Over alles behalve design

Abonneren op feed Over alles behalve design
arthouse, classics, cult, Hollywood, music
Bijgewerkt: 7 uur 50 min geleden

Imagine Film Festival (3) – Tiere (Greg Zglinski, 2017)

8 uur 15 min geleden

Tiere geeft een surrealistisch kijkje in het leven van het Oostenrijkse echtpaar Anna en Nick. De twee proberen halfslachtig hun huwelijk terug op de rails te krijgen tijdens een vakantie in de Zwitserse bergen. Een ongeluk onderweg maakt de lijmpoging er niet eenvoudiger op.

De relatie in Tiere tussen kinderboekenschrijfster Anna (Birgit Minichmayr) en keukenchef Nick (Philipp Hochmair) heeft betere tijden gekend. Het Oostenrijkse echtpaar gebruikt een vakantie in Zwitserland als lakmoesproef. De negatieve uitslag lijkt bij voorbaat vast te staan. Anna weet vrijwel zeker dat Nick een buitenechtelijke relatie heeft met bovenbuurvrouw Andrea. Eigenlijk vormen alle vrouwen in de ogen van Anna een gevaar voor haar huwelijk. Ze hebben allemaal het uiterlijk van actrice Mona Petri. Zij speelt zowel de rol van Andrea als die van Mischa, de collega van Nick die op het huis komt passen.

Tiere (Birgit Minichmayr)

Voordat Anna en Nick hun vakantiebestemming hebben bereikt, rijden ze met hun auto tegen een over de weg lopend schaap aan. Anna houdt aan het ongeluk een hoofdwond en een ontwrichte perceptie van tijd over. Verleden, heden en toekomst lopen door elkaar en gesprekken met Nick spelen zich in verschillende tijdszones tegelijk af. Handelingen in het Zwitserse chalet hebben opvallende overeenkomsten met de handelingen van Mischa thuis in Oostenrijk. In beide huizen bevindt zich een geheimzinnige kamer waar niemand de sleutel van heeft.

Tiere heeft ruim voor het ongeluk al surrealistische trekjes. Anna en Nick hebben onderweg dezelfde droom waarin de vrouw door de man tijdens een regenachtige nacht uit de auto wordt gesleurd. In een van de eerste scènes is te zien hoe een vrouw zich ‘s nachts vanaf een hoge verdieping laat vallen zonder dat haar levenloze lichaam vervolgens op straat is te zien. In tegenstelling tot Luis Buñuel of hedendaagse surrealisten als David Lynch en Quentin Dupieux laat regisseur Greg Zglinski zijn surrealisme niet volledig de vrije loop. Het script van Jörg Kalt (1967-2007) geeft meerdere mogelijke oorzaken voor de vreemde gebeurtenissen: de hoofdwonden van Anna en Mischa, de inhoud van het nieuwe boek dat Anna wil schrijven, haar fantasieën over de overspelige Nick en de dromen van het echtpaar.

Tiere (Philipp Hochmair)

De wereld is in Tiere een absurdistische warboel geworden omdat de leugens en fantasieën van het echtpaar te diep hun relatie zijn binnengedrongen. Dat levert voldoende voedingsbodem voor alledaags absurdisme. De film heeft de neiging om de kijker extra handvatten aan te reiken. Surrealisme werkt meestal beter (en is meer beangstigend) wanneer het volledig ongrijpbaar is en aanwijzingen en verklaringen achterwege blijven.

6/10

Imagine Film Festival 2018 (2) – A Day (Sun-ho Cho, 2017)

ma, 04/16/2018 - 13:14

Groundhog Day (1993) heeft dit decennium opvallend vaak als inspiratiebron gediend voor filmmakers. Een recent voorbeeld is de Zuid-Koreaanse fantasiethriller A Day. Heeft regisseur Sun-ho Cho een nieuwe draai aan het uitgangspunt van Groundhog Day kunnen geven of is zijn film een overbodige herhalingsoefening?

Het wordt tijd voor het organiseren van een Groundhog Day-filmfestival met elke dag 24 uur achter elkaar één film over een personage dat telkens wakker wordt op dezelfde dag en wanhopig een methode zoekt om aan die dag te kunnen ontsnappen. Het festival kan minstens een week in beslag nemen dankzij films volgens de Groundhog Day-formule zoals Source Code (2011), Edge of Tomorrow (2014), ARQ (2016), Happy Death Day (2017) en Before I Fall (2017). Bezoekers zijn wat mij betreft verplicht om de hele dag in de filmzaal te zitten bij de door hun gekozen films. Op die manier kunnen ze zich extra goed verplaatsen in de frustraties van de hoofdpersonages.

[Spoilers!] De Koreaanse film A Day houdt de formule vers door twee verrassende wendingen toe te voegen. De tweede wending is helaas net eentje te veel. De eerste verrassing is wanneer blijkt dat vader Jun-young (Myung-Min Kim) niet de enige is die telkens te laat arriveert bij een verkeersongeluk waarbij zijn dochtertje omkomt. Generatiegenoot Min-chul (Yo-han Byeon) zit opgesloten in dezelfde time loop en probeert elke dag opnieuw te voorkomen dat zijn vrouw in de taxi stapt waarmee ze op hetzelfde kruispunt zal verongelukken. Beide mannen ontdekken elkaar tijdens hun eenzame gevecht tegen de tijd en werken vervolgens samen bij het oplossen van hun dagelijks herhalende dilemma.

Het script neemt een extra stap door een derde personage toe te voegen die weet dat hij dezelfde dag herbeleeft. Hij is de taxichauffeur die doelbewust op hetzelfde tijdstip het ongeluk veroorzaakt. De handelingen van de chauffeur zijn echter heel lang niet net zo urgent als die van de twee samenwerkende mannen. Zijn wraakmotief dwingt hem niet om daadwerkelijk elke dag op de seconde nauwkeurig op het kruispunt te zijn waar Jun-youngs dochter oversteekt. De enige reden waarom hij dat wel doet is omdat het goed uitkomt voor de rest van de film. Het tempo ligt echter zo hoog dat de kijker nauwelijks tijd heeft om stil te staan bij de denkfout die regisseur en scenarioschrijver Sun-ho Cho maakt.

6/10

Imagine Festival 2018 (1) – Along With The Gods: The Two Worlds (Yong-hwa Kim, 2017)

zo, 04/15/2018 - 17:29

Along With The Gods is gebaseerd op een populaire Koreaanse webtoon en een van de best bezochte films ooit in Korea. De film is een duizeligmakende achtbaan door het hiernamaals. Een heldhaftige brandweerman moet daar na een dodelijk ongeluk binnen 49 dagen langs zeven rechtbanken om ervoor te zorgen dat hij mag reïncarneren. Hij wordt terzijde gestaan door drie Guardians of the Afterlife en dat is maar goed ook, want op eigen kracht zou hij deze hel nooit overleven.

Het eerste shot in Along With The Gods laat meteen zien wat voor soort film deze bovennatuurlijke blockbuster is. De camera valt vanuit de hemel met grote vaart naar de Aarde richting een brand in een kolossale wolkenkrabber. Niets staat de val in de weg, zelfs niet de wieken van een passerende helikopter. Beneden wordt de dappere brandweerman Kim Ja-hong (Tae-hyun Cha) volledig omringd door wilde computeranimaties. Tijd om de omgeving in ons op te nemen krijgen we niet. De brandweerman bezwijkt voordat we hem leren kennen. Twee vertegenwoordigers van het hiernamaals staan hem rustig op te wachten terwijl om hen heen de chaos heerst die hoort bij een buitenproportionele brand. Het is het begin van een serie gejaagde actiescènes waar de twee uur en negentien minuten lange film voor het merendeel uit bestaat.

