Over alles behalve design

Abonneren op feed Over alles behalve design
arthouse, classics, cult, Hollywood, music
Bijgewerkt: 29 min 31 sec geleden

Good Time (Benny & Josh Safdie, 2017)

10 uur 5 min geleden

Hoofdpersonages in speelfilms van de regisserende broers Benny en Josh Safdie zijn onrustige stadsbewoners die voornamelijk op straat leven, zoals de labiele vader Lenny in Go Get Some Rosemary (2009) en de verslaafde Harley die in Heaven Knows What (2014) op zoek is naar liefde en heroïne. De eerste twee films zijn geschoten in een documentaire stijl, uit de hand gefilmd met een camera die als een fly on the wall aanwezig is. De derde speelfilm Good Time is de eerste genrefilm van de broers. Het is ook de eerste keer dat ze werken met bekende Hollywoodsterren en een film hebben gedraaid in het brede Cinemascopeformaat. Benny en Josh tillen hun werk met Good Time naar een hoger plan.

Good Time begint met een vliegende camera die waarschijnlijk aan een drone is gemonteerd. We vliegen in volle vaart op de grote stad af waar het verhaal zich de komende 24 uur zal afspelen. De documentaire stijl begint pas in het volgende shot: een close-up van de verstandelijk gehandicapte Nick (Benny Safdie). De psychologische test die hij moet doen van een vriendelijke therapeut (Peter Verby) doet denken aan de opening van Blade Runner (1982) (*). Met die associatie in het achterhoofd weet je dat het alleen maar mis kan gaan en dat gebeurt ook wanneer Nicks broer Connie (Robert Pattinson) onuitgenodigd binnen komt lopen en Nick weghaalt uit de kliniek. Connie heeft onconventionele oplossingen om zijn hulpbehoevende broer te ondersteunen. In de volgende scène beroven ze gezamenlijk een bank.

Good Time (Benny Safdie & Robert Pattinson)

De aanwezigheid van een grote ster als Pattinson is nieuw in een film van Benny en Josh Safdie. In de eerdere films maakten ze gebruik van minder bekende acteurs en van de straat geplukte amateurs. Arielle Holmes was zelf een drugsverslaafde voordat ze als actrice debuteerde en een versie van zichzelf speelde in Heaven Knows What. Professionele acteurs delen in Good Time scènes met mensen die voor een deel op straat zijn gecast. Een van de andere bekende namen is Jennifer Jason Leigh in de rol van Corey, de vriendin van Connie. Leighs ingestudeerde acteerstijl wijkt nogal af van documentair aanvoelende, ongeschoolde manier van acteren door de meeste andere acteurs.

De gebroeders Safdie filmen nog steeds grotendeels uit de hand. De onrustige camera zit dicht op de huid en geeft niemand de tijd om op adem te komen. Onnatuurlijk licht zorgt ervoor dat de film meer gestileerd is dan de eerste twee speelfilms. Het merendeel van de gebeurtenissen speelt zich ’s avonds af; vaak zorgen televisieschermen, mobiele telefoons en neonlampen voor de enige belichting. De elektronische soundtrack van Oneohtrix Point Never is een extra manier om de realiteit te vertekenen. Niet eerder gaven de broers zo veel ruimte aan filmmuziek. De synthesizers en sequencerpatronen zijn geïnspireerd door het Duitse elektronische collectief Tangerine Dream dat zelf ook meerdere soundtracks op hun naam heeft staan, waaronder Sorcerer (1977), Thief (1981) en Firestarter (1984). Als er geen mobiele telefoons in beeld waren geweest zou je mede door de muziek denken dat de film zich afspeelt eind jaren zeventig of begin jaren tachtig.

Good Time (Benny Safdie)

Good Time is in de eerste plaats een spannende misdaadfilm over een kruimeldief op de vlucht en pas in de tweede plaats een documentair portret van een outcast. Meer dan in eerdere films van Benny en Josh Safdie ligt de nadruk voor een groot deel op plotwendingen. Maatschappelijke problemen spelen slechts ver op de achtergrond een rol. Good Time is geen protestfilm met een nobele antiheld in de hoofdrol zoals in het oeuvre van Ken Loach. Connie werkt zich te veel door eigen toedoen in de nesten om in hem een slachtoffer te willen zien van sociale ongelijkheid. Het enige echte slachtoffer is zijn broer. Benny Safdie komt in de rol van Rick veel minder in beeld dan Robert Pattinson, maar de acterende regisseur heeft slechts een paar minuten nodig om ervoor te zorgen dat we zijn gezicht de rest van de film niet meer te vergeten. Hij is het hart van de film.

Good Time is rauw en onsentimenteel. Het is de meeste commerciële film tot nu toe in de carrière van de twee regisserende broers, maar er zeker geen sprake van uitverkoop.

9/10

(*) Er zijn meer mogelijke verwijzingen naar Blade Runner: de elektronische soundtrack, een openingsshot vanuit de lucht, een achtervolging waarbij iemand dwars door glas rent, Robert Pattinson geeft zijn haar dezelfde witte kleur als Rutger Hauers personage Roy Batty, de automatons in het pretpark doen denken aan de bewegende poppen van J.F. Sebastian en een van de personages heeft het over iemand die Blade heet. Inhoudelijk vertonen Good Time en Blade Runner verder geen overeenkomsten, maar als de verwijzingen bewust zijn, dan zegt dat iets over de ambities van de gebroeders Safdie en de afstand die ze willen nemen van het realisme in hun vorige werk.

mother! (Darren Aronofsky, 2017)

za, 09/23/2017 - 14:03

Darren Aronofsky schrijft de titel mother! met een uitroepteken en filmt ook met uitroeptekens. Hij heeft de overdrijving tot hoogste kunstvorm verheven. De regisseur wil mensen met zijn film overdonderen en een boodschap overbrengen die net als The Fountain (2006) is vergeven van Bijbelse symboliek. Kijkers met basiskennis van het boek der boeken zullen in mother! vrij snel een allegorie herkennen en vervolgens niet meer van die gedachte los kunnen komen.

[spoilers!]
Een jonge vrouw (Jennifer Lawrence) woont met haar oudere echtgenoot (Javier Bardem) in een afgelegen huis dat uit de as is herrezen. De vrouw en de man hebben geen naam. Zij voorziet de muren van een kleurtje en hij wacht op inspiratie voor een nieuw gedicht. Zij decoreert en hij schept. Het is vanaf de digitale trucage aan het begin van mother! direct duidelijk dat het huis geen echt huis is en dat beide personages een symbolische functie vervullen. De man wordt in de aftiteling aangeduid als Him (met een goddelijke hoofdletter) en is niet zomaar een schepper maar dé Schepper. De rol van de vrouw is minder duidelijk. Volgens een zeer lezenswaardige analyse van Tim Bouwhuis vertegenwoordigt zij Moeder Natuur. Ze verft de muren met aardse kleuren.

De rust in het idyllische verblijf wordt verstoord door de komst van een naamloze man (Ed Harris) en zijn naamloze echtgenote (Michelle Pfeiffer). De dichter nodigt hen uit en biedt een logeerplek aan ondanks hun onbeschofte gedrag. Zijn vrouw heeft niets in te brengen. Ze mag met toenemende wanhoop toezien hoe de komst van de mensen het begin is van het einde. Haar huis (de wereld) zal onherroepelijk door de mensheid worden vernietigd.

mother! (Javier Bardem)

De Bijbelse symboliek ligt voor het oprapen en de verwijzingen kunnen tijdens het kijken aangevinkt of doorgekrast worden op de Bijbelbingokaart. De twee gasten komen uit het (verloren) Paradijs waar het huis door is omringd. Ze vertegenwoordigen met hun slechte gewoontes (roken, drinken, etc.) de zondige Adam en Eva. De ellende begint pas goed wanneer de twee zoons van de man en de vrouw arriveren en de ene zoon de hersens van de ander inslaat (op de Bijbelbingokaart te vinden onder het kopje Kaïn en Abel). Een herdenkingsdienst met toegestroomde vrienden en familie dreigt uit te lopen op Sodom en Gomorra. Een kikkerplaag blijft het gezelschap bespaard, maar er springt wel een verdwaalde pad rond in de kelder. Als de Messias eindelijk is geboren wordt zijn lichaam al opgegeten voordat hij zelf in staat is een symbool te bedenken voor het offer dat hij voor ons zal brengen.

De Bijbelvergelijkingen liggen er heel dik bovenop. Darren Aronofsky legt de woorden Paradijs en Apocalyps letterlijk in de mond van Jennifer Lawrence. Om een of andere reden laat de ondertiteling die twee woorden onvertaald. De regisseur heeft een sombere visie op de relatie tussen God en de mens – het bestaan is een oneindige loop waarbij na de totale vernietiging een nieuwe ronde volgt die opnieuw leidt tot destructie. De aanstaande moeder is de enige met gezond verstand maar zonder overredingskracht om de vicieuze cirkel te doorbreken.

De twee hoofdpersonages zijn gebonden aan de restricties die de allegorie met zich meebrengt – ze zijn geen echte mensen, dus ze handelen ook niet als mensen. Een verstandig mens zou de overlast veroorzakende gasten vrij snel de deur uitzetten. De man doet dat echter niet en is volledig doof voor de protesten van zijn vrouw. Hij is ziekelijk vergevingsgezind en zij is niet in staat hem op andere gedachten te brengen. De God in mother! is geen snuggere God. Hij laat de situatie keer op keer escaleren. De enige reden die ik kan bedenken waarom hij de mensen in het huis tolereert is omdat hij zonder hen geen bestaansrecht heeft. Zijn gedrag en haar toenemende wanhoop beginnen op den duur aardig te irriteren.

mother! (Javier Bardem & Jennifer Lawrence)

Als mother! geen allegorie was geweest had de vrouw allang haar biezen gepakt en de man en zijn onverstandige keuzes de rug hebben toegekeerd. Maar mother! is wel een allegorie en dus moeten we een hele film toekijken hoe de vrouw het onderspit delft. De vrouw is ondergeschikt in het verhaal. Haar ultieme taak is het baren van de Messias. Niet voor niets is baby haar eerste en laatste woord.

Zoals gebruikelijk neemt Aronofsky zichzelf heel erg serieus en is er ook in zijn zevende speelfilm geen enkele ruimte voor enige relativering. Hij is net zo koppig als het mannelijke hoofdpersonage. De ergernis over het domme gedrag van de man en de ondergeschikte positie van de vrouw wordt gedeeltelijk weggenomen door de spectaculaire wijze waarop het huis dient als decor voor de totale ondergang van de wereld. De Apocalyps speelt zich binnenshuis af op de vierkante meter en met een op hol geslagen verteltijd. Technisch gezien valt er weinig op de film aan te merken.

