Over alles behalve design

Abonneren op feed Over alles behalve design
arthouse, classics, cult, Hollywood, music
Bijgewerkt: 2 uur 44 min geleden

In De Armen Van Morpheus (Marc Schmidt, 2019)

za, 07/11/2020 - 13:15

Menige filmliefhebber zal een film ervaren als een droom en ‘s nachts in de slaap de droom met open armen verwelkomen. De documentaire In De Armen Van Morpheus laat mensen aan het woord voor wie het slapengaan geen heuglijk vooruitzicht is. Regisseur Marc Schmidt toont aan de hand van hun verhalen hoe slaapstoornissen het leven beheersen en mensen tot wanhoop kunnen drijven.

In De Armen Van Morpheus leert ons meer over slaapstoornissen waar ik wel eens van had gehoord, zoals slaapverlamming en narcolepsie, en laat voor het eerst kennis maken met voor mij nieuwe fenomenen zoals het rustelozebenensyndroom. De documentaire laat mensen vertellen hoe ze met hun ziekte om proberen te gaan. Machteloosheid overheerst. In veel gevallen is er geen kans op genezing en behoort een normale nachtrust voor altijd tot het onmogelijke. Slapeloosheid geeft een van de geïnterviewden het angstwekkende gevoel nooit aan zichzelf te kunnen ontsnappen. Bij slaapverlamming is de geest wakker in een slapend lichaam en lijkt het alsof je bij bewustzijn bent in een dood omhulsel. Een ander stapt tijdens de droom uit zichzelf en weet niet meer wie ze werkelijk is: de droompersoon of de persoon die ze heeft achtergelaten.

Onzekerheid over identiteit speelt ook bij de jonge vrouw die lijdt aan narcolepsie. Ze slaapt het grootste deel van haar leven en weet daar een creatieve draai aan te geven door dromen op te schrijven en uit te tekenen. Ze laat zich onderzoeken en krijgt een middel waarmee ze haar aandoening uiteindelijk onder controle weet te krijgen. Het medicijn zuigt echter wel alle creativiteit weg. De vrouw kan functioneren als een normaal mens, maar is niet meer wie ze is geweest. Met welke van de twee identiteiten zal ze het gelukkigst zijn?

Een slaapziekte is een eenzame aangelegenheid. Een van de geïnterviewden heeft als grootste wens om ooit een droom gezamenlijk met een ander te delen, zoals bijvoorbeeld gebeurt met de twee hoofdpersonen in de film On Body And Soul (Ildikó Enyedi, 2017). Regisseur Marc Schmidt verbeeldt de eenzaamheid door personen geïsoleerd op camera vast te leggen. Hij filmt een paar van hen vanaf afstand in verlaten exotische landschappen die dienen als droomlandschappen. Soms is het simpelweg de duisternis van de nacht waar ze door worden omringd.

De mildste slaapstoornis is die waar muzikant Arnold de Boer (Zea, The Ex) last van heeft. Hij hoort in zijn slaap niet bestaand, luid geraas. Het is geluid als een hallucinatie. Het fenomeen heet exploding head syndrome (EHS) en op het album The Swimming City (2014) van Zea heeft De Boer er een gelijknamige liedje aan gewijd. Verspreid over de documentaire zoekt hij het geluidseffect dat het meest overeenkomt met het geluid in zijn hoofd. Hij gooit langs het IJ oude computerschermen in een container, schudt in een studio versterkers door elkaar en draait aan de knoppen van mijn oude Korg MS20 synthesizer. Zijn bijdrage aan de documentaire eindigt met fragmenten van het optreden van The Ex in Amsterdam-Noord in maart 2018.

Marc Schmidt probeert droomwerelden op te roepen door dromen te ensceneren, vanaf ongebruikelijke posities te filmen en de camera in een tunnel te laten tollen. Een desoriënterend sounddesign zorgt voor een toepasselijke begeleiding. De nachtelijke bewegingen van een slaapwandelaarster worden vastgelegd alsof het scènes zijn uit een nieuw deel in de horrorserie Paranormal Activity (2007- ). De ensceneringen hebben niet de visuele kracht van de nachtmerries uit het werk van bijvoorbeeld Dulac, Buñuel, Cocteau, Deren of Lynch. Wat uiteindelijk de meeste indruk maakt is de beheerste manier waarop sommigen vertellen over wat gerust een nachtelijke martelgang genoemd kan worden.

Family Romance, LLC (Werner Herzog, 2019)

di, 07/07/2020 - 15:44

VOD-platform MUBI trakteerde vorige week weer op een gratis te bekijken online filmpremière. Een nieuwe fictiefilm van Werner Herzog was de laatste tien jaar niet iets om reikhalzend naar uit te kijken, maar Family Romance, LLC maakte toch nieuwsgierig. De Duitse regisseur vermengt fictie met documentaire, een genre waar hij tegenwoordig meer mee weet te overtuigen. Het in Tokio gesitueerde drama is een mooie aanleiding om Herzogs relatie met dieren eens nader te bestuderen.

Werner Herzog laat in Family Romance, LLC Japanners zichzelf spelen in een film over mensen die op verzoek en tegen betaling tijdelijk de plaats van anderen innemen. Family Romance, LLC is een echt bestaand bedrijf en Ishii Yuichi is daadwerkelijk in te huren. Yuichi besteedt in de film de meeste aandacht aan zijn rol als surrogaatvader voor Mahiro (Mahiro Tanimoto). In opdracht van haar moeder (Miki Fujimaki) onderneemt hij uitstapjes in Tokio. Hij bezoekt met het verlegen meisje parken en attracties. Moeder gebruikt de wekelijkse evaluaties om meer te weten te komen over het leven dat dochterlief buiten haar zicht leidt. Yuichi heeft steeds meer moeite om die geheimen met de vrouw te delen.

