Over alles behalve design

Abonneren op feed Over alles behalve design
arthouse, classics, cult, Hollywood, music
Bijgewerkt: 2 uur 48 min geleden

It Must Be Heaven (Elia Suleiman, 2019)

ma, 01/13/2020 - 15:16

Palestijns-Israëlische regisseur Elia Suleiman aanschouwt in zijn films met milde blik het conflict tussen Israël en de Palestijnen. Tien jaar na zijn vorige film The Time That Remains kijkt hij in It Must Be Heaven ver buiten de grenzen van zijn eigen land en vergelijkt hij de politieke situatie thuis met het leven in Frankrijk en de Verenigde Staten.

Elia Suleimans vijfde speelfilm It Must Be Heaven is een aaneenschakeling van sketches met de regisseur zelf in beeld als zwijgende observator. Hij kijkt thuis met uitgestreken gezicht vanaf zijn balkon hoe een buurman zich bemoeit met zijn bloeiende citroenboom en kijkt met dezelfde blik naar de gedragingen van mensen in Parijs en New York. Vergelijkbare situaties keren in verschillende vormen en op verschillende plekken in de wereld terug. De mus in het Parijse hotel is later een protesterende engel in Central Park. Rode draad is de wijze waarop mensen hun leefgebied afbakenen.

It Must Be Heaven (Elia Suleiman)

Suleiman doodt in Parijs de tijd in afwachting van een afspraak met een Franse filmproducer. Hij wandelt door het centrum als een variant op Jacques Tati’s Monsieur Hulot in Playtime (1967), zich verwonderend over wat om hem heen gebeurt. Nog meer dan in de films van Tati volgt It Must Be Heaven geen echte verhaallijn. De scènes zijn geïsoleerde momentopnamen die niet ergens naartoe leiden. Het is soms onduidelijk wat Suleiman met sommige situaties wil zeggen. Het hangt van je gevoel voor humor af in hoeverre je sommige scènes waardeert. Tegenover flauwe losse flodders (zoals de confrontatie met twee Japanse toeristen) staan gelukkig scènes met iets meer zeggingskracht (territoriumdrift in de vorm van een stoelendans). De beste humor zit vaak in de details. Kijk bijvoorbeeld extra aandachtig naar de manier waarop de nachtwerkster aan de overkant van Suleimans hotel een groot televisiescherm schoonveegt.

It Must Be Heaven (Raia Haidar)

In New York laat de regisseur zich onder meer inspireren door de Keystone Cops van slapstickproducer Mack Sennett. Ook in deze stad volgen korte scènes elkaar op zonder onderling verband. Een frappant voorbeeld is het opzichtige wapentuig dat families dragen tijdens het doen van boodschappen terwijl in de rest van de stad niemand bewapend rondloopt.

It Must Be Heaven schiet vaker mis dan raak, maar weet dat wel goed af te wisselen; je blijft nieuwsgierig naar de volgende komische situatie. De film is vaak een lust voor het oog, want Suleiman besteedt veel aandacht aan beeldcompositie. Hij laat de monumentale constructies in Parijs mooi contrasteren met de alledaagse onbenulligheid en heeft daarbij een sterk gevoel voor symmetrie. De vrolijke chaos van het dagelijks leven speelt zich altijd af binnen heldere lijnen.

6/10

Jojo Rabbit (Taika Waititi, 2019)

za, 01/11/2020 - 11:55

Jojo Rabbit is een jolig bedoelde film over de nadagen van nazi-Duitsland met Hitler als denkbeeldig vriendje van een tienjarige führerfan. Lachen om nazi’s blijft lastig.

De Tweede Wereldoorlog loopt op z’n eind wanneer kapitein Klenzendorf (Sam Rockwell) met een gemotiveerd groepje Hitlerjugend de bossen intrekt. De nazi’s hebben vers kanonnenvoer nodig dus een beetje oefenen met allerhande schietgerei kan geen kwaad ter voorbereiding op een enkele reis richting slagveld. Jeugdige Jojo (Roman Griffin Davis) wil graag bij de club horen, maar durft nog niet eens een konijntje de nek om te draaien. Hij heeft een denkbeeldige Hitler (regisseur Taika Waititi) nodig om hem moed in te spreken. De peptalk leidt tot verwondingen tijdens een stunt met een granaat. Jojo ontdekt thuis tijdens het revalideren dat moeder Rosie (Scarlett Johansson) zonder zijn medeweten een Joods meisje (Thomasin McKenzie) verborgen houdt. Het jongetje heeft joden leren haten en raakt in gewetensnood omdat hij het als zijn plicht voelt om het meisje te verraden.

[Spoilers!] Jojo Rabbit is een kinderfilm voor volwassenen; een soort Dik Trom of Pietje Bell maar dan met nazi’s. We zien de wereld door de ogen van een jongetje dat geen idee heeft van de gruwelen in concentratiekampen en andere oorlogsmisdaden in naam van zijn land. Waititi houdt de film luchtig door de oorlog buiten beeld te houden en Jojo’s nabije omgeving bijna idyllisch met warm kleurgebruik in beeld te brengen. Humor en wrede gewelddadigheden zijn lastig te combineren in een kinderfilm. Als het geweld zich voor het eerst aandient, doet Waititi heel erg zijn best om de kijkers te sparen, want het moet natuurlijk wel leuk blijven.

Jojo Rabbit (Thomasin McKenzie en Roman Griffin Davis)

Op het dorpsplein bungelen lijken van mensen die vanwege hun ondergrondse verzet door de nazi’s zijn opgehangen. Uitpuilende ogen en uit de mond hangende blauwe tongen zouden kijkers kunnen afschrikken en daarom zien we van de slachtoffers enkel hun benen en vooral hun schoeisel. De film durft hier niet Jojo’s gezichtspunt te volgen omdat anders de olijke verteltoon wordt aangetast. Die keuze heeft later gevolgen voor de dramatische impact die de dood van moeder Rosie heeft.

De camera heeft na de scène op het dorpsplein opvallend veel interesse in de schoenen van Rosie. Het blijkt een omslachtige voorbereiding op het onvermijdelijke; als ook Rosie uiteindelijk aan de galg belandt, weten we vanwege de schoenen dat zij het is. De scène wordt zo onhandig geënsceneerd dat het lijkt alsof Jojo niet treurt om zijn overleden moeder, maar om haar bungelende schoenen. Vreemd genoeg besteedt de film later meer tijd aan de laatste ontmoeting tussen Jojo en kapitein Klenzendorf. Zijn executie moest blijkbaar harder aankomen bij het publiek dan die van Rosie. De filmmakers zijn Jojo’s moeder aan het slot van het verhaal helemaal vergeten en eindigen met de aanvang van een vrolijk dansje op muziek van David Bowie.

Jojo Rabbit (Sam Rockwell en Scarlett Johansson)

Jojo Rabbit is anti-nazi, maar kan de uitwassen van het nazisme niet openlijk tonen omdat het de humor in de weg zit. De denkbeeldige Hitler is geen monsterlijk figuur, maar een lange slungel met een raar accent. Denkbeeldige vriendjes zijn over het algemeen fantasiefiguren, iets wat je van de führer moeilijk kunt zeggen. Het maakt het hele gegeven van de film bij voorbaat problematisch. Geslaagde grappen zijn schaars. Alleen bij een flauwe grap over Duitse herders hoorde ik mezelf hardop lachen.

4/10

Als je op zoek bent naar een bijzondere film over het lot van Duitse kindsoldaten in de slotfase van WOII dan kan ik je Die Brücke (Bernhard Wicki, 1959) van harte aanbevelen.

Terugblik 2019: Film & Muziek

di, 12/31/2019 - 12:45

2019 loopt ten einde, dus dat betekent jaarlijstjesstress. Vlak voor de finish heb ik alle bekeken films en beluisterde albums nog een keer kritisch tegen het licht gehouden en de hoogtepunten uit de stapel gevist.

Hoogtepunten in de bioscoop (*) 20. Pájaros de Verano 19. Ayka 18. Sorry We Missed You 17. The Invisible Life Of Eurídice Gusmão 16. Nina Wu 15. Sunset 14. Anna’s War 13. The Wild Pear Tree 12. Marriage Story 11. Eighth Grade 10. Ága

Ága gaat over een leven dat aan het verdwijnen is, niet alleen vanwege voortschrijdende ouderdom van de twee hoofdpersonages Nanook en Sedna, maar ook omdat het veranderende klimaat hun vertrouwde leefomstandigheden op de toendra aantast. Het oogverblindende wit van de sneeuw symboliseert de leegte die dreigt in het vergeetachtige brein van de oude Nanook. Het landschap overheerst ook in het indrukwekkende slotbeeld van de diepe mijngroeve waar dochter Ága werkt. De mensheid lijkt hier te verdwijnen in een immens gat in de aarde dat met behulp van eigen machines is gegraven. De melancholische muziek van Mahlers vijfde symfonie intensiveert de realisatie dat er onder onze ogen iets waardevols verloren is gegaan.

