Over alles behalve design

Abonneren op feed Over alles behalve design
arthouse, classics, cult, Hollywood, music
Bijgewerkt: 1 uur 2 min geleden

In Memoriam Steve Albini

wo, 05/08/2024 - 23:02

Het onverwachte overlijden van muzikant en engineer Steve Albini bracht vandaag op social media een schokgolf teweeg onder muziekliefhebbers. De man was een legende. Mijn eerste kennismaking was via VPRO’s radioprogramma Frontline. Het is groot en het is zwart en het komt uit Amerika, zei presentator Gerard J. Walhof voordat hij in 1985 Kerosene opzette. Sindsdien was er geen jaar zonder dat Albini op een of andere manier weer een nieuwe plek wist bemachtigen in mijn platenkast. Toen zijn band Shellac in april 2002 een heel weekend mocht programmeren tijdens het festival All Tomorrow’s Parties twijfelden mijn vrienden en ik geen seconde en reisden we naar een onooglijk vakantiepark in het Britse gehucht Camber Sands voor een van de beste festivals die ik heb meegemaakt. Hieronder als eerbetoon aan Steve Albini een bewerkt gedeelte van het verslag dat ik destijds over ATP 2002 schreef.

Het eerste concert van drie dagen All Tomorrow’s Parties had helemaal de mist in kunnen gaan. Het optreden had heel erg uit de hand kunnen lopen. Gelukkig heet de band Shellac, een groep die een gespannen situatie onder controle weet te houden en kan omzetten in een glansrijke overwinning. Het begint gemoedelijk als de drie bandleden het podium opstappen. Is dat werkelijk Bob Weston? De bassist heeft een snor die in een bocht via de ene wang naar de andere wang krult. We grinniken. Bob geeft ons geen ongelijk. Hij had zich voorgenomen het festival te beginnen met een baard om die per festivaldag beetje bij beetje weg te scheren. Unacceptable, riep zijn vriendin eerder op de dag toen ze het nieuwste resultaat zag. Bob ziet er uit als een Londense Beefeater die zijn dagelijkse kost verdient in een kraanwagen. Life Is Short So Learn To Play Fast staat er op zijn T-shirt.

Drummer Todd Trainer stapt achter zijn drumstel als de sinistere slaapwandelaar Cesare in Das Kabinet des Doktor Caligari. Donkere ogen onder zwart piekhaar. Als hij zit, kijkt hij op tegen hoog opgestelde bekkens. Hij bewerkt ze in opperste concentratie. Je ziet achter zijn draaiende ogen hoe hij de intensiteit van elke klap vlak voor de uitvoering berekent. Grimassen wringen zich in rare krommingen op zijn gezicht. Spieren bewegen mee met de ritmes. Kwijl en zweet druipen op de snare en tom. De tengere Steve Albini oogt als een verlegen nerd, totdat hij zijn versterker activeert en als een roofdier op de snaren van zijn gitaar duikt. Schokkend komt hij op gang, door elkaar geschud door zijn eigen dreigende noise.

De onrust en het ongemak is plotseling groot in de voorste rijen. Er wordt getrokken en geduwd. Een kale jongen, die net naast me stond mee te schreeuwen met de teksten, danst naar voren. Uit de kolkende voorste rijen proberen haaien naar boven te duiken. Tussen de dansers gedragen twee zojuist gearriveerde jongelingen zich als stoorzenders. Ze hebben zich zo te zien vandaag flink vol laten lopen met alles wat hun moeders vroeger buiten handbereik hebben weten te houden. De kleinste van de twee beweegt als een ongecontroleerde Brett Anderson van Suede. Vroeger was hij vast het mooiste jongetje van de klas, zo’n dandy waar alle meisjes verliefd op werden zonder te weten dat er achter de mooie ogen een psychopaat schuilgaat. Hij botst dronken tegen ons aan. We duwen hem terug naar voren. Samen met zijn maatje probeert hij elke plek voor het podium op te eisen. Het maatje is kortgeknipt lichtblond en een paar koppen groter. Zijn ogen zijn onscherp van de alcohol. Hij danst als een maniak die Ian Curtis probeert te imiteren en slaat onder meer het sigaartje uit de handen van de man voor mij.

Shellac dendert ondertussen voort in een verpulverende tred. Er schuilt gevaar in hun cadans. Er spreekt agressie uit elke klap op de snare, uit elk schel akkoord uit de massieve versterker achter Albini. Zijn gitaar slingert aan een band om zijn middel wanneer hij de microfoon met beide handen pakt en over de rollende ritmetandem ons toebijt: Hey man, I wanna have a fight with you. De paar snerpend hoge akkoorden na elke zin in de coupletten van Watch Song zijn als klappen met de vlakke hand in ons gezicht. De bas van Weston dendert en stuwt log voort. Rustig draaiend met zijn hoofd kijkt de bassist over de bewegende massa. Hij overziet de problemen. Zijn ogen concentreren zich priemend op de boosdoeners.

