Over alles behalve design

Abonneren op feed Over alles behalve design
arthouse, classics, cult, Hollywood, music
Bijgewerkt: 2 uur 45 min geleden

10 jaar Cineville – deel 1: Synecdoche, New York

zo, 03/17/2019 - 12:54

Cineville bestaat tien jaar. Verspreid over dit jubileumjaar ga ik tien opvallende films uitlichten die in 2009 in de Amsterdamse bioscopen draaiden. Laat ik beginnen met mijn allereerste Cineville-film, gezien op dinsdagavond 2 maart 2009 in Kriterion: Synecdoche, New York.

Cineville was begin 2009 een welkom alternatief voor de Pathé-pas waar ik al een paar jaar gebruik van maakte. Voordat ik Pathé eind 2010 vaarwel zei maakte ik gebruik van beide passen en zag ik meer films dan noodzakelijk was. Ik was een tijdje bijna net zo fanatiek als de cinefielen in de documentaire Cinemania (Angela Christlieb & Stephen Kijak, 2002). De vijf hoofdpersonen in Cinemania doorkruisen elke dag hun thuisstad New York om zoveel mogelijk films te zien. Hun leven is één groot non-stop filmfestival dat zich buiten de echte wereld voltrekt. Een van de filmfanaten is de excentrieke Roberta Hill. Zij had een obsessieve-compulsieve stoornis en verzamelde tientallen jaren alles wat ze rondom haar bioscoopbezoek in handen kon krijgen: festivalboekjes, flyers, drankbekers met filmtitels erop en allerlei ander promotiemateriaal. Filmkaartjes moesten ongeschonden blijven. Roberta ging tot geweld over wanneer een onwetende suppoost toch haar kaartje bij de ingang van de zaal durfde af te scheuren.

Roberta Hill overleed op 18 juli 2009 op 73-jarige leeftijd. Zou ze ooit in de gelegenheid zijn geweest om al haar memorabilia eens rustig te bekijken? Waarschijnlijk niet, want ze moest elke dag opnieuw op pad om films te zien en nieuwe filmobjecten te verzamelen. Het interieur van haar huis werd een opslagplaats voor ongesorteerde herinneringen. De vloer dreigde door het gewicht onder haar voeten te bezwijken. Roberta wilde haar leven in tastbare vorm bewaren met als gevolg dat ze zichzelf levend begroef in een doolhof waar het zonlicht niet meer tot kon doordringen. Het is een troost dat ze herinnerd blijft dankzij het medium waar ze zo door was gegrepen. Cinemania heeft haar onsterfelijk gemaakt.

Het hoofdpersonage in Synecdoche, New York wil ook het liefst onsterfelijk zijn. Toneelregisseur Caden Cotard (Philip Seymour Hoffman) bevindt zich in de herfst van zijn leven en maakt zich zorgen. De herfst is het begin van het einde, zegt een stem op de radio aan het begin van de film. Misschien was Cotard altijd al een hypochonder, maar op middelbare leeftijd weet hij zeker dat elk onschuldig lijkend kwaaltje de aankondiging is van een dodelijke ziekte. Het hoofdpersonage is niet voor niets vernoemd naar het syndroom van Cotard.

Caden Cotard wil zich onsterfelijk maken met een meesterwerk waarin hij het leven volledig wil bevatten. Dat doet hij niet in de vorm van een uitgebreide metafoor, maar door zijn leven letterlijk na te laten spelen in een verlaten pakhuis in het centrum van New York. Elke handeling uit zijn echte leven wordt gekopieerd door acteurs, terwijl de decorbouwer een kopie van de stad om hen heen laat verrijzen. De toneelregisseur is zo geobsedeerd door zijn werk dat hij het zicht kwijtraakt op de werkelijke wereld die hij in het toneelstuk wil vastleggen. Jaren verstrijken als dagen in de week, zoals dat gaat als je ouder wordt. Cotard heeft pas laat door dat zijn vrouw Adele (Catherine Keener) hem allang voorgoed heeft verlaten en dat zijn dochter een volwassen vrouw is geworden. De Apocalyps is hem ook ontgaan.

Omdat het nieuwe toneelstuk gaat over het maken van een toneelstuk is het onvermijdelijk dat de gekopieerde rollen opnieuw gekopieerd worden door weer andere acteurs. Dezelfde decorbouwer is genoodzaakt binnen de kopie van New York weer een nieuwe versie van de stad te maken. Volgens deze werkwijze komt het stuk nooit af en is er na meerdere decennia sisyfusarbeid nog steeds geen premièredatum in zicht. Het pakhuis wordt een omgekeerde Babylonische toren. In plaats van de hemel te bereiken gebeurt het omgekeerde; het bouwwerk is een naar binnen gekeerde constructie geworden waarbij de kern, en daarmee de reden voor het werk, is verdwenen onder ontelbare bouwstenen. Cotard heeft een doolhof gecreëerd en is daarin de weg kwijtgeraakt. Zijn kunstwerk is een sarcofaag geworden waarin hij zichzelf levend heeft begraven.

Samantha Morton en Philip Seymour Hoffman in Synecdoche, New York

Caden Cotard is net zo’n fanatieke verzamelaar als cinefiel Roberta Hill. In plaats van objecten verzamelt hij zichzelf en alle mogelijke varianten van zichzelf zonder dat het hem diepere inzichten geeft in het leven. Zijn toneelstuk is dan ook een grandioze mislukking. Het regiedebuut van Charlie Kaufman is dat zeker niet. De scenarist van moderne klassiekers als Being John Malkovich (1999), Adaptation. (2002) en Eternal Sunshine Of The Spotless Mind (2004) verliest nergens greep op de complexe materie, geholpen door een toegewijde cast met onder anderen Michelle Williams, Samantha Morton en Emily Watson.

De acteurs en actrices laten zich niet van de wijs brengen door de absurde situaties waarin ze worden geplaatst. Ze vergroten het komische effect door te spelen alsof de film geen komedie is en creëren zo ook ruimte voor een emotionele laag die niet zo vanzelfsprekend is gezien de opeenhoping van absurditeiten. Het onvergelijkbare meesterwerk Synecdoche, New York is niet alleen een van de grappigste films over eindigheid, maar ook eentje die op een ongrijpbare manier ontroert.

10/10

Minding The Gap (Bing Liu, 2018)

zo, 03/03/2019 - 17:00

Skateboarding en de bijbehorende subcultuur zijn weer helemaal terug in Amerikaanse films. In navolging van Kids (1995), Dogtown and Z-Boys (2001) en Paranoid Park (2007) gingen vorig jaar drie films in première waarin skaters een hoofdrol spelen. Twee van die titels draaien nu in de Nederlandse bioscoop: Jonah Hills regiedebuut Mid90s en de documentaire Minding The Gap.

De skatesubcultuur is een springplank voor filmtalent. Er zijn nogal wat vaardigheden nodig om de stunts van skatende vrienden goed op camera vast te leggen. Regisseur Spike Jonze maakte eerst de trendsettende korte skatedocumentaire Video Days (1991) voordat hij in 1999 doorbrak met zijn speelfilmdebuut Being John Malkovich. Recente skatefilms Mid90s (Jonah Hill, 2018) en Skate Kitchen (Crystal Moselle, 2018) introduceren allebei een personage dat constant alle bewegingen van zijn of haar vriendenclub filmt. Deze jonge filmers ambiëren een carrière die minstens zo succesvol verloopt als die van regisseur Bing Liu. Hij wist met zijn eerste lange documentaire Minding The Gap een Oscarnominatie in de wacht te slepen.

De jonge skaters in Mid90s en Mind The Gap komen niet bepaald uit een warm nest. Huiselijk geweld jaagt ze de straat op waar ze op zoek gaan naar lotgenoten. Dertienjarige Stevie (Sunny Suljic) rent in zijn allereerste scène in Mid90s thuis tegen de muur op voordat hij harde klappen incasseert van zijn oudere broer lan (Lucas Hedges). De ellendige familiesituatie van de jongens in Minding The Gap wordt gaandeweg de documentaire duidelijk. De hoofdpersonages in beide films beschouwen de skatewereld als een veilige surrogaatfamilie.

Bing Liu filmde Minding The Gap over een periode van twaalf jaar in thuisstad Rockford, Illinois. Zijn camera vormde een vast onderdeel van de straatavonturen van hem en zijn skatevrienden. Het vertrouwen is groot tussen de regisseur en de mensen die hij filmt, ook wanneer hij hen lastige vragen durft te stellen over de moeizame relatie met hun ouders. Liu vraagt zich af wat er gebeurt wanneer de skaters volwassen worden en geen tijd meer hebben voor skateboarden omdat ze luiers moeten verschonen. Zijn ze in staat het geweld waar ze mee zijn opgegroeid buiten hun eigen gezin te houden?

Liu’s maatje Zack lijkt die vraag ontkennend te beantwoorden als we zien en horen hoe hij na de geboorte van hun zoontje Elliot ruzie maakt met zijn jonge vrouw Nina. Zack is vanwege de baby vaker thuis dan hij zou willen. Hij kan zich niet meer afreageren op de skateboard en wordt een opvliegende probleemdrinker. Voor de iets jongere skatevriend Keire is skaten ook een manier om stoom af te blazen. In meerdere scènes is te zien hoe hij uit frustratie een skateboard aan flarden trapt. Bing Liu gebruikt de videocamera als uitlaatklep. Hij probeert zijn vrienden uit de vicieuze cirkel te halen door ze voor de camera te confronteren met hun verleden. De moeilijkste confrontatie is die tussen hem en zijn eigen moeder.

Zack en zijn zoontje Elliot in Minding The Gap

De parallelle montage in de climax van Minding The Gap, wanneer de verhalen van Zack, Keire en Liu tegelijk tot een emotionele apotheose komen, is mede vanwege de muziek een iets te opdringerige manier om ontroering op te roepen. Het talent van Bing Liu als verhalenverteller komt beter tot uiting in kleine details, zoals de stille tussenshots van plekken waar de skatevrienden hun stunts vroeger uitvoerden. De krassen, butsen en schaafwonden in het straatmeubilair staan symbool voor de verwondingen die de jongens thuis hebben opgelopen. De voorwerpen hebben permanente littekens, net zoals de personages letterlijk en figuurlijke littekens dragen door toedoen van tirannieke (stief)vaders.

8/10

Retrospekt (Esther Rots, 2018)

wo, 02/27/2019 - 13:16

Retrospekt is een film vol heftige botsingen binnen de muren van een doorsnee Nederlandse eengezinswoning. De confrontaties laten littekens achter bij personages en zorgen voor een gehavende vertelvorm. Hoofdpersonage Mette heeft vanwege een ongeluk barsten in haar geheugen met als gevolg dat haar verhaal niet op een conventionele lineaire manier wordt verteld. De film gaat daarmee de confrontatie aan met de kijker.

Retrospekt, de tweede speelfilm van Esther Rots, begint bij een incident in een Belgische winkel. Hoogzwangere Mette (Circé Lethem) laat tijdens haar vakantie echtgenoot Simon (Martijn van der Veen) en dochtertje Harrie (Felice en Frederique de Bruijn) even achter in de camper voor een bezoek aan een kledingzaak. Bij het pashokje raakt ze betrokken bij een gewelddadige confrontatie tussen een vrouw en haar man. Mette keert behoorlijk overstuur terug terwijl ze toch wat gewend zou moeten zijn. Ze werkt immers bij een organisatie voor vrouwen die slachtoffer zijn van huiselijk geweld. Het vakantie-incident rimpelt na in de rest van de film.

Het liefst zou Mette direct na de geboorte van haar tweede dochter de kantoorwerkzaamheden weer oppakken. Ze blijft echter noodgedwongen nog enige tijd aan huis gebonden, ook omdat Simon voor zijn werk vaak in het buitenland verblijft. Tijdens zijn afwezigheid stelt Mette op eigen initiatief, en geheel tegen het protocol in, haar huis ter beschikking als schuilplaats voor cliënt Lee Miller (Lien Wildemeersch). De wispelturige Miller blijft op die manier op veilige afstand van haar jaloerse ex Frank (Matteo van der Grijn). Mette onderschat de risico’s waaraan ze haar gezin blootstelt.

Circé Lethem in Retrospekt

De gevolgen van Mette’s besluiten zijn te zien in de tweede verhaallijn van Retrospekt dat zich afspeelt in een revalidatiecentrum. De vrouw heeft een flink litteken op haar hoofd, beweegt moeilijk en heeft moeite met het vormen van woorden. Pas heel laat in de film blijkt dat Mette’s revalidatie in omgekeerde volgorde wordt verteld en parallel wordt gemonteerd met de lineaire verhaallijn over Mette en Miller. Vanwege de vertelvolgorde lijkt het in het revalidatiecentrum slechter te gaan met Mette. Als je de twee verhaallijnen zou uittekenen zie je dat ze afstevenen op een frontale botsing.