9. So Long, My Son 8. Ray & Liz

Fotograaf Richard Billingham kijkt in zijn regiedebuut terug op zijn bewogen jeugd in een gemeenteflat aan de rand van Birmingham. Billingham brengt in korrelig 16mm-formaat de fotoserie over zijn ouders Ray en Liz tot leven in twee uitgebreide flashbacks waarin hij en zijn jongere broertje de gevolgen ondervinden van verwaarlozing. Armoede leidt tot passiviteit en drankmisbruik. Het enige dat moeder Liz (Ella Smith) in haar leven wil oplossen zijn legpuzzels. De regisseur spaart zijn ouders niet, maar ziet ze ook als slachtoffers van het Thatcher-bewind. De film heeft komische momenten, maar de humor is wel van het genadeloze soort, vooral in de episode met simpele oom Lol (Tony Way).

7. Lazzaro Felice 6. The Favourite

Koningin Anne zit opgesloten in haar verdriet zoals ze ook opgesloten zit in haar paleis. De buitenwereld vormt voor haar een grote onbekende dreiging waar ze niet tegen opgewassen is. Anne’s gedrag levert meerdere komische scènes op, maar de geweldig acterende Olivia Colman maakt geen bespottelijk personage van haar. De actrice laat de kijker niet vergeten dat de grappige eigenaardigheden en uitbarstingen voortkomen uit tragische omstandigheden.

5. Monos

Oorlog is voor de bijna volwassen tieners in Monos een groot spannend avontuur, zolang hun handelingen geen consequenties hebben. Als er doden vallen dringt de realiteit hun leven binnen, slaat de angst toe en is er geen weg meer terug. Het landschap is eerst een open fantasiedecor voor hun spel en verandert in het tweede deel in het donkere doolhof van de jungle. Componiste Mica Levi levert na Under The Skin (2013) en Jackie (2016) opnieuw een ontregelende soundtrack.

4. Long Day’s Journey Into Night

Long Day’s Journey Into Night is een van de weinige films met zinvol gebruik van 3D. De meeste makers van 3D-films vergeten dat kijkers zich vanwege de montage bij elke scène moeten heroriënteren. Chinese regisseur Bi Gan laat montage volledig achterwege in de laatste 59 minuten van zijn 138 minuten durende film. Als hoofdpersonage Luo Hongwu ‘s avonds laat een 3D-bril opzet en in slaap valt in een bioscoop, wordt de film ook 3D en maken de herinneringen van de man deel uit van een lange droom waar je als kijker doorheen zweeft. Het gebeurt niet vaak dat de directe link tussen cinema en de droomwereld zo intens is te beleven.

3. Parasite 2. The Irishman

Martin Scorsese laat zich in The Irishman niet verleiden tot de filmtechnische hoogstandjes waar hij ons meestal op trakteert. Hij houdt het camerawerk relatief eenvoudig en geeft zo zijn acterende oude vrienden alle gelegenheid om het beste van zichzelf te laten zien. Dat resulteert in grandioze dialogen waarin mannen zoveel mogelijk om de kern van de zaak heen praten. In onschuldige zinnetjes gaan doodsbedreigingen schuil. It’s What It Is.

1. Portrait Of A Lady On Fire Adèle Haenel en Noémie Merlant in Portrait De La Jeune Fille En Feu

Een film over afscheid en de troost die kunst brengt als hoeder van herinneringen.

Documentaires (alfabetisch)
  • Amazing Grace
  • Cold Case Hammarskjöld
  • Diego Maradonna
  • Free Solo
  • Hale County This Morning, This Evening
  • Honeyland
  • Knock Down The House
  • Minding The Gap
  • The Road Movie
Filmklassiekers in de thuisbioscoop
  1. The Koker Trilogy (Abbas Kiarostami, 1987-1994)
  2. The Last Movie (Dennis Hopper, 1971)
  3. Wanda (Barbara Loden, 1970)
  4. Khrustalyov, My Car! (Aleksey German, 1998)
  5. The Chant Of Jimmie Blacksmith (Fred Schepisi, 1978)
  6. Klute (Alan J. Pakula, 1971)
  7. La Vérité (Henri-Georges Clouzot, 1960)
  8. The Emperor’s Naked Army Marches On (Kazuo Hara, 1987)
  9. Everybody in Our Family (Radu Jude, 2012)
  10. Marlene Dietrich & Josef Von Sternberg at Paramount (1930-1935)

De verkoop van dvd’s en Blu-rays daalde verder in 2019, maar daar merk ik niets van als ik online struin door het grote internationale aanbod. De filmgeschiedenis wordt door meerdere labels zorgvuldig gerestaureerd en met veel relevante extra’s op de markt gebracht. Het is dat ik vanwege de lange verzendtijd en de mogelijke invoerbelasting weinig uit de Verenigde Staten bestel, want anders had ik elke week meerdere uitgaven van bijvoorbeeld Kino Lorber in huis gehaald. Soms moet je even geduld hebben en wachten op een Europese editie, zoals het geval was met de uitgaven van The Last Movie en de box met de Paramount-films van Marlene Dietrich en Josef Von Sternberg. Met een beetje geluk kunnen we volgend jaar een Britse editie verwachten van de box Ida Lupino: Filmmaker Collection. Criterion heeft een Brits filiaal zodat het in Regio B ook mogelijk is om thuis te kunnen kijken naar Klute, La Vérité (met waarschijnlijk de beste rol uit de carrière van Brigitte Bardot) en The Koker Trilogy (recensie). Wanda (het van geijkte Hollywood-paden afwijkende regiedebuut van actrice Barbara Loden) en Matewan (het mijnwerkersdrama van John Sayles met een hele jonge Will Oldham) moeten vooralsnog uit de VS worden geïmporteerd.

The Last Movie van Dennis Hopper bleek veel beter dan de slechte reputatie deed vermoeden en was een goede reden om eindelijk Hoppers regiehoogtepunt Out Of The Blue (1980) op te sporen. De heftige Aboriginalfilm The Chant Of Jimmie Blacksmith staat in menige filmcanon, maar was desondanks tot voor kort nergens te vinden. Het technisch razend knap gefilmde Khrustalyov, My Car! is krankzinniger dan Aleksey Germans zwanenzang Hard To Be A God (2013) en te beschouwen als The Death Of Stalin (2017) voor gevorderden. De manier waarop fanatieke oorlogsveteraan Kenzo Okuzaki in de documentaire The Emperor’s Naked Army Marches On tegen alle Japanse omgangsnormen ingaat blijft verbazen en choqueren.

Nog een speciale vermelding voor de George Sluizer Collection, een box met het verzamelde werk van George Sluizer (1932-2014). De Nederlandse regisseur maakte met Spoorloos (1988) wat mij betreft de beste Nederlandse film tot nu toe. Spoorloos is samen met speelfilmdebuut João En Het Mes (1972) en de resten van Dark Blood (2012) op Blu-ray gezet. De rest van de box bestaat uit dvd’s en biedt een bijna compleet overzicht van Sluizers internationale filmwerk. Enkele documentaires en de speelfilm The Commissioner (1998) met John Hurt ontbreken. Het oeuvre kent een paar hoogtepunten, met naast Spoorloos bijvoorbeeld de korte, door Bert Haanstra geïnspireerde documentaire De Lage Landen (1961). Latere speelfilms Dying To Go Home (1996) en The Stone Raft (2002) vallen positief op vanwege fantasie-elementen die zeldzaam zijn in het nuchtere Nederlandse filmlandschap. Humor is in menige film een spelbreker en soms lijdt een film onder de invloed van te grote ego’s, zoals die van de schmierende Stephen Baldwin in dieptepunt Crimetime (1996). In 2020 zie ik graag een vergelijkbare Nederlandse verzamelbox verschijnen van Orlow Seunke of op zijn minst een Blu-ray van diens De Smaak Van Water (1982).

Bijzondere films die in 2019 geen Nederlandse bioscooproulatie kregen 1. The Souvenir (Joanna Hogg, 2019)

Geen enkele film van Joanna Hogg heeft tot nu toe een Nederlandse bioscooproulatie gehad. Hoggs internationaal alom geprezen vierde speelfilm The Souvenir kwam in ons land niet verder dan het Leiden International Film Festival. Hogg heeft een goed oog voor nieuw filmtalent. Ze liet in haar eerste speelfilm Unrelated (2007) acteur Tom Hiddleston debuteren op het grote doek. Haar nieuwste ontdekking is Honor Swinton Byrne, de dochter van actrice Tilda Swinton. Swinton Byrne speelt filmstudente Julie in een autobiografische film over een gecompliceerde relatie die Hogg zelf heeft gehad tijdens haar studietijd aan de filmacademie. Hogg kijkt vanachter de camera met afstand toe hoe haar jongere alter ego tijdens een feestje de geheimzinnige en charmante Anthony (Tom Burke) ontmoet. De scène is geen clichématige meet cute en de innige liefde die tussen beide personages opbloeit wordt zonder opsmuk geobserveerd.

The Souvenir is vernoemd naar Jean-Honoré Fragonards gelijknamige schilderijtje uit 1778 van de verliefde Julie uit een roman van Jean-Jacques Rousseau. De zachte kleuren van het gewaad uit het schilderij keren terug in onder meer het verblijf van Julie en Anthony. De film heeft een bedrieglijke kalmte en benadert de grote momenten in het leven zonder te vervallen in spektakel. Het duurt lang voordat Julie doorheeft wat voor man Anthony werkelijk is; eerst uit naïviteit en later omdat de werkelijkheid niet overeenkomt met het ideaalbeeld dat ze van de liefdesrelatie heeft. The Souvenir is wat dat betreft een drama over cognitieve dissonantie.

In 2020 verschijnt vervolgfilm The Souvenir: Part II. Hopelijk is dat een aanleiding om het eerste deel alsnog in Nederland uit te brengen.

