Over alles behalve design

Abonneren op feed Over alles behalve design
arthouse, classics, cult, Hollywood, music
Bijgewerkt: 48 min 58 sec geleden

Circuit Des Yeux live in Muziekgebouw aan ’t IJ (19 februari 2018)

wo, 02/21/2018 - 12:07

Circuit Des Yeux speelde een paar jaar geleden tijdens haar vorige Amsterdamse concert helemaal in haar eentje, voorafgaand aan een metalband in OCCII. Het was een van de zeldzame concertavonden met een hoofdact die zijn meerdere moest erkennen in het voorprogramma. Het laatste album van Circuit Des Yeux deed uitkijken naar haar terugkeer in Amsterdam. Maandag was het eindelijk zover in het Muziekgebouw. De zangeres had dit keer niet alleen haar 12-snarige gitaar meegebracht, maar ook een drummer en een contrabassist.

Haley Fohr alias Circuit Des Yeux is niet bang om zichzelf bloot te geven, maar als het kan verbergt ze zichzelf zoveel mogelijk wanneer ze voor een publiek staat. Tijdens het optreden in OCCII in juni 2015 bleef haar gezicht verborgen achter lange lokken. In het Muziekgebouw vroeg ze afgelopen maandag voor aanvang van de show of het licht uit mocht. Twee projectoren, die elk op een hoek vooraan op het kleine podium waren geplaatst, zorgden voor een abstract lichtspel waarbij de muzikanten slechts schaduwen vormden. Een flesje bronwater op de speaker naast de zangeres werd beter verlicht dan de zangeres zelf. Ik zag vanuit mijn positie ook meer van drummer Tyler Damon en bassist/achtergrondzanger Andrew Scott Young dan van Haley Fohr.

Het ging uiteindelijk om de muziek en vooral het ontzag inboezemende stemgeluid dat uit de duisternis tevoorschijn kwam. Bij omschrijvingen van Circuit Des Yeux vallen regelmatig woorden als spiritueel en sacraal, wat suggereert dat de liedjes voortkomen uit een religieuze openbaring. De basis voor het derde album Reaching For Indigo (2017) waren de inzichten die Fohr begin 2017 kreeg toen een fysieke hapering haar op heftige wijze confronteerde met de grenzen van haar eigen lichaam. De muzikale uiting die daaruit voortkwam heeft zeker iets religieus, maar dan vanwege de gospelinvloeden en niet omdat er Bijbelverwijzingen in de teksten zijn te traceren.

Bassist Andrew Scott Young van Circuit Des Yeux

Optreden in het donker geeft Circuit Des Yeux alle gelegenheid om te spelen met identiteit. Dat ze zich daar bewust mee bezighoudt blijkt uit de plaat die Haley Fohr ooit heeft opgenomen in de huid van haar alter ego Jackie Lynn. Als je niet zou weten hoe ze er in werkelijkheid uitziet zou je bij het horen van haar gedragen baritonzang afwisselend kunnen denken dat ze een man is, een Afro-Amerikaanse gospelzangeres of een veel oudere folkzangeres. Geen wonder dat Circuit Des Yeux in artikelen en recensies met uiteenlopende artiesten wordt vergeleken. De vergelijking met avant-gardezangeres Diamanda Galás vond ik deze keer nog sterker dan in OCCII, omdat Fohr in het Muziekgebouw vaker de grenzen van haar bereik opzocht door op oorverdovende wijze meerdere octaven omhoog te gaan. Ook muzikaal pint de zangeres zich niet vast aan één identiteit. Folk is wel de basis, maar elektronica, psychedelica en bescheiden noise worden niet geschuwd. Aan de manier waarop de drummer en bassist de liedjes losschudden kon je in de verte horen dat ze voortkomen uit de impro-scene van Chicago.

De stem van Haley Fohr dwong respect af. Het publiek durfde zelfs tussen de nummers door nauwelijks te praten. Volgens de berichten over de imposante show een paar dagen eerder in WORM zou het optreden kort zijn, maar daar was in Amsterdam geen sprake van. De aanwezigen wisten zowaar een toegift van twee nummers af te dwingen. Gelukkig maar, want anders hadden we naar huis gemoeten zonder een zinderende uitvoering van Fantasize The Scene, afkomstig van het vorige album In Plain Speech (2015).

TALsounds

De zang van voorprogramma TALsounds bleef beperkt tot noten in de hogere regionen.  Het solo-optreden van Natalie Chami bestond uit een lange improvisatie met een oude Roland-synthesizer en een kraakdoosje van Moog. Ze speelde minimale akkoordenpatronen die ze herhaalde met behulp van loops. Beide analoge synthesizers waren zo te horen onderweg tijdens de tournee ontstemd geraakt en weigerden eigenwijs nog langer in dezelfde toonsoort te opereren. De wringende noten die door de patstelling werden veroorzaakt waren niet altijd welluidend. Chami trok de ontstemming enigszins recht door met zuivere koortjes mee te drijven op de golfslag die ze met haar effectapparatuur had voortgebracht. Na ongeveer een kwartier was Chami door alle ideeën heen en kon haar herhalingsoefening me niet langer meer boeien. Uiteindelijk bleef de performance steken in een trucje dat ik de afgelopen 25 jaar al vaker heb meegemaakt en interessanter heb horen uitvoeren.

Ook Polderlicht was bij het Amsterdamse concert van Circuit Des Yeux. Check de recensie.

Marlina The Murderer In Four Acts (Mouly Surya, 2017)

do, 02/15/2018 - 14:41

Westerns zie je niet zo vaak in de Nederlandse bioscopen. Feministische westerns zijn nog zeldzamer. Brimstone (2016) is volgens de maker een feministische western, maar dan wel eentje die vanuit een mannelijk perspectief (die van de regisseur) wordt verteld, dus die telt niet mee. De laatste keer dat er een film binnen dit subgenre in ons land draaide was in de zomer van 2012 toen Meek’s Cutoff (2010) van Kelly Reichardt een verlate en gelimiteerde release kreeg. Marlina The Murderer In Four Acts is extra bijzonder omdat het een western uit Indonesië is.

Regisseuse Mouly Surya gebruikt in Marlina The Murderer het widescreenformaat om de panorama’s op het eiland Sumba nog breder in beeld te brengen dan ze in werkelijkheid zijn. Je moet met het hoofd meedraaien om rover Markus (Egy Fedly) van rechts naar links te volgen wanneer hij het huis nadert van Marlina (Marsha Timothy). Markus weet dat Marlina’s echtgenoot onlangs is overleden. Hij komt haar inlichten over de komst van zijn bendeleden. Die avond zal de vrouw van al haar vee worden beroofd en zullen alle zeven mannen het bed met haar delen. Marlina laat dit niet zomaar gebeuren. Ze verandert noodgedwongen in de moordenares die de filmtitel heeft aangekondigd.

Marlina The Murderer (Egy Fedly & Marsha Timothy)

Vrijwel alle mannen in deze film zijn incompetent of kwaadaardig. De meest incompetente man is Marlina’s echtgenoot. De dode man zit in een donkere hoek van de kamer als mummie in een kleed gewikkeld en met de handen onder zijn kin, alsof hij zich al peinzend voorbereidt op het hiernamaals. Markus is de kwaadaardigste man als leider van de bende. Marlina slaat hem van zich af door zijn hoofd af te hakken. Ze gaat met het hoofd op reis naar het dichtstbijzijnde politiebureau, achtervolgd door de laatste twee nog levende bendeleden en de onthoofde spookgedaante van Markus.

In tegenstelling tot Brimstone en Meek’s Cutoff is Marlina The Murderer In Four Acts geen echte western, maar een hedendaags verhaal dat speelt met stijlelementen uit het genre. De film is een combinatie van een ode en een pastiche aan de spaghettiwestern. Markus komt niet per paard aangereden, maar op een motor. In het eenvoudige houten huisje van Marlina zoemt onverwachts een mobiele telefoon. De vrouw laat zich leiden door een mix van wraak en een gerechtigheid zoals vele westernhelden en –heldinnen. Componisten Yudhi Arfani en Zeke Khaseli citeren in hun arrangementen uitgebreid uit het repertoire van Ennio Morricone. In plaats van mondharmonica speelt Markus een klein snaarinstrument.

 

Mouly Surya is heel nadrukkelijk bezig met vorm, wat onder meer blijkt uit de vier hoofdstukken waarmee ze het verhaal onderverdeelt. De nadruk op stijlcitaten maakt een bedachte indruk en dreigt de film afstandelijk te maken. Er zit voldoende humor in de film om dat te compenseren. Het is verfrissend om westernpersonages uitgebreid over zwangerschap te horen discussiëren in plaats van over de lengte van hun pistool. De strijdkracht van Marlina drijft het eenvoudige verhaal vooruit. De vrouwen redden het in de onderdrukkende mannenwereld dankzij vindingrijkheid en onderlinge solidariteit.

6/10

The Florida Project (Sean Baker, 2017)

wo, 02/14/2018 - 21:42

Regisseur Sean Baker maakte in 2015 indruk met een speelfilm die volledig was opgenomen met een mobiele telefoon. Tangerine ging ondanks de lovende kritieken indertijd aan de Nederlandse filmhuizen voorbij, wat misschien te maken had met het ontbreken van bekende acteurs. De bekendste naam in Bakers doorbraakfilm The Florida Project is Willem Dafoe. De acteur wordt bijna van het doek gespeeld door een zesjarige deugniet in een film waarin humor op geslaagde wijze aan sociale bewogenheid wordt gekoppeld.

In de schaduw van Disney World, Florida staan goedkope hotels en motels met kamers die voor $38 per avond worden verhuurd aan outcasts en kansarme eenoudergezinnen. Een paar honderd meter verderop ligt een landingsbaan waar helikopters af en aan vliegen. Per ongeluk melden toeristen zich wel eens bij de motelbalie, zoals het pasgetrouwde stel dat tot hun schrik bemerkt dat Magic Castle meer lijkt op een zigeunerkamp dan op het sprookjesparadijs waar ze hun huwelijksreis willen doorbrengen. Ze vluchten direct weg met dezelfde taxi die hen hiernaartoe heeft gebracht. Magic Castle is niet bestemd voor vermaak; mensen bivakkeren er uit pure armoede.

Fantasiewereld
Architecten en decorateurs hebben geprobeerd om de buitenwijk te laten lijken op een sprookjespark, maar het enige dat hun bouwsels uitstralen is troosteloosheid. Dit is geen fantasiewereld als toevluchtsoord, maar de rand van de wereld waar de minderbedeelden van de samenleving elk moment met hun kroost vanaf kunnen kieperen. Dit is een van de afvoerputjes van de Verenigde Staten. Alleen vrijwilligers van een kerkorganisatie, die regelmatig voedselpakketten uitdelen, laten hun medeleven blijken.

The Florida Project (Brooklynn Prince & Bria Vinaite)

Moonee
De eerste personages die we in The Florida Project ontmoeten zijn kinderen. We beleven de wereld vanuit hun perspectief en dus vanaf een lagere camerapositie. Moonee (Brooklynn Prince) speelt de hele zomer met leeftijdgenootjes rondom het motel. Moeder Halley (Bria Vinaite) heeft weinig tijd voor de opvoeding want er moet elke week geld op tafel komen om het verblijf in het motel te betalen. Als ze wel eens met Moonee gaat wandelen, doet ze dat voornamelijk uit tactische overwegingen, want de aanwezigheid van het meisje heeft een positief effect op de illegale verkoop van parfums die moeder bij een groothandel heeft gehaald. Halley is niet bepaald een rolmodel voor haar dochtertje.

Kattenkwaad
Een groot deel van de film zijn we getuige van de streken die Moonee uithaalt. Er kan veel gelachen worden om haar brutale gedrag. Wat betreft humor is de invloed goed merkbaar van de serie korte films Our Gang van comedyproducer Hal Roach. De camera houdt van Moonee en de liefde is wederzijds. De kinderen hebben door gebrek aan ouderlijk toezicht alle tijd om kattenkwaad uit te halen. We volgen hun dagelijkse avonturen zonder dat een plot dat zich aan de kijker opdringt. Een tijdlang heeft The Florida Project dezelfde speelsheid als de kinderen en zou je bijna vergeten dat er elk moment iets kan gebeuren waardoor Moonee op heftige wijze met haar neus op de realiteit van haar weinig rooskleurige bestaan wordt gedrukt.

The Florida Project (Willem Dafoe)

Wakend oog
Huismeester Bobby (Willem Dafoe) komt zich regelmatig bij Halley beklagen over haar ondeugende dochtertje en tegelijk vragen of de moeder eindelijk kan voldoen aan de achterstallige huur. Hij kan het echter niet over zijn hart verkrijgen om moeder en kind uit de motelkamer te verwijderen. Bobby gedraagt zich meer als een buurtwerker dan een motelmanager. Hij is het wakende oog, met en zonder gebruikmaking van de bewakingscamera’s. Er vindt een omslag in de film plaats wanneer Bobby op een ladder de afbladderende gevel staat te verven en wordt afgeleid door een onbekende man die zich verderop verdacht ophoudt bij de spelende kinderen. Als Bobby niet zo opmerkzaam was geweest zou de film vanaf deze scène een hele nare wending hebben genomen. Ondanks de goede afloop is de kijker zich nu meer dan ooit bewust van de vele gevaren waarmee het motel is omringd, zoals de waterplas bij de trap waar de kinderen over uit kunnen glijden en het drukke verkeer op de snelweg om de hoek. Bobby zal niet altijd in de gelegenheid zijn om de rol van reddende engel op zich te nemen.

Façade
Empathische regisseur Sean Baker filmt met geduld en zonder een oordeel te vellen over zijn personages. Hij haalt het beste uit een cast die voornamelijk bestaat uit mensen zonder filmervaring. De ongeremde Brooklynn Prince is ontwapenend. Debutant Bria Vinaite levensecht als falende moeder. Ze houden zich probleemloos staande tegenover routinier Defoe. De camera observeert op een documentaire manier en waart rond in een wereld die vanwege de bontgekleurde supermarkten, fastfoodketens en ijstenten een onwerkelijke indruk maakt. Als je niet beter zou weten zou je denken dat Moonee in een sprookje leeft. Het meisje is te jong om achter de façade te kunnen kijken.