De keuze voor een ongebruikelijke vertelstructuur maakt het bij de eerste kijkbeurt lastig te duiden wat er in sommige vroege scènes precies gebeurt. Het wordt voor de oplettende kijker pas met terugwerkende kracht duidelijk waarom Mette tijdens een gesprek in de kantine van het revalidatiecentrum zulk eigenaardig hyperactieve gedrag vertoont. Het verklaart ook pas bij nader inzien waarom personages worden geïntroduceerd om vervolgens niet meer in het verhaal terug te keren – gezichten die uit Mette’s geheugen verdwijnen, verdwijnen ook uit de film. Opvallend is dat het voornamelijk mannelijke personages betreft.

Het gefragmenteerde leven van Mette komt ook tot uiting in het gebruik van locaties. Versnipperde herinneringen zijn als de verschillende kamers in het huis van Mette en Simon, de meest gebruikte filmlocatie in Retrospekt. De woonkamer, keuken en slaapkamers worden van elkaar gescheiden door een open trap die midden in het huis staat. Personages lopen vaak onrustig heen en weer van vertrek naar vertrek en Mette rust meer dan eens uit door op de trap te gaan zitten. Vanaf deze positie wordt ze, net als in het revalidatiecentrum, geen deelnemer van haar leven, maar een toeschouwer.

Retrospekt onderscheidt zich ook van de gemiddelde speelfilms door het gebruik van muziek. Vaste componist Dan Geesin gaat met zijn operateske score een confrontatie met de beelden aan door op overdreven operateske wijze commentaar te geven op de naturelle acteerstijl van de cast. De muziek zorgt voor een Brechtiaanse distantie waarmee de kijker uit het verhaal getrokken dreigt te worden. Het bedoelde resultaat van de nadrukkelijk aanwezige muziek, in combinatie met het indringende sounddesign en de ongebruikelijke manier van vertellen, is dat de kijker steeds meer wordt verplaatst in het verwarde brein van Mette. Zij bevindt zich in een oncomfortabele positie en dus zorgt de film ervoor dat de kijker ook niet comfortabel in de bioscoopstoel zit. De klappen die zij opvangt, schudden ook de kijker telkens op.

De film laat veel vragen onbeantwoord over de precieze redenen van Mette’s gedrag en waarom ze tot aan het bittere eind blijft volharden in het maken van onverstandige keuzes. Offert ze zichzelf op uit goedertierenheid, wordt ze gedreven door schuldgevoel over het incident in België of heeft ze een ongezonde fascinatie voor gevaarlijke mannen als tegenwicht voor de relatie met de goedmoedige, maar ook een beetje saaie echtgenoot Simon?

Esther Rots verdient lof voor de risico’s die ze durft te nemen. Ze houdt zich ver van gemak- en behaagzucht. Ik kan me geen andere Nederlandse speelfilm herinneren die zo radicaal is gemonteerd als Retrospekt. Alleen buitenlandse films schieten me te binnen, in het bijzonder Bad Timing (Nicolas Roeg, 1980) die ook gaat over psychologisch en fysiek geweld in een relatie. Retrospekt dwingt ook respect af vanwege de acteerprestaties van Circé Lethem en Lien Wildemeersch. Beide Vlaamse actrices excelleren in het vertolken van onberekenbare personages.

At Eternity’s Gate (Julian Schnabel, 2018)

ma, 02/18/2019 - 21:46

Leven en werk van Vincent van Gogh blijven onverminderd een inspiratiebron voor filmmakers. Een jaar na Loving Vincent (2017) draait At Eternity’s Gate in de bioscoop. De animatiefilm Loving Vincent is een knap gemaakt bewegend prentenboek dat aan de oppervlakte blijft. Kunstschilder en regisseur Julian Schnabel brengt in At Eternity’s Gate de schilderijen van Van Gogh tot leven door op zoek te gaan naar de drijfveren van de Nederlandse schilder.

Julian Schnabel liet ons in zijn eerdere film The Diving Bell and the Butterfly (2007) kijken via het beperkte gezichtsveld van de bijna volledig verlamde Elle-redacteur Jean-Dominique Bauby (Mathieu Amalric). In Schnabels portret van Vincent van Gogh kijken we door de ogen van een kunstenaar die laveert tussen extase en psychische nood. In beide gevallen trekt een waas over het beeld die ervoor zorgt dat we meer naar licht dan naar vormen kijken.

In plaats van de kokervisie, zoals in de film uit 2007, wordt in At Eternity’s Gate in breed formaat meer van de wereld getoond dan de kunstenaar aankan. Het verblindende zonlicht geeft het landschap in de ogen van Van Gogh (Willem Dafoe) een gouden glans. Hij krijgt zoveel inspirerende indrukken te verwerken dat hij er dubbel van gaat zien. Absint helpt ook een handje. Aan het begin van de film wordt een voorproefje van deze overweldigende en ook desoriënterende manier van waarnemen getoond wanneer Van Gogh een schapenherderin op zijn pad treft en haar spontaan vraagt voor hem te poseren. (*)

Van Gogh verlaat in 1888 de grijze mistsluiers van noordelijk Frankrijk en gaat in het zuiden op zoek naar nieuw licht. Het zonlicht in de omgeving van Arles roept gevoelens bij hem op die vergelijkbaar zijn met een religieuze openbaring. I feel God is nature and nature is beauty. De weidse landschappen aan zijn voeten gunnen hem een blik in de eeuwigheid. De kunstenaar deelt zijn bezieling met de meer nuchtere Paul Gauguin (Oscar Isaac). De twee verschillen vaak van mening, maar Van Gogh zou niet zonder zijn schildersvriend kunnen.

Het plotselinge vertrek van Gauguin roept een angstwekkende duisternis op in Van Goghs hoofd. Hij is niet meer in staat te creëren en doet onbezonnen dingen waar hij zich later weinig of niets meer van kan herinneren. Waangedachten jagen hem tijdelijk het gesticht in waar alleen het bezoek van broer Theo (Rupert Friend) voor enige troost zorgt. De waanzin is vooral te horen op de soundtrack. De paniekaanvallen gaan vergezeld van een herhaling van dialogen die we zojuist hebben gehoord, alsof het brein zich in een echokamer zonder deuren en ramen bevindt.

At Eternity’s Gate is geen clichématige film over een kunstenaar die moet lijden om zijn meesterwerken te schilderen. Vincent van Gogh creëert juist vanuit de extase die hij ervaart bij het aanschouwen van de natuur om hem heen. Zonder schilderen heeft het leven geen zin, legt hij uit, wanneer mensen hem vragen waarom hij verf op het doek smeert. In een gesprek met een priester (Mads Mikkelsen) vergelijkt de schilder zichzelf met Jezus, niet alleen omdat Jezus net als Van Gogh pas na zijn dood een wereldwijd fenomeen werd, maar ook vanwege zijn missie om het evangelie van het licht te verkondigen.

Willem Dafoe in At Eternity’s Gate

Willem Defoe vertolkt Van Gogh met dezelfde kalmte waarmee hij ook de rol van Jezus benaderde in The Last Temptation Of Christ (1988). Het zou me niet verbazen als Julian Schnabel de acteur vanwege die film heeft gecast, los van Defoe’s onmiskenbare kwaliteiten. Met de Jezusfilm van Martin Scorsese in gedachten vallen de messianistische trekjes van de schilder extra op. Het zal Schnabel ook niet zijn ontgaan dat Scorsese zelf even Vincent van Gogh mocht zijn in een van de dromen van Akira Kurosawa in diens Dreams (1990). Filmmakers zijn ook schilders.

7/10

(*) Ik dacht even dat de schapenherderin gespeeld werd door Isabelle Huppert, maar het is haar dochter Lolita Chammah.

IFFR: Long Day’s Journey Into Night (Bi Gan, 2018)

zo, 02/10/2019 - 20:21

Long Day’s Journey Into Night ging mei 2018 in première tijdens het festival in Cannes en werd daar bejubeld door de filmpers. Na een lange reis langs meerdere internationale filmfestivals was afgelopen maand IFFR 2019 aan de beurt en had het Nederlandse publiek een unieke kans om de film van Chinese regisseur Bi Gan op een groot doek te zien. Long Day’s Journey Into Night dankt zijn reputatie onder meer aan een imponerende droomscène in 3D.

De jonge regisseur Bi Gan is meester van de long take. Hij eindigt zijn debuutfilm Kaili Blues (2015) met een long take van drie kwartier. De camera rijdt achter een brommer aan, vliegt door krappe stegen, trekt door een dorp aan de rivier, roeit de rivier over en keert weer terug, onderweg onder meer stoppend in een kapperszaak en bij een heel erg vals spelende straatband. In zijn tweede speelfilm Long Day’s Journey Into Night legt Gan de lat een stuk hoger bij een vergelijkbare cinematografische stunt. De onafgebroken take duurt vijf minuten langer, speelt zich af in het halfdonker, maakt complexere bewegingen en is in 3D.

Long Day’s Journey Into Night is een moderne film noir waarin Luo Hongwu (Huang Jue) vanwege de begrafenis van zijn vader terugkeert naar het stadje Kaili in de Chinese provincie Guizhou. De reis brengt herinneringen bij hem naar boven aan een verloren liefde (Tang Wei) en de gewelddadige dood van zijn goede vriend Wildcat (Lee Hong-Chi). De grens tussen herinneringen en het heden is net zo troebel als het water waar de camera zich een enkele keer in onderdompelt. Als Luo Hongwu in de tweede helft van de film ‘s avonds laat een 3D-bril opzet en in slaap valt in een bioscoop, wordt de film ook 3D en maken herinneringen deel uit van een lange droom in een adembenemende long take.

Op papier lijkt de long take ongeschikt om een droomwereld op te roepen. Het tegenovergestelde is eerder het geval: de techniek wordt juist toegepast om (de suggestie van) de werkelijkheid op te roepen. Het ontbreken van montage zorgt ervoor dat tijd en ruimte niet worden gemanipuleerd. Bi Gan zet andere middelen in om de werkelijkheid alsnog om te buigen. Het is maar net wat je binnen het beeld plaatst en hoe de camera zich beweegt.

Over het algemeen wordt realisme in films gesuggereerd met een documentaire stijl waarbij de camera op onrustige wijze de gebeurtenissen volgt, zoals in Victoria (2015) en recentelijk in Utøya 22. Juli (2018). De camerabeweging in Long Day’s Journey Into Night is vanwege de steadicam zwevend als een spook en daarom verwant met de elegante manier waarop gefilmd wordt in de vertrekken van de Hermitage in Russian Ark (2002). Russian Ark maakt zonder montage een tijdreis door meer dan 200 jaar Russische geschiedenis en plaatst historische figuren in één ruimte. Elk vertrek in het museum is een ander tijdperk en in sommige gangen schuiven verschillende tijdlagen onopgemerkt in elkaar over. Daar hoeft geen digitale trucage bij ingezet te worden.

Bi Gan verandert in Long Day’s Journey Into Night de werkelijkheid in een droomwandeling door jonge en oude versies van dezelfde personages binnen dezelfde tijd en dezelfde ruimte te plaatsen. Een jonge vrouw blijkt later in de scène tientallen jaren ouder geworden zonder dat de kijker het direct doorheeft. Een andere manier om een droom op te roepen is door de zwaartekracht te tarten. De eerste keer dat we met Luo Hongwu mee zweven is als hij via een koord naar het dorp beneden hem glijdt. De tweede keer vliegt hij zonder hulpmiddelen over de daken en is de camera blijkbaar tijdelijk aan een drone gemonteerd. De filmmakers hebben de overgangen onzichtbaar weten te houden en vergroten daarmee de magie. 3D intensiveert de ervaring van een onwerkelijke omgeving. (*)

Long Day’s Journey Into Night (Huang Jue & Tang Wei)

De droom komt niet als een verrassing. De hele film begeeft zich tot aan het uitgebreide slot in een wereld waarin herinneringen zonder waarschuwing het verhaal binnendringen. Dromen behoren ook tot de herinnering met als gevolg dat surrealistische situaties zich al vroeg aandienen, zoals de kamer waarin het binnen regent. Eerder in de film wordt zonder technisch vertoon en ook zonder 3D al een wereld geschapen waarin natuurwetten niet meer lijken te gelden. In een van de scènes rijden Luo Hongwu en zijn geliefde in een voertuig langzaam op de camera af. Een plotselinge regenbui gutst over de lens en voordat we het weten bevinden we ons naast de rijdende Luo Hongwu en kijken we met hem uit het voorraam. De wisseling van perspectief vindt zonder montage plaatst en is daardoor extra desoriënterend.