2. Uncut Gems (Benny & Josh Safdie, 2019)

De gebroeders Safdie pompen de adrenaline van gokverslaafde New Yorkse juwelier (Adam Sandler) rechtstreeks in het bloed van de kijker. Uncut Gems is een adembenemende uitputtingsslag voor alle betrokkenen.

3. The Nightingale (Jennifer Kent, 2018)

De regisseuse van The Babadook wendt haar blik niet af van de wreedheden die vrouwen en Aboriginals ondergaan in een spannende historische wraakfilm in de Tasmaanse wildernis.

4. Aniara (Pella Kågerman & Hugo Lilja, 2018)

Aniara is een Scandinavische sciencefictionfilm over een uit de koers geraakt passagiersruimteschip als parabel voor de doodlopende consumptiemaatschappij.

5. Diamantino (Gabriel Abrantes & Daniel Schmidt, 2018)

Portugese voetbalster Diamantino (Carloto Cotta) scoort zijn doelpunten altijd wanneer hij zich op het veld waant tussen pluizige puppy’s die door roze poeder dartelen. Vanaf die scène wordt het alleen maar gekker in een film waarin heikele hedendaagse thema’s gepresenteerd worden als absurde sciencefiction.

6. The Dead Center (Billy Senese, 2018)

Beklemmende low budget horror over het gapende gat van de dood. Met hoofdrol voor Shane Carruth, regisseur van cultfilms Primer (2004) en Upstream Color (2013).

7. Her Smell (Alex Ross Perry, 2018)

Courtney Love is een aaibare Baby Yoda vergeleken met de onberekenbare Becky Something. Actrice Elisabeth Moss zet haar emotionele versterker op standje 11 in deze documentair gefilmde ondergang van een punkrocker die haar grenzen niet kent. De opnamestudio wordt Becky’s isoleercel.

Albums (alfabetisch)

Mijn grootste muzikale teleurstelling en miskoop van 2019 was het soloalbum (Begin Anywhere) van mijn grote held Charles Hayward. De mede-oprichter van This Heat en Camberwell Now kan meesterlijk drummen, maar besloot voor de afwisseling een plaat op te nemen met een instrument dat hij minder goed beheerst. Hayward stelt zich kwetsbaar op in negen kale pianoliedjes. Vanaf het tweede nummer Safe As Houses wilde ik stoppen met luisteren, want een van mijn Camberwell Now-favorieten Sitcom wordt door de originele maker volledig van huid en ingewanden ontdaan. De nieuwe versie klinkt alsof de muzikant op zijn eigen botten aan het kluiven is. Gelukkig verscheen later in het jaar een plaat van Charles Hayward met de gelegenheidsformatie Whistling Arrow en zit hij weer achter zijn vertrouwde drumstel. Geen geforceerde liedjes ditmaal maar een reeks spontane improvisaties opgenomen tijdens een sessie van negen uur met elektronische muziekmaker Andre Bosman en het experimentele gitaartrio Ex-Easter Island Head.

Meerdere bands in mijn top 10 maken gebruik van afwijkend instrumentarium en nemen de tijd om daarmee op muzikaal onderzoek uit te gaan. Whistling Arrow opent met blokfluiten en wekt geluid op door snaren met drumstokken in beweging te zetten. Op Mandatory Reality van Joshua Abrams Natural Information Society worden in lange stukken westerse blaasinstrumenten gecombineerd met onder meer Afrikaanse snaarinstrumenten en Indiase percussie. Tijd en conventionele songstructuren spelen ook geen beperkende rol bij de drones, het minimalisme en de lichte psychedelica op de platen van het duo 75 Dollar Bill en de band Ulver. Acht van de tien platen in bovenstaande lijst zijn instrumentaal en naargeestig van toon als ideale begeleiding voor het einde der tijden. Het jaar begon grimmig met de orkestrale uitbarstingen van Seven Horses For Seven Kings van Marc Richter a.k.a. Black To Comm, later gevolgd door het geluid van radioactieve straling dat als dodelijke antagonist slachtoffers maakt op de soundtrack van de serie Chernobyl.

Kim Gordon en Young Gods bewezen dat de oude (avant)garde nog steeds nieuwe muzikale wegen weten te vinden. Andere oudgedienden die dit jaar opnieuw indruk maakten waren Swans (Leaving Meaning), Cosi Fanni Tutti (solo met het album Tutti en als onderdeel van Carter Tutti Void op Triumvirate) en Membranes (op het eco-epos What Nature Gives… Nature Takes Away). Wat in 2019 ook regelmatig op de draaitafel belandde was het niet te classificeren Egyptische project Land Of Kush (Sand Enigma), de electronica van Debby Friday (Death Drive), Günter Schickert (Nachtfalter), Tunes Of Negation (Reach The Endless Sea) en My Disco (Environment) en de liedjes van Jessica Pratt (Quiet Signs), Vanishing Twin (The Age Of Immunology) en Wand (Laughing Matter).

Heruitgaven/historische uitgaven (alfabetisch) Live (chronologisch) Thurston Moore
  • Canshaker Pi – Paradiso, 10 januari 2019
  • ГШ (Glintshake) – OCCII, 18 januari 2019
  • Flying Luttenbachers – OCCII, 11 april 2019
  • Irreversible Entanglements – Bimhuis, 2 mei 2019
  • Thurston Moore (tweede avond) – OCCII, 4 juni 2019
  • Etenesh Wassie – OCCII, 20 juni 2019
  • Phew – OCCII, 15 november 2019
  • Membranes – OCCII, 4 december 2019
Op naar 2020

(*) An Elephant Sitting Still en Thunder Road ontbreken in dit overzicht omdat deze films al genoemd worden in het jaaroverzicht van 2018. Bij Jinpa en Manta Ray was ik helaas in slaap gevallen, dus die krijgen in 2020 een herkansing.

The Koker Trilogy (Abbas Kiarostami, 1987-1994)

ma, 12/30/2019 - 10:19

Koker is een Iraans dorp nabij de Kaspische Zee. Regisseur Abbas Kiarostami maakte in en rondom dit dorp drie films die door filmhistorici later gezamenlijk The Koker Trilogy werden genoemd. De filmreeks is sinds dit jaar eindelijk in volle glorie op Blu-ray te bewonderen dankzij het label Criterion.

Abbas Kiarostami (1940-2016) werkte sinds eind jaren zestig voor het Iraanse Institute for the Intellectual Development of Children and Young Adults dat hij mede had opgericht. Hij had al meerdere educatieve films gemaakt voordat hij het scenario schreef van Where Is The Friend’s House? (1987). De film was eigenlijk bedoeld voor een andere regisseur, maar werd toch Kiarostami’s project. Hij reisde naar Koker en koos zijn acteurs uit de plaatselijke bevolking. Voor de rollen van de twee schoolmaatjes viel zijn oog op de broertjes Babek en Ahmed Ahmedpour.

Where Is The Friend’s House? heeft op papier een zeer eenvoudig uitgangspunt. Achtjarige scholier Ahmed ontdekt thuis dat hij per ongeluk het notitieboek van zijn schoolvriend Mohammad Reza in zijn tas heeft gestopt. Hij wil het gaan teruggeven om te voorkomen dat Mohammad van school gestuurd wordt. De strenge schoolmeester had daar eerder op de dag geen twijfel over laten bestaan. Ahmed weet niet precies waar zijn maatje woont en krijgt ook geen toestemming van zijn moeder om op zoek te gaan in het dorpje achter de heuvel. Gedreven door zijn geweten gaat de jongen toch op pad.

Kinderen spelen vaak de hoofdrol in Iraanse films. Het kinderperspectief is onder meer een manier om volwassen thema’s aan te snijden zonder argwaan te wekken bij de staatscensuur. Ahmed is als gewetensvol kind een rolmodel, maar hij is ook een rebel die zich tegen autoriteiten keert. Soms moet je opgelegde regels opzij zetten om een goede daad te kunnen verrichten.

Farhad Kheradmand in And Life Goes On

Een paar jaar na Where Is The Friend’s House? werd het gebied waar de film werd opgenomen getroffen door een zware aardbeving. Op 21 juni 1990 verloren tussen de 35.000 en 50.000 het leven. Abbas Kiarostami vertrok uit Teheran en ging op zoektocht, bezorgd over het lot van zijn jonge hoofdrolspeler Babek Ahmedpour. Dit gegeven werd het uitgangspunt van And Life Goes On (1992). Kiarostami laat documentaire en fictie in elkaar overvloeien om te laten zien hoe mensen proberen een grote tragedie te verwerken tussen het puin van hun dorpen. Niet het einddoel van de reis is het belangrijkste in de film, maar de omwegen ernaartoe en de verhalen van mensen die de regisseur (Farhad Kheradmand) en zijn meereizende zoontje (Buba Bayour) onderweg tegenkomen.