6/10

City Of Ghosts (Matthew Heineman, 2017)

wo, 09/20/2017 - 13:47

De documentaire City Of Ghosts volgt enkele burgerjournalisten van het collectief Raqqa Is Being Slaughtered Silently. Met gevaar voor eigen leven verzamelen en verspreiden zij nieuws over de gruweldaden van IS in hun geboortestad Raqqa. De film is een verslag van de strijd tussen feiten en nepnieuws.

Het journalistencollectief Raqqa Is Being Slaughtered Silently (RBSS) is spontaan ontstaan nadat IS in april 2014 de Syrische stad Raqqa veroverde en uitriep tot hun hoofdstad. RBSS-woordvoerder Aziz en zijn vrienden hebben geen journalistieke achtergrond en waren helemaal niet van plan om journalist te worden. Dat veranderde toen ze met hun telefoons illegaal de wreedheden van de terroristische organisatie filmden. Ze verspreidden hun filmpjes via sociale media om de rest van de wereld het ware gezicht van IS te tonen.

RBSS groeide uit tot de enige onafhankelijke nieuwsbron die vanuit de bezette stad de wereld kon laten zien hoe de bevolking hardhandig werd onderdrukt. IS had geen behoefte aan negatieve publiciteit en ging op jacht naar de journalisten. Aziz, Hamoud, Mohamad en nog enkele andere leden van RBSS waren hun leven niet meer zeker en vluchtten naar Duitsland. Daar zetten ze hun werk voort op tijdelijke onderduikadressen.

Mohamad aan het werk op een schuiladres in City Of Ghosts

In de documentaire City Of Ghosts staat de professioneel ogende propagandamachine van IS tegenover de mobieltjes en laptops van een paar dappere mannen die in de tegenaanval zijn gegaan. Illegaal vastgelegde beelden uit de stad worden in de documentaire afgewisseld met opnamen in geheime Duitse locaties waar de mannen van RBSS telefoontjes en e-mails met bijlagen van hun vrijwillige correspondenten uit Raqqa ontvangen en het materiaal omzetten in nieuwsberichten. De spanning is van de gezichten van de journalisten af te lezen, want er staat een prijs op hun hoofd.

De propagandafilms van IS zien eruit als gelikte trailers voor Hollywood-oorlogsfilms en gewelddadige computerspelletjes. Ceremonieel uitgevoerde executies zijn volledig geregisseerd en voorzien van dreigende muziek. De journalisten van RBSS zetten daar onopgesmukte verslagen tegenover. Documentairemaker Matthew Heineman gebruikt een mix van beide methodes om het verhaal over RBSS te vertellen. Zijn cinéma vérité is gefilmd in breed bioscoopformaat en ook alle ruwe opnamen uit Raqqa worden tot dit formaat opgeblazen. De werkelijkheid lijkt te worden omgezet in een speelfilm, maar dat is niet de opzet. Het brede formaat heeft als voordeel dat de ergste wreedheden niet voluit getoond hoeven te worden en buiten het kader vallen. De eerste schokkende executie op een plein is daarvan een goed voorbeeld. We zien de slachtoffers, maar de inslag van de kogels blijft buiten beeld. De dramatische muziek die Heineman veelvuldig gebruikt had voor mij niet gehoeven. Wat we in de kleine kamers zien is van zichzelf al dramatisch genoeg en hoeft niet met subjectieve muziek benadrukt te worden.

RBSS-woordvoerder Aziz in City Of Ghosts

City Of Ghosts heeft de titel van een horrorfilm. Wat we te zien krijgen is vooral psychologische horror. Heineman is terughoudend als het gaat om het tonen van geweld. Hij richt zijn camera voornamelijk op de gezichten van de gevluchte Raqqa-leden en laat zien hoe het mensen vergaat die zich constant opgejaagd voelen. De vluchtelingen hebben niet alleen te maken met de kans dat een IS-aanhanger hen ombrengt maar worden in Duitsland ook geconfronteerd met grimmige straatprotesten van extreemrechtse groeperingen. Die protesten maken gebruik van een retoriek die nauwelijks verschilt met de retoriek van de extremisten in Raqqa.

7/10

Darth Faber Fest @ dB’s, Utrecht (16 september 2017)

zo, 09/17/2017 - 22:00

Darth Faber gaat vaak naar concerten en doet daarvan verslag op zijn weblog. Zaterdag organiseerde hij in het Utrechtse dB’s een eigen festival met een Friese invalshoek en een aantrekkelijke combinatie van oudgedienden en iets jonger talent. Klinkende namen als It Dockumer Lokaeltsje en The Ex waren voldoende om de avond volledig uit te verkopen.

De eerste helft van het festival Darth Faber stond in het teken van uitgedokterde gekte. Openingsact Bonne Aparte voegde daar een overdosis noise aan toe. De bandleden komen uit Friesland en Groningen en hebben Rotterdam als uitvalsbasis. Volgens mijn concertenoverzicht heb ik ze slechts één keer eerder gezien, 2007 in Paradiso als voorprogramma van Shellac. Bonne Aparte lijkt in de tussentijd niet heel erg productief te zijn geweest. Het enige album stamt uit 2008 en pas vorig jaar verscheen de nieuwe single Scum Party. Zaterdag bleek de band na tien jaar niets aan intensiteit te hebben ingeboet.

Bonne Aparte

De muziek van Bonne Aparte doet een beetje denken aan De Staat, maar dan wel als De Staat op het podium in brand gezet is en er pas geblust gaat worden nadat de volledige setlist is afgewerkt. De invloeden van Amerikaanse noise van bijvoorbeeld bands op Skin Graft Records zijn ook traceerbaar. De veelal korte nummers worden tot de nok toe gevuld met het ritmische lawaai dat de drie gitaristen maken. Het is muziek die je vooral fysiek ervaart. Zanger/gitarist Gerrit van der Scheer ging zo tekeer op het podium dat zijn microfoon het meerdere keren begaf. De band bleef gewoon doorspelen, zich niets aantrekkend van de opgelopen averij. Zelfs toen gebroken snaren over het podium gesleept werden klonk de band nog steeds solide. Bij het laatste nummer kwamen The Butthole Surfers nog even om de hoek kijken vanwege de vervormde zangpartijen die tezamen met toenemende feedback een orkaan vormden en onverminderd in een loop bleven ronddraaien, ook toen er niemand meer op het podium stond. Alleen de drummer was achterbleven om de ritmische kakofonie bij elkaar te houden door zo hard mogelijk primitieve harde klappen uit te delen op bekkens en hihat.

Tweede act It Dockumer Lokaeltsje had zich op de zaalvloer opgesteld. Het duurde even voordat de zanginstallatie werkte en dus doodde bassist/zanger Peter Sijbenga de tijd door mee te spelen met de eerste paar nummers van het debuutalbum van Devo die als pauzemuziek te horen waren. Het Friese trio is weer helemaal terug na hun VPRO-hit Klunen In De Dunen uit 1987. Het nummer was indertijd ook te horen bij de BBC in de radioshow van John Peel. De band speelt Klunen In De Dunen niet meer sinds de hernieuwde samenwerking in 2014. In plaats daarvan kwamen in dB’s een flink aantal nummers voorbij van het nieuwe album dat binnenkort verschijnt bij Makkum Records.

It Dockumer Lokaeltsje

It Dockumer Lokaeltsje speelt hectische postpunk met tegendraadse wendingen en constant struikelende ritmes. Het trio propt veel ideeën binnen compacte nummers. De zwaarder geworden muzikanten voerden het repertoire zaterdag op vederlichte wijze en in rap tempo uit alsof het hen geen enkele moeite kostte. DAF-cover Der Räuber und der Prinz vormde ergens halverwege het optreden een rustpunt voor band en publiek. Daarna ging het volle, No Means No-achtige basgeluid van vrolijke gangmaker Sijbenga weer de strijd aan met de scherp afgestelde, schrapende gitaarpartijen van de beweeglijke Sytze van Essen. Drummer Fritz de Jong hield zijn hoofd koel achter een laag minidrumstel met hoge bekkens.

Na de vele maatwisselingen bij It Dockumer Lokaeltsje was het even wennen aan de eenvoudige vierkwartsmaten van The Homesick. Het trio uit Dokkum was de jongste band van de avond. The Homesick verovert gestaag de wereld met echoënde gitaren en een volle ritmesectie waarin de jaren tachtig doorklinken, zowel vroege new wave als de latere Madchester-sound. Tijdens de uitgebreide soundcheck werd toegewerkt naar een stadiongeluid dat past bij de ambities van de drie leden, maar iets minder goed uitpakte in de intieme popzaal.

The Homesick

The Ex is sinds de komst van zanger/gitarist Arnold de Boer Fries genoeg om de Friese avond in dB’s te mogen afsluiten. Twee maanden geleden trok de band veel belangstelling toen in de Amsterdamse zaal OT301 de nieuwe set voor het eerst aan het publiek werd gepresenteerd. Mensen kwamen uit het hele land en hadden er soms vele uren reistijd voor over om te horen welke richting de muziek deze keer op zou gaan. In Utrecht hoorden we dat de nieuwe nummers binnen korte tijd verder waren aangescherpt. Nummers waarbij de muzikanten in OT301 nog enigszins zoekende waren hadden hun definitieve basisvorm gekregen. Soon All Cities, met afterbeat en melancholisch gitaarthema, was wederom de officiële afsluiter voordat oudje Maybe I Was The Pilot als toegift werd gespeeld.

Het was opvallend hoe The Ex het publiek aan het dansen kreeg met volledig nieuw songmateriaal. Dat zie ik andere Nederlandse bands niet zo snel voor elkaar krijgen. Drumster Kat, die binnenkort naar Duitsland gaat verhuizen, is de onmisbare drijvende kracht met haar doorlopende roffels zonder enige hapering, met meer toms dan hithat en goed getimede rake klappen op een koebel. Zelfs een zevenachtstemaat, waarvan ik het beginpunt maar niet kon ontdekken, hield de toehoorders in beweging.

Vrijdag 20 oktober zijn The Homesick, It Dockumer Lokaeltsje en The Ex te zien in Worm, Rotterdam.

Una Mujer Fantástica (Sebastián Lelio, 2017)

di, 09/12/2017 - 13:12

 

Transseksueel Marina zien we in Una Mujer Fantástica voor het eerst als zangeres in een nachtclub. Aan het eind van de film zingt ze met orkest op het podium van een concertzaal. Tussen die twee momenten is ze definitief een ander mens geworden en heeft ze afscheid genomen van de man in haar leven. Die man is zowel haar veel oudere vriend Orlando als de man die ze zelf is geweest.