Het gegeven van Family Romance, LLC is fascinerend, maar al eerder en boeiender uitgewerkt in de Griekse film Alps (2011). De frictie tussen fictie en werkelijkheid mist de complexiteit waar Iraanse regisseur Abbas Kiarostami zo befaamd om is geworden. Herzog blijft erg aan de oppervlakte. Zijn film leeft af en toe op als hij andere klussen van Yuichi volgt. Zo neemt de Japanner in een grappige terzijde even de plaats in van een treinbestuurder die niet zelf door zijn baas uitgescholden wil worden. Yuichi brengt ook een bezoek aan een hotel waar bezoekers verwelkomd worden door op mensen lijkende robots. De hotelmanager laat zelfs robotvissen in het aquarium zwemmen in plaats van echte vissen. De geobsedeerde camera tuurt minutenlang naar de mechanische dieren.

Herzog gebruikte geen vastomlijnd script en liet zijn amateuracteurs improviseren. Hij hoopte daarmee het documentaire aspect van de film te versterken. Zijn opzet is niet geslaagd, want het onwennige spel van Ishii Yuichi en Mahiro Tanimoto komt heel gekunsteld over. Het blijkt niet eenvoudig om jezelf te moeten acteren. De twee hoofdrolspelers laten veel stiltes tussen de platitudes vallen. De stiltes worden opgevuld door muziek van vaste componist en cellist Ernst Reijseger. De kleuren in het bloesempark zijn prachtig, net als de panorama’s die zijn gefilmd vanaf een drone. Drones zorgen de laatste jaren wel vaker voor de broodnodige production value, maar daar red je geen middelmatige film mee. Terug op de grond wordt uit de losse pols gefilmd met autofocus. De film oogt als een gelikte promotiefilm op speelfilmlengte en heeft de esthetiek van een YouTube-vlog. Enig voelbaar drama zit pas helemaal aan het eind van de film in het allerlaatste shot, wanneer we twee kinderhanden tegen een deurraam zien aangedrukt.

Family Romance, LLC is een mooie aanleiding om met tien, in omgekeerde chronologie gerangschikte voorbeelden stil te staan bij de opvallende aanwezigheid van dieren in Werner Herzogs oeuvre.

1 De egel in Family Romance, LLC (2019) Werner Hedgehog

De robotvissen zijn niet de enige dieren in de laatste film van Herzog. Mahiro, haar nepvader en bevriende kleuter Airi (Airi Coats) hebben in Tokio een ontmoeting met een egeltje. Dat ziet er op het eerste gezicht schattig uit vanwege de liefdevolle bedoelingen van de twee nieuwsgierige meisjes. Als je er langer over nadenkt is het eigenlijk best zielig. Het arme beest brengt de dagen door in een kooitje en mag daar alleen uit om door meerdere mensenhanden tegelijk ongewenst betast te worden. Daar had Herzog vast op zijn karakteristieke manier een zwaarwichtige opmerking over kunnen maken, maar zijn voice-over, die zijn andere documentaires extra aantrekkelijk maakt, ontbreekt hier volledig.

2 De iguana’s in Bad Lieutenant: Port of Call New Orleans (2009)

Bad lieutenant Nicolas Cage vraagt aan collega Val Kilmer wat de twee iguana’s doen op de tafel in de kamer die tijdelijk dient als observatiepost. There ain’t no iguana, reageert Kilmer tweemaal kalm. De beesten blijken een hallucinatie te zijn. Wat volgt is een serie extreme close-ups van iguanakoppen die ons in het door drugs aangetaste brein van Cage verplaatsen. R&b-hit Release Me van lokale zanger Johnny Adams zorgt voor de begeleiding. De krankzinnige scène is waarschijnlijk het enige wat je van Bad Lieutenant: Port of Call New Orleans bijblijft.

3 De gestoorde pinguïn in Encounters at the End of the World (2007)

In deze documentaire, over een verblijf op Antarctica, krijgt de camera vanuit de verte een eigenaardige pinguïn in het vizier. Het dier volgt niet zijn soortgenoten naar een plek om zich te voeden en keert ook niet terug naar de pinguïnkolonie. In plaatst daarvan volgt het zijn eigen route, rechtstreeks richting de heuvels die zeventig kilometer verderop de horizon vormen. Daarna is het nog vijfduizend kilometer verder landinwaarts met een zekere dood als eindbestemming. Niets kan de pinguïn op andere gedachten brengen. Waarom toch? vraagt Herzog zich af. Het is een verbijsterend minidrama waar wetenschappers ook geen verklaring voor hebben.

4 Timmy the Fox in Grizzly Man (2005)

Timothy Treadwell hield heel veel van beren en wilde zo dicht mogelijk bij hen in de natuur leven. Helaas was de liefde niet wederzijds. De berenliefhebber werd samen met zijn vriendin voor het oor van de microfoon verscheurd en verorberd door een hongerig exemplaar. De enige echte band tussen mens en dier in de documentaire Grizzly Man is die tussen Treadwell en een vos die hij naar zichzelf vernoemd. Herzog heeft Treadwell vanuit ecologisch standpunt niet hoog zitten, maar prijst diens improvisatiekwaliteiten tijdens de gezamenlijk momenten die de zonderlinge Amerikaan op video heeft vastgelegd. De montage van scènes tussen man en vos is een lichtpunt in een film waar het lot van de hoofdpersoon verder als een onweerswolk boven het verhaal hangt.

5 De krabben in Invincible (2001)

Poolse smid Zishe Breitbart (Finse gewichtheffer Jouko Ahola) wordt in 1932 in zijn dorp door een Duitse impresario ontdekt en uitgenodigd om naar Berlijn te komen. Daar wordt hij als mythische sterke man een van de attracties in de show van mysterieuze occulte hypnotiseur Erik Jan Hanussen (Tim Roth). Zishe moet zijn Joodse identiteit geheim houden want het merendeel van het publiek bestaat uit nazi’s. ‘s Nachts heeft hij visioenen van duizenden krabben die over een spoor kruipen terwijl een trein vanuit de verte nadert. Hij weet zeker dat de droom een waarschuwing is voor een naderende catastrofe, maar niemand uit de Joodse gemeenschap wil hem geloven.