Het purper, oranje, geel en groen doen zeer aan de ogen. De felle kleuren trekken als gif door in de kleding van de motelbewoners en het geverfde haar van moeder Halley. Alle kleuren van de regenboog komen voorbij en de regenboog zelf mag ook even een bijrol spelen. De kist met goudstukken is ver te zoeken.

9/10

M (Sara Forestier, 2017)

zo, 02/11/2018 - 19:49

De letter M zal in de filmgeschiedenis altijd geassocieerd worden met de klassieke eerste geluidsfilm van Fritz Lang uit 1931 en in iets mindere mate met de Amerikaans remake van Joseph Losey. Actrice Sara Forestier moet helemaal achter in de rij aansluiten met haar regiedebuut M over stotteraar Lila. Het spraakgebrek is niet de hoofdreden waarom M moeite heeft om vooruit te komen.

Studente Lila (Sara Forestier) wordt door klasgenoten geplaagd omdat ze hevig stottert. Ze zwijgt liever en durft pas weer een beetje te praten nadat ze bij de bushalte toevallig Mo (Redouanne Harjane) heeft ontmoet. Mo woont in een oude bus op een ongebruikt parkeerterrein. Op het dak heeft hij een hangmat geplaatst. Mo deelt zelfgebakken Arabische lekkernijen uit en doet ’s avonds mee aan illegale indoor straatraces. Zijn ontmoeting met Lila leidt onvermijdelijk tot een amoureuze relatie met de bijbehorende ups en downs. Stotteren vormt daarbij geen obstakel. Het grootste conflict in M wordt veroorzaakt door het analfabetisme van Mo en de moeite die hij doet om dat geheim te houden.

M (Redouanne Harjane)

Je moet in de praktijk altijd geduldig luisteren naar iemand die stottert en misschien dat Forestier om die reden dialogen centraal stelt en heel veel tijd neemt om Lila verbaal los te laten komen. Het lijkt erop dat de regisseuse haar film een realistische tintje heeft willen meegeven door improvisatie toe te laten. Het voordeel daarvan is dat de acteurs alle ruimte hebben om zich vrijuit uit te drukken. Het grote risico is dat ze geen maat weten te houden en hun overdaad aan teksten uitmondt in vrijblijvend gekeuvel waarbij de gedachten bij de kijker dreigen af te dwalen.

 

 

De dialogen vertellen het verhaal in M. Op visueel vlak is er minder te beleven. Alleen tijdens de paar races wijkt de film even af met flitsend camerawerk. Uit de handelingen van Lila’s vader (Jean-Pierre Léaud) leren we vrijwel niets over zijn personage. Lila moet vertellen dat hij een beetje de weg kwijt is sinds de dood van haar moeder. Waarom deze onhygiënische man toch in een restaurant kan werken – zoals pas veel later blijkt – is nogal een raadsel. Léaud is in zijn scènes vooral aanwezig en niet veel meer dan dat. Zusje Soraya (Liv Andren) wordt zo achteloos geïntroduceerd dat ik even niet wist wie ze was toen ze een tweede keer in beeld kwam. Pas tegen het einde van de film wordt duidelijk wie de jongedame is met wie Mo aan het begin van de film optrekt. De ongrijpbaarheid van veel bijrollen zorgt ervoor dat ze eerder vragen oproepen dan interesse opwekken.

M (Sara Forestier)

Van alle acteurs maakt Sara Forestier zelf de meeste indruk. Ze klinkt als een echte stotteraar en niet als iemand die stotteren imiteert. De overige acteursprestaties konden mij minder bekoren. Redouanne Harjane speelt onbeheerst en heeft veel opspattend speeksel nodig tijdens zijn woede-uitbarstingen. De overdreven acterende tiener Liv Andren heeft de ondankbare taak om in bijna al haar scènes halfnaakt rond te lopen in veel te ruime kleding, zelfs wanneer ze op school is. De combinatie Harjane en Andren levert de meest idiote scène in de film op met een melktand in de hoofdrol. Het ergste aan hun uit de hand lopende confrontatie is niet zozeer het overrompelende geweld maar het feit dat de film er geen consequenties aan verbindt.

3/10

IFFR: Western (Valeska Grisebach, 2017)

wo, 02/07/2018 - 14:03

Western

De derde speelfilm Western van Duitse regisseuse Valeska Grisebach heeft sinds Cannes vorig jaar een bescheiden zegetocht gemaakt langs de internationale festivals. De film won in eigen land meerdere prijzen. Grisebach wordt geassocieerd met de zogenaamde Berliner Schule en werkte onder meer samen met regisseuse Maren Ade (Toni Erdmann). Ze wisselt speelfilms af met documentaires. De documentaire stijl past ze met succes toe op haar fictiefilms. Western was tijdens het afgelopen International Film Festival Rotterdam nog niet door een Nederlandse distributeur opgepikt, maar daar zou na de enthousiaste reacties op sociale media wel eens verandering in kunnen komen.

Meinhard (Meinhard Neumann) werkt in Western als constructiemedewerker met een Duits team aan een tijdelijke klus in een afgelegen gebied in Bulgarije, nabij de grens met Griekenland. In hun vrije tijd hangen de mannen rond in hun kleine, door heuvels omringde enclave. De Duitsers confisqueren de plek door brutaal een grote Duitse vlag op het dak van hun verblijfplaats te planten. Ze blijven zoveel mogelijk buiten het zicht van het dichtstbijzijnde dorp. Onderlinge spanningen zorgen vanaf de eerste minuten direct voor een onbehagelijk gevoel. Meinhard en opzichter Vincent (Reinhardt Wetrek) hebben een onderkoelde verstandhouding. De twee zijn elkaars tegenpolen; Meinhard is een zwijgzame binnenvetter en Vincent een gefrustreerde macho. Een als grap bedoelde confrontatie tussen Vincent en een paar lokale vrouwen zet ook de verhouding op scherp tussen de Duitsers en de achterdochtige plaatselijke bevolking.

Western (Reinhardt Wetrek)

Meinhard durft het als enige van het team aan om in het dorp vriendschappelijke toenadering te zoeken. De link tussen hem en de bewoners is een prachtig wit paard dat rondom het verblijf van de Duitsers graast. Meinhard rijdt ermee het dorp in alsof hij een eenzame, al wat oudere cowboy is uit een film van Budd Boetticher. Het paard is van Adrian (Syuleyman Alilov Letifov), een invloedrijke dorpsbewoner met wie de Duitser ondanks de taalproblemen langzaam een vertrouwensband opbouwt. Omdat Meinhard een zwijgzaam type is blijft onduidelijk wat zijn exacte redenen zijn om meer met de dorpelingen op te trekken dan met zijn landgenoten. De relatie met zijn baas Vincent wordt er in ieder geval niet beter op en hun onenigheid vormt een bedreiging voor de vriendschap met Adrian. Het paard speelt daarbij opnieuw een doorslaggevende rol.

De groeven in het hoofd van hoofdrolspeler Meinhard Neumann doen hem lijken op westernregisseur Sam Peckinpah. Neumann is geen geschoolde acteur en lijkt zichzelf te spelen in zijn eerste filmrol. Vermoedelijk is hij in het echte leven ook gewend om een avontuurlijk leven te leiden ver van huis, voor zover hij een eigen huis heeft. Meinhard geeft weinig van zichzelf prijs en liegt waarschijnlijk over zijn diensttijd bij het Vreemdelingenlegioen. Het komt hard aan als tijdens een kalm gesprek met Adrian we heel even een blik krijgen achter Meinhards tot dan toe onbewogen masker.

Western (Syuleyman Alilov Letifov)

De emotie in de bovengenoemde scène is geheel onverwachts, zoals meer in Western de kijker verrast. De plotlijn lijkt onzichtbaar omdat alles op documentaire wijze gefilmd is en het echte leven zich niet laat regisseren. De motieven van Meinhard zijn lastig te doorgronden en dus verrast ook zijn personage omdat hij keuzes maakt die je niet aan ziet komen. De man is zowel gemotiveerd door zijn zoektocht naar acceptatie en vriendschap als door de haantjesstrijd met Vincent. Die twee uitgangspunten blijken lastig met elkaar te rijmen.

De titel Western is goed gekozen, want de film van Valeska Grisebach bevat veel typische westernelementen, zowel thematisch (bijvoorbeeld de botsing tussen originele bewoners en buitenlandse binnendringers) als visueel (een paard, een geweer, een pistool in een holster, schermutselingen in de wildernis). De frontier is ditmaal het grensgebied tussen Bulgarije en Griekenland. Politie en justitie zijn nergens te bekennen en dus gelden elementaire regels waarbij de sterkste zal zegevieren. Zonder veel nadruk gaat Western ook over de vluchtelingenproblematiek in Europa. Grisebach keert de rollen om en laat westerlingen vreemdelingen zijn in Europa, in een omgeving waarin ze zich niet thuis voelen en met argwaan worden gadegeslagen door de plaatselijke bevolking. Meinhard probeert met veelal de beste bedoelingen aansluiting te vinden, maar zal altijd een buitenstaander blijven. Hij is net zo ontheemd als een vluchteling.

9/10

IFFR 2018: I Am God / Naan Kadavul (Bala, 2009)

ma, 02/05/2018 - 21:51

I Am God is een extreem voorbeeld van Tamil cinema. Dit Indiase subgenre is ook bekend onder de naam Kollywood, vernoemd naar de woonwijk Kodambakkam in Madras waar de meeste van dit soort films worden geproduceerd. I Am God draaide tijdens de afgelopen editie van het International Film Festival Rotterdam als onderdeel van het programma House On Fire met recente cinema uit Tamil Nadu. Helaas liet de techniek het nogal afweten.

De plot van I Am God is goed te volgen, zelfs als je geen kennis hebt van het Hindoeïsme. Verder lijkt niets op de films die we normaal gesproken in onze bioscopen te zien krijgen. De pacing wijkt af van de gemiddelde westerse film. Vooral de extra lang aangehouden emotionele uitbarstingen zorgen voor veel oponthoud. Personages kruipen daarbij vaak jammerend over de vloer. Regisseur Bala prefereert visueel spektakel boven karakterontwikkeling en houdt de camera langdurig gericht op lichamelijke gebreken. Exploitatie van fysieke handicaps wordt afgewisseld met vrolijke liedjes.

De film heeft twee hoofdpersonage. We maken eerst kennis met Rudran. Hij is om (bij)geloofsredenen jaren geleden als kind door zijn familie verlaten. De volwassen Rudran leeft als een Aghori, een hindoeïstische asceet in een lendendoek die zich heeft afgekeerd van het moderne leven. Hij kijkt in de meeste van zijn scènes heel erg boos, behalve wanneer hij met de ogen gesloten mediteert terwijl hij op zijn hoofd staat. Acteur Arya speelt het personage als een verveelde, aan hasjverslaafde rockster met een Charles Manson-complex. De manier waarop Rudran met zijn woeste baard en wilde oogopslag wordt geïntroduceerd lijkt op een trailer van een Indiase actiefilm. In de resterende twee uur hangt de man laveloos rond langs de rivier in de nabijheid van een personage zonder ledematen die als een god wordt vereerd. Rudran roept met zijn rauwe stem meerdere keren dat ook hij een god is voordat hij weer een stevige haal neemt van de hasjpijp en vergenoegd kreunt. Verder doet hij opvallend weinig.

Het tweede hoofdpersonage in I Am God is een jonge blinde vrouw (Pooja Umashanka) met de zangstem van een engel. Ze wordt ontvoerd om als bedelares te werken onder het schrikbewind van slavendrijver Thandavan (Rajendran). De paden van de vrouw en Rudran zullen elkaar onvermijdelijk kruizen. Voordat het zover is, besteedt regisseur Bala veel aandacht aan de bedelaarskolonie van Thandavan. Tod Brownings Freaks verbleekt daarbij tot een Disney-familiefilm. De camera verlekkert zich aan het bonte gezelschap mismaakte acteurs en figuranten. Het is niet duidelijk of Bala hen uitbuit of medelijden met hen heeft. De regisseur wendt de blik af wanneer de slachtoffers met bruut geweld onderdrukt worden en neemt vervolgens ruim de rijd om ze te laten kermen. Het is bewonderenswaardig hoeveel plezier de bedelaars onder elkaar hebben ondanks de harde klappen die ze vrijwel dagelijkse opvangen.

Vanuit westerse ogen bekeken is I Am God vooral een curiositeit, een circus sideshow met een minimum aan plot waarbij je van de ene verbazing in de andere valt. De film is korter dan in Bollywood gebruikelijk is, maar zelfs 127 minuten voelen lang aan vanwege de vele muzikale terzijdes en uitgesponnen huilbuien. Het thuispubliek in India denkt daar heel anders over. De film won belangrijke prijzen en wordt door fans via commentaren op YouTube en IMDb hogelijk geprezen, onder meer vanwege het realisme (?).

De filmvoorstelling tijdens het IFFR in Cinerama 5 was nogal een beproeving. Het publiek werd opgescheept met een dvd’tje (Betacam Digi volgens IFFR) van een verweerde filmkopie die vanwege de gebrekkige techniek niet volledig scherp geprojecteerd werd. Elke seconde haperde de dvd-speler lichtelijk zodat geen enkele beweging vloeiend verliep. Meerdere keren werden scheldwoorden vervangen door een pieptoon, wat deed vermoeden dat we naar een gecensureerde versie van de film keken. I Am God had wellicht meer indruk gemaakt als het onversneden vanaf 35mm was vertoond.

Moonrise (Frank Borzage, 1948)

di, 01/30/2018 - 22:31

Film noir speelt zich meestal af in de grote stad, waar wolkenkrabbers voor schaduwen zorgen en nachtelijke misdaden schaars worden verlicht door neonreclames. De locatie van de film Moonrise is ergens in het zuiden van de Verenigde Staten. Ditmaal vinden de handelingen van het gedoemde hoofdpersonage plaats in donker en mistig moerasgebied onder het toeziend oog van de maan. Danny draagt de last van een misdaad waar hij geen schuld aan heeft en dreigt dezelfde fouten te maken als zijn vader. Aan de hand van screenshots laat ik hieronder zien op welke visuele manier regisseur Frank Borzage de link legt tussen Danny en het verleden dat hem blijft achtervolgen.