Una Mujer Fantástica begint bij Orlando (Francisco Reyes). De grijzende man rust uit in een sauna. Hij ligt bewegingsloos bij te komen en even lijkt het alsof hij is opgebaard. Het vertraagde beeld en de extreme kleuren geven de scène een onwerkelijke sfeer, alsof we ons in een magische tussenwereld bevinden. Niet veel later, na het vieren van de verjaardag van vriendin Marina (Daniela Vega) en een vrijpartij in het appartement dat hij sinds kort met haar deelt, zal Orlando daadwerkelijk overlijden. Marina staat er plotseling helemaal alleen voor tegenover een buitenwereld die haar transseksualiteit helemaal niet of slechts met grote moeite accepteert.

Una Mujer Fantástica is geen thriller, maar heeft wel de sfeer van een thriller. Marina wordt door Orlando’s familie en de autoriteiten behandeld alsof ze een misdaad heeft begaan. De maatschappij in het algemeen, en de Chileense in het bijzonder, heeft nog steeds moeite om mensen als Marina te accepteren en dat zal ze weten ook. Ze zal moeten vechten om te zijn wie ze is en om het recht op een gelijkwaardige behandeling. Een van de thrillerelementen is de geheimzinnige sleutel die Marina vindt tussen de spullen van Orlando en die haar uiteindelijk leidt naar een kluisje in de sauna waar het verhaal begon.

Una Mujer Fantástica (Daniela Vega & Francisco Reyes)

De film verplaatst zich meerdere keren buiten de werkelijkheid als een geest die buiten zijn lichaam treedt. Twee opvallende surrealistische momenten zijn de extreme tegenwind waarmee Marina wandelend op straat plotseling mee wordt geconfronteerd en de dans in de disco die overgaat in een gechoreografeerde collectieve dans. Actrice Daniela Vega doorbreekt meermaals de vierde muur door met intense blik recht in de camera te kijken. Ze ziet Orlando op onverwachte momenten terugkeren als een spookverschijning en als een herinnering die langzaam verdwijnt.

Orlando heeft vooral een symbolische functie in Una Mujer Fantástica. Hij zal ongetwijfeld vernoemd zijn naar het boek van Virginia Woolf uit 1928 en de verfilming van Sally Potter uit 1992 waarin het hoofdpersonage op magische wijze van sekse verandert. Francisco Reyes’ Orlando staat symbool voor de laatste fase in Marina’s transformatie van man naar vrouw. Daarom begint de film bij hem en niet bij het titelpersonage. Pas als het mannenlichaam voorgoed is verdwenen kan Marina volledig de vrouw zijn die ze altijd al is geweest. Daarom is het zo belangrijk dat ze de laatste persoon is die Orlando de crematieoven in ziet gaan.

9/10

The Dwarfs Of East Agouza live @ OCCII (4 september 2017)

wo, 09/06/2017 - 22:33

The Dwarfs of East Agouza

De Amsterdamse concertzaal OCCII viert deze maand het 25-jarig bestaan met een extra speciale programmering. Afgelopen maandag organiseerde kunstinitiatief Haperende Mens een programma met vier muzikale acts. De avond had een lange aanloop nodig voordat het hoogtepunt The Dwarfs Of East Agouza het podium betrad.

Bij binnenkomst zagen we maandagavond in OCCII nog net hoe Gert-Jan Prins een bekken tegen de vlakte sloeg. Daar bleef het de rest van het optreden levenloos en ongebruikt liggen. De muzikant zat prominent vooraan op het podium achter zijn drumstel, met kinderlijk plezier primitieve partijen meppend. Soms sloeg hij met één stok tegelijk op snaredrum en hihat. Hij werd ondersteund door de sonische gitaarsculpturen van kunstenaar Joan van Barneveld. De gitarist zat half verborgen links achter Prins en werd daar volledig in beslag genomen door de noise-erupties die uit zijn gitaarversterker ontsnapten. Een danseres nam het grootste deel van de zaalvloer in beslag waar ze soepel bewegend structuur probeerde te ontdekken in het spontane lawaai dat Prins en Barneveld voortbrachten. Tijdens het optreden werd meer iets afgebroken dan opgebouwd en waarschijnlijk was dat exact de bedoeling.

De geluiden van tweede act Ōgon Batto uit Antwerpen kwamen voornamelijk uit een laptop die verborgen bleef achter een fluorescerende kofferdeksel. Batto gebruikte hedendaagse technieken om een geluid voort te brengen dat de luisteraar terugbracht naar de jaren tachtig. De muziek zweefde ergens tussen Fourth World Music (inclusief exotische blokfluit) en de rituele bombast van SPK’s Zamia Lehmanni (inclusief kopstem). Batto toverde hele en halve orkesten uit een toetsenbord, aangevuld met elektronisch opgewekte mannen- en vrouwenkoren. Een oplichtende magische bol deed dienst als piepende stoorzender. De muzikale wereldreis was fragmentarisch en duurde vooral erg lang.

De magische bol van Ōgon Batto

Een van de toehoorders merkte op dat de woestijnmuziek van Jooklo Duo als los zand aan elkaar hing. Het duo Virginia Genta en David Vanzan werd deze avond vergezeld door architect en toetsenist Riccardo Sinigaglia. Zo te horen hadden de drie vooraf geen heldere afspraken gemaakt over de muzikale route met als gevolg dat ze elk hun eigen weg bewandelden. Vanzan trommelde onrustig met zijn vingers op diverse percussie-instrumenten en vervormde het geluid via een cassettedeck en een mengpaneel. Genta blies in kleermakerszit als een volleerde fakir afwisselend op klarinet en saxofoon. Het enige wat er nog aan ontbrak was een slang om te bezweren. Sinigaglia wilde per se alle toetsen op zijn keyboards minstens één keer aangeraakt hebben. Zijn overvolle, willekeurig klinkende toetsenspel leek soms op een op hol geslagen speelautomaat en deed op andere momenten denken aan een avant-gardistische interpretatie van het soort orgelmuziek dat je normaal gesproken alleen hoort tijdens Amerikaanse baseballwedstrijden.

The Dwarfs Of East Agouza (albumhoes)

Van gebrek aan muzikale eenheid was bij The Dwarfs Of East Agouza gelukkig geen sprake. Het zittend spelende trio uit Caïro hield zich aan een strikte taakverdeling. Gitarist Sam Shalabi (Land of Kush, Shalabi Effect) speelde de meeste solo’s, tweede gitarist Alan Bishop (Sublime Frequencies, Sun City Girls) was verantwoordelijk voor bastonen en achtergrondgeluiden en toetsenist Maurice Louca (Alif, Bikya) legde een ritmische basis. Tijdens de eerste improvisatie gaf Bishop alle ruimte aan Shalabi’s felle snarenspel door voornamelijk de klankkast van zijn akoestische gitaar voor de speaker heen en weer te bewegen, zo zorgend voor een ritmische zoemtoon. Louca beperkte zich zoveel mogelijk tot ritmische toetsenpartijen en ondersteunende loopjes. Uit een van zijn machines dreunde opzwepende, akoestisch klinkende Egyptische percussie. OCCII veranderde in de Cairo Jazz Club.

In de eerste helft van het optreden overheersten de partijen van Sam Shalabi. Op zijn afwijkend gestemde gitaar speelde hij grillige bluessolo’s met Noord-Afrikaanse invloeden maar zonder toevoeging van obligate Arabische toonladders. Ergens halverwege pakte Alan Bishop zijn saxofoon op, maar in plaats van op het instrument te spelen bracht hij de microfoon op mondhoogte en improviseerde hij zingend in een ter plekke bedachte brabbeltaal. Het zangintermezzo was tijdens de tournee de set ingeslopen en beviel niet alleen de muzikanten heel goed. Het publiek kon deze onverwachte wending ook waarderen en wilde dat iets te vroeg kenbaar maken. Bishop maande het prematuur applaudisserende publiek op gespeeld strenge wijze tot stilte. De connectie die hij door deze interventie met ons kreeg hield hij vast tot na de dialoog tussen saxofoon en gitaar in het afsluitende nummer. De saxofonist moest lachen toen hij merkte dat we na het wegsterven van het slotakkoord lang niet durfden te klappen ook al wilden we dat juist heel graag.

The Breaking Point (Michael Curtiz, 1950)

wo, 08/23/2017 - 13:06

The Breaking Point is de tweede verfilming van Ernest Hemingways roman To Have And Have Not uit 1937. De film noir van Michael ‘Casablanca’ Curtiz is lang niet zo beroemd als de versie uit 1944 met Humphrey Bogart en Lauren Bacall, maar dat maakt het niet de mindere van de twee. Integendeel zelfs.

Vlak voordat The Breaking Point in 1950 in de bioscopen belandde hadden communistenjagers de naam van hoofdrolspeler John Garfield op de zwarte lijst gezet. De film werd om die reden ondanks lovende recensies zonder noemenswaardige publiciteit uitgebracht. De carrière van de acteur was voorbij. Na zijn laatste film He Ran All the Way (1951) overleed Garfield op 21 mei 1952 op 39-jarige leeftijd aan een hartaanval, volgens zijn dochter Julie twee dagen nadat hij tijdens een verhoor had geweigerd zijn vrouw te verraden.* The Breaking Point raakte in de vergetelheid en kreeg niet de erkenning die de film verdient. De recente Amerikaanse dvd- en Blu-ray-uitgave op het label Criterion brengt daar hopelijk verandering in.

To Have And Have Not van Howard Hawks is een romantische avonturenfilm die profiteert van de opbloeiende liefde op de set tussen filmsterren Humphrey Bogart en Lauren Bacall. The Breaking Point is klassieke film noir met John Garfield in de rol van complexe antiheld Harry Morgan. Harry heeft na zijn diensttijd moeite om terug in Californië de draad weer op te pakken met zijn vrouw Lucy (Phyllis Thaxter) en dochters Amelia (Sherry Jackson) en Connie (Donna Jo Boyce). Hij is het liefst met zijn sportvisboot op zee waar hij samen met partner Wesley Park (Juano Hernandez) boottochtjes regelt voor toeristen. Gebrek aan klandizie en botte pech dwingen Harry om risicovolle opdrachten aan te nemen van louche advocaat F.R. Duncan (Wallace Ford). De ontmoeting met blonde femme fatale Leona Charles (Patricia Neal) zet het huwelijk van Harry op het spel.