6 De vlinder in Mein liebster Feind – Klaus Kinski (1999)

Klaus Kinski had een wispelturig karakter en was geen zachtzinnig persoon. Toch wist Herzog de zachte kant van de acteur vast leggen. Op een onverwacht moment, tijdens de moeizame opnamen van Fitzcarraldo (1982) in de jungle van Peru, dook plotseling een vlinder op die zonder angst het gezelschap van Kinski opzocht. Herzog raakt in de documentaire Mein liebster Feind, over zijn gespannen relatie met de acteur, in een poëtische bui en ziet in Kinksi ook een vlinder. Het broze diertje doet alle hevige conflicten tussen beide mannen even vergeten.

7 De ratten in Nosferatu: Phantom der Nacht (1979)

Herzogs remake van F. W. Murnau’s horrorklassieker uit 1922 speelt zich af in de havenstad Wismar, maar werd gedraaid in Delft en Schiedam. De komst van vampier Nosferatu valt samen met de uitbraak van de pest. Mensen durven de straat niet meer op of zijn al aan de ziekte bezweken. Dieren hebben vrij spel. Een verdwaald schaap, zwijnen en ratten zwerven door de verlaten straten en over het marktplein. Er waren speciaal vanuit Hongarije meer dan tienduizend witte laboratoriumratten met een vrachtwagen naar Nederland gereden. De beesten die de reis en de wachttijd hadden overleefd moesten zwart worden geverfd. Ze werden in kokend water gedompeld om de verf beter te laten zitten. Schrijver en bioloog Maarten ‘t Hart was daar als een van de consulenten getuige van en schreef er met afschuw en gewetensnood over in het korte verhaal Ongewenste Zeereis (1979).

8 De dansende kip in Stroszek (1977)

Werner Herzog houdt niet van kippen. The enormity of their stupidity is just overwhelming. Ze kijken je aan zonder vertoon van enige intelligentie en zijn met een eenvoudige krijtstreep binnen een seconde te hypnotiseren. De treurigste kip in het oeuvre van Herzog is die aan het eind van Stroszek. Het Duitse hoofdpersonage Bruno (Bruno S.) neemt buiten beeld een drastische beslissing als reactie op zijn teleurstelling over de Amerikaanse droom terwijl een kip als kermisattractie onafgebroken rondjes danst op een afgesloten plateau. Stroszek was volgens de overlevering de laatste film die Britse zanger Ian Curtis zag voordat hij zich van het leven beroofde, vlak voor de eerste Amerikaanse tournee van zijn band Joy Division. Op eerste vinylpersingen van het postuum verschenen dubbelalbum Still keert de kip terug in teksten en pootsporen die zijn gegraveerd tussen de eindgroeven. The chicken won’t stop.

9 De aapjes in Aguirre, der Zorn Gottes (1972)

Werner Herzog is geen dierenvriend en zijn onmogelijke muze Klaus Kinksi nog minder. De tedere acceptatie van de eerder genoemde vlinder is een zeldzame uitzondering. In Aguirre worden dieren als decorstuk behandeld. Kinksi is in Peru op een vlot terechtgekomen en kan geen kant op. De acteur pakt uit frustratie een van de onschuldig aapjes op die het lot met hem delen. Hij lijkt het angstige diertje dood te willen knijpen in zijn vuist en gooit het respectloos weg alsof het afval is.

10 De dromedaris in Auch Zwerge haben klein angefangen (1970)

Een van de meest bizarre taferelen in een film van Werner Herzog is al vroeg in zijn carrière terug te vinden. Op een van de Canarische eilanden zorgt een groep kleine mensen voor toenemende chaos. De gekken hebben het gesticht overgenomen. Ze terroriseren elkaar, vernielen objecten en martelen dieren. De film eindigt bij een dromedaris die om een of andere reden niet meer op zijn voorpoten kan staan, hoezeer het dier ook zijn best doet. De strubbelingen van de dromedaris worden van nabij gadegeslagen door Hombré (Helmut Döring), de aanvoerder van de muiterij. Hij laat het dier aan zijn lot over en lacht zonder oponthoud zijn strottenhoofd aan gort. De natuur is wreed. De mens is wreder.

Women Make Film: Le Bonheur (Agnès Varda, 1965)

ma, 06/29/2020 - 15:45

De veertien uur durende documentaire Women Make Film van Mark Cousins inspireert om onbekende films op te sporen en andere met nieuwe ogen te bezien. Le Bonheur gaat als eerste in de herkansing.

Mark Cousins werkte meerdere jaren met zijn team aan het verhaal dat hij met Women Make Film wilde vertellen. Verdeeld over veertien uur behandelt hij in veertig hoofdstukken filmtechnieken, genres en thema’s aan de hand van beeldmateriaal uit het werk van louter vrouwelijke filmmakers. De documentaireserie toont geen enkel voor de hand liggend fragment en geeft zo een frisse blik op de wereldcinema. Het is alsof we opnieuw naar film leren kijken.

Vrouwelijke regisseurs waren tijdens de gouden jaren van Hollywood een zeldzaamheid. Dorothy Arzner was tussen 1927 en 1943 de enige. Daarna nam actrice Ida Lupino plaats in de regiestoel. En dat terwijl vrouwen een pioniersrol hebben gespeeld in de begintijd van de cinema. Alice Guy-Blaché was eind negentiende eeuw een van de eerste regisseurs die een verhalende film maakte. Lois Weber was een van de eerste filmauteurs. Toch werd tot nu toe voornamelijk het filmwerk van mannen als voorbeeld gebruikt tijdens lessen over filmtechniek en -geschiedenis. Na het zien van Women Make Film zal ik bij het horen van de term tracking shot niet alleen meer denken aan het gebruik ervan in films van Kubrick of Tarkovski maar ook aan de experimentele documentaire D’Est (1993) van Chantal Akerman.