Zelfs als de droomwereld in Long Day’s Journey Into Night je niet aanspreekt kun je nog onder de indruk zijn van de slotscène als bravourestuk. De reis van Luo Hongwu kun je ook beschouwen als een reis door de filmgeschiedenis, met verwijzingen naar het werk van David Lynch (neo noir op de grens tussen droom en werkelijkheid), Wong Kar-wai (overpeinzende voice-over) en vooral Andrej Tarkovski (zwevende figuren zoals in de openingsscènes van De Jeugd Van Ivan en Andrej Roebljov en het glas dat uit zichzelf van een tafel schuift zoals in de slotscène in Stalker).

9/10

(*) Misschien is de lange laatste scène geen droom. De oorspronkelijke filmtitel Di Qiu Zui Hou De Ye Wan laat zich vertalen als Laatste Nacht Op Aarde, wat suggereert dat Luo Hongwu rondwaart in een gebied tussen leven en dood waar geesten uit zijn verleden tastbaar zijn geworden.

IFFR: Out Of Sight, Out Of Mind (Brian Follmer, 2019)

zo, 02/03/2019 - 12:22

De derde speelfilm Out Of Sight, Out Of Mind van Brian Follmer duurt eigenlijk acht uur. Het script was ongeveer 500 pagina’s dik en de ideeën nog lang niet op. Voor IFFR werd inderhaast een behapbare versie gemonteerd. Out Of Sight, Out Of Mind had tijdens de wereldpremière in Rotterdam de lengte van iets meer dan twee uur en een gevoelsduur van alsnog ruim drie uur.

U heeft een unieke film gezien, vertelde regisseur Brian Follmer na afloop van de vertoning in Cinerama 5, want na Rotterdam zal Out Of Sight, Out Of Mind nooit meer in deze vorm vertoond worden. De film werd gepresenteerd als een work in progress. De episodische structuur biedt daar alle gelegenheid voor. Out Of Sight, Out Of Mind bestaat uit hoofdstukken die losjes met elkaar verbonden zijn. De belangrijkste rode draad is de geestelijke aftakeling van het personage O’Brien, gespeeld door Follmer zelf.

De jonge vriendengroep in Los Angeles waar O’Brien deel van uitmaakt heeft geen reden tot klagen. Een goede investering op de digitale geldmarkt heeft een gezonde financiële basis gelegd. De leden van de groep hebben de gelegenheid om aan uitgebreid zelfonderzoek te doen. O’Briens vriend Travis (Adam Leotta) reist in het eerste hoofdstuk naar Mexico waar hij bij een groep jonge radicale socialisten belandt. Zijn voice-over praat de hoofdstukken aan elkaar. Andere vrienden geven hun muzikale carrière een nieuwe impuls. O’Brien begint een absurdistische videoblog.

Brian Follmer in Out Of Sight, Out Of Mind (bron: YouTube)

De episodische verhaalstructuur symboliseert het gebrek aan eenheid binnen de vriendengroep. Iedereen leidt een eigen leventje en zoekt een eigen weg. Hoe het werkelijk met de ander gaat is moeilijk te ontdekken achter het geïdealiseerde imago dat via sociale media wordt gedeeld. De vrienden merken veel te laat hoe slecht het met O’Brien is gesteld. Zijn bizarre video’s blijken symptomen van schizofrenie. Iedereen is te veel met zichzelf bezig om hem adequaat te kunnen helpen.

De aaneenschakeling van min of meer opzichzelfstaande hoofdstukken heeft hetzelfde effect als het verplicht bingewatchen van een televisieserie. Het liefst zou je na een paar hoofdstukken even de benen strekken of de kijksessie op een andere dag voortzetten. Niet alle episodes zijn even interessant, zoals de zakelijke besprekingen en optredens van popmuzikant Lox (een aandoenlijke zelfparodie van Geordie Kieffer). De grotendeels geïmproviseerde dialogen geven de scènes veel spontaniteit en energie, maar dat gaat regelmatig ten koste van de scèneopbouw.

Vanaf het hoofdstuk over Tinder met Kate (Katie Singleton) en Travis begon mijn interesse steeds meer af te nemen. Het was wel grappig om te zien hoe de vriendin van acteur Adam Leotta op de rij voor mij ongemakkelijk reageerde op een weinig verhullende seksscène van haar vriend. Tijdens het laatste hoofdstuk over een collectieve waterdieetsessie begonnen om mij heen mensen ongeduldig de tijd te checken op hun mobiele telefoons. Dat is meestal een slecht teken.

6/10

IFFR: Walden (Daniel Zimmermann, 2018)

za, 02/02/2019 - 12:22

De documentaire Walden is vernoemd naar het boek uit 1854 van Henry David Thoreau. De Amerikaanse auteur beschrijft daarin zijn poging om op eenvoudige wijze in de natuur te leven. Daniel Zimmermann gebruikt in zijn film de natuur als uitgangspunt voor een commentaar op de wereldeconomie. De manier waarop Walden is geconstrueerd roept de vraag op of de film eigenlijk wel een documentaire genoemd kan worden.

Het had weinig gescheeld of Walden was nooit afgemaakt. Op de eerste draaidag ging het bijna op fatale wijze mis. Zwitserse filmmaker Daniel Zimmermann had zijn camera geplaatst midden in een bos van het benedictijnse klooster nabij de Oostenrijkse stad Admont. Terwijl de camera een langzame draaibeweging van 360° maakte zou een houthakker op precies het juiste moment een omgezaagde boom laten omvallen. Zijn timing was perfect, maar door een inschattingsfout viel de boom bijna op de crew. Het levert een vroeg spectaculair moment op in een film die het verder niet van gevaarlijke stunts moet hebben.

Walden wordt door Zimmermann betiteld als a slow down road movie. We volgen een stapel hout dat via het Oostenrijkse bos een reis maakt naar het Braziliaanse regenwoud. We passeren treinstations, parkeerplaatsen voor vrachtwagens, douaneposten, drukke havens en riviermondingen. De film bestaat uit dertien onafgebroken shots waarbij de camera telkens met de klok mee om zijn as draait. Begeleidende teksten, voice-over, dialogen en muziek ontbreken volledig. De trage camerabewegingen geven de kijker gelegenheid om rustig de gedachten te laten gaan over de economische motieven van onze geglobaliseerde wereld. In het absurdistische Walden wordt het exportproces omgedraaid en lijkt het alsof bewoners van het houtrijke regenwoud behoefte hebben aan een stapeltje planken uit Oostenrijk.

Zimmermann is naast filmmaker ook beeldend kunstenaar. Hij is gespecialiseerd in houtsculpturen. Zijn Walden is meer een geëngageerd kunstproject dan een documentaire. De reizende planken in Walden vormen een kunstwerk dat al enige jaren centraal staat in zijn werk. Het hele proces waar de kunstenaar ons van getuige laat zijn is volledig geënsceneerd.

De mensen die in beeld komen zijn zelden toevallige passanten. Ze staan daarom ook allemaal netjes als personages op de aftiteling vermeld. Zelfs de twee wielrenners die een paar seconden door het beeld fietsen zijn door de regisseur op het exacte moment en op de juiste plek daar geplaatst. De twee sporters worden weerspiegeld in een scène met twee tennissers aan de overkant van de oceaan. Vrachtwagenchauffeurs, treinmachinisten en kapiteins weten precies wanneer ze hun voertuigen in beweging moeten zetten. Alles valt perfect op zijn plaats. Zimmermann laat niets aan het toeval over en doet dat met een imponerende precisie.

8/10

IFFR: Soy Tóxico (Daniel de la Vega & Pablo Parés, 2018)

zo, 01/27/2019 - 11:49

International Film Festival Rotterdam biedt naast ernstige arthouse ook een selectie nieuwe horrorfilms uit verschillende werelddelen. Soms word je in Rotterdam voor het eerst geconfronteerd met wat later cultklasiekers worden, zoals Ichi The Killer (2001) en Haute Tension (2003). Ik betwijfel of de Argentijnse zombiefilm Soy Tóxico ook een cultstatus zal verkrijgen.

Soy Tóxico speelt zich af in post-apocalyptisch Argentinië en kan kortweg worden omschreven als Mad Max (1979) met blinde zombies. Acteurs rijden rond in een provisorisch omgebouwde auto en een uit verschillende onderdelen geconstrueerde motor. Voedsel en brandstof zijn schaars. Pijlen worden vervaardigd uit gebroken drankflessen. Een man (Esteban Prol) ontwaakt in de woestenij. Hij weet niet hoe hij daar terecht is gekomen en waarom hij wordt omringd door lijken. Later leert hij dat het de lichamen zijn van slachtoffers van een bacteriologische oorlog. Ze worden door militaire vliegtuigen in de woestijn gedumpt om zombies te voeren. Zo wordt voorkomen dat de zombies hun honger komen stillen in het noordelijk halfrond.

De gestrande man wordt door de eerste zombie besprongen en op het nippertje gered door een oudere woestijnbewoner (Horacio Fontova). Hij wordt naar een vervallen industrieel verblijf gebracht waar de overige bewoners (Sergio Podelei en Gastón Cocchiarale) net zo gastvrij zijn als de familie in The Texas Chain Saw Massacre (1974). Zonder duidelijk aanwijsbare reden kwellen ze hun gast en sluiten ze hem op. De enige mogelijke redding voor de man is een geheimzinnige, zwijgzame jonge vrouw (Fini Bocchino).

Regisseurs Daniel de la Vega en Pablo Parés gaan slordig om met de interne logica van hun verzonnen filmwereld. De eerste zombie krijgt lucht van het hoofdpersonage en rent met veel vaart op hem af. Het blijkt echter het enige atletische exemplaar te zijn, want zijn soortgenoten sloffen zonder uitzondering als versufte dronkaards door het droge zand. De filmtitel Soy Tóxico (I Am Toxic) geeft aan dat het hoofdpersonage zelf ook is besmet met het zombievirus. Geheugenverlies is het eerste symptoom, wat niet verhindert dat de man genoeg flashbacks krijgt om zijn recente verleden te reconstrueren.

Soy Tóxico (Sergio Podelei en Fini Bocchino)

De zombiefilm is een onuitroeibaar genre. Je moet wel een heel originele invalshoek verzinnen om nog positief op te vallen. Soy Tóxico beperkt zich tot een kat- en muisspel met achtervolgingen en knokpartijen in stoffige vertrekken. De paar aanwezige zombies zijn sloom en het onbesmette gespuis is karikaturaal. De actie wordt opgeleukt met flauwe humor. Het achtergrondverhaal van het hoofdpersonage roept te veel vragen om zijn hachelijke avontuur enige emotionele lading mee te geven.

4/10

Death Line (Gary Sherman, 1972)

do, 01/24/2019 - 23:15

Het Britse filmblad Sight & Sound plaatst traditiegetrouw aan het eind van het jaar een overzicht met opmerkelijke films op dvd en Blu-ray. Naast essentiële boxen, historische uitgaven en herontdekte undergroundfilms worden in de lijst ook digitaal opgepoetste genreklassiekers genoemd. Een van die genrefilms is Death Line.

Bij Britse horror denk je automatisch aan Hammer, zeker als de naam van Christopher Lee op de poster vermeld staat. Death Line a.k.a. Raw Meat heeft niets met Hammer te maken en de bijdrage van Lee duurt slechts ruim een minuut. In de debuutfilm van Amerikaanse regisseur Gary Sherman krijgt Donald Pleasence carte blanche om zich uit te leven in de rol van een cynische inspecteur. Hij moet het raadsel oplossen van verdwijningen in de Londense metro.

Donald Pleasence nam de hoofdrol graag aan omdat hij ruimte kreeg voor zijn humoristisch kwaliteiten. In de rol van inspecteur Calhoun plaagt hij met valse satergrijns zowel collega’s als getuigen. Pleasence grijpt al zijn scènes bij hun revers en schudt ze stevig door elkaar. De acteur heeft altijd iets in handen waarmee hij de aandacht van de kijker weet af te leiden. Calhoun lijkt meer geïnteresseerd in een verse kop thee dan in de volgende zaak die hij op het politiebureau aantreft. Hij luistert met een half oor terwijl hij omzichtig met het puntje van een dartpijl theebuiltjes uit het kopje haalt.

Calhoun heeft ongebruikelijke verhoormethoden. Hij behandelt getuige Alex (David Ladd) alsof de jonge Amerikaan schuldig is aan de verdwijning van James Manfred, OBE (James Cossins). Alex en zijn vriendin Patricia (Sharon Gurney) troffen de bewusteloze Manfred vlak voor diens verdwijning aan op een trap bij het perron van Russell Square Station . Calhoun ontdekt dat meerdere mensen op deze plek op mysterieuze wijze van de aardbodem zijn verdwijnen. Hij begint een onderzoek met zijn assistent detective sergeant Rogers (Norman Rossington).