Het ontvangstcomité: Ji-hun Ju en Hyang-gi Kim

Kim Ja-hong weet niet wat hem overkomt. Acteur Tae-hyun Cha kan weinig anders doen dan verdwaasd toekijken hoe zijn beschermengelen hem door zeven varianten van de hel loodsen. Het duurt lang voordat we een beeld krijgen van zijn voorbije leven en waarom het zo lang moet duren voordat de held krijgt wat hij verdient. De actieve hoofdrolspelers zijn Kims jonge begeleiders Haewonmaek (Ji-hun Ju) en Dukchoon (Hyang-gi Kim) en de iets oudere en veel serieuzere Kangrim (Jung-woo Ha). Het enthousiasme van deze gidsen wekt de suggestie dat de brandweerman zich in een groot pretpark bevindt vol enerverende attracties. Geen moment krijg je het gevoel dat Kim daadwerkelijk in gevaar komt, want hij is immers de persoon waar het verhaal om draait. Als hij onderweg niet heelhuids de dodelijke obstakels weet te passeren is de film voortijdig voorbij. Van enige spanning is dan ook geen sprake.

De plot van Along With The Gods volgt het traject van een computerspel: een opdracht moet worden afgerond voordat het volgende niveau wordt bereikt. De winnaar krijgt na de goede afloop reïncarnatie cadeau. De reis door het hiernamaals wordt doorsneden met flashbacks uit het voorbije leven van Kim en zijn complexe relatie met de achtergebleven moeder en broer. In een subplot gaat Kangrim in de echte wereld op zoek naar Kims broer en diens wraakzuchtige geest. Binnen de subplot is een extra plot gepropt over een eeuwenoude gebeurtenis waarbij Kangrim was betrokken.

Flashbacks en subplots maken het afgeladen verhaal extra vol. Ondanks de lange speelduur worden sommige scènes afgeraffeld. In de haast is vergeten een hachelijk avontuur in de cabine van een kabelbaan netjes af te ronden. De spelregels in alle zeven onderdelen van de hel moeten allemaal worden uitgelegd. De meeste acteurs schreeuwen hun teksten, behalve Kims moeder want die is stom. Een moment om even op adem te komen en ons in de personages te verdiepen is er nauwelijks. Toch verwachten de filmmakers dat de kijkers volledig meeleven en aan het einde van de rit tot tranen zijn geroerd, begeleid door een opdringerig strijkorkest.

De beschermengelen modelleren zich heel bewust naar Amerikaanse superhelden en hebben naast hun drukke werkschema blijkbaar tijd om op hun gemak naar superheldenfilms te kijken, net als het tienerpubliek waar dit zielloze spektakel voor is bedoeld. De jeugd in Korea kijkt smachtend uit naar deel twee van Along With The Gods dat voor deze zomer staat gepland.

3/10

Rewire Festival in Den Haag (6-8 april 2018)

di, 04/10/2018 - 21:09

De twee interessantste grote Nederlandse festivals voor grensverleggende (pop)muziek zijn momenteel Le Guess Who in Utrecht en Rewire in Den Haag. Sommige acts worden door beide festivals uitgenodigd, zoals James Holden en Nadah El Shazly, zodat het mogelijk is binnen korte tijd te horen hoe hun muziek zich heeft ontwikkeld. Het programma van Rewire bood dit jaar weer een aantrekkelijke mix van nieuwe projecten van oudgedienden, onder wie artist in focus Laurie Anderson en leden van de band Wire, en presentaties van aanstormend muzikaal talent in diverse disciplines. De dancegerichte nachtprogramma’s trokken vrijdag en zaterdag veel jong publiek. Oudere generaties liepen zondag massaal uit voor het afsluitende optreden van Laurie Anderson in de Grote Kerk. In onderstaand verslag vind je mijn selectie uit Rewire 2018.

Vrijdag 6 april

Širom
Het Sloveense trio Širom werd in de zaal van het Koorenhuis omringd door een arsenaal aan ongebruikelijke en vaak zelfgemaakte akoestische instrumenten. Niets mocht ongebruikt blijven. De muzikanten gedroegen zich in het openingsnummer als kinderen in een speeltuin; het liefst wilden ze op alle toestellen tegelijk spelen. Onrustig zapten ze van het ene fragment naar het andere. Meer geslaagd waren de momenten waarop het trio zich concentreerde op slechts een paar instrumenten, zoals de conventioneel ogende snaarinstrumenten als viool, banjo, ukelele, een Marokkaanse ribab en een Turkse cünbüs.

Širom

De leden van Širom hebben een verleden in stadse genres als punk, noise, metal en postrock. Met hun band keren ze terug naar de natuurlijke landschappen waar ze zijn opgegroeid. Sporen van hun luide muzikale verleden verraden zich enkel in de soms felle manier waarop de muzikanten tekeer gaan. Širom speelt eigentijdse volksmuziek vermengd met minimal music. De balafoons doen sterk denken aan de marimba’s in composities van Steve Reich. Improvisatie ligt aan de basis van het strakke plan waarmee de nummers live werden uitgevoerd. De onregelmatige polyritmiek was vaak te ingewikkeld om de muziek aan het toeval over te laten.

De kleinste creatieve ideeën maakten de meeste indruk zoals in het nummer waarin Ana Kravanja een draad uit de vioolkam trok en daarop met haar strijkstok streek in plaats van over de snaren. Het leverde een moment van verstilling op die ook concentratie vergde van de luisteraar.

Mia Zabelka, John Hegre en Benjamin Finger
Het optreden van Mia Zabelka, John Hegre en Benjamin Finger bevatte sporadisch ook kleine momenten die waarschijnlijk alleen opvielen als je op een kerkstoel in de buurt van het trio zat. De muzikanten bevonden zich aan de voet van de kansel in de Lutherse Kerk, omgeven door een houten hekwerk dat voor een deel het zicht aan de handelingen ontnam. Het zal sommigen zijn ontgaan dat de Oostenrijkse Zabelka tijdens de onafgebroken improvisatie een heel klein speeldoosmechaniek tevoorschijn haalde. Ze hield het enige tijd tegen de snaren aangedrukt terwijl ze aan het hendeltje draaide. Het iele speeldoosmelodietje ging kopje onder in de overige geluiden en was alleen goed te horen als je zag wat er gebeurde.

Het hekwerk belemmerde ook het zicht op de enkele hulpstukken die werden ingezet door zittende Noorse gitarist John Hegre (vervanger van de in het programma aangekondigde James Plotkin). Hegre zat naast de gitaarversterker en liet zangerige feedback door de kerk echoën. Tussen Hegre en Zabelka zorgde de Noorse Benjamin Finger met zijn elektronische apparatuur voor een constante elektronische ruis die klonk als golven van een stijgende zee. Als je Finger vrij spel had gegeven zou de muziek vervaarlijk dicht tegen meditatieve new age zijn gekomen. Dat werd goed duidelijk toen de andere twee muzikanten tegen het einde van het concert hun instrumenten lieten rusten en Finger weeïge synthesizerakkoorden over elkaar heen liet glijden. Walvisgeluiden bleven ons gelukkig bespaard.

