eerste vakantiedag bestormt een bont groepje jonge Europeanen de dokterspraktijk van Kostis. Anna (Elli Tringou) en haar vrienden plagen de arts terwijl hij de wond op haar been behandelt. Kostis vat hun spel op als een uitnodiging om zich in zijn vrije tijd bij het groepje aan te sluiten. Hij interpreteert het gedrag van de vrije Anna als geflirt en trekt daar conclusies uit die de komedie doen veranderen in een tragedie.

Het contrast tussen de stugge arts en de uitgelaten hedonisten kan niet groter. Kostis is een rusteloze einzelgänger. Op het eiland wordt hij dubbel geconfronteerd met zijn rol als eeuwige buitenstaander; hij voelt geen echte band met de lokale bewoners en is te oud om aansluiting te vinden bij de vakantiegangers. De zonnesmeer op zijn gezicht en bolle buik maakt zijn huid nog bleker tussen de zongebruinde ranke twintigers. Je zou de Griek en zijn buitengesloten positie ten opzichte van de feestvierende Europeanen kunnen zien als een metafoor voor de positie van Griekenland binnen de Europese Unie , maar ik denk niet dat regisseur Argyris Papadimitropoulos een politieke film heeft willen maken.

Kostis overschrijdt steeds meer grenzen om het gevoel te krijgen dat hij wel degelijk ergens deel van uitmaakt en niet door eigen falen alleen op de wereld is. Drank, drugs en slaapgebrek maken hem bandeloos en ontdoen hem van het laatste laagje beschaving. De moderne Griekse man is ver verwijderd van de mythische helden uit klassieke Griekse tragedies. Odysseus wist het verleidelijke gezang van de Sirenen te weerstaan; de weerloze Kostis laat zich inpalmen. Hij komt er te laat achter dat hij een illusie najaagt. Zelfmedelijden brengt hem niet tot inkeer en de tragische komiek verandert in het monster dat hij altijd al in zich droeg.

8/10

Suntan is verkrijgbaar op Blu-ray/DVD via het Britse label Eureka.

Nadah El Shazly – Ahwar (2017)

Over alles behalve design - za, 12/02/2017 - 12:42

Nadah El Shazly was in het tweede weekend van november een van de verrassingen op het festival Le Guess Who in Utrecht. In dezelfde maand bracht de muzikante uit Caïro ook het album Ahwar uit waarop haar Egyptische roots opgaan in electronica, avant-garde en jazz. Haar nieuwe plaat is een goede aanleiding voor een terugblik op het optreden dat ze gaf op zondag 12 november, de laatste dag van Le Guess Who.

De Egyptische zangeres en producer Nadah El Shazly begon haar muzikale carrière in een Misfits-coverband. Ze laat de punkinvloeden tegenwoordig ver achter zich en maakt nu experimentele muziek waarin ze haar Arabische roots verweeft met westerse elementen. Tijdens de opnamen van het nieuwe album Ahwar werd ze in de studio omringd door een tiental gastmuzikanten en productioneel ondersteund door Maurice Louca en Sam Shalabi van The Dwarfs of East Agouza. Alle medemuzikanten werden tijdens het solo-optreden op Le Guess Who in TivoliVredenburg uit een laptop getoverd. De laptop zal binnenkort minder prominent op het podium staan of misschien zelfs in de studio achterblijven, want de zangeres is na haar terugkomst in Egypte met een band de repetitieruimte ingegaan.

Nadah El Shazly

De laptop wekte in Utrecht de suggestie dat Nadah El Shazly een elektronische muzikant is, maar de muziek op de plaat wordt voornamelijk akoestisch voortgebracht. De akoestische instrumenten worden via elektronische effecten door de mangel gehaald zonder dat ze hun herkenbaarheid verliezen. Een enkele keer zorgen elektronische beats voor het begeleidende ritme. De saxofoon keert regelmatig terug op Ahwar, zoals in het instrumentale nummer Koala waarmee Nadah El Shazly haar set in Utrecht afsloot. Een langzame, onregelmatige drumpartij wordt in de polyritmische track omringd door nerveuze blazers die lijken ontsnapt uit een minimalistische compositie van Terry Riley (zoals Poppy Nogood and the Phantom Band All Night Flight uit 1968).

Live in Utrecht zette Nadah El Shazly de computer even uit voor een a capella uitgevoerd lied en kreeg ze de zaal stil met enkel haar soepele donkere stem. Haar manier van zingen was net zo vrij als een jazzsolo. De jazzinvloeden in sommige nummers op Ahwar zorgen voor grillige songstructuren en atonaliteit. Westerse en oosterse toonsoorten wringen en schuren langs elkaar. De in westerse oren vals klinkende oosterse toonladders worden niet geschuwd, zoals blijkt uit de kwartnoten die uit het orgeltje komen in Palmyra, het toegankelijkste nummer op het album. De muzikale ontmoeting tussen Oost en West leidt op Ahwar nergens tot exotisme.

Jane Weaver
Het enige teleurstellende optreden dat ik tijdens Le Guess Who zag was van Jane Weaver. Het eerste nummer beloofde een pittige set Britse krautrock, maar toen moest de gitarist zijn gebroken snaar vervangen en ging de geest voortijdig terug in de fles. De zangeres uit Manchester doodde de tijd door met de overige muzikanten een spontane improvisatie in te zetten waarin niemand zich durfde te laten gaan. Na de terugkeer van de gitarist bleef de band in de vier nummers die ik nog zag hangen in trage discoritmes waar te weinig variatie in viel te ontdekken.

Sarah Davachi

Sarah Davachi
Het zondagje Le Guess Who begon voor mij ’s middags in theater De Kikker. De Canadese muzikant Sarah Davachi joeg daar in de loop van haar optreden met langgerekte elektronische tonen voldoende mensen weg om plaats te maken voor nieuwe belangstellenden die het ook niet allemaal lang volhielden. Het optreden had goed gepast tijdens 12-Hour Drone dat verderop in de stad plaatsvond in de Pastoefabriek. Hoge feedbacknoten hadden de overhand tijdens de drie kwartier durende improvisatie. Ze overstemden de orgelnoten die in de verte als drukke mieren over elkaar heen krioelden. Het was niet duidelijk of de feedback bewust werd voortgebracht of dat mijn resonerende trommelvliezen voor de boventonen zorgden. Door de herhaling van noten leek het ook alsof de elektronische geluidsbron bestond uit samples van Sarah Davachi’s eigen stem en dat we luisterden naar een koor dat woordloos zong zonder ademhaling. Naast me zat een van de toehoorders te knikkebollen, wat volgens mij de beste manier is om de muziek tot je te nemen.