Harry (John Garfield) en zijn gezin in The Breaking Point

Op de dvd van Criterion staat een verhelderend video-essay over de visuele kwaliteiten van regisseur Michael Curtiz en de manier waarop hij op vloeiende wijze ruimte en camera gebruikt voor het tonen van de relaties binnen de familie. Ik wil me hier beperken tot de wijze waarop geluid en muziek in de film toegepast worden. Op het water is er enkel het geruststellende geruis van de zee en het pruttelen van de dieselmotor. Thuis voelt Harry zich rusteloos. Foto’s aan de muur herinneren hem aan de oorlog en hij maakt zich zorgen over geldgebrek. De rusteloosheid wordt verder aangewakkerd door onrust op de soundtrack. Harry wordt aan wal uit zijn concentratie gehaald door hem omringende stoorzenders.

De storende geluiden worden gemaakt door het gezin waar hij van houdt. Tijdens een van de dialogen tussen Harry en Lucy in de keuken zijn de dochters op de achtergrond luid kletsend aan het afwassen. Hun geklets dreigt de dialoog te overstemmen en werkt Harry op de zenuwen. Geïrriteerd vraagt hij de meisjes of ze zachter willen zijn. Vanwege geldgebrek doet Lucy laat in de avond in de huiskamer klusjes met de naaimachine. De ratelende machine houdt de toch al slecht slapende Harry wakker in de naastgelegen slaapkamer.

The Breaking Point (Patricia Neal, John Garfield & Juano Hernandez)

Ook muziek functioneert als stoorzender. In plaats van non-diëgetische muziek wordt het reilen en zeilen van Harry begeleid door muziek waarvan de bron in de film is aan te wijzen. In een van de caféscènes wordt een gesprek begeleid door de repeterende gitarist van het huisorkest. Het neutraal klinkende getokkel trekt zich niets aan van de dialoog. Deze muziek geeft geen commentaar op de risicovolle keuzes die Harry maakt en is eerder op te vatten als een uiting van onverschilligheid – het lot van Harry laat de buitenwereld koud.

Ook de melodieën van de jeugdige accordeonist, die nabij het huis van Harry duidelijk hoorbaar op de veranda aan het oefenen is, vormen een commentaarloze begeleiding. De accordeonmuziek reikt tot in het huis van het gezin, want de huizen in de straat zijn gehorig. De aanwezigheid van de accordeon geeft aan dat iedereen elkaar kan horen. Geen wonder dat er in de buurt over de financiële situatie van Harry en Lucy wordt geroddeld.

Muziek is afwezig tijdens de gewelddadige climax. Wat we te zien krijgen is spannend genoeg zonder bulderend orkest. Aan het eind van de film kunnen we niet om het orkest heen. Het hartverscheurende laatste shot heeft eigenlijk geen dramatische strijkers nodig. Michael Curtiz filmt met een empathisch oog en laat de kijker achter met een personage dat hij eerder in de marge van het verhaal heeft geïntroduceerd. Veel kijkers zullen in de slotfase niet meer aan het zoontje van Wesley Park (Juano Hernandez’ echte zoontje Juan) hebben gedacht, maar Curtiz is hem gelukkig niet vergeten en vereeuwigt hem vlak voordat het beeld op zwart gaat.

9/10

* Bron: interview in de korte documentaire op de dvd van Criterion (Regio 1).

L’Amant Double (François Ozon, 2017)

wo, 08/16/2017 - 12:27

De erotische thriller L’Amant Double is een spiegelpaleis waar je dubbel van gaat zien. Uiteindelijk blijkt niets wat het op het eerste gezicht leek. Als de spiegels eenmaal gebroken zijn, mag de kijker zelf de scherven als puzzelstukjes weer op de juiste plek zetten.

[Spoilers!]
L’Amant Double betreedt gebieden waar normaal gesproken alleen gynaecologen en psychiaters toegang tot hebben. De film toont lichaamsdelen in close-up en daalt af in het brein van ex-model Chloé (Marine Vacth). De vrouw hoopt dankzij therapiesessies bij psychiater Paul (Jérémie Renier) van een chronische buikpijn af te komen. Volgens doctoren heeft de pijn een psychische oorzaak. De sessies lijken te helpen en Chloé en Paul beginnen een liefdesrelatie. Al snel komt Chloé erachter dat Paul een geheim voor haar verbergt.

François Ozon laat zich stilistisch helemaal gaan in L’Amant Double. Hij pakt in de beginfase meteen flink uit en weet zo te voorkomen dat een lange monoloog van Chloé visueel monotoon wordt. Haar terugkerende bezoekjes aan Paul vloeien in elkaar over en worden telkens op een andere manier gefilmd met hulp van onder meer spiegels, split screen en het samenvoegen van beelden. De spiegel keert het vaakst terug in de film. Het is een voor de hand liggend en misschien wel clichématig voorwerp om het thema van dubbelgangers te visualiseren. Chloé komt erachter dat Paul een tweelingbroer blijkt te hebben. Pauls dubbelganger Louis is ook psychiater, maar dan eentje met een veel agressievere aanpak. Louis is Pauls Mr. Hyde.*

L’Amant Double (Jérémie Renier & Marine Vacth)

De vergelijking met het gedrag van de tweeling in Dead Ringers (David Cronenberg, 1988) ligt heel erg voor de hand en is in bijna elke andere recensie al ruimschoots aangestipt. In tegenstelling tot die film speelt in L’Amant Double niet de tweeling maar de vrouw met wie zij een relatie hebben de hoofdrol. Pas aan het eind van L’Amant Double krijgen we te zien dat Paul helemaal geen tweelingbroer heeft. Louis komt voort uit het verwarde brein van Chloé. Haar identiteitscrisis is verwant met die van de protagonisten in Roman Polanski’s Repulsion (1965) en Le Locataire (1976). Het ziekenhuisbezoek van de paranoïde Trelkovsky (Polanski) in Le Locataire lijkt op het bezoek dat Chloé in L’Amant Double brengt aan Sandra Schenker (Fanny Sage). In beide films krijgen de hoofdpersonages het idee dat ze zichzelf in het ziekbed zien liggen.

Brian De Palma maakte met Sisters (1972) ook een thriller over een tweeling. De Palma is dol op dubbelgangers en spiegels en maakt in veel van zijn films gebruik van split screen. In Raising Cain (1992) lopen drie versies rond van John Lithgow. De plotselinge, alles op z’n kop gooiende plotwending in L’Amant Double is afgekeken van Femme Fatale (2002). In Dressed To Kill (1980) zit Angie Dickinson ook bij een psychiater op de canapé en wandelt ze later door een museum. Bij De Palma is het museum gewoon wat het is (inclusief verwijzing naar Hitchcocks Vertigo uit 1958 – de film als dubbelganger van een andere film). De functie van het museum waar Chloé als suppoost werkzaam is, blijkt pas als het rookgordijn aan het eind van Ozons film is opgetrokken.

Het oog van Chloé (Marine Vacth) in L’Amant Double

Omdat L’Amant Double voor het merendeel blijkt te bestaan uit de hersenspinsels van Chloé mogen we aan alles twijfelen en dus ook aan het bestaan van het museum. Het museum is in mijn ogen geen fysieke ruimte, maar een kijkje in het onderbewustzijn van Chloé. Haar angst voor de ongeboren tweelingzus, die in haar buik huist als onvolgroeid klompje vlees, wordt in een van de ruimtes in het museum uitvergroot tot een serie reusachtige vleesklompen waar de bezoekers omheen kunnen lopen. Een andere sterke verbeelding van haar aangetaste brein is de zaal waarin witte zuilen en meerdere verdiepingen bruin en zwart verkleuren en verwrongen vormen aannemen alsof er onlangs een hevige brand heeft gewoed. Soms is het onderbewustzijn van Chloé helemaal leeg en bewaken suppoosten grote witte ruimtes waarin helemaal geen kunst te bekennen is.

Een tweede kijkbeurt zal moeten uitwijzen hoeveel van wat we in L’Amant Double zien daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. Ik vermoed dat minstens de helft van de film uit hersenspinsels bestaat. Misschien is het zelfs 75% of nog meer.

7/10

* Sommige dubbelrollen ontdekte ik pas bij het doornemen van de rolverdeling op IMDb. Zo speelt Dominique Reymond zowel de gynaecoloog van Chloé als Dr Agnès Wexler, de psychiater waar Chloé zogenaamd naartoe gaat.

Des Nouvelles De La Planète Mars (Dominik Moll, 2016)

wo, 08/09/2017 - 21:11

De Franse regisseur Dominik Moll maakt sinds zijn debuut uit 1994 ongeveer elke vijf jaar een nieuwe speelfilm. Moll is een specialist in het opwekken van een ongemakkelijk gevoel, wat hem ook is gelukt met zijn nieuwste komedie Des Nouvelles De La Planète Mars. De film is aan de Nederlandse bioscopen voorbijgegaan, maar dankzij VOD-distributeur Walk This Way deze zomer wel thuis vanaf de bank te bekijken.

De hel, dat zijn de anderen, schreef Jean-Paul Sartre in 1943 in zijn toneelstuk Huis Clos (Met Gesloten Deuren). De veelvuldig geciteerde uitspraak is zeker van toepassing op de films van Dominik Moll. Dat Moll geïnteresseerd is in het werk van de Franse filosoof bleek al uit zijn debuutfilm Intimité (1994) die is gebaseerd op een kort verhaal van Sartre. De regisseur brak in 2000 internationaal door met de Hitchcockiaanse thriller Harry, Un Ami Qui Vous Veut Du Bien waarin de timide huisvader Michel (Laurent Lucas) een manier moet zien te bedenken om op beleefde wijze af te komen van de ongewenste vriendschap met oud-schoolgenoot Harry (een onderhuids dreigende Sergi López). Dezelfde Laurent Lucas wordt in Lemming (2005) als uitvinder Alain geconfronteerd met een duivelse Charlotte Rampling in de rol van de onbeschaamd onbeleefde Alice, de vrouw van zijn baas. Beide films maakten in de jaren nul deel uit van een reeks surrealistische Franse films over de horror van alledaagse aanvaringen, zowel in vertrouwde huiselijke sfeer als op de werkvloer.*

Na een historisch uitstapje over een zeventiende-eeuwse monnik in de iets minder interessante speelfilm Le Moine (2011) varieert Dominik Moll met Des Nouvelles De La Planète Mars (News From Planet Mars) weer op zijn vertrouwde thema’s. De gebeurtenissen en confrontaties vinden in deze komedie vaak ’s avonds plaats, maar de film is desondanks veel minder duister dan zijn voorgangers. Nog meer dan in Lemming is er ruimte voor intermezzo’s die zich buiten de realiteit afspelen. In de openingsbeelden droomt de gescheiden vader Philippe Mars (François Damiens) dat hij in een ruimtepak door het heelal zweeft. De droom keert regelmatig terug als teken dat Philippe het liefst zou willen vluchten uit zijn huidige aardse levenssituatie.

