Over alles behalve design

Abonneren op feed Over alles behalve design
arthouse, classics, cult, Hollywood, music
Bijgewerkt: 1 uur 2 min geleden

11 x 14 (James Benning, 1977)

vr, 07/13/2018 - 22:50

Het Oostenrijkse Filmmuseum bracht dit jaar het zesde deel uit in een serie dvd’s met het werk van de Amerikaanse regisseur James Benning. De serie verschijnt niet in chronologische volgorde. We hebben enkele jaren moeten wachten op de dvd-uitgave van Bennings eerste lange film 11 x 14 uit 1977. Het betreft de gerestaureerde versie van wat wordt beschouwd als een van de belangrijkste avant-garde films uit de Verenigde Staten.

James Benning (Milwaukee, 1942) is vooral bekend van documentaires waarin het Amerikaanse landschap dient als uitgangspunt voor bespiegelingen over onder meer het collectieve geheugen en het fenomeen tijd. De filmmaker gebruikt vaak lange shots om het publiek te dwingen op een nieuwe manier te leren kijken. Terwijl de aandachtsspanne van de gemiddelde mens in het digitale tijdperk steeds verder afneemt, worden de shots in films van Benning steeds langer, zeker sinds hij in 2007 is overgestapt van 16mm naar digitale video. Zijn film Nightfall (2012) bestaat uit een onafgebroken, 98 minuten durende opname van een ondergaande zon gezien tussen bomen in een bos.

Onderweg
De regisseur reist sinds begin jaren zeventig door het land voor films in onder meer Utah (Deseret, 1995 en Casting A Glance, 2007), het vierstatenpunt Four Corners (1997) en Californië (California Trilogy, 1999-2001). Zijn laatste op 16mm gedraaide film RR (2007) is een ode aan de Amerikaanse spoorwegen. In meerdere films is te zien hoe het leven in de VS een leven in beweging is, met de auto als het belangrijkste vervoermiddel. Twee vriendinnen in Bennings eerste lange film 11 x 14 zijn per auto onderweg en een ander personage lift mee met diverse automobilisten. Hoe zij heten en wat hen drijft wordt niet verteld, want 11 x 14  is geen conventionele narratieve film.

11 x 14 (de openingsscène)

Verhaal?
11 x 14 begint bij een oudere man die afscheid neemt van een vrouw. Het openingsshot wijkt om meerdere redenen af van de gemiddelde (Amerikaanse) speelfilm. De statische camera filmt op afstand vanaf de overkant van de straat. De twee mensen staan ver weg en er is geen dialoog te horen. Is dit het begin van een verhaal of houdt het verhaal hier op? Plotseling rijden vrijwel tegelijkertijd in tegenovergestelde richting een bovengrondse metro en een auto in beeld. De voertuigen hebben dezelfde groene kleur. De chauffeur die uit de auto stapt heeft geen connectie met de man en de vrouw op het trottoir. Terwijl de twee elkaar voor het laatst omhelzen, wandelt de chauffeur met een kind in zijn armen links het beeld uit. Het verhaal van de man en de vrouw wordt meteen aan het begin van de film binnen het frame onderbroken door de mogelijkheid van een ander verhaal.

Puzzelstukken
Er zal een verband zijn tussen de scènes in 11 x 14, maar dan moet je wel goed opletten en de film minstens een tweede keer bekijken om het zelf te ontdekken. In plaats van een vloeiende montage worden bijna alle scènes van elkaar onderscheiden door een paar seconden zwart beeld. De film lijkt op een verzameling losse puzzelstukken die in willekeurige volgorde zijn geplaatst. Het enige wat de scènes op het eerste oog verbindt is de kleur rood. De kijker mag zelf een poging wagen om de verzameling beelden in de juiste volgorde aan elkaar te plakken. Tijdens het plakken blijken vele stukken te ontbreken. Wat te zien is, bestaat voor het merendeel uit dode momenten die normaal gesproken nooit in speelfilms getoond worden. De kijker wordt aangespoord om zelf te bedenken waar die ontbrekende scènes over gaan en mag in gedachten een eigen narratief ontwikkelen.

11 x 14 (het gevecht)

Ruimte
James Benning is meer bezig met de positie van personages in ruimte en tijd dan met de beweegredenen en de gevolgen van hun handelingen. In de openingsscène wordt het platte beeld van twee mensen tegen een muur plotseling driedimensionaal wanneer de auto arriveert. Belangrijke gebeurtenissen krijgen zelden een centrale plaats in het beeld. Een van de meest opvallende voorbeelden daarvan vindt plaats tegen het einde van de film zoals te zien in bovenstaande serie screenshots. De onbewogen camera slaat vanaf de andere straatkant gade hoe de twee eerder genoemde vriendinnen buiten bij een bar worden aangevallen door iemand die lijkt op de lifter. De vrouw in het rood zoekt tevergeefs hulp terwijl de ander zich liggend op de grond probeert te verdedigen. Plotseling ontneemt een parkerende vrachtwagen voor enkele seconden volledig het zicht aan de actie. De vrachtwagenchauffeur loopt naar de laadruimte en begint met uitladen. Het gevecht gaat totaal aan hem voorbij of lijkt hem niet te interesseren. (*)

11 x 14 (de rode auto)

Tijd
Tijd blijkt een kneedbaar begrip wanneer meerdere keren binnen een onafgebroken shot mensen of voorwerpen zich op posities bevinden waar je ze logischerwijs niet verwacht. Een voorbeeld daarvan is de bovenstaande scène met een rode auto die een gestrande automobilist oppikt en rechts het beeld uitrijdt. De camera zwenkt met de beweging van een (toevallig?) voorbijrijdende fietser in tegenovergestelde richting en laat een vrijwel identieke rode auto zien die iets verderop de straat links uitrijdt. De scène heeft een desoriënterend effect omdat twee mogelijke verhaallijnen zich binnen het frame tegelijkertijd lijken af te spelen. Net als de auto kan het verhaal meerdere kanten op.

11 x 14 (de metrorit)

Beweging
Camerabewegingen zijn zeldzaam in het werk van Benning. Wie tot nu toe alleen latere films van de regisseur heeft gezien zal verbaast opkijken wanneer de camera na het afscheid in de openingsscène de man volgt met een pan. Meestal beweegt de camera alleen wanneer het in een rijdend voertuig is geplaatst, zoals een auto of een metrostel. Dat levert onder meer een zeer lang shot op nadat de oudere man naar het dichtstbijzijnde metrostation is gelopen en we getuige zijn van een elf minuten durende rit door Chicago. We kijken langs het silhouet van een lezende man door twee ramen naar buiten: het voorraam naast de cabine van de machinist en een raam links. Het zicht uit de twee ramen is als een blik op twee verschillende beeldschermen die elk een eigen film vertonen.

Solaris
Lang aangehouden shots geven de kijker ruimte om na te denken over de betekenis van het shot en de plaats ervan binnen een film. De lange rit door Chicago heeft wat dat betreft hetzelfde effect als de minutenlang durende snelwegscène in Solaris (Andrej Tarkovski, 1972) waarin de afgezwaaide ruimtevaarder Berton (Vladislav Dvorzhetsky) in een voertuig over de snelweg rijdt na zijn afscheid van hoofdpersonage Kris Kelvin (Donatas Banionis). Op het eerste gezicht lijkt de scène in Solaris onnodig lang omdat er niets in gebeurt wat het verhaal vooruit brengt. Hoe langer de scène duurt, hoe meer tijd je hebt om te bedenken dat de scène de reis verbeeldt die Kelvin later gaat maken om het ruimtestation bij de planeet Solaris te bereiken.

11 x 14 (de keuken)

Jeanne Dielman
11 x 14 blijft meerdere keren stilstaan bij het onbeduidende alledaagse, zoals tijdens de lange scène in de keuken van de oudere man. Hij zit rechts aan tafel te wachten tot zijn vrouw (een andere dan we in de openingsscène hebben gezien) klaar is bij het aanrecht. Op de achtergrond, aan het einde van de gang, is de schaduw te zien van hun zoon die zich na het douchen in zijn kamer afdroogt. Het gebrek aan communicatie in de keuken wekt het vermoeden dat het huwelijk zijn beste tijd heeft gehad. De alledaagse handelingen zijn lege rituelen geworden. Ze doen denken aan de huishoudelijke bezigheden van het titelpersonage (Delphine Seyrig) in Jeanne Dielman, 23 Quai du Commerce, 1080 Bruxelles (1975) van Chantal Akerman. De manier waarop de camera in 11 x 14 langs bouwvallige huizen rijdt is overigens verwant met dezelfde soort shots in Akermans avant-garde documentaire News From Home (1977).

One Way Boogie Woogie
Films van wiskundige Benning zijn vaak van mathematische precisie. Dat hij van getallen houdt blijkt al uit de titel 11 x 14 (vernoemd naar het formaat van fotopapier). Zijn beeldcomposities zijn zorgvuldig opgebouwd en shots hebben meestal een onwrikbaar vaste lengte. In zijn tweede lange film One Way Boogie Woogie (1978) legt Benning industriële plekken in zijn geboortestad Milwaukee vast in zestig tableaus die gefilmd zijn in zestig statische shots van ieder zestig seconden. Officieel is One Way Boogie Woogie een documentaire, maar voor toeval is weinig plaats. De meeste handelingen in de film zijn net als in 11 x 14 van tevoren minutieus uitgedacht en uitgevoerd door familie en vrienden.