Juana Molina
De blijmoedige liedjes van Juana Molina uit Buenos Aires klonken in zaal Pandora in TivoliVredenburg op het eerste gehoor eenvoudiger dan ze in werkelijkheid zijn. De repetitieve gitaarloopjes waren niet constant hetzelfde. Molina liet de loopjes herhalen en voegde tegelijk nieuwe partijen toe. De muziek bleef spannend vanwege de verschuivende accenten in de ritmes, enkele onregelmatige maatsoorten en dissonante tweestemmige zangpartijen. Op de karakteristieke, ietwat onvaste zang van Molina zat vaak een vervreemdend effect, alsof ze met dubbele stem zong. De muziek deed me soms denken aan de Japanse muzikant Cornelius – poppy, maar net even te afwijkend om door popzenders opgepikt te worden.

Linda Sharrock
Zangeres Linda Sharrock (Philadelphia, 1947) werd in 2009 getroffen door een beroerte en is sindsdien zeer beperkt in haar expressievermogen. Dat weerhoudt haar niet om te blijven optreden met haar free jazz. Op de laatste dag van Le Guess Who werd haar rolstoel tot aan de deur naar het podium gereden. Van daaruit werd ze naar de zangzetel begeleid door haar vaste muzikale begeleider Mario Rechtern. De saxofonist/klarinettist naam plaats aan de rechterkant van het podium en startte samen met twee gitaristen (onder wie Jasper Stadhouders), een bassiste en drummer Onno Govaert een volumineuze vrije improvisatie waarmee de band binnen enkele minuten de eerste toehoorders de zaal uit kreeg. Terwijl de muzikanten met veel geweld dwars tegen elkaar in speelden keek Sharrock af en toe opzij en zo min mogelijk richting het publiek voordat ze haar eerste kreten slaakte. Een overijverige cameraman waande zich ondertussen het zevende bandlid.

Linda Sharrock

Sharrock kan niet meer praten. Haar vocabulaire is tegenwoordig noodgedwongen beperkt tot uitgerekt wa’s en wo’s. Haar oerkreten klonken in Utrecht als dialogen uit de Franse anarchistische film Themroc (1973). Je kon ze interpreteren als basale uitingen van woede, frustratie of pijn. Gitarist Max Bogner alias Margaret Unknown schreeuwde een paar keer door een vervormde microfoon met de zangeres mee. De lange muzikant sprong vanwege zijn gejaagde bewegingen het meest in het oog. Door alle onbeheerste handelingen raakte zijn gitaarriem los. De harde klap van de gitaar tegen het podium paste prima bij een optreden van een band die dreunen wilde uitdelen. Linda Sharrock maakte indruk met haar band, niet omdat ze de mooiste muziek van de dag voortbracht, maar omdat ze deze zondag de meest radicale muzikant was.

Happy End (Michael Haneke, 2017)

Over alles behalve design - wo, 11/22/2017 - 22:30

Het gaat te ver om de nieuwste film van Michael Haneke een komedie te noemen, maar er werd vorige week vrijdag in Rialto zowaar een paar keer hardop gelachen. Happy End is een afstandelijke satire over de trage ondergang van de bourgeois familie Laurent in Calais. Het eerste teken van verval is de wand die instort op een bouwterrein van het familiebedrijf.

Een van de getuigen van de ondergang van de Laurent-dynastie is het twaalfjarige nichtje Eve (Fantine Harduin). We hebben Eve aan het begin van Happy End leren kennen aan de hand van enkele filmpjes die ze met haar mobieltje heeft gemaakt. Het meisje vergiftigt in een van de filmpjes haar hamster door medicijnen van haar moeder in het voer stoppen. Niet veel later is moeder zelf het slachtoffer. In afwachting van moeders herstel in het ziekenhuis logeert Eve in Calais bij haar vader Thomas (Mathieu Kassovitz) waar ze kennis maakt met onder anderen tante Anne (Isabelle Huppert) en de hoogbejaarde pater familias George (Jean-Louis Trintignant). Als Eve door Thomas’ tweede vrouw Anaïs (Laura Verlinden) gevraagd wordt om op de baby te passen, houd je je hart vast.

Happy End (Fantine Harduin)

Haneke varieert in Happy End op minder scherpe wijze op thema’s die hij eerder in zijn oeuvre aan een nader onderzoek heeft onderworpen. De filmpjes van Eve doen denken aan de video’s van de moordende Benny in Benny’s Video (1992). De bewakingscamera op het bouwterrein kijkt net zo onbewogen naar de wereld als de geheimzinnige camera die in Caché (2005) staart naar het huis van Georges Laurent (Daniel Auteuil). Zoals gebruikelijk hebben personages namen die we kennen uit eerdere films van Haneke. George is niet alleen de naam van Trintignants personage in Amour (2012), maar ook die van het hoofdpersonage in Hanekes eerste speelfilm Der Siebente Kontinent (1989). Meestal is George een oudere vaderfiguur. De moederfiguur Anne Laurent is ook weer present, ditmaal vertolkt door Isabelle Huppert die voor het eerst een Anne Laurent speelde in Le Temps Du Loup (2003). Haneke lijkt met de telkens terugkerende namen te willen zeggen dat de mens (inclusief de Franse bourgeoisie) niet in staat is te veranderen en voorbestemd is om altijd dezelfde soort fouten te maken.

Happy End (Isabelle Huppert)

De kwade inborst lijkt aangeboren. Tiener Eve heeft geen geweten en toont geen enkele empathie. Ze kan slechts huilen over haar eigen leed. De volwassenen geven haar constant het verkeerde voorbeeld. Filmpjes op YouTube zijn al helemaal geen goede raadgevers. De familie wordt te veel door de eigen besognes in beslag genomen om tijd te hebben voor zorgen over de medemens.

Happy End (Jean-Louis Trintignant)

Michael Haneke past weer een fragmentarische montage toe. Bij eerdere films hielp het dat het onderscheid tussen verschillende scènes werd aangegeven met een kort zwart beeld. Die onderbreking laat hij tegenwoordig achterwege en daarom is het voor de kijker soms lastig om direct verbanden tussen de scènes te ontdekken. Het lukt daardoor niet om de personages goed te doorgronden en dat is natuurlijk precies te bedoeling aangezien zij elkaar ook niet echt goed kennen. De fragmentarische montage benadrukt het gebrek aan cohesie binnen de familie. Ook in de lange shots komen we niet dichter bij de personages omdat de camera op grote afstand blijft toekijken. We staan tijdens die momenten te ver om de dialogen te kunnen verstaan.