Danny (Dane Clark) is in Moonrise van kleins af aan een buitenstaander in zijn geboortedorp. Hij was nog maar een baby toen zijn vader een moord pleegde en door justitie tot de galg werd veroordeeld. Buurtkinderen en klasgenoten pestten en treiterden de jongen jarenlang dagelijks vanwege zijn achtergrond. Hij heeft andere mensen leren wantrouwen en leeft als een outcast.

De schaduw van het verleden hangt ook over de volwassen Danny. De man denkt dat Bad blood door zijn aderen stroomt. Hij heeft constant het gevoel dat hij vanwege de genen van zijn vader is voorbestemd om een misdaad te begaan. In een van de scènes wordt de man thuis gefilmd alsof hij zich al achter tralies bevindt.

Danny heeft moeite zich te beheersen en verweert zich op agressieve wijze tegen elke negatieve opmerking die betrekking heeft op zijn vader. Bij een uit de hand gelopen ruzie over een meisje doodt hij per ongeluk zijn rivaal Jerry (Lloyd Bridges, de vader van acteurs Beau en Jeff Bridges). Danny laat het lijk in paniek achter tussen de struiken. Kort daarna krijgt hij eindelijk een relatie met Gilly (Gail Russell), het meisje waar hij altijd een oogje op had (*). Ondertussen is de lokale sheriff (Allyn Joslyn) op zoek naar de verdwenen Jerry.

Cameraman John L. Russell filmt Danny alsof hij constant in een duistere nachtmerrie rondwaart. De nachtmerrie begint met een flashback waarin we zien hoe de vader naar het schavot wordt geleid en buiten het zicht van de camera wordt opgehangen. In de volgende scène hangt een pop boven de wieg van de huilende baby Danny. Het beeld van de hangende man en het macabere silhouet van de galg keren op meerdere manieren en meestal op subliminale wijze terug in de film, als aanwijzing dat Danny niet aan zijn aangeboren lot kan ontsnappen.

Als Danny zijn dode rivaal Jerry achterlaat en de plaats delict ontvlucht, verliest hij zijn zakmes. Het voorwerp blijft aan een tak hangen totdat de simpele en doofstomme Billy (Harry Morgan uit de tv-serie M*A*S*H) het vindt en meeneemt.

Danny en Gilly dansen samen in een verlaten landhuis terwijl een kroonluchter vervaarlijk boven hun hoofden bungelt alsof het elk moment op het paar kan neerstorten.

Op het politiebureau is tijdens een gesprek tussen de sheriff en lijkschouwer Jake (Clem Bevans) links een opvallend schilderij te zien van hangende vissen.

Danny bezoekt regelmatig zijn enige vriend Mose (Rex Ingram) aan de rand van het moeras. In het shot hierboven speelt Mose gitaar terwijl Danny op de achtergrond in het gras ligt, precies ter hoogte van een hangende jas.

Wat ook opvalt in het laatstgenoemde voorbeeld is hoe Danny in het beeld wordt gekaderd tussen houten pilaren. Het is niet de eerste keer dat zoiets gebeurt. De manier waarop het personage in het beeld wordt geplaatst is vergelijkbaar met de scène aan het begin van de film waarin de vader tussen het hout van het schavot staat op het moment dat de strop om zijn nek wordt geknoopt. Zoals je hieronder kunt zien wordt de executie van de vader meerdere keren via beeldrijm gelinkt aan Danny door de zoon meer dan eens te filmen tussen balken, boomstronken en vergelijkbare constructies.

Frank Borzage had een klein budget tot zijn beschikking en moest met beperkte middelen een maximaal effect zien te bereiken. Aan manier waarop hij de set belicht en speelt met het contrast tussen licht en donker kun je merken dat de regisseur zijn vak heeft geleerd in de periode van de zwijgende film, toen beeld het grootste deel van het verhaal moest vertellen. Zoals je kunt zien in de imponerende openingsscène streeft Borzage niet naar een realistische weergave van de werkelijkheid en gebruikt hij minimale middelen – zoals de lange schaduwen van takken, hoge cameraposities en projecties op een studiowand – om de kijker te verplaatsen in het hoofd van een personage dat zich constant belaagd voelt.

Moonrise is publiek domein en onder meer te bekijken via Archive.org en YouTube.

(*) Het is niet eenvoudig om te doorgronden waarom Gilly zich tot Danny aangetrokken voelt. Hij behandelt haar ruw wanneer hij haar het hof probeert te maken en betrekt haar vanwege roekeloos rijgedrag bij een heftig ongeluk. Het is een wonder dat de bestuurder en zijn drie passagiers zonder schrammen uit het autowrak tevoorschijn komen. Gilly valt desondanks kort daarna toch gewillig in de armen van Danny. Misschien speelt medelijden een rol want de vrouw heeft als lerares van dichtbij meegemaakt hoe een kind kan lijden wanneer het buiten de groep te valt.

Landline (Gillian Robespierre, 2017)

di, 01/23/2018 - 11:16

De kwaliteit van een speelfilm wordt voor een niet onbelangrijk deel bepaald door de muziek. Zo is bijvoorbeeld de komedie Landline extra leuk vanwege de keuzes die music supervisor Linda Cohen heeft gemaakt. Zij doet dit werk sinds 1998 en heeft op moment van schrijven 161 vermeldingen op IMDb. Cohen coördineert de opnamen van de originele score en kiest de incidentele muziek die in de film voorbijkomt. Als ze de kans krijgt put ze uitgebreid uit haar indie-collectie.

De muzieksmaak van een filmmaker kan ten koste gaan van een film, zoals ik merkte toen ik de recente Blu-ray van bovennatuurlijk thriller Eyes Of Laura Mars (Irvin Kershner, 1978) opzette en direct werd geconfronteerd met Prisoner van Barbra Streisand. Het nummer werd indertijd door producer en Barbra’s echtgenoot Jon Peters voor de openingstitels geplaatst als commercieel aanhangsel ter bevordering van de plaatverkoop. Je kunt veel zeggen over Prisoner van Streisand, maar niet dat je er voor je plezier naar luistert.

Landline is een Amerikaanse komedie waarin de twijfels van twee jongvolwassen zussen parallel lopen aan de midlifecrisis van hun ouders. De film opent ook met commerciële pop, in dit geval in de vorm van Steve Winwoods Higher Love. Deze pophit maakt in tegenstelling tot Streisands liedje wel deel uit van de scène, want ouders Alan (John Turturro) en Pat (Edie Falco) zingen samen met dochters Dana (Jenny Slate) en Ali (Abby Quinn) in de auto mee en discussiëren over een verkeerd geïnterpreteerde tekstregel. Het duurt even voordat music supervisor Linda Cohen volledig haar gang mag gaan en zich kan uitleven in haar voorkeur voor indie en aanverwanten.

Jongste dochter Ali heeft onder meer een poster van Yo La Tengo aan de muur van haar slaapkamer hangen en luistert naar On Fire van Sebadoh terwijl ze door de Rolling Stone bladert. De soundtrack doet vermoeden dat ze ook platen van Pavement, The Breeders en Archers Of Loaf in de kast heeft staan. Danceliefhebbers zullen een track van Drexciya herkennen. Later in de film dansen Ali en Dana in het ouderlijk huis uitbundig op Down By The Water van PJ Harvey. De incidentele muziek wordt gebruikt als tijdsaanduiding (de film speelt zich midden jaren negentig af) en zegt iets over de personages (Ali voelt zich aangetrokken tot een alternatieve levensstijl).

Het zou me niet verbazen als Linda Cohen ook verantwoordelijk is voor muzikale uitingen in het decor, zoals de eerder genoemde poster in de slaapkamer. In de platenzaak die Dana bezoekt, en waar ze de luisterpaal met wereldmuziek raadpleegt, liggen geen willekeurige elpees in de schappen, maar is bewust gekozen voor onafhankelijke uitgaven van spraakmakende namen. Wie aandachtig achter Dana kijkt ziet het tweede album van Elliott Smith, het debuutalbum van Girls Against Boys, Liar van The Jesus Lizard, een compilatie van Stereolab en de eerste elpee van Royal Trux. Ik zou bijna alleen maar naar hoezen kijken en de film vergeten, maar actrice Jenny Slate is te grappig om volledig afgeleid te worden door de winkelwaar.

Het is niet louter de muziek die tot een positief eindoordeel leidt. Het komische talent van Jenny Slate is een van de grote pluspunten. De actrice wordt omringd door een ensemble dat haar meer uitdaagt dan het tegenspel dat ze kreeg in de abortuskomedie Obvious Child (2014), haar vorige samenwerking met regisseuse Gillian Robespierre. Slate en Quinn zijn in werkelijkheid geen familie maar in Landline zou je zweren dat ze echte zussen waren. De personages nemen geen blad voor de mond en zijn wat dat betreft net zo onbeschaamd recht voor hun raap als de personages in bijvoorbeeld de vergelijkbare comedyserie Girls.

7/10

Landline is vooralsnog alleen via de VS verkrijgbaar op dvd en online te bekijken via Amazon Prime.

Beyond Words (Urszula Antoniak, 2017)

wo, 01/17/2018 - 21:01

In Beyond Words probeert een jonge Duitse advocaat zijn ware afkomst geheim te houden. Als zijn dood gewaande vader opeens voor de deur staat wordt de man weer geconfronteerd met een leven dat hij ver van zich af had willen houden. Welke consequenties heeft de ontmoeting voor zijn carrière en welke rol speelt de geheimzinnige blonde vrouw die regelmatig en vaak zwijgzaam door de film waart?

Michael (Jakub Gierszał) werkt in Beyond Words bij een advocatenkantoor in Berlijn waar voornamelijk zaken worden behandeld voor vermogende klanten. Af en toe staat het kantoor wel eens een asielzoeker bij, maar dat heeft meer te maken met PR dan met oprecht medeleven. Michael heeft met zijn accentloze Duits en geblondeerde kuif het voorkomen van een geboren Duitser. Pas wanneer plotseling vader Stanislaw (Phil Collins-lookalike Andrzej Chyra) thuis aanbelt, wordt duidelijk dat de jongeman helemaal geen Duitse achtergrond heeft. Michael komt uit Polen en heeft het geboorteland voorgoed achter zich gelaten na de dood van zijn moeder.

De ontmoeting tussen vader en zoon is een cultuurclash. Zoon Michael is een kille carrièreman en vader Stanislaw een melancholische bohemien met een punkverleden. De komst van vader doet Michael realiseren dat hij als immigrant in Duitsland altijd een buitenstaander is geweest en dat altijd zal blijven, hoe erg hij ook zijn best doet om hogerop te komen in de Duitse maatschappij. Hij kan zijn Poolse identiteit nooit volledig uitwissen, hoe graag hij dat ook zou willen.

Beyond Words (Andrzej Chyra en Jakub Gierszał)

De jonge advocaat heeft een buitengesloten positie, zowel op het werk (waar hij enkel contact heeft met zijn baas) als daarbuiten (de ongehuwde Michael heeft geen vrienden). Voordat de zoon zijn vader voor het eerst ontmoet ziet hij hem de avond ervoor al met een groepje een alternatieve club binnengaan. De zoon weet waarschijnlijk nog niet dat het zijn vader is, maar voelt zich aangetrokken door het Pools dat hij het groepje hoort spreken. In de club lukt het Michael niet om zich bij de anderen aan te sluiten. Het lijkt wel alsof ze hem niet kunnen zien. Het blijkt een voorbode van wat de man in de eindfase van de film te wachten staat.

Vader en zoon gaan regelmatig ’s avonds op stap in een poging de band te versterken. Tijdens een van hun trips ontmoeten ze een vrouw die we daarvoor al meerdere keren in Beyond Words hebben gezien. Haar naam is Alina. In haar eerste scène staat de geheimzinnige blonde vrouw dagdromend voor zich uit te kijken in een rijdende metro. Later werkt ze achter de tap van een chique bar. Het is dezelfde actrice (Justyna Wasilewska), maar de afwijkende haardracht wekt het vermoeden dat het niet hetzelfde personage is. Het haar en het tenue van de vrouw achter de bar geven haar een ouderwets uiterlijk, alsof ze een geest is uit het verleden. Ze zou een herinnering kunnen zijn aan moeder en dus aan thuisland Polen. De vrouw in de metro is een moderne Poolse die deze herinnering bij Michael oproept.

Beyond Words (Justyna Wasilewska)

Er zit een scène in Beyond Words waarin het lijkt alsof de moederfiguur daadwerkelijk als geestverschijning door het beeld loopt. Cameraman Lennert Hillege maakt daarbij gebruik van de weerspiegeling van een raam. In zeer gestileerde zwart-witbeelden wordt Michael meer dan eens achter glas gefilmd. Op de begane grond van het advocatenkantoor vormt glas de scheiding tussen hem en de rest van de wereld, alsof de wereld waar hij op uitkijkt onbereikbaar voor hem is. De positie van de camera achter glas levert een mooi effect op tijdens een avondscène bij een moderne bar. We zien vanaf de straat door het raam vader en zoon binnen zitten. Alina is buiten aan het telefoneren. Een kort moment maakt haar weerspiegeling deel uit van het café-interieur en lijkt de vrouw door het café te lopen, precies langs de tafel waar de vader en de zoon zitten.

De geest van het Poolse verleden zal altijd in Michaels leven blijven rondwaren. De man heeft veel moeite om dat te accepteren en brengt zijn migrantenbestaan daarmee in een neerwaartse spiraal.

7/10

A Ciambra (Jonas Carpignano, 2017)

za, 01/13/2018 - 13:15

A Ciambra is een authentiek ogend portret van een zigeunerfamilie in een krottenwijk in Calabrië. Het dagelijkse leven op deze afgelegen plek in zuidelijk Italië wordt op een documentaire wijze vastgelegd. De overdreven manier waarop de camera schudt en schokt is alleen geschikt voor kijkers met zeebenen.

A Ciambra begint met een romantisch beeld van zigeuners bij ondergaande zon. Na dit bewegende schilderij met paard gaan we meerdere decennia vooruit in de tijd en is de zigeunerromantiek ver te zoeken. De jongeman uit de flashback is tegenwoordig het dementerende hoofd van een grote, luidruchtige familie. Criminaliteit is de belangrijkste bron van inkomsten. Een professionele crimineel heeft geen onderwijs nodig en dus gaat niemand naar school. Kinderen moeten zichzelf op straat zien te vermaken. Kleuters schelden iedereen uit en roken sigaretten zonder bestraft te worden door volwassenen. De openlijk racistische zigeuners kijken neer op Afrikaanse migranten, een bevolkingsgroep die in Italië blijkbaar nog net een treetje lager op de sociale ladder staat. De enige ‘echte’ Italianen in de film zijn de maffiosi die opdrachten geven voor criminele klussen in de omgeving.