Op de commentaartrack bij And Life Goes On vergelijkt filmcriticus Jonathan Rosenbaum Kiarostami’s manier van vertellen met de manier waarop Pieter Bruegel de Oude schilderde. De meesterschilder plaatste het onderwerp van zijn schilderijen zelden centraal op het doek en haalde in plaats daarvan ogenschijnlijk minder belangrijke taferelen naar de voorgrond. Het verhaal wordt bij Kiarostami ook niet hapklaar opgediend, maar moet door de kijker gevonden worden in de marges van het beeld. De regisseur bekijkt soms net als de schilder de gebeurtenissen van grote afstand (door Rosenbaum the cosmic longshot genoemd) zodat je heel goed moet kijken naar menselijke bewegingen in de verte om hun handelingen te kunnen interpreteren. Op het televisiescherm werkt dat minder goed dan in de bioscoop, zoals is te merken in de slotscène van Through The Olive Trees (1994), het derde deel van de trilogie, over twee plaatselijke acteurs die het pasgetrouwde jonge stel spelen in And Life Goes On. Ook in deze film wordt de vierde wand meer dan eens doorbroken.

Tahereh Ladanian in Through The Olive Trees

Criterion heeft zoals gebruikelijk meerdere bijzondere extra’s toegevoegd. Eén daarvan is Kiarostami’s documentaire Homework (1989) over het Iraanse basisonderwijs in de nadagen van de oorlog tussen Iran en Irak. De regisseur uit aan het begin van de film hardop zijn twijfels over wat hij precies wil vertellen en ontdekt gaandeweg zijn hoofdonderwerp wanneer een van de geïnterviewde leerlingen trillend van angst voor de camera staat. De documentaire Abbas Kiarostami: Truths And Dreams (1994) leert ons iets over de manier waarop de regisseur omgaat met ongeschoolde acteurs. Ze hoeven in ieder geval nooit te te rekenen op complimentjes. Je mag zo je bedenkingen hebben over de onconventionele wijze waarop de regisseur kinderen aan het huilen krijgt. Hun waardering voor Kiarostami wordt er desondanks niet minder op. Het filmportret laat ook op soms komische wijze de relatie zien tussen mensen en de camera die op hun gezichten gericht staat. Het maakt mensen vaak niet uit of ze op positieve of negatieve wijze in beeld worden gebracht, zolang ze maar in beeld zijn. Wat dat betreft is er geen verschil tussen Iraniërs en menige westerling.

Katadreuffe live in OCCII (14 december 2019)

do, 12/19/2019 - 22:36

De Amsterdamse band Katadreuffe presenteerde zaterdag in OCCII het nieuwe album To Stop And Stare And Start Again. De mannen achter het label Narrominded verhoogden de feestvreugde door hun brede muzieksmaak op de avond los te laten. Het programma pinde zich niet aan één genre vast en vloog op prettige wijze alle kanten op.

Narrominded is altijd ruimdenkend geweest, ook al doet de naam anders vermoeden. Het label begon in 2000 met het uitbrengen van experimentele elektronische muziek van het project Psychon Troopers en breidde de catalogus uit met bijdragen die verder gingen dan de eigen vriendenkring. In de eerste jaren leverden onder meer Duitse producer Pete Namlook en de Amerikaanse muzikant Accelera Deck bijdragen aan compilaties en split-EP’s. Sinds Gone Balds album Exotic Klaustrofobia (2005) wisselt Narrominded electronica af met gitaarnoise en verwant snarengeweld. Deze maand verscheen als 81e uitgave het tweede album To Stop And Stare And Start Again ‎van de band Katadreuffe.

Death Neanderthals

De drukbezochte albumpresentatie in OCCII was een goed voorbeeld van de eclectische smaak van Narrominded. De avond werd geopend met freejazz noise van het duo Dead Neanderthals uit Nijmegen. Drummer René Aquarius en saxofonist Otto Kokke verblindden het publiek met vijftien felle lampen en maakten de toehoorders doof met een ongeveer twintig minuten durende improvisatie. De drums van Aquarius klonken alsof iemand een contactmicrofoon had geplaatst op een op volle toeren draaiende dieselmotor van een binnenvaartschip. Kokke vermenigvuldigde het geluid van zijn sopraansaxofoon via effectpedalen. Hij beperkte zich tot het afwisselen van twee langgerekte akkoorden en liet het instrument klinken als een alarmsignaal. De korte set was minimalistisch met maximaal volume, meer bedoeld om te ondergaan dan om naar te luisteren. De brandvlekken op het netvlies kregen we er gratis bij.

Het was een aangename verrassing om Eklin op een Amsterdams podium terug te zien. De laatste keer dat ik de Rotterdamse band live zag was een jaar of acht geleden. Gitarist Michiel Klein doet internationale tournees met de band Lewsberg, maar heeft blijkbaar tijd over om met Eklin actief te blijven. Van de elektronische instrumenten op het album Onwa (2010) is live geen spoor meer te bekennen.

Eklin

Het is zonder officiële website lastig te achterhalen wie momenteel deel uitmaken van Eklin. Als ik me niet vergis zat Keimpe Koldijk tijdens het optreden in OCCII achter het kleine harmonium. Hij had een van de toetsen vastgepind en hoefde enkel met zijn voeten de pedalen te bewegen om een toon als drone te laten klinken. Pas een paar nummers later stopte hij met naar het plafond staren en boog hij zich voorover om het instrument ook met zijn handen te bespelen. Twee gitaristen tokkelden behoedzaam hun herhaalde spaarzame noten, begeleid door een sobere ritmesectie met onder andere bassist Bart Kalkman (Neighbours Burning Neighbours). De zangeres begon met een melodielijn die me deed denken aan die in het nummer Devotion (1973) van de Duitse band Between. Het verleden keerde vaker terug, zoals in de vorm van Ummagumma-effecten en een David Gilmour-achtige gitaarsolo. Na een paar sterke, stemmige eerste nummers raakte de geluidsmix een beetje uit balans en leek de band zoekende naar de ideale vorm, vooral wanneer de zangeres zich beperkte tot percussie.

Het volume ging weer flink omhoog bij hoofdact Katadreuffe. Na de introtape leek het even alsof een deathmetalband OCCII had veroverd. Katadreuffe klonk zwaarder dan bij eerdere concerten die ik van het kwartet heb meegemaakt. Het gitaargeluid is ook voller op het tweede album To Stop And Stare And Start Again. De post-hardcore van de Amsterdamse band was voorheen direct het herkennen aan de speciale effecten op de hoge gitaarloopjes. Die loopjes namen op debuut Malconfort (2013) in de mix soms een geïsoleerde positie in, iets waar op de nieuwe plaat geen sprake meer van is. Het totaalgeluid is hechter geworden. De vocalen van gitarist Maarten Broekhuizen bestonden op de vorige plaat uit afstandelijke declamaties; het tweede album is iets meer songgericht met zelfs een meezingbaar refrein in het centrale nummer A Life Without Consequence. De teksten werden live overtroefd door het veel luidere instrumentarium en bleven daardoor grotendeels onverstaanbaar. Dat was geen ramp, want dankzij de onophoudelijke afwisseling van roffels en breaks van drummer Timothy Plevier en het complexe netwerk aan noten was er genoeg om in ons op te nemen en te verwerken.

Garçon Taupe

Narrominded is ook uitgever van platen met onbeschaamde elektronische jaren tachtig retro, dus dat mocht op deze avond ook niet ontbreken. Garçon Taupe was de luchtige uitsmijter met live voortgebracht acid bleeps en electro beats in een warm bad van synthesizerakkoorden.

King Of The Cruise (Sophie Dros, 2019)

ma, 12/16/2019 - 20:33

King Of The Cruise is de officieuze titel voor Ronald Busch Reisinger. Deze baron is een in het oog springende passagier op een cruiseschip en iemand waar je moeilijk omheen kunt. Documentairemaakster Sophie Dros reisde met hem mee en maakte een fascinerend portret van een man die zich thuis voelt in een artificiële omgeving, ver van het alledaagse leven.

King Of The Cruise gaat over de dagelijkse gang van zaken op een gigantisch cruiseschip en vooral over een van de passagiers. Hij laat zich aanspreken als baron en heet voluit Ronald Busch Bradford Bullard Chalmers Turner Greenough Walter Marion Budmar Edwards Douglas Ascog Reisinger of Inneryne. De baron is vanwege zijn opvallende verschijning een attractie van formaat. Hij noemt zichzelf an entertainment. Met zijn vele praatjes vermaakt en verveelt hij zijn medepassagiers tussen en tijdens uitgebreide maaltijden. Hij wordt voornamelijk omringd door bejaarden met een goedgevulde beurs. Geduldig luisteren naar anderen behoort niet tot Reisingers eigenschappen.

De solitair reizende Reisinger is een Amerikaan met Schotse voorouders. Hij bezit naar eigen zeggen een kasteel in Schotland en is koning van het Afrikaanse miniatuurstaatje Biffeche. Hij vindt het ongepast als je zijn beweringen via Google checkt. In een van de scènes in de documentaire paradeert hij als koninklijke imperialist op het dek in een rode cape die je in Nederland bij elke Sinterklaaswinkel kunt kopen. De rijkaard maakt geen vreugdevolle indruk. Hij is duidelijk op zoek naar aandacht en krijgt die alleen door aandacht te forceren. Ik verdenk hem ervan dat hij om die reden zelfs ziekteverschijnselen veinst.

De baron lijkt vermoeid van de opgeblazen verhalen die hij telkens weer oprakelt. Sommige mensen geloven hem niet, vertelt hij op gepikeerde toon aan documentairemaakster Sophie Dros. Een van de medepassagiers loopt zelfs zonder iets te zeggen midden in een verhaal weg. Dros laat in het midden of Reisinger een pathologische leugenaar is of niet. Tijdens interviews in zijn hut laat ze ook de kwetsbare kant van de man zien, wanneer hij praat over zijn moeder en zijn angsten. Dat maakt hem niet alsnog innemend. Het verbaast me niets dat zijn tweede vrouw liever thuisblijft in plaats van met hem meereist.