One Way Boogie Woogie

One Way Boogie Woogie is opvallend lichtvoetig vergeleken met Bennings andere, veel ernstigere films en om die reden een geschikte film als eerste kennismaking met zijn formalistische aanpak. De documentaire staat op de tweede schijf van de dvd-uitgave en is te zien in de combinatie One Way Boogie Woogie/27 Years Later (2005). In 27 Years Later filmt Benning 27 jaar later opnieuw alle locaties uit One Way Boogie Woogie vanaf exact dezelfde positie en waar mogelijk met hulp van dezelfde figuranten. De volgorde van de scènes is ook hetzelfde. Het landschap en de mensen zijn in de tussentijd drastisch veranderd. De meeste locaties zijn niet meer te herkennen en sommige figuranten doen niet meer mee omdat ze zijn overleden. James Benning deelt zijn fascinatie voor tijd met onder meer zijn goede vriend Richard Linklater wiens Before-trilogie (1995-2013) en de speelfilm Boyhood (2014) op een narratieve wijze het verstrijken van tijd als onderwerp hebben.

De dvd met 11 x 14, One Way Boogie Woogie / 27 Year Later en One Way Boogie Woogie 2012 is een uitgave van Oostenrijkse Filmmuseum en via import verkrijgbaar.

(*) Deze scène doet denken aan de eerste keer dat we getuige zijn van de arrestatie in Close-up (Abbas Kiarostami, 1990). In plaats van de arrestatie zien we hoe een taxichauffeur nabij zijn auto geniet van een kort moment voor zichzelf. Hij maakt zich niet druk over het drama dat zich achter de muren afspeelt en stelt een boeketje samen van de bloemen die hij op een afvalhoop aantreft. Op straat gaat het leven rustig verder, alsof er niets aan de hand is. Het enige tumult is het geluid van een lege spuitbus die richting een afvoerputje rolt.

Jeune Femme (Léonor Serraille, 2017)

zo, 07/01/2018 - 20:58

Het titelpersonage in de film Jeune Femme lijkt geen affiniteit met jazz te hebben. Toch wordt ze op de soundtrack meer dan eens aan een opvallende jazzcompositie gekoppeld. Van wie is die compositie en welke functie heeft de muziek in de film?

Het gebeurt niet zo vaak dat een personage mede wordt gekarakteriseerd aan de hand van jazz. Een van de zeldzame gevallen is CIA-agent Carrie Mathison (Claire Danes) in de televisieserie Homeland. Ze heeft van kleins af aan naar jazz geluisterd en zelf trompet gespeeld. Een van haar favoriete muzikanten is pianist/componist Thelonious Monk. Het onvoorspelbare gedrag van Monk wordt in de documentaire Thelonious Monk: Straight, No Chaser (1988) toegeschreven aan een geestesziekte, mogelijk een bipolaire stoornis. Carrie is ook bipolair. Privé is de ziekte een ramp, maar voor haar werk zijn de symptomen vaak een uitkomst. Als ze geen medicijnen inneemt en haar brein op volle toeren draait, legt ze verbanden die haar collega’s ontgaan. Ze ontdekt structuur waar anderen chaos zien. Net als in jazz kan ze binnen vaste structuren improviseren en op die manier tot oplossingen komen.

Claire Danes in Homeland

Hoofdpersonage Paula Simonian (Laetitia Dosch) maakt in de openingsscène van Jeune Femme een manische indruk. Het eerste dat we haar zien doen is de huisdeur van haar ex-vriend forceren door er met haar voorhoofd tegenaan te bonken. In de volgende scène gaat ze verbaal tekeer tegen een onschuldige eerstehulparts (Jean-Christophe Folly). Ze kijkt daarbij van dichtbij recht in de camera en is vanwege haar drukke bewegingen nauwelijks scherp in beeld te krijgen. Paula is in tegenstelling tot Carrie geen psychiatrisch patiënt. Ze is een begin dertiger die tot nu toe heeft geweigerd om volwassen te worden.

Paula fladdert als een vlinder door het leven en laat zich door de wind meeblazen. Het losse ritme van de terugkerende jazzcompositie op de soundtrack zou je kunnen opvatten als een muzikale uiting van de vrijheid die Paula nastreeft. Het euforische gevoel dat daarbij hoort wordt getemperd door de dissonanten die vanaf het piano-intro in de compositie overheersen. De noten wringen, net zoals het vrijheidsstreven van de jonge vrouw wringt met de verantwoordelijkheden die ze als volwassene in het leven heeft ten opzichte van vrienden, familie en collega’s.

Orkestrale jazz is grotestadsmuziek en past om die reden goed in een verhaal dat zich afspeelt in metropool Parijs. De titel van het betreffende muziekstuk heeft echter niets met Parijs te maken. Op de aftiteling is te lezen dat het gaat om Las Vegas Tango van de Canadese pianist, arrangeur, componist en bandleider Gil Evans. Jeune Femme is een mooie aanleiding om eindelijk eens in zijn oeuvre te duiken. Het album The Individualism Of Gil Evans, waar Las Vegas Tango deel van uitmaakt, is een geschikt startpunt.

Die Angst des Tormanns beim Elfmeter (Wim Wenders, 1972)

za, 06/23/2018 - 12:45

Wim Wenders’ debuutfilm Die Angst des Tormanns beim Elfmeter is onlangs in Engeland op dvd en Blu-ray uitgekomen onder de titel The Goalie’s Anxiety At The Penalty Kick. Het is een essentiële uitgave omdat je kunt zien hoe belangrijke thema’s en motieven uit latere films van Wenders al vanaf het begin in zijn werk besloten liggen. Door toedoen van een domme actie van de jonge Wenders heeft het heel lang geduurd voordat de film eindelijk toegankelijk werd voor het grote publiek.

De officiële debuutfilm Die Angst des Tormanns beim Elfmeter van Wim Wenders heeft decennialang op de plank gelegen. De Duitse regisseur had indertijd in al zijn enthousiasme en naïviteit enkele favoriete liedjes op de soundtrack gezet, niet wetend dat hij daar rechten over moest betalen. De film kon in de originele versie geen internationale distributie krijgen en is daarom ook nooit op dvd heruitgebracht. Pas enkele jaren geleden werd een oplossing gevonden. De duurste liedjes werden door een gelegenheidsband opnieuw opgenomen en op ingenieuze wijze aan de mono-soundtrack toegevoegd. Popklassieker Gloria van de band Them kreeg Wenders cadeau nadat hij zanger Van Morrison persoonlijk het rechtenprobleem had voorgelegd.

Wim Wenders deed wel meer naïeve dingen toen hij in 1971 samen met onder meer de Nederlandse cameraman Robby Müller in Wenen van start ging met de filmopnamen. Ondanks zijn opleiding aan de Hochschule für Fernsehen und Film München leefde de regisseur in de veronderstelling dat je een speelfilm in chronologische volgorde moest opnemen. Volgens die methode ging hij dan ook te werk. Hij baseerde zijn film op de gelijknamige eerste bestseller van bevriende Oostenrijkse schrijver Peter Handke met wie hij het scenario schreef. De film volgt de omzwervingen van voetbalkeeper Bloch (Arthur Brauss), een typisch rusteloos Wenders-personage.

Bloch wordt van het veld gehaald wanneer hij zich tijdens een voetbalwedstrijd in Wenen op agressieve wijze bij de scheidsrechter komt beklagen. Hij verblijft enige tijd in een goedkoop hotelletje en zwerft door de stad. ‘s Avonds bezoekt hij dezelfde bioscoop, niet vanwege de films maar omdat hij geobsedeerd is door kaartjesverkoopster Gloria (Erika Pluhar). Hun ontmoeting leidt tot een onverwachte wending in het verhaal. Bloch reist daarna per bus af naar een grensdorp voor een mogelijke hereniging met zijn voormalige vriendin Hertha (Kai Fischer). De film laat in het midden of het dochtertje van de ongetrouwde vrouw ook het kind is van Bloch. De dorpsbewoners om hen heen zijn in de ban van het nieuws over een spoorloos verdwenen tiener.

Die Angst des Tormanns beim Elfmeter heeft thrillerelementen, maar is hooguit een existentiële thriller waarbij plot geen leidraad vormt. Wim Wenders is een fan van Alfred Hitchcock en liet dat in zijn debuut blijken door shots uit het oeuvre van de Britse grootmeester na te bootsen. De meest in het oog springende citaten zijn de busrit (The Man Who Knew Too Much) en een laag overvliegend propellervliegtuigje (North By Northwest). Bij een Hitchcock-imitatie hoort ook een cameo van de regisseur en dus zie je Wenders heel even in beeld als passant op een Weens busstation.

Arthur Brauss in Die Angst des Tormanns beim Elfmeter

Interessanter dan de verwijzingen uit de filmgeschiedenis zijn de vooruitwijzingen naar de films die Wenders vervolgens zou maken. Het eerste terugkerende element zijn de mensen met wie hij sinds zijn debuut meermaals heeft samengewerkt: de eerder genoemde Robby Müller, geluidsman Martin Müller (geen familie), componist Jürgen Knieper, editor Peter Przygodda en acteur Rüdiger Vogler. Vogler maakt zijn speelfilmdebuut met een korte rol als zwijgende dorpsidioot.