Cousins verzorgde in zijn eerdere epische documentaire The Story of Film: An Odyssey (2011) zelf de voice-over. Zijn zangerige Noord-Ierse accent heeft in Women Make Film plaatsgemaakt voor vrouwenstemmen, onder meer van actrices Tilda Swinton, Jane Fonda, Adjoa Andoh en Sharmila Tagore. De typische vertelstijl van Cousins klinkt door in het script, onder meer door de vele vraagtekens die hij achter zinnen zet. De nieuwe documentaire is een roadmovie waarin de verschillende hoofdstukken van elkaar worden gescheiden door beelden gefilmd vanuit een auto die op verschillende continenten over wegen rijdt. Cousins gaat de hele wereld rond en toont scènes van onderbelichte grootheden uit onder meer Japan (Kinuyo Tanaka), Sri Lanka (Sumitra Peries), China (Wang Ping), de voormalige Sovjet-Unie (Kira Muratova), Bulgarije (Binka Zhelyazkova) en Nederland (Marleen Gorris). De eerste van de drie Nederlandse regisseurs in de serie treffen we – het zal niet verbazen – bij het thema seks in films.

Een van de grote regisseurs die met meerdere films is vertegenwoordigd is Agnès Varda. Haar film Le Bonheur komt voor het eerst ter sprake in het hoofdstuk Openings en keert nog drie keer terug, in de hoofdstukken Framing, Sex en afsluiter Song and Dance. Toen ik Le Bonheur zeven jaar geleden voor het eerst zag, werd ik niet direct meegesleept, waarschijnlijk omdat ik te veel was gefocust op een drama dat zich maar niet leek te ontwikkelen. Zoals de titel aangeeft gaat Le Bonheur over geluk en bij geluk hoort geen drama. Geluk is meestal iets waar hoofdpersonages naar streven. Als ze het eenmaal hebben gevonden is het tijd voor de aftiteling.

Timmerman François (Jean-Claude Drouot) is gelukkig getrouwd met Thérèse (Drouots echte vrouw Claire in haar enige filmrol) en heeft twee gezonde kinderen (gespeeld door Drouots eigen kinderen). Als hij een buitenechtelijke relatie krijgt met postbeambte Émilie (Marie-France Boyer) levert dat niet het verwachte conflict op. François heeft vrij spel. Hij leeft in een aards paradijs zonder slang, in een wereld waar alleen het goede bestaat en waarin hij zonder gewetensbezwaar evenveel van beide vrouwen kan houden. Het kwaad bestaat niet en dus ziet de man zijn vreemdgaan niet als een moreel bezwaar.

Varda filmt het moraalloze paradijs met felle kleuren. Ook de fade-outs zijn in verschillende kleuren in plaats van de gebruikelijk fade to black. Bij de tweede kijkbeurt keek ik naar aanleiding van Women Make Film dit keer naar hoe Varda in Le Bonheur experimenteert met kaders en montage. De geheime amoureuze ontmoetingen zijn gefragmenteerd, in tegenstelling tot de langere shots van het gelukkige gezin. Visueel botsen beide relaties, terwijl François dat niet als zodanig ervaart. De seksscène bestaat uit gestileerde, statische close-ups van gecombineerde lichaamsdelen. Mark Cousins toont de scène in Women Make Film en maakt daarbij zoals vaker in de serie een vergelijking met het kubisme.

Agnès Varda gaat op een originele speelse wijze om met filmtechnieken. Zo past ze halverwege Le Bonheur tijdens een dansscène montage toe zonder te monteren. In bovenstaand fragment kun je zien wat ik daarmee bedoel. De scène is zonder onderbreking opgenomen en volgt dansers tijdens een zomerfeest in het stadscentrum van Fontenay-aux-Roses. De camera gaat van rechts naar links en weer terug. We zien François dansen met Thérèse. Ze verdwijnen even achter een (bijbelse?) boom die meerdere keren kortstondig het zicht belemmert. Opeens danst François met een andere vrouw en even later met weer een andere. De wisseling vindt buiten beeld plaats, telkens als de boomstam in beeld komt. De boom fungeert als het ware als montagemoment tussen de wisselende danspartners.

Volgens Cousins zegt bovengenoemde scène iets over het gefragmenteerde leven van François, maar volgens mij zegt het nog meer over de inwisselbaarheid van de vrouwen in het leven van de timmerman. Het maakt François niet uit met wie hij danst, zolang hij maar kan dansen. Het maakt hem ook niet uit wie er voor zijn kinderen zorgt, zolang hij maar een gelukkig gezinsleven heeft. Varda laat een moreel oordeel achterwege en laat conclusies en verontwaardiging over aan de kijker.

Women Make Film is deze zomer te zien in EYE en verkrijgbaar op dvd/Blu-ray via Dogwoof.

Zea & Oscar Jan Hoogland + Bhajan Bhoy (OCCII, 13 juni 2020)

di, 06/16/2020 - 14:51

Het actieve muziekleven komt deze maand heel langzaam op gang. Net als bij een revalidatieproces gaat het met voorzichtige eerste schreden. OCCII opende zaterdag na drie maanden eindelijk weer de deuren en vierde de herstart met een serie uitverkochte optredens van het duo Zea & Oscar Jan Hoogland en het soloproject Bhajan Bhoy. De muzikanten traden drie keer op voor telkens maximaal vijftien man/vrouw publiek. Eén show in de middag en twee ‘s avonds. Het gaat een beetje ver om het middagprogramma een historische gebeurtenis te noemen, maar zo voelde het wel.

Eind februari was mijn laatste OCCII-concert onder normale omstandigheden. Het publiek stond dicht op elkaar en vlak bij de muzikanten van The Legendary Pink Dots. Voorprogramma Bear Bones, Lay Low had zijn apparatuur voor het podium gezet en werd omringd door bezoekers. De afstand tussen performers en toeschouwers is normaal gesproken klein in het zaaltje en dat maakt het bijwonen van concerten daar extra aantrekkelijk. Zaterdag zaten we noodgedwongen op gepaste afstand van elkaar, ieder op een eigen eilandje. Via sociale media was van tevoren een foto verspreid met de opstelling van de stoelen zodat we alvast aan de nieuwe situatie konden wennen. Het leek wel of we naar een exclusieve lezing gingen in plaats van naar een concert.