Des Nouvelles De La Planète Mars (François Damiens & Veerle Baetens)

De bijna vijftig jaar oude Philippe merkt dat hij de grip op zijn bestaan begint te verliezen. Hij is veroordeeld tot een bijrol in zijn eigen leven. Het lot duwt hem in een richting die hij niet op wil en hij ziet nauwelijks kans om de regie weer in eigen handen te nemen. De situatie is nog niet zo nijpend als die van Larry (Michael Stuhlbarg) in A Serious Man (Ethan & Joel Coen, 2009), maar het scheelt weinig. Een van de personages vergelijkt Philippe met een gorilla in een dierentuin die volgens een krantenbericht uit protest over zijn gekooide bestaan weigerde te bewegen en uiteindelijk aan de gevolgen van zijn passieve gedrag bezweek.

De hardwerkende vader zit vast aan zijn gezin met vroegwijze dochter Sarah (Jeanne Guittet), die vindt dat hij in de vorige eeuw is blijven hangen, en met puberende zoon Grégoire (Tom Rivoire), die zich verzet door onder meer geen vlees meer te eten. Op kantoor bepaalt de baas de werkzaamheden en wordt Philippe gedwongen in een aparte werkkamer toezicht te houden op het IT-project van de verwarde collega Jérôme (Vincent Macaigne). In tegenstelling tot Philippe laat Jérôme al zijn frustraties en neuroses volledig de vrije loop. Dat is niet zonder risico merkt Philippe wanneer tijdens een woede-uitbarsting van Jérôme een groot hakmes zijn kant opvliegt. Hij merkt niet lang daarna ook dat non-conformistisch gedrag een bevrijdende werking kan hebben.

Des Nouvelles De La Planète Mars (Vincent Macaigne in de rol van Jérôme)

Acteur François Damiens wordt vanwege de passieve houding van zijn personage gedwongen zich in te houden. Dat is wel zo prettig, want hij had in eerdere komedies iets te vaak de neiging om zijn kenmerkende overdreven grijns het meeste werk te laten doen. Damiens neemt ditmaal voor het merendeel de rol van aangever op zich, vooral in zijn scènes tegenover de drukke Vincent Macaigne. Macaigne zoekt met zijn maniakale spel de grenzen op. Hij wordt in de tweede helft van de film in toom gehouden door actrice Veerle Baetens (bekend van The Broken Circle Breakdown) in de rol van de neurotische Chloé, de vrouw op wie Jérôme verliefd is geworden tijdens een kort verblijf in een psychiatrische kliniek.

De rol van Philippe als speelbal van het lot levert meerdere geslaagde pijnlijke grappen op. Na een incident op de kantoorvloer neemt ook het absurdisme toe, onder andere in de vorm van overleden ouders die als komisch duo commentaar komen leveren. De al of niet goede afloop van de film hangt af van Philippes bereidheid om de ontregeling in het bestaan te accepteren of zelfs te omarmen. Zijn voorliefde voor de anarchistische humor van The Marx Brothers is een pre.

Des Nouvelles De La Planète Mars (Tom Rivoire, François Damiens & Jeanne Guittet)

Des Nouvelles De La Planète Mars is een van de Europese komedies in de catalogus van Walk This Way. Enkele andere films in het zomerpakket zijn Nicht Mein Tag met Moritz Bleibtreu en Miss Sixty met Iris Berben.

7/10

* Check binnen dit subgenre vooral de films La Moustache (Emmanuel Carrère, 2005) en De Particulier À Particulier (Brice Cauvin, 2006).

Kuso (Flying Lotus, 2017)

za, 08/05/2017 - 12:32

De Amsterdamse bioscoop Kriterion heeft dit jaar de traditie van de Midnight Movie weer nieuw leven ingeblazen met After Midnight. Maandelijks draait elke zaterdagnacht een recente cultfilm die te buitenissig is voor roulatie in het reguliere circuit. Deze maand is het de beurt aan het regiedebuut Kuso van Flying Lotus. De muziekproducer uit Los Angeles blijkt te beschikken over een verknipte geest.

Steven Ellison a.k.a. Flying Lotus heeft een solide reputatie opgebouwd als maker van experimentele elektronische muziek. Op uiterst zorgvuldige wijze plakt hij op zijn platen collages van versnipperde samples en gastbijdragen van hiphop- en jazzmuzikanten aan elkaar. Album You’re Dead! (2014)‍ is het voorlopige hoogtepunt in zijn muzikale carrière.

De ambities van Flying Lotus gaan verder dan muziek alleen. Hij begon in 2015 te experimenteren met Photoshop-animaties en zo ontstond gaandeweg het idee om een speelfilm te maken. Als je bekend bent met zijn videoclips klinkt dat als goed nieuws. De clips zijn weliswaar door anderen geregisseerd, maar de getoonde onbegrensde fantasieën leken een indicatie te geven van wat we van de speelfilm zouden kunnen verwachten. Never Catch Me (featuring Kendrick Lamar) is een even macabere als ontroerende choreografie uitgevoerd tijdens een uitvaartceremonie door twee jonge slachtoffers van bendegeweld, Tiny Tortures is een sciencefictiondroom met een gewonde Elijah Wood in de hoofdrol en in Infinitum schiet een boogschutter de maan uit de lucht. Het onorthodoxe televisiecollectief Adult Swim zorgde voor de animaties in de clip bij Zodiac Shit.

Kuso met rapster The Buttress

Kuso is net als Flying Lotus’ muziek een verzameling invallen van iemand die zijn onophoudelijk opborrelende ideeën nauwelijks in bedwang kan houden. De film is geen muziekvideo van anderhalf uur geworden, maar wel te beschouwen als een verzameling visuele tracks met korte animaties in plaats van tussenliggende vinylgroeven. Alle getoonde losstaande episodes hebben direct of zijdelings betrekking op de nasleep van een destructieve aardbeving in Los Angeles. Elk personage heeft aan de ramp grote zweren op het lichaam overgehouden en dat is niet het enige onaangename dat we moeten aanschouwen.

Na een proloog met een uitgebreide rap door Flying Lotus zelf bestaat de rest van Kuso uit een defilé van wanstaltigheden. De producer heeft een fetisj voor lichaamssappen en fecaliën. Hij spuit ermee in de rondte en smeert het uit over diverse scènes als een peuter in de anale fase. Wie een visuele tegenhanger had verwacht van Flying Lotus’ verfijnde muzikale producties zal moeite hebben iets van zijn of haar gading te vinden en antiperistaltische bewegingen voelen opkomen. In een interview op YouTube legt de regisseur uit dat het zijn bedoeling was to show people how ugly they can be. Veel meer dan dat heeft Kuso niet te bieden.

Kuso met Shane Carpenter als Charlie

Het ontbreekt Kuso aan stilistische cohesie. De film lijkt te bestaan uit tientallen korte filmpjes, variërend van sitcom, body horror, animatie, videoclip, fake news, reclame, pornografie, martelingen, musical en Lucky TV. Pas bij nadere bestudering blijkt de film uit slechts drie episodes te bestaan: Mr. Quiggle, Smear en Sock, aangevuld met restmateriaal.

In Smear wordt de getoonde perversie bijna aandoenlijk wanneer de misvormde en eenzame Charlie (Shane Carpenter) in het bos troost vindt bij een monsterlijk creatuur dat hij voedt met zijn eigen stront. Verder slaan de probeersels in de film voornamelijk de plank mis. De episode met de angstige Japanse Angel (Mali Matsuda), die kruipend in de spelonken van donker huis een uitweg probeert te vinden, is overduidelijk geïnspireerd door de korte speelfilm Haze (2005) zonder het gevoel van claustrofobie over te brengen dat de film van Shin’ya Tsukamoto zo beklemmend maakt.

Kuso met George Clinton als Doctor Clinton

Mr. Quiggle is de langste episode met de meeste personages onder wie funkgrootheid George Clinton. Dit deel van de film is vergelijkbaar met het werk van Frank Henenlotter en John Waters. De seksuele horrorkomedies van Henenlotter zijn echter thematisch veel meer gefocust en bij Waters is per film vrij duidelijk op welke instituten en heilige huisjes de regisseur zijn gifpijlen richt. Flying Lotus’ ratjetoe aan sketches zijn ongeleide projectielen waarin luid spelende acteurs de grenzen van de goede smaak verkennen en daarbij meer irriteren dan werkelijk choqueren. In Waters’ Mindnight Movie-klassieker Pink Flamingos (1972) verorbert acteur Divine tenminste nog een echte drol.

1/10

Homo Sapiens (Nikolaus Geyrhalter, 2016)

wo, 08/02/2017 - 13:32

De makers van Homo Sapiens vragen zich af of er nog iets van waarde overblijft als de mensheid van de aardbodem is verdwenen. Het antwoord is alleen bevestigend als je in staat bent schoonheid te ontwaren in verval.

De documentaire Homo Sapiens heeft veel weg van een horrorfilm waarin de mensheid volledig van de aardbodem is weggevaagd. De Oostenrijkse filmmaker Nikolaus Geyrhalter lijkt te zijn afgereisd naar wat is overgebleven na dodelijke virussen, destructieve natuurrampen en nucleaire catastrofes. De kijker moet raden op welke plekken in de wereld de film is opgenomen, want de zes hoofdstukken hebben geen titel of andere informatie. De aftiteling noemt ook geen locaties. Tussen de post-apocalyptische tableaus zijn opmerkelijk genoeg ook de verpauperde restanten te herkennen van het Rotterdamse subtropische zwemparadijs Tropicana dat in augustus 2010 de deuren sloot.

In het eerste hoofdstuk staat de statische camera op plekken in het recente spookgebied in de Japanse prefectuur Fukushima. Er is hier niemand meer om netheid en orde te bewaren. De natuur heeft vrij spel gekregen. Als in een bewegende diashow komen overwoekerde spoorlijnen, lege parkeerterreinen en verlaten winkelstraten in beeld voorbij. Op de velden rusten bootjes die door de tsunami in 2011 het land in waren gesleurd. Hevige neerslag overstemt alle andere mogelijke geluiden.