Hoofdpersonage Bloch is een keeper zonder doel en de eerste van vele Wenders-figuren die zonder vaste uitvalsbasis door het leven zwerven. De roadmovie is Wenders’ geliefde genre en met de Road Movie trilogie Alice in den Städten (1974), Falsche Bewegung (1975) en Im Lauf der Zeit (1976) zette de regisseur zich in de jaren zeventig internationaal op de kaart. In het daaropvolgende decennium vereeuwigde hij zijn bekendste dwalende ziel Travis (Harry Dean Stanton) in Paris, Texas (1984). Net als Bloch keert Travis terug naar de vrouw die hij ooit heeft verlaten. Beide mannen laten zelden merken wat er in hen omgaat. Bloch is niet in staat tot communicatie met anderen, zowel vanwege zijn eigen onvermogen als door technische mankementen. Telefoons zijn defect en telefoonverbindingen worden zomaar afgebroken. Van de strafschop heeft hij geleerd dat je nooit kunt anticiperen hoe de persoon tegenover je zich zal gedragen. Het maakt eigenlijk niet uit naar welke hoek je duikt, zowel bij voetbal als in het leven.

De carrière van Wim Wenders raakte na succesvolle engelenfilms Der Himmel über Berlin (1987) en In weiter Ferne, so nah! (1993) en de muziekdocumentaire Buena Vista Social Club (1999) zelf ook een beetje op drift. Zijn documentaires kregen meestal goede kritieken (zoals de dansfilm Pina), maar de speelfilms konden rekenen op weinig of geen bijval. Publieke belangstelling bleef gering ondanks de aanwezigheid van bekende filmsterren. Wat dat betreft lijkt de carrière van Wenders een beetje op die van land- en generatiegenoot Werner Herzog.

Submergence

Wenders’ laatste film Submergence (2017) is aan de Nederlandse bioscopen voorbijgegaan. Nog steeds leiden zijn hoofdpersonages een thuisloos bestaan, maar ditmaal hebben ze wel duidelijke doelen voor ogen. Oceaanonderzoekster Danielle (Alicia Vikander) wil de wereld verbeteren door per onderzeeër naar de aardmantel af te reizen en Britse spion James (James McAvoy) bereidt zich fysiek en mentaal voor op een gevaarlijke missie aan de Afrikaanse oostkust. Voordat zij naar Groenland vertrekt en hij gevangen wordt genomen door jihadisten, ontstaat een romance wanneer ze elkaar ontmoeten in een duur hotel aan de Franse kust. Danielle en James zijn in Submergence uiteindelijk meer bezig met de wereldproblematiek dan met hun persoonlijke problemen. Dat maakt hun personages eenduidig en daarom minder interessant.

Die Angst des Tormanns beim Elfmeter en Submergence zijn via import verkrijgbaar.

HOWRAH live in Paradiso (zaterdag 9 juni 2018)

di, 06/12/2018 - 10:11

Sinds HWRH de naam heeft veranderd in HOWRAH hoeft er geen twijfel meer te bestaan over hoe de bandnaam uitgesproken moet worden. HOWRAH was ook de vreugdekreet die klonk toen het debuutalbum Self_Serving Strategies voor het eerst uit de speakers schalde. De plaat op Subroutine Records schiep hoge verwachtingen voor de officiële albumpresentatie die afgelopen zaterdag plaatsvond in de bovenzaal van Paradiso.

De presentatie van Self_Serving Strategies bracht sommige bezoekers van Paradiso terug naar de jaren negentig, toen de Amsterdamse gitaar-underground floreerde dankzij onder meer de muzikanten van Zoppo en verwante bands. Er is sindsdien veel veranderd. Het muzikale epicentrum heeft zich sinds midden jaren nul verlegd naar Groningen, de officiële uitvalsbasis van smaakmaker Subroutine Records. Carrières hebben bijzondere wendingen genomen. Voormalige Zoppo-gitarist Yuri Landman maakt tegenwoordig wereldwijd naam met zijn zelfgemaakte snaarinstrumenten. Arnold de Boer van het bevriende Zea is opgeklommen van roadie van Zoppo tot zanger/gitarist in The Ex.

Zea mocht de feestelijke avond van HOWRAH openen en deed dat met allereerst enkele fragiele Friestalige akoestische liedjes van zijn album Moarn Gean Ik Dea. Het nieuwe materiaal is weer ouderwets Engelstalig en uitgesproken geëngageerd. Zea zal als uiting van protest nooit met stenen gooien, maar ze netjes per post versturen, zong hij in een van de nieuwe nummers. Dat humor nooit ver weg is bewees de muzikant onder meer met zijn Engelse vertaling van Laat Me Alleen, de evergreen van zangeres Rita Hovink (1944-1979). De uitvoering is bedoeld om Hovink postuum internationale bekendheid te geven, maar zal onbedoeld de revival inluiden van de Italiaanse zangeres Patty Pravo. Laat Me Alleen is namelijk een bewerking van Pravo’s hit Pazza Idea uit 1973.

Tweede act Apneu hield het luchtig met levendige gitaarpop. Gevoelsmatig bevatten de nummers meer majeur- dan mineurakkoorden, al zal nader onderzoek moeten uitwijzen of dat daadwerkelijk het geval is. De teksten wekken het vermoeden dat de songschrijvers het einde van de pubertijd voorlopig nog even hebben uitgesteld. Hun liedjes gaan niet alleen vaak over meisjes maar hebben ook geregeld meisjesnamen als titels. Het repertoire was zaterdag lekker uptempo en werd per nummer steviger en ruiger. Nummers klokten voor het merendeel onder de drie minuten. Drumster Nora (Slow Worries) hield de vaart erin door niet op het applaus te wachten en tijdens de nagalm van het laatste akkoord alweer af te tikken voor het volgende nummer.

HOWRAH

Apneu en HOWRAH hebben niet alleen hetzelfde label met elkaar gemeen. Beide bands maken ook dankbaar gebruik van de talenten uit de band Slow Worries. Je zou vermoeden dat de overige leden van Slow Worries zich langzaam zorgen beginnen te maken. Gitarist Gijs Loots is een gouden aanwinst voor HOWRAH. Zijn gitaarpartijen sluiten naadloos aan op die van zanger Cees van Appeldoorn (ex-Zoppo). Tijdens heftige passages veroorzaakten hun gezamenlijke harmonieën boventonen waar Sonic Youth vroeger een heel arsenaal aan gitaren voor nodig had. Loots’ melodieuze spel cirkelde soepel rondom de vervormde akkoorden van Van Appeldoorn en haakte waar nodig aan tijdens de volumineuze passages. Live mis je geen moment de extra gitaren die op het debuutalbum Self_Serving Strategies zijn toegevoegd.

Het ogenschijnlijke gemak waarmee de twee gitaristen de muziek uitvoerden zorgde ervoor dat ze in de gelegenheid waren om zich ook fysiek op het repertoire te werpen. Somber navelstaren was er niet bij. Het enthousiaste gitaarspel werd aangevuurd door de zoals gebruikelijk goed op elkaar ingespeelde ritmesectie. Drumster Ineke Duivenvoorde en bassist Aico Turba uit Space Siren vermeden alle overbodige franje. De onmisbare basnoten van Turba eisten nooit de aandacht op en gingen volledig op in het totaalgeluid. De roffels op de snaredrum, zoals in Sweet Diversion, deden denken aan het drumwerk van Stephen Morris van Joy Division en New Order. Net als bij die Britse bands komen de melodieën en harmonieën van HOWRAH voort uit een droefgeestig gemoed. De uitvoering was daarentegen een uitbarsting van opbeurende levenslust. Er was na afloop geen enkele reden om met een neerslachtig gevoel de nacht in te gaan.

Het sterke gevoel van noodzaak dat de muziek uitstraalde werd meteen duidelijk vanaf opener Vacuity en dan in het bijzonder bij de interval die viermaal als kreet weerklonk in de climax. De band hield dat gevoel het hele optreden vast en liet dezelfde interval later in het optreden als gitaarmotief terugkeren in het nummer Dots. Je zou de interval kunnen interpreteren als leidmotief voor een optimistische blik vooruit.

Self_Serving Strategies is opgedragen aan Corno Zwetsloot en verkrijgbaar op vinyl, cd en als download. HOWRAH speelt de komende tijd in Concerto, Amsterdam (22/6), Vechtclub XL, Utrecht (22/6), Dranklokaal de WW, Leiden (28/6), Vera, Groningen (30/6) en tijdens het The Ex Festival in Paradiso (30/9).

Paarden in films: The Rider, Only The Brave, Lean On Pete en Western

zo, 06/03/2018 - 11:39

The Rider

De band tussen mens en paard is heel sterk sinds het edele dier ruim drieduizend jaar voor Christus werd getemd en ingezet voor landbouw, vervoer, vermaak en oorlog. Een mens is eerder geneigd zich met een paard te vergelijken dan met een hond of een kat. Paarden hebben net als mensen geen poten en een kop, maar benen en een hoofd. De identificatie met het dier valt op in vier films die deze maand in de Nederlandse bioscopen draaien: The Rider, Only The Brave, Lean On Pete en Western.