De veertienjarige analfabeet Pio (Pio Amato) waant zich volwassen. Hij sluit zich het liefst aan bij zijn oudere broer, maar die weigert hem mee te nemen op het dievenpad. Pio moet iets anders bedenken om zijn volwassenheid te bewijzen en volgt een eigen koers, zonder zich te bekommeren om de gevolgen voor hem en zijn familie. Hij wordt geholpen door zijn oudere maatje Ayiva (Koudous Seihon) uit Burkina Faso. De aimabele Afrikaan heeft zijn bedenkingen over de ambities van de tiener, maar is ook niet in staat om het goede voorbeeld te geven.

A Ciambra (Koudous Seihon & Pio Amato)

Het acteerensemble in A Ciambra is levensecht. Aan de bouw van de gebitten te zien zijn de meeste zigeuneracteurs familie van elkaar. Iedereen mag onbeteugeld en onbeschaamd zichzelf zijn. Pio Amato hoeft geen moeite te doen in het vertolken van een gefrustreerde puber. Zijn onaangepaste gedrag geeft eigenlijk geen reden voor begrip, maar toch is het moeilijk om geen slachtoffer in hem te zien. Pio kan niet ontsnappen aan het armoedige zigeunerbestaan, want buiten de familie is er voor hem geen toekomst. Zijn verzet tegen het gezag van de volwassenen is herkenbaar voor iedereen die ooit puber is geweest.

De camera in A Ciambra volgt Pio’s handelingen in close-ups. Er zijn weinig shots waarin we de jongen volledig te zien krijgen. Zijn hoofd is vaak beeldvullend. Het vervelende van al die close-ups is dat ze uit de hand gefilmd zijn. Drukke bewegingen worden daardoor extra druk. Rustige scènes zijn zeldzaam en zelfs daarin beweegt de camera meer dan noodzakelijk is. Een van de ergste scènes in dit verband is vroeg in de film wanneer tientallen familieleden uitgebreid in een krappe keuken aan het eten en drinken zijn. We krijgen nauwelijks gelegenheid de familie als geheel te aanschouwen. In plaats daarvan zwiept de camera als een dronken wildeman heen en weer tussen de uitvergrote gezichten. De kijker mag nooit zelf bepalen wat hij of zij in binnen het frame wil zien.

Onrust hoort bij het leven van Pio, maar cameraman Tim Curtin overdrijft te veel met zijn onvaste hand. De uitvergrote hoofden ontnemen het zicht aan de omgeving waar ze deel van uitmaken. Zonder omgeving verlies ik als kijker houvast, raak ik in de bioscoopstoel uit evenwicht en krijg ik last van zeeziekte. Alle overdreven en geforceerde camerabewegingen zijn bedoeld om het documentaire karakter van de film te benadrukken, maar in plaats daarvan wordt gekunsteldheid benadrukt. Het is spijtig dat Tim Curtin en regisseur Jonas Carpignano deze visuele keuze hebben gemaakt en niet volledig hebben vertrouwd op het acteertalent van hun bijzondere cast.

A Ciambra draait nu in de bioscoop, maar komt naar mijn idee beter tot zijn recht op een kleiner scherm zoals bijvoorbeeld bij online filmtheater Picl waar de film tot 1 mei 2018 is te bekijken.

6/10

Call Me By Your Name (Luca Guadagnino, 2017)

di, 01/09/2018 - 12:47

Luca Guadagnino staat bekend als een regisseur met een voorkeur voor grote gebaren. Hij trekt met een barokke stijl alle registers open in Io Sono L’Amore (2009) en laat Ralph Fiennes uitbundig schmieren in A Bigger Splash (2015). Zijn vierde speelfilm Call Me By Your Name is opvallend ingetogen. Het kalme tempo past goed bij de langzaam opbloeiende liefdesrelatie onder de Italiaanse zon tussen muziekstudent Elio en de oudere Oliver.

Eind vorige week was ik nogal fel in mijn oordeel over Wonder Wheel (Woody Allen, 2017). Wat me onder meer tegenstond waren de monologen waarin pratende hoofden vertellen over gebeurtenissen die we niet te zien krijgen. Tekst heeft de overhand terwijl woorden juist bedoeld zijn om het beeld te dienen. Film is geen verbaal medium maar een visueel medium. It’s important to realise that a movie is not a talking head, zegt regisseur Luca Guadagnino in een interview in Sight & Sound (november 2017). It’s about people in space. Toevallig of niet draagt de zeventienjarige Elio (Timothée Chalamet) in Guadagnino’s nieuwe speelfilm Call Me By Your Name een T-shirt van de band Talking Heads. Tekst is natuurlijk geen onbelangrijke aanvulling op wat wordt getoond, maar het zijn uiteindelijk de beelden die ons het meeste vertellen over de relatie tussen Elio en de oudere Amerikaanse student Oliver (Armie Hammer).

Cinema gaat over mensen binnen een ruimte, zegt Guadagnino in het eerder genoemde interview. Een van de ruimtes in Call Me By Your Name is die tussen de kamers waarin Elio en logé Oliver slapen. Elio’s vader (Michael Stuhlbarg) nodigt elke zomer een student uit in zijn Italiaanse landhuis om hem te helpen bij onderzoek naar Grieks-Romeinse kunst. De zoon moet zijn slaapkamer tijdelijk beschikbaar stellen en slaapt zelf in de naastgelegen kamer. Als de deur openstaat, kijkt de jongen rechtstreeks naar de toiletpot in de badkamer. De nabijheid van Oliver maakt bij Elio iets los dat hij steeds minder kan bedwingen en waar hij geen woorden voor kan vinden.

Call Me By Your Name (Timothée Chalamet en Armie Hammer)

Words don’t come easy, zingt F.R. David in een van de vele liedjes op de soundtrack. Elio en Oliver draaien om woorden heen voordat ze dichter bij elkaar komen en hun relatie verder gaat dan een voorzichtige aanraking. Muziek is een goed alternatief voor woorden. Elio is muziekstudent en een bekwame pianist. Hij plaagt zijn gast door te variëren op een muzikaal thema voordat hij de variatie speelt die Oliver graag wil horen. De twee flirten in die scène zonder woorden en krijgen van Luca Guadagnino ruim de tijd – Call Me By Your Name duurt twee uur en twaalf minuten – om in de loop van de film naar elkaar toe te laten groeien.

De dienende taak van tekst in film blijkt in Call Me By Your Name onder meer uit een voorgelezen passage uit een zestiende-eeuws sprookje. Het wordt op een avond door moeder (Amira Casar) hardop uit het Duits vertaald terwijl zoon en echtgenoot toeluisteren, bij haar liggend op de bank. In het sprookje moet een personage een belangrijke keuze maken: de liefde uitspreken of zwijgen en sterven. De woorden dienen als katalysator voor de stappen die Elio vervolgens richting Oliver zet, met op de achtergrond een monument ter herdenking van de gesneuvelde soldaten uit de Eerste Wereldoorlog. De link tussen liefde en dood verwijst naar de aidsepidemie in de jaren tachtig (de film speelt zich af in 1983). Een zelfportret van fotograaf Robert Mapplethorpe in Elio’s kamer was al een eerdere verwijzing in die richting. (*)

Call Me By Your Name (Timothée Chalamet en Michael Stuhlbarg)

Het in het oog springende beeld tijdens de scène met het sprookje is dat van het gezin op de bank. De manier waarop de drie gezinsleden bij elkaar binnen het frame zijn geplaatst toont aan hoe liefdevol hun relatie is, ondanks de onenigheid en meningsverschillen die nu eenmaal horen bij ouders en hun opgroeiende puberzoon. De bank is een vertrouwde en veilige plek zoals bevestigd wordt aan het einde van de film wanneer vader en zoon misschien wel het belangrijkste gesprek uit hun leven hebben.

9/10

(*) Op de foto staat Mapplethorpe met een machinegeweer voor een pentagram dat wat betreft vorm verwant is met de davidster aan de ketting van Oliver. Elio draagt de ketting later in de film ook.

Wonder Wheel (Woody Allen, 2017)

za, 01/06/2018 - 14:12

Wonder Wheel is opnieuw een flinke zeperd binnen het oeuvre van Woody Allen. Het verhaal over serveerster Ginny (Kate Winslet) en haar buitenechtelijke relatie met strandwacht Mickey (Justin Timberlake) mist begeestering en originaliteit. Allen is in een nostalgische bui en kiest weer eens voor Coney Island als pittoresk decor, zoals hij dat eerder deed in Radio Days (1987). Wonder Wheel speelt zich af in de jaren vijftig, toen heel New York tijdens de zomermaanden op het overvolle strand in Brooklyn lag te bakken. Boven hen kijkt verteller Mickey over de wereld uit. Woody Allen kan hem de schuld geven van de mislukte film, want Mickey is een matige schrijver en we zien het hele verhaal vanuit zijn melodramatische visie.

Ginny heeft het gevoel dat haar leven voorgoed gestrand is op Coney Island. Het huwelijk met draaimolenman en hobbyvisser Humpty (Jim Belushi) is een verstandshuwelijk. Het gebrek aan liefde tussen de twee gaat niet aan zoontje Richie (Jack Gore) voorbij. Hij reageert zich af door verspreid over het terrein brandjes te stichten. Richie komt voort uit een eerder huwelijk van Ginny. Voor zijn geboorte had ze zicht op een carrière als actrice, maar die droom lijkt onder de huidige omstandigheden totaal onbereikbaar. De komst van Carolina (Juno Temple), de dochter uit het vorige huwelijk van Humpty, geeft een grote draai aan Wonder Wheel.

Wonder Wheel (Justin Timberlake, Kate Winslet en Juno Temple)

Carolina wil bij vader onderduiken omdat ze wordt gezocht door handlangers van haar criminele echtgenoot Frank. Ze heeft Frank verraden bij justitie en vreest voor haar leven. Carolina verwacht dat niemand haar zal zoeken in het huis van Humpty omdat iedereen weet van de slechte relatie tussen vader en dochter. Uiteindelijk neemt hij haar op in zijn gezin. Carolina gaat overdag werken in hetzelfde café-restaurant als Ginny, studeert Engels op de avondschool en begint een voorzichtige relatie met Mickey, niet wetend dat Ginny al grootse toekomstplannen met hem heeft. De driehoeksverhouding is niet het enige voorspelbare aan het verhaal. De manier waarop Ginny van haar rivale probeert af te komen kun je ook ver vanaf de horizon zien aankomen.

De wanhoop en frustratie van Ginny, over haar doodlopende huwelijk en de voorbije acteercarrière, lijkt op de wanhoop en frustratie die actrice Kate Winslet zal hebben gehad bij haar mannelijke tegenspelers. Jim Belushi heeft als komisch acteur niets te zoeken in deze dramatisch bedoelde film en Justin Timberlake heeft het emotionele bereik van een houten tussendeur. Belushi acteert dik aangezet en erg druk. Hij switcht in zijn eerste lange scène heel abrupt van kwaad naar toegeeflijk. Timberlake verschrompelt in de aanwezigheid van Winslet wanneer zij alle zeilen bijzet. Het grote kwaliteitsverschil tussen de actrice en de acteurs valt extra op door de manier waarop Woody Allen enkele belangrijke scènes heeft gefilmd. Allen kiest meermaals voor onafgebroken shots in benauwende ruimte. Daarmee laat hij samen met de cameraman (veteraan Vittorio Storaro) zien dat hij op technisch vlak zijn vak beheerst, maar hij maakt het zichzelf tegelijkertijd onmogelijk om weg te snijden waar dat wenselijk is.

Kate Winslet in Wonder Wheel

Woody Allen heeft zich met de lange shots volledig afhankelijk gemaakt van het spelritme van zijn cast. Als het spel begint te slepen (wat meer dan eens het geval is) heeft hij geen enkele uitweg. Fouten zijn niet meer met tussenshots op te lossen, zoals tijdens de scène op de pier wanneer de woedeaanval van Belushi op het moment suprême uit het zicht blijft vanwege in de weg staande pilaren. Tijdens de lange scènes valt ook extra op dat de dialogen scherpte missen. Meer dan eens vormt een overdaad aan backstory de basis voor ellenlange monologen. Hoe meer personages terugkijken op voorbije gebeurtenissen, hoe minder het verhaal vooruit gaat. Normaal gesproken heeft zelfs een mindere film van Allen een paar memorabele quotes ter verzachting van het leed, maar zelfs die ontbreken deze keer. Alles wijst erop dat het script een haastklus was.

Wonder Wheel is geïnspireerd door studiofilms uit de jaren vijftig en daarom voornamelijk in een studio gefilmd. De overtollige Technicolor-achtige kleuren zijn allemaal voortgebracht door studiolampen met net iets te veel voorkeur voor backlighting. De statische setting werkt in het voordeel van het claustrofobische gevoel dat Allen wil opwekken – je wilt net als Ginny het liefst aan de afgesloten ruimtes ontsnappen. De scènes tussen Winslet en Juno Temple werken nog het beste, niet alleen omdat Temple zich met de oudere actrice kan meten, maar ook omdat de close-ups ons dichter bij de personages brengen en de montage helpt bij het bepalen van het ritme van de scène.

2/10

Jaarlijstjes 2017: hoogte- en dieptepunten muziek en film

zo, 12/31/2017 - 18:02

Zoals gebruikelijk lukt het me pas op de allerlaatste dag van het jaar om een terugblik af te ronden op de afgelopen twaalf maanden. Aan welke concerten denk ik nog steeds graag terug? Welke platen draaide ik minstens twee keer? Welke films wil ik graag nog een keer zien en bij welke was ik liever vroegtijdig weggelopen? Antwoorden op deze en andere vragen vind je terug in de jaarlijstjes van 2017.