De film neemt een paar keer flinke happen uit de tijd en brengt de kijker daarmee bewust in een verwarring. We kunnen zo een klein beetje ervaren hoe de dementerende George zijn laatste levensfase beleeft. Hij doet meerdere pogingen om aan zijn bestaan te ontvluchten. Het is niet de eerste keer dat een personage in een film van Haneke een doodswens heeft, maar het is wel voor het eerst dat de regisseur er een komische draai aan geeft. Tijdens een van de vluchtpogingen spreekt George mensen aan waarvan ik me pas laat realiseerde dat het Afrikaanse vluchtelingen zijn.

Happy End (Franz Rogowski)

Het verhaal speelt zich weliswaar af in de straten van Calais, maar de hele vluchtelingenproblematiek gaat aan de Laurents voorbij en dus blijven de Afrikaanse mannen figuranten. Voor hen ligt een happy end onbereikbaar aan de overkant van de zee. Pierre (Franz Rogowski) is de enige die zich hun lot lijkt aan te trekken, maar de impulsieve zoon van Anne kan zijn frustraties alleen maar uiten wanneer hij te veel heeft gedronken. Het maakt hem tot een van de tragische figuren in het verhaal.

7/10

A Ghost Story (David Lowery, 2017)

Over alles behalve design - wo, 11/15/2017 - 22:20

Er zijn meerdere redenen om A Ghost Story te willen zien. Een van die redenen is de monoloog van zanger Will Oldham.

Will Oldham is vooral bekend als singer-songwriter en minder vanwege zijn activiteiten als acteur. Toch kwam hij vanwege zijn acteerwerk voor het eerst in de internationale schijnwerpers te staan. De rol van mijnwerkerszoon Danny in Matewan (John Sayles, 1987) is een van zijn beste. Daarna dook hij af en toe met een enkele hoofdrol en veel bescheiden bijrolletjes op in kleine Amerikaanse indiefilms waarvan de meeste niet of nauwelijks in Nederland te zien waren. Alleen het drama Old Joy van Kelly Reichardt uit 2006 is een paar keer op de Nederlandse televisie uitgezonden.

Will Oldham in A Ghost Story

Oldham is in A Ghost Story slechts kortstondig van de partij, maar hij heeft wel het hoogste woord en meer tekst dan de hoofdrolspelers bij elkaar. De zanger heeft de taak gekregen om uit te leggen waar de film over gaat. Meestal is dat geen goed idee, want een goede film behoeft geen uitleg. Will Oldhams bijdrage is een ontnuchterend intermezzo dat vanwege de komische uitvoering een relativerende draai geeft aan een film waarin poëtische ernst overheerst.

Het spook uit de titel (Casey Affleck onder een wit laken) wandelt ongezien door een huis langs dronken dansende mensen en staat stil bij de tafel waar Will Oldham als de Prognosticator in gesprek is met andere bierdrinkers. De Prognosticator tempert de feestvreugde met een monoloog over vergankelijkheid. Begeleid door het popdeuntje Last One van Stereo Jane (dat halverwege wordt vervangen door de negende van Beethoven) vertelt Oldham met nauwelijks ingehouden sadistisch genoegen over de meesterwerken van de grote romanschrijvers en componisten die ooit vergeten zullen worden. De aarde zal immers vergaan en het universum zal imploderen. Alle meesterlijke boeken en symfonieën zijn geschreven om onsterfelijkheid te verwerven, maar er komt een moment dat er niemand meer is om al dat moois te herinneren. En God bestaat niet, dus voor hem hoef je ook geen moeite te doen.

A Ghost Story (Casey Affleck en Rooney Mara)

Tijd is de grote speler in A Ghost Story. Tijd kan soms uitgerekt worden, merkt de jonge vrouw M (Rooney Mara) na de dood van haar partner C (Affleck). Haar uitgerekte rouwperiode wordt verbeeld in een onvergetelijke scène van bijna acht minuten die zich afspeelt in de keuken en waarbij een taart het belangrijkste rekwisiet is. Het spook heeft het tegenovergestelde gevoel. Bij hem vliegt de tijd door de vingers en gaan jaren en eeuwen net zo snel voorbij als bladzijden die door de wind worden omgeslagen.

Het is een zot idee om de hoofdrol te geven aan een zwijgend personage dat het merendeel van de film onder een laken verborgen blijft, maar het werkt wonderwel in A Ghost Story. Het eenvoudige kostuum blijkt heel esthetisch; in de buitenlucht maakt de wapperende stof een gracieuze verschijning van het spook. C is een anonieme alleman geworden. Iedereen kan onder het laken zitten en dus ook de toeschouwer, al kijken we niet rechtstreeks mee door de twee gaten die zijn uitgeknipt. Het laken zorgt ervoor dat het spook zich langzaam moet voortbewegen; de traagheid van bewegingen maakt hem extra tragisch. Hij is niet meer in staat om mee te gaan met de tijd en kan niets anders doen dan passief toekijken vanaf de zijlijn.

8/10

Jupiter’s Moon (Kornél Mundruczó, 2017)

Over alles behalve design - wo, 11/08/2017 - 10:18

Syrische vluchteling Aryan Dashni probeert aan het begin van Jupiter’s Moon met enkele familieleden de Hongaarse grens over te steken. Hij wordt op de vlucht neergeschoten. In plaats van te bezwijken aan zijn verwondingen stijgt de man ten hemel en begint voor hem een wonderbaarlijk avontuur waarin hij een speelbal is van corrupte ambtenaren.

Je zou verwachten dat Aryan (Zsombor Jéger) het belangrijkste personage is in Jupiter’s Moon, maar in de praktijk speelt hij slechts een belangrijke bijrol. De film focust zich voornamelijk op de cynische arts Gabor Stern (Merab Ninidze). Hij haalt Aryan weg uit de ziekenboeg van het overvolle vluchtelingenkamp en gebruikt diens speciale gave om er een schuld mee af te lossen. De twee worden constant op de hielen gezeten door grensagent László (György Cserhalmi), de man die de kogels op de vluchteling afvuurde. Als de jonge Serviër wordt verdacht van betrokkenheid bij een terroristische aanslag wordt hij de meest gezochte persoon in Hongarije.