Dankzij de wilde uithalen van Mia Zabelka was er tot aan het slotakkoord niets behaaglijks in de muziek te ontdekken. De weerbarstige wijze waarop Zabelka de snaren van afwisselend elektrische viool en gitaar behandelde was bedoeld om onverwachte geluiden te vinden en niet voor het creëren van melodie of harmonie. Met haar rauwe spel ging ze de strijd aan tegen de lange gitaartonen van Hegre en de elektronisch voortgebrachte natuurgeluiden van Finger. Hoe meer frictie, hoe beter.

Kaitlyn Aurelia Smith

Kaitlyn Aurelia Smith
In de volle grote zaal van het Paard wachtte opvallend veel jong publiek op de eerste dansbare beats waar ze tot vroeg in de ochtend op gingen dansen. Voordat het nachtfeest aanvang speelde Kaitlyn Aurelia Smith een set die je bijna popmuziek zou kunnen noemen. De tegendraadse geluiden uit haar ingewikkeld ogende synthesizer dienden vooral ter garnering van dromerige liedjes. Smith zong via een headsetmicrofoon zodat ze haar handen vrij had voor de vele knoppen en draden die op tafel stonden. Ze was te hard aan het werk om oog te hebben voor het publiek in de zaal. Daardoor was het optreden heel erg in zichzelf gekeerd. Het vocoder-achtige effect op haar stem zorgde ervoor dat de nummers te veel op elkaar gingen lijken. Het gebrek aan interactie werd gecompenseerd door beweeglijke abstracte animaties op het immense scherm achter de muzikante. Slechts een paar keer liet Smith haar zang en de bijna dansbare ritmes achterwege en bouwde ze het soort geluidssculpturen die we van haar oudere platen kennen. De muzikale bouwwerken bleken niet opgewassen tegen de conversaties van het ongeduldig wachtende danspubliek.

Zaterdag 7 april

Graham Lewis van UUUU

UUUU
De Britse supergroep UUUU begon het optreden minder compromisloos dan het openingsnummer van hun eerste album dat oktober vorig jaar is uitgekomen bij het in elektronische experimenten gespecialiseerde label Editions Mego. Het doorsnee klinkende krautrocknummer Verlagerung, Verlagerung, Verlagerung was bedoeld om de vliegtuigmotoren op te warmen voordat het opstijgen kon beginnen (Do you think we’ll ever get this fucker off the ground?). Eenmaal hoog in de lucht hadden Graham Lewis en Matthew Simms van Wire, elektronicaman Thighpaulsandra en drumster Valentina Magaletti alle vrijheid om hun avontuurlijke muziek alle kanten te laten opwaaien. Onheilspellende soundscapes werden afgewisseld met noise-uitbarstingen. Ergens in het midden van de set lastte de band een rustpunt in zodat bassist en zanger Lewis duidelijk verstaanbaar zijn gedachten kon laten gaan over het concept tijd (It’s All About Time). De band kon beuken als Swans en tekeergaan als een free jazz rockband. De regie van Thighpaulsandra en het creatieve drumspel van Magaletti zorgden ervoor dat UUUU nergens de controle verloor.

Suuns
Na de gevarieerde set van UUUU moest ik in de grote zaal van het Paard even wennen aan de eenvoudige beats van de Canadese band Suuns. De stampende drums lieten nauwelijks ademruimte over. De lijzige zang van gitarist Ben Shemie verzoop in het totaalgeluid. Gelukkig gebruikte hij de Auto-Tune op zijn stem niet in alle nummers. Suuns speelde dansbare slackerrock met een elektronisch opgewekt psychedelisch tintje en had genoeg aantrekkelijke riffs in huis om voorzichtige bewegingen in de zaal teweeg te brengen. Saxofonist Étienne Jaumet van James Holdens Animal Spirits mocht zaterdag een nummertje meespelen, wat meer een sympathieke geste was dan een muzikale verrijking. De snaredrum kon alle harde klappen niet langer meer aan en moest tussen twee nummers vervangen worden. De onderbreking was een mooie gelegenheid om alvast een goede plek op te zoeken bij het volgende optreden.

Arto Lindsay & Zs

Zs (Sam Hillmer & Greg Fox)

Het tweede hoogtepunt van de zaterdag was de samenwerking tussen het jonge New Yorkse trio Zs en veteraan Arto Lindsay. Het was opvallend dat de jonkies zittend speelden en de 64-jarige Lindsay staand. Bij de voormalige no waver was na vele decennia optreden geen afname van energie te bespeuren. Zijn vrije oprispingen op gitaar contrasteerden mooi met de soepele partijen van geschoolde gitarist Patrick Higgins. Tussen hen in zat de bebaarde saxofonist Sam Hillmer die zijn rol als paljas niet overdreef. Hij viel meermaals tijdens solo’s op zijn knieën en moest daarna uitgebreid uitblazen, alsof hij een inspannende sportoefening had gedaan.

Arto Lindsay

In het opvallendste nummer van de uitbundige set free jazz speelde Higgins een staccato riff die hij via zijn laptop tussen de boxen liet weerkaatsen. De snelle, herhalende melodische patronen werden door drummer Greg Fox in dubbel tempo gevolgd en dwongen Hillmer en Lindsay om alles uit de kast te halen. Het met veel plezier gespeelde muzikale geweld werd kortstondig onderbroken om even stil te staan bij het overlijden van jazzgrootheid Cecil Taylor.

The Thing

The Thing

Wie geen genoeg kon krijgen van free jazz met punkbezieling kon na afloop van Zs direct door naar de overkant van het Paard voor het optreden in het Koorenhuis van trio The Thing met saxofonist Mats Gustafsson, bassist Ingebrigt Håker Flaten en drummer Paal Nilssen-Love. Wat betreft postuur en onbeteugelde intensiteit zou je Gustafsson de Henry Rollins van de jazz kunnen noemen. De thema’s waren kort en de hevige improvisatie lang. De twee jonge Duitse vrouwen voor mij lieten zien dat je daar net zo goed op kunt dansen als op een housebeat. Ingebrigt Håker Flaten legde zijn contrabas opzij en begon de tweede helft van de set met feedback op elektrische bas als aankondiging van een nummer over een Vikingkoningin. Volgens Gustafsson reisden de Vikingen de wereld over om liefde te verspreiden, maar hun reizen leverden uiteindelijk een rivier van bloed op. Daarmee had hij het optreden van The Thing mooi samengevat.

James Holden & The Animal Spirits
Na de stormachtige optredens van Arto Lindsay & Zs en The Thing had ik terug in het Paard veel moeite om geboeid te blijven bij de poging tot jazz van producer James Holden samen met The Animal Spirits. De voorgeprogrammeerde bas- en synthesizerlijnen zijn op plaat heel prettig, maar boden de jazzmuzikanten live weinig ruimte voor eigen inbreng. De blazers dienden als franje en de percussionist vooraan het podium was vooral decoratief. Laatstgenoemde slingerde een zingende slang boven zijn hoofd, wat leuk was om naar te kijken, maar horen deed je het niet.

Onderweg naar de uitgang maakte ik een korte omweg via het optreden van sonische strijder Chino Amobi uit Virginia. Het hiphoplawaai dat hij in de kleine zaal van het Paard voortbracht leek geproduceerd door Michael Bay. De opgewonden Chino leek bezeten door een leger van Transformers die elk moment uit zijn borstkas kon springen. Zijn oorverdovende kakofonie zou een vooruitwijzing kunnen zijn naar de aanstaande Armageddon.