Vanuit het niets doemt in het publiek een hand op. De sigaret in de hand schiet als een slangentong naar de nek van de lichtblonde lastpak. Met een beetje fantasie hoor je de peuk sissend uitgedrukt worden tussen aderen. De lasterlijke Asbak, zoals ik hem vanaf nu noem, lijkt niets te voelen. Hij grijnst dom in de richting van de hand en host voort. Even later duikt hij op aan de andere kant van de pilaar waar we naast staan. Met zijn rug duwt hij toeschouwers naar achteren. Een jongen met bril kijkt hem met dodelijke blik aan. Als de brildrager voor een tweede keer uit zijn evenwichtig wordt gehaald, pakt hij Asbak bij zijn schouders. Door het lawaai uit de versterkers kan ik niet horen wat hij de Asbak probeert duidelijk te maken. Hij schreeuwt in ieder geval en maakt van zijn duim, wijs- en middelvinger een pistool dat hij dreigend op het hoofd van Asbak richt. Voorlopig blijft de woede beperkt tot een symbolische handeling.

Tien minuten later krijgt Asbak door dat hij een brandplek in zijn nek heeft en dat die brandplek daar niet vanzelf is terechtgekomen. Uitgerekend tijdens een spannend rustmoment midden in een nummer van Shellac haalt hij zijn verhaal bij de man die hem de wond heeft toegebracht. You fucking burned me! roept hij uit terwijl de hi-hat van Todd Trainer doortikt en Albini fluistert over dood en verderf. You scarred me! vervolgt Asbak luid. Albini kijkt onder zijn brilletje vandaan. Als de ruzie blijft doorgaan, steekt hij de microfoonstandaard de zaal in. De zaal lacht.

Gitaar en bas knallen voluit een refrein in. Onze haren waaien naar achteren vanwege zoveel volume. Het blijft onrustig in de voorste regionen. Dansbewegingen kunnen ieder moment in vuistslagen veranderen. Bob Weston neemt maatregelen. Tussen twee nummers bedankt hij ons voor het feit dat we van ver zijn gekomen. Een week geleden, tijdens het eerste van twee weekenden ATP 2002, was de zaal afgeladen. Drie dagen lang was er geen vuiltje aan de lucht. 3000 mensen hadden een geweldige tijd. Bob Weston wijst naar Asbak en zijn dandymaatje. We laten ons feestje niet door jou en jou verpesten, zegt hij. De zaal juicht. De jongen met de bril steekt zijn hand op. Kunnen we die twee gasten niet gewoon van het terrein laten verwijderen? vraagt hij. Een heel goed idee, vindt iedereen, maar Shellac is barmhartig en geeft het vervelende stel nog een kans.

Als de overige vragen van het publiek zijn beantwoord, en drummer Todd even achter zijn drumkit vandaan komt om ons trots te vertellen dat hij zijn held Mark E. Smith eerder die dag de hand heeft mogen schudden, beëindigt Shellac de inderhaast georganiseerde persconferentie en knalt opnieuw een nummer van hun eerste album uit de speakers. Staalhard, oorverdovend, zwaar, genadeloos. De versterkers staan zo hard dat we de voetstappen door de PA horen denderen wanneer Albini en Weston tijdens een break met grote sprongen stampen op de vloer. Tijdens een andere break pakken de gitaristen extra drumstokken en slaan ze met volle kracht op de bekkens. Todd heeft speciaal voor dit moment een bekken achter zich neergezet. In het slotnummer trekt Albini een voor een de snaren uit zijn instrument, zich niet bekommerend om de eventuele snijwonden. De adrenaline van de spanning die zich van het publiek meester had gemaakt tijdens het gevecht dat gelukkig geen gevecht werd, vermengt zich met een gevoel van euforie. All Tomorrow’s Parties had zich geen betere start kunnen wensen.

Concerten in april

di, 04/30/2024 - 17:02
Yannis Kyriakides & Andy Moor

De laatste dag van april is een goede gelegenheid om nog even terug te blikken op een paar muzikale momenten afgelopen maand in OCCII en Paradiso.

De lage drempel van OCCII nodigt uit tot het uitproberen van bands waar we nog nooit van hebben gehoord. Een enkele keer eindigt de gewaagde gok in een teleurstelling zoals bij Stuck op 6 april. De band uit Chicago werd in het programma vergeleken met Protomartyr, Mission of Burma, Wire en Slint, maar klonk meer als een Devo-update. Het meest Devoiaans waren de blaffende vocalen van gitarist Greg Obis die afleidden van de knap gespeelde, technisch verantwoorde en daardoor steriel overkomende postpunk. De muziek viel wel in de smaak bij het grotendeels jonge publiek dat vrolijk tegen elkaar botste in de voorste rijen. Wat betreft feestvreugde was de avond zonder meer geslaagd. De postpunkende openingsband Dead Finks uit Berlijn speelde een gedreven set die vanwege de gejaagdheid nogal eenvormig overkwam. Het geluid brak pas in de laatste twee nummers open. Dat werd in afsluiter Shame – met bassist Erin Violet eenmalig achter de drums – mede veroorzaakt door de woeste eenvoud van de basriff.