Aryan (Zsombor Jéger) op de vlucht in Jupiter’s Moon

Hongaarse regisseur Kornél Mundruczó strooit met religieuze symboliek en gooit zijn film vol met actiescènes. De symbolen en hun mogelijke betekenis leggen het af tegen speciale effecten en vele achtervolgingen. Er zitten een paar scènes in die vanwege de technische vindingrijkheid op zichzelf staand zeker indruk maken. Het eerste indrukwekkende moment begint vroeg tijdens de risicovolle grensovertocht wanneer we de rennende vluchtelingen volgen in het bos en het lijkt alsof de camera dwars door bomen gaat om de actie goed in beeld te krijgen. Meerdere scènes zijn in een schijnbaar ononderbroken shot vastgelegd in een poging een onrealistische situatie geloofwaardig over te brengen. Mundruczó heeft zich overduidelijk laten inspireren door Children Of Men (2006). Het grote nadeel is dat het technische vernuft een doel op zich wordt in plaats van een aanvulling op het achterliggende thema van het verhaal.

De auto-achtervolging door de stad wordt niet spannender omdat de camera heel lang zonder onderbreking vanuit het perspectief van een bumper uitkijkt op een vluchtauto. Het enige waar ik tijdens de achtervolging aan moest denken was hoeveel inspanning het gekost moet hebben om een heel groot deel van de stad speciaal voor deze scène af te zetten. De climax in het hotel wordt uit de hand in lange shots gedraaid en ook hier geldt hetzelfde euvel: de spanning blijft uit omdat een camera heel lang achter de schietgrage László aan blijft lopen. Vaak is de uitkomst van een scène geen verrassing meer, zoals in de metro, waardoor het geheel nog langer aanvoelt dan de daadwerkelijke filmminuten. Alle aandacht voor technische perfectie gaat soms ten koste van logica en continuïteit. Zo wordt tijdens een schermutseling tussen László en Gabor een lift door middel van kogels onklaar gemaakt en blijken de knoppen in dit transportmiddel later op onverklaarbare wijze ongeschonden.

Jupiter’s Moon (Merab Ninidze)

De zwevende Aryan levert mooie plaatjes op omdat ook de camera de regels van de zwaartekracht aan zijn laars lapt. Dat is echter onvoldoende om geboeid te blijven; op een gegeven moment is de vliegende Syriër niet meer dan een gimmick. Aryan is een superheld met toenemende krachten waarmee hij zelfs een huiskamer op zijn kop kan zetten. Zijn vliegvermogen roept de vraag op waarom hij het slaafje blijft van Gabor en niet richting een beter heenkomen zweeft. De corrupte Gabor is een te afstandelijk personage om emotionele betrokkenheid te voelen wanneer hij tot bezinning komt en zijn fouten inziet. Het helpt niet dat de Russische acteur Merab Ninidze wordt nagesynchroniseerd.

Jupiter’s Moon is geïnspireerd door de actuele vluchtelingencrisis en de westerse reactie daarop, maar heeft daar weinig zinnigs of nieuws over te melden. Kornél Mundruczó solliciteert met zijn film te nadrukkelijk naar een regie-opdracht bij Marvel of een van de andere superheldenfabrieken in Hollywood.

5/10

Algiers live @ Paradiso, Amsterdam (2 november 2017)

Over alles behalve design - zo, 11/05/2017 - 22:00

Wie donderdagavond behoefte had aan bezinning kon terecht in de grote zaal van Paradiso en zich laten meeslepen door de uitgesponnen instrumentale muziek van Godspeed You! Black Emperor. Wij hadden meer zin in beroering en kozen daarom voor het naprogramma in de kleine zaal waar de Amerikaanse band Algiers op bevlogen wijze gospel koppelde aan postpunk.

Het kwartet Algiers uit Atlanta, Georgia is een amalgama van radicale muzikale en politieke invloeden. De naam is geïnspireerd door de film The Battle Of Algiers (1966) over de onafhankelijkheidsstrijd in Algerije ten tijde van de Franse overheersing. De vele inspiratiebronnen van de band maken vrijwel allemaal hun opwachting in de videoclip bij de single Blood (*). Ook op het podium citeert zanger/gitarist Franklin James Fisher uit het roerige verleden, onder meer door zijn vuist omhoog te houden zoals medaillewinnaars Tommie Smith en John Carlos deden tijdens de Olympische Spelen van 1968 in Mexico. Meerdere keren zakt hij door zijn knieën om zijn gitaar te bespelen op dezelfde wijze als Jimi Hendrix.

Algiers met drummer Matt Tong, zanger Franklin James Fisher en gitarist Lee Tesche.

Fischer hoeft zijn instrument niet in de fik de steken om voor vuurwerk te zorgen. Als hij achter zijn elektronische piano vandaan komt springt en tolt hij wild over het podium. De zanger heeft gezien het huidige Amerikaanse politieke klimaat alle reden om zich druk te maken, zijn stem te verheffen en zijn woede publiekelijk te uiten. Het slavernijverleden echoot in het nummer Cleveland in de vorm van een slavenkoor dat als een spookverschijning uit de apparatuur van bassist Ryan Mahan opstijgt. Op de albums Algiers (2015) en The Underside Of Power (2017) mengt de band gospel met postpunk. De jaren tachtig overheersen in de elektronica van Mahan en de geprepareerde gitaar die Lee Tesche bespeelt met een ketting of drumstokken. De soul van Otis Redding en James Brown wordt omringd door industriële klanken uit de tijd van Einstürzende Neubauten en Throbbing Gristle.

Bands uit de jaren tachtig zoals Neubauten maakten indertijd een soundtrack die paste bij de gedachte dat er spoedig een einde zou komen aan de mensheid. Dat doemdenken is dankzij het oranje monster in het Witte Huis sterker dan ooit teruggekeerd. Algiers zal dat beamen, maar laat een nihilistische houding totaal achterwege. De strijdlust van Franklin James Fisher uit zich in zijn teksten, zijn bezeten manier van zingen en zijn vurige performance. Tot tweemaal toe springt hij het podium af om ons bijna letterlijk bij de schouders te pakken en door elkaar te schudden. Hij raast langs de toeschouwers en stoot ondergetekende welhaast ondersteboven. Je zou bijna denken dat hij nu al alles heeft gegeven, terwijl de Europese tournee van Algiers nog maar net is begonnen. Vanavond is het slechts een van de microfoons die het halverwege het optreden begeeft en weigert verder dienst te doen.

Algiers: bassist Ryan Mahan en Franklin James Fisher.