Zondag 8 april

Nadah El Shazly

Nadah El Shazly

Rewire bood een goede gelegenheid voor een hernieuwde ontmoeting met Nadah El Shazly. De Egyptische muzikante en zangeres was vorig jaar een van de verrassingen tijdens Le Guess Who in Utrecht. Daar begeleidde ze de nummers van haar alom geprezen debuutalbum Ahwar met hulp van een laptop. Tussen Le Guess Who en Rewire heeft ze een band om zich heen verzameld. Er zit veel potentie in wat te omschrijven is als het Egyptische antwoord op Alice Coltrane’s spirituele jazz. Helaas wisten de muzikanten het studiogeluid niet te evenaren of te overtreffen. Misschien zorgde een slapende zaalgeluidsmixer voor het teleurstellende resultaat. Pas rond het derde nummer Palmyra kwam hij op het idee om de schuif open te zetten van El Shazly’s toetsenbord. Daarna was nog steeds de balans ver te zoeken tussen haar spel en dat van de ijverige Casiospeler achter de tafel links op het podium. Vooral het instrumentale Koala, dat op de plaat vanwege de saxofoons juist veel indruk maakt, leed onder de slechte geluidsmix. De drummer speelde te voorzichtig zodat de muziek onvoldoende voortgestuwd werd. Nummers gingen vaak te lang door zonder interessante opbouw. Wat aan moois overbleef was de stem van Nadah El Shazly die vooral goed tot haar recht kwam in de paar zeer kalme, spaarzaam gearrangeerde nummers.

Sugai Ken
De Japanse elektronische experimentele muzikant Sugai Ken verstopte zich in een duisterde Club Korzo. De kleine lampjes boven Kens apparatuur gingen alleen even aan als hij een knop wilde indrukken of een attribuut zocht. De muzikant hield lichtgevende apparatuur uit het zicht door er een doek overheen te leggen. De eerste geluiden brachten de toehoorders in een krekelveld dat werd verstoord door onregelmatig pulserende tikken. Een bewerkte Amerikaanse stem wisselde de woorden natural en artificial af zodat niemand hoefde te twijfelen aan de opzet van het optreden. Natuurlijk geluid werd aan kunstmatig geluid gekoppeld. Onweer (of was het een dreunende aardbeving?) ging over in zwaar brommende elektronica. Meerdere veldopnames van Japanse religieuze ceremonies kwamen voorbij, aangevuld met geluidseffecten. Het was aan de luisteraar om in het donker het verschil tussen natuurlijk en kunstmatig te onderscheiden.

Ken bracht sommige geluiden voort met hulp van kleine percussie-instrumenten. Tijdens een van die momenten sloop zijn schaduw tussen het publiek door. Een andere keer hield hij de muis van zijn computer opzichtig omhoog in een spotlichtje om te laten zien hoe hij schrille, sireneachtige akkoorden op elkaar stapelde. De oncomfortabele zetels in Korzo zorgden ervoor dat niemand kon wegdommelen tijdens de afwisselende muzikale reis door het oude en het nieuwe Japan.

Laurie Anderson
Het eerste waar Laurie Anderson zondagavond indruk mee maakte was de lange rij die ze veroorzaakte voor de deur van de Grote Kerk in Den Haag. Het scheelde niet veel of de rij had een volledige cirkel gevormd rondom het kerkplein. Nadat de deuren eenmaal werden geopend hadden de wachtenden binnen korte tijd een stoel gevonden. Het tweede indrukwekkende moment was een ode aan Yoko Ono voor aanvang van het optreden. Anderson nodigde het publiek uit om gezamenlijk zo hard mogelijk te schreeuwen als reactie op wat we hebben verloren sinds november 2016, net zoals Ono deed toen haar om een reactie werd gevraag op de verkiezingsoverwinning van Trump. Ik had graag de gezichten gezien van passanten die precies op het schreeuwmoment langs de kerk liepen. Ze zullen gedacht hebben dat het schip van de kerk tot zinken werd gebracht en iedereen gillend van angst de ondergang tegemoet ging.

Laurie Anderson (bron: Instagram)

De rest van Laurie Andersons optreden was een stuk kalmer, zoals we van de Amerikaanse performance artiest gewend zijn. Ze vertelde over de dingen die ze in 2012 was verloren toen orkaan Sandy de Hudson deed overstromen en alle voorwerpen in Andersons kelder door het brakke water werden vernietigd. Anderson raakte in één klap haar hele archief kwijt. Het enige wat overbleef was een lijst van de verdwenen dingen die ze na het incident had opgeschreven. Achter de performer waren projecties te zien van onder meer teksten en tekeningen op een schoolbord als symbool van het gemak waarmee herinneringen met paar bewegingen weggeveegd kunnen worden.

Laurie Anderson in de Grote Kerk

De zee speelde de hoofdrol in verhalen over Andersons poging om een opera te schrijven over Moby Dick en de noodlanding van piloot Sully Sullenberger in de Hudson in 2009 (met citaten uit het nummer From The Air van Andersons debuutalbum Big Science uit 1982). Het verlies werd nog persoonlijker toen haar overleden echtgenoot Lou Reed zijn opwachting maakte. Reeds komst werd kort daarvoor aangekondigd in de vorm van tekstfragmenten uit zijn lied Dirty Blvd. Niet veel later hoorden we zijn stem over de speakers neuriën en begon hij een liedje te zingen waarbij Anderson voor begeleiding op viool zorgde. Op het grote scherm waren vage contouren van het gezicht van de zanger te ontwaren terwijl hij ons recht in de ogen aankeek. De zanger werd ook geëerd met een statige langzame dans waarin Anderson bewegingen maakte die horen bij Reeds geliefde Chinese vechtkunst tai chi. De ode aan de zanger gaf het optreden een verrassende emotionele lading die Laurie Anderson tot nu toe niet eerder of in ieder geval niet zo sterk in haar onderkoeld komische performances heeft toegelaten.

Rooie Waas – MAK!

wo, 03/28/2018 - 11:21

Rooie Waas is uitgeraasd. Vorige week nam het trio in Amsterdam afscheid van het publiek tijdens de presentatie van hun vierde en laatste album MAK! De drie muzikanten lieten de aanwezigen achter met de vraag wat Rooie Waas nu eigenlijk was: een serieus experiment of een uit de hand gelopen grap?

Misschien was Rooie Waas een grap die langer duurde dan aanvankelijk gepland. Humor maakte in ieder geval onlosmakelijk deel uit van de performances en de teksten van vocalist en dichter Gijs Borstlap. De manier waarop hij zijn minimalistische woordassociaties op sinistere wijze fluisterend declameerde bracht altijd een glimlach teweeg. Hij verknipte woorden dusdanig en herhaalde ze zo vaak dat ze aan het eind van het nummer alle betekenis hadden verloren. Muziek van Rooie Waas ging daarom ook nergens over en als het ergens over ging was het voornamelijk een reactie op het eigen maakproces. De afscheidsplaat MAK! begint met Vervelend Deuntje. Andere titels geven ook direct en onverbloemd kritiek op het eindresultaat: Gammel, Irritant, Rommel. Bij de meeste liedjes op MAK! krijg je de bondige recensie er gratis bij.