Albums

Constantine – Hades

10. Dirty Songs play Dirty Songs
Dirty Songs lijkt wat betreft opzet een beetje op Naked City, de supergroep waarmee saxofonist en componist John Zorn filmmuziek van onder meer Henri Mancini afwisselde met op partituren uitgeschreven extreme metal. De nieuwe supergroep Dirty Songs onder leiding van David Toop speelt een avant-gardistische interpretatie van muziek van bands die in de vorige eeuw dwars tegen de stroom ingingen. Dirty Songs is wars van nostalgie en schuurt soms tegen het onbehaaglijke aan vanwege de vocale capriolen van Phil Minton.
9. GAS – Narkopop
8. Porter Ricks – Anguilla Electrica
7. Nadah El Shazly – Ahwar
6. Zea – Moarn Gean Ik Dea
Het laatste album van Mount Eerie heb ik nog steeds niet durven beluisteren want ik zie op tegen de confrontatie met de openhartige wijze waarop Phil Elverum over groot verlies zingt. Zea komt op zijn eerste volledig in het Fries gezongen album ook direct en zonder omwegen ter zake. De sobere arrangementen geven op Moarn Gean Ik Dea (Morgen Ga Ik Dood) alle ruimte aan teksten over de acceptatie van de duisternis die ons te wachten staat. Je hoeft het Fries niet machtig te zijn om geraakt te worden door de eenvoud en de oprechtheid in het titelnummer.
5. Algiers – The Underside Of Power
4. Laibach – Also Sprach Zarathustra
3. Phew – Light Sleep
2. Circuit Des Yeux – Reaching For Indigo
1. Constantine – Hades
Thuis draai ik vaak ambient in zijn meest experimentele en duistere vormen. Het is eerlijk gezegd vaak inwisselbare muziek waar je niet per se naar hoeft te luisteren. Het is slechts weinigen gegeven om binnen het genre een unieke sound te creëren. Producer Wolfgang Voigt is een van die uitzonderingen. Hij haalde het project GAS dit jaar weer uit de ijskast en liet op het album Narkopop zijn bevroren strijkorkesten langzaam ontdooien op het ritme van een kloppend hart. De muziek had niet misstaan als begeleiding bij de nieuwe Twin Peaks. Dat geldt ook voor het debuutalbum van de Griekse muzikant Constantine Skourlis. Hij maakte met Hades een soundtrack voor een wereld waarin het licht langzaam dooft. Zijn ontredderd klinkende strijkers zouden door een band à la Godspeed You! Black Emperor gespeeld kunnen zijn, maar ze kunnen ook op elektronische wijze zijn opgeroepen. Deze ambient is ongeschikt om vrijblijvend op de achtergrond af te spelen, vooral wanneer het allesbehalve lege Emptiness passeert, Constantine uit de spelonken van het onderbewustzijn kruipt en de luisteraar opschudt met brakende elektronica die halverwege het nummer als lava naar boven komt borrelen.

Terug van weggeweest

It Dockumer Lokaeltsje – Tonger (Friese avant-garde-schavuiten keren na dertig jaar terug met een nieuwe plaat)
De Fabriek – Terugkeren (eerste vinyluitgave van de Zwolse experimentalisten sinds Tempest uit 1994)

Heruitgaven en compilaties

Un Uomo Da Rispettare

Vermoedelijk heb ik in 2017 meer heruitgaven gedraaid dan nieuwe albums. Er is zoveel bijzonders uit het verleden te herontdekken dat voor nieuwe platen eigenlijk geen ruimte is. Obscure soundtracks uit Europese cultfilms, experimentele library music en onbekende elektronische pioniers vind je bij Finders Keepers RecordsMannequin Records doet graag opgravingen in de uithoeken van de jaren tachtig. De gevarieerde catalogus van Superior Viaduct bevat onder meer platen van Suicide en The Fall, vooruitstrevende bands uit Nieuw-Zeeland, herontdekking Basil Kirchin, noise van supergroep Nazoranai (Keiji Haino, Oren Ambarchi en Stephen O’Malley) en jazz van John en Alice Coltrane en Bill Dixon. Allemaal op vinyl uiteraard. En laten we vooral We Release Whatever The Fuck We Want Records niet vergeten. De meeste platen in onderstaand lijstje vond ik in de schappen van Rush Hour aan de Spuistraat.

10. Emmanuelle Parrenin – Maison Rose (1977)
9. Bruno Spoerri – Voice Of Taurus (1978)
8. Din A Testbild – Programm 4 (opgenomen in 1983 en indertijd door toenmalig label geweigerd)
7. Midori Takada & Masahiko Satoh ‎– Lunar Cruise (1990)
6. Life Garden – Songs From The Other Side Of Emptiness (1991-1994)
5. The Bill Dixon Orchestra – Intents and Purposes (1967)
4. C-Schulz – 10. Hose Horn (1990)
3. Studio 12 (Recordings 1980-1984)
2. Brother Ah – Divine Music
1. Ennio Morricone – Un Uomo Da Rispettare (1972)

Videoclip van het jaar

De beeldcompositie, het kleurgebruik, de performance, de montage, de locatie (is dat een begraafplaats op de achtergrond?), de manier waarop de camera beweegt, de plaatsing van de muzikanten binnen het decor, het slaap in de ogen van zanger Peter Sijbenga – beter kun je het niet krijgen. Misschien had je hem zelf al herkend: de zanger aan de rechterzijde is inderdaad filmjournalist Fritz de Jong.

Bijzondere concerten in Amsterdam en soms daarbuiten (met links naar de volledige recensies)

This Is Not This Heat

10. Linda Sharrock op Le Guess Who in Utrecht (12 november)
Het vocabulaire van de Amerikaanse jazzzangeres Linda Sharrock is sinds een beroerte in 2009 noodgedwongen beperkt tot uitgerekt wa’s en wo’s. Haar oerkreten klonken op de derde en laatste dag van het festival Le Guess Who in Utrecht als dialogen uit de Franse anarchistische film Themroc uit 1973. Je kon ze interpreteren als basale uitingen van woede, frustratie of pijn. Sharrock maakte indruk met haar gelegenheidsband, niet omdat ze de mooiste muziek van de dag voortbracht, maar omdat ze op deze festivaldag de meest radicale muzikant was.
Video.

9. The Dwarfs Of East Agouza in OCCII (4 september)
Het trio The Dwarfs Of East Agouza uit Caïro speelde een vrije, rockende set improvisaties met afwijkend gestemde instrumenten. De grillige bluessolo’s van gitarist Sam Shalabi lieten Noord-Afrikaanse invloeden horen zonder toevoeging van obligate Arabische toonladders. Ergens halverwege het optreden pakte Alan Bishop zijn saxofoon op, maar in plaats van op het instrument te spelen bracht hij de microfoon op mondhoogte en improviseerde hij zingend in een ter plekke bedachte brabbeltaal. Het spontane zangintermezzo maakte zowel de toehoorders als de zanger zelf aan het lachen. De afstand tussen band en publiek werd daardoor nog kleiner dan het al was.

8. The Space Lady in OCCII (13 juni)
OCCII is dé plek in Amsterdam voor alle mogelijke variaties op punk, new wave, experimenteel, elektronisch en noise. Op 13 juni waren voor de verandering opeens liedjes van onder meer The Beatles en Golden Earring te horen tijdens het tweede bezoek van The Space Lady uit Californië. Er kwamen veel liedjes voorbij waar ik normaal gesproken niet uit vrije wil naar zou luisteren. The Space Lady voerde onder meer het uitgeleefde Imagine uit, niet om gemakzuchtig te scoren maar omdat ze nog steeds oprecht gelooft in de boodschap van John Lennon. Een deel van het publiek was lange tijd onrustig, totdat de muzikant uit haar elektronische comfortzone trad en op akoestische gitaar het liedje Oh Brave New World speelde. Ze had het in november 2016 geschreven naar aanleiding van de verkiezingsoverwinning van Donald Trump. Het lukte haar om iedereen zachtjes mee te laten zingen en een gevoel van saamhorigheid te creëren in onzekere tijden.

7. Xiu Xiu in Bitterzoet (24 mei)
Zanger/gitarist Jamie Stewart van Xiu Xiu had niet helemaal zijn avond. Zijn gemoedstoestand maakte het optreden in Bitterzoet extra spannend. Stewart verloor tussen twee nummers heel even zijn zelfcontrole en stak geheel onverwachts een felle tirade af tegen de geluidsman achter in de zaal. Stewart had tot dan toe meermaals aangegeven niet tevreden te zijn over het monitorgeluid. Tijdens de kortstondige woedeaanval hield hij zijn aandacht gericht op de gitaarsnaren die hij aan het stemmen was en vervloekte hij de fuckin’ limiter op de monitor. Toen de snaren eenmaal gestemd waren was hij uiteindelijk vooral kwaad op zichzelf omdat hij zich zo had laten gaan. De zwaarmoedigheid van de set werd gerelativeerd met een cover van Sharp Dressed Man. De rednecks van ZZ Top werden op verrassende wijze binnen een homo-erotische context geplaatst.

6. The Irrational Library in Odeon tijdens de Popronde in Alkmaar (10 november)

The Irrational Library

De beste optredens zie je doorgaans in kleine ruimtes waar het publiek noodgedwongen opeengepakt staat. In het Alkmaarse muziekcafé Odeon staat een band doorgaans voor het biljart op nog geen meter afstand van de bar. De bassist van The Irrational Library moest regelmatig even opzij stappen wanneer iemand naar het toilet achter in de zaak moest. Een licht aangeschoten oudere man wilde tijdens een van de nummers een aimabel gesprek met de muzikant aangaan, wat over het algemeen geen goed idee is. Het werd zo warm op deze koude novemberzaterdag dat dichter, vocalist en spreekstalmeester Joshua Baumgarten zijn bovenkleding uit moest doen om verder te kunnen. In zijn teksten combineerde hij verhandelingen over de AH-bonuskaart met protesten tegen de huidige politieke staat van zijn geboorteland. Tegen het einde van de set stond hij boven op de bar te zingen. De vrije begeleiding van bas, drums en afwisselend gitaar en saxofoon deed op een goede manier heel erg aan Morphine denken.

5. Algiers in Paradiso (2 november)
Algiers uit Atlanta mengde in de bovenzaal van Paradiso op krachtige wijze performance met politiek. De geanimeerde zanger/gitarist Franklin James Fisher citeerde uit het roerige verleden, onder meer door zijn vuist omhoog te houden zoals medaillewinnaars Tommie Smith en John Carlos deden tijdens de Olympische Spelen van 1968 in Mexico. Het slavernijverleden echode in het nummer Cleveland in de vorm van een slavenkoor dat als een spookverschijning uit de apparatuur van bassist Ryan Mahan opsteeg. Meerdere keren zakte Fisher door zijn knieën om zijn gitaar te bespelen op dezelfde wijze als Jimi Hendrix. Fischer hoefde gelukkig niet zijn instrument in de fik de steken om voor vuurwerk te zorgen.

4. Circle op Southern Lord Festival in de Melkweg (29 oktober)
Het meest spraakmakende optreden tijdens het Southern Lord Festival in de Melkweg was ongetwijfeld dat van het Finse gezelschap Circle. Hun muziek is sinds de oprichting in 1991 niet vast te pinnen op één genre of stijl. Het liefst spelen de Finnen prog-rock, folkrock, metal en avantrock in één en hetzelfde nummer. De muzikanten zijn technisch zo goed onderlegd dat ze hun ingewikkelde partijen kunnen combineren met het parodiëren van rockshowclichés. Magere toetsenist Mika Rättö had in zijn bruine leren jack en lange spandex broek een centrale rol als paljas en kruising tussen Freddie Mercury en Raspoetin. Hij wisselde zijn spel af met balletposes en amoureuze onderonsjes met beervormige bassist, oprichter en enige originele bandlid Jussi Lehtisalo. Alle tentoongespreide gekte op het podium stond een soepele uitvoering geenszins in de weg.

3. The Ex in OT301 (13 juli)
Je doet jezelf tekort als je niet naar The Ex gaat wanneer deze band bij je in de buurt speelt. Het zomerse optreden in OT301 was bij voorbaat extra aantrekkelijk omdat de band voor het eerst ten overstaan van vrienden, bekenden en fans hun nieuwe set uitprobeerde. Sommige mensen hadden er een paar uur rijden met de auto voor over om dit niet te missen. Han Bennink had zijn hond meegenomen en zag vanuit de verte dat het goed was. Een paar maanden later bleek in dB’s in Utrecht dat alle nieuwe nummers binnen korte tijd hun definitieve basisvorm hadden gevonden. Je kunt ze ook horen op het nieuwe album dat in 2018 verschijnt.

2. Sleaford Mods in de Melkweg (4 mei)
Op papier had dit eigenlijk nooit een geweldig optreden kunnen zijn, want het enige wat muzikant Andrew Fearn van het Britse duo Sleaford Mods doet is zonder microfoon meezingen met bijna alle teksten van vocalist Jason Williamson terwijl hij zijn flesje bier op kruishoogte ritmisch laat bungelen. Alle tracks zijn op de laptop vastgelegd; een druk op de aan- en uitknop is voldoende om het volgende nummer te starten. Alleen een computercrash of een stroomstoring kan roet in het eten gooien. En toch is het geen moment saai om naar de twee muzikanten te kijken. Vooral de bezeten Williamson is vanwege zijn ongecontroleerde bewegingen iemand waar je de blik moeilijk van kunt afwenden. Zijn straatpoëzie klinkt als een geëngageerde Gilles de la Tourette-aanval. De felle woordenstroom wordt ondersteund door rake beats die in de uitverkochte Melkweg Max voor massale ongecontroleerde bewegingen bij het publiek zorgden.

1. This Is Not This Heat – ReWire Festival in Den Haag (2 april)
Welk jaar is het? vraagt Dale Cooper in de laatste aflevering van het allerlaatste seizoen Twin Peaks. Die vraag heb ik me in 2017 ook een paar keer gesteld, onder meer tijdens ReWire in Den Haag. Het beste optreden dat ik het afgelopen jaar zag was van een band die ik in 1981 ontdekte en indertijd nooit live had gezien. Op het ReWire brachten de twee nog levende leden van This Heat samen met nieuwe bandleden me weer helemaal terug naar een tijd waarin een nucleaire oorlog aanvoelde als een reëel gevaar. Het meest schokkende aan het optreden was dat alle songteksten niets aan actualiteit hebben ingeboet.