Het cruiseschip wordt op de soundtrack bezongen als een drijvend paradijs terwijl het in werkelijkheid een symbool is van de leegte in de westerse wereld. Iedereen amuseert zich te pletter, aangemoedigd door overdreven opgewekt personeel. Passagiers wanen zich op The Love Boat. Zelf associeer ik cruiseschepen eerder met rampenfilms als The Poseidon Adventure (1972) en Poseidon (2006) waarin rijkelui niets meer hebben aan hun geld wanneer de boot op zijn kop ligt en de nooduitgang onder water staat.

De corpulente baron, die zichzelf met moeite uit stoelen wurmt, doet me denken aan de passagiers op het ruimteschip in WALL·E (2008). Zij zijn vanwege hun luiheid zo zwaar geworden dat ze niet of nauwelijks nog uit zichzelf kunnen bewegen. Ze kunnen alleen nog consumeren en doen dat ze tot hun hart het begeeft. Aan boord van het cruiseschip is het ook elke dag feest. De eindbestemming is van secundair belang. De baron mengt zich in het feestgedruis maar blijft altijd een buitenstaander en een curiosum aan de zijlijn. Dat is een gegeven waar hij niet aan kan ontsnappen, net zo min als hij uit zijn uitpuilende lichaam kan ontsnappen. Het cruiseschip is niet langer meer een uitvlucht, maar zijn gevangenis.

8/10

The Membranes live in OCCII (4 december 2019)

za, 12/07/2019 - 22:23

Zanger, bassist en punkrocker John Robb van The Membranes heeft zijn hanenkam in de loop der jaren weten te temmen, maar is zelf nog altijd een onbeteugeld podiumdier dat alle kanten opspringt. Zijn band uit Manchester tourt dit najaar door Europa naar aanleiding van het recente album What Nature Gives/Nature Takes Away. Afgelopen woensdag konden we in OCCII oordelen of het epische geluid van de plaat op het podium net zoveel indruk zou maken.

OCCII verwelkomt regelmatig oude rotten uit de internationale muzikale underground. Eerder dit jaar terug waren onder meer Thurston Moore van Sonic Youth en Lydia Lunch aan de beurt op hun favoriete Amsterdamse poppodium. Moore verkocht met gemak twee avonden achter elkaar uit. Niet elke vertegenwoordiger van de oude garde krijgt dat voor elkaar. Het onlangs herrezen Amerikaanse noisecombo Live Skull moest het vorige week doen met een opkomst van een man/vrouw of dertig. Hun huidige, met classic rock flirtende muziek kon mij niet langer dan vijf nummers boeien. Misschien had ik meer aangekund als producer Martin Bisi met zijn band geen voorprogramma was geweest. De man die ooit achter de knoppen zat bij plaatopnamen van John Zorn, Sonic Youth, Cop Shoot Cop, Unsane, Swans en Herbie Hancock tartte de gehoorwegen met een veel te lang uitgesponnen, naar binnen gekeerde, onsamenhangende en in effecten verzuipende jamsessie.

The Membranes met Terrie Ex

Afgelopen woensdag was het in OCCII de beurt aan de Britse tak van de ondergrondse gitaarscene met een optreden van postpunkband The Membranes. De band werd in 1977 opgericht in Blackpool en wordt gezien als voorloper van bands als Sonic Youth en Big Black. The Membranes was in 1985 voor het eerst en het laatst op de Nederlandse televisie te zien in het door de VPRO uitgezonden Britse muziekprogramma The Tube. Zanger/bassist John Robb werd in een van de uitzendingen kort geïnterviewd door Jools Holland. Muziekjournalist Robb is zelf ook een zeer bekwame interviewer. Als deskundige mag hij regelmatig commentaar leveren in programma’s waar je niet zo snel een punkrocker op de bank verwacht zoals BBC Breakfast.

Na de reis door het universum op het vorige album Dark Matter/Dark Energy (2016) daalt The Membranes op het deze zomer verschenen dubbelalbum What Nature Gives/Nature Takes Away weer af naar moeder Aarde of wat daar nog van over is. De band pakt het vanaf openingsnummer A Strange Perfume meteen groots aan door de massieve postpunk aan te vullen met gezwollen koorzang dat je normaal gesproken verwacht op de soundtrack van een film met Bijbelse proporties. Het ontbreken van het koor in OCCII werd tijdens het optreden gedeeltelijk gecompenseerd door mysterieuze zangeres Amelia Chain. Ze hield haar gezicht verborgen achter de sluier van een met rozen geornamenteerd, zwart gekleurd hoofddeksel en combineerde haar achtergrondzang met toetsenspel. Gitarist Nick Brown bleef schuchter en onbewogen in de buurt van het drumstel van Mike Simii (B·F·G). Gitarist Peter Byrchmore was vanwege zijn grote postuur niet te missen in het blikveld, maar het was toch vooral John Robb die alle aandacht opeiste.

Rusteloze Robb stapte met zijn oppermachtige bas als een onstuitbaar natuurfenomeen driftig heen en weer op de planken. Zijn totale overgave hield de aandacht vast en zijn drukke bewegingen dienden als extra accenten op elke noot die hij speelde. Met wijd opengesperde ogen zocht hij contact met elke aanwezige in de zaal. Hij liet zich niet remmen door de verkoudheid die hij tijdens de tournee had opgelopen en deelde genereus griepbacillen en andere mogelijke ziektekiemen, onder meer door na het bespelen van een melodica de vochtige inhoud van het instrument over onze hoofden uit te schudden. Hij schudde ook meermaals handen van mensen in de voorste rijen en liet het publiek in een druipende microfoon meezingen met Hum Of The Universe. Toen gastgitarist Terrie van The Ex een nummer mee kwam doen, leek een botsing tussen beide beweeglijke muzikanten onvermijdelijk. Gelukkig bleef de schade beperkt tot een loszittende basplug. De band hield zich moeiteloos staande tot en met de laatste noot van de tweede toegift.

Andy Kerr en Howie Reeve

De geslaagde muziekavond ging van start met avant-garde troubadour Howie Reeve uit Glasgow. Hij zat op een stoeltje op de zaalvloer en liet zich daar iets te veel afleiden door gesprekken die nabij vanaf de houten bank werden gevoerd. Streng toespreken haalde nauwelijks iets uit en dus dwong hij het zwijgen af door de plug uit zijn bas te halen en liggend op de koude vloer een akoestisch liedje te zingen. Reeve werd in de tweede helft van zijn set vergezeld door gitarist Andy Kerr (ex-NoMeansNo) met wie hij onnavolgbare atonale songs speelde die muzikaal en tekstinhoudelijk niet ver stonden van het repertoire van geëngageerde progrockers Henry Cow.

Tweede act van de avond The Sweet Release Of Death verwarmde de zaal met uptempo noise. De in het hogere geluidsspectrum rondcirkelende, gierende gloed uit de gitaar van Martijn Tevel werd gevangen door de bas van zangeres Alicia Breton Ferrer en aangevuurd door de snelle roffels op de snare van drummer Sven Engelsman. De nummers waaierden nergens nodeloos uit en volgden elkaar in rap tempo op. Het effect van de dansbare muziek kwam meer overeen met de titel van hun recente minialbum The Blissful Joy Of Living dan met de bandnaam.

Space Siren – One Cold Winter’s Coming Up

vr, 12/06/2019 - 16:59

Vijf jaar geleden overleed gitarist, componist en producer Corno Zwetsloot. Zijn heengaan wordt tot op de dag van vandaag onverminderd gevoeld in de Nederlandse gitaarunderground. Muzikanten die bij hem hebben opgenomen in de Next To Jaap Studio in Voorhout dragen hem nog steeds in hun hart. Corno was een mensenmens die van zijn studio een huiskamer maakte. Hij had een duidelijke visie op de manier waarop je muziek vastlegt en inspireerde bands met zijn creatieve ingevingen. De laatste tournee in 2014 met zijn band Space Siren was een de hoogtepunten in zijn carrière. Corno’s vriendin Ineke en dochter Janneke maakten onlangs een nieuwe videoclip bij One Cold Winter’s Coming Up, het openingsnummer van Space Sirens tweede album If You Scream Like That, Your Monkey Won’t Come. Ze posten de video vorige week op YouTube. All in loving memory of Corno.

The Invisible Life Of Eurídice Gusmão (Karim Aïnouz, 2019)

di, 12/03/2019 - 14:32

De Griekse mythe over Orpheus en Eurydice is niet alleen inspiratie voor de Franse film Portrait De La Jeune Fille En Feu, maar keert ook terug in The Invisible Life Of Eurídice Gusmão. In de Braziliaanse film zijn het geen vriendinnen maar twee zussen in Rio de Janeiro die door omstandigheden van elkaar gescheiden worden.