In Death Line weten ‘gewone’ mensen minder sympathie op te roepen dan het monster dat in de Londense ondergrondse woont. Voordat James Manfred, OBE verdwijnt, valt hij een vrouw lastig op het perron. Alex toont weinig medeleven voor het slachtoffer en wil hem in eerste instantie eigenlijk helemaal niet helpen. Christopher Lee speelt een arrogante MI5-agent die Calhoun wijst op zijn lagere positie op de sociale ladder. Calhoun leeft vanwege zijn moeilijke karakter helemaal alleen thuis. Tijdens dronken uitstapjes met collega Rogers treitert hij speels bedoeld de barman van zijn stamkroeg.

Death Line (Hugh Armstrong)

Het monster (Hugh Armstrong) is het enige personage in de film dat medelijden verdient. Hij maakt slachtoffers om zijn verzwakte vrouw met bloed en mensenvlees te voeden. Zijn daden zijn afschuwwekkend, maar tot zekere hoogte begrijpelijk. Het monster is geboren en opgegroeid in een afgesloten metrotunnel en weet niet beter dan dat kannibalisme de enige voedingsmethode is.

Het verschil tussen de bovenwereld en de ondergrondse wordt ook door middel van het camerawerk getoond. De scènes op het politiebureau en in de slaapkamer van Alex worden rechttoe rechtaan gefilmd in tegenstelling tot de visuele flair waarmee de camera door de verblijfsruimtes van het monster dwaalt. Een sierlijk lang shot suggereert een bewondering die eigenlijk niet past bij de macabere beelden.

In het boekje bij de Blu-ray van het Britse label Network is onder meer te lezen dat Marlon Brando in eerste instantie was gepolst voor het monster. De veel minder beroemde theateracteur Hugh Armstrong vertelt in een interview over zijn ervaringen op de set. Hij mocht veel improviseren aangezien hij geen dialogen uit zijn hoofd hoefde te leren. Het monster communiceert met maar één tekstregel (Mind the doors!), vergelijkbaar met het enige woord in het vocabulaire van het simpele personage Hodor uit de serie Game Of Thrones.

ГШ (Glintshake) in OCCII Amsterdam (18 januari 2019)

zo, 01/20/2019 - 16:35

Russische bands zijn geen alledaagse verschijning op de Nederlandse poppodia. Ze ontbreken ook steevast in de jaarlijstjes. De enige Russische plaat in mijn kast is het debuutalbum van Zvuki Mu uit 1989 die vanwege de alfabetische rangschikking een vergeten plek inneemt aan het uiteinde van de collectie. De tweede plaat van Russische afkomst werd pas dit weekend toegevoegd dankzij een aankoop na het optreden in OCCII Amsterdam van ГШ (Glintshake) uit Moskou.

ГШ (Glintshake) tourt momenteel door Europa en bezocht dit weekend Amsterdam en Rotterdam. Het kwartet gebruikt sinds het vorige album Оэщ Магзиу (2016) weer Russisch als voertaal in plaats van Engels. De taalbarrière vormt geen bezwaar bij hun fris klinkende greep uit Russische avant-garde, Sovjet new wave en jazz. In plaats van verstaanbare teksten volg je de opgewekte zanglijnen van zangeres/gitarist Ekaterina Shilonosova. Haar hoge stem en melodiekeuze doen denken aan zangeressen in Japanse avant-popgroepen. De begeleiding is bij vlagen net zo tegendraads als no wave.

Nummers van ГШ (Glintshake) nemen regelmatig poppy new wave funk als uitgangspunt voor lange instrumentale passages met staccato gespeelde dissonanten en behoedzaam opgebouwde noise-uitbarstingen. Bassist Yegor Sargsyan en drummer Alexey Yevlanov spelen een consistente groove en zorgen er tijdens de vrije passages voor dat de muziek niet stuurloos wordt. Ekaterina keek tijdens het optreden in OCCII af en toe met vragende blik opzij richting gitarist Evgeny Gorbunov om te zien wanneer hij van plan was het geïmproviseerde gedeelte van een nummer te laten overgaan in de afgesproken finale. De meegebrachte saxofonist mocht zich uitleven met ongestructureerde oprispingen à la James Chance. De vrijheid in het spel zorgde voor veel plezier op het podium. Het optreden werd extra bijgekleurd door feestelijk knipperende lichtreclame.

De avond in OCCII begon met een bescheiden improvisatie van gitarist Terrie Ex en eindigde met het trio The Sweet Release Of Death. De Rotterdamse band had ongeveer drie nummers nodig voordat het ideale geluid was gevonden. Daarna stond de muzikanten niets meer in de weg om de stabiliteit van de zaal te testen met repeterende massieve akkoorden die via meerdere effectpedalen zwaar vervormd uit de speakers dreunden.

The Favourite, Orson Welles en de spiegel van Van Eyck

zo, 01/13/2019 - 11:54

Griekse regisseur Yorgos Lanthimos sluit hoofdpersonages graag op in zijn films. Na onder meer de kinderen in Dogtooth (2009) en de vrijgezellen in The Lobster (2015) is het in The Favourite ditmaal de beurt aan een koningin. Anne komt haar paleis nauwelijks uit omdat ze de wereld niet meer aankan. Ze is een kneedbare speelbalg geworden in politieke en persoonlijke intriges. We krijgen haar doorgedraaide wereld vaak te zien door extreem vervormde lenzen. Lanthimos laat zich voor zijn beeldkeuze onder meer beïnvloeden door een Nederlandse schilder.

Koningin Anne (Olivia Colman) is begin achttiende eeuw officieel de machtigste vrouw van Engeland. Ze is echter fysiek en mentaal te zwak om te regeren en laat daarom beslissingen van landsbelang over aan haar vriendin Lady Sarah (Rachel Weisz). De koningin is een kneedbare marionet, merkt ook Abigail (Emma Stone). Het nichtje van Lady Sarah strandt berooid op het koninklijke landgoed en begint een sluw machtsspel om de positie van Annes favoriet over te nemen.

De aftakeling van koningin Anne in The Favourite heeft een trieste reden. Ze heeft in haar leven zeventien kinderen verloren vanwege miskramen en ziektes. Het is niet voor te stellen hoe het moet zijn om het verlies van een kind keer op keer als psychische dreun te moeten incasseren. De koningin zit opgesloten in haar verdriet zoals ze ook opgesloten zit in haar paleis. De buitenwereld vormt voor haar een grote onbekende dreiging waar ze niet tegen opgewassen is. Ze probeert officiële gelegenheden zoveel mogelijk te vermijden en staat te trillen wanneer ze toch moet opdraven en het centrum van de aandacht vormt.

Olivia Colman in The Favourite

Het gedrag van de koningin levert meerdere komische scènes op. Olivia Colman weet te voorkomen dat Anne een bespottelijk personage wordt. De actrice laat de kijker niet vergeten dat de grappige eigenaardigheden en uitbarstingen voortkomen uit tragische omstandigheden.

Annes verwarde geest en haar doorgedraaide huishouden worden vaak vastgelegd met vervormde lenzen. Het kan regisseur Yorgos Lanthimos niet extreem genoeg. Een van de lenzen zorgt ervoor dat rechte paden veranderen in halve cirkels waardoor het lijkt alsof personages en voertuigen rondjes draaien in plaats van rechte paden begaan.

Het portret van Giovanni Arnolfini en zijn vrouw (Jan van Eyck, 1434)

De opzichtige manier van filmen zorgt er in combinatie met modern taalgebruik en hedendaagse dansjes voor dat The Favourite niet bepaald als historisch correct bestempeld kan worden. Toch passen de vervormde beelden goed in de achttiende eeuw. Lanthimos liet in interviews weten geïnspireerd te zijn door het gebruik van spiegels in schilderijen van oude Nederlandse meesters. Hij zal vast en zeker ook doelen op het portret van Giovanni Arnolfini en zijn vrouw van Jan van Eyck uit 1434. Tussen het geportretteerde echtpaar Arnolfini is op de achtergrond een spiegel te zien waarin hun afbeelding bolvormig weerspiegeld wordt. De vervorming komt overeen met die in de film. De aanwezigheid van de spiegel maakt de kijker bewust van de schilder, aangezien Van Eyck zelf ook in beeld is, net zoals de camera van Lanthimos de aanwezigheid van de regisseur benadrukt.

Orson Welles in Othello (1951)

Orson Welles is een van de bekendste regisseurs met een voorkeur voor extreem lensgebruik en vervormende spiegels. Hij gebruikt ze in films als Citizen Kane (1941), The Lady From Shanghai (1947) en The Trial (1962) om iets te zeggen over de innerlijke beroering van zijn personages en de situaties waarin ze zich bevinden. Toevallig kwam ik er deze maand bij het bekijken van Orson Welles’ Othello (1951) achter dat de regisseur in een van de scènes voor exact dezelfde spiegel staat als die in het schilderij van Van Eyk. Net als in The Favourite verliest ook in deze Shakespeareverfilming een machtig personage de regie over het leven vanwege leugens die mensen in zijn entourage hem influisteren. Kijkend in de spiegel wordt de Afrikaanse prins kortstondig met zichzelf geconfronteerd en staat hij oog in oog met zijn gekwelde dubbelganger. De reflectie maakt zijn geest niet helder en weet zijn jaloersheidswaan niet te temperen.

8/10

An Impossibly Small Object (David Verbeek, 2018)

za, 01/05/2019 - 11:02

De meest recente film van David Verbeek is na de première tijdens IFFR 2018 eindelijk ook in de rest van het land te zien. An Impossibly Small Object gaat over een klein Taiwanees meisje en haar vlieger, maar toch vooral over filmmaker Verbeek zelf.

David Verbeek houdt niet zo van Nederland. De regisseur draait de meeste van zijn films liever in Azië. Hij volgt zijn personages in China of Taiwan en laat zich inspireren door Aziatische filmmakers. In navolging van bijvoorbeeld Akira Kurosawa (Ikiru, High and Low), Wong Kar-Wai (Chungking Express) en Apichatpong Weerasethakul (Tropical Malady) splitst Verbeek zijn laatste film An Impossibly Small Object in tweeën. De eerste helft speelt zich af in Taipei en gaat over het kleine meisje Xiao Han (Lucia). In de tweede, Amsterdamse helft richt de regisseur de camera op zichzelf. Verbeek speelt een fotograaf die het liefst zo min mogelijk in zijn geboorteland verblijft en voornamelijk in Azië door steden zwerft op zoek naar onderwerpen. De link tussen de fotograaf en Xiao Han is de foto die hij op een avond maakt van het meisje en haar lichtgevende vlieger.

An Impossibly Small Object begint met een proloog in zwart-wit waarin de naamloze fotograaf tegenover twee ambtenaren zit. Ze willen van hem weten waarom hij subsidie komt aanvragen voor zijn volgende project. Ook zijn ouders (Gijs Scholten van Aschat en Lineke Rijxman) bestoken hem later in de film tijdens een etentje met vervelende vragen. De eetscène doet denken aan het verhoor op het kantoor van het subsidiefonds. Waarom wil de fotograaf zo ver reizen voor zijn projecten? Is hij op de vlucht is voor zichzelf of gewoonweg op zoek is naar iets anders? In de film probeert de regisseur antwoord te geven op de vraag wat hem drijft. Het verhaal van Xiao Han wordt daarbij slechts gebruikt als uitgangspunt.

Xiao Han (Lucia) en haar moeder in An Impossibly Small Object

De episode met het meisje en haar vlieger is het meest toegankelijke deel van de film dankzij het innemende spel van de piepjonge actrice. We zien vanaf haar ooghoogte het dagelijkse leven in een vreugdeloze buitenwijk in Taipei. Ze trekt zoveel mogelijk op met haar beste vriendje Hao Hao (Chen-Hung Chung) en merkt nauwelijks iets van de dagelijkse problemen van haar ouders. Xiao Han is nog te jong om door te hebben dat haar ouders hun snackbar met moeite draaiende kunnen houden. Ze ziet ook geen gevaar in de vriendelijk ogende gangster die een vaste klant is. De altijd loerende dreiging wordt gesymboliseerd door een eng masker dat in een donkere ligt te wachten voor het lokale dansritueel. De fotograaf legt het masker vast en plaatst het thuis in Amsterdam met hulp van Photoshop in de foto waarop Xiao Han helemaal alleen met haar vlieger speelt.

De fotograaf manipuleert de werkelijkheid om er vat op te krijgen en uit te zoeken wat zijn eigen positie daarin is. De man gedraagt zich als een vampier die voor eigen gebruik verhalen uit mensen zuigt. Het is niet voor niets dat hij het liefst na zonsondergang door Taipei wandelt en thuis de gordijnen gesloten houdt. De fotograaf behandelt de personages in zijn project meer als objecten dan als mensen. Eigenlijk is hijzelf de dreigende drager van het masker. Elke foto die hij maakt klinkt op de soundtrack als een pistoolschot.