Hoogtepunten in de bioscoop

15. A Ghost Story
14. Loveless
13. Dunkirk
12. Nocturama
11. On Body And Soul
10. Aquarius
9. In The Crosswind
8. Manifesto
7. American Honey
6. Moonlight
5. Get Out
4. Una Mujer Fantástica / A Fantastic Woman
3. The Square
2. Good Time
1. Paterson

De Verenigde Staten is sinds 2017 een iets minder geliefde land en toch staan er dit keer meer Amerikaanse en Amerikaans georiënteerde films in de eindlijst dan in voorgaande jaren. Het zijn overigens geen typische Amerikaanse films. Moonlight is meer verwant met Wong Kar-wai dan met Hollywood. Andere films laten de schaduwzijde van de VS zien, zoals de illusie van vrijheid binnen een kapitalistisch systeem (American Honey van Britse regisseuse Andrea Arnold) en het chronische racisme (horrorfilm Get Out).  Ook Good Time is de juiste film op het juiste moment. De criminele Connie Nikas (Robert Pattinson) is net als Trump een narcistische performer die de wereld ziet als een toneel waarop hij de centrale rol speelt. Connie is niet in staat om onderscheid te maken tussen fantasie en werkelijkheid en daarom ook niet in staat de gevolgen van zijn acties te overzien. Ik kies voor Paterson als beste film van 2017 omdat Jim Jarmusch zich daarin op kalme wijze verzet tegen de vluchtige Snapchat-, wegwerp- en blockbustercultuur en rustig de tijd neemt om de wereld te observeren en woorden te vinden om te beschrijven waarom het leven toch de moeite waard is.

Bubbling under (in willekeurige volgorde): Ascent, Insyriated, Jackie, Manchester By The Sea, The Party, 120BPM, Daphne, Aloys, Summer Of 1993, Vazante, Poesía Sin Fin, The Nile Hilton Incident, The Death of Louis XIV, Raw, The Happiest Day In The Life Of Olli Mäki en 20th Century Women.

Al eervol vermeld in de jaarlijsten van 2016: Train To Busan en Certain Women.

Extra bijzondere visuele ervaringen in 2017: 2001: A Space Odyssey op 70mm in EYE en Bladerunner 2049 in IMAX 3D.

Ergernissen in de bioscoop

Star Wars: The Last Jedi

Er is veel mis met Star Wars: Episode VIII – The Last Jedi. De verwachtingen die de geïnspireerde reboot The Force Awakens (2015) had opgeroepen werden niet waargemaakt. J.J. Abrams was duidelijk een fan van de oorspronkelijke Star Wars uit 1977. Zijn opvolger Rian Johnson, maker van het rampzalige The Brothers Bloom (2008), haat de Star Wars-franchise. Je kunt de wisseling van de wacht vergelijken met Obama die de sleutel van het Witte Huis aan Trump heeft gegeven. Het emotionele weerzien met held Luke Skywalker in de slotscène van de vorige film wordt in The Last Jedi gevolgd met een grap waaruit geen enkel respect blijkt voor de originele serie uit 1977-1983. Luke gooit het hem aangereikte heilige lichtzwaard achteloos weg alsof het een bananenschil is en reduceert The Force Awakens met dit lollig bedoelde moment tot een hele lange aanloop naar een flauwe punchline. Vanaf die scène heb ik de rest van de film met grote tegenzin uitgekeken in zinloos 3D.

[Spoiler!] Er is nog een ander, niet onbelangrijk bezwaar te noemen tegen de humor die Luke Skywalker door het script wordt opdrongen. Neem bijvoorbeeld zijn rentree op het slachtveld, aan de rand van een zoutwoestijn op de planeet Crait. Zijn komst betekent een hereniging met oude bekenden onder wie zus Leia Organa. Hun hernieuwde ontmoeting is geen onbelangrijk moment, want de twee hebben elkaar waarschijnlijk 35 jaar geleden voor het laatst gezien. Rian Johnson kiest ervoor om de scène klein te houden, wat ik op zich prima vind, want uitgebreid sentimenteel gedoe houdt het verhaal alleen maar onnodig op. Wat ik niet te harden vind zijn de vette knipoog richting C-3PO en de eerste woorden die Leia grinnikend tegen Luke zegt: I know what you’re gonna say. I changed my hair. Het verzet heeft onder leiding van Leia zojuist een grote nederlaag geleden tegen het Galactisch Keizerrijk. Het grootste deel van de vloot is vernietigd en er zijn minstens duizenden dodelijke slachtoffers te betreuren. Blijkbaar is dat een ideale gelegenheid om te keuvelen over een kapsel. Als dat humor is dan is het humor van het misplaatste soort en volledig out of character.

De overige bezwaren worden op YouTube op vermakelijke wijze vrijwel allemaal opgesomd door de Canadese verslaggever Roz Weston.

Enkele miskleunen van 2017 op een rijtje (in willekeurige volgorde en niet compleet)

Filmkassiekers voor in de thuisbioscoop (alfabetisch)

  • The Breaking Point (Michael Curtiz, 1950)
  • The Fabulous Baron Munchausen / Baron Prásil (Karel Zeman, 1962)
  • Kill, Baby… Kill! (Mario Bava, 1966)
  • Miracle Mile (Steve De Jarnatt, 1988)
  • Der Müde Tod (Fritz Lang, 1921)
  • Multiple Maniacs (John Waters, 1970)
  • My 20th Century (Ildikó Enyedi, 1989)
  • Pulse (Kiyoshi Kurosawa, 2001)
  • One-Eyed Jacks (Marlon Brando, 1961)
  • Witchhammer (Otakar Vávra, 1970)

Recente juweeltjes in de thuisbioscoop

  • The Levelling
  • Suntan
  • Okja
  • On The Beach At Night Alone
  • Two Lovers and a Bear
  • Malgré La Nuit

Documentaires (bioscoop en thuis)

8. Kedi
7. Cameraperson
6. City Of Ghosts
5. Jim & Andy: The Great Beyond – Featuring a Very Special, Contractually Obligated Mention of Tony Clifton
4. Homo Sapiens
3. The Work
2. I Am Not Your Negro
1. Visages, Villages
Visages, Villages is een documentaire die aan het oppervlak heel luchtig en licht lijkt. De ontmoeting tussen regisseuse Agnès Varda en fotograaf JR is meer dan een vrolijk onderonsje tussen twee generaties. Een van de thema’s in de film is verlies van het zicht. De ogen van Varda gaan hard achteruit en wat is er erger voor een filmmaker dan blindheid? Ogen zijn het centrale motief van de film, vanaf de immense ogen op gebouwen op een fabrieksterrein tot de ogen van JR die hij constant achter een zonnebril verborgen houdt. Varda heeft ons met haar films op een andere manier naar de wereld leren kijken en nu leert JR hoe Varda zelf naar de wereld kan kijken met ogen die steeds minder goed functioneren. Wij kijken en leren mee.

Het betere bingewatchen in 2017

This is the water and this is the well. Drink full and descend. The horse is the white of the eyes and dark within.

7. Big Little Lies
6. Master Of None S02
Hoogtepunten: de citaten uit Bicycle Thieves (1948) in The Thief (Ep1), het geluid dat minutenlang wegvalt in New York, I Love You (Ep6) en de gehele aflevering Thanksgiving (Ep8). De romantiek in de laatste twee episodes kon mij minder bekoren.
5. The Deuce
4. Fargo S03
The problem is not that there is evil in the world, the problem is that there is good. Because otherwise, who would care?
3. Top Of The Lake: China Girl
2. The Handmaid’s Tale
1. Twin Peaks

De glorieuze terugkeer van Twin Peaks was tegelijkertijd een afscheid. Enkele reeds lang geleden overleden acteurs keerden nog heel even terug als herinnering en eerbetoon. De demonische entiteit Bob openbaarde zich in de vorm van Frank Silva (1950-1995) alleen in flashbacks. In de derde aflevering zweefde het hoofd voorbij van Don S. Davis (1942-2008) in de rol van Major Garland Briggs. Andere acteurs overleden tijdens of vlak na de draaiperiode. Harry Dean Stanton verliet ons niet lang nadat de laatste aflevering werd uitgezonden. We zagen ook voor het laatst Miguel Ferrer (1955-2017) als de sarcastische FBI-man Albert Rosenfield. Het ontroerendst waren de scènes met de zichtbaar zieke Catherine Elizabeth Coulson (1943-2015) als de Log Lady. Vanuit het hiernamaals zocht ze bezorgd telefonisch contact met ons.

Twin Peaks was ook het afscheid van David Lynch als filmmaker. Hij had al laten weten nooit meer een speelfilm te maken en ik zie hem ook niet terugkeren naar televisie. Lynch had in The Return alle gelegenheid om uitgebreid terug te kijken naar en te putten uit zijn rijke oeuvre. Je zou de kotsende dubbelganger van FBI Special Agent Dale Cooper (Kyle MacLachlan) kunnen beschouwen als een directe verwijzing naar zijn eerste korte film Six Figures Getting Sick uit 1966.

Vrijwel iedereen is het erover eens dat episode acht (Gotta Light?) hét televisiehoogtepunt was in 2017. Er was dit jaar geen speelfilm die me in de (bioscoop)stoel deed bevriezen en letterlijk deed duizelen als die episode. De ontploffende atoombom was niet alleen een verwijzing naar de eerste atoomontploffing tijdens een test in New Mexico op 16 juli 1945, maar ook een herinnering aan het nucleaire gevaar dat ons tegenwoordig nog steeds boven het hoofd hangt. Het ultieme kwaad staat op het punt om ons allemaal te vernietigen. Hij heeft de vorm van een zwartgeblakerde houthakker die op zoek is naar een vuurtje. De houthakker kaapt elf jaar na de atoomontploffing een radiostation en hypnotiseert de luisteraars met een geheimzinnige boodschap. Heeft David Lynch met de herhalende boodschap geprobeerd om ook ons collectief te hypnotiseren? En wat zijn op langere termijn de effecten van die hypnose?

Han Bennink in Kranenburgh

vr, 12/29/2017 - 21:34

De laatste week van 2017 was een mooie gelegenheid om door de polder naar museum Kranenburgh in Bergen af te reizen voor de tentoonstelling van Han Bennink. De dagelijkse voorwerpen die de drummer en beeldend kunstenaar onderweg tijdens tournees heeft verzameld en tot lichtvoetige kunstwerken heeft omgevormd zijn nog te zien tot en met zondag 7 januari.

Een dag eerder zal de tentoonstelling muzikaal worden uitgeluid met jazz, film en interviews tijdens A Tribute To Han Bennink. Verwacht optredens van Bennink/Hoogland (Han Bennink samen met pianist Oscar Jan Hoogland), saxofonist Ben van Gelder en gitarist Reinier Baas, saxofonist John Dikeman en drummer Onno Govaert, het duo Nora Mulder & Rogier Smal en het trio Blue Lines met George Hadow (drums), Michiel Scheen (piano) en Raoul van der Weide (bas, cello).

Hieronder een kleine impressie van de tentoonstelling in beeld en geluid.

De Tien: Beste kerstfilms estafette race

za, 12/16/2017 - 13:52

Wat zijn de beste kerstfilms? vroeg De Filmkijker zich begin deze maand af. Misschien zijn het wel de films waarvan je bent vergeten dat ze zich tijdens kerst afspelen.

Een paar keer per jaar organiseert De Filmkijker, de godfather van filmbloggend Nederland en Vlaanderen, een estafette-blogathon. Het thema voor deze feestmaand is de kerstfilm. Elke deelnemer die het stokje overneemt mag één titel uit een lijst met tien kerstfilms halen (met onderbouwing) en één titel toevoegen. Hij of zij plaatst het logo van de estafette-blogathon bovenaan de pagina en linkt naar degenen die eerder hebben bijgedragen. Als dat eenmaal gedaan is geeft de filmblogger het stokje over aan een volgende deelnemer naar keuze.

De huidige kerstfilmlijst ziet er als volgt uit (in willekeurige volgorde):

  • Home Alone (1990)
  • Die Hard (1988)
  • It’s A Wonderful Life (1946)
  • Gremlins (1984)
  • The Family Stone (2005)
  • National Lampoon’s Christmas Vacation (1989)
  • Miracle On 34th Street (1994)
  • The Santa Clause (1994)
  • Love Actually (2003)
  • The Nightmare Before Christmas (1993)

National Lampoon’s A Christmas Vacation

Feel good
Ik moet eerlijk bekennen dat de kerstperiode mij niet verleidt tot het bekijken van kerstfilms, zeker niet wanneer er kerstmannen met rode wangetjes en verkouden rendieren op de titelrol vermeld staan. Vorige estafettedeelnemer Kurt Velghe noemt de termen crowd-pleasers en feel good movies in zijn commentaar bij enkele films die de lijst tot nu toe hebben gehaald. Bij dat soort kenmerken gaat bij mij thuis de rookmelder spontaan piepen. Vandaar dat ik nooit de behoefte heb gevoeld om films te bekijken als The Family Stone, National Lampoon’s A Christmas Vacation, Miracle On 34th Street (de versie uit 1994) en The Santa Clause. Vroeger keken we met de familie in de kerstperiode naar The Wizard Of Oz (1939) op televisie of gingen we naar de bioscoop vanwege Star Wars of de nieuwe James Bond. De enige kerstfilms die ik me uit de kindertijd kan herinneren zijn de vele variaties op A Christmas Carol.

Niet voor de hele familie
Een kerstfilm wordt wat mij betreft pas interessant als de makers tegen de goede smaak en het blije familiegevoel ingaan. Wat dat betreft is het jammer dat Bad Santa (2003), met Billy Bob Thornton als onbehouwen kerstman, uit de lijst is verdwenen. De onconventionele kerstfilm Tangerine (2015) is ook minder geschikt voor tere kinderzieltjes. De tippelende transgenders schelden in die film nog heviger dan Billy Bob. Ze hebben wel wat anders aan hun hoofd dan kerstballen en maretakken. Tangerine is een komedie zonder sneeuw en dus ook zonder arrenslee. De volledig met een mobiele telefoon gedraaide film speelt zich namelijk af op een zomers warme kerstavond in Hollywood.