De mythische Eurydice wordt van haar geliefde Orpheus gescheiden omdat ze in de onderwereld belandt na de beet van een gifslang. De zussen Eurídice (Carol Duarte) en Guida Gusmão (Julia Stockler) leven in The Invisible Life Of Eurídice Gusmão gescheiden van elkaar door toedoen van een koppige vader (António Fonseca). Guida wil zonder zijn toestemming bepalen met wie ze trouwt en vertrekt begin 1951 zonder aankondiging met een Griekse matroos naar Europa. Als ze aan het eind van het jaar terugkeert, is ze ongehuwd en hoogzwanger. Vader weigert Guida nog langer als dochter te erkennen en stuurt haar terug de straat op. Op Guida’s vraag waar Eurídice is antwoordt hij dat zij studeert op het conservatorium in Wenen. In werkelijkheid heeft Eurídice haar droom om professioneel pianist te worden niet kunnen verwezenlijken omdat ze moest trouwen met Antenor (Gregorio Duvivier), zoon uit een welgestelde familie. De brieven die de zussen elkaar tien jaar lang schrijven, en via het ouderlijk huis naar elkaar sturen, worden nooit beantwoord. De vrouwen wonen in dezelfde stad zonder het van elkaar te weten.

Carol Duarte in The Invisible Life Of Eurídice Gusmão

The Invisible Life Of Eurídice Gusmão laat zien hoe vrouwen in de patriarchale samenleving in een onderschikte rol worden gedwongen. Eurídice probeert in haar liefdeloze huwelijk het idee van een muziekcarrière levend te houden, maar ziet haar kansen verspeeld als ze zwanger wordt. Guida moet zich staande zien te houden in een stad waar de kansen voor een alleenstaande moeder klein zijn. Ze belandt noodgedwongen in de prostitutie om haar kind te kunnen opvoeden en legt geld apart voor een reis naar haar zus in Wenen. Ze heeft echter toestemming van een echtgenoot nodig voor het verkrijgen van de benodigde reispapieren.

De film schakelt heen en weer tussen de afzonderlijke levens van beide zussen. De sterke uitstraling van beide actrices voorkomt dat de ene verhaallijn de ander overschaduwt. Julia Stockler is een strijdlustig Guida. Carol Duarte laat Eurídice tijdens de ontnuchterende huwelijksnacht binnen één scène overtuigend veranderen van optimistische dromer in een teleurgestelde volwassen vrouw. Je kunt vraagtekens zetten bij de rol van de moeder (Flávia Gusmão) in de hele affaire. Haar volhardende zwijgen wordt steeds onwaarschijnlijker naarmate de plot vordert. Voor het (melo)drama kan dat natuurlijk geen kwaad, maar het kwam op mij iets te gekunsteld over. Dat doet overigens niets af aan het aangrijpende einde van de film.

Julia Stockler in The Invisible Life Of Eurídice Gusmão

The Invisible Life Of Eurídice Gusmão ziet er prachtig uit. De beelden van director of photography Hélène Louvart (bekend van onder meer haar werk voor Alice Rohrwacher) beloven in al hun versterkte kleuren een beter leven dan de hoofdpersonages krijgen. Het sounddesign van Waldir Xavier valt direct op in de openingsscène. Daarin wordt de mythe van Eurydice en haar verblijf in de Griekse onderwereld het sterkst verbeeld. Eurídice raakt in die scène tijdens een wandeling terug naar huis gescheiden van de sneller lopende Guida. Ze verdwaalt in een donker bos waar ze wordt omringd door dreigende geluiden van apen. De vrouw is bang, want zonder haar zus voelt ze zich opgezogen door de duisternis. De regelmatig in het geluidspalet terugkerende bosgeluiden houden het angstige gevoel in stand van een leven waarin het licht niet zal terugkeren.

8/10

Phew live in OCCII, Amsterdam (15 november 2019)

di, 11/19/2019 - 21:35

Het titelloze debuutalbum van Japanse avant-garde vocaliste Phew ging in 1981 niet onopgemerkt aan het Westen voorbij. Toch duurde het 38 jaar voordat de zangeres voor het eerst een Nederlands podium betrad. Dankzij het kunstinitiatief Haperende Mens was Phew vorige week eindelijk te zien in Amsterdam.

Phew nam haar eerste langspeler op in de studio van Duitse producer Conny Plank met medewerking van Can-leden Holger Czukay en Jaki Liebezeit. Met zulke klinkende namen ben je als Japanse muzikant verzekerd van aandacht in muziekmedia buiten het eigen land. Ik herinner me het dromerige pianonummer Dream in een uitzending van het radioprogramma Radionome bij de VPRO. Het album kocht ik pas tien jaar later toen in 1991 de eerste cd-editie verscheen op het Franse label Les Disques Du Soleil Et De L’Acier. De muziek beweegt zich tussen experimentele krautrock en de industriële avant-funk van Deutsch Amerikanische Freundschaft. De losse, geïmproviseerde manier van zingen van Phew komt in de buurt van Yoko Ono’s stemgebruik, maar is meer ingetogen. Net als bij haar beroemde landgenoot staat bij Phew spontane expressie boven conventionele zangtechniek.

De Japanse zangeres had in de jaren tachtig goed gepast op een experimenteel festival als het Amsterdamse Tegentonen, maar haar Nederlandse podiumdebuut was pas afgelopen vrijdag in OCCII. De hernieuwde belangstelling voor haar muziek werd een paar jaar geleden ingezet na het verschijnen van de albums Light Sleep en Voice Hardcore. Laatstgenoemde album haalde de lijst met de 50 beste albums van 2017 volgens het Britse muziekblad The Wire. Voice Hardcore is volledig opgebouwd uit de stem van Phew die ze zelf via elektronica vermenigvuldigt en bewerkt. In het nummer Cloudy Day klinkt de Japanse meer als een sirene dan als een Sirene.

De stem was ook het startpunt van het optreden in OCCII. De zangeres zat achter een tafel gebogen over een kleine sampler en bouwde een ritme op met slechts haar eigen stemgeluid als uitgangspunt. Dankzij een headset microfoon had ze de handen vrij om de stemsamples met vlugge bewegingen live te manipuleren. Phew gebruikte het elektronisch voortgebrachte koorwerk voor Japanse overpeinzingen die klonken als iemand die hardop in zijn slaap praat. Een van de effecten veranderde haar stem een paar keer in een sinister fluisterende robot uit een cyberpunkfilm. Op het eerste nummer na betrad de muzikant muzikale paden die ze niet eerder in deze vorm op plaat had laten horen.

Het openingsnummer werd abrupt onderbroken toen Phew de eerste beat uit de drumcomputer liet ontsnappen. Het apparaat bracht geen voorgeprogrammeerd clichématig ritme voort zoals vaak is te horen in elektronische popmuziek uit de jaren tachtig. Een ultra lage basdrum zoemde op elke tel luid door de speakers, omringd door scherpe tikken die zenuwachtig om het basritme heen draaiden. Phew creëerde spanning door voor de hand liggende geluiden, zoals bijvoorbeeld die van een snaredrum, achterwege te laten. Ze bouwde de nummers niet op door middel van melodieën, maar door kale elektronische drum- en percussiepartijen te contrasteren met gelaagde drones. Waarschijnlijk werd veel ter plekke geïmproviseerd, maar toch klonk het concert alsof elke geplaatste noot minutieus was voorbereid.

Phew zat tot aan de climax tamelijk kalm achter de apparatuur. Soms keek ze even na het scherm van de laptop of dacht ze even na terwijl ze het hoofd op haar linkerhand liet leunen. De nummers volgden elkaar zonder tussenpozen op, zodat voor tussentijds applaus geen plaats was. Pas tijdens het slotnummer liet de zangeres zich meeslepen, in trance gebracht door over elkaar heen buitelende snaredrums. Ze bewoog zo hevig heen en een weer op haar zetel dat ze haar bril verloor.

Razen

De akoestische set van het Belgische voorprogramma Razen was iets minder spannend. Muzikant Brecht Ameel zorgde voor ijle drones als basis door tegelijkertijd twee EBows op de snaren van een cimbalom en een draalier te laten liggen. Hij voegde extra noten toe door af en toe voorzichtig met twee hamertjes op de hem omringende snaren te roffelen. Ameels zittende kompaan Kim Delcour wisselde diverse blaasinstrumenten af voor middeleeuws klinkende improvisaties. Hij blies onder meer op twee blokfluiten tegelijk. Aan het eind van het lange eerste nummer haalde Delcour een doedelzak tevoorschijn waar hij geluid uit haalde door onder zijn oksel in de gevulde luchtkamer te knijpen.

Ondanks de dissonant klinkende notenbrij uit het harmonium onder de handen van Ameel ging de set nergens een keer uit de bocht. De muzikanten hielden het optreden bescheiden en klein en gingen niet voluit zoals bijvoorbeeld het vergelijkbare Britse gezelschap Third Ear Band. De rituele muziek miste op sommige punten de noodzakelijke virtuositeit om de luisteraars in vervoering te brengen.

Portrait De La Jeune Fille En Feu (Céline Sciamma, 2019)

zo, 11/03/2019 - 10:56

Portrait De La Jeune Fille En Feu is een aangrijpend liefdesdrama dat zich afspeelt op een Frans eiland eind achttiende eeuw. Het is vooral ook een film over herinnering en wat nodig is om de ander nooit meer te vergeten.