Dead Finks (bron: YouTube)

Zondag 21 april moesten we concluderen dat de rookmachine van OCCII meer als steeds terugkerende grap fungeert dan als een onmisbaar podiumattribuut. Bij elk windje dat het apparaat liet werd door het publiek hoorbaar gegniffeld. Muzikanten hoestten even hun luchtwegen leeg en probeerden verder te spelen alsof er niets aan de hand was. Bij het benevelde optreden van Ak’chamel had de kunstmatige mist november vorig jaar nog een toegevoegde waarde. Er werd 21 april te weinig mist geproduceerd om de leegte in te zaal op te vullen. De laatste jaren is OCCII vaak goed gevuld en regelmatig uitverkocht, zelfs bij de meest obscure acts. 26 april viel de opkomst tegen. Wellicht was een deel van het potentiële publiek afgereisd naar Tilburg voor een laatste avond Roadburn.

Yannis Kyriakides & Andy Moor begonnen een half uur na de aangekondigde aanvangstijd om niet voor een volledig lege zaal te hoeven spelen. De gitaargeluiden van Moor werden opgevangen, bewerkt en aangevuld door de elektronisch hulpmiddelen op de tafel waar Kyriakides achter zat. Het leek alsof er een onzichtbare extra gitarist op het podium stond. De uit Cyprus afkomstige componist liet een enkele keer nerveuze sequencer-achtige patronen ontsnappen. Meestal stemt Moor zijn gitaar uitgebreid tussen de nummers door, maar in het afsluitende nummer stond het stemmen centraal en draaide de gitarist om de paar maten aan het stemmechaniek van telkens een nieuwe snaar. De constant veranderende dissonanten maakten het einde van de set heel onvoorspelbaar en daardoor extra avontuurlijk.

Chocolat Billy zag ik tien jaar geleden voor het eerst op de vloer in de grote zaal van Paradiso tijdens een feestje van The Ex. Toen waren ze met z’n vieren. Deze keer was de Franse band een trio. Hun meest recente album Le Feu Au Lac klinkt met koortjes en een orgeltje als een vrolijke, onbevangen popplaat. Live gaat de band roekeloos rudimentair tekeer, met beknopte gitaarloopjes, herhalende baslijnen en dansbare vierkante ritmes. Ian Saboya kraaide uitgelaten galmend mee met de meeste van zijn gitaarhandelingen. De muzikanten hadden met veel plezier lak aan verfijning. De spaanders vlogen ons soms om de oren en we moesten een enkele keer wachten vanwege een ingelaste korte bandvergadering.

Badaboum

De avond werd afgesloten door het meertalige Franse trio Badaboum. Net als bij Chocolat Billy wisselden de bandleden regelmatig van instrument, waar mogelijk ook tijdens het spelen. Vol inzet gingen de afwisselende drummers vooral de floor tom te lijf voor primitieve tribale ritmes die goed pasten bij de meer gescandeerde dan gezongen teksten.

Maandag 22 april had Rotterdamse band Library Card in de bovenzaal van Paradiso geen gebrek aan belangstelling. Bij voorprogramma Toto Boroto stond het geluid nog niet helemaal optimaal afgesteld waardoor de vocalen en de uitzwermende shoegaze-gitaren werden verdrongen door overheersende bas en te harde drums. De toetsen waren vrijwel onhoorbaar. Aan het enthousiaste onthaal te oordelen was ik de enige die dat spijtig vond.

Library Card

Bij het hoofdprogramma stond alles in balans. Library Card heeft een vers debuutalbum op zak en extra inspiratie opgedaan tijdens een recent Amerikaans avontuur. Nothing, Interesting is een minialbum en aan de set te oordelen had dat een volledig album kunnen zijn. Ook nummers die nog niet op plaat zijn gezet blaken van inventiviteit. De band koppelt technisch vernuft aan popstructuren en heeft in Lot van Teylingen een vocalist die met spoken word en een enkele melodielijn op poëtische en soms licht spottende wijze kritisch commentaar geeft op de moderne maatschappij. Filosofisch ingestelde luisteraars knikten instemmend ritmisch mee tijdens het nummer Kierkegaard. Het optreden in OCCII liet vorig jaar al horen hoe soepel het kwartet postpunk en elementen uit mathrock koppelt aan lyrische passages. In Paradiso klonk het repertoire nog krachtiger en werd het ene hoogtepunt afgewisseld met het andere en opgebouwd naar dansbare publieksfavoriet Well, Actually. Een toegift kon niet uitblijven. Ook Sunflowers deed de houten vloer golven onder dansende voeten.