An Impossibly Small Object (Lineke Rijxman en David Verbeek)

Debuterend acteur Verbeek houdt met naturel spel goed verborgen wat er precies in hem omgaat. An Impossibly Small Object intrigeert als ideeënfilm maar heeft vanwege de afstandelijke benadering in de tweede helft moeite om te raken.

6/10

Terugblik 2018: Film

ma, 12/31/2018 - 12:39

2018 was een prima filmjaar. Het jaar leek al te pieken in het eerste kwartaal, maar toen verscheen er in de laatste maanden nog meer moois en moest de voorlopige eindlijst flink op de schop. Het zou zo maar eens kunnen dat ik vanwege het grote aanbod een hoogtepunt ben vergeten. Zoals gebruikelijk vind je hieronder naast de bioscoopreleases ook aparte lijstjes met heruitgebrachte klassiekers op blu-ray/dvd, teleurstellingen en films die de Nederlandse bioscopen (vooralsnog?) niet hebben gehaald.

Films in de bioscoop 25. Hereditary 24. Three Billboards Outside Ebbing, Missouri 23. Girl 22. Lean On Pete 21. Jeune Femme 20. Gräns 19. Sweet Country 18. Hannah 17. The Rider 16. Jusqu’à la Garde 15. Shoplifters 14. 3 Faces 13. You Were Never Really Here 12. Call Me By Your Name 11. Burning 10. Mandy

Zo extreem over the top zien we ze zelden tussen het reguliere bioscoopaanbod. De tweede speelfilm van cultregisseur Panos Cosmatos is een psychedelische heavy metal hellevaart waarbij David Lynch, Ash uit Evil Dead, Charles Manson en de Cenobites uit Hellraiser elkaars paden kruizen onder het licht van een maan die alles rood kleurt. Plot speelt een onderschikte rol in deze wraakfantasie. Toon en kleur doen er meer toe dan het verhaal. De film lijkt bedoeld om te ervaren als een muziekstuk. De filmtitel is niet voor niets vormgegeven als het logo van een metalband.

9. Foxtrot

De Israëlische film Foxtrot zet in de openingsscène alles op zijn kop. Het is geen Palestijnse familie die door soldaten wordt overvallen, maar een Israëlisch gezin dat te maken krijgt met legergeweld. De soldaten arriveren met de mededeling dat de zoon des huizes is overleden tijdens zijn dienst langs de grens met het Palestijnse gebied. Ze brengen de geschokte moeder tot bedaren door haar op agressieve manier tegen de grond te drukken en vol te spuiten met kalmerende middelen. Vader krijgt het dwingende advies om op vaste tijdstippen rustgevende pillen te slikken. Foxtrot laat binnen vierkante meters heel treffend en met onverwachte camerastandpunten de absurditeit zien van het onwrikbare conflict tussen Israël en de Palestijnen. En dan moet de episode aan de grens nog beginnen.

8. Zama

Het werd na veertien jaar weer eens tijd voor een film van Lucrecia Martel in de Nederlandse bioscoop. De eerste kostuumfilm van de Argentijnse regisseuse is een tropische koloniale nachtmerrie in zeventiende-eeuws Paraguay. Spaanse officier Don Diego de Zama wacht in Asuncion tot hij weer terug mag naar zijn familie in Buenos Aires. In het openingsshot staat hij aan de kustlijn met zijn rug naar het land toegekeerd te wachten op een boot die nooit komt. De constant gespannen Zama (de geweldige Daniel Giménez Cacho) hoort hier niet thuis maar is ook niet in staat om zich los te trekken van de ongewenste omgeving. In de ogen van de machthebbers is hij een onbelangrijke pion en langzaam maar zeker raakt de man verstopt in de administratie. Zama wordt onzichtbaar. Dagen veranderen in jaren en samen met het titelpersonage verliest ook de kijker grip op het verstrijken van de tijd.

7. Phantom Thread

De hautaine couturier Reynolds Woodcock (Daniel Day-Lewis) is een kille perfectionist die zijn muzen kwelt voordat hij ze afdankt. Hij is geen man om van te houden en toch is dat wat serveerster Alma (Vicky Krieps) doet. Perfectionist Paul Thomas Anderson weet de wederzijdse liefde en de verwantschap aannemelijk te maken in een komische scène waarin Woodcock en Alma gezamenlijk een jurk komen terugeisen bij een klant die er in hun ogen geen recht op heeft. De twee horen bij elkaar. Er is alleen nog een wondermiddel nodig om de man te temmen. Day-Lewis is heerlijk onuitstaanbaar in zijn laatste filmrol. Zijn meningsverschillen met zus en manager Cyril (Lesley Manville) leveren vermakelijke botsingen op. Chic! Whoever invented that ought to be spanked in public. I don’t even know what that word means! What is that word? Fucking chic! They should be hung, drawn, and quartered. Fucking chic.

6. Der Hauptmann

Der Hauptmann had ik dit jaar bijna overgeslagen, maar gelukkig liet de beste filmrecensent van Nederland via Letterboxd weten dat het wel degelijk een aanrader was en haastte ik mij alsnog naar de bioscoop. De film is een meedogenloze oorlogssatire in zwart-wit over een jonge Duitse deserteur (Max Hubacher) tijdens de eindfase van de Tweede Wereldoorlog. Hij trekt het uniform van een gesneuvelde legerkapitein aan als bescherming tegen de kou en merkt vervolgens dat iedere soldaat die hij tegenkomt vanzelf in de houding springt. Hij krijgt zelfs zeggenschap over het lot van deserteurs en andere oorlogsgevangenen in een interneringskamp. De onschuldige soldaat verandert in een niets en niemand ontziende oorlogsmisdadiger. Der Hauptmann laat zien hoe opportunisme van mensen beesten maakt.

5. The Guilty

The Guilty is een geslaagd voorbeeld van een film waarbij een beperking geen obstakel vormt maar een juist leidt tot een creatieve uitdaging. De Deense thriller speelt zich volledig af in de werkruimte van een 112-centrale en richt de camera op één personage: agent Asger Holm (Jakob Cedergren). Hij krijgt een ontvoerde vrouw aan de lijn en wil zich meer met de zaak bemoeien dan zijn functie hem toelaat. Voor een spannende film is soms niet meer nodig dan een strak script, een gedurfd sounddesign en een uitstekende acteur.

4. Cold War

Cold War gaat over de roerige liefdesrelatie tussen een muzikant en zijn muze. Het Poolse drama volgt tevens de ontwikkeling en de verschillende gedaantes van een volksliedje. Het verhaal wordt niet alleen in prachtig gefotografeerde zwart-witbeelden verteld, maar ook aan de hand van muziek. De elliptische vertelwijze dwingt de kijker om zelf de ontbrekende gebeurtenissen in te vullen. Het doet ons tegelijk realiseren hoe kostbaar tijd is en hoe het uit onze vingers glipt.

3. The Florida Project

Empathische regisseur Sean Baker filmt met geduld en zonder een oordeel te vellen over zijn personages. Hij haalt het beste uit een cast die voornamelijk bestaat uit mensen zonder filmervaring. Professional Willem Dafoe wordt bijna van het doek gespeeld door een zesjarige deugniet (Brooklynn Prince) in een film waarin humor op geslaagde wijze aan sociale bewogenheid wordt gekoppeld.

2. Roma

Latijns-Amerikaanse verhalen over huishoudsters leveren vaak prachtige films op. Denk maar aan La Nana/The Maid (Sebastián Silva, 2009) en Que Horas Ela Volta?/The Second Mother (Anna Muylaert, 2015). Mexicaanse regisseur Alfonso Cuarón brengt met Roma een ode aan zijn eigen vroegere huishoudster. De zeer persoonlijke film is een technisch perfecte reconstructie van Cuaróns jeugd begin jaren zeventig. Terwijl buiten politieke onrust heerst wordt binnenshuis het leven van het gezin van moeder Sofia opgeschud door het vertrek van vader Antonio. Huishoudster Cleo is voor de kinderen iemand om van op aan te kunnen in moeilijke tijden. Roma koppelt kleine persoonlijke verhalen aan grote nationale gebeurtenissen en doet dat soms door de camera eenvoudigweg te zwenken van een binnenruimte naar een massascène op de straten van Mexico Stad. De details waarmee Cuarón zijn herinneringen oproept zijn op het grote filmdoek het best waarneembaar zoals in december bleek tijdens de vertoning in Zaal 1 van EYE.

1. Western

Bijna stond Roma op de eerste plek, maar uiteindelijk koos ik toch voor een film die me na de vertoning op IFFR begin februari nog steeds helder bijstaat. De derde speelfilm Western van Duitse regisseuse Valeska Grisebach gaat over Meinhard (nieuwkomer Meinhard Neumann), een Europeaan die nergens thuishoort. Hij past niet in de groep Duitse arbeiders met wie hij nabij een Bulgaars grensdorp werkt aan de bouw van een waterkrachtcentrale en hij hoort ook niet bij de lokale bevolking waar hij contact mee zoekt. De plotlijn van Western lijkt onzichtbaar omdat alles op documentaire wijze gefilmd is. De motieven van Meinhard zijn lastig te doorgronden en dus verrast zijn personage omdat hij keuzes maakt die je niet aan ziet komen. De man is zowel gemotiveerd door zijn zoektocht naar acceptatie en vriendschap als door de haantjesstrijd met brute collega Vincent (Reinhardt Wetrek). Die twee uitgangspunten blijken lastig met elkaar te combineren.

Films die de Nederlandse bioscoop (nog) niet hebben gehaald 1. An Elephant Sitting Still (Bo Hu, 2018)

An Elephant Sitting Still is een lange, ambitieuze Chinese mozaïekfilm van de vroeg overleden debuterende regisseur Bo Hu (1988-2017) over een dag in het leven van verschillende, weinig vermogende personages. Ze zijn de regie over hun bestaan kwijt door toedoen van de corruptie, misdaad, algehele liefdeloosheid en het gebrek aan solidariteit waar ze elke dag mee worden geconfronteerd. Konden ze de wereld maar gewoonweg negeren net zoals de olifant uit de titel.

2. Happy Hour (Ryûsuke Hamaguchi, 2015)

Ryûsuke Hamaguchi’s 317 minuten durende film werd op Letterboxd getipt door OMC. Happy Hour is een hedendaagse variant op de vrouwenfilms van de Japanse regisseur Mikio Naruse (1905-1969). Vier bevriende dertigers nemen in Kobe hun relaties kritisch onder de loep wanneer een van hen op het punt staat van haar man te scheiden. Besta je eigenlijk nog wel in Japan als je besluit zonder man verder te willen leven? Happy Hour won in het thuisland meerdere prijzen, maar is in ondertitelde versie officieel alleen via Amerikaanse import op dvd verkrijgbaar.

3. American Animals (Bart Layton, 2018)

Regisseur Bart Layton verraste enkele jaren geleden met de documentaire The Imposter (2012). Ook in zijn eerste speelfilm staan fictie en werkelijkheid op gespannen voet met elkaar. Het verhaal over vier studenten in Kentucky en hun plan voor het stelen van kostbare boeken is op waarheid gebaseerd en wordt door de echte criminelen van commentaar voorzien. Feiten en fictie worden vernuftig en met veel komisch effect door elkaar verweven. Het avontuur wordt grimmiger naarmate de hoofdpersonages merken wat de consequenties van hun daden zijn. Amsterdam speelt een kleine bijrol met de Duitse acteur Udo Kier als contactpersoon Van der Hoek. Kier kwam dit jaar vaker voorbij en was in de bioscoop te zien in Don’t Worry, He Won’t Get Far On Foot en Figlia Mia.

4. Thunder Road (Jim Cummings, 2018) 5. Support The Girls (Andrew Bujalski, 2018)

Geen enkele film van de zes die Andrew Bujalski sinds 2002 heeft gemaakt kreeg een Nederlandse bioscoopuitbreng en dat is eigenlijk best wel schandalig, zeker wat betreft de feministische komedie Support The Girls. Actrice Regina Hall revancheert zich van flauwe komedies als Scary Movie 1 t/m 64 en speelt de rol van haar leven als restaurantmanager Lisa. Ze wordt door haar collega’s gewaardeerd vanwege haar managementtalent en een betrokkenheid die verder gaat dan de deur van het restaurant. Macho bedrijfseigenaar Cubby (James Le Gros) denkt daar anders over en confronteert Lisa met een maatschappij waarin alleen winst telt en mannen de dienst wensen uit te maken.