OCCII had alles strak volgens voorschriften geregeld. Er was geen kaartverkoop aan de deur en iedereen met een kaartje kreeg ruim op tijd een e-mail met het protocol. Bij binnenkomst volgden we netjes de instructies op en namen we braaf plaats op een stoel naar keuze. Praten met elkaar ging wat moeizaam op afstand. Veel tijd voor gesprekken hadden we niet, want de eerste act had al plaatsgenomen op het podium. Ajay Saggar mocht de historische dag openen. Deze maand verscheen onder de naam Bhajan Bhoy zijn eerste soloalbum Bless Bless. De show in OCCII was een van de kleinschalige optredens die hij in deze periode doet ter promotie van de grotendeels instrumentale plaat.

Bhajan Bhoy verbindt Oost met West door raga te vermengen met kosmische gitaarmuziek. Ajay Saggar speelde zaterdag drie verschillende sets en startte ‘s middags met drie nummers die aan elkaar verbonden werden met een vooraf opgenomen drone van een tanpura. De muzikant haalde galmende akkoorden uit zijn gitaar die in herhalende patronen hoog boven de grondtoon zweefden. Een analoge synthesizer bracht extra klankkleur aan. Het volle geluid werd halverwege het optreden in het tweede nummer opengebroken met spaarzame basnoten die me deden denken aan de ambient van de Amerikaanse band Labradford. De videobeelden achter de muzikant vertoonden willekeurige taferelen die geen directe link met de muziek hadden. Oude 8mm-filmpjes van familiebijeenkomsten en hippiefestivals herinnerden ons aan tijden waarin we niet angstvallig met een boog om elkaar heen hoefden te lopen. De meditatieve muziek leende zich uitstekend voor een ligconcert, maar dan zou er nog minder plek in de kleine zaal zijn overgebleven.

Arnold de Boer van Zea en Oscar Jan Hoogland hadden vlak voor het uitbreken van de coronacrisis hun gezamenlijke album Summing uitgebracht en die op de valreep nog officieel kunnen presenteren. Het duo was blij met de hernieuwde kans om hun muziek live te laten horen. Oscar Jan vroeg of het licht in de zaal aan mocht blijven tijdens het optreden, want nu er weer publiek was wilde hij dat ook kunnen zien. Het grootste deel van het optreden bleef hij zelf gedeeltelijk verstopt achter de grote vleugel links op het podium. Arnolds gezicht bleef tijdens het zingen verborgen achter een cirkelvormige kap die de microfoon tegen mogelijke virusdeeltjes moest beschermen.

Door de noodzakelijke veilige afstand hadden we minder goed zicht op de attributen die Oscar Jan gebruikte voor het opwekken van onverwachte geluiden. Het startsignaal was een haan die uit een megafoon kraaide, waarschijnlijk dezelfde haan als op de platenhoes van Summing. Later volgden onder meer resonerende schalen, een alarm, een speelgoedgrammofoon, een Afrikaanse muziekgroep uit een cassetterecorder en jazzy melodieën op een oud klinkend orgeltje. De liedjes werden nooit overstemd door de veelheid aan muzikale speeltjes. Arnold kon zijn gitaarloopjes zelfs op fluisterniveau spelen. Hij bepaalde meestal de kaders en Oscar Jan schilderde vrijelijk binnen en buiten de aangegeven lijnen. Die vrijheid maakt elk concert van het duo net even anders dan het vorige.

Na afloop was het publiek snel buiten, want binnen bijkletsen en nadrinken is nog geen optie. Concertbezoek zal voorlopig onwennig blijven. We zijn er nog lang niet, maar het begin is gemaakt en dat stemt hoopvol.

Lockdown Filmquiz: Ronde 4

do, 05/28/2020 - 20:00

We zijn alweer toe aan de (voorlopig?) laatste ronde van de Lockdown Filmquiz. De afsluitende korte quiz zal hopelijk een glimlach teweegbrengen, zelfs als je moeite hebt met het raden van de filmtitels.

Ronde 4 bestaat uit twintig fragmenten in een montage van iets minder dan zes minuten. De films zijn niet genummerd en de titels staan niet op alfabetische volgorde. Het intro telt dit keer niet mee.

  • Noteer van elk fragment de filmtitel.
  • Je hoeft de antwoorden niet te nummeren, zolang je maar maximaal twintig titels inlevert.
  • Elk correcte antwoord levert een punt op.
  • Het gebruik van zoekmachines is toegestaan.
  • Stuur de antwoorden op naar filmquiz2020[at]gmail.com.
  • Deadline: zondag 31 mei 2020, 23:59 uur.

Wacht niet te lang met nadenken en opsturen, want de eerste tien inzendingen met de meeste correcte antwoorden krijgen bonuspunten. De uitslag wordt in de loop van maandag 1 juni bekendgemaakt.

De quiz is net als vorige week beschikbaar als download. Die vind je hier.

Veel plezier ermee en succes met het raden van de antwoorden!

Lockdown Filmquiz: Ronde 3

do, 05/21/2020 - 19:59

In mei plaats ik elke donderdagavond rond 20:00 uur een nieuwe filmquiz op deze site. Vandaag is het de beurt aan de lastige Ronde 3.

Dit keer bestaat de quiz uit dertig fragmenten in een montage van ongeveer negen minuten. De films zijn niet genummerd en in de meeste gevallen is niet de originele soundtrack te horen. Elke film komt slechts één keer voorbij. De titels staan niet op alfabetische volgorde.

  • Raad de filmtitel van elk fragment (inclusief openingsfragment).
  • Elk correcte antwoord levert een punt op.
  • Het gebruik van zoekmachines is toegestaan.
  • Stuur de antwoorden op naar filmquiz2020[at]gmail.com.
  • Deadline: zondag 24 mei 2020, 23:59 uur.