40 Jaar Zaal 100

wo, 04/17/2024 - 23:15

Zaal 100 bestaat 40 jaar en dat wordt gevierd met meerdere evenementen en een tentoonstelling in het jarige pand aan de Wittenstraat 100 in de Amsterdamse Staatsliedenbuurt. Het jubileumfestival ging vrijdag van start met optredens van Templo Diez, Viper Mad en Labasheeda. Zondagmiddag was het de beurt aan duo Andy Moor en Marion Coutts.

Zaal 100 is sinds 1984 een plek voor van alles, zolang het activiteiten betreft die moeilijk elders een plek in Amsterdam kunnen vinden. Mijn eerste kennismaking met het podium was op 23 februari 2001 tijdens een optreden met piepende elektroakoestische voortbrengselen van Koji Asano. Verspreid over de jaren zag ik er kleinschalige optredens van voornamelijk bands uit de hoofdstad en directe omgeving. De eerste jubileumavond had vrijdag twee Amsterdamse bands op het programma en een Haagse band als openingsact.

Templo Diez

De drums op het aanstaande nieuwe album van Templo Diez zijn op de achtergrond gemixt en klinken als statige donderklappen in de verte. Tijdens het optreden werd het drumgeluid door microfonen versterkt, wat voor de kleine zaal eigenlijk niet nodig is. Ferme slagen overstemden soms de muziek en de sonore stem van Pascal Hallibert. De delicate americana noir komt volledig tot zijn recht bij een secure geluidsbalans, zoals ik eerder dit jaar merkte toen de band twee nummers in het Patronaat uitvoerde. De muziek klinkt als de soundtrack voor een roadmovie over een reis door een woestijn met een onbereikbare horizon. Een over gitaarsnaren strijkende E-bow, effectpedalen en zingende feedback maakten in Zaal 100 het landschap extra uitgestrekt. De kalmte werkte sporadisch toe naar een bevrijdend aanvoelende storm.

Viper Mad

Bij het trio Viper Mad werden Bjorn Uyens’ in mineur getoonzette liedjes verluchtigd door opgewekte ritmes. De soepel drummende Hassie Dune vulde de vierkwartsmaten op met opgewonden roffels die waren overgeheveld uit drum-‘n-bass. Trompettist Ania Brzezinska was verantwoordelijk voor jazzy noten, met en zonder een mute, en voor achtergrondzang en percussie. Het totaalgeluid was heel open vanwege het ontbreken van basgitaar en toetsen. Afsluitende band Labasheeda had bevriende muzikanten uitgenodigd om de pittige indierock her en der te verrijken met contrabas, banjo en klarinet. Zangeres Saskia van der Giessen wisselde gitaar af met viool. Elke keer als ik Labasheeda live zie doet een andere drummer mee. Vrijdag zat Igor achter de drumkit. Eind vorige eeuw was hij drummer tijdens de hoogtijdagen van noiseband Gone Bald. Toen liet hij met zijn volle spel al horen dat fusion en gitaarnoise elkaar zeker niet hoeven te bijten.

Labasheeda

Zondagmiddag waren meerdere vaders en moeders met kinderen afgekomen op de set van Andy Moor (The Ex) en Marion Coutts. De twee kennen elkaar van de Schotse band Dog Faced Hermans (1986-1995). Na het uiteenvallen van de band vestigden de meeste leden zich in Nederland. Kunstenares en schrijfster Marion Coutts keerde als enige terug naar het Verenigd Koninkrijk. Optredens van het duo zijn zeldzaam en volgens Coutts slechts één keer per jaar mee te maken. Misschien gaan ze vaker optreden na het verschijnen van het gezamenlijke eerste album dat afgelopen weekend in Amsterdam werd opgenomen. De registratie op YouTube van het optreden in Montreuil juni vorig jaar deed uitkijken naar het optreden in Amsterdam.