Op de cassette September 2017, die na afloop van het optreden gekocht kon worden, toont de band zich van een andere, veel meer ingetogen kant. De muzikanten zijn filmliefhebbers dus het zou me niet verbazen als we binnenkort speciaal gecomponeerde muziek van Algiers horen op de soundtrack van een nieuwe speelfilm.

(*) De fragmenten in de video bij Blood zijn zo kort dat je onmogelijk in één keer alle invloeden kunt herkennen. Dit zijn enkele van de gezichten die voorbijkomen: Nina Simone, Jimi Hendrix, Charles Mingus, Gil Scott-Heron, Public Enemy, MC5, Fela Kuti, Fugazi, John Lydon en Keith Levene van PIL, Massive Attack, Big Black, Rowland S. Howard in Der Himmel über Berlin, Sun Ra, Lydia Lunch, Einstürzende Neubauten, Andrej Tarkovski, Spike Lee, John Waters, Sergio Leone, Ennio Morricone (componist van onder andere The Battle Of Algiers) John Cassavetes, John Cage, The Clash, The Gun Club, The Birthday Party bij de VPRO, Suicide, Sonic Youth, Arto Lindsay met DNA, Philip Glass, Mike Watt plus vele zwarte activisten, intellectuelen en vrijheidsstrijders zoals Martin Luther King, James Baldwin en Nelson Mandela.

Southern Lord Europe Festival in de Melkweg Amsterdam (29 oktober 2017)

Over alles behalve design - di, 10/31/2017 - 22:05

Big Brave

De Europese tak van Southern Lord Records presenteerde zondag een dwarsdoorsnede van de catalogus met een eigen festival in de Melkweg. Het oorspronkelijk Amerikaanse label brengt meer dan louter metal uit zoals bleek uit het gevarieerde programma. De enige constante was het luide volume waarmee de bands hun muziek uitvoerden. Verspreid over de Melkweg adviseerden meerdere posters om toch vooral gehoorbescherming te gebruiken. Bij de afsluitende band kon het ook geen kwaad om het centrale zenuwstelsel te beschermen.

Sunn O))), Magma en Unsane waren op papier de grootste attracties op het festival van Southern Lord Europe. Deze drie bands stonden dan ook als laatste gepland. Het festival werd in de oude zaal van de Melkweg geopend door de Amsterdamse band Vitamin X. Binnen het half uurtje dat ze tot hun beschikking hadden werkten de muzikanten er een stuk of tien doorsnee hardcore punksongs doorheen, met vocalist Marko Korac en zijn karatetrappen als vrolijk middelpunt. Korac werd geflankeerd door twee hardrockgitaristen die naast riffs en solo’s ook geijkte rockposes ten beste gaven.

Het tempo van tweede band Big|Brave lag zo laag dat één nummer van Vitamin X moeiteloos binnen één maat van het Canadese trio paste. De trage riffs grepen terug op het massieve geluid van oude Swans aangevuld met de dreunende grondtonen van Sunn O))). De hoge kreten van gitarist en zangeres Robin Wattie worden in recensies met veel zangeressen vergeleken, maar deden mij nog het meeste denken aan Kazu Makino van Blonde Redhead. De lange nummers van Big|Brave bleven spannend vanwege de leegte die Wattie en tweede gitarist Mathieu Bernard Ball tussen de snaaraanslagen lieten hangen. De niet 100% geconcentreerde drummer Louis-Alexandre Beauregard sloeg zelden op meerdere drumonderdelen tegelijk. Zijn spel was zo spaarzaam dat je hem regelmatig meer zag tellen dan drummen.

Het festival van Southern Lord begon aan het eind van de middag. Helaas waren het restaurant en het café gesloten. Rond etenstijd was in de hele Melkweg niets eetbaars te vinden. Bezoekers moesten noodgedwongen het pand tijdelijk verlaten om ergens aan de Leidsestraat een eettent binnen te vallen voor de broodnodige snelle hap. Het rampzalige Okkultokrati gaf daar alle reden toe. Een fantasieloos drummer speelde tijdens uptempo nummers telkens hetzelfde saaie galopperende drumpatroon. Twee gitaristen verzopen in een rommelige mix waarin geluiden uit synthesizer en andere elektronica de overhand hadden. Na mijn uitstapje naar het Leidseplein kwam ik te laat terug om nog iets substantieels mee te pikken van de crust punkers Wolfbrigade.

Circle (bron: YouTube)

Een van de meeste geslaagde optredens tijdens het festival was zonder meer dat van het Finse gezelschap Circle. Hun muziek is sinds de oprichting in 1991 niet vast te pinnen op één genre of stijl. Zelf hoor ik het liefst hun uitgesponnen krautrock-escapades; de metal-uitstapjes kunnen me eerlijk gezegd gestolen worden. Live gooiden de Finnen al hun favoriete genres in een kokende pan en kwamen ook prog-rock, folkrock en avantrock voorbij. Het bandgeluid was heel vol, maar de geluidsman zorgde ervoor dat alle partijen van de drummer, bassist, toetsenist en drie gitaristen duidelijk van elkaar waren te onderscheiden.

Magere toetsenist Mika Rättö had in zijn bruine leren jack en lange spandex broek een centrale rol als paljas en kruising tussen Freddie Mercury en Raspoetin. Hij wisselde zijn spel af met ballethoudingen en amoureuze onderonsjes met beervormige bassist, oprichter en enige originele bandlid Jussi Lehtisalo. Rättö zat onhoorbaar heel enthousiast door de muziek heen te roepen en wanneer hij een nummer mocht aankondigen deed hij dat in onvertaald Fins. Meerdere keren laste hij fotomomenten in, onder meer door als een diplomaat langdurige een van zijn bandleden de hand te schudden en aan het eind van de show door de hele band uit te nodigen voor een tableau vivant. Alle tentoongespreide gekte op het podium stond een soepele uitvoering geenszins in de weg.

Magma

Muzikaal gezien was de stap van Circle naar Magma niet heel erg groot, maar de humor van Circle ontbrak volledig bij de klassiek getrainde drummer Christian Vander en zijn band. Het Franse Magma maakt sinds 1969 in wisselende bezettingen een onvergelijkbare vorm van symfonische rock met onder meer invloeden uit minimal music. Bij de complexe en zeer uitgebreide composities valt vooral het koorwerk van de zangers en zangeressen op. Zangeres Stella Vander vertelde voor aanvang van het optreden dat een deel van het instrumentarium ergens tussen Kopenhagen en Amsterdam was blijven steken. Dankzij medewerking van de Melkweg konden diverse onderdelen geleend worden van hoofdstedelijke muzikanten en hoefde het optreden niet afgelast te worden. De muzikanten hadden geen partituren nodig en speelden de snelle noten en maatwisselingen zonder probleem uit het hoofd. De harmonieën van de staccato gezongen partijen zorgden ervoor dat het koor groter klonk dan de drie mensen die het merendeel van de zang voor hun rekening namen. De geperfectioneerde uitvoering en de gefantaseerde taal afkomstig van de fictionele planeet Kobaïa maakten de lange nummers ietwat afstandelijk. Magma richt zich meer op het hoofd dan op het hart.