De jonge moderne cowboy Brady (Brady Jandreau) is in The Rider (Chloé Zhao, 2017) een getalenteerde paardentrainer. Zijn andere talent is het berijden van wilde paarden tijdens wedstrijden bronc riding. Een zwaar ongeluk maakt het voor hem zo goed als onmogelijk terug te keren in de rodeo. Revaliderende Brady heeft moeite zichzelf in toom te houden. Het liefst springt hij op het eerste paard dat hij tegenkomt om terug te kunnen keren naar zijn oude leven. Het trainen van paarden staat gelijk aan het temmen van zichzelf. Als hij recht in de paardenogen kijkt, kijkt hij in zijn eigen ogen. De discipline die hij van het paard verwacht moet hij ook van zichzelf eisen.

Only The Brave

In de heldenfilm Only The Brave (Joseph Kosinski, 2017) is er een indirecte link tussen een paard en voormalige drugsgebruiker Brendan (Miles Teller). Brendan wil zijn leven weer richting geven en meldt zich bij de brandweerploeg van Eric Marsh (Josh Brolin). Marsh is een fanatieke blusser van de vele bosbranden die Prescott, Arizona teisteren. Hij wil een team opbouwen waarmee hij een professionele status kan bereiken. De man neemt een risico door de totaal onervaren Brendan een kans te geven. Later in de film wordt zijn motief duidelijk als blijkt hoeveel overeenkomsten de veteraan en de nieuweling vertonen.

Terwijl Marsh vaak van huis is, ontfermt zijn vrouw Amanda (Jennifer Connelly) zich op haar beurt in de stallen over een gehavend paard. Eric en Amanda behandelen hun beschermelingen als de kinderen die ze nooit hebben gehad. Maar er speelt meer. Net als Brady in The Rider is het paard voor Amanda een middel om een oude drang te onderdrukken, in dit geval een verslaving die ze ooit met haar man deelde.

Lean On Pete

De vijftienjarige Charley (Charlie Plummer) voelt zich aangetrokken tot paard Lean On Pete in de gelijknamige vierde speelfilm van Britse regisseur Andrew Haigh. Charley en Pete hebben met elkaar gemeen dat ze aan hun lot worden overgelaten in een wereld waarin empathie steeds minder een rol speelt. De tiener is na meerdere omzwervingen met zijn vader Ray (Travis Fimmel) beland in een achterbuurt van Portland, Oregon. Vader heeft geen tijd voor opvoeden en Charley gaat niet naar school. Tijdens een van zijn dagelijkse eenzame omzwervingen langs de randen van de stad raakt de jongen in de ban van paarden. Hij is vooral gesteld op Lean On Pete, het racepaard van louche racepaardenhouder Del (Steve Buscemi) dat binnenkort wordt afgedankt. Als Del het paard aan Mexicaanse dealers wil verkopen – die het dier zeer waarschijnlijk zullen verwerken tot vlees – grijpt Charley in. Het redden van het paard is een manier om zichzelf te redden.

Lotgenoot Lean On Pete is de enige vriend die Charley heeft. De jongen realiseert zich niet dat deze vriendschap slechts eenrichtingsverkeer is. De anders zo stille Charley komt helemaal los tijdens de lange tochten met Pete. Hij vertelt het paard wat hij nooit aan mensen zou durven vertellen. Tijdens deze scènes komt de eenzaamheid van de jongen in alle hevigheid tot uiting.

Western

Het witte paard in het leven van de middelbare loner Meinhard (Meinhard Neumann) in de Duitse film Western (Valeska Grisebach, 2017) heeft een andere functie dan in de eerdergenoemde films. Western is een hedendaagse western over een groepje Duitse arbeiders nabij een Bulgaars grensdorpje en hun moeizame relatie met de lokale bevolking. Het paard, dat rond het kamp van Duitsers graast, dient in eerste instantie voor een visuele link met de paarden in klassieke Amerikaanse westerns. Meinhard probeert via het paard toenadering te zoeken met de sceptische Bulgaren. Hij rijdt ermee het dorp binnen en ontmoet eigenaar Adrian (Syuleyman Alilov Letifov) met wie hij geleidelijk een vertrouwensband opbouwt. De andere Duitsers hebben geen behoefte aan een vriendschappelijke relatie. Zij zijn uit op de waterbron die ze nodig hebben voor het bereiden van cement.

Het paard maakt deel uit van een machtsspel dat gespeeld wordt, zowel tussen de Duitse indringers en hun Bulgaarse buren als tussen de Duitsers onderling. Binnen het spel dient het paard als een schaakstuk. Meinhard probeert met het dier het spel naar zijn hand te zetten, maar wat zal er gebeuren wanneer het schaakstuk wordt geofferd?

Video: Wijsjes Uit Het Oosten #23 (20 mei 2018)

wo, 05/23/2018 - 13:06

Sinds 2002 wandelt er minstens één keer per jaar een groep van ongeveer 25 mensen door Amsterdam-Oost tijdens het huiskamerfestival Wijsjes Uit Het Oosten. Het programma is altijd een verrassing; bezoekers weten van te voren niet wie gaat optreden en waar. De drieëntwintigste editie speelde zich afgelopen zondag af op een mooie pinksterdag.

In het onderstaande korte videoverslag zie je fragmenten van optredens van singer-songwriter Jane On The Roof (in de woonkamer van Guda), performer en componist Jan-Bas Bollen (in het atelier van Elisa), het duo Kanipchen-Fit (in de geurige Amsterdamsche Zeepfabriek van Toetsie), de band Jay-Roon & The Loose Ends (in de woonkamer van zanger/gitarist Jeroen) en het rariteitencollectief The Ik Jan Cremers (in Grafisch Werkcentrum Amsterdam).

Als extraatje vind je hieronder de volledige versie van het nummer Fight van Kanipchen-Fit.

Unsane (Steven Soderbergh, 2018)

di, 05/08/2018 - 12:00

Steven Soderbergh vond het zeventien jaar na zijn tweede film Kafka (1991) de hoogste tijd voor een nieuwe kafkaiaanse speelfilm. In zijn thriller Unsane doet een jonge vrouw verwoede pogingen te ontsnappen aan de bureaucratie van een geprivatiseerde psychiatrische kliniek waar ze tegen haar wil is opgenomen.

Unsane is in tien dagen opgenomen met een kleine crew. De aftiteling is dan ook binnen een minuut voorbij. Pas achteraf ontdekte ik dat de film vrijwel volledig met mobiele telefoons is opgenomen. Dat verklaart het ongebruikelijke aspect ratio van 1.56:1. De gebruikte mobiele telefoons hebben een groothoekobjectief. Het vervormde beeld wekt vanaf de eerste scènes de indruk dat er iets mis is met de wereld waar hoofdpersonage Sawyer Valentini (Claire Foy) zich in bevindt. De vrouw twijfelt aan haar geestelijke gesteldheid en maakt bij een kliniek een afspraak voor een vrijblijvend gesprek. Als ze daarna haar handtekening iets te snel onder een standaardformulier zet, kan ze niet meer weg en begint haar nachtmerrie pas goed.

Het ontregelende effect van het groothoekobjectief is onder meer afgekeken van Seconds (John Frankenheimer, 1966), de paranoia sciencefictionfilm waarin Rock Hudson zijn lot heeft verbonden aan een schimmige organisatie. Regisseur Terry Gilliam gebruikt het groothoekobjectief zeer regelmatig in zijn films over verwarde mensen, zoals The Fisher King (1991) en Twelve Monkeys (1995) (*). Alle genoemde filmmakers zijn schatplichtig aan Orson Welles die de lens regelmatig op de camera liet monteren, onder meer tijdens het opnemen van de Kafka-verfilming The Trial (1962).

De speciale lens verplaatst de kijker in het hoofd van het hoofdpersonage en zorgt voor twijfel. Ziet de omgeving er in Unsane vreemd uit omdat de wereld is doorgedraaid of is Sawyer zelf niet helemaal in orde? Door haar impulsieve rebelse gedrag werkt ze zich dieper in de nesten. Bijna niemand neemt haar uitlatingen serieus, ook niet wanneer Sawyer beweert dat de stalker (Joshua Leonard) die ze al jaren probeert te ontvluchten, deel uitmaakt van het personeel.

Unsane (Claire Foy & Jay Pharoah)

Een mobiele telefoon heeft minder mogelijkheden dan een professionele camera, maar dat hoeft geen belemmering te zijn. Technische beperkingen stimuleren de creativiteit van de regisseur. Het kleine apparaat geeft Soderbergh, die onder het pseudoniem Peter Andrews zelf de camera bediende, en zijn cast veel flexibiliteit en ruimte voor spontaniteit. De telefoon neemt weinig ruimte in beslag en is ideaal voor gebruik in kleine vertrekken. De geringe afstand tussen Soderbergh en Claire Foy vergroot de intensiteit in de werkrelatie tussen regisseur en actrice. De fysieke nabijheid van Sawyer Valentini staat in contrast met haar afstandelijke gedrag. De botsende combinatie van nabij en afstandelijk zorgt ervoor dat we lang onzeker blijven over de correctheid van Sawyers waarnemingsvermogen.