Jonge schilderes Marianne (Noémie Merlant) wordt per boot afgeleverd op een geïsoleerd eiland in Bretagne. Ze is uitgenodigd door een gravin (Valeria Golino) en heeft van haar de opdracht gekregen een portret te schilderen van jongste dochter Héloïse (Adèle Haenel). Het portret is bedoeld voor het regelen van een huwelijk met een rijke edelman in Milaan. Eigenlijk zou de oudste dochter uitgehuwd worden, maar die heeft zich van een hoge klif geworpen. Héloïse is als tweede keus speciaal uit het klooster teruggehaald. Zij weigert echter model te staan voor het portret omdat ze niet wil trouwen. Marianne is ook tweede keuze als schilderes, want het is de vorige mannelijke schilder niet gelukt Héloïse tot poseren over te halen. Marianne moet van de gravin net doen alsof ze als gezelschapsdame is uitgenodigd voor wandelingen over het eiland en op die manier proberen een bruikbaar portret uit het hoofd te schilderen.

Portrait De La Jeune Fille En Feu is een film over vrouwen die geen mogelijkheid krijgen om zichzelf volledig te ontplooien. Héloïse heeft haar hele leven tussen de muren van het klooster vastgezeten en mag haar toekomst niet zelf bepalen. De uithuwelijking reduceert haar tot handelswaar. Aan de sobere meubilering in het landhuis te oordelen kan de familie wel wat geld gebruiken. Marianne zal op haar beurt als schilder nooit net zo serieus genomen worden als haar gerenommeerde vader, simpelweg omdat ze een vrouw is. De frustratie over hun onderschikte positie brengt de twee vrouwen dichter bij elkaar.

Marianne en Héloïse weten dat de hevige liefdesrelaties die ze krijgen nooit langer zal duren dan de paar weken die ze met elkaar kunnen doorbrengen. Als het schilderij klaar is gaat Marianne weer terug naar huis en moet Héloïse zich voorbereiden op een enkele reis naar Italië. De geografische afstand tussen de twee zal te groot worden om te overbruggen. Het enige wat de twee vrouwen in stand kunnen houden is de herinnering aan elkaar.

Hedendaagse tijdelijke geheime liefdes hebben het voordeel van foto’s, film en video als middel voor het vastleggen van herinneringen. Denk bijvoorbeeld aan fotograaf Robert Kincaid (Clint Eastwood) en de foto’s die hij maakte tijdens zijn korte maar hevige verhouding met huisvrouw Francesca (Meryl Streep) in The Bridges Of Madison County (1995). De foto’s die Francesca’s kinderen aan het begin van die film vinden zijn aanleiding voor een flashback naar het verleden. Portrait De La Jeune Fille En Feu gebruikt ook een raamvertelling als verhaalstructuur. Dit keer wordt de flashback opgeroepen door een schilderij van Marianne dat leerlingen van haar in de tekenklas hebben gevonden. Terwijl de leerlingen het portret van Marianne tijdens de les tekenen heeft zij alle tijd om herinneringen aan de korte tijd met Héloïse op te halen.

Adèle Haenel en Noémie Merlant in Portrait De La Jeune Fille En Feu

Het schilderij in de tekenklas heeft dezelfde titel als de film en toont een donker landschap met een vrouw wier rok vlam heeft gevat. Later in de film zien we dat dit een van de sterkste beelden is die zich op het eiland in het geheugen van Marianne hebben gebeiteld. Zonder een dergelijk sprekend beeld zou ze Héloïse nooit zo scherp zijn blijven herinneren. Héloïse was zich daarvan bewust toen haar rok vlam vatte bij een kampvuur. Daarom nam ze geen enkel initiatief om het vuur zelf te doven. De herinnering werd doelbewust door haar gecreëerd.

De tekeningen en een zelfportret die Marianne maakt zijn volgens Héloïse minder geschikt als geheugensteun, omdat je uiteindelijk de tekening herinnert en niet meer de geportretteerde. De vrouwen moeten een andere manier zien te vinden om de herinnering aan elkaar te intensiveren. Met het naderende onvermijdelijke laatste afscheid in zicht laten de twee vrouwen zich inspireren door het afscheid van Eurydice en Orpheus uit de Griekse mythologie (*). De laatste aanblik moet sterk genoeg zijn om een heel leven lang mee te kunnen gaan. Marianne’s sterkste herinnering aan Héloïse is zo scherp dat het als een heldere geestverschijning een paar keer in de flashback uit het donker naar voren komt nog voordat het moment in de film daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. Herinnering is een spook dat altijd onverwachts in de gedachten zal opduiken.

Muziek is ook een middel om iemand nooit meer te vergeten. Dat gegeven levert een slotscène op die de filmkijker lang zal bijblijven, zelfs wanneer het beeld mogelijk door tranen wordt vertroebeld.

9/10

(*) De mythe van Eurydice keert eind dit jaar terug in A Vida Invisível (2019), in Nederland uitgebracht onder de internationale titel The Invisible Life of Eurídice Gusmão. Ook in deze film worden twee vrouwen (zussen ditmaal) door de mannenmaatschappij geremd in hun mogelijkheden om dromen na te streven en is herinnering het enige dat overblijft nadat het lot hen van elkaar scheidt.

Nina Wu (Midi Z, 2019)

ma, 10/21/2019 - 15:05

Actrice en scenariste Ke-Xi Wu verwerkte in het script voor de #metoo-film Nina Wu haar ervaringen tijdens audities en op filmsets. Het titelpersonage wordt in de eerste helft van de film onderworpen aan de grillen van de regisseur met wie ze een speelfilm opneemt. De intimidaties en het geweld roepen vergelijkingen op met een paar beruchte incidenten uit de filmgeschiedenis.

Ik kan het niet langer meer verdragen, zegt Nina Wu meerdere keren in de gelijknamige film van Midi Z. Ze vernietigen niet alleen mijn lichaam, maar ook mijn ziel. De woorden komen uit de dialoog die Nina (Ke-Xi Wu) heeft voorbereid voor de auditie van een belangrijke film in haar carrière. Ze hebben ook betrekking op wat de actrice overkomt nadat ze de rol heeft aangenomen. Nina Wu heeft haar lot in handen gelegd van mannen die haar uitbuiten en daalt steeds verder af in een nachtmerrie. Ze is door de ingrijpende gebeurtenissen niet meer in staat realiteit en film van elkaar te onderscheiden.

In een van de scènes rent Nina door gangen en zalen met een mes in haar hand. De regisseur onderbreekt de actrice meerdere keren omdat hij ontevreden is over haar acteerprestatie. Hij gaat tegen haar tekeer om de emotie aan te wakkeren die hij in beeld wil brengen. De scène lijkt een verwijzing naar de manier waarop regisseur Stanley Kubrick Shelley Duvall behandelde tijdens de opnamen van The Shining (1980).

Nina Wu / The Shining

Perfectionist Kubrick stond bekend om de vele takes hij nodig had voordat hij tevreden was. Iedereen moest eraan geloven, of het nu een grote of een kleine rol betrof. Bijrolspeler Scatman Crothers moest voor The Shining een close-up 130 keer overdoen. Duvall was in die film het grootste slachtoffer. Shelley, that’s not it, klaagde de regisseur regelmatig. How long do we have to wait for you to get it right? Een enkele keer kwam het tot een woede-uitbarsting, zoals bij de scène waarin personage Wendy het Overlook Hotel ontvlucht en de sneeuw in rent. De actrice hoorde binnen niet dat ze moest starten en kreeg buiten de volle laag (zie ook de documentaire van Vivian Kubrick vanaf 14:50). Kubrick kreeg uiteindelijk wat hij wilde. De wanhoop van Duvall was precies wat Wendy nodig had. Pas na de opnamen verdedigde de actrice de regiemethoden van de regisseur. If Stanley hadn’t pushed me as hard as he did, I would never have produced the perfomances I did.

De regisseur in Nina Wu gaat verder dan Stanley Kubrick en slaat de actrice zelfs in het gezicht om de gewenste emoties bij haar op te roepen. De relatie tussen regisseur en actrice komt na een dergelijk incident nooit meer goed.

Een andere scène in Nina Wu lijkt te zijn geïnspireerd door de roemruchte regisseur Otto Preminger en zijn gebrek aan respect voor debuterend actrice Jean Seberg tijdens de opnamen van Saint Joan (1957). Nina moet een scène op het water opnemen terwijl ze niet kan zwemmen. Verdrinken blijkt niet het grootste probleem wanneer plotseling vuur ontvlamt op het vlot waar ze in haar eentje op drijft. Vuur wordt ook opgestoken in Saint Joan in de scène waarin Jeanne d’Arc (Seberg) op de brandstapel belandt.

Nina Wu / Saint Joan

Jean Seberg werd tijdens de gehele draaiperiode geplaagd door notoire schreeuwer Preminger. Hij liet zijn ontevredenheid over de onervaren actrice duidelijk blijken. Otto was a tyrant on the set, volgens ooggetuige Bob Willoughby. Nothing had an effect on him. He kept her on a constant emotional pitch, which isn’t a professional way of acting. Often at the end of the day’s shooting, she would be sobbing hysterically. Acteur Richard Widmark keek in afschuw toe. He yelled at her, he insulted her, without ever letting up. (…) To me, it was sadism.

In de laatste draaiweek van Saint Joan ging het helemaal mis. De vlammen op de brandstapel vlogen zo hoog op dat ze Jean Seberg raakten. Littekens op haar buik bleven de rest van haar korte leven aan het incident herinneren. Het ongeluk was geen opzet, maar Preminger maakte er dankbaar gebruik van en monteerde Sebergs pijn in het eindproduct.