6. Madeline’s Madeline (Josephine Decker, 2018)

7. Strangled (Árpád Sopsits, 2016)

8. Pin Cushion (Deborah Haywood, 2017)

9. La Petite Fille Qui Aimait Trop Les Allumettes (Simon Lavoie, 2017)

10. Sollers Point (Matthew Porterfield, 2017)

Documentaires
  1. The Vietnam War
  2. Dawson Frozen City
  3. Rabot
  4. Three Identical Strangers
  5. Won’t You Be My Neighbor
  6. Filmworker
  7. Dead Slow Ahead
  8. The King
  9. Crime + Punishment
  10. 70/52
Klassiekers (Blu-ray, DVD, streaming)

2018 was het jaar van Orson Welles. Documentairemaker Mark Cousins maakte een biografie over de regisseur aan de hand van Welles’ tekeningen. Netflix gaf de eindelijk afgeronde versie van Welles’ laatste project The Other Side Of The Wind cadeau en aan het eind van het jaar bracht Criterion The Magnificent Ambersons uit op Blu-ray. De door de studio verminkte film uit 1941 is voor twee derde het meesterwerk dat het volgens de kenners is. Het laatste half uur vind ik nog steeds niet om door te komen. In de vele extra’s op de Blu-ray wordt uitgebreid uitgelegd waar het allemaal mis is gegaan.

Criterion bracht ook een glimmend opgepoetste versie uit van Martin Scorsese’s kostuumdrama The Age Of Innocence. De thuisbioscoop vertoonde daarnaast voor het eerst de debuutfilms van Milos Forman en Wim Wenders, de bewegende Jules Vernes-prentenboeken van het Tsjecho-Slowaakse animatiegenie Karel Zeman, een anarchistisch komedie van Adolfas Mekas en een van de weinige fictiefilms van de minimalistische documentairemaker James Benning. Het label Powerhouse Films blijft filmfanaten vanuit Engeland bestoken met boxen vol cultfilms. Van de serie met films uit de koker van Hammer is Volume Two met misdaadfilms het interessantst, onder meer vanwege de idiote openingsscène in The Snorkel (1958), Peter Cushing als bankmedewerker in kraakfilm Cash On Demand (1961) en het nog steeds actuele Never Take Sweets From A Stranger (1960). En dan heb ik nog niet eens over de vele extra’s aan commentaren, documentaires en andere context.

  • 11 x 14 (James Benning, 1977)
  • The Age Of Innocence (Martin Scorsese, 1993)
  • Die Angst des Tormanns beim Elfmeter (Wim Wenders, 1972)
  • Black Peter (Milos Forman, 1964)
  • Derek Jarman Volume 1: 1972-1986 (box)
  • Invention For Destruction (Karel Zeman, 1958)
  • Hallelujah The Hills (Adolfas Mekas, 1963)
  • Hammer Volume Two: Criminal Intent (box)
  • The Magnificent Ambersons (Orson Welles, 1942)
  • The Other Side Of The Wind (Orson Welles, 2018)
Teleurstellingen in de (thuis)bioscoop Halloween (David Gordon Green, 2018)

Denkend aan Halloween zie ik John Carpenter voor me als grijzende rockster in TivoliVredenburg. Drie weken voordat de nieuwe Halloween 1 november in Nederland in première ging speelde de regisseur samen met zijn zoon Cody en drie overige bandleden het door hem geschreven nieuwe filmthema live voor een uitverkochte grote zaal. Carpenter was naast componist verder alleen als executive producer betrokken bij vervolg nummer zoveel van zijn horrorklassieker uit 1978. Het script van Halloween 2018 lijkt geschreven rondom een opeenvolging van verwijzingen naar het origineel en heeft verder weinig meer te bieden dan voorspelbare en daardoor tandeloze schrikeffecten.

LBJ (Rob Reiner, 2016)

Als je me zou vragen wie het meest geschikt is om de rol van president Lyndon B. Johnson te spelen, dan zou ik zonder te hoeven nadenken meteen Richard Jenkins noemen. Het vreemde aan de film LBJ is dat Jenkins inderdaad meespeelt, maar dan in de rol van senator Richard Russell. De hoofdrol wordt gespeeld door een opzichtige gezichtsprothese.

Loro (Paolo Sorrentino, 2018) Loro (foto: Gianni Fiorito)

Tijdens het ondergaan van Loro voelde ik me als het onfortuinlijke schaapje dat in de openingsscène bezwijkt na het binnenlopen van Silvio Berlusconi’s villa. Er is veel aan te merken op deze politieke satire, maar laat ik me beperken tot één scène. Ergens in het tweede deel draait Berlusconi (Toni Servillo) uit pure verveling een willekeurig telefoonnummer en weet hij een niet bestaand huis te slijten aan een eenvoudige huisvrouw. Regisseur Paolo Sorrentino wil laten zien wat een charmeur Berlusconi is en dat de corrupte politicus met zijn charme alles gedaan krijgt. Het lukte de regisseur alleen niet om mij daarvan te overtuigen. Niemand koopt een huis naar aanleiding van gladde telefoonpraatjes, zelfs die eenvoudige mevrouw niet. Berlusconi is in Loro te veel een karikatuur om in het personage te geloven. Sorrentino’s Berlusconi kan niet tippen aan die andere dubieuze charmeur uit 2018: Jimmy McGill (Bob Odenkirk) in het vierde seizoen van de serie Better Call Saul.

  • M (Sara Forestier, 2017)
  • Mute (Duncan Jones, 2018)
  • Niemand In De Stad (Michiel van Erp, 2018)
  • El Presidente a.k.a. La Cordillera a.k.a. The Summit (Santiago Mitre, 2017)
  • Transit (Christian Petzold, 2018)
  • The Wife (Björn Runge, 2018)
  • Woodshock (Kate & Laura Mulleavy, 2017)
Boeken

Films nemen te veel ruimte in beslag, niet alleen wat betreft tijd maar ook als het gaat om beschikbare kastruimte. En als ik eenmaal aan een boek toekom is er altijd wel een link met film of muziek. Verder dan het onderstaande lijstje kwam ik niet in 2018.

Viv Albertine – To Throw Away Unopened

Gitarist Viv Albertine zat ooit in de invloedrijke vrouwenband The Slits en schreef in 2014 uitgebreid over haar muziekcarrière in Clothes, Clothes, Clothes. Music, Music, Music. Boys, Boys, Boys. Albertine speelt ook een hoofdrol in de film Exhibition (Joanna Hogg, 2013). Het verhaal van The Slits was dit jaar op het filmfestival in Rotterdam te zien in de documentaire Here To Be Heard: The Story Of The Slits. Albertine beschrijft in haar tweede boek zonder enige terughoudendheid hoe ze afrekent met haar familieverleden. Ze probeert te achterhalen wie van haar ouders de meest negatieve invloed op haar leven heeft gehad. Haar zoektocht wordt doorsneden met een uiterst pijnlijke confrontatie aan het sterfbed van moeder. Deze gebeurtenis lijkt zich verspreid over het boek in slow motion af te spelen. Vanwege deze constructie leest To Throw Away Unopened als een spannende roman.

David Lynch, Kristine McKenna‎ – Room To Dream

Kristine McKenna tekende de memoires op van David Lynch en liet de regisseur daar vervolgens per hoofdstuk op reageren. Room To Dream valt vanwege deze gekozen vorm af en toe nodeloos in de herhaling. Lynch zal de laatste zijn om zijn eigen werk uitgebreid te analyseren, maar het boek bevat voldoende anekdotes om meer inzicht te krijgen in zijn beweegredenen en werkmethoden.

Werner Schroeter – Days of Twilight, Nights of Frenzy: A Memoir

De Duitse regisseur Werner Schroeter (1945-2010) was een tijdgenoot en vriend van onder meer Rainer Werner Fassbinder en Wim Wenders. Zijn operateske filmstijl zal niet iedereen bekoren, zeker als het gaat om zijn vroege experimentele werk. Schroeter was fan van Maria Callas en heeft haar ook meerdere keren gesproken. Een gezamenlijke film is er nooit van gekomen, maar haar muziek keert regelmatig terug in zijn films. In het boek Days of Twilight, Nights of Frenzy laat de regisseur zijn herinneringen de vrije loop, onder meer over de relatie met muze Magdalena Montezuma. Haar poëtische zwanenzang Der Rosenkönig (1986) staat op YouTube. Het boek was een goede aanleiding voor het zien van meer van zijn latere, meer plotgerichte werk zoals de migrantenfilm Palermo Oder Wolfsburg (1980) en zijn laatste film Nuit De Chien (2008). Schroeter werkte in
Malina (1991) samen met Isabelle Huppert (hoofdrol) en Elfriede Jelinek (scenario) tien jaar voordat Michael Haneke met hen The Piano Teacher maakte.

Anthony DeCurtis – Lou Reed: A Life

Lou Reed was een moeilijke man, een nare man zelfs. Zijn solocarrière interesseerde me tot voor kort veel minder dan zijn baanbrekende werk met The Velvet Underground. Veel verder dan Berlin (1973), New York (1989) en Songs For Drella (1990) was ik niet gekomen Met zijn biografie in handen kreeg ik meer waardering voor platen als The Bells (1979) met o.a. Don Cherry, The Blue Mask (1982) en Ecstasy (2000). In april zong Reed postuum mee tijdens het optreden van zijn weduwe Laurie Anderson tijdens haar optreden op het festival Rewire in Den Haag.

Terugblik 2018: muziek

za, 12/29/2018 - 18:04
The Ex

De eindredacteur van The Wire merkte in de laatste editie van 2018 op dat de ingezonden individuele lijstjes voor het traditionele jaaroverzicht nog meer van elkaar afweken dan in de voorgaande jaren. Het gebrek aan consensus onder muziekkenners is een logisch gevolg van het gebrek aan overzicht in het digitale tijdperk. De meeste mensen creëren een eigen niche uit het onuitputtelijke aanbod, zeker als ze zich niet laten leiden door gratis promo’s. Ik haal mijn inspiratie voornamelijk uit de playlist van WFMU, de zondagavond op de Concertzender, de schappen van Rush Hour en wat ik toevallig tegenkom in Concerto, de aftiteling van bijzondere films, verrassende voorprogramma’s, de vele tips op Twitter en het eerder genoemde The Wire. Bij het samenstellen van het onderstaande overzicht van 2018 heb ik me zoveel mogelijk beperkt tot albums die fysiek in de kast staan.

Concerten 1. The Ex in Semai (30 maart)

Geen jaar zonder The Ex en daarom ook geen jaarlijstje zonder The Ex. Het Amsterdamse kwartet presenteerde eind maart het langverwachte nieuwe album 27 Passports in de afgeladen feestzaal van het Eritrees/Ethiopische restaurant Semai in Amsterdam-Noord. Het nieuwe songmateriaal, dat we een jaar eerder hoorden rijpen tijdens optredens in OT301 en het Utrechtse dB’s, was tot volle wasdom gekomen en denderde met veel geestkracht via het lage, bezwete plafond dwars door de middenriffen van de aanwezigen. Naast de vele grijzende usual suspects werd ook opvallend veel jong publiek opgetild door de noisy riffs, Afrikaanse loopjes en rollende drumpartijen. The Ex weet als geen ander hoe je repeterende composities moet opbouwen zonder in herhaling te vervallen. Het openingsloopje van toegift Maybe I Was The Pilot, van het album Catch My Shoe (2010), werd massaal meegezongen alsof het de officiële opvolger was van de riff in Seven Nation Army.

2. Rooie Waas in Mezrab (22 maart) Rooie Waas: Mikael Szafirowski, Gerri Jäger & Gijs Borstlap 3. UUUU + Arto Lindsay & Zs + The Thing tijdens Rewire (7 april) UUUU 4. Peter Sijbenga & Jelle Buma spelen Nasmak in Q-Factory (2 november) Peter Sijbenga en Jelle Buma 5. Circuit des Yeux + Irreversible Entanglements tijdens Le Guess Who (11 november) Irreversible Entanglements Albums (alfabetisch) 1. The Avonden – Wat Een Cirkel Is

Optredens van The Avonden zijn opbeurende aangelegenheden met de opgetogen zanger, gitarist en songschrijver Marc van der Holst als stralend middelpunt. Openingsnummer Laat De Kerken Branden (thematisch gezien de Nederlandse variant op Kerosene van Big Black) is een heuse meezinger. Humor hoort bij het werk van Van der Holst, zowel in zijn muziek als bij het optekenen van de avonturen van stripheld Spekkie Big. Het is terloopse humor ter verzachting van de zielenpijn waar het album Wat Een Cirkel Is van is doortrokken. De teksten werken niet toe naar een pointe – het komische effect komt door de schijnbaar eenvoudige manier waarop korte zinnen worden geformuleerd en soms net niet binnen de maat passen. Van der Holst weet een heel leven op te roepen met slechts een paar simpele rake woorden. Als je de liedjes in een andere volgorde legt kun je een verhaal reconstrueren over een personage dat vanwege misstappen tijdens de middelbareschooltijd jaren later last krijgt van geestelijke kwellingen. De dienstbare begeleidingsband zorgt ervoor dat het leed nergens wordt overgedramatiseerd. Meerdere liedjes spelen zich af in een inrichting waar waandenkbeelden met pillen worden bestreden. De nuchtere en openhartige manier waarop over deze periode wordt gezongen wekte bij eerste beluistering een ontroering op die me volledig overviel.