Unsane is een spannende horrorthriller met een vleugje maatschappijkritiek. De absurdistische situatie waar Sawyer in is beland zou je kunnen vergelijken met die van menige, vooral Afro-Amerikaanse gedetineerde in het Amerikaanse gevangenissysteem. Net als de kliniek waar de vrouw zit opgesloten zijn geprivatiseerde Amerikaanse gevangenissen vanwege de financiën gebaat bij zoveel mogelijk ‘klanten’. Als je wilt weten hoe het absurdisme van de privatisering er in werkelijkheid uitziet, raad ik je aan na Unsane de documentaire 13th (2016) te bekijken.

8/10

(*) Net als in Gilliams Brazil (1985) vormt in Unsane een administratieve handeling de basis voor aanhoudende problemen.

Bombshell: The Hedy Lamarr Story (Alexandra Dean, 2017)

za, 05/05/2018 - 21:37

Hedy Lamarr (1914-2000) ging de geschiedenis in als een van de mooiste verschijningen op het witte doek. De actrice was vanwege haar uiterlijk veroordeeld tot het spelen van exotische rollen. Lamarrs ambities lagen elders. In haar zeldzame vrije tijd ontplooide ze haar talenten als uitvinder. Pas in 1990 verscheen in het Amerikaanse tijdschrift Forbes een uitgebreid interview over haar bijzondere nevenactiviteiten. Opnamen van dat interview vormen de leidraad in Bombshell: The Hedy Lamarr Story.

De documentaire Bombshell: The Hedy Lamarr Story gaat aan de hand van Hedy Lamarrs stem en interviews met haar kinderen, kleinkinderen en deskundigen chronologisch door de carrière van de actrice. Het imago van Lamarr werd gekneed door machtige producers, zoals Louis B. Mayer die haar ontdekte toen ze nog in geboorteland Oostenrijk woonde. De manier waarop filmbazen met haar omgingen vertoont overeenkomsten met de ervaringen van Bette Davis en Joan Crawford en vele andere collega-actrices ten tijde van The Golden Age of Hollywood. De miniserie Feud (2017) laat zien hoe Davis en Crawford moesten vechten voor goede rollen en een respectvolle behandeling (*). De Oostenrijkse actrice werd tegen haar zin getypecast als seksbom en moest rollen spelen die ver beneden haar intelligentie lagen. Een van de dieptepunten was de rol van Afrikaanse verleidster in de B-film White Cargo (1942). Protesteren was niet bevorderlijk voor de filmcarrière.

De enige manier waarop Hedy Lamarr zich echt kon ontplooien was door middel van uitvindingen. Samen met goede vriend George Antheil, de componist van onder meer de experimentele film Ballet Mécanique (1924), bedacht ze aan het begin van de Tweede Oorlog een systeem om radiografisch gecontroleerde torpedo’s buiten het zicht te houden van de radar van vijandige onderzeeërs. Hun uitvinding Frequency Hopping werd gepatenteerd maar bleef ongebruikt in de la liggen van het ministerie van defensie. De techniek was op dat moment namelijk nog niet ver genoeg gevorderd om het systeem te ontwikkelen. Het duurde twintig jaar voordat het zover was, overigens zonder medeweten van Lamarr. Het patent was verjaard, dus de actrice verdiende niets aan haar uitvinding. Frequency Hopping vormde later de basis voor hedendaagse technieken als Bluetooth en Wi-Fi.

Een film over Hedy Lamarr ontkomt niet aan de schandalen, de zes huwelijken en de plastische chirurgie, maar aan het eind van de film blijft wel het beeld hangen van een sterke vrouw die het gevecht aandurfde in een door mannen gedomineerde wereld. De actrice had met het verhaal over haar uitvinding in mei 1990 natuurlijk op de voorkant moeten staan van het tijdschrift Forbes. Het is veelzeggend dat die eer naar een man ging. De makers van de documentaire hebben de identiteit van die persoon heel subtiel en welbewust uit het zicht gehouden. De opzichtige stropdas is voldoende om te weten om wie het gaat.

Bombshell: The Hedy Lamarr Story is via import verkrijgbaar op dvd.

7/10

(*) Susan Sarandon, die in Feud de rol van Bette Davis speelt, was als executive producer betrokken bij Bombshell.

A Quiet Place (John Krasinski, 2018)

zo, 04/22/2018 - 14:58

Veel horrorfilms zijn bedoeld om mensen te laten schrikken. Een van de middelen die makers daarbij inzetten is geluid. Een geliefd geluidseffect is de donderslag na doodse stilte. De geoefende kijker ziet de klap meestal van verre aankomen en zal er niet snel meer van uit de bioscoopstoel vallen. De film A Quiet Place gebruikt het gevaar van geluid als uitgangspunt en weet daarbij het cliché grotendeels te vermijden.

Horrorfilms kunnen veel lawaai maken zoals tijdens het Imagine Film Festival opviel bij bijvoorbeeld Mayhem (Joe Lynch, 2017). Een wereldwijd uitgebroken virus verandert mensen in schuimbekkende agressors. Ze staan elkaar met veel fysiek geweld naar het leven, onder meer in de kantoortoren waar streber Derek Cho (Steven Yeun uit The Walking Dead) zojuist is ontslagen. Het is een verademing wanneer Derek en zijn collega Melanie (Samara Weaving) halverwege de film even uitrusten in een verlaten ruimte en de rust ook op de soundtrack kortstondig terugkeert. Het is alleen spijtig dat hun rustmoment niet strookt met de symptomen van het virus.

A Quiet Place (Emily Blunt en Millicent Simmonds)

In de horrorfilm A Quiet Place zorgt stilte op de soundtrack niet voor rust maar voor onbehagen. De familie Abbott moet noodgedwongen zo stil mogelijk hun dagelijkse leven leiden. Het is de enige manier om ruimtemonsters buiten het afgelegen huis te houden. De monsters zijn blind en heel gevoelig voor geluid. Bij de geringste doorbreking van de stilte springen ze direct uit de korenvelden en gaan ze in de aanval. Moeder Evelyn (Emily Blunt) en vader Lee (regisseur John Krasinski) hebben er alles aan gedaan om hun drie kinderen te beschermen, maar kinderen blijven kinderen en die willen tijdens hun spel wel eens de regels vergeten. De komst van een baby maakt de kans op overleven ook een stuk kleiner.

De wereld van oudste dochter Regan (Millicent Simmonds uit Wonderstruck) is nog stiller vanwege haar aangeboren doofheid. Niet kunnen horen biedt meerdere voordelen voor het script. De familie kan moeiteloos zonder geluid communiceren omdat iedereen ervaring heeft met gebarentaal. De handicap maakt de film extra spannend omdat het meisje zelf niet kan horen wanneer een verkeerde beweging voor desastreuze gevolgen zorgt. De wereld is volledig stil in de scènes waarin de film zich in het perspectief van Regan verplaatst. Wat het meisje niet kan horen, kunnen wij wel aan zien komen en dat gegeven verhoogt de suspense aanzienlijk.

Een van de grootste clichés in moderne horrorfilms is luid geluid dat wordt voortgebracht door dingen of bewegingen die in werkelijkheid helemaal geen geluid voortbrengen. Op het Imagine Film Festival werd dat cliché meermaals ingezet in onder meer de slasherkomedie Tragedy Girls (2017) en clownhorror Terrifier (2017). Als een belager op de achtergrond kort zichtbaar door het beeld sluipt is dat niet zachtjes, zoals bij sluipen gangbaar is, maar gaat de beweging gepaard met een oorverdovende knal. Stilstaande objecten maken ook een knallend geluid wanneer de camera of een personage ze stilletjes passeert. Hoe vaker dit gebeurt hoe belachelijker de film wordt.

A Quiet Place (Noah Jupe, Millicent Simmonds en John Krasinski)

A Quiet Place maakt zich ook een paar keer schuldig aan onzinnig geluid, zoals de knal die we horen wanneer twee handen tegen een raam zijn te zien of wanneer vader en zoon in het bos een stilstaande bejaarde buurman passeren. De film is spannend genoeg zonder het inzetten van explosieve geluidseffecten. Het kraken van hout of het breken van een takje kan voldoende zijn om de dodelijke monsters aan te trekken. We krijgen het al benauwd als iemand zijn adem probeert in te houden in de nabijheid van gevaar. De thriller Don’t Breathe (2016) maakte eerder met succes gebruik van de ingehouden adem als noodzakelijke overlevingstactiek.

Het is niet moeilijk om je in de Abbotts te verplaatsen. Hun inventiviteit in de strijd tegen mogelijke indringers dwingt respect af. Er is geen enkele zekerheid over hun overlevingskansen, want vanaf het begin is duidelijk dat de makers de hoofdpersonages niet per se zullen sparen. Het einde van A Quiet Place deed me overigens denken aan de manier waarop in een bekende andere sciencefictionfilm buitenaards gevaar bestreden wordt.

7/10

Imagine Film Festival (3) – Tiere (Greg Zglinski, 2017)

do, 04/19/2018 - 15:06

Tiere geeft een surrealistisch kijkje in het leven van het Oostenrijkse echtpaar Anna en Nick. De twee proberen halfslachtig hun huwelijk terug op de rails te krijgen tijdens een vakantie in de Zwitserse bergen. Een ongeluk onderweg maakt de lijmpoging er niet eenvoudiger op.