Unsane

De laatste keer dat ik Unsane op precies hetzelfde podium live zag spelen was in augustus 1996 toen het trio in het voorprogramma stond van Neurosis. Unsane maakt nog steeds onverminderd zware noiserock, opgehitst door de swingende ritmesectie van bassist Dave Curran en drummer Vincent Signorelli. Het is opgefokte grotestadsmuziek waar het bloed vanaf druipt. Gitarist Chris Spencer verpakt zijn woede en frustraties in nihilistische teksten. Om zijn stem te sparen wisselde hij de schreeuwvocalen af met Curran. De drums van Signorelli vormden zowel muzikaal als visueel het middelpunt. Hij hield in zijn machinale spel veel ruimte open voor de vlotte loopjes van de bassist. De resulterende zware groove was opbeurend genoeg om de sombere teksten te vergeten en niet depressief de zaal te verlaten.

Afsluiter Sunn O))) had een Mexicaanse muur aan versterkers achter zich opgesteld voor het opwekken van onderaards rumoer. Optredens van de band geven het gevoel dat je niet in een concertzaal staat maar in een reusachtige magnetron. Bij Sunn O))) ben je overgeleverd decibellen en het beest. Dat beest is de Hongaarse vocalist Attila Csihar. Hij werd in de Max omgeven door een helse oranje gloed en begon solo met duivels klinkend geprevel. Alleen tijdens de paar Engelse woorden die hij liet ontglippen leek hij op een parodie van Bela Lugosi. De decibellen volgden niet lang daarna, nadat vier mannen (onder wie Stephen O’Malley en Greg Anderson) in monnikspijen het podium op waren gestapt en met hun gitaren en analoge synthesizers een drone opwekten die het hele gebouw en alle vezels in het lichaam deden trillen.

Sunn O)))

Sunn O))) teisterde niet alleen de gehoororganen, maar haalde de toehoorders ook uit hun evenwicht. De gitaren daverden nog geen tien minuten toen een man voor me met een klap tegen de vlakte ging. Hij kwam gelukkig snel weer bij kennis en werd door een maatje van hem voor alle zekerheid naar een veiliger oord verplaatst. Meer slachtoffers heb ik niet geteld. De reus die schuin voor me op LSD stond te trippen – en menigmaal de zwaartekracht tartte door achterover te leunen en naar het plafond te staren – bleef wonderwel op beide platvoeten staan.

Voordat Attila Csihar terugkeerde in zijn wonderlijke zilverkleurige pak en de basnoten op hun luidst klonken, was er een moment van bezinning waarbij een van de toetsenisten op trombone zowaar een gevoelvolle jazzsolo speelde die als een lichtstraal de mist uiteen sneed. Zo werd Sunn O))) meer dan enkel een onaangenaam aanvoelende fysieke ervaring.

Loving Vincent (Dorota Kobiela & Hugh Welchman, 2017)

Over alles behalve design - vr, 10/27/2017 - 20:06

Het bijzondere project Loving Vincent is gemaakt met behulp van rotoscoop, olieverf en honderd schilders. Het werk van Vincent van Gogh komt in de film in beweging tijdens een zoektocht naar de omstandigheden rondom de dood van de schilder. Heeft hij daadwerkelijk zelfmoord gepleegd of is hij vermoord?

Loving Vincent is een Brits/Poolse coproductie met bijdragen van Ierse en Amerikaanse acteurs en actrices. Vincent van Gogh wordt door Poolse acteur Robert Gulaczyk gespeeld en het Franse personage Joseph Roulin (Chris O’Dowd) heeft een Iers accent. Vreemd genoeg heeft Roulins zoon Armand (Douglas Booth) een Londense tongval. Je zou verwachten dat Vincent van Gogh het hoofdpersonage is. In plaats daarvan staat Armand Roulin centraal en zijn reis om een brief van de overleden schilder te overhandigen aan diens broer Theo. Armand komt onderweg mensen tegen die ooit door Van Gogh zijn geportretteerd. Hun getuigenissen wakkeren bij de briefbezorger een theorie aan over een mogelijke moord. Hij raakt er steeds meer van overtuigd dat Van Gogh geen zelfmoord heeft gepleegd. Loving Vincent is daardoor meer een verkapt moordmysterie met Armand als amateurdetective dan een portret van een van de meest tot de verbeelding sprekende schilders uit de kunstgeschiedenis.

Loving Vincent (Douglas Booth als Armand Roulin)

De bewegende schilderijen dienen als decor voor flashbacks en lange dialogen. Vrijwel alles wat we te zien krijgen wordt vergezeld door een stem die vertelt wat we zien. Geen enkele flashback krijgt de kans om een eigen leven leiden. Door de tussenkomst en constante aanwezigheid van Armand Roulin blijft Vincent van Gogh op afstand en daarmee ook zijn dramatische laatste levensperiode. Armand loodst ons als een praatzieke gids langs de beroemde portretten en landschappen en heeft vaak ruzie met zijn gespreksgenoten. Zijn drankzucht en driftbuien maken verder geen heel erg boeiend personage van hem en zijn complottheorieën leiden de aandacht af van de kleurrijke kunstwerken.

De schilderijen komen in Loving Vincent tot leven, maar Vincent van Gogh zelf niet.

5/10

Mr. Horror’s Halloween Horror Show – een vooruitblik

Over alles behalve design - ma, 10/23/2017 - 21:01

Mr. Horror’s Halloween Horror Show is een nachtelijke horrormarathon die op zaterdag 28 oktober tientallen bioscopen in Nederland zal veranderen in een spookhuis. Veel horrorfanaten kijken vooral uit naar de première van Jigsaw. Met de gebroeders Spierig (Daybreakers, Predestination) achter de camera zou dat eindelijk een interessante toevoeging kunnen zijn aan de langlopende filmreeks Saw. Of wordt The Autopsy Of Jane Doe het hoogtepunt van de filmnacht? Hieronder is te lezen wat je zoal te wachten staat.