Moor speelde gitaar met alternatieve stemmingen waarmee boventonen werden opgewekt die rondjes draaiden in een prettige cadans, aangevuld met kale elektronische ritmes en bijgeluiden. De muziek is een speelsere variant op de industriële chansons die Einstürzende Neubauten tegenwoordig maakt, zoals te horen op hun onlangs verschenen album Rampen. De begeleiding stond constant in dienst van de stem van Coutts. Haar afwisseling van spoken word, zang en trompetspel werd nergens overstemd door de geluiden die Moor voortbracht. De zangeres had tijdens het stemmen van de gitaar gelegenheid om foutloos Nederlandse zinnetjes op het publiek los te laten en de zittende mensen aan te moedigen om vooral te dansen. Een van de kinderen in de zaal leverde vervolgens een spontane gastbijdrage met volleerd voetwerk in de ruimte tussen muzikanten en publiek. Er werd ook een gloednieuw nummer voor het eerst live gespeeld, zoals is te horen in deze video:

T’iju T’iju – the dragon is still alive

ma, 04/01/2024 - 00:12

Geluidskunstenaar Jochem van Tol studeerde ooit bij Dick Raaijmakers, is een van de oprichters van The Paper Ensemble en maakte de afgelopen jaren deel uit van het duo SOON en de band Silverbones. De eerste plaat van zijn soloproject T’iju T’iju werd afgelopen donderdag gepresenteerd in Amsterdam.

T’ju T’iju is een Boliviaanse onomatopee voor de sprinkhaan. Het is een van de dieren die soms uit de modulaire synthesizers en andere elektronische instrumenten van Jochem van Tol lijken te kruipen. Zijn minialbum the dragon is still alive opent met gefladder van synthetische vogels. Blauwe vogels om precies te zijn. Het vrije ritme van hun vleugels moet het opnemen tegen elektronische oprispingen, alsof de vogels door een wereldstad vliegen die te kampen heeft met een massale kortsluiting. Machines knisperen, knetteren en sputteren. De muziek vormt een abstract traject waarin niet in cirkels wordt gedraaid, maar telkens naar nieuwe routes wordt gezocht. De oorsprong van de organische geluiden, die als basis dienen voor de compositie, is niet meer te herleiden. Het tweede nummer New Grass begint met een ritmische puls waar een vierkwartsmaat in is te ontwaren. Het onrustige ritme wordt tijdelijk tot kalmte gebracht door de fluisterende tonen van een klarinet. De muziek vertelt een verhaal zonder een dwingend plot en zonder de inmenging van algoritmes uit een laptop.

Het optreden van T’iju T’iju in de Dokzaal was donderdag meer ambient dan op plaat, met lange stukken waarin op muzikale wijze industriële landschappen werden geschilderd. In de voormalige kerk was tegen de achterwand een tientallen meters hoge sprinkhaan geprojecteerd. De zaalvloer was in tweeën gesplitst met aan de ene kant ruimte voor het publiek en daartegenover het ruim opgestelde instrumentarium van de drie muzikanten. Links zat improvisator Giuseppe Doronzo met diverse blaasinstrumenten en rechts stond percussionist Joost Wesseling. Jochem van Tol liep als muzieklaborant van het ene naar het andere instrument, draaiend aan knoppen van een grote, antiek ogende kraakdoos en kleinere varianten daarvan, de naald plaatsend op vinyl en spaarzame noten spelend op een vleugel. Op een af en toe draaiende bandrecorder na werd alles wat we hoorden live voortgebracht. Hm, zie Van Tol soms zachtjes wanneer een improvisatie naar tevredenheid was afgerond. Het publiek hield zich zo stil dat je een stoel bij de minste beweging kon horen kraken. Af en toe bemoeiden geluiden van buiten het pand zich met het optreden. Zo werd de solo van Doronzo heel even vergezeld door het dopplereffect van een overvliegend propellervliegtuigje.

Het optreden werd gepauzeerd voor uitgebreide bedankjes en het in ontvangst nemen van bloemen. Het tempo in het slotnummer werd bepaald door een pulserende bastoon, vergelijkbaar met de herhaalde toon in Wollemi Pine van SOON. Doronzo en Wesseling kregen alle vrijheid om naar hartenlust naar een climax toe te werken. De symbiose van elektronische muziek en ambient free jazz belooft samen met de eerder uitgevoerde soundscapes veel moois voor toekomstige uitgaven van T’iju T’iju

Het album the dragon is still alive is in gelimiteerde oplage op vinyl uitgebracht door Molk Records en Esc.rec. Het hoesontwerp is van grafisch vormgever en drukker Maaike Bol en vervaardigd in een van de werkplaatsen elders in het pand van Plantage Dok.

Soundtrack (1993-1994)

za, 03/23/2024 - 10:44

Laat ik de stilte op deze site doorbreken met muziek en even terugblikken op een radioprogramma uit eind vorige eeuw waar niemand naar luisterde.

In de periode 1993-1994 had ik met een klein team een avondvullend radioprogramma op de woensdagavond bij de Heerhugowaardse lokale zender HERATO. Vanaf acht uur tot en met middernacht draaiden we onder meer internationale en regionale alternatieve popmuziek in het programma Monitor. Producer Rude 66 reed speciaal elke week vanuit Amsterdam met de trein op en neer voor het presenteren van zijn uurtje met obscure dance. Tussen 23:00 en 0:00 uur had ik de studio meestal helemaal voor mezelf om de avond af te sluiten met het programma Soundtrack, een mix van stemmen, geluiden en muziek, voor bij je laatste dagdromen en eerste nachtmerries.