De relatie in Tiere tussen kinderboekenschrijfster Anna (Birgit Minichmayr) en keukenchef Nick (Philipp Hochmair) heeft betere tijden gekend. Het Oostenrijkse echtpaar gebruikt een vakantie in Zwitserland als lakmoesproef. De negatieve uitslag lijkt bij voorbaat vast te staan. Anna weet vrijwel zeker dat Nick een buitenechtelijke relatie heeft met bovenbuurvrouw Andrea. Eigenlijk vormen alle vrouwen in de ogen van Anna een gevaar voor haar huwelijk. Ze hebben allemaal het uiterlijk van actrice Mona Petri. Zij speelt zowel de rol van Andrea als die van Mischa, de collega van Nick die op het huis komt passen.

Tiere (Birgit Minichmayr)

Voordat Anna en Nick hun vakantiebestemming hebben bereikt, rijden ze met hun auto tegen een over de weg lopend schaap aan. Anna houdt aan het ongeluk een hoofdwond en een ontwrichte perceptie van tijd over. Verleden, heden en toekomst lopen door elkaar en gesprekken met Nick spelen zich in verschillende tijdszones tegelijk af. Handelingen in het Zwitserse chalet hebben opvallende overeenkomsten met de handelingen van Mischa thuis in Oostenrijk. In beide huizen bevindt zich een geheimzinnige kamer waar niemand de sleutel van heeft.

Tiere heeft ruim voor het ongeluk al surrealistische trekjes. Anna en Nick hebben onderweg dezelfde droom waarin de vrouw door de man tijdens een regenachtige nacht uit de auto wordt gesleurd. In een van de eerste scènes is te zien hoe een vrouw zich ‘s nachts vanaf een hoge verdieping laat vallen zonder dat haar levenloze lichaam vervolgens op straat is te zien. In tegenstelling tot Luis Buñuel of hedendaagse surrealisten als David Lynch en Quentin Dupieux laat regisseur Greg Zglinski zijn surrealisme niet volledig de vrije loop. Het script van Jörg Kalt (1967-2007) geeft meerdere mogelijke oorzaken voor de vreemde gebeurtenissen: de hoofdwonden van Anna en Mischa, de inhoud van het nieuwe boek dat Anna wil schrijven, haar fantasieën over de overspelige Nick en de dromen van het echtpaar.

Tiere (Philipp Hochmair)

De wereld is in Tiere een absurdistische warboel geworden omdat de leugens en fantasieën van het echtpaar te diep hun relatie zijn binnengedrongen. Dat levert voldoende voedingsbodem voor alledaags absurdisme. De film heeft de neiging om de kijker extra handvatten aan te reiken. Surrealisme werkt meestal beter (en is meer beangstigend) wanneer het volledig ongrijpbaar is en aanwijzingen en verklaringen achterwege blijven.

6/10

Imagine Film Festival 2018 (2) – A Day (Sun-ho Cho, 2017)

ma, 04/16/2018 - 13:14

Groundhog Day (1993) heeft dit decennium opvallend vaak als inspiratiebron gediend voor filmmakers. Een recent voorbeeld is de Zuid-Koreaanse fantasiethriller A Day. Heeft regisseur Sun-ho Cho een nieuwe draai aan het uitgangspunt van Groundhog Day kunnen geven of is zijn film een overbodige herhalingsoefening?

Het wordt tijd voor het organiseren van een Groundhog Day-filmfestival met elke dag 24 uur achter elkaar één film over een personage dat telkens wakker wordt op dezelfde dag en wanhopig een methode zoekt om aan die dag te kunnen ontsnappen. Het festival kan minstens een week in beslag nemen dankzij films volgens de Groundhog Day-formule zoals Source Code (2011), Edge of Tomorrow (2014), ARQ (2016), Happy Death Day (2017) en Before I Fall (2017). Bezoekers zijn wat mij betreft verplicht om de hele dag in de filmzaal te zitten bij de door hun gekozen films. Op die manier kunnen ze zich extra goed verplaatsen in de frustraties van de hoofdpersonages.

[Spoilers!] De Koreaanse film A Day houdt de formule vers door twee verrassende wendingen toe te voegen. De tweede wending is helaas net eentje te veel. De eerste verrassing is wanneer blijkt dat vader Jun-young (Myung-Min Kim) niet de enige is die telkens te laat arriveert bij een verkeersongeluk waarbij zijn dochtertje omkomt. Generatiegenoot Min-chul (Yo-han Byeon) zit opgesloten in dezelfde time loop en probeert elke dag opnieuw te voorkomen dat zijn vrouw in de taxi stapt waarmee ze op hetzelfde kruispunt zal verongelukken. Beide mannen ontdekken elkaar tijdens hun eenzame gevecht tegen de tijd en werken vervolgens samen bij het oplossen van hun dagelijks herhalende dilemma.

Het script neemt een extra stap door een derde personage toe te voegen die weet dat hij dezelfde dag herbeleeft. Hij is de taxichauffeur die doelbewust op hetzelfde tijdstip het ongeluk veroorzaakt. De handelingen van de chauffeur zijn echter heel lang niet net zo urgent als die van de twee samenwerkende mannen. Zijn wraakmotief dwingt hem niet om daadwerkelijk elke dag op de seconde nauwkeurig op het kruispunt te zijn waar Jun-youngs dochter oversteekt. De enige reden waarom hij dat wel doet is omdat het goed uitkomt voor de rest van de film. Het tempo ligt echter zo hoog dat de kijker nauwelijks tijd heeft om stil te staan bij de denkfout die regisseur en scenarioschrijver Sun-ho Cho maakt.

6/10

Imagine Festival 2018 (1) – Along With The Gods: The Two Worlds (Yong-hwa Kim, 2017)

zo, 04/15/2018 - 17:29

Along With The Gods is gebaseerd op een populaire Koreaanse webtoon en een van de best bezochte films ooit in Korea. De film is een duizeligmakende achtbaan door het hiernamaals. Een heldhaftige brandweerman moet daar na een dodelijk ongeluk binnen 49 dagen langs zeven rechtbanken om ervoor te zorgen dat hij mag reïncarneren. Hij wordt terzijde gestaan door drie Guardians of the Afterlife en dat is maar goed ook, want op eigen kracht zou hij deze hel nooit overleven.

Het eerste shot in Along With The Gods laat meteen zien wat voor soort film deze bovennatuurlijke blockbuster is. De camera valt vanuit de hemel met grote vaart naar de Aarde richting een brand in een kolossale wolkenkrabber. Niets staat de val in de weg, zelfs niet de wieken van een passerende helikopter. Beneden wordt de dappere brandweerman Kim Ja-hong (Tae-hyun Cha) volledig omringd door wilde computeranimaties. Tijd om de omgeving in ons op te nemen krijgen we niet. De brandweerman bezwijkt voordat we hem leren kennen. Twee vertegenwoordigers van het hiernamaals staan hem rustig op te wachten terwijl om hen heen de chaos heerst die hoort bij een buitenproportionele brand. Het is het begin van een serie gejaagde actiescènes waar de twee uur en negentien minuten lange film voor het merendeel uit bestaat.

Het ontvangstcomité: Ji-hun Ju en Hyang-gi Kim

Kim Ja-hong weet niet wat hem overkomt. Acteur Tae-hyun Cha kan weinig anders doen dan verdwaasd toekijken hoe zijn beschermengelen hem door zeven varianten van de hel loodsen. Het duurt lang voordat we een beeld krijgen van zijn voorbije leven en waarom het zo lang moet duren voordat de held krijgt wat hij verdient. De actieve hoofdrolspelers zijn Kims jonge begeleiders Haewonmaek (Ji-hun Ju) en Dukchoon (Hyang-gi Kim) en de iets oudere en veel serieuzere Kangrim (Jung-woo Ha). Het enthousiasme van deze gidsen wekt de suggestie dat de brandweerman zich in een groot pretpark bevindt vol enerverende attracties. Geen moment krijg je het gevoel dat Kim daadwerkelijk in gevaar komt, want hij is immers de persoon waar het verhaal om draait. Als hij onderweg niet heelhuids de dodelijke obstakels weet te passeren is de film voortijdig voorbij. Van enige spanning is dan ook geen sprake.

De plot van Along With The Gods volgt het traject van een computerspel: een opdracht moet worden afgerond voordat het volgende niveau wordt bereikt. De winnaar krijgt na de goede afloop reïncarnatie cadeau. De reis door het hiernamaals wordt doorsneden met flashbacks uit het voorbije leven van Kim en zijn complexe relatie met de achtergebleven moeder en broer. In een subplot gaat Kangrim in de echte wereld op zoek naar Kims broer en diens wraakzuchtige geest. Binnen de subplot is een extra plot gepropt over een eeuwenoude gebeurtenis waarbij Kangrim was betrokken.