Als de regen is gaan liggen bestaat de muziek op de soundtrack uit een afwisseling van zingende vogels en onzichtbaar zoemende insecten. In het tweede hoofdstuk, waarin overblijfselen van de entertainmentindustrie centraal staan, springen kwakende kikkers via een omgevallen muur via de hal van een bioscoop weer terug naar buiten. De wind huilt door gangen en laat achtergelaten voorwerpen onregelmatige ritmisch patronen spelen. Papier ritselt vanwege de tocht en jaloezieën ratelen bij opengeklapte ramen. De twee sounddesigners Peter Kutin en Florian Kindlinger laten horen hoeveel lawaai de leegte kan maken.*

Omdat zeer uiteenlopende gebieden door de montage regelmatig als één gebied worden gepresenteerd krijgt het landschap een fictief karakter. De landschappen, gebouwen en interieurs in Homo Sapiens zijn het decor van speelfilms die we al eens eerder gezien hebben. In hoofdstuk drie regent het in kantoorruimtes alsof we in het decor staan van een van de surrealistische films van Quentin Dupieux. Een van de verwoeste theaterzalen had dezelfde kunnen zijn als de plek waar de bende van Alex DeLarge in A Clockwork Orange (1971) de confrontatie aangaat met de bende van rivaal Billyboy. De interieurs van elektriciteitscentrales zijn overgeheveld uit Brazil (1985). De vertrekken in het ziekenhuis, het winkelcentrum en de gevangenis zouden onderkomens kunnen zijn van de laatste overlevenden in zombiefilms. De verstofte straten tussen vervallen flatgebouwen lijken op een vluchtroute in Maze Runner: The Scorch Trials (2015).

Homo Sapiens doet het meest aan denken Stalker (1979), de film waarin drie mannen in een verboden gebied op zoek gaan naar de Zone, een geheimzinnige kamer waar volgens de overlevering alle diepste wensen worden vervuld. De mannen lopen door hoog gras langs roestende militaire voertuigen die ook in het vijfde hoofdstuk van Homo Sapiens voorkomen. Nabij de Zone hebben roofvogels de vertrekken tot hun territorium gemaakt net zoals de meeuwen en duiven in Homo Sapiens.

Nikolaus Geyrhalter wekt niet de indruk op zoek te zijn naar een Zone of een andere plek waar een mens nog enige hoop aan kan ontlenen. Hij is slechts een laatste getuige van de menselijke erfenis voordat een dikke mistlaag over het landschap trekt, het beeld verbleekt en niets meer zichtbaar is. De wereld gaat zijn einde tegemoet zonder getuigen net zoals de ontelbare andere planeten in ons zonnestelsel en ver daarbuiten.

Minstens drie crewleden van Stalker, onder wie regisseur Andrej Tarkovski, overleden uiteindelijk aan de ziektes die ze hadden opgelopen door toedoen van giftige stoffen in het onbewoonde gebied op locatie in Estland. Het is te hopen dat Nikolaus Geyrhalter en zijn crew niet dezelfde risico’s hebben genomen.

8/10

* Kutin en Kindlinger brachten een paar jaar geleden het album Decomposition I​-​III uit met daarop een industriële soundtrack die onder meer bestaat uit geluiden die ze hebben opgenomen in de Atacama-woestijn in Chili en een gletsjer in Oostenrijk.

Summer 1993 (Carla Simón, 2017)

za, 07/29/2017 - 20:24

Summer 1993 wordt verteld vanuit het gezichtspunt van de zesjarige Frida (Laia Artigas). Ze weet niet wat haar overkomt na het overlijden van haar moeder. Alle aanwezige familieleden zijn druk doende met het opruimen van moeders huisgoed. Er staan ingepakte koffers klaar in haar huis in Barcelona. Frida kijkt bezorgd vanuit de gang toe, zich vastklampend aan een van haar poppen. De kijker weet net zo min wat er precies gebeurd is en wat Frida te wachten staat. De volgende dag moet het meisje de grote stad verruilen voor landelijk Spanje. Ze wordt opgevangen door het jonge gezin van moeders muzikale broer Esteve (David Verdaguer).

Summer 1993 loopt niet aan de leiband van een plot. In plaats daarvan volgen we alledaagse gebeurtenissen rondom de boerderij. We zien vanaf Frida’s ooghoogte hoe ze zich zoveel mogelijk probeert aan te passen aan de nieuwe leefomstandigheden en probeert te wennen aan haar nieuwe vader en moeder. Ze heeft er opeens ook een jonger zusje bij, haar concurrent als het gaat om moederliefde. De aanwezigheid van vader Esteve bestaat in het eerste deel van de film voornamelijk uit de jazzplaten die vanuit zijn werkruimte schallen. Hij laat de opvoeding van Frida over aan zijn vrouw Marga (Bruna Cusí).

Summer 1993 (Bruna Cusí & David Verdaguer)

Het valt voor Marga niet mee om de nukkige Frida te doorgronden. De volledig naturel acterende Laia Artigas laat weinig los. Het hoofdpersonage is nog te jong om uiting te geven aan haar hevige emoties en verwarrende gevoelens. Ze is vaak dwars en test uit hoe ver ze kan gaan met haar tegendraadse gedrag. Vanwege haar achtergrond dreigt Frida in een geïsoleerde positie te blijven, niet alleen omdat ze een stadskind tussen dorpelingen is, maar ook omdat er geruchten gaan over de reden van haar moeders dood. Leeftijdgenootjes mogen niet met haar spelen omdat hun ouders bang zijn voor besmettingsgevaar. Het meisje wordt regelmatig door de camera geïsoleerd in beeld gebracht door haar scherper te filmen dan haar omgeving.

Het gevoel van isolatie is het meest schrijnend in de scène waarin Frida toekijkt hoe iedereen in het dorp feest viert behalve zij. De dansende volwassenen blokkeren niet alleen het zicht op de kinderen die op de achtergrond met waterpistolen spelen, maar ook op het gelukkig dansende gezin van Esteve. Het jonge echtpaar houdt Frida niet bewust weg van hun dans, maar vanwege de camerapositie voelt het wel zo aan.

Summer 1993 (Laia Artigas)

Soms krijgen we iets mee van het leven dat Frida heeft gehad met haar biologische moeder zoals in de scène waarin ze zich opmaakt en met haar nieuwe zusje een rollenspel speelt. De plaats van de overleden vrouw wordt ingenomen door een Mariabeeldje dat Frida tussen de struiken ontdekt. Ze communiceert met haar biologische moeder door het Onze Vader op te zeggen zoals ze geleerd heeft van oma, maar dat is onvoldoende om emoties een uitweg te bieden. Als de tranen tamelijk onverwacht eindelijk hun weg hebben gevonden zijn ze niet eenduidig te interpreteren en laten ze de kijker achter met tegenstrijdige gevoelens. Het zal waarschijnlijk wel goed komen met Frida, maar ze heeft nog een lange weg te gaan.

8/10

Dunkirk (Christopher Nolan, 2017)

ma, 07/24/2017 - 13:09

Dunkirk is een heldenepos over soldaten die in 1940 proberen te ontsnappen aan de oprukkende vijand bij Duinkerken. Regisseur Christopher Nolan kiest niet voor bloederige taferelen zoals in Spielbergs Saving Private Ryan (1998), maar voor suspense, onder meer door ingenieus te monteren tussen drie verschillende verhaallijnen. Het is een van de manieren om de desoriëntatie van de angstige soldaten over te brengen op het publiek.

Christopher Nolan speelt graag een spel met tijd. Zijn debuutfilm Following (1998) is non-lineair en zijn doorbraak Memento (2000) wordt achterstevoren verteld. Detective Will Dormer (Al Pacino) is in Insomnia (2002) zijn gevoel voor tijd kwijt omdat hij voor een onderzoek verblijft in een noordelijk gelegen stadje waar de zon niet onder gaat. Nolans fascinatie voor tijd krijgt in Interstellar (2014) kosmische proporties. Een zwart gat zorgt ervoor dat de ruimtereis niet voor iedereen dezelfde tijdsduur heeft. Astronaut Cooper (Matthew McConaughey) bevindt zich in de climax in een ruimte waar voorbije gebeurtenissen uit het leven als verdiepingen in een flat op elkaar gestapeld liggen waardoor het lijkt alsof alles tegelijkertijd plaatsvindt.

Een van de meest complexe manipulaties van tijd vindt plaats tijdens de droom binnen de droom binnen de droom in een van de actiescènes in Inception (2010). Nolan monteert heen en weer tussen dromen die zich in verschillende tijdsdimensies afspelen. De montage in Dunkirk is een uitgebreide variant op het genoemde voorbeeld uit Inception, maar dan geplaatst binnen een historisch verhaal over de reddingsactie Operation Dynamo in mei en juni 1940 in Duinkerken toen Britse soldaten door Duitse troepen werden omsingeld.

In Dunkirk worden de drie tijdlijnen vroeg in de film duidelijk aangekondigd. De actie op het strand en de havendam van Duinkerken neemt een week in beslag, de avonturen op zee in en rondom het bootje van Mr. Dawson (Mark Rylance) duren een dag en de luchtgevechten een uur. De gebeurtenissen op het strand zien we door de ogen van de jonge soldaat Tommy (Fionn Whitehead). De luchtgevechten beleven we vanuit het perspectief van piloot Farrier (Tom Hardy). De verschillen in tijd vallen in het eerste gedeelte van de film niet op omdat wat we via de parallelle montage te zien krijgen tegelijkertijd lijkt plaats te vinden. Het is op het eerste oog meer de fysieke afstand dan tijd die door middel van montage wordt overbrugd. Ditmaal is er geen slow motion om de verschillen zichtbaar te maken zoals dat in Inception het geval is.

Pas later in Dunkirk blijkt dat alle activiteiten op het strand trager verlopen dan op het water en in de lucht, want aan land is de avond gevallen terwijl de andere twee gebeurtenissen nog steeds bij daglicht plaatsvinden. Het eerste personage dat we zowel ’s avonds tegenkomen als op het bootje van Dawson is de soldaat die gespeeld wordt door Cillian Murphy (in de rolverdeling vermeld als Shivering Soldier). De soldaat wordt opgepikt vanaf een ondersteboven drijvende boot die door een Duitse torpedo tot zinken is gebracht. De man lijdt aan shellshock en is daardoor angstig en verward. De kijker zal ook even in verwarring worden gebracht wanneer de soldaat in twee tijdlijnen te zien is en dat is natuurlijk precies de bedoeling van Nolan.