Nina Wu gaat nog een stap verder in het tonen van machtsmisbruik binnen de filmwereld. Het dubbelgangermotief in de tweede helft van de film, waarin Nina een jaloerse collega van zich af moet zien te houden, blijkt een afleidingsmanoeuvre in het script. De suggestie dat de actrice haar lijdensweg heeft ingebeeld wordt in het laatste shot op schokkende wijze ontkracht.

Bronnen: Stanley Kubrick: A Biography (Vincent LoBrutto, 1997) en The World And Its Double: The Life And Work Of Otto Preminger (Chris Fujiwara, 2008).

Maiden (Alex Holmes, 2018)

do, 10/17/2019 - 20:32

Documentaire Maiden is vernoemd naar het zeilschip van Tracy Edwards. De Britse zeilster deed in 1989 mee aan The Whitbread Ocean Race met een team dat voor het eerst bestond uit louter vrouwen. Edwards moest zowel de strijd aangaan met de natuurkrachten op de oceaan als met mannen en hun vooroordelen over de rol van vrouwen tijdens zware fysieke sportevenementen.

De vrijgevochten Tracy Edwards had één grote droom: meevaren op een zeilschip tijdens The Whitbread Ocean Race. In de door mannen gedomineerde oceaanzeilwereld was echter nauwelijks plaats voor vrouwen aan boord. Ze maakten hooguit kans om als kok in de kombuis aan de slag te kunnen. Edwards wilde meer. Aangemoedigd door een toevallige ontmoeting met koning Hoessein van Jordanië verzamelde ze een team van twaalf bij elkaar dat uitsluitend uit vrouwen bestond. Gezamenlijk restaureerden ze de tweedehands boot die Edwards met financieel risico uit eigen zak had betaald. In 1989 stond de Maiden in Portsmouth aan de start van The Whitbread Ocean Race. De concurrenten en de pers wisten zeker dat de vrouwen zouden falen tijdens de zware zeilwedstrijd rond de wereld.

Tracy Edwards aan boord van de Maiden

Regisseur Alex Holmes wisselt in zijn documentaire pratende hoofden af met archiefmateriaal dat bestaat uit nieuwsverslagen en videobeelden die aan boord zijn opgenomen. Maiden is een feministisch portret van een volhardende vrouw en een spannende film over doorzettingsvermogen en wilskracht onder zware omstandigheden. Tijdens het kijken werd ik helaas iets te vaak afgeleid door de manier waarop Holmes is omgegaan met oude video’s. De regisseur behoort tot de school van documentairemakers die bang zijn voor balken in beeld. De videobeelden uit 1989 waren nog in het oude vierkante 4:3-formaat opgenomen, vlak voordat breedbeeldtelevisie in het formaat 16:9 werd geïntroduceerd (*). 4:3 op breedbeeld zorgt voor zwarte balken links en rechts. Holmes past twee manieren toe om de balken te omzeilen: hij zoomt in of rekt uit.

Inzoomen is een lelijk effect omdat de oneffenheden in de oude video’s extra opvallen en mensen op onnatuurlijke manier in het frame geplaatst worden. Door het oprekken van 4:3-formaat naar 16:9 ziet alles en iedereen er breder uit. Het resultaat is een vervorming van natuurlijke verhoudingen (zie onderstaand voorbeeld). Schepen worden langer en mensen dikker. De Britse dvd- en Blu-ray-uitgever Eureka omschrijft het verkeerde gebruik van beeldformaten het best in hun notes on viewing bij veel hun uitgaven: The […] image is a distortion and corruption of the original artwork, which travesties the integrity of both the human form and cinematographic space. Het is vanuit historisch oogpunt gezien de juiste keuze om archiefmateriaal in het originele formaat met zwarte zijbalken te tonen, maar zelfs een gerenommeerd geschiedenisprogramma als het Nederlandse Andere Tijden maakt zich schuldig aan het vermijden van balken door oude beelden uitgerekt uit te zenden.

Voor de Nederlandse kijkers is de documentaire Maiden extra de moeite waard vanwege een niet onbelangrijke Nederlandse inbreng. Een van de crewleden was zeilster Tanja Visser. Ze wordt vreemd genoeg overgeslagen tijdens de korte introductie van alle deelnemende zeilsters. Dat komt waarschijnlijk omdat ze in de beginfase van de voorbereidingen niet fulltime betrokken was. Later in Maiden komt Visser wel meerdere keren tijdens de nieuwe interviews aan het woord over haar belevenissen tijdens de historische wedstrijd.

Maiden was vorig jaar te zien tijdens het IDFA en is deze maand door Dogwoof uitgebracht op dvd en Blu-ray (Britse import). Onder de extra’s een Q&A, een interview met editor Katie Byer en een director’s commentary.

(*) De NOS stapte pas in september 2007 definitief over op breedbeeldformaat.

Willem de Ridders Radiola Improvisatie Salon

vr, 10/11/2019 - 12:39

Maandag 14 oktober wordt Willem de Ridder 80 jaar. De cv van deze inspirerende Fluxus-kunstenaar is te uitgebreid om volledig op te sommen. De Ridder is binnen muziekkringen bekend van jongerenbladen Hitweek (1965-1969) en Aloha (1969-1974) en als een van de oprichters van Paradiso. Experimentele muziekmakers zijn hem dankbaar vanwege het radioprogramma Radiola Improvisatie Salon. De verjaardag van Willem de Ridder is een goede aanleiding om enkele Radiola-uitzendingen uit de kelder op te vissen en online te zetten.

De Radiola Improvisatie Salon stond aan de basis van de Nederlandse ondergrondse cassettecultuur. Het VPRO-programma ging in 1980 van start op wat toen nog Hilversum 4 heette. Presentator en samensteller Willem de Ridder nodigde de luisteraars uit zelf opnamen te maken van geluiden, geïmproviseerde muziek, spontane voordrachten of hoorspelen en die via de VPRO op te sturen naar zijn toenmalige studiootje nabij Napels. Het was in eerste instantie de bedoeling om te improviseren tijdens de uitzending en daar opnamen van te maken. Die dienden tijdens de volgende uitzending als basis voor nieuwe improvisaties van andere luisteraars. Deze opzet werd gaandeweg losgelaten. Iedere deelnemer mocht zelf weten wat voor soort tape-experimenten hij of zij wereldkundig wilde maken. De Ridder luisterde vrijwel nooit van tevoren naar de cassettes en geluidsbanden en zond de inzendingen ongecensureerd uit. In het laatste uitzendjaar 1983 was het programma te horen via popzender Hilversum 3.

De DIY-mentaliteit van de Radiola Improvisatie Salon was verwant met punk, maar dan zonder de muzikale begrenzing van drie primitieve gitaarakkoorden. De drempel had niet eerder zo laag gelegen op de Nederlandse nationale radio. Alle experimenten, zowel geslaagde als minder geslaagde, werden uitgezonden, ook die van een veertienjarige middelbare scholier uit Heerhugowaard. Zonder duidelijk plan wist ik ergens in 1980 een overbuurjongen, mijn jongere zus en haar schoolvriendin over te halen om in de huiskamer keukengerei als percussie te bespelen terwijl ik geluidsplaten opzette en draaide aan de echoknoppen van een Sony-bandrecorder. Daarna nam ik enkele simpele orgelimprovisaties op, thuis op het Hammond-orgel en op het kerkorgel waar mijn vader elke zondag de Hervormde gemeente mee begeleidde. Zonder een reservekopie te maken gooide ik de mastertape op de bus. Ik weet niet meer welk stuk uiteindelijk door de ether heeft geklonken. Bewijs ervan ontbreekt, want waarschijnlijk was ik van de zenuwen vergeten de uitzending op te nemen.

Radiola Improvisatie Salon januari 1981 met o.a. Dagdroomdag van Theo van Raaij (25:50)

Meestal nam ik de uitzendingen van de Radiola Improvisatie Salon wél op, want dat was de enige manier om de wonderlijke bijdragen meerdere te keren te kunnen beluisteren. Willem de Ridder zond namelijk zelden een track een tweede keer uit. Er waren wel terugkerende namen zoals Arthur Berkhoff, Nico de Gruiter, Enno Velthuys en Hessel Veldman. Sommige muziek werd later officieel op cassettes uitgebracht, bijvoorbeeld op Veldmans label ExArt, die ook te koop waren bij onder meer Staalplaat. De overige inzendingen verdwenen rechtstreeks richting vergetelheid. Het is mij niet bekend waar de cassettecollectie van Willem de Ridder zich nu bevindt. Tekenaar Frits Jonker meldt op zijn site dat hij via Peter Pontiac een doos cassettes in zijn bezit heeft gekregen, maar het lijkt me sterk dat het hier gaat om de volledige Radiola-collectie.

Uitzendingen van het programma stonden tot nu toe nergens online. Tussen de cassettebandjes in mijn vochtige kelder, opgeslagen in dozen naast roestende fietsen, vond ik nog enkele resten Radiola Improvisatie Salon. Het betreft een selectie van tracks die ik indertijd de moeite waard vond, een enkele keer aangevuld met aan- en afkondigingen door Willem de Ridder, Han Reiziger of Cora Emens. De 80e verjaardag van Willem de Ridder is het ideale excuus om het materiaal een plek te geven op MixCloud in de vorm van rudimentaire reconstructies, inclusief de onvermijdelijk ruis die zich als hoorbare stof op de magnetische tape heeft vastgebeten.

De komende weken zullen meer (collages van) uitzendingen gepost worden. Houd MixCloud in de gaten voor updates.