Rooie Waas

De unieke sound, in combinatie met absurde Nederlandstalige teksten, maakt de muziek van Rooie Waas lastig te plaatsen. De band klinkt heel Europees en laat geen Angelsaksische invloeden toe. De elektronische ritmes zijn te onbestendig om met dance geassocieerd te kunnen worden. De enige vergelijking die enigszins ergens op slaat is die met de vroege samplepop van Duitse muzikant Holger Hiller op bijvoorbeeld zijn album Ein Bündel Fäulnis in der Grube uit 1983.

Voor aanvang van het allerlaatste optreden in Mezrab (voorheen Pakhuis Wilhelmina) probeerde Borstlap de betekenis en waarde van Rooie Waas zelf te duiden, maar hij gaf ons enkel vragen in plaats van antwoorden. De overige twee bandleden onthielden zich van commentaar. Ze kweten zich met overdreven ernst van hun taak, spiekend op hun laptops die als alternatieve partituren dienden. Elke stap was berekend, al zou je dat niet meteen zeggen. De basdrum van drummer Gerri Jäger stuiterde net zo onregelmatig als een basketbal in handen van een dribbelaar vlak voordat hij de aanval inzet. De handen van toetsenist Mikael Szafirowski leken soms willekeurig op het kleine keyboard te vallen. Borstlap draaide ondertussen aan knoppen en trok aan draadjes in zijn centraal gepositioneerde mini-laboratorium. De drie muzikanten deden er alles om wat betreft melodie en harmonie zoveel mogelijk van de popmuzieknormen af te wijken, maar deden dat wel binnen conventionele songstructuren.

Rooie Waas: Mikael Szafirowski, Gerri Jäger & Gijs Borstlap

De zaal van Mezrab was goed gevuld afgelopen donderdag, wat opvallend is voor muziek waarmee je normaal gesproken geen WC mee uitverkoopt. De geslaagde uitgebreide laatste campagne van het Rooie Waas-promotieteam had ook veel mensen buiten de vaste Amsterdamse kliek naar de hoofdstad gelokt. Ze waren getuige van een geïnspireerd optreden. De drie muzikanten eindigden hun gezamenlijke carrière op de pieken van hun kunnen. De arrangementen klonken voller dan gebruikelijk en op sommige momenten waren zelfs melodieuze lijntjes te bespeuren. Rooie Waas beperkte zich tot de nummers van MAK! en liet meezingers als Nee en Ja, Dus achterwege.

Gijs Borstlap signeert tijdens de Rooie Waas-uitverkoop

Het leek alsof de band mensen had ingehuurd om vanuit het publiek als stoorzender te fungeren. Borstlap moedigde de spontaan opwellende reacties aan en dat lieten sommige mensen zich geen tweede keer zeggen. Een man liet vanuit de achterhoede af en toe een schreeuw uit zijn keel ontsnappen. Bij het podium stond een beschonken dame in toepasselijk rood T-shirt opzichtig commentaar te leveren. Toen de drie bandleden naar voren liepen voor het allerlaatste, akoestisch gespeelde nummer, begon de dame zelfs de zang over te nemen en ontstond kortstondig een koor in de voorste rij. De band hield ermee op en het publiek nam hun taak over.

Film Stars Don’t Die in Liverpool (Paul McGuigan, 2017)

za, 03/24/2018 - 12:41

Film Stars Don’t Die In Liverpool is gebaseerd op de relatie tussen Amerikaanse filmster Gloria Grahame (1923-1981) en de dertig jaar jongere Britse toneelacteur Peter Turner. De twee ontmoeten elkaar in Engeland in de nadagen van Gloria’s carrière. De actrice waant zich jong genoeg om nog steeds de rol van Shakespeare’s Julia te ambiëren. Ze doet net alsof ouderdom en ziekte niet bestaan en houdt de werkelijkheid zoveel mogelijk op afstand.

Als Peter Turner (Jamie Bell) en Gloria Grahame (Annette Bening) elkaar in de jaren zeventig voor het eerst ontmoeten, in het pension waar ze ieder een kamer hebben, heeft hij geen idee wie ze is. Alleen de oudere generatie, zoals Peters ouders, herkent haar direct van klassieke film noirs als Crossfire (1947), In A Lonely Place (1950), Sudden Fear (1952) en The Big Heat (1953). De vonken slaan over tijdens een discodansje in Gloria’s kamer en het paar zet de liefdesrelatie voort in haar thuisland de Verenigde Staten.

Film Stars Don’t Die in Liverpool (Annette Bening)

De schijnwerpers staan thuis al heel lang niet meer op Gloria Grahame gericht. Het is begrijpelijk dat de Hollywood-actrice moeite heeft om die de waarheid onder ogen te zien. Ze gaat echter nog een stap verder in haar ontkenning. Ze zet de relatie en haar leven op het spel door te zwijgen over haar ziekte. De actrice heeft last van beroepsdeformatie en leeft in een fantasiewereld. Film Stars Don’t Die In Liverpool speelt daar wat betreft vorm op in en laat de wereld van Gloria en Peter eruitzien als een filmset; de locaties in New York zijn decorstukken, de maan boven de zee bij het strandhuis is een kunstmatig lichteffect, tijdens een ritje in de auto is achtergrondprojectie achter de ramen te zien. Het decor biedt een schijnveiligheid voor de actrice. Het is voor haar een manier om zoveel mogelijk afstand te scheppen tussen haar fantasie en de onontkoombare werkelijkheid.

Ook de afstand tussen de huidige Gloria Grahame en haar vroegere incarnatie op het witte doek is groot. Als Gloria en Peter samen in een revival house kijken naar Naked Alibi (1954) valt extra op dat de jonge Gloria in zwart-wit geen enkele gelijkenis vertoont met de oudere Gloria in kleur. De filmmakers benadrukken meerdere keren hoe de kunstmatige filmwereld zich onderscheidt van de echte wereld. Soms doen ze dat geslaagd door een personage letterlijk een flashback te laten binnenstappen. De opzichtige kleine tijdsprongen in de montage aan het begin van de film vond ik minder geslaagd.

Film Stars Don’t Die in Liverpool (Jamie Bell)

Er is nog een ander bioscoopbezoek in de film dat een licht werpt op hoe Gloria in het leven staat. De actrice zit samen met Peter in een uitverkochte zaal bij Alien (1979). Terwijl de rest van het publiek doodsangsten uitstaat bij de beruchte scène met de chestburster giert Gloria van het lachen. Het is immers maar een film, dus ze hoeft nergens bang voor te zijn. De actrice weet dan nog niet dat de scène vooruitwijst naar de ziekte die haar van binnenuit zal opvreten.

6/10

Mountain (Jennifer Peedom, 2017)

di, 03/20/2018 - 17:23

De documentaire Mountain stelt armchair tourists in de gelegenheid om zonder gevaar voor eigen leven bergen te trotseren. Het grootste deel van de film bestaat uit het zicht op de besneeuwde reuzen van de wereld. De camera zweeft aan een drone als een adelaar over het landschap, begeleid door de bespiegelende teksten van Robert Macfarlane die kalm worden voorgedragen door acteur Willem Defoe. Als je geen last hebt van hoogtevrees dan krijg je dat bij Mountain alsnog.

Drones bieden een betaalbare mogelijkheid voor het maken van beelden waar voorheen een dure helikopter voor moest worden ingehuurd. Voor minder geld heb je nu beter resultaat, want een drone kan plekken bereiken waar een helikopter niet bij kan. Het enige nadeel van de drone is dat het gebruik ervan een cliché is geworden; bijna geen enkele documentaire kan tegenwoordig meer zonder.