Tijdens Soundtrack gebruikte ik alle beschikbare afspeelapparatuur (twee draaitafels, twee cd-spelers en twee cassetterecorders) voor het gelijktijdig afspelen en mixen van vooraf geselecteerde geluidsdragers. Aan de soundscapes, drumtracks en film- en televisiefragmenten werden soms telefoongesprekken en geluiden van meegebrachte attributen toegevoegd. Het was de bedoeling om een eenheid uit chaos te creëren en sporadisch lukte dat ook. De inspiratie kwam van experimentele nachtprogramma’s van vrije Amsterdamse radiozenders Radio 100 en Radio Patapoe, die ik alleen kon ontvangen wanneer sprake was van atmosferische storing, en uitgaven van het Amerikaanse collectief Negativland. Op oudejaarsavond 1992 deden we een testuitzending met assistentie van een jonge vrijwillige geluidstechnicus die geen idee had wat exact de bedoeling was. Pas halverwege 1993 ging het programma officieel op de donderdagavond van start en had het ook een naam gekregen.

Dertig jaar later zijn meerdere uitzendingen van Soundtrack te beluisteren via Mixcloud. Deze week voegde ik een combinatie toe van de uitzendingen van 17 maart en 19 mei 1994 met muziek van onder meer Holy Toy, F.M. Einheit, Einstürzende Neubauten, CTI (een project van het duo Chris & Cosey), Krackhouse, John Duncan, Aphex Twin en gedichten van Wyndham Lewis. Pak een koptelefoon, doe de lichten uit, sluit de ogen en luister tot aan middernacht naar Soundtrack.

The Ex live in Willem Twee Den Bosch (3 maart 2024)

wo, 03/06/2024 - 17:00

The Ex viert dit jaar het 45-jarig bestaan. De bandleden werkten vorig jaar, na een pauze die langer had geduurd dan was gepland, aan een set met compleet nieuw werk. In december 2023 was daar al iets van te horen tijdens het Catalytic Festival in Nijmegen en Amsterdam. Het voorlopig laatste Nederlandse concert van de huidige Europese tournee was zondagmiddag in Willem Twee in Den Bosch.

De leden van The Ex hadden de afgelopen jaren veel tijd voor projecten buiten de band om. Daarnaast brachten ze oude Ex-albums opnieuw uit op vinyl en gingen ze door het bandarchief om materiaal te verzamelen voor een boek over The Ex dat geschreven wordt door Belgische auteur Guy Peters (o.a. Gonzo (circus) en Klara). Het plannen van gezamenlijke repetities was een uitdaging. De repeteersessies leverden in 2023 uiteindelijk tien nieuwe nummers op. Ze kwamen zondag allemaal voorbij in de grote zaal van poppodium Willem Twee in Den Bosch. Voorprogramma Brader Mûsîkî was voor de meeste bezoekers nogal een uitdaging. De Koerdische liedjes, die ingetogen met diepe stem werden gezongen terwijl vingers vlot dansten over de snaren van een saz, moesten het opnemen tegen uitgebreide zondagmiddaggesprekken. Verspreid over de vloer speelden kinderen. Alleen in de buurt van het podium was de muziek goed te horen. En als het geklets niet afleidde, dan was er wel een brutale fotograaf die de aandacht opeiste door zijn lens vlak voor het kruis van de muzikant te houden voor een serie artistiek verantwoorde foto’s.

The Ex begon de set met het eerste nieuwe nummer African Beef. Het is altijd spannend om de band met vers songmateriaal te zien stoeien. Het idioom van de band is vertrouwd, met het vaak percussieve spel van gitarist Terrie links, de vol klinkende bas- en boventonen van gitarist Andy rechts en in het midden de Afrikaans klinkende, herhalende melodielijnen van zanger/gitarist Arnold, alles op de rails gehouden door de gefocust drummende Katherina. Terrie en Andy wisselden extra melodische motieven af met noisy uitbarstingen. Onder de attributen die Terrie deze keer gebruikte, waren onder meer een trommelvel, een wit kopje met zichtbare koffieresten en delen van het podium. Een enkele keer probeerde hij met het uiteinde van de gitaarhals de eerder genoemde fotograaf speels opvoedkundige tikjes te geven.

Traditiegetrouw kwam Katherina naar voren om een nummer te zingen in een nummer dat op de setlist van Andy aangeduid werd als Kat Song. Na dit rustpunt volgden de twee hoogtepunten in de set, opnieuw met drums als drijvende kracht. Een reggae-achtige beat met het accent op de derde tel moedigde de gitaristen aan tot een lekker zwaar en rauw swingende riff. Een daaropvolgend melodisch drumpatroon, met onder meer drie koebellen als hoofdbestanddeel, gaf het optreden een extra impuls. Ik kan me heel goed voorstellen dat het vindingrijke drumspel tijdens het maakproces in de oefenruimte een inspirerende basis vormt voor improvisaties van de andere bandleden.