De regisseur gebruikt de door elkaar lopende tijdlijnen om ons zoveel mogelijk te laten ervaren hoe soldaten zich onder extreme omstandigheden voelen. Een soldaat in actie heeft geen notie meer van tijd. Een gevecht van een uur tussen vliegtuigen kan in de beleving veel langer duren vanwege de intensiteit van de situatie. Naarmate de drie tijdlijnen elkaar naderen verspringt de film steeds sneller tussen de gebeurtenissen en moet de kijker zich vaker heroriënteren. Wat we eerder hebben gezien moet later in een geheel ander licht geplaatst worden. Wat eerst leek op iemand die zwaaide blijkt in een latere scène iemand die dreigt te verdrinken.

I did not feel comfortable approaching Dunkirk as a war film, vertelt Nolan in een interview met Sight & Sound (augustus 2017, p. 25). To me, the element of it that was most fascinating and distinctive was the race against time. De race tegen de klok zorgt voor constante suspense. De volle soundtrack, met dreunende explosies, brommende motoren, piepend staal en de alomtegenwoordige score van Hans Zimmer, doet daar nog een flinke schep bovenop. Net als de soldaten krijgt de kijker nauwelijks gelegenheid om op adem te komen. Dunkirk is wat dat betreft een fysieke ervaring.

8/10

Naked Alibi (Jerry Hopper, 1954)

wo, 07/19/2017 - 12:21

Film noir heeft zijn naam te danken aan de duistere praktijken, nachtelijke taferelen en de diepe schaduwen die het beeld vaak bepalen. De toevoeging van schaduw zorgt voor meer dan slechts het creëren van een duistere sfeer, zoals onder meer blijkt in Naked Alibi. Schaduw zegt namelijk veel over wie de filmpersonages werkelijk zijn. Het spel met licht en donker vertelt een ander verhaal dan we denken te zien.

Naked Alibi wordt door de makers van Film Noir: The Encyclopedia uit 2010 niet beschouwd als een belangrijke bijdrage aan de klassieke film noir uit de jaren veertig en vijftig. Het is een genietbare middenmoter met noir-sterren Gloria Grahame en Sterling Hayden. Hayden speelt politiehoofd Joe Conroy. Hij weet zeker dat de onschuldig ogende bakker en familieman Al Willis (Gene Barry) verantwoordelijk is voor een reeks moorden op detectives. In de eerste helft van de film zou je nog partij kunnen kiezen voor Willis. Hij wordt binnen vijf filmminuten hard aangepakt tijdens een verhoor in de kelder van het politiebureau. In veel noirs laten politie en justitie zich niet van hun beste kant zien en moeten protagonisten veel moeite doen om hun onschuld te bewijzen.

Naked Alibi (Gene Barry in de schaduw)

Door het gebruik van schaduw is er in de verhoorscène alle reden om te twijfelen aan de oprechtheid van Willis. Een van de aanwezige agenten loopt een kort moment langs de tafel waar de verdachte achter zit en laat daarbij een schaduw vallen over Willis’ gezicht. Heel even wordt de opgepakte man geassocieerd met duisternis en kun je je afvragen hoe donker zijn ziel is. Alfred Hitchcock gebruikte deze methode ook om bijna ongezien te laten merken dat een personage minder goede bedoelingen heeft dan hij of zij beweert te hebben.

Naked Alibi (Sterling Hayden als agent Joe Conroy)

Het gezicht van agent Conroy wordt in de openingsscène juist in hard licht gefilmd op een moment dat we nog geen reden hebben om sympathie voor hem op te brengen.

Naked Alibi (Gene Barry & Marcia Henderson)

Schaduw keert meerdere keren terug wanneer Willis in beeld komt. Als hij na het verhoor wordt vrijgelaten en terugkeert bij vrouw Helen (Marcia Henderson) kijkt zijn schaduw vanuit de deuropening toe hoe zij hun kind toedekt voor het slapengaan. Bij de ontmoeting met nachtclubzangeres Marianna (Gloria Grahame) is het gezicht van Willis een donker silhouet.

Naked Alibi (Gene Barry en Gloria Grahame)

Ook in een telefooncel zijn z’n gelaatstrekken nauwelijks te onderscheiden. Conroy belt later vanuit een andere telefooncel en krijgt daarbij wel een schijnsel op zijn ogen gericht. Als Conway in de schaduw staat, zoals in het screenshot boven aan deze pagina, is dat niet omdat we ook aan zijn bedoelingen moeten twijfelen, maar omdat hij de schaduw is van Willis. Conway is het geweten waarmee de dubieuze bakker ’s nachts geconfronteerd wordt wanneer hij zich ongezien waant op verlaten straten. De agent is geobsedeerd door Willis en volgt hem zelfs buiten diensttijd tot aan een stadje aan de Mexicaanse grens. Het werkwoord schaduwen is in deze film ook zeker van toepassing. Conway is niet de enige die de wandelgangen van een ander in de gaten houdt.

Naked Alibi met Gene Barry (boven) en Sterling Hayden (onder)

Mexico is in film noir een geliefde bestemming voor wie het in eigen land te heet onder de voeten wordt. Het grensgebied dient in Naked Alibi tevens als een symbool voor de gespleten persoonlijkheid van Willis; thuis doet hij zich voor als een brave huisvader terwijl hij in Mexico een alcoholist is met losse handjes. Marianna lijkt de klappen met liefde te ondergaan totdat ze de gewonde Conway opvangt en oplapt en begint te twijfelen aan de man die haar een beter leven had beloofd. Uit haar behulpzaamheid blijkt dat ze het hart op de goede plaats heeft en niet getypeerd kan worden als een femme fatale. Het spel van Grahame en Hayden is wat minder bezield dan wat we van de acteurs gewend zijn. De actrice heeft de ondankbare taak om de film na een half uur tijdelijk op te houden met een verplicht liedje.

6/10

Naked Alibi kun je onder meer bekijken via YouTube.

Louise En Hiver (Jean-François Laguionie, 2016)

di, 07/11/2017 - 10:57

De animatiefilm Louise En Hiver zal in menige recensie in één adem genoemd worden met The Red Turtle. Dat is begrijpelijk, want de Franse film is de eerstvolgende animatie voor volwassenen die na de film van Michael Dudok in de Nederlandse bioscopen draait. De twee films zijn aan elkaar verwant, onder meer vanwege de fantasierijke manier waarop de levens van de protagonisten langs de kustlijn wordt verbeeld.

De hoofdpersonages in The Red Turtle en Louise En Hiver worden omringd door water. Ze moeten zich zien te redden in onbewoond gebied. De man in The Red Turtle strandt op een onbewoond eiland. Louise blijft in Louise En Hiver alleen achter in de badplaats waar ze elke zomer vertoeft. De oude vrouw mist aan het eind van het vakantieseizoen de laatste trein terug naar de grote stad. Na een hevige storm komt Louise erachter dat ze de enige levende ziel is in het spookstadje aan zee.

Vluchten kan niet meer, want de telefoon in de telefooncel is defect en de uitvalswegen zijn ondergelopen vanwege hevige regenval. Louise kan weinig anders doen dan in haar eentje geduldig wachten op de volgende zomer. Ze verlaat haar blauwe vakantiehuis en leeft als Robinson Crusoe in een zelfgebouwd strandhuisje in de nabijgelegen duinen. De kijker hoeft niet veel moeite te doen om de link met Robinson Crusoe te leggen, want tijdens een van haar wandelingen vindt Louise een reiskist waarin het beroemde boek van schrijver Daniel Defoe opgeborgen zit.

Louise En Hiver is een animatie waarin op luchtige toon zware thema’s worden uitgewerkt. Een van die thema’s is eenzaamheid en dan in het bijzonder de eenzaamheid van alleenstaande ouderen. Ook als er andere mensen aanwezig zijn is Louise een buitenstaander, zoals blijkt in de openingsscène op het drukke strand. Ze observeert de anderen en wekt in haar dagboekaantekeningen, en in de voice-over van actrice Dominique Frot, de indruk dat ze wel degelijk een band heeft met de jongere vakantiegangers. De communicatie waar ze over rept is echter nooit zichtbaar. De andere toeristen hebben het te druk met het vieren van vakantie om de oude vrouw op te merken. Ze zien haar niet en groeten haar niet.

Louise En Hiver

De film verwijst meerdere keren naar de dood. Je kunt je afvragen of Louise eigenlijk nog wel leeft. Op de dag dat ze haar trein mist, blijft de klok thuis stilstaan op kwart over zes. De klok op het station heeft geen wijzers meer. In surrealistische droomscènes drijven klokken weg in de zeegolven. Louise wandelt in een latere fantasiescène ‘s avonds over de boulevard langs de geesten van strandbezoekers uit ver vervlogen tijden. De vrouw legt zich niet zomaar bij de dood neer. Ze begint onder meer een moestuin op de vruchtbare grond van een begraafplaats. Haar levenskracht wordt op de soundtrack begeleid door een jeugdorkest. Louise heeft veel tijd om herinneringen op te halen aan haar eigen jeugd. In flashbacks zien we hoe haar jonge leven al in het teken stond van eenzaamheid en een fascinatie voor de dood.

Een van de technieken die in Louise En Hiver wordt gebruikt is waterverf, wat gezien de locatie aan zee geen onlogische keuze is. Het landschap is in lichte, door elkaar vloeiende kleuren geschilderd. Het tekenpapier blijft duidelijk zichtbaar waardoor de film heel tastbaar wordt, alsof het leven is vastgelegd in pagina’s die je zelf om kunt slaan. Het gebruik van waterverf maakt de wereld rondom Louise vaag. De huizen in de verlaten straten zijn niet veel meer dan schetsen. De zee en de horizon vormen bij elkaar een kaal abstract schilderij waarin leegte overheerst.

Louise En Hiver

Louise En Hiver is ondanks de zware thema’s geen sombere film geworden. Dat is te danken aan het gevoel voor humor en de verbeeldingskracht van het hoofdpersonage. Het verhaal wordt ook verluchtigd door de introductie van pratende hond Pépère met de stem van regisseur Jean-François Laguionie.

8/10

La Mort De Louis XIV (Albert Serra, 2016)

zo, 07/09/2017 - 12:30

Acteur Jean-Pierre Léaud heeft twee weken in bed gelegen voor de opnames van La Mort De Louis XIV. Als je denkt dat hij slapend rijk is geworden, kom je bedrogen uit. Twee weken verplicht liggen acteren is zwaarder dan je denkt, zeker als je constant warme lampen boven je hebt hangen en regelmatig een oversized pruik moet dragen. De film speelt zich af in een kamer zonder ramen. Brandende kaarsen ontnemen de nodige zuurstof. Voor uitrusten is nauwelijks tijd, want Léaud is als Louis XIV vrijwel constant in beeld.