Je hoeft de antwoorden niet te nummeren, zolang je maar maximaal dertig titels noteert. Wacht niet te lang met nadenken en opsturen, want de eerste tien inzendingen met de meeste correcte antwoorden krijgen bonuspunten.

De uitslag wordt in de loop van maandag 25 mei bekendgemaakt. Donderdag 28 mei rond 20:00 uur staat de laatste, iets minder moeilijke filmquizronde op deze site.

In tegenstelling tot de vorige rondes is de quiz deze keer beschikbaar als download. Die vind je hier.

Veel plezier en succes!

Seven Chances (Buster Keaton, 1925)

do, 05/21/2020 - 16:16

De meeste films van komiek Buster Keaton zijn gratis te bekijken via YouTube en andere videokanalen. Het beeld is meestal van redelijke kwaliteit, maar natuurlijk lang niet zo helder en scherp als een officiële uitgave op Blu-ray. Het Britse label Eureka bracht onlangs een tweede box met drie gerestaureerde lange films van Keaton uit met ditmaal The Navigator, Seven Chances en Battling Butler. De humor van Keaton blijft tijdloos al kunnen 95 jaar na dato niet alle grappen meer door de beugel.

Buster Keaton (1895-1966) was samen met Charlie Chaplin en Harold Lloyd een van de grootste komieken uit de periode van de zwijgende film. Chaplin creëerde met zijn snor en bolhoed een iconische zwerver. Lloyd maakte zich onsterfelijk door aan de wijzers van een hoge klok te hangen. Keaton is vanwege zijn inventiviteit misschien wel de meest invloedrijke van de drie acterende regisseurs. Hij inspireerde later grote filmmakers als Orson Welles en was geliefd bij de surrealisten. Jackie Chan bereikte een miljoenenpubliek door Keatons slapstick te combineren met martial arts.

Het zou me niet verbazen als de kerkscène uit Buster Keatons speelfilm Seven Chances (1925) als inspiratie heeft gediend voor de schoolscène in Alfred Hitchcocks The Birds (1963). Keaton ligt in Seven Chances op de voorste kerkbank bij te komen van een enerverende dag. Hij heeft niet door dat achter hem druppelsgewijs alle andere banken gevuld worden door vrouwen in geïmproviseerde bruidskledij. Zij zullen later in de scène massaal op hem afvliegen, net zoals de vogels dat in The Birds doen nadat ze zich achter de nietsvermoedende Tippi Hedren hebben verzameld op het klimrek bij een school. De horrorfilm Messiah Of Evil verplaatste in 1973 de kerkscène van Seven Chances naar een bioscoopzaal.

Seven Chances / The Birds / Messiah Of Evil

Buster Keaton was een visueel ingestelde regisseur en ook Seven Chances bevat meerdere voorbeelden van originele manieren om een verhaal in beelden te vertellen. Een van de vroege geniale vondsten in de film is de manier waarop Keatons personage Jimmy zich met de auto van zijn kantoor verplaatst naar het huis van zijn geliefde Mary (Ruth Dwyer). In plaats van weg te rijden, blijft de auto stilstaan en bereikt de automobilist zijn bestemming via een overvloeier. De visuele grap is technisch heel secuur binnen de camera uitgevoerd, met veel puzzelen, passen en meten.

Seven Chances is een farce met een vergezocht uitgangspunt. Filmstudiobaas Joseph Schenck had de filmrechten gekocht van de gelijknamige Broadway-hit en de film aan Keaton gegeven. Die had geen zin in het project, maar ging er toch mee aan de slag omdat hij nog schulden bij Schenck had openstaan. Ondanks de tegenzin is het toch een typische Keaton-film geworden. Niet typisch voor Keaton zijn de meer dan eens terugkerende racistische stereotypen.

De hulpkracht in het huishouden van Mary wordt door blanke acteur Jules Cowles met blackface gespeeld. We zien hem voor het eerst tijdens Jimmy’s bezoek aan Mary’s huis. Jimmy komt Mary ten huwelijk vragen. Hij heeft haast, want het huwelijk moet vóór zeven uur ‘s avonds voltrokken zijn wil hij de zeven miljoen dollar incasseren die hij van zijn overleden grootvader heeft geërfd. Door een onhandige uitspraak beledigt hij Mary en moet hij met hulp van zakenpartner Billy (T. Roy Barnes) en een advocaat (Snitz Edwards) een nieuwe huwelijkskandidaat zien te vinden. Mary komt er snel achter dat Jimmy wel degelijk oprecht verliefd op haar is. De enige manier waarop ze hem kan bereiken is door een brief mee te geven aan de hulpkracht.

Jules Cowles maakt een karikatuur van zijn personage en speelt hem als een dommige man die geen behoefte voelt om haast te maken. Zijn domheid leidt tot een misverstand wanneer hij Jimmy onderweg tegenkomt. Hij houdt een stopbord met de verkeerde kant omhoog en ziet Jimmy aan zich voorbijrijden.

Potentiële miljonair Jimmy klampt uit wanhoop iedere vrouw aan die hij tegenkomt. Als een zwarte vrouw zijn pad kruist, maakt hij zich geschrokken uit de voeten. Zijn reactie is te verklaren uit het feit dat een gemengd huwelijk in 1925 in de Verenigde Staten niet legaal was. Dat gebeurde pas 42 jaar later. De scène wordt ondanks die kanttekening niet minder pijnlijk om naar te kijken.

Later in de film wil Jimmy weten hoeveel tijd hij nog heeft voordat de deadline is verstreken. Hij raakt zijn zakhorloge kwijt en zoekt wanhopig naar een klok. Hij denkt een horloge uit de broekzak van een Afro-Amerikaanse schoenveger te zien bungelen. Het voorwerp blijkt een flessenopener te zijn, wat suggereert dat de schoenveger zijn verdiende geld opmaakt aan bier (in de rampenfilm Deluge uit 1933, die ik onlangs zag, werd het enige Afro-Amerikaanse personage ook afgeschilderd als een alcoholist). In hun commentaar op de Blu-ray wuiven filmhistorici Joel Goss and Bruce Lawton de racistische grappen iets te makkelijk weg als iets dat nu eenmaal bij die tijd hoorde.