The Nightmare Before Christmas

Donkere dagen
Van de films uit de estafettelijst beschouw ik het zeer vermakelijke Home Alone (1990) meer als een misdaadkomedie dan een kerstfilm. De actieklassieker Die Hard (1988) heb ik te lang geleden voor het laatst gezien om die film met kerst te associëren. In de donkere decembermaand zou ik zelf eerder kiezen voor een horrorfilm als Black Christmas (1974), de familieconflicten in het Franse drama Un Conte De Noël (2008) of de kibbelende criminelen in In Bruges (2008). Een kerstfilm mag wat mij betreft duister zijn en opgeschud worden door vernielzuchtige monstertjes (Gremlins) of fantasie-elementen bevatten zoals de engel die aan zelfmoordpreventie doet in It’s A Wonderful Life (1946), de moeder van aller kerstfilms. Als Kurt Velghe in zijn bijdrage niet gekozen had voor de monsters, spoken, zombies, heksen en vampiers uit Halloween Town in The Nightmare Before Christmas (1993), dan had ik graag mijn stem op die film uitgebracht. De sierlijke monsteranimatie van regisseur en animator Henry Selick, onder toeziend oog van producer en bedenker Tim Burton, blijft dus zeker in de lijst staan.

 

Miracle On 34th Street

De afvaller
Eigenlijk mag ik van organisator De Filmkijker geen kerstfilm uit de lijst halen die ik niet heb gezien, maar dan zou Love Actually het slachtoffer worden. Ik kan me werkelijk niets meer van die film herinneren terwijl ik hem waarschijnlijk zelfs in de bioscoop heb gezien. Love Actually blijft staan om consternatie onder veel lezers te voorkomen. In plaats daarvan verwijder ik Miracle On 34th Street omdat het een remake is en ik voorkeur geef aan de originele kerstklassieker uit 1947.

De toevoeging
Natuurlijk zijn er meerdere prachtige films gemaakt tegen het decor van kerstbomen en kerststallen. Ik wilde in eerste instantie Meet Me In St. Louis (1944) nomineren, vanwege het mooiste kerstliedje dat in een film is gezongen, maar de avonturen van Judy Garland en haar familie spelen zich verspreid over een heel jaar af en niet slechts tijdens kerstmis. Omdat kerst plaatsvindt in donkere tijden ging ik op zoek naar film noir in kerstsfeer. Christmas Holiday (1944), met musicallieveling Gene Kelly in de rol van bad guy, schijnt de moeite waard te zijn, maar die heb ik (nog) niet kunnen vinden. Neo noir L.A. Confidential (1997) begint op kerstavond en zou daarom ook een goede kandidaat kunnen zijn. Ik heb uiteindelijk gekozen voor de eenzame kerst van huurmoordenaar Frank Bono in Blast Of Silence.

Blast Of Silence (Allen Baron, 1961)

De teruggetrokken en zwijgzame Frank Bono (gespeeld door regisseur Allen Baron) keert terug naar New York City, de stad waar hij opgroeide in een weeshuis. Hij heeft geen prettige herinneringen aan zijn jeugd overgehouden en haat zijn oude thuisstad, zeker tijdens kerst. Bij aankomst op het station wordt hij begroet door kerstzang van een kinderkoor. Christmas, it gives you the creeps, zegt de cynische voice-over van acteur Lionel Stander (wiens naam onvermeld blijft op de credits omdat hij op de zwarte lijst stond van de beruchte communistenjager Joseph_McCarthy).

De kerstklus van Frank is de liquidatie van een gangsterbaas. Zijn aanstaande slachtoffer viert eerste kerstdag met zijn familie en tweede kerstdag met zijn maîtresse. De eerste kerstboom die we in de film te zien krijgen is het boompje in de kamer van louche wapenverkoper Big Ralph (Larry Tucker). Ralph heeft ook kerstballen opgehangen aan de kooien van de rioolratten die hij als huisdieren houdt. Iedereen in New York bereidt zich voor op de festiviteiten terwijl Frank eenzaam en ongezien over winkelstraten loopt. Voor hem geen pakjesavond. Tijdens zijn voorbereidingen ontmoet hij per toeval zijn stille jeugdliefde Lori (Molly McCarthy). Hun gezamenlijke kerstavond is een van de treurigste die op film is vastgelegd.

Je kunt uit bovenstaande omschrijving opmaken dat Blast Of Silence geen vrolijke kerstfilm is. De lowbudgetfilm van Allen Baron is een late toevoeging aan de klassieke film noir uit de jaren veertig en vijftig. De desolate sfeer vertoont veel overeenkomsten met Taxi Driver (1976). Martin Scorsese heeft zich zeker door Blast Of Silence laten inspireren. Alleen al om die reden loont het de moeite om de film op te sporen. Blast of Silence werd in 2008 op dvd uitgebracht door The Criterion Collection.

Ik geef het stokje over aan de volgende deelnemers in deze kerstfilm-estafette: De Protagonisten.

De vorige bijdragen aan de Kerstfilm Estafette Race:

De Filmkijker

De Filmliefhebber

Be Cool, Sodapop

Reviews & Roses

Klakkeboem

The Work (Jairus McLeary & Gethin Aldous, 2017)

wo, 12/13/2017 - 22:20

The Work is een indringende documentaire over een vierdaagse groepstherapie in Folsom State Prison in Californië. De deelnemers bestaan niet alleen uit gevangenen maar ook uit mannen van buiten de gevangenis die elk om hun eigen redenen bij de sessies aanwezig willen zijn. De confrontaties die de mannen met elkaar en vooral met zichzelf aangaan leiden tot hevige emotionele uitbarstingen. Als je wilt weten wat de bron is van mannelijk geweld dan geeft The Work een antwoord.

De gedetineerden in The Work zijn geen lieverdjes. Sommige zullen vanwege ernstige geweldsdelicten nooit meer terugkeren in de maatschappij. Andere gevangenen moeten nog tientallen jaren in Folsom State Prison doorbrengen voordat ze de gevangenis mogen verlaten. Veel mannen maken deel uit van drugsbendes. Normaal gesproken gaan de verschillende bendes niet met elkaar om en blijven de leden van elkaar gescheiden ter voorkoming van conflicten op het gevangenisterrein. De scheiding tussen de verschillende groepen, inclusief die tussen de blanke en Afro-Amerikaanse populatie, wordt tijdens de wekelijkse therapiesessies volledig opgeheven.

Twee keer per jaar mogen mannen van buiten de gevangenis meedoen aan een vier dagen durende sessie. Voor aanvang worden de buitenstaanders gekoppeld aan twee gevangenen en worden alle deelnemers in twee groepen onderverdeeld. Ze praten in een kring om beurten over hun angsten, frustraties en andere emoties die ze normaal gesproken nooit zullen tonen. De film is nog geen kwartier gaande als de eerste uitbarsting van opgekropte gevoelens plaatsvindt en deelnemer Kiki met moeite door de rest van de groep in bedwang wordt gehouden. De luisterende mannen accepteren de schrammen en blauwe plekken die nodig zijn om respect te tonen voor de kwetsbaarheid van een ander. Een verkeerde opmerking blijft echter niet zonder gevolgen, zoals onderwijsassistent Charlie merkt.

The Work is vaak ongemakkelijk intiem. De kijker zit dicht op de huid van de mannen. Je kunt hun harten horen kloppen. Filmmakers Jairus McLeary en Gethin Aldous blijven zelf buiten beeld. Ze stellen geen vragen tijdens de therapiesessies en maken zich onzichtbaar. De deelnemers vergeten dat ze op video worden vastgelegd. De camera’s blijven geconcentreerd gericht op de gezichten van de kring waar Charlie, barman Charles en museummedewerker Chris deel van uitmaken. Kreten en geluiden van schermutselingen uit de andere kring worden genegeerd, maar zijn wel goed op de soundtrack te horen.

De reden om buitenstaanders bij de sessies te betrekken is om de gevangenen te laten zien dat hun trauma’s nauwelijks verschillen van mannen die een normaal leven leiden buiten de gevangenismuren. Overal lopen emotionele tijdbommen rond. Zelfs de timide en weinig spraakzame Chris wordt na drie dagen therapie onverwachts overvallen door een trauma dat hem blijkbaar zijn hele leven dwarszit. Op dat moment worden de rollen omgedraaid en zijn de gevangenen er om hem te helpen. Uit de verhalen in The Work blijkt dat alle mannen in hun kindertijd een groot tekort hebben gehad aan vaderlijke liefde en erkenning, vaak omdat de biologische vader afwezig was.

De therapiesessies zijn meer dan een manier om even stoom af te blazen. De documentaire sluit af met een tekst waarin wordt beweerd dat gevangenen die aan deze sessies hebben meegedaan na vrijlating nooit meer in de gevangenis zijn teruggekeerd. Het kan dus geen kwaad om in de VS meer uit te geven aan educatie en het behandelen van gevangenen dan de schamele 1% van het gevangenisbudget dat daar momenteel aan wordt besteed.

9/10

The Work was te zien tijdens het afgelopen IDFA en wordt op dvd uitgegeven door de Britse documentaire-distributeur Dogwoof.

Suntan (Argyris Papadimitropoulos, 2016)

za, 12/09/2017 - 13:10

De karakteristieke bonkige kop van Makis Papadimitriou vergeet je niet snel. De acteur laveert in zijn spel tussen komisch en dreigend. Hij steelt in Chevalier (2015) de show met een grappige playbackversie van Minnie Ripertons Lovin’ You. Papadimitriou oogt een stuk gevaarlijker in zijn bijrol tegenover de vrouwelijke soldaten in Voir Du Pays (2016). Het voorlopige hoogtepunt in zijn filmcarrière is de hoofdrol als dorpsarts Kostis in de donkere tragikomedie Suntan.

Films uit de zogenaamde Greek Weird Wave spelen zich vaak af op geïsoleerde locaties: een afgeschermd huis in Dogtooth (2009), een verlaten havenplaats in Attenberg (2010), een theater in Interruption (2015), een hotel in The Lobster (2015) en een vakantieboot in Chevalier. De geïsoleerde locatie in Suntan is een Grieks vakantie-eilandje. Kostis is de enige passagier tijdens de overtocht vanaf het vaste land. De burgemeester heet hem persoonlijk welkom. Tijdens een eerste rondgang blijkt iedereen op het eiland elkaar bij voornaam te kennen.

Kostis doet niet heel erg zijn best om zich onder de vaste bewoners te mengen. Hij gedraagt zich als een banneling die onvrijwillig op het eiland verblijft. Waarschijnlijk heeft hij het baantje als huisarts aangenomen omdat niemand anders zo gek was om op deze plek te gaan werken. Het is nóg waarschijnlijker dat Kostis niet echt heel erg goed is in zijn vak en dat werken op het eiland de enige manier was om binnen zijn vakgebied aan de slag te kunnen.

Makis Papadimitriou in Suntan

[Spoilers!]
Buiten het vakantieseizoen is het een dooie boel op het eiland. Pas wanneer de toeristen arriveren, heerst overal levendigheid. De jonge backpackers worden zo onverwachts in de film gemonteerd dat hun komst lijkt op een overval. Op de eerste vakantiedag bestormt een bont groepje jonge Europeanen de dokterspraktijk van Kostis. Anna (Elli Tringou) en haar vrienden plagen de arts terwijl hij de wond op haar been behandelt. Kostis vat hun spel op als een uitnodiging om zich in zijn vrije tijd bij het groepje aan te sluiten. Hij interpreteert het gedrag van de vrije Anna als geflirt en trekt daar conclusies uit die de komedie doen veranderen in een tragedie.

Het contrast tussen de stugge arts en de uitgelaten hedonisten kan niet groter. Kostis is een rusteloze einzelgänger. Op het eiland wordt hij dubbel geconfronteerd met zijn rol als eeuwige buitenstaander; hij voelt geen echte band met de lokale bewoners en is te oud om aansluiting te vinden bij de vakantiegangers. De zonnesmeer op zijn gezicht en bolle buik maakt zijn huid nog bleker tussen de zongebruinde ranke twintigers. Je zou de Griek en zijn buitengesloten positie ten opzichte van de feestvierende Europeanen kunnen zien als een metafoor voor de positie van Griekenland binnen de Europese Unie , maar ik denk niet dat regisseur Argyris Papadimitropoulos een politieke film heeft willen maken.

Kostis overschrijdt steeds meer grenzen om het gevoel te krijgen dat hij wel degelijk ergens deel van uitmaakt en niet door eigen falen alleen op de wereld is. Drank, drugs en slaapgebrek maken hem bandeloos en ontdoen hem van het laatste laagje beschaving. De moderne Griekse man is ver verwijderd van de mythische helden uit klassieke Griekse tragedies. Odysseus wist het verleidelijke gezang van de Sirenen te weerstaan; de weerloze Kostis laat zich inpalmen. Hij komt er te laat achter dat hij een illusie najaagt. Zelfmedelijden brengt hem niet tot inkeer en de tragische komiek verandert in het monster dat hij altijd al in zich droeg.

8/10

Suntan is verkrijgbaar op Blu-ray/DVD via het Britse label Eureka.

Nadah El Shazly – Ahwar (2017)

za, 12/02/2017 - 12:42

Nadah El Shazly was in het tweede weekend van november een van de verrassingen op het festival Le Guess Who in Utrecht. In dezelfde maand bracht de muzikante uit Caïro ook het album Ahwar uit waarop haar Egyptische roots opgaan in electronica, avant-garde en jazz. Haar nieuwe plaat is een goede aanleiding voor een terugblik op het optreden dat ze gaf op zondag 12 november, de laatste dag van Le Guess Who.

De Egyptische zangeres en producer Nadah El Shazly begon haar muzikale carrière in een Misfits-coverband. Ze laat de punkinvloeden tegenwoordig ver achter zich en maakt nu experimentele muziek waarin ze haar Arabische roots verweeft met westerse elementen. Tijdens de opnamen van het nieuwe album Ahwar werd ze in de studio omringd door een tiental gastmuzikanten en productioneel ondersteund door Maurice Louca en Sam Shalabi van The Dwarfs of East Agouza. Alle medemuzikanten werden tijdens het solo-optreden op Le Guess Who in TivoliVredenburg uit een laptop getoverd. De laptop zal binnenkort minder prominent op het podium staan of misschien zelfs in de studio achterblijven, want de zangeres is na haar terugkomst in Egypte met een band de repetitieruimte ingegaan.