2. Courtney Barnett – Tell Me How You Really Feel
3. The Ex – 27 Passports 4. GAS – Rausch

Een uitgerekte elektronische fanfare voor een toekomst zonder mensheid.

5. Geins’t Naït / Laurent Petitgand – Make Dogs Sing

Een verzameling niet eerder uitgebrachte filmmuziek en experimentele ambient uit Frankrijk.

6. The Howl Ensemble – Patina

Normaal gesproken loop ik met een extra wijde boog om bands heen die vallen binnen het uitgebluste genre postrock. Ik maak graag een uitzondering voor de Haagse band The Howl Ensemble. Het trio stopt voldoende bestanddelen in de mix om de instrumentale muziek boven het gemiddelde aanbod te trekken en de lange nummers tot aan het slotakkoord boeiend te houden. Het helpt ook dat de muzikanten hun instrumenten uitstekend beheersen. Het geluid van de duellerende gitaren wordt door effectapparatuur verrijkt en gastbijdragen van akoestische instrumenten (vibrafoon, trombone en baritonsaxofoon) zorgen ervoor dat de snelle noten en onregelmatige maatsoorten niet uitmonden in kille technische exercities. The Howl Ensemble is ook live de moeite waard zoals bleek tijdens hun optreden in OCCII op 28 juni.

7. HOWRAH – Self_Serving Strategies 8. Jóhann Jóhannsson – Mandy (Original Motion Picture Soundtrack) 9. Lewsberg – Lewsberg

Lewsberg zou op het eerste gehoor als Velvet Underground-epigoon weggezet kunnen worden. Sommige nummers op de debuutplaat klinken als herontdekte outtakes van het derde Velvets-album en de praatzanger in Non-fiction Writer had het verhaal in The Gift verteld kunnen hebben in plaats van John Cale. De Rotterdamse band roept meer referenties op. Bill Callahan van Smog klinkt door in Terrible en de nerveuse gitaartjes in Chances hebben een Feelies feel. Toen ik na het draaien van Lewsberg het tweede album van Television uit 1978 opzette bleken de twee bands elkaar niet te bijten. De band speelt cerebrale rock met een intellectuele afstandelijkheid. De minimalistische gitaarpartijen worden met veel precisie in rechte lijnen uitgevoerd alsof een liedje een architectonisch basisconcept is. Zanger/gitarist Arie van Vliet houdt emoties op afstand. Gitarist Michiel Klein speelt vrijwel onbewogen zijn onderkoelde cleane licks en overrompelt op dezelfde wijze met woedende noise-solo’s waarmee hij de songconstructie probeert te slopen. Het intellectuele imago van de band wordt definitief afgeschud door de rockende ritmesectie.

10. Michael Beharie & Teddy Rankin-Parker – A Heart From Your Shadow

De eerste gezamenlijke plaat van muzikant/producer Michael Beharie (Zs) uit New York en cellist Teddy Rankin-Parker uit Chicago begint sereen als a doom symphony of urban anxiety, zoals de begeleidende tekst het op de Bandcamp-pagina omschrijft. Het album bestaat verder uit gevarieerde botsingen tussen onrustige samples en cello-improvisaties. Ritualistische ritmes (Gully) worden afgewisseld met onheilspellende soundtracks (Smooth Face). Het geheel doet in de verte denken aan het duo The Books, maar dan donkerder, rauwer en zonder relativerende humor. De plaat is gemixt door Jim O’Rourke en gemasterd door James Plotkin.

11. Roy Montgomery – Suffuse

De echoënde guitarscapes van Roy Montgomery klinken op Suffuse minder vrijblijvend dan op eerdere, instrumentale platen. Dat heeft de gitarist te danken aan de bijdragen van gastzangeressen. De bariton van Haley Fohr (Circuit des Yeux), die dit jaar ook extra smaak gaf aan het album Bellowing Sun van Mind Over Mirrors, trekt vanaf haar eerste noot het openingsnummer Apparition volledig naar zich toe. De overige deelnemende zangeressen zijn Jessica Larrabee (She Keeps Bees), Katie Von Schleicher, Clementine en Valentine Nixon (Purple Pilgrims), Julianna Barwick en Liz Harris (Grouper).

12. Georgia Anne Muldrow – Overload

Volgens muziekblad Oor is Dirty Computer van Janelle Monáe het beste album van 2018. Het lukte mij niet te horen wat zo bijzonder is aan die popplaat. Er staat geen enkele track op die mijn oren doet spitsen en me van mijn werk afhoudt. Dat gebeurde wel tijdens het draaien van Overload van de Amerikaanse zangeres Georgia Anne Muldrow. Haar gestapelde vocalen trekken zich vaak niets aan van geijkte songstructuren en volgen eigenwijs, vastberaden en moeiteloos een eigen grillig slingerende lijn.

13. Brett Naucke – The Mansion

Eén track van The Mansion tijdens een uitzending van What Was Music? op het Amerikaanse radiostation WFMU was genoeg om direct het album van Brett Naucke te bestellen. Het muzikale bouwwerk van de elektronische componist uit Chicago laat zich beluisteren als een wandeling door een spookhuis dat elk moment kan instorten. In elk vertrek zitten herinneringen elkaar in de weg en proberen muziek- en geluidsflarden aan de ruimte te ontsnappen. Dit is Virtual Reality voor gesloten ogen.

14. Pram – Across The Meridian

Pram is een tijdgenoot van Stereolab en Broadcast, maar is minder bekend en zal daarom niet vaak in dezelfde adem worden genoemd. De band uit Birmingham keerde deze zomer na elf jaar stilte terug, zonder zangeres Rosie Cuckston maar met een nieuw album. Bassiste Sam Owen heeft de vocalen ditmaal voor haar rekening genomen. De band blijft niet in het verleden hangen. Op Across The Meridian worden de vertrouwde dromerige fluisterliedjes afgewisseld met geïmproviseerd klinkende, exotische postpunkexperimenten waarin de trombone voor een vrolijke noot zorgt.

15. Puce Mary – The Drought

De Deense Frederikke Hoffmeier gebruikt noise ditmaal niet om te ontvluchten aan de onderdrukkende invloed van hedendaags architectuur en de steeds minder bewoonbaar wordende planeet, maar als middel om in deze wereld te kunnen overleven. De rustpunten op The Drought zorgen ervoor dat de muzikant veel meer de diepte in gaat dan op voorgaande albums.

Rereleases 1. Aksak Maboul – Un Peu De L’Âme Des Bandits (1980)

Het tweede album van Aksak Maboul, het kameleontische project van Vincent Kenis en Crammed Discs-oprichter Marc Hollander, is zo’n rijke plaat dat het me verbaast dat ik er niet eerder mee aanraking was gekomen. De Europese avant-garde is goed vertegenwoordigd met onder meer input van geëngageerde improvisatoren Fred Frith en Chris Cutler. Belgische zangeres Catherine Jauniaux zou later samenwerken met o.a. The Ex (Scrabbling At The Lock). De progressieve rock op Un Peu De L’Âme Des Bandits klinkt als Henry Cow met een punkrandje, Arabisch getinte uitstapjes, free jazz en verdwaalde elektronica. Deze heruitgave bevat een extra cd met nog meer moois uit de korte historie van de band.

2. Taj Mahal Travellers – August 1974 (1975)

Dankzij de heruitgave op het Belgische label Aguirre Records kunnen we vier plaatkanten en anderhalf uur lang zweven op de geïmproviseerde drones en andere psychedelische experimenten van het Japanse gezelschap Taj Mahal Travellers. De muziek zou als alternatieve soundtrack kunnen dienen bij de film Horrors of Malformed Men (Teruo Ishii, 1969) die dit jaar door Arrow Video opnieuw werd uitgebracht.

3. Acezantez – Acezantez (1973)

Het gezelschap Acezantez is opgericht door de Kroatische componist en muzikant Dubravko Detoni. Op het gelijknamige album uit 1973 staan elektronische composities met analoge samples, fragmenten van 78-toerenplaten, radiostemmen, tekstsnippers en industriële ritmes. Gesneden koek voor fans van Nurse With Wound.

4. Joe Henderson featuring Alice Coltrane – The Elements (1974) 5. Hal Singer & Jef Gilson – Soul Of Africa 6. Steve Lacy, Yuji Takahashi, Takehisa Kosugi – Distant Voices (1976) 7. Cyrnai – Charred Blossoms (1985) 8. The Nightcrawlers – The Biophonic Boombox Recordings (1980-1991)

Scènes die ik in 2018 liever niet had gezien – Deel 2: Niemand In De Stad

za, 12/22/2018 - 15:09

Voordat ik eind deze maand uitgebreid terugblik op het afgelopen muziek- en filmjaar, belicht ik deze week twee scènes uit 2018 die ik het liefst uit mijn geheugen zou laten wissen. De tweede scène waar ik liever niet meer aan herinnerd wil worden komt voor in Niemand In De Stad.

Het speelfilmdebuut Niemand In De Stad van documentairemaker Michiel van Erp speelt zich af in het milieu van Amsterdamse corpsballen. Deze luidruchtige stropdassen hebben over het algemeen een slechte reputatie, onder meer vanwege excessen tijdens ontgroeningsrituelen. Elke negatieve gedachte die je over dit soort mensen hebt wordt door de film bevestigd, in het bijzonder door toedoen van een expliciete scène in het eerste deel van de film. In deze scène stopt een van de ballen als onderdeel van een weddenschap 24 borrelnootjes op een plek in zijn lichaam waar je liever geen close-up van ziet. De scène laat een nare smaak achter en maakt het onmogelijk om tragische figuren te willen zien in Amsterdamse student Philip Hofman (Minne Koole) en zijn kornuiten. Toch is dat wat Niemand In De Stad van de kijker lijkt te verlangen.

In de centrale verhaallijn zet Philip zijn relatie met deugdzame studiegenoot Elizabeth (Julia Akkermans) op het spel door vreemd te gaan met de uitdagende Karen (Sofie Porro). Dat gegeven is voor de filmmaker aanleiding voor het tonen van veel decoratief bloot, want dat is immers sinds de jaren zeventig een traditie in Nederlandse speelfilms. Philips gedrag roept alleen medelijden op voor Elizabeth.

De avontuurtjes van Philip zijn voor hem meer opwindend dan voor de kijker. Ze worden onderbroken door twee verhaallijnen met twee van zijn vrienden in de hoofdrol. In de eerste zijlijn zoekt maatje Matt (Jonas Smulder) met tegenzin toenadering tot zijn vader (Huub van der Lubbe). Vader woont in Spanje met een veel te jonge vriendin. Hij heeft voor zijn zoon een belangrijke mededeling die al in de trailer van de film wordt verklapt. De reis van Philip en Matt naar Spanje levert slechts een ongemakkelijk gesprek aan tafel op waarbij het ongemak vooral veroorzaakt wordt door gebrek aan bevlogen dialogen en het ontbreken van chemie tussen de acteurs. Het lijkt alsof de regisseur hoopte dat de confrontatie vanzelf tot een interessante scène zou leiden.

Niemand In De Stad (Huub van der Lubbe & Jonas Smulder)

Ook in de tweede zijlijn over vriend Jacob (Chris Peters) wordt de rol van Philip gereduceerd tot die van getuige. Jacob durft binnen de ballencultuur niet uit te komen voor zijn homoseksualiteit, bang om uitgestoten te worden. Zijn ontwikkeling is in potentie interessanter dan Philips avonturen onder de dekens, maar omdat Philip in de spotlichten staat blijft Jacob een zonderlinge buitenstaander wiens levenswijsheden steeds meer beginnen te irriteren.

De film wordt meerdere keren onderbroken door tableaux vivants van personages die even de tijd nemen om rechtstreeks in de camera kijken. Het blijft onduidelijk wat de precieze functie is van deze bevroren momenten. Wat niet stoort in Niemand In De Stad zijn de mooie plaatjes van nachtelijk Amsterdam en de ontroerende korte rol van Ariane Schluter als Jacobs moeder.

Scènes die ik in 2018 liever niet had gezien – Deel 1: Tesnota

ma, 12/17/2018 - 20:27

December is traditioneel de maand waarin het bijna voorbije jaar wordt geëvalueerd. Ik begin de terugblik met twee scènes die ik het liefst uit mijn geheugen zou laten wissen. De eerste scène is een extreme video in het Russische drama Tesnota.