The Autopsy Of Jane Doe

The Autopsy Of Jane Doe

De beste van de vier films op Mr. Horror’s Halloween Horror Show is waarschijnlijk The Autopsy Of Jane Doe (André Øvredal, 2016). André Øvredals vorige film Troll Hunter was in 2011 een aangename genreverrassing in de Nederlandse bioscopen, dus de verwachtingen voor zijn eerste Amerikaanse speelfilm waren hoog. De regisseur blijkt ook binnen een afgesloten locatie goed uit de voeten te kunnen. Vanaf het moment dat het levenloze lichaam van een onbekende vrouw (Olwen Catherine Kelly) wordt binnengereden in Tilden Morgue & Crematorium komen we de werkplaats van lijkschouwer Tommy Tilden (Brian Cox) en zijn zoon Austin (Emile Hirsch) niet meer uit. Het is net na sluitingstijd en vader en zoon hebben al een zware werkdag achter de rug. Tijdens hun onderzoek naar de doodsoorzaak van Jane Doe openen ze een doos van Pandora die beter gesloten had kunnen blijven.

De autopsie in The Autopsy Of Jane Doe laat weinig aan de verbeelding over. De film heeft echter veel meer te bieden dan de inhoud van een opengesneden lichaam. De spanning wordt zorgvuldig opgebouwd, onder meer door de aanwezigheid van een radio in de autopsieruimte waarop een onverwachte storm wordt aangekondigd en onheilspellende liedjes worden gedraaid. Øvredals schuwt luide muziek niet om zijn kijkers te laten schrikken, maar hij weet ook dat een zacht rinkelend belletje voldoende is voor het creëren van ongemak in de filmzaal. Brian Cox en Emile Hirsch krijgen voldoende achtergrond mee om hun personages inhoud te geven. De bizarre autopsie op het mysterieuze lichaam brengt bij Tommy onverwerkte rouw en schuldgevoelens naar boven over de zelfgekozen dood van zijn echtgenote. Dat onderliggende menselijke drama, aangevuld met relativerende humor, geeft de aaneenschakeling van bloedige absurditeiten precies de juiste dosis diepgang.

It Stains The Sands Red

It Stains The Sands Red

Zombiefilm It Stains The Sands Red (Colin Minihan, 2016) is helaas slechts voor de helft geslaagd. Stripper Molly (Brittany Allen, ook te zien in Jigsaw) probeert met haar vriendje per auto een zombie-epidemie in Las Vegas te ontvluchten. Onderweg naar een klein vliegveld stranden ze in de woestijn. Molly moet in haar eentje te voet verder, op de hielen gezeten door zombie Smalls (Juan Riedinger). Het sensationele openingsshot, gefilmd boven brandend Vegas, staat in groot contrast met de minimalistische invulling van de rest van de film. Molly en haar levende dode stalker zijn lange tijd de enige twee personages in het verdorde landschap. De vrouw denkt dat ze het vliegveld lopend op haar hoge hakken kan bereiken dankzij voldoende water en een voorraadje cocaïne. Smalls strompelt achter haar aan en doet dat langzaam genoeg om op veilige afstand te blijven.

De relatie tussen Molly en haar hongerige achtervolger maakt van It Stains The Sands Red heel even een horrorkomedie over vrouwen en hun relatie met carrièremannen die zich als roofdier gedragen, wat heel actueel is gezien de affaire Weinstein. De film stelt de vraag of dit soort roofdieren nog te temmen zijn. Molly gebruikt haar vrouwelijkheid als wapen met op zijn minst één onsmakelijke grap als doeltreffend resultaat. Na een zandstorm is het beste deel van de film voorbij. Een nare verkrachtingsscène laat er geen twijfel over bestaan dat It Stains The Sands Red niet langer meer een horrorkomedie is. Het script neemt een moralistische houding ten opzichte van Molly; het hoofdpersonage wordt gestraft omdat ze een slechte moeder is geweest. Ze moet het gevecht met andere zombies aangaan om te bewijzen dat ze wel degelijk geeft om het kind dat ze ooit aan pleegouders heeft afgestaan.

De tweede helft van It Stains The Sands Red biedt niets dat al eerder en beter is uitgewerkt in de overdosis aan zombiefilms die de laatste jaren over ons zijn uitgestort. De kwaliteit van het acteerwerk van de bijrolspelers laat te wensen over. Brittany Allen ontmoet naast zombies nogal wat mannelijke tegenspelers die duidelijk moeite hebben om zich in hun korte rol in te leven en dat euvel compenseren door flink te schmieren.

Als ik me niet vergis loopt Molly op een gegeven moment in een buitenwijk door de straat waar FBI-agent Dale Cooper/Dougie Jones in Twin Peaks: The Return een tijdje achter een rode deur heeft gewoond met zijn vrouw Janey-E. Het feit dat ik naar een rode deur zat te speuren zegt genoeg over mijn afgenomen interesse in het lot van Molly.

Don’t Hang Up

Don’t Hang Up

De internetthriller Don’t Hang Up (Damien Macé & Alexis Wajsbrot, 2016) is de minst geslaagde film van de vier die tijdens Mr. Horror’s Halloween Horror Show draaien. Vriende Sam (Gregg Sulkin) en Grady (Garrett Clayton) pesten via de telefoon willekeurige vreemdelingen en leggen hun kwajongensstreken vast op filmpjes die ze verspreiden via vlogs. Ze gaan daarbij heel ver en tonen geen enkel medeleven met hun slachtoffers. Nog voordat de openingstitels zijn gepasseerd heeft ieder weldenkend mens al een bloedhekel aan deze zelfgenoegzame jongens. Gelukkig worden ze flink gestraft als op een avond de rollen worden omgedraaid en ze zelf het slachtoffer zijn van een ongewenste beller.

Net als in The Autopsy Of Jane Doe en het meest geslaagde deel van It Stains The Sands Red speelt Don’t Hang Up zich voornamelijk af op één locatie, in dit geval in en om het huis van Sam. De claustrofobische sfeer werkt in het voordeel van de film. Het camerawerk van Nat Hill is heel beweeglijk en verraadt zijn achtergrond als filmer van videoclips en muziekprogramma’s. Dankzij digitale trucages maakt de camera wendingen door de woning die in werkelijkheid onmogelijk zijn. Te zien is hoe de lens in een vloeiende beweging met groot gemak door meerdere sleutelgaten zweeft. Het is een trucje dat regisseur David Fincher al in 2002 heeft geperfectioneerd in Panic Room.