Buster Keaton was niet zo geëngageerd als Chaplin. Keaton was meer de man van stunts en gadgets. Aan stunts geen gebrek in Seven Chances. De filmmaker deed de meeste stunts zelf en stuitert onder meer van een berg af zonder zich zorgen te maken over de nek die hij een paar films eerder had gebroken. De meeste gadgets zijn terug te vinden in The Navigator (1924), de eerste film in de nieuwe Blu-ray-box van Eureka. Keatons personage dobbert samen met één andere passagier met een stuurloos schip op de oceaan en heeft allerlei omslachtige manieren bedacht om eieren te koken en voedingsblikken open te maken.

Als de twee scheepslieden in The Navigator eindelijk land in zicht krijgen, blijken de gekleurde inboorlingen op het eiland ‘vanzelfsprekend’ kannibalen en moet Keaton het schip zien los te krijgen uit het zand in een grappige onderwaterscène. Hij gebruikt de scharen van een levende kreeft als gereedschap en houdt een zwaardvis bij de staart tijdens een zwaardgevecht met een andere zwaardvis.

De minst geslaagde film in de box is Battling Butler (1926). Het verhaal werkt toe naar een bokswedstrijd die te gewelddadig is voor een komedie. De climax brengt geen moment dezelfde lach teweeg zoals tijdens het gevecht in de boksring van Chaplin in diens City Lights (1931).

De screenshots uit Seven Chances zijn voor het gemak gemaakt via YouTube en zijn dus niet representatief voor de beeldkwaliteit op de recente Blu-ray.

Lockdown Filmquiz: Ronde 2

do, 05/14/2020 - 19:58

Deze maand plaats ik elke donderdagavond rond 20:00 uur een verse filmquiz op deze site. Vandaag zijn we toe aan Ronde 2.

De quiz bestaat uit twintig fragmenten die zijn te vinden in het onderstaande, ruim dertien minuten durende filmpje.

  • Raad van elk fragment de filmtitel.
  • Elk correcte antwoord levert een punt op.
  • Gebruik van zoekmachines is toegestaan.
  • Stuur de antwoorden op naar filmquiz2020[at]gmail.com.
  • Deadline: zondag 17 mei 2020, 23:59 uur.

Wacht niet te lang met opsturen, want de eerste tien inzendingen met de meeste correcte antwoorden krijgen bonuspunten.

Om het raden ietwat te vergemakkelijken staan de fragmenten deze keer op alfabetische volgorde (gebaseerd op de originele filmtitel, met uitzondering van Chinese films). De uitslag wordt in de loop van maandag 18 mei bekendgemaakt. Donderdag 21 mei rond 20:00 uur staat er weer een nieuwe, iets pittigere filmquizronde op deze site.

Veel plezier en succes ermee!

Lockdown Filmquiz: Ronde 1

do, 05/07/2020 - 19:55

Deze maand plaats ik elke donderdagavond rond 20:00 uur een verse filmquiz op deze site. Vandaag gaan we van start met een waarschijnlijk niet al te moeilijke Ronde 1.

De opzet van de filmquiz is heel eenvoudig:

  • De quiz bestaat uit twintig fragmenten die zijn te vinden in het onderstaande, vijftien minuten durende filmpje.
  • Raad van elk fragment de filmtitel.
  • Elk correcte antwoord levert een punt op.
  • Stuur de antwoorden op naar filmquiz2020[at]gmail.com.
  • Deadline: zondag 10 mei 2020, 23:59 uur.
  • Wacht niet te lang met opsturen, want er zijn bonuspunten te verdienen voor de eerste tien inzendingen met de meeste correcte antwoorden.

De uitslag wordt in de loop van maandag 11 mei 2020 bekendgemaakt. Donderdag 14 mei rond 20:00 uur staat er weer een nieuwe filmquizronde op deze site.

Veel plezier en succes ermee!

Days Of Cannibalism (Teboho Edkins, 2020)

wo, 04/29/2020 - 10:57

Days Of Cannibalism is een western in de vorm van een documentaire, gefilmd in het oosten van Lesotho. De spanningen lopen heel langzaam op tussen de arme lokale bevolking en rijke Chinese immigranten.

Regisseur Teboho Edkins maakte met Days Of Cannibalism een western zonder plot. Zoals in de meeste westerns zijn er mannen op paarden, weidse landschappen met grazend vee, gelukszoekers uit verre landen en conflicten tussen nieuwe en oorspronkelijke bewoners. De film begint met een korte episode in een Chinese stad. Afrikaanse immigranten kopen er spullen op om in hun thuisland door te verkopen. De communicatie tussen Afrikanen en Chinezen verloopt op z’n zachtst uitgedrukt stroef. Een koper wil in een Chinese winkel een zak met zojuist aangeschafte zonnebrillen controleren omdat hij de verkopers niet vertrouwt. Een Chinese medewerkster achter de balie van een hotel communiceert met haar Afrikaanse gasten door te snauwen en te commanderen.

De taalbarrière zorgt ook in Lesotho voor wederzijds wantrouwen. De Afrikaanse boeren en arbeiders spreken geen Chinees en de Chinese immigranten spreken gebrekkig sesotho. De twee bevolkingsgroepen beperken hun contacten tot zakelijke transacties. De woorden alsjeblieft en dankjewel behoren niet tot de vocabulaire. De documentaire geeft fragmentarisch inzicht in het leven aan beide kanten van het verhaal. Niemand speelt een hoofdrol en dus zien we de gebeurtenissen nooit vanuit een vastgepind perspectief. Personages blijven daardoor veelal anoniem. Die keuze schept een afstand tussen de mensen in de film en de toeschouwer.