Voor de makers van de documentaire Mountain is het gebruik van de drone vaak een noodzaak. Zonder het hulpmiddel zou het team van regisseuse Jennifer Peedom mee moeten met de bergklimmers en daarbij levensgevaarlijke risico’s nemen. De omvang van de risico’s is meteen duidelijk bij het aanschouwen van de eerste klimmer. De durfal hangt tegen een immense bergwand die als een muur in het landschap staat. Hij draagt geen parachute en heeft zo te zien geen andere veiligheidsmaatregelen getroffen. De hellingsgraad van de bergwand schat ik op 90°. Er zijn nauwelijks uitstulpingen waar de man op kan staan of zich aan vast kan houden. Bij de geringste manoeuvrefout zal hij te pletter vallen. Een niesbui zal dodelijk zijn.

Mountain laat meer capriolen op grote hoogtes zien waarbij de geestelijke gesteldheid van de stuntmannen en een enkele stuntvrouw in twijfel getrokken mag worden. Sommige mensen gaan voor hun plezier een wedstrijd aan met een lawine om te zien wie het snelst beneden is. Anderen springen in een wingsuit naar beneden en gaan met honderden kilometers per uur als Superman vlak langs scherpe bergpunten en dwars door kleine openingen in rotsformaties. De drone is vervangen door een roekeloos mens. De stunts zijn soms zo spectaculair dat een hoorbare nerveuze lach moeilijk is te onderdrukken. De collectieve siddering doet de bioscoopzaal zachtjes trillen.

Terwijl de camera rondom de klimmende, skiënde en fietsende sensatiezoekers draait en duizelingwekkende beelden maakt, vraagt de kijker zich vanuit de veilige bioscoopstoel af wat de avonturiers bezielt. De film heeft deze gedachte ingecalculeerd en opent daarom met een citaat dat wordt toegeschreven aan Nietzsche (*): Those who dance are considered mad by those who cannot hear the music. Mountain probeert de muziek uit het citaat te verklaren aan de hand van teksten over de fascinatie van de mens voor de bergen. Muziek is zeer nadrukkelijk op de soundtrack aanwezig. The Australian Chamber Orchestra komt zelfs aan het begin even in beeld voordat de orkestleden de film dichtsmeren met composities van Richard Tognetti afgewisseld met Chopin, Beethoven, Grieg en heel veel Vivaldi. De strijkers accentueren elke beweging door en over sneeuw.

Componist Arvo Pärt zorgt voor een rustmoment met Für Alina. De aanwezigheid van Pärt is in films net zo’n groot cliché geworden als het gebruik van drones, maar effectief is zijn muziek wel.

7/10

(*) De meningen over de oorsprong van het citaat zijn verdeeld. Zie bijvoorbeeld het artikel op de site van Quote Investigator.

Hannah (Andrea Pallaoro, 2017)

zo, 03/11/2018 - 11:02

Het leven van een oud echtpaar verandert ingrijpend wanneer de man in de gevangenis belandt en zijn vrouw Hannah alleen thuis achterblijft. De film Hannah stelt de vraag hoe je nog op zinvolle wijze invulling kunt geven aan een leven dat eigenlijk voorbij is.

Regisseur Andrea Pallaoro geeft in Hannah weinig tekst en uitleg. De kijker moet met een minimum aan informatie een beeld vormen van het leven van het titelpersonage. De reden waarom haar echtgenoot (André Wilms) de gevangenis in moet kunnen we enkel raden aan de hand van een handjevol aanwijzingen verspreid over de film. Hannah (Charlotte Rampling) is niet medeverantwoordelijk voor de daden van haar man, maar ze schaamt zich er wel diep voor en wordt er indirect voor veroordeeld. Toenemend isolement is haar deel. Zelfs de hond thuis wil niets meer van haar weten.

Hannah (Charlotte Rampling)

Hannah zit zelf niet in de gevangenis, maar is ze evenmin vrij. Het donkere interieur maakt haar huis claustrofobisch. Rinkelende telefoons en deurbellen klinken dreigend. We zien de vrouw buitenshuis zelden in de openlucht. Wanneer Hannah op pad gaat bevindt ze zich meestal in een afgesloten omgeving: een auto, het gevangenisterrein, de metro, de acteerklas en de moderne villa waar ze als huishoudster werkt. Hannah zit ook opgesloten in haar eigen lichaam. Emoties blijven diep verborgen. In de close-ups van Charlotte Rampling moeten we zoeken naar de barstjes in het masker waar ze zich achter verbergt. De enige momenten in de week waarop Hannah op gecontroleerde wijze haar gevoelens een uitweg kan bieden zijn de oefeningen en repetities bij het amateurtoneelgezelschap waar ze deel van uitmaakt. Ook daar is zien we haar vaak in de rol van observator.

De film neemt de eigenschappen van het hoofdpersonage over en is daarom net zo weinig direct en uitgesproken in het vertellen van het verhaal. De misdaad van de echtgenoot is blijkbaar te erg om over te praten en dus zwijgt de film ook over wat gebeurd is. In meerdere scènes in het eerste gedeelte van de film zien we hoe de zwijgende Hannah naar anderen kijkt. Ze kijkt toe hoe de acteurs in haar klas extreme stemoefeningen doen en observeert een jongere vrouw die in een metrostel van kleding wisselt. De geobserveerde personen blijven veelal buiten beeld of zijn slechts een onscherpe weerspiegeling in het raam. Deze scènes maken ons vertrouwd met het tempo van de film; we leren naar Hannah kijken zoals zij naar de wereld kijkt. Het is ironisch dat in een film waar observatie centraal staat de enige persoon met wie Hannah daadwerkelijk contact heeft het blinde jongetje zoontje is van haar werkgeefster. Hij accepteert haar zoals ze is en niet zoals anderen haar zien.

Charlotte Rampling acteert zo goed dat het pijn doet. De camera gunt de kijker ruim de tijd om elke nuance in haar gezicht op te pikken en te interpreteren. Dat is desondanks geen eenvoudige opdracht. De acteeraspiraties van Ramplings personage Hannah maken het extra lastig om te bepalen hoeveel ze lijdt. Sommige handelingen zetten ons op het verkeerde been, omdat ze niet voort blijken te komen uit innerlijke onrust maar uitgevoerd worden als oefenopdracht voor de eerstvolgende sessie bij het toneelgezelschap. Hannah leert acteren omdat dat misschien de enige manier is om te overleven. Ze moet in het dagelijks leven in veel gevallen toneel spelen in een poging geaccepteerd te blijven in een maatschappij die haar massaal de rug heeft toegekeerd.

8/10

When Harry met Skerritt: Lucky en het afscheid van Harry Dean Stanton

di, 03/06/2018 - 12:50

Het gebeurt niet vaak dat een acteur een speelfilm maakt waarin hij bewust afscheid kan nemen van zijn publiek. Harry Dean Stanton kreeg die gelegenheid van debuterend regisseur John Carroll Lynch. Stanton overleed afgelopen september en liet als laatste groet de film Lucky achter.

Character actor Harry Dean Stanton (1926-2017) maakte kleine rollen groot en wist met menige bijrol een scène naar zijn hand te zetten. Hij was in staat om hoofdrolspelers te overschaduwen in de paar minuten tijd die hij in een film speelde. Soms werd dat een beetje pijnlijk voor de acteur die tegenover hem stond, zoals in The Straight Story (1999). Stanton komt pas helemaal aan het eind van David Lynch’ film in beeld en speelt heel kalm Richard Farnsworth volledig van het doek met een ontroerende monoloog.