Flashbacks en subplots maken het afgeladen verhaal extra vol. Ondanks de lange speelduur worden sommige scènes afgeraffeld. In de haast is vergeten een hachelijk avontuur in de cabine van een kabelbaan netjes af te ronden. De spelregels in alle zeven onderdelen van de hel moeten allemaal worden uitgelegd. De meeste acteurs schreeuwen hun teksten, behalve Kims moeder want die is stom. Een moment om even op adem te komen en ons in de personages te verdiepen is er nauwelijks. Toch verwachten de filmmakers dat de kijkers volledig meeleven en aan het einde van de rit tot tranen zijn geroerd, begeleid door een opdringerig strijkorkest.

De beschermengelen modelleren zich heel bewust naar Amerikaanse superhelden en hebben naast hun drukke werkschema blijkbaar tijd om op hun gemak naar superheldenfilms te kijken, net als het tienerpubliek waar dit zielloze spektakel voor is bedoeld. De jeugd in Korea kijkt smachtend uit naar deel twee van Along With The Gods dat voor deze zomer staat gepland.

3/10

Rewire Festival in Den Haag (6-8 april 2018)

di, 04/10/2018 - 21:09

De twee interessantste grote Nederlandse festivals voor grensverleggende (pop)muziek zijn momenteel Le Guess Who in Utrecht en Rewire in Den Haag. Sommige acts worden door beide festivals uitgenodigd, zoals James Holden en Nadah El Shazly, zodat het mogelijk is binnen korte tijd te horen hoe hun muziek zich heeft ontwikkeld. Het programma van Rewire bood dit jaar weer een aantrekkelijke mix van nieuwe projecten van oudgedienden, onder wie artist in focus Laurie Anderson en leden van de band Wire, en presentaties van aanstormend muzikaal talent in diverse disciplines. De dancegerichte nachtprogramma’s trokken vrijdag en zaterdag veel jong publiek. Oudere generaties liepen zondag massaal uit voor het afsluitende optreden van Laurie Anderson in de Grote Kerk. In onderstaand verslag vind je mijn selectie uit Rewire 2018.

Vrijdag 6 april

Širom
Het Sloveense trio Širom werd in de zaal van het Koorenhuis omringd door een arsenaal aan ongebruikelijke en vaak zelfgemaakte akoestische instrumenten. Niets mocht ongebruikt blijven. De muzikanten gedroegen zich in het openingsnummer als kinderen in een speeltuin; het liefst wilden ze op alle toestellen tegelijk spelen. Onrustig zapten ze van het ene fragment naar het andere. Meer geslaagd waren de momenten waarop het trio zich concentreerde op slechts een paar instrumenten, zoals de conventioneel ogende snaarinstrumenten als viool, banjo, ukelele, een Marokkaanse ribab en een Turkse cünbüs.

Širom

De leden van Širom hebben een verleden in stadse genres als punk, noise, metal en postrock. Met hun band keren ze terug naar de natuurlijke landschappen waar ze zijn opgegroeid. Sporen van hun luide muzikale verleden verraden zich enkel in de soms felle manier waarop de muzikanten tekeer gaan. Širom speelt eigentijdse volksmuziek vermengd met minimal music. De balafoons doen sterk denken aan de marimba’s in composities van Steve Reich. Improvisatie ligt aan de basis van het strakke plan waarmee de nummers live werden uitgevoerd. De onregelmatige polyritmiek was vaak te ingewikkeld om de muziek aan het toeval over te laten.

De kleinste creatieve ideeën maakten de meeste indruk zoals in het nummer waarin Ana Kravanja een draad uit de vioolkam trok en daarop met haar strijkstok streek in plaats van over de snaren. Het leverde een moment van verstilling op die ook concentratie vergde van de luisteraar.

Mia Zabelka, John Hegre en Benjamin Finger
Het optreden van Mia Zabelka, John Hegre en Benjamin Finger bevatte sporadisch ook kleine momenten die waarschijnlijk alleen opvielen als je op een kerkstoel in de buurt van het trio zat. De muzikanten bevonden zich aan de voet van de kansel in de Lutherse Kerk, omgeven door een houten hekwerk dat voor een deel het zicht aan de handelingen ontnam. Het zal sommigen zijn ontgaan dat de Oostenrijkse Zabelka tijdens de onafgebroken improvisatie een heel klein speeldoosmechaniek tevoorschijn haalde. Ze hield het enige tijd tegen de snaren aangedrukt terwijl ze aan het hendeltje draaide. Het iele speeldoosmelodietje ging kopje onder in de overige geluiden en was alleen goed te horen als je zag wat er gebeurde.

Het hekwerk belemmerde ook het zicht op de enkele hulpstukken die werden ingezet door zittende Noorse gitarist John Hegre (vervanger van de in het programma aangekondigde James Plotkin). Hegre zat naast de gitaarversterker en liet zangerige feedback door de kerk echoën. Tussen Hegre en Zabelka zorgde de Noorse Benjamin Finger met zijn elektronische apparatuur voor een constante elektronische ruis die klonk als golven van een stijgende zee. Als je Finger vrij spel had gegeven zou de muziek vervaarlijk dicht tegen meditatieve new age zijn gekomen. Dat werd goed duidelijk toen de andere twee muzikanten tegen het einde van het concert hun instrumenten lieten rusten en Finger weeïge synthesizerakkoorden over elkaar heen liet glijden. Walvisgeluiden bleven ons gelukkig bespaard.

Dankzij de wilde uithalen van Mia Zabelka was er tot aan het slotakkoord niets behaaglijks in de muziek te ontdekken. De weerbarstige wijze waarop Zabelka de snaren van afwisselend elektrische viool en gitaar behandelde was bedoeld om onverwachte geluiden te vinden en niet voor het creëren van melodie of harmonie. Met haar rauwe spel ging ze de strijd aan tegen de lange gitaartonen van Hegre en de elektronisch voortgebrachte natuurgeluiden van Finger. Hoe meer frictie, hoe beter.

Kaitlyn Aurelia Smith

Kaitlyn Aurelia Smith
In de volle grote zaal van het Paard wachtte opvallend veel jong publiek op de eerste dansbare beats waar ze tot vroeg in de ochtend op gingen dansen. Voordat het nachtfeest aanvang speelde Kaitlyn Aurelia Smith een set die je bijna popmuziek zou kunnen noemen. De tegendraadse geluiden uit haar ingewikkeld ogende synthesizer dienden vooral ter garnering van dromerige liedjes. Smith zong via een headsetmicrofoon zodat ze haar handen vrij had voor de vele knoppen en draden die op tafel stonden. Ze was te hard aan het werk om oog te hebben voor het publiek in de zaal. Daardoor was het optreden heel erg in zichzelf gekeerd. Het vocoder-achtige effect op haar stem zorgde ervoor dat de nummers te veel op elkaar gingen lijken. Het gebrek aan interactie werd gecompenseerd door beweeglijke abstracte animaties op het immense scherm achter de muzikante. Slechts een paar keer liet Smith haar zang en de bijna dansbare ritmes achterwege en bouwde ze het soort geluidssculpturen die we van haar oudere platen kennen. De muzikale bouwwerken bleken niet opgewassen tegen de conversaties van het ongeduldig wachtende danspubliek.

Zaterdag 7 april

Graham Lewis van UUUU

UUUU
De Britse supergroep UUUU begon het optreden minder compromisloos dan het openingsnummer van hun eerste album dat oktober vorig jaar is uitgekomen bij het in elektronische experimenten gespecialiseerde label Editions Mego. Het doorsnee klinkende krautrocknummer Verlagerung, Verlagerung, Verlagerung was bedoeld om de vliegtuigmotoren op te warmen voordat het opstijgen kon beginnen (Do you think we’ll ever get this fucker off the ground?). Eenmaal hoog in de lucht hadden Graham Lewis en Matthew Simms van Wire, elektronicaman Thighpaulsandra en drumster Valentina Magaletti alle vrijheid om hun avontuurlijke muziek alle kanten te laten opwaaien. Onheilspellende soundscapes werden afgewisseld met noise-uitbarstingen. Ergens in het midden van de set lastte de band een rustpunt in zodat bassist en zanger Lewis duidelijk verstaanbaar zijn gedachten kon laten gaan over het concept tijd (It’s All About Time). De band kon beuken als Swans en tekeergaan als een free jazz rockband. De regie van Thighpaulsandra en het creatieve drumspel van Magaletti zorgden ervoor dat UUUU nergens de controle verloor.

Suuns
Na de gevarieerde set van UUUU moest ik in de grote zaal van het Paard even wennen aan de eenvoudige beats van de Canadese band Suuns. De stampende drums lieten nauwelijks ademruimte over. De lijzige zang van gitarist Ben Shemie verzoop in het totaalgeluid. Gelukkig gebruikte hij de Auto-Tune op zijn stem niet in alle nummers. Suuns speelde dansbare slackerrock met een elektronisch opgewekt psychedelisch tintje en had genoeg aantrekkelijke riffs in huis om voorzichtige bewegingen in de zaal teweeg te brengen. Saxofonist Étienne Jaumet van James Holdens Animal Spirits mocht zaterdag een nummertje meespelen, wat meer een sympathieke geste was dan een muzikale verrijking. De snaredrum kon alle harde klappen niet langer meer aan en moest tussen twee nummers vervangen worden. De onderbreking was een mooie gelegenheid om alvast een goede plek op te zoeken bij het volgende optreden.