Door het ontbreken van een verhaallijn dwingt Days Of Cannibalism tot een andere manier van kijken. Aanvankelijk leverde het gebrek aan narratieve houvast frustratie bij mij op, maar gaandeweg ontdekte ik wat de film toch voor een deel de moeite waard maakt. De documentaire moet het vooral hebben van interacties tussen de verschillende bevolkingsgroepen. Ergernissen ontstaan tijdens alledaagse situaties die op het eerste gezicht niet zo belangrijk voor het verhaal lijken te zijn.

Days Of Cannibalism geeft ruim de gelegenheid om gelaatsuitdrukkingen te interpreteren en conclusies te trekken uit de getoonde blikken in de ogen. Zo te zien voelen de rijke Chinezen zich ongelukkig in hun nieuwe land. Het harde werk levert geen plezier op. In veel gevallen is de rest van de familie thuis in China gebleven. Gebrekkige Wifi-verbinding is de enige manier om contact met het thuisfront te onderhouden. De Chinese ondernemers bepalen de nieuwe manier van zakendoen in Lesotho, maar blijven ondanks hun invloed buitenstaanders met last van heimwee.

De spanningen lopen langzaam op in de Chinese winkels waar lokale bewoners hun dagelijkse boodschappen komen halen. De klanten zeggen tegen elkaar dat ze waarschijnlijk bedonderd worden door de man die tegenover hen achter de kassa staat. De verkoper zal hun gesprek niet of voor een deel hebben kunnen volgen, maar hij voelt hun achterdocht en ervaart die als een klap in het gezicht. Je ziet hoe hij al zijn negatieve emoties met veel moeite bedwingt.

De plaatselijke radiozender, die in de film dient als rode draad en commentaarstem, blijft geloven in de mogelijkheid van onderling begrip en vreedzame co-existentie. Dat optimisme wordt tegen het eind van de film in een paar kille beelden teniet gedaan. Days Of Cannibalism wordt dan even een western zoals we die het best kennen, met mannen met pistolen en onschuldige slachtoffers in de vuurlinie.

Days Of Cannibalism is op dit moment te zien via Picl en Vitamine Cineville.

Viraal (John Prop, 2020)

di, 04/21/2020 - 20:05

Tekenaar John Prop houdt zichzelf tijdens de intelligente lockdown bezig met het dagelijks vervaardigen van een eenvoudige ‘corona-animatie’ van pakweg dertig seconden. Hij laat zijn cartoons bewegen met behulp van het simpele videoprogrammaatje Moviemaker en zet ze aan het eind van de week achter elkaar onder de titel Viraal. Deze week verscheen deel drie in de serie.

Viraal deel 1 en deel 2 vind je hier en hier.

Jumbo (Zoé Wittock, 2020)

za, 04/18/2020 - 12:46

Jumbo gaat over de relatie tussen een vrouw en een machine en is desondanks geen sciencefictionfilm. Het regiedebuut van de in België geboren Franse regisseuse Zoé Wittock heeft een zeer origineel uitgangspunt, want hoeveel films ken je waarin iemand verliefd wordt op een kermisattractie?

Jeanne (Noémie Merlant) is een schuchtere jonge vrouw met een dominante moeder (Emmanuelle Bercot). Ze heeft moeite met het leggen van sociale contacten. Op haar eerste werkdag bij een amusementspark blijkt uit de eerste kennismaking met collega Marc (Bastien Bouillon) dat ze zich in tegenstelling tot haar moeder geen raad weet met mannen. Ze voelt zich ’s avonds tijdens de schoonmaakwerkzaamheden aangetrokken tot de nieuwe kermisattractie. Ze geeft de immense, robotachtige draaimolen de koosnaam Jumbo. Haar amoureuze toenadering leidt tot een terugkerend en geheim liefdesritueel.

Jumbo draait volledig rondom de scènes tussen vrouw en machine. Op zulke momenten bloeit de film op. Regisseuse Zoé Wittock dompelt de wonderlijke liefdesscènes onder in de kleurrijke lichtstralen die uit Jumbo schijnen. Het lichtspel is een verbeelding van de extase die Jeanne voor het eerst in haar leven voelt. Het sounddesign laat Jumbo ademen, steunen en grommen. Rustend in Jumbo’s klauwen is Jeanne zoals een gewillige Fay Wray in de greep van King Kong. De kijker mag zelf bepalen of de ontmoetingen echt zijn of voortkomen uit een verwarde geest.

Noémie Merlant in Jumbo

De relatie tussen Jeanne en haar geliefde object wordt beter uitgewerkt dan die tussen de vrouw en haar moeder Margarette. Dat is waarschijnlijk opzet, maar het staat een bevredigende afwikkeling van het verhaal in de weg. Ik vond het moeilijk te geloven dat de egocentrische Margarette zo plotseling van karakter verandert. De invloed van moeders nieuwe vriend Hubert (Belgische acteur Sam Louwyck) kan dat maar gedeeltelijk verklaren.

De rol van het groepje jongeren dat Jeanne verspreid over de film lastigvalt, wordt ook gebrekkig uitgewerkt. De vriendenclub lijkt elke dag op het terrein van het amusementspark te lanterfanten en verder geen leven te hebben. De jongens zijn zelfs aanwezig op een groot personeelsfeest terwijl ze niet tot het personeel behoren. Ze worden te opzichtig op onnatuurlijke wijze ingezet om louter een functie in de plot te vervullen, zoals aan het eind van de film wanneer ze toevallig en uit het niets op een verder leeg terrein tevoorschijn komen om een ceremonie te komen verstoren.

Jumbo had een zotte komedie kunnen zijn, maar Noémie Merlant neemt haar rol serieus en maakt zo de buitengewone verliefdheid aannemelijk. Vanwege haar nerveuze personage en het afwijkende kapsel duurde het een tijdje voordat ik de actrice herkende uit Portrait De La Jeune Fille En Feu. Dat heeft meer met haar acteerprestatie te maken dan met mijn slechte geheugen.

Jumbo is op dit moment onder meer te zien via Vitamine Cineville.