Don’t Hang Up heeft geen verrassingen in petto. De makers jatten vrijelijk uit onder meer When A Stranger Calls (1979), Scream (1996) en Saw (2004). Nog erger dan de schreeuwende en hyperventilerende hoofdpersonages zijn de muziek en de geluidseffecten. De film probeert de kijkers aan het schrikken te krijgen met de soundtrack op 11. Elk schrikmoment gaat gepaard met een beukend orkest en zelfs een lamp die aan of uit gaat wordt geaccentueerd met een paukenslag. Dat gaat heel snel irriteren. De manier waarop de jongens met hun belager in aanraking komen roept veel vragen op, want hoe is het mogelijk dat zij hem tijdens hun plaagsessie toevallig bellen terwijl hij zijn wraak op hen aan het voorbereiden is? De anonieme man heeft onmenselijk veel verstand van techniek en bedient elektrische apparatuur met telekinetische precisie. Misschien is het de bedoeling dat de belager meer een duivelse verschijning is dan een personage van vlees en bloed.

The Autopsy Of Jane Doe 8/10 | It Stains The Sands Red 5/10 | Don’t Hang Up 3/10

Meer informatie over Mr. Horror’s Halloween Horror Show vind je op de speciale website.

Good Time (Benny & Josh Safdie, 2017)

Over alles behalve design - di, 10/17/2017 - 12:36

Hoofdpersonages in speelfilms van de regisserende broers Benny en Josh Safdie zijn onrustige stadsbewoners die voornamelijk op straat leven, zoals de labiele vader Lenny in Go Get Some Rosemary (2009) en de verslaafde Harley die in Heaven Knows What (2014) op zoek is naar liefde en heroïne. De eerste twee films zijn geschoten in een documentaire stijl, uit de hand gefilmd met een camera die als een fly on the wall aanwezig is. De derde speelfilm Good Time is de eerste genrefilm van de broers. Het is ook de eerste keer dat ze werken met bekende Hollywoodsterren en een film hebben gedraaid in het brede Cinemascopeformaat. Benny en Josh tillen hun werk met Good Time naar een hoger plan.

Good Time begint met een vliegende camera die waarschijnlijk aan een drone is gemonteerd. We vliegen in volle vaart op de grote stad af waar het verhaal zich de komende 24 uur zal afspelen. De documentaire stijl begint pas in het volgende shot: een close-up van de verstandelijk gehandicapte Nick (Benny Safdie). De psychologische test die hij moet doen van een vriendelijke therapeut (Peter Verby) doet denken aan de opening van Blade Runner (1982) (*). Met die associatie in het achterhoofd weet je dat het alleen maar mis kan gaan en dat gebeurt ook wanneer Nicks broer Connie (Robert Pattinson) onuitgenodigd binnen komt lopen en Nick weghaalt uit de kliniek. Connie heeft onconventionele oplossingen om zijn hulpbehoevende broer te ondersteunen. In de volgende scène beroven ze gezamenlijk een bank.

Good Time (Benny Safdie & Robert Pattinson)

De aanwezigheid van een grote ster als Pattinson is nieuw in een film van Benny en Josh Safdie. In de eerdere films maakten ze gebruik van minder bekende acteurs en van de straat geplukte amateurs. Arielle Holmes was zelf een drugsverslaafde voordat ze als actrice debuteerde en een versie van zichzelf speelde in Heaven Knows What. Professionele acteurs delen in Good Time scènes met mensen die voor een deel op straat zijn gecast. Een van de andere bekende namen is Jennifer Jason Leigh in de rol van Corey, de vriendin van Connie. Leighs ingestudeerde acteerstijl wijkt nogal af van documentair aanvoelende, ongeschoolde manier van acteren door de meeste andere acteurs.

De gebroeders Safdie filmen nog steeds grotendeels uit de hand. De onrustige camera zit dicht op de huid en geeft niemand de tijd om op adem te komen. Onnatuurlijk licht zorgt ervoor dat de film meer gestileerd is dan de eerste twee speelfilms. Het merendeel van de gebeurtenissen speelt zich ’s avonds af; vaak zorgen televisieschermen, mobiele telefoons en neonlampen voor de enige belichting. De elektronische soundtrack van Oneohtrix Point Never is een extra manier om de realiteit te vertekenen. Niet eerder gaven de broers zo veel ruimte aan filmmuziek. De synthesizers en sequencerpatronen zijn geïnspireerd door het Duitse elektronische collectief Tangerine Dream dat zelf ook meerdere soundtracks op hun naam heeft staan, waaronder Sorcerer (1977), Thief (1981) en Firestarter (1984). Als er geen mobiele telefoons in beeld waren geweest zou je mede door de muziek denken dat de film zich afspeelt eind jaren zeventig of begin jaren tachtig.

Good Time (Benny Safdie)

Good Time is in de eerste plaats een spannende misdaadfilm over een kruimeldief op de vlucht en pas in de tweede plaats een documentair portret van een outcast. Meer dan in eerdere films van Benny en Josh Safdie ligt de nadruk voor een groot deel op plotwendingen. Maatschappelijke problemen spelen slechts ver op de achtergrond een rol. Good Time is geen protestfilm met een nobele antiheld in de hoofdrol zoals in het oeuvre van Ken Loach. Connie werkt zich te veel door eigen toedoen in de nesten om in hem een slachtoffer te willen zien van sociale ongelijkheid. Het enige echte slachtoffer is zijn broer. Benny Safdie komt in de rol van Rick veel minder in beeld dan Robert Pattinson, maar de acterende regisseur heeft slechts een paar minuten nodig om ervoor te zorgen dat we zijn gezicht de rest van de film niet meer te vergeten. Hij is het hart van de film.

Good Time is rauw en onsentimenteel. Het is de meeste commerciële film tot nu toe in de carrière van de twee regisserende broers, maar er zeker geen sprake van uitverkoop.

9/10

(*) Er zijn meer mogelijke verwijzingen naar Blade Runner: de elektronische soundtrack, een openingsshot vanuit de lucht, een achtervolging waarbij iemand dwars door glas rent, Robert Pattinson geeft zijn haar dezelfde witte kleur als Rutger Hauers personage Roy Batty, de automatons in het pretpark doen denken aan de bewegende poppen van J.F. Sebastian en een van de personages heeft het over iemand die Blade heet. Inhoudelijk vertonen Good Time en Blade Runner verder geen overeenkomsten, maar als de verwijzingen bewust zijn, dan zegt dat iets over de ambities van de gebroeders Safdie en de afstand die ze willen nemen van het realisme in hun vorige werk.

Abonneren op www.designrocks.nl aggregator