Arto Lindsay & Zs

Zs (Sam Hillmer & Greg Fox)

Het tweede hoogtepunt van de zaterdag was de samenwerking tussen het jonge New Yorkse trio Zs en veteraan Arto Lindsay. Het was opvallend dat de jonkies zittend speelden en de 64-jarige Lindsay staand. Bij de voormalige no waver was na vele decennia optreden geen afname van energie te bespeuren. Zijn vrije oprispingen op gitaar contrasteerden mooi met de soepele partijen van geschoolde gitarist Patrick Higgins. Tussen hen in zat de bebaarde saxofonist Sam Hillmer die zijn rol als paljas niet overdreef. Hij viel meermaals tijdens solo’s op zijn knieën en moest daarna uitgebreid uitblazen, alsof hij een inspannende sportoefening had gedaan.

Arto Lindsay

In het opvallendste nummer van de uitbundige set free jazz speelde Higgins een staccato riff die hij via zijn laptop tussen de boxen liet weerkaatsen. De snelle, herhalende melodische patronen werden door drummer Greg Fox in dubbel tempo gevolgd en dwongen Hillmer en Lindsay om alles uit de kast te halen. Het met veel plezier gespeelde muzikale geweld werd kortstondig onderbroken om even stil te staan bij het overlijden van jazzgrootheid Cecil Taylor.

The Thing

The Thing

Wie geen genoeg kon krijgen van free jazz met punkbezieling kon na afloop van Zs direct door naar de overkant van het Paard voor het optreden in het Koorenhuis van trio The Thing met saxofonist Mats Gustafsson, bassist Ingebrigt Håker Flaten en drummer Paal Nilssen-Love. Wat betreft postuur en onbeteugelde intensiteit zou je Gustafsson de Henry Rollins van de jazz kunnen noemen. De thema’s waren kort en de hevige improvisatie lang. De twee jonge Duitse vrouwen voor mij lieten zien dat je daar net zo goed op kunt dansen als op een housebeat. Ingebrigt Håker Flaten legde zijn contrabas opzij en begon de tweede helft van de set met feedback op elektrische bas als aankondiging van een nummer over een Vikingkoningin. Volgens Gustafsson reisden de Vikingen de wereld over om liefde te verspreiden, maar hun reizen leverden uiteindelijk een rivier van bloed op. Daarmee had hij het optreden van The Thing mooi samengevat.

James Holden & The Animal Spirits
Na de stormachtige optredens van Arto Lindsay & Zs en The Thing had ik terug in het Paard veel moeite om geboeid te blijven bij de poging tot jazz van producer James Holden samen met The Animal Spirits. De voorgeprogrammeerde bas- en synthesizerlijnen zijn op plaat heel prettig, maar boden de jazzmuzikanten live weinig ruimte voor eigen inbreng. De blazers dienden als franje en de percussionist vooraan het podium was vooral decoratief. Laatstgenoemde slingerde een zingende slang boven zijn hoofd, wat leuk was om naar te kijken, maar horen deed je het niet.

Onderweg naar de uitgang maakte ik een korte omweg via het optreden van sonische strijder Chino Amobi uit Virginia. Het hiphoplawaai dat hij in de kleine zaal van het Paard voortbracht leek geproduceerd door Michael Bay. De opgewonden Chino leek bezeten door een leger van Transformers die elk moment uit zijn borstkas kon springen. Zijn oorverdovende kakofonie zou een vooruitwijzing kunnen zijn naar de aanstaande Armageddon.

Zondag 8 april

Nadah El Shazly

Nadah El Shazly

Rewire bood een goede gelegenheid voor een hernieuwde ontmoeting met Nadah El Shazly. De Egyptische muzikante en zangeres was vorig jaar een van de verrassingen tijdens Le Guess Who in Utrecht. Daar begeleidde ze de nummers van haar alom geprezen debuutalbum Ahwar met hulp van een laptop. Tussen Le Guess Who en Rewire heeft ze een band om zich heen verzameld. Er zit veel potentie in wat te omschrijven is als het Egyptische antwoord op Alice Coltrane’s spirituele jazz. Helaas wisten de muzikanten het studiogeluid niet te evenaren of te overtreffen. Misschien zorgde een slapende zaalgeluidsmixer voor het teleurstellende resultaat. Pas rond het derde nummer Palmyra kwam hij op het idee om de schuif open te zetten van El Shazly’s toetsenbord. Daarna was nog steeds de balans ver te zoeken tussen haar spel en dat van de ijverige Casiospeler achter de tafel links op het podium. Vooral het instrumentale Koala, dat op de plaat vanwege de saxofoons juist veel indruk maakt, leed onder de slechte geluidsmix. De drummer speelde te voorzichtig zodat de muziek onvoldoende voortgestuwd werd. Nummers gingen vaak te lang door zonder interessante opbouw. Wat aan moois overbleef was de stem van Nadah El Shazly die vooral goed tot haar recht kwam in de paar zeer kalme, spaarzaam gearrangeerde nummers.

Sugai Ken
De Japanse elektronische experimentele muzikant Sugai Ken verstopte zich in een duisterde Club Korzo. De kleine lampjes boven Kens apparatuur gingen alleen even aan als hij een knop wilde indrukken of een attribuut zocht. De muzikant hield lichtgevende apparatuur uit het zicht door er een doek overheen te leggen. De eerste geluiden brachten de toehoorders in een krekelveld dat werd verstoord door onregelmatig pulserende tikken. Een bewerkte Amerikaanse stem wisselde de woorden natural en artificial af zodat niemand hoefde te twijfelen aan de opzet van het optreden. Natuurlijk geluid werd aan kunstmatig geluid gekoppeld. Onweer (of was het een dreunende aardbeving?) ging over in zwaar brommende elektronica. Meerdere veldopnames van Japanse religieuze ceremonies kwamen voorbij, aangevuld met geluidseffecten. Het was aan de luisteraar om in het donker het verschil tussen natuurlijk en kunstmatig te onderscheiden.

Ken bracht sommige geluiden voort met hulp van kleine percussie-instrumenten. Tijdens een van die momenten sloop zijn schaduw tussen het publiek door. Een andere keer hield hij de muis van zijn computer opzichtig omhoog in een spotlichtje om te laten zien hoe hij schrille, sireneachtige akkoorden op elkaar stapelde. De oncomfortabele zetels in Korzo zorgden ervoor dat niemand kon wegdommelen tijdens de afwisselende muzikale reis door het oude en het nieuwe Japan.

Laurie Anderson
Het eerste waar Laurie Anderson zondagavond indruk mee maakte was de lange rij die ze veroorzaakte voor de deur van de Grote Kerk in Den Haag. Het scheelde niet veel of de rij had een volledige cirkel gevormd rondom het kerkplein. Nadat de deuren eenmaal werden geopend hadden de wachtenden binnen korte tijd een stoel gevonden. Het tweede indrukwekkende moment was een ode aan Yoko Ono voor aanvang van het optreden. Anderson nodigde het publiek uit om gezamenlijk zo hard mogelijk te schreeuwen als reactie op wat we hebben verloren sinds november 2016, net zoals Ono deed toen haar om een reactie werd gevraag op de verkiezingsoverwinning van Trump. Ik had graag de gezichten gezien van passanten die precies op het schreeuwmoment langs de kerk liepen. Ze zullen gedacht hebben dat het schip van de kerk tot zinken werd gebracht en iedereen gillend van angst de ondergang tegemoet ging.

Laurie Anderson (bron: Instagram)

De rest van Laurie Andersons optreden was een stuk kalmer, zoals we van de Amerikaanse performance artiest gewend zijn. Ze vertelde over de dingen die ze in 2012 was verloren toen orkaan Sandy de Hudson deed overstromen en alle voorwerpen in Andersons kelder door het brakke water werden vernietigd. Anderson raakte in één klap haar hele archief kwijt. Het enige wat overbleef was een lijst van de verdwenen dingen die ze na het incident had opgeschreven. Achter de performer waren projecties te zien van onder meer teksten en tekeningen op een schoolbord als symbool van het gemak waarmee herinneringen met paar bewegingen weggeveegd kunnen worden.

Laurie Anderson in de Grote Kerk

De zee speelde de hoofdrol in verhalen over Andersons poging om een opera te schrijven over Moby Dick en de noodlanding van piloot Sully Sullenberger in de Hudson in 2009 (met citaten uit het nummer From The Air van Andersons debuutalbum Big Science uit 1982). Het verlies werd nog persoonlijker toen haar overleden echtgenoot Lou Reed zijn opwachting maakte. Reeds komst werd kort daarvoor aangekondigd in de vorm van tekstfragmenten uit zijn lied Dirty Blvd. Niet veel later hoorden we zijn stem over de speakers neuriën en begon hij een liedje te zingen waarbij Anderson voor begeleiding op viool zorgde. Op het grote scherm waren vage contouren van het gezicht van de zanger te ontwaren terwijl hij ons recht in de ogen aankeek. De zanger werd ook geëerd met een statige langzame dans waarin Anderson bewegingen maakte die horen bij Reeds geliefde Chinese vechtkunst tai chi. De ode aan de zanger gaf het optreden een verrassende emotionele lading die Laurie Anderson tot nu toe niet eerder of in ieder geval niet zo sterk in haar onderkoeld komische performances heeft toegelaten.