In het landerige Lucky (John Carroll Lynch, 2017) wordt Harry kortstondig zelf overtroefd door een andere character actor. Vrijgezel Lucky wandelt dagelijks naar het centrum van het woestijngehucht waar hij woont en ontmoet op een dag generatiegenoot Fred (Tom Skerritt). Stanton en Skerritt kennen elkaar onder meer van Alien (1979), maar Lucky en Fred ontmoeten elkaar voor het eerst. De oude mannen wisselen oorlogservaringen uit en Skerritt vertelt in een monoloog over een gebeurtenis die hem nooit meer heeft losgelaten. Stanton neemt even een stap opzij in de rol van zwijgende luisteraar. Hij gunt zijn collega-acteur alle ruimte omdat hij weet dat de scène er alleen maar beter op wordt.

Lucky (Harry Dean Stanton & Tom Skerritt)

Lucky is een film met een prettig loom tempo. De bejaarde cowboy heeft geen haast meer. Hij weet dat hij zijn eindstation heeft bereikt. Zijn leven bestaat tegenwoordig uit koffie als ontbijt, rek- en strekoefeningen en kruiswoordpuzzels. ’s Avonds babbelt hij met stamgasten over het leven in het café van Elaine (Beth Grant). Het leven in het dorpje verloopt ongeveer net zo snel als de schildpad die we tijdens de openingstitels uit beeld zien wandelen. De schildpad heet Roosevelt en is van Howard, gespeeld door regisseur David Lynch met wie Stanton rond de film Lucky heeft gewerkt aan de glorieuze terugkeer van Twin Peaks.

Lucky heeft op sommige momenten iets weg van een gemoedelijke reünie met bevriende acteurs en filmmakers. Harry Dean Stanton speelt een collage van outsiders uit zijn oeuvre. Het dorpje in de woestijn zou de eindbestemming geweest kunnen zijn van zijn bekendste personage: de rusteloze Travis uit Paris, Texas (1984).

Er gebeurt op het eerste gezicht weinig in Lucky. De meest dramatische wending vindt plaats op de dag dat Lucky thuis onverwachts flauwvalt. Volgens de huisarts hoeft hij zich geen zorgen te maken, maar het voorval confronteert de oude man wel met zijn naderende einde. De dood duikt vaak op in gesprekken. De overtuigde atheïst Lucky heeft geen illusies over wat hem te wachten staat. De film biedt hem twee opties in twee licht surrealistische momenten: het gapende niets in de vorm van een duistere nachtclub en het paradijselijke groen van een idyllisch perkje langs de kant van de weg. Volgens een bord is dat hemelse paradijs helaas niet toegankelijk voor onbevoegden.

Lucky is geen grootse film, maar wel een mooi afscheid van een bijzondere acteur en alleen al de moeite waard vanwege Stantons uitvoering van het liedje Volver, Volver.

7/10

Lucky is niet de allerlaatste film van Harry Dean Stanton. Later dit jaar is hij nog te zien als sheriff in een biografische speelfilm over Frank Sinatra en Ava Gardner.

Mute (Duncan Jones, 2018)

di, 02/27/2018 - 15:43

Sciencefiction neo noir Mute is onder zware omstandigheden tot stand gekomen. Regisseur Duncan Jones stond zijn ernstig zieke vrouw Rodene bij en verloor kort achter elkaar zijn vader David Bowie en zijn geliefde kinderjuf Marion Skene. Deze gebeurtenissen hebben hun sporen nagelaten in een film die helaas nogal onevenwichtig is.

Mute speelt zich voornamelijk ’s avonds en ’s nachts af in een Berlijn dat zoveel overeenkomsten vertoont met Los Angeles in Blade Runner (1982) dat je ieder moment een gastrol verwacht van Harrison Ford of Rutger Hauer. Ditmaal is een mengeling van Duits en Engels de voertaal. Hoofdpersonage Leo (Alexander Skarsgård) hoort vanwege zijn Amish-achtergrond niet thuis in deze hypermoderne metropool. Het blijft onduidelijk waarom hij de stad boven het platteland verkiest.

Leo kan niet praten vanwege een verwonding aan zijn keel die hij als tiener opliep tijdens het zwemmen. Hij mocht indertijd vanwege zijn geloofsovertuiging geen operatie ondergaan. Tegenwoordig werkt Leo in futuristisch Berlijn als zwijgende barman in een nachtclub. Hij heeft een prille relatie met collega Naadirah (Seyneb Saleh), een barvrouw met blauw haar. Op een nacht vertelt Naadirah dat ze een geheim met zich meedraagt waar ze liever over zwijgt; de waarheid zou hun relatie in gevaar kunnen brengen. De volgende ochtend is de vrouw spoorloos verdwenen. Desperate Leo begint een uitgebreide zoektocht naar zijn geliefde.

Mute (Noel Clarke, Alexander Skarsgård & Seyneb Saleh)

[Spoilers!]
De Amish-achtergrond van Leo staat het verhaal meer in de weg dan dat het een zinvolle aanvulling is. Leo lijkt streng in de leer, want hij kijkt principieel geen televisie en neemt schoorvoetend aan het begin van de film een smartphone van Naadirah als presentje in ontvangst. Hij zou vanwege zijn geloof eigenlijk niet mogen werken in een nachtclub, maar heeft er blijkbaar geen moeite mee om geheel tegen zijn principes in alcohol te serveren. Leo doet aan gemengd zwemmen, wat binnen Amish-kringen ongewenst is. Hij mag van zijn geloof ook geen auto rijden en toch weet hij, wanneer de nood aan de man is, zonder veel problemen een auto aan de praat te krijgen. Amish zijn tegen geweld, maar dat weerhoudt Leo er niet van om fysiek geweld gebruiken. Uiteindelijk moeten we concluderen dat de Amish-principes van Leo alleen bedoeld zijn om te verklaren waarom hij in het technologisch superieure Berlijn geen stembanden operatief heeft laten implanteren.

De stomme Leo heeft nooit gebarentaal geleerd. Hij communiceert via woorden in een schriftje dat hij altijd bij zich draagt. Het schriftje bevat een belangrijke aanwijzing voor het vinden van Naadirah, aangezien zij het heeft gebruikt om een adres te noteren. De manier waarop Leo deze aanwijzing ontdekt, verdient op z’n zachtst gezegd geen originaliteitsprijs. Papier speelt ook een belangrijke rol bij het opsporen van het adres dat hoort bij een belangrijk telefoonnummer waar Leo later in de film tegenaan loopt. In plaats van het dichtstbijzijnde internetcafé op te zoeken, loopt Leo een grote openbare bibliotheek binnen en neemt hij alle telefoonboeken mee. Thuis gaat hij uren (of misschien wel dagenlang) alle pagina’s langs om het adres te vinden dat bij het nummer hoort. Daarbij gaat hij er gemakshalve van uit dat oude telefoonboeken actuele telefoonnummers bevatten. Geen wonder dat zijn toch al weinig enerverende speurtocht niet wil vlotten.