Vanuit het publiek werd om oude nummers gesmeekt. The Ex wachtte daarmee tot aan de toegift en eindigde met Soon All Cities, het openingsnummer van het laatste album 27 Passports. Hoe het nieuwe songmateriaal zal klinken in uitgekristalliseerde vorm zullen we na de zomer kunnen horen wanneer The Ex terug is teruggekeerd voor Nederlandse optreden.

Zea + Oscar Jan Hoogland, It Dockumer Lokaeltsje, Knarf Rellöm in OCCII (17 februari 2024)

di, 02/20/2024 - 09:48

Het was zaterdag een bonte avond in OCCII met Friese improvisatieblues, een Friestalige musical over Trump in Makkum en eindigend met een dansfuif onder leiding van een Duitse muzikant wiens naam achterstevoren is gespeld. Gabi Delgado-López, Sun Ra en Hans Vandenburg keken toe en zagen dat het goed was.

De zaterdagavond in OCCII begon met Zea + Oscar Jan Hoogland op ooghoogte vanaf de zaalvloer. Het geblaf van een onzichtbare hond zette de set in beweging. Nummers van het album Summing (2020) werden afgewisseld met vrije versies van Friestalige nummers. Oscar Jan Hoogland vulde de herhalende gitaarmotieven van zanger Zea voor de verandering voornamelijk aan met voor zijn doen ingetogen toetsenwerk. Gewoonlijk ontpopt de improvisator zich als variétéartiest door vele attributen tevoorschijn te toveren voor allerlei wonderlijke geluiden. Tijdens dit optreden pakte de toetsenist wat dat betreft slechts eenmaal flink uit, stappend tussen het publiek, blazend op een scheidsrechtersfluitje en draaiend aan een zwaar ogende sirene met als einddoel de platen op de draaitafels van DJ Andy Moor (The Ex). Die platen waren niet te horen omdat de volumeschuif van de dj-tafel tijdelijk op nul stond. Hooglands kalmere aanpak deed tijdens het hoogtepunt van de set het rumoer verstommen in het achterste deel van de zaal. De cover Wurch was een voortuitwijzing naar en ode aan de tweede band van de avond.

It Dockumer Lokaeltsje husselde tijdens het optreden nummers van hun drie laatste albums door elkaar, beginnend met Sato-Sato van de DAF-coverplaat Alles Is Goed. De hoofdmoot deze avond was het nieuwe conceptalbum Trump Yn Makkum, een no wave musical over de bouw van een plezierjacht in opdracht van oppergluiperd Trump die eindigde in een financiële strop voor een Makkumer scheepswerf. Het Friese drama ging in OCCII van start met It Frije Wurd Stjonkt Ut ‘E Bek. Het Friese trio ging met gejaagde gang door de korte, hortende en stotende composities heen, met onvertaalde humor en woorden die ook in de Nederlandse variant wonderlijk klinken, zoals een bonkerak. De gitaarbanden van gitarist Sytse J. van Essen en zanger/bassist Peter Sijbenga konden het muzikale geweld niet meer aan en probeerden zich los te trekken. Net als in het leven hangt als met plankband aan elkaar, verzuchte Sijbenga filosofisch.

De avond eindigde met het Knarf Rellöm Arkestra onder leiding van, hoe kan het ook anders, Knarf Rellöm oftwel de Duitse zanger/muzikant Frank Möller. Hij is onder de naam Dubby King Knarf een van de remixers op de dubplaat Wat Ik Dacht Toen Ik Lag die Zea vandaag ten doop hield. Op het podium links van Knarf stond een saxofonist/fluitist en rechts een ijverige percussionist. De Arkestra-leider had voor de gelegenheid een rood pyjamapak aangetrokken waarop het woord no de kern van het design vormde. Het optreden begon enigszins geëngageerd met Nuclear War van Sun Ra Arkestra, een call and response-nummer dat ook ooit door Yo La Tengo op plaat is gezet. Het publiek werd aangemoedigd om mee te zingen en uitgenodigd om op het podium te staan. Slechts een enkeling durfde die laatste uitdaging aan. Funkadelics slogan Free Your Mind… and Your Ass Will Follow was het motto, maar dan in de versie van En Vogue. De discoshow bevatte ook een Nederlandse cover met Peter Sijbenga als gastzanger in een extra vrolijke versie van Nederpopklassieker Tokyo van Haagse band Gruppo Sportivo. Vooraan werd gedanst, terwijl nuchtere passievelingen vanaf veilige afstand geamuseerd toekeken.