Nadah El Shazly

De laptop wekte in Utrecht de suggestie dat Nadah El Shazly een elektronische muzikant is, maar de muziek op de plaat wordt voornamelijk akoestisch voortgebracht. De akoestische instrumenten worden via elektronische effecten door de mangel gehaald zonder dat ze hun herkenbaarheid verliezen. Een enkele keer zorgen elektronische beats voor het begeleidende ritme. De saxofoon keert regelmatig terug op Ahwar, zoals in het instrumentale nummer Koala waarmee Nadah El Shazly haar set in Utrecht afsloot. Een langzame, onregelmatige drumpartij wordt in de polyritmische track omringd door nerveuze blazers die lijken ontsnapt uit een minimalistische compositie van Terry Riley (zoals Poppy Nogood and the Phantom Band All Night Flight uit 1968).

Live in Utrecht zette Nadah El Shazly de computer even uit voor een a capella uitgevoerd lied en kreeg ze de zaal stil met enkel haar soepele donkere stem. Haar manier van zingen was net zo vrij als een jazzsolo. De jazzinvloeden in sommige nummers op Ahwar zorgen voor grillige songstructuren en atonaliteit. Westerse en oosterse toonsoorten wringen en schuren langs elkaar. De in westerse oren vals klinkende oosterse toonladders worden niet geschuwd, zoals blijkt uit de kwartnoten die uit het orgeltje komen in Palmyra, het toegankelijkste nummer op het album. De muzikale ontmoeting tussen Oost en West leidt op Ahwar nergens tot exotisme.

Jane Weaver
Het enige teleurstellende optreden dat ik tijdens Le Guess Who zag was van Jane Weaver. Het eerste nummer beloofde een pittige set Britse krautrock, maar toen moest de gitarist zijn gebroken snaar vervangen en ging de geest voortijdig terug in de fles. De zangeres uit Manchester doodde de tijd door met de overige muzikanten een spontane improvisatie in te zetten waarin niemand zich durfde te laten gaan. Na de terugkeer van de gitarist bleef de band in de vier nummers die ik nog zag hangen in trage discoritmes waar te weinig variatie in viel te ontdekken.

Sarah Davachi

Sarah Davachi
Het zondagje Le Guess Who begon voor mij ’s middags in theater De Kikker. De Canadese muzikant Sarah Davachi joeg daar in de loop van haar optreden met langgerekte elektronische tonen voldoende mensen weg om plaats te maken voor nieuwe belangstellenden die het ook niet allemaal lang volhielden. Het optreden had goed gepast tijdens 12-Hour Drone dat verderop in de stad plaatsvond in de Pastoefabriek. Hoge feedbacknoten hadden de overhand tijdens de drie kwartier durende improvisatie. Ze overstemden de orgelnoten die in de verte als drukke mieren over elkaar heen krioelden. Het was niet duidelijk of de feedback bewust werd voortgebracht of dat mijn resonerende trommelvliezen voor de boventonen zorgden. Door de herhaling van noten leek het ook alsof de elektronische geluidsbron bestond uit samples van Sarah Davachi’s eigen stem en dat we luisterden naar een koor dat woordloos zong zonder ademhaling. Naast me zat een van de toehoorders te knikkebollen, wat volgens mij de beste manier is om de muziek tot je te nemen.

Juana Molina
De blijmoedige liedjes van Juana Molina uit Buenos Aires klonken in zaal Pandora in TivoliVredenburg op het eerste gehoor eenvoudiger dan ze in werkelijkheid zijn. De repetitieve gitaarloopjes waren niet constant hetzelfde. Molina liet de loopjes herhalen en voegde tegelijk nieuwe partijen toe. De muziek bleef spannend vanwege de verschuivende accenten in de ritmes, enkele onregelmatige maatsoorten en dissonante tweestemmige zangpartijen. Op de karakteristieke, ietwat onvaste zang van Molina zat vaak een vervreemdend effect, alsof ze met dubbele stem zong. De muziek deed me soms denken aan de Japanse muzikant Cornelius – poppy, maar net even te afwijkend om door popzenders opgepikt te worden.

Linda Sharrock
Zangeres Linda Sharrock (Philadelphia, 1947) werd in 2009 getroffen door een beroerte en is sindsdien zeer beperkt in haar expressievermogen. Dat weerhoudt haar niet om te blijven optreden met haar free jazz. Op de laatste dag van Le Guess Who werd haar rolstoel tot aan de deur naar het podium gereden. Van daaruit werd ze naar de zangzetel begeleid door haar vaste muzikale begeleider Mario Rechtern. De saxofonist/klarinettist naam plaats aan de rechterkant van het podium en startte samen met twee gitaristen (onder wie Jasper Stadhouders), een bassiste en drummer Onno Govaert een volumineuze vrije improvisatie waarmee de band binnen enkele minuten de eerste toehoorders de zaal uit kreeg. Terwijl de muzikanten met veel geweld dwars tegen elkaar in speelden keek Sharrock af en toe opzij en zo min mogelijk richting het publiek voordat ze haar eerste kreten slaakte. Een overijverige cameraman waande zich ondertussen het zevende bandlid.

Linda Sharrock

Sharrock kan niet meer praten. Haar vocabulaire is tegenwoordig noodgedwongen beperkt tot uitgerekt wa’s en wo’s. Haar oerkreten klonken in Utrecht als dialogen uit de Franse anarchistische film Themroc (1973). Je kon ze interpreteren als basale uitingen van woede, frustratie of pijn. Gitarist Max Bogner alias Margaret Unknown schreeuwde een paar keer door een vervormde microfoon met de zangeres mee. De lange muzikant sprong vanwege zijn gejaagde bewegingen het meest in het oog. Door alle onbeheerste handelingen raakte zijn gitaarriem los. De harde klap van de gitaar tegen het podium paste prima bij een optreden van een band die dreunen wilde uitdelen. Linda Sharrock maakte indruk met haar band, niet omdat ze de mooiste muziek van de dag voortbracht, maar omdat ze deze zondag de meest radicale muzikant was.

Happy End (Michael Haneke, 2017)

wo, 11/22/2017 - 22:30

Het gaat te ver om de nieuwste film van Michael Haneke een komedie te noemen, maar er werd vorige week vrijdag in Rialto zowaar een paar keer hardop gelachen. Happy End is een afstandelijke satire over de trage ondergang van de bourgeois familie Laurent in Calais. Het eerste teken van verval is de wand die instort op een bouwterrein van het familiebedrijf.

Een van de getuigen van de ondergang van de Laurent-dynastie is het twaalfjarige nichtje Eve (Fantine Harduin). We hebben Eve aan het begin van Happy End leren kennen aan de hand van enkele filmpjes die ze met haar mobieltje heeft gemaakt. Het meisje vergiftigt in een van de filmpjes haar hamster door medicijnen van haar moeder in het voer stoppen. Niet veel later is moeder zelf het slachtoffer. In afwachting van moeders herstel in het ziekenhuis logeert Eve in Calais bij haar vader Thomas (Mathieu Kassovitz) waar ze kennis maakt met onder anderen tante Anne (Isabelle Huppert) en de hoogbejaarde pater familias George (Jean-Louis Trintignant). Als Eve door Thomas’ tweede vrouw Anaïs (Laura Verlinden) gevraagd wordt om op de baby te passen, houd je je hart vast.

Happy End (Fantine Harduin)

Haneke varieert in Happy End op minder scherpe wijze op thema’s die hij eerder in zijn oeuvre aan een nader onderzoek heeft onderworpen. De filmpjes van Eve doen denken aan de video’s van de moordende Benny in Benny’s Video (1992). De bewakingscamera op het bouwterrein kijkt net zo onbewogen naar de wereld als de geheimzinnige camera die in Caché (2005) staart naar het huis van Georges Laurent (Daniel Auteuil). Zoals gebruikelijk hebben personages namen die we kennen uit eerdere films van Haneke. George is niet alleen de naam van Trintignants personage in Amour (2012), maar ook die van het hoofdpersonage in Hanekes eerste speelfilm Der Siebente Kontinent (1989). Meestal is George een oudere vaderfiguur. De moederfiguur Anne Laurent is ook weer present, ditmaal vertolkt door Isabelle Huppert die voor het eerst een Anne Laurent speelde in Le Temps Du Loup (2003). Haneke lijkt met de telkens terugkerende namen te willen zeggen dat de mens (inclusief de Franse bourgeoisie) niet in staat is te veranderen en voorbestemd is om altijd dezelfde soort fouten te maken.

Happy End (Isabelle Huppert)

De kwade inborst lijkt aangeboren. Tiener Eve heeft geen geweten en toont geen enkele empathie. Ze kan slechts huilen over haar eigen leed. De volwassenen geven haar constant het verkeerde voorbeeld. Filmpjes op YouTube zijn al helemaal geen goede raadgevers. De familie wordt te veel door de eigen besognes in beslag genomen om tijd te hebben voor zorgen over de medemens.

Happy End (Jean-Louis Trintignant)

Michael Haneke past weer een fragmentarische montage toe. Bij eerdere films hielp het dat het onderscheid tussen verschillende scènes werd aangegeven met een kort zwart beeld. Die onderbreking laat hij tegenwoordig achterwege en daarom is het voor de kijker soms lastig om direct verbanden tussen de scènes te ontdekken. Het lukt daardoor niet om de personages goed te doorgronden en dat is natuurlijk precies te bedoeling aangezien zij elkaar ook niet echt goed kennen. De fragmentarische montage benadrukt het gebrek aan cohesie binnen de familie. Ook in de lange shots komen we niet dichter bij de personages omdat de camera op grote afstand blijft toekijken. We staan tijdens die momenten te ver om de dialogen te kunnen verstaan.

De film neemt een paar keer flinke happen uit de tijd en brengt de kijker daarmee bewust in een verwarring. We kunnen zo een klein beetje ervaren hoe de dementerende George zijn laatste levensfase beleeft. Hij doet meerdere pogingen om aan zijn bestaan te ontvluchten. Het is niet de eerste keer dat een personage in een film van Haneke een doodswens heeft, maar het is wel voor het eerst dat de regisseur er een komische draai aan geeft. Tijdens een van de vluchtpogingen spreekt George mensen aan waarvan ik me pas laat realiseerde dat het Afrikaanse vluchtelingen zijn.

Happy End (Franz Rogowski)

Het verhaal speelt zich weliswaar af in de straten van Calais, maar de hele vluchtelingenproblematiek gaat aan de Laurents voorbij en dus blijven de Afrikaanse mannen figuranten. Voor hen ligt een happy end onbereikbaar aan de overkant van de zee. Pierre (Franz Rogowski) is de enige die zich hun lot lijkt aan te trekken, maar de impulsieve zoon van Anne kan zijn frustraties alleen maar uiten wanneer hij te veel heeft gedronken. Het maakt hem tot een van de tragische figuren in het verhaal.

7/10

A Ghost Story (David Lowery, 2017)

wo, 11/15/2017 - 22:20

Er zijn meerdere redenen om A Ghost Story te willen zien. Een van die redenen is de monoloog van zanger Will Oldham.

Will Oldham is vooral bekend als singer-songwriter en minder vanwege zijn activiteiten als acteur. Toch kwam hij vanwege zijn acteerwerk voor het eerst in de internationale schijnwerpers te staan. De rol van mijnwerkerszoon Danny in Matewan (John Sayles, 1987) is een van zijn beste. Daarna dook hij af en toe met een enkele hoofdrol en veel bescheiden bijrolletjes op in kleine Amerikaanse indiefilms waarvan de meeste niet of nauwelijks in Nederland te zien waren. Alleen het drama Old Joy van Kelly Reichardt uit 2006 is een paar keer op de Nederlandse televisie uitgezonden.

Will Oldham in A Ghost Story

Oldham is in A Ghost Story slechts kortstondig van de partij, maar hij heeft wel het hoogste woord en meer tekst dan de hoofdrolspelers bij elkaar. De zanger heeft de taak gekregen om uit te leggen waar de film over gaat. Meestal is dat geen goed idee, want een goede film behoeft geen uitleg. Will Oldhams bijdrage is een ontnuchterend intermezzo dat vanwege de komische uitvoering een relativerende draai geeft aan een film waarin poëtische ernst overheerst.

Het spook uit de titel (Casey Affleck onder een wit laken) wandelt ongezien door een huis langs dronken dansende mensen en staat stil bij de tafel waar Will Oldham als de Prognosticator in gesprek is met andere bierdrinkers. De Prognosticator tempert de feestvreugde met een monoloog over vergankelijkheid. Begeleid door het popdeuntje Last One van Stereo Jane (dat halverwege wordt vervangen door de negende van Beethoven) vertelt Oldham met nauwelijks ingehouden sadistisch genoegen over de meesterwerken van de grote romanschrijvers en componisten die ooit vergeten zullen worden. De aarde zal immers vergaan en het universum zal imploderen. Alle meesterlijke boeken en symfonieën zijn geschreven om onsterfelijkheid te verwerven, maar er komt een moment dat er niemand meer is om al dat moois te herinneren. En God bestaat niet, dus voor hem hoef je ook geen moeite te doen.

A Ghost Story (Casey Affleck en Rooney Mara)

Tijd is de grote speler in A Ghost Story. Tijd kan soms uitgerekt worden, merkt de jonge vrouw M (Rooney Mara) na de dood van haar partner C (Affleck). Haar uitgerekte rouwperiode wordt verbeeld in een onvergetelijke scène van bijna acht minuten die zich afspeelt in de keuken en waarbij een taart het belangrijkste rekwisiet is. Het spook heeft het tegenovergestelde gevoel. Bij hem vliegt de tijd door de vingers en gaan jaren en eeuwen net zo snel voorbij als bladzijden die door de wind worden omgeslagen.

Het is een zot idee om de hoofdrol te geven aan een zwijgend personage dat het merendeel van de film onder een laken verborgen blijft, maar het werkt wonderwel in A Ghost Story. Het eenvoudige kostuum blijkt heel esthetisch; in de buitenlucht maakt de wapperende stof een gracieuze verschijning van het spook. C is een anonieme alleman geworden. Iedereen kan onder het laken zitten en dus ook de toeschouwer, al kijken we niet rechtstreeks mee door de twee gaten die zijn uitgeknipt. Het laken zorgt ervoor dat het spook zich langzaam moet voortbewegen; de traagheid van bewegingen maakt hem extra tragisch. Hij is niet meer in staat om mee te gaan met de tijd en kan niets anders doen dan passief toekijken vanaf de zijlijn.

8/10

Pagina's