De kijker krijgt in La Mort De Louis XIV twee koningen voor de prijs van één, want de Zonnekoning wordt gespeeld door de koning van de nouvelle vague. Jean-Pierre Léaud was veertien jaar jong toen hij in Les Quatre Cents Coups (1959) voor het eerst de rol speelde van François Truffauts alter ego Antoine Doinel. De acteur werd het gezicht van de Franse avant-garde cinema. Hij is met zijn drukke bewegingen en verheven stem heel erg aanwezig in films van onder meer Jean-Luc Godard en Jacques Rivette. Léaud is tegenwoordig een bedaarde bejaarde, maar zelfs in passieve houding trekt hij alle aandacht naar zich toe. Soms kijkt hij recht in de camera om ons te dwingen deelgenoot te worden van zijn lijden. Heden ik, morgen gij.

Jean-Pierre Léaud als Louis XIV

La Mort De Louis XIV biedt exact wat de titel belooft. De film is een minutieus exposé over de banaliteit van de dood met in het middelpunt een historisch figuur die had gehoopt op het eeuwige leven. Daar had hij zich behoorlijk op verkeken. Koning, keizer, admiraal – dood gaan we allemaal. Met een beetje pech is sterven een traag en pijnlijk proces. Daar is niets romantisch aan, ook niet als je door pracht en praal wordt omringd. Het aftakelende lichaam wordt een gevangenis voor de ziel net zoals het paleis een gevangenis wordt voor het bedlegerige staatshoofd. Een laatste glimp van de natuur buiten is te zien via een getralied raam. Door het gebrek aan daglicht wordt menig tableau belicht zoals in de donkere schilderijen van Rembrandt.

La Mort De Louis XIV

Ondanks het zware thema mag tijdens de film gerust een enkele keer gelachen worden, bijvoorbeeld wanneer de slapeloze Louis XIV zich druk maakt om trivialiteiten zoals verkeerd personeel en ongewenst serviesgoed. Hij wordt menigmaal gadegeslagen door een entourage die onder meer getuige mag zijn van de eerste hapjes voedsel die de vorst na lange tijd eindelijk naar binnen weet te werken. De aanwezigen reageren door te applaudisseren zoals ouders en familie applaudisseren wanneer een peuter voor het eerst zelfstandig aan de wandel gaat. De manier waarop de dokters en een enkele kwakzalver vertwijfeld rondom de verwonde voet van Louis XIV staan riep bij mij herinneringen op aan een sketch uit The Meaning Of Life (1983) van Monty Python. Probably a virus. Keep warm, plenty of rest, and if you’re playing football or anything, try and favour the other leg.

8/10

La Mort De Louis XIV draait vanaf 13 juli in de Nederlandse bioscoop.

Ennio Morricone – Un Uomo Da Rispettare (1972)

wo, 07/05/2017 - 11:35

Superior Viaduct ‎is gespecialiseerd in bijzondere heruitgaven op vinyl. De catalogus bevat een eclectische mix van avant-garde jazz, elektronische muziek, folk, new wave en no wave. Zo af en toe brengt het Californische label ook originele soundtracks uit. Na La Jetée, La Planète Sauvage en muziek uit films van Tarkovksi verscheen eerder dit jaar de muziek die Ennio Morricone schreef en opnam voor Un Uomo Da Rispettare. De elpee opent met een van de mooiste muziekstukken die ik dit jaar voor het eerst hoorde.

De Italiaanse regisseur Michele Lupo (1932-1989) begon zijn carrière met sandalenfilms en eindigde met een reeks komische knokfilms van Bud Spencer. In 1972 verscheen Lupo’s kraakfilm Un Uomo Da Rispettare. Kirk Douglas speelt daarin ‘een man met lef’, zoals hij wordt bestempeld in de officiële Nederlandse titel. De film werd internationaal uitgebracht onder de titel The Master Touch en heeft vooralsnog geen plek gekregen in de filmcanon. Het lijkt me sterk dat dat ooit gaat gebeuren. De eerste vijf minuten die ik op YouTube zag beloven weinig goeds. De bijdragen van componist Ennio Morricone worden in korte tijd op oneerbiedige wijze verknipt en verminkt.

Morricone is beroemd vanwege zijn avontuurlijk georkestreerde, meezingbare evergreens voor onder meer Sergio Leone. Je zou bijna vergeten dat de grootmeester een avant-gardistische achtergrond heeft en als componist en trompettist een van de vaste leden was van Gruppo D’Improvvisazione Nuova Consonanza. Dit collectief vermengde vrije improvisaties met musique concrète en tape-experimenten. Het meest experimentele werk op Un Uomo Da Rispettare is Un Tempo Infinito, het tweede nummer op kant A. De schrille elektronische geluiden klinken alsof ze worden voortgebracht door buitenaardse machines en lijken eerder bedoeld voor sciencefiction dan voor een actiefilm.

In de mooiste compositie op het album gaan experiment en een lyrisch blaasorkest een geslaagde symbiose aan. Het bijna twaalf minuten durende titelstuk begint met een vraag- en antwoordspel tussen een trompet en stevig aangezette accenten op de piano. Piepende fluiten dringen vanuit de verte door en zorgen voor een elektronisch aandoende feedback. De feedback wordt later overgenomen door een al even ver weg geplaatste elektrische gitaar. De percussie is vaak meer als een geluidseffect toegevoegd dan als begeleidend ritme.

Morricone onderscheidt zich van de doorsnee filmcomponist vanwege onder meer de wonderlijke combinaties van instrumenten en de toevoeging van ongebruikelijk instrumentarium. Hij heeft eigenlijk geen studio-effecten nodig om opvallende resultaten te bereiken. Het enige toegevoegde effect in Un Uomo Da Rispettare is een echo op de trompetsolo. De overige effecten worden gecreëerd door optimaal gebruik van de studioruimte. De componist speelt met de afstand die de instrumenten tot elkaar hebben. Hoe verder de instrumenten van de microfoon verwijderd zijn, hoe lastiger het is om de bron te herkennen, zoals bij de fluiten en de gitaar het geval is. Daarmee creëert Morricone een gevoel van mysterie.

Un Uomo Da Rispettare met Kirk Douglas

De climax zit precies in het midden van de compositie, vanaf het moment dat de ritmesectie het volume meerdere tanden hoger zet, de blazerssectie aanzwelt en de blaasinstrumenten tegen elkaar op beginnen te klimmen. Ik weet niet of de muzikale climax overeenkomt met de climax in het filmverhaal. Ik vrees dat de beelden afbreuk zullen doen aan de grandeur van de muziek. Waarschijnlijk is het verstandig om de filmmuziek van Morricone volledig losgekoppeld te laten van Michele Lupo’s film. Klik op bovenstaande YouTube-link en oordeel zelf.

The Bleeder (Philippe Falardeau, 2016)

wo, 06/28/2017 - 09:56

Biopics over levende legendes mogen tegenwoordig pas eindigen nadat de levensechte inspiratiebron nog even in beeld komt. Ook The Bleeder ontkomt niet aan dat cliché. De echte bokser Chuck Wepner wandelt vlak voor de aftiteling een rondje voor de camera om te laten zien dat hij nog steeds onder ons is. The Bleeder geeft een vermakelijk beeld van de klappen die hij in zijn woelige leven heeft opgevangen. De film plaatst zowaar ook nog een voetnoot in de Amerikaanse filmgeschiedenis.

Chuck Wepner stond in 1975 in de ring met wereldkampioen Muhammad Ali. Het titelgevecht was het hoogtepunt in de carrière van de bokser uit New Jersey. Hij kon wel tegen een stootje, zelfs als het bloed over zijn ogen gutste. Vanwege het hevige bloeden had hij de bijnaam The Bayonne Bleeder. Wepner diende als inspiratie voor het personage Rocky in de gelijknamige filmhit van Sylvester Stallone. In The Bleeder kijkt Wepner op tegen zijn fictieve zelf. Het succes van Rocky (1976) ervaart hij als zijn eigen succes, terwijl zijn leven in werkelijkheid in een neerwaartse spiraal terechtkomt.

Regisseur Philippe Falardeau laat in The Bleeder merken dat hij zelf heel erg opkijkt tegen Martin Scorsese. De voorbeelden liggen voor het oprapen. Chuck Wepner heeft net als Travis Bickle in Taxi Driver (1976) een complexe relatie met de realiteit. Hij is net zo’n tragikomisch figuur als Rupert Pupkin in The King Of Comedy (1982). Beide personages denken dat de wereld om hen heen draait. Pupkins motto ‘Better to be king for a night than schmuck for a lifetime’ zou ook voor de bokser kunnen opgaan. Net als in Scorsese’s boksfilm Raging Bull (1980) staat het hoofdpersonage in The Bleeder een moment voor de spiegel, ditmaal niet om een beroemde quote uit On The Waterfront te citeren maar om de teksten uit zijn gedrogeerde geheugen op te graven die hij nodig heeft voor een auditie voor Rocky 2.

The Bleeder (Liev Schreiber & Elisabeth Moss)

The Bleeder lijkt stilistisch gezien meer op Goodfellas (1990) dan op Raging Bull. De voice-over van de hoofdrolspeler is zeer nadrukkelijk aanwezig en heeft dezelfde zelfspot als Goodfellas’ verteller Henry Hill. Beide films beginnen met een scène die later terugkeert in de film. De vele pophits op de soundtrack houden de vaart erin en versterken het tijdsbeeld. The Bleeder speelt zich voornamelijk af in de jaren zeventig met als gevolg dat disco de boventoon voert.

Vanwege zijn kopieergedrag heeft Falardeau niet dezelfde klasse als Scorsese. De Canadese regisseur mist een eigen signatuur. Hij heeft gelukkig een uitmuntende cast om zich heen verzameld. Titelrolvertolker Liev Schreiber speelt de meest fysieke rol uit zijn carrière en doet dat zonder terughoudendheid. Hij krijgt stevig tegenspel van Elisabeth Moss als de bedrogen echtgenote Phyliss. Jim Gaffigan speelt een grappige bijrol als Wepners aanhangsel John.

The Bleeder (Liev Schreiber & Jim Gaffigan)

De ironie van het hele verhaal is dat Rocky in 1977 drie Oscars won tijdens de uitreiking van de Academy Awards. De hoofdprijs was een beeldje in de categorie Beste Film. Taxi Driver had die avond het nakijken en Martin Scorsese ging met lege handen naar huis.

6/10