‘Die onthoofdingsvideo moest echt’, waarschuwde de kop boven het artikel in de NRC over Tesnota (Kantemir Balagov, 2017). Er was eigenlijk geen betere reden om die film aan me voorbij te laten gaan. Desondanks ging ik na enkele weken twijfelen toch naar de Filmhallen. Bij de kassa kreeg ik mijn tweede waarschuwing van een bezorgde kaartjesverkoopster. Ze belde later voor een andere bezoeker haar collega bij de bar met de vraag op welk moment de ellende in Tesnota begint. Ik luisterde aandachtig naar het antwoord en wist dus wanneer ik mijn ogen moest sluiten. Helaas bleek dat onvoldoende bescherming tegen wekenlange somberheid en terugkerende nachtmerries.

Tesnota (Danrya Zhovnar)

De afschuwelijke snuff video waar we ergens halverwege Tesnota mee worden geconfronteerd werd eind jaren negentig binnen bepaalde bevolkingsgroepen verspreid en was ook een hit in Naltsjik, de hoofdstad van de autonome Russische deelrepubliek Kabardië-Balkarië waar regisseur Kantemir Balagov vandaan komt en het personage Ila (Danrya Zhovnar) woont. Ila’s familie behoort tot een Joodse minderheid in de
deelrepubliek. De levenslustige jonge vrouw heeft aan het begin van de film nog toekomstdromen, maar die worden aan diggelen geslagen wanneer haar geliefde broer samen met zijn toekomstige bruid wordt ontvoerd. Ila vlucht de nacht in met haar Kabardische vriendje en zijn racistische kornuiten. Ze wordt tijdens hun troosteloze feestje geconfronteerd met de video waarop de extreme uitwassen van de etnische conflicten in het nabijgelegen Tsjetsjenië ongecensureerd worden getoond. Wat me van de rest van de film nog vaag is bijgebleven is de drugsroes van Ila als zinloze poging om aan de werkelijkheid te ontsnappen.

Tesnota laat zien hoe de opgewekte en opstandige Ila binnen een etmaal verandert in een gedesillusioneerde vrouw die moet accepteren dat afkomst haar onzekere toekomst bepaalt. Debuterend actrice Danrya Zhovnar speelt de gedaantewisseling zeer geloofwaardig. Balagov gunt de kijker alle tijd om het hoofdpersonage te leren kennen, onder meer in een lange scène waarin ze ’s avonds voor het huis met broer David (Veniamin Kac) een sigaret rookt en de innige, ietwat ambigue relatie tussen de twee invoelbaar wordt.

Uiteindelijk blijft na afloop van Tesnota de video als een dreigende donkere wolk boven de herinnering aan de film hangen. Het sluiten van de ogen bleek een vergeefse manier om me voor de inhoud af te sluiten. Als ik aan de film terugdenk hoor ik weer de geluiden uit een abattoir waar mensen de keel wordt doorgesneden, de smeekbedes van weerloze jongens in doodsangst en het gorgelen van mensen die in hun eigen bloed stikken. Geluiden zijn minstens zo schokkend als beelden. Daar kwam ook Werner Herzog achter toen hij in Grizzly Man (2005) de geluidsopname hoorde waarop te horen is hoe het onderwerp van zijn documentaire door een beer levend verscheurd en opgepeuzeld wordt. Vernietig deze opname voor je eigen bestwil, was zijn dringende advies aan de eigenaar van de tape. Mijn advies aan de lezer is om Tesnota ongezien te laten.

Kikagaku Moyo in Paradiso (8 december 2018)

zo, 12/09/2018 - 17:45
Kikagaku Moyo (foto: Jörn Krüger)

Paradiso’s Indiestad presenteerde gisteren een avondvullend programma rondom Kikagaku Moyo. Deze Japanse psychrockband brengt platen uit via het Amsterdamse label Guruguru Brain en speelde dus eigenlijk een thuiswedstrijd. De avond had meer te bieden dan lange haren en Paisley-shirts. Het nuchtere HOWRAH mocht de avond openen in de bovenzaal en was vanwege hun bijdrage een extra stimulans om naar Paradiso af te reizen.

Ondanks de belabberde weersomstandigheden waren er al aardig wat bezoekers in de kleine zaal van Paradiso aanwezig toen stipt om 18.30 uur de lichten dempten en HOWRAH het podium betrad. Het Nederlandse kwartet speelde nummers van het album Self_Serving Strategies en ging meteen voluit met het stampende Vacuity. De in het begin opvallend luid afgestelde basdrum van Ineke Duivenvoorde nam enkele minuten de hartslag van het publiek in de voorste rijden over. De zang van gitarist Cees van Appeldoorn kwam deze keer helder boven de gitaren uit zodat we hem voor de verandering woord voor woord konden verstaan. De bovenzaal is vertrouwd terrein voor HOWRAH en de band klinkt daar altijd goed. De ruimte houdt de volle gitaarpartijen van Van Appeldoorn en Gijs Loots compact. Toch zou ik ze wel eens willen horen uitwaaieren in de grote zaal van Paradiso.

PAINT (bron: YouTube)

De bovenzaal was te klein voor de Amerikaanse band PAINT van Allah-Las-gitarist/zanger Pedrum Siadatian (niet te verwarren met het Canadese Paint). Ik hield het in de voorste rijen ongeveer vijf nummers vol, wat genoeg was om te kunnen constateren dat de lui achterover hangende psychedelische Syd Barrett-pop duidelijk niet aan mij was besteed. De vijf adequaat musicerende bandleden (inclusief toetsenist die een fluit tevoorschijn toverde) probeerden het geheel ritmisch interessant te houden door vierkwartsmaten enkele keren te verruilen voor een zesachtste of andere, onregelmatige maatsoort. Ze hoopten ondertussen tevergeefs dat de onopvallende akkoordenschema’s vanzelf tot liedjes zouden transformeren.

Hoofdact Kikagaku Moyo blijkt een grote aanhang te hebben, want de grote zaal van Paradiso was afgeladen. De vijf langharige bandleden werden er een beetje verlegen van. Ze gaan op hun albums met grote regelmaat loos in vrije spacey jams, maar lieten live minder aan het toeval over, spelend met een neiging tot perfectionisme waar meer Japanse bands om bekend staan. De feminiene uitstraling kwam behalve het uiterlijk ook tot uiting in de broze, meisjesachtige manier van zingen. Kikagaku Moyo wisselde af tussen fijnbesnaard en ongenadig rockend. Tijdens de kalme nummers werd de sitar naar voren geschoven en tijdens de luide uithalen overheerste het wah wah-pedaal van de solerende gitarist.

Kikagaku Moyo (foto: Sara Clëicampo)

De band klonk het meest geraffineerd nadat twee stoelen voor op het podium waren gezet, een van de bandleden een cello tevoorschijn haalde en akoestische gitaren op de knieën rustten. Soms was de set me iets te netjes binnen de lijntjes en wenste ik dat band zich net zo onbesuisd liet gaan in psychedelische noise zoals de landgenoten van Acid Mothers Temple.

Eerder op de avond speelde het Londense duo Tomaga op het grote podium. Tom Relleen en Valentina Magaletti waren wat mij betreft het hoogtepunt van de avond. Relleen had ik tijdens Grauzone 2015 in actie gezien als bassist in The Oscillation. Magaletti speelde eerder dit jaar drums in UUUU tijdens het Haagse festival Rewire. Gezamenlijk maken ze muziek die meer Duitse dan Britse invloeden laat horen en is te vergelijken met krautrock uit de jaren negentig van bands als Kreidler en To Rococo Rot.

Tomaga (bron: YouTube)

Tomaga speelde in Paradiso ritmische soundtracks met minimale baslijnen, golvende akkoorden uit een moderne Mellotron, white noise uit een Korg MS20 en heel veel ruimte voor de drums en percussie van de onvermoeibare Magaletti. Ze drumde alsof ze minsten twee extra armen had en speelde moeiteloos tegelijkertijd een basispartij, fills op toms en herhalende melodielijnen op glockenspiel. Haar spel bleef gelukkig dienstbaar aan het totaalgeluid, want anders zaten we naar een drumsolo van drie kwartier te luisteren. Het duo klonk live warmer dan de abstracte stukken op hun recente album Music For Visual Disorders (2018) met muziek voor kunstobjecten en tentoonstellingen. De diepe bassen zorgden voor een reggae-gevoel waardoor Tomaga soms klonk als het experimentele equivalent van Sly and Robbie.

Bovenstaande foto’s zijn afkomstig van onder meer de Instagram-accounts van Jörn Krüger en Sara Clëicampo. Filmpjes van PAINT en
Kikagaku Moyo zijn te zien op het YouTube-kanaal van Maurizio During.

Regen (Joris Ivens, 1929)

zo, 12/02/2018 - 17:51

Je zult het waarschijnlijk niet willen toegeven wanneer je tijdens een regenbui door de hoofdstad fietst, maar in de regen is Amsterdam op zijn mooist. Dat zal ook Joris Ivens’ gedachte geweest zijn toen hij in 1929 de korte film Regen vastlegde. Regen werd in 2007 opgenomen in de canon van de zestien belangrijkste Nederlandse films ooit gemaakt. Dit jaar kreeg filmmaker Chris Teerink van het Amsterdams Fonds voor de Kunst groen licht om zijn droomproject te realiseren: een remake van Regen.

In het lijvige en veelgeprezen The New Biographical Dictionary Of Film zijn slechts drie Nederlandse filmmakers terug te vinden. Filmjournalist David Thomson beperkt zich in zijn naslagwerk tot Jan de Bont, Paul Verhoeven en Joris Ivens. Documentairemaker Ivens (1898-1989) is van de drie relatief het minst bekend. De vermelding in het boek zegt iets over de internationale waardering voor zijn werk. Voordat Joris Ivens een controversiële politieke filmmaker werd, en regelmatig in botsing kwam met de Nederlandse overheid, was hij een van de belangrijke spelers binnen de internationale filmavant-garde. Hij maakte in de zwijgende filmperiode net als generatiegenoten Walter Ruttmann (Berlin – Die Sinfonie Der Großstadt, 1927), Alberto Cavalcanti (Rien Que Les Heures, 1925) en Dziga Vertov (Man With A Movie Camera, 1929) zogenaamde stadssymfonieën. Zijn bekendste is de korte film Regen (1929), een samenwerking met Mannus Franken (1899-1953).

Een stadssymfonie legt het dagelijkse leven in de grote stad vast alsof een moderne schilder achter de camera heeft plaatsgenomen. De stad is het hoofdpersonage en in het geval van Regen is dat Amsterdam. De bedrijvigheid op straat wordt aan het begin van de film nog door de zon beschenen. Vanaf de kade zien we een stoomschip de haven verlaten. Volgeladen vrachtschepen varen onder bruggen door. Langs de kant van de gracht duwt een schillenboer zijn kar voor zich uit. Al snel trekt de wind aan en stapelen donkere wolken zich op boven de gevels. Een man staakt even zijn wandeling en voelt de eerste regendruppels op zijn hand. Hij loopt snel door in een poging droog op de plaats van bestemming te komen.

Als de regen valt, verandert de film in een bewegend abstract schilderij. Regendruppels vormen groeiende cirkels in het grachtenwater. Het oppervlak van de straatkeien lijkt tot leven te komen. Glinsterende wegen weerspiegelen voorbijrijdend verkeer. Beregende tramramen maken de stad tot een impressionistische schets. De camera kijkt naar de beneden gelegen straat en abstraheert lopende mensen tot zwevende zwarte paraplu’s. Iedereen probeert een veilig heenkomen te zoeken. De trams zitten extra vol.

Regen is meer een filmisch muziekstuk dan een journalistiek stadsportret. In tegenstelling tot bijvoorbeeld de Amsterdamse films van Ed van der Elsken, zoals Een Fotograaf Filmt Amsterdam (1983), staat Ivens niet lang stil bij gezichten van passanten. Het is vaak lastig te bepalen waar de camera zich in de stad bevindt. Alleen de Munttoren en de spoorbrug naast het Centraal Station zijn goed herkenbaar. Vele andere gebouwen zijn sinds 1929 tegen de vlakte gegaan.

Chris Teerink wilde al heel lang een remake maken van Regen. Hij maakte eerder films over beeldende kunst (Sol LeWitt, 2012), muziek (Romania, 2011) en experimentele film (In The Shadow Of The Light uit 2007 over Jonas Mekas) en lijkt me gezien zijn achtergrond zeer geschikt om Regen met succes te verplaatsen naar de tegenwoordige tijd. Hij gebruikt daarbij geen hedendaagse digitale technologie, maar zal de film monteren aan de hand van analoge zwart-witfoto’s die hij maakt tijdens regenbuien in het stadscentrum en de buitenwijken.

Deze zomer deed het Amsterdams Fonds voor de Kunst een oproep een plan in te sturen voor een korte film in het kader van Made In Amsterdam. Het filmidee van Teerink werd een van de twee geselecteerde projecten met als voorwaarde dat een deel van de financiering door middel van crowdfunding wordt binnengehaald. Meer achtergrondinformatie over dit project en hoe je het kunt steunen vind je op de website van Cinecrowd.