Ik zou zelf niet zo snel een plaat van kopen van Karf Rellöm, maar als hij exemplaren van zijn pyjama tussen de merchandise zou hebben neergelegd, had ik er zelfs twee aangeschaft, eentje voor mezelf en de ander voor Treg Keebrev.

Chilly Scenes Of Winter (Joan Micklin Silver, 1979)

zo, 02/11/2024 - 19:55

Chilly Scenes Of Winter wordt in sommige kringen beschouwd als een cultfilm. Het is een romcom met een twist en een vertelvorm die mij niet kon bekoren. Ik liet me tijdens het kijken gewillig afleiden door een paar opvallende bijrollen.

De Amerikaanse speelfilm Chilly Scenes Of Winter is een romantische komedie waarin romantiek en humor tekortschieten. De filmstudio wist er zich geen raad mee en probeerde in 1979 het publiek naar de bioscopen te lokken door de titel te veranderen in het vrolijker klinkende Head Over Heels. Vooral alle zekerheid werd ook een happy end toegevoegd. De film gaat over een obsessieve liefde en een obsessies vormen geen gezonde voedingsbodem voor een relatie. Charles (John Heard) ontmoet Laura (Mary Beth Hurt) op het werk wanneer hij zijn afgezonderde kantoorruimte en zijn drankflesje even verlaat voor een bezoek aan het kantoor van de bedrijfsadministratie. De eerste dialoog tussen Charles en Laura is bedoeld als meet cute. Tegenwoordig noemen we de opdringerige toenadering van Charles grensoverschrijdend gedrag.

Onsympathieke personages zijn vaak interessanter dan sympathieke varianten. De vorm waarin deze film is gegoten maakt het helaas lastig om 92 minuten lang op te willen trekken met de irritante Charles. Vrij snel in Chilly Scenes Of Winter wordt de vierde muur doorbroken en vergroot een voice-over de afstand tussen het hoofdpersonage en de kijker. Ik was vanaf dat moment uitgekeken op de man en meer geïnteresseerd in de bijrolspelers. Peter Riegert (die net als John Heard later een rol kreeg in The Sopranos) is een amusante nietsnut met wie Charles een huis deelt. Gloria Grahame, een actrice uit de Golden Age of Hollywood in een van haar laatste rollen, acteert als suïcidale moeder van Charles alsof ze speelt in een film uit de jaren vijftig van de vorige eeuw.

Allen Joseph in Chilly Scenes Of Winter a.k.a. Head Over Heels

De eerste bijrol die me opviel is die van een acteur wiens stemgeluid mij heel bekend voorkwam toen hij voor het eerst zijn mond opende. De stem hoort bij de blinde man die versnaperingen verkoopt in de foyer van het kantoorcomplex, vlak naast de uitgang van het pand. Charles koopt na werktijd regelmatig een snack voor onderweg en is te veel met zijn gedachten bij Laura om de vraag van de verkoper te horen. What do you have? herhaalt de man met door frustratie aangewakkerde stemverheffing. Het kostte me een hele scène om erachter te komen van wie die stem was. Ik hoorde hem voor het eerst op de soundtrack van Eraserhead (1977). Die had ik in de jaren tachtig meer dan tien jaar lang in de platenkast staan en dus meermaals kunnen draaien voordat ik de film eindelijk zag. De lp bestaat naast soundscapes, snippers instrumentale variétémuziek en het lied In Heaven ook uit een monoloog van een man (Mister X) die aan de eettafel vertelt over de gevoelloosheid in zijn arm. Hij vraagt aan hoofdpersoon Henry (Jack Nance) of hij het kippetje wil aansnijden dat kaal op een bord ligt te wachten. Just cut them up like regular chickens.

Allen Joseph in Eraserhead

De rasperige stem is van Allen Joseph (1919-2012). De acteur speelde vanaf de jaren vijftig tot halverwege de jaren tachtig voornamelijk in televisieseries en had een bijrol in slechts een paar filmklassiekers (Marathon Man, Raging Bull). Joseph speelt het ongemakkelijke diner in Eraserhead pijnlijk komisch naar grote hoogten, eindigend met een griezelige bevroren glimlach. De casting van de acteur zal niet alleen bepaald zijn door talent, maar hoogstwaarschijnlijk ook door de indirecte link met The Wizard Of Oz (1939), een van de favoriete films van David Lynch. Allen Joseph speelt de Tin-Woodman in The Wonderful Land Of Oz, een naar verluidt niet bepaald geslaagde kinderfilm uit 1969. The Wizard Of Oz loopt als een rode draad door het oeuvre van Lynch. Als je daar meer over wilt weten, kan ik je de verzameling video-essays onder de titel LYNCH/OZ van harte aanbevelen.

Chilly Scenes Of Winter is vorig jaar op Blu-ray uitgebracht door het label Criterion.