De speurtocht van Leo wordt doorsneden met de avonturen van Cactus Bill (Paul Rudd). De Amerikaanse arts is AWOL en houdt zich schuil voor de Amerikaanse overheid. Om terug te keren naar de VS heeft hij een nieuwe identiteit nodig voor zichzelf en zijn dochtertje Josie (Mia-Sophie Bastin). Hij verdient het verschuldigde bedrag door samen met maatje Duck (Justin Theroux) ondergronds schimmige operaties uit te voeren in opdracht van crimineel Maksim (Gilbert Owuor), de eigenaar van de nachtclub waar Leo en Naadirah werken.

Cactus Bill versus Trapper John McIntyre

Cactus Bill is met zijn druipsnor en bakkebaarden gemodelleerd naar Trapper John McIntyre, de militaire arts die Elliott Gould speelt in de satirische oorlogsfilm MASH (1970). Die associatie en de casting van Paul Rudd doen vermoeden dat zijn personage als komisch moet worden beschouwd. De aanwezigheid van de kauwgum kauwende Cactus Bill werkt in de praktijk eerder als een irritante stoorzender in de verhaallijn van Leo. Het gebeurt regelmatig dat Leo dankzij de aandacht voor Bill langdurig buiten beeld blijft en een vreemdeling wordt in zijn eigen verhaal. Door het grote verschil in toon en acteerstijl hebben beide verhaallijnen moeite om elkaar soepel af te wisselen. Het duurt heel lang voordat de directe link tussen Leo en Cactus Bill duidelijk wordt. Normaal gesproken hoeft gebrek aan informatie geen probleem te zijn, maar in het geval van Mute zorgt de lange uitstel voor een drastische afname in de interesse voor de motieven van de hoofdpersonages.

Mute (Justin Theroux)

Een van de minst geslaagde scènes in Mute is die waarin Cactus Bill ontdekt dat Duck een gevaarlijke pedofiel is. Bill ontploft en moet zich inhouden om Duck niet aan zijn scherpe mes te rijgen. De innige vriendschap tussen beide mannen lijkt definitief voorbij, want Bill zal zijn oude vriend nooit meer in de buurt van zijn dochtertje accepteren. Aan het eind van de gewelddadige confrontatie krijgt Bill goed nieuws, want zijn nieuwe identiteitspapieren liggen klaar. Dat moet natuurlijk gevierd worden en in de volgende scène rijden de twee vrienden vrolijk in de auto naar hun favoriete bordeel, alsof de vorige scène nooit heeft plaatsgevonden.

Je zou de laatstgenoemde scène met terugwerkende kracht kunnen verklaren als je het einde van de film hebt gehaald. Bill wordt namelijk ontmaskerd als een nog grotere psychopaat dan Duck en psychopaten zijn nu eenmaal onberekenbaar. Zelfs met die gedachte blijft het vreemd dat Bill wel Naadirah, de moeder van zijn dochter zonder probleem vermoordt en niet Duck, de man die in de praktijk een veel groter gevaar voor Josie vormt.

Er gebeuren regelmatig dingen in Mute die alleen zinvol zijn voor het script en niet voor de geloofwaardigheid van het personage. Neem bijvoorbeeld de eigenaardige drinkgewoonte van Leo. Hij schenkt een glas tot de rand vol water, haalt een paar keer diep adem en drinkt het water in één teug op. Waarom Leo dit doet, blijft een raadsel. Pas tijdens de climax van de film, bij een confrontatie op een brug boven diep water, blijkt het terugkerende ritueel uitsluitend te dienen als middel om op geforceerde manier verhaallijntjes aan elkaar te knopen.

Het mag duidelijk zijn dat de maker van het droomdebuut Moon (2009) hevig teleurstelt met zijn nieuwste film. Regisseur Duncan Jones was er begrijpelijkerwijs niet helemaal met zijn gedachten bij. Mute bevat vele verwijzingen naar de ingrijpende gebeurtenissen waar Jones tijdens het maken van de film mee werd geconfronteerd. De meeste daarvan zijn vakkundig op een rijtje gezet door Menno Kooistra in een video-essay voor Voor De Film. Wat ik aan Kooistra’s opsomming kan toevoegen is de opvallende aanwezigheid van mannen in vrouwenkleren (onder meer Robert Sheehan als Luba en een bijna onherkenbare Dominic Monaghan als Oswald) als verwijzing naar David Bowie’s androgyne voorkomen en zijn verkleedpartij in de videoclip voor Boys Keep Swinging. Het barmantenue van Leo is identiek aan wat Bowie op het podium droeg ten tijde van Station To Station.

Mute is te bekijken via Netflix.

Ava (Léa Mysius, 2017)

za, 02/24/2018 - 12:20

Coming of age is een geliefd genre bij debutanten. Regisseuse Léa Mysius liet zich voor haar eerste speelfilm Ava inspireren door haar eigen ervaringen als rebellerende tiener. De invloed van François Truffauts debuut Les Quatre Cents Coups is nooit ver weg.

De film Ava is in tweeën verdeeld, net zoals de scherpe V in de titel de twee A’s van elkaar scheidt. In het eerste deel leren we de dertienjarige Ava (Noée Abita) kennen. Het meisje krijgt in de zomer van haar oogarts te horen dat ze spoedig blind zal worden. Die gedachte hangt als een donkere schaduw over de zonnige strandvakantie samen met haar alleenstaande moeder en babyzusje. De emotionele moeder en de onbewogen dochter liggen vaak met elkaar overhoop, wat ook zou zijn gebeurd zonder oogproblemen, want Ava heeft de leeftijd waarop kinderen sowieso een rebelse houding aannemen tegenover de wereld in het algemeen en hun ouders in het bijzonder.

Ava (Noée Abita)

Ava heeft levendige nachtmerries en verbeeldt haar verminderende gezichtsveld door zwarte cirkels te schilderen die steeds dichter worden. Het meisje experimenteert met een leven zonder zicht door een blinddoek voor te doen en zo door het kustplaatsje richting de branding te wandelen. Ze gebruikt een gitzwarte herder als geleidehond. De film begint bij de ontmoeting tussen Ava en de hond, wanneer het meisje ligt te zonnen en de hond snoept van het bakje patat dat op haar buik rust. De zwarte kleur wijst vooruit naar het zwart dat Ava zal gaan omringen en naar het begin van het einde der tijden. Dat is niet mijn interpretatie, maar die van een leeftijdgenoot van Ava. De zwarte herder is van de in het zwart geklede Roma-jongen Juan (Juan Cano). Hij wordt vanwege een opstootje bij een strandpaviljoen opgepakt door twee agenten in zwarte uniformen die rijden op hele zwarte paarden. Regisseuse Léa Mysius slaat een beetje door met haar metafoor.

Het hele probleem van de aanstaande blindheid speelt in de tweede helft van de film geen rol van betekenis meer. We lijken beland in een uitgebreide wensdroom van Ava waarin ze optrekt met de spannende Juan. Vanuit de oude bunker waar hij zich schuilhoudt, beleven ze samen de wildste avonturen ten kostte van naakte zonnebaders. De vrijpostige actrice Noée Abita, die met haar achttien jaar eigenlijk te oud is om een dertienjarige te spelen, leeft zich heerlijk uit in haar debuutrol. Het tieneravontuur brengt de film uiteindelijk bij de romantiek van het Roma-bestaan. Er zijn meerdere aanwijzingen om de hele episode te zien als een fantasie van Ava, onder meer vanwege de opvallende achtergrondprojectie in de scène op de brommer en het liedje dat het meisje langs de kant van de weg playbackt en als dansmuziek gebruikt.

Ava (Noée Abita & Juan Cano)

De vrije vorm in de tweede helft van de film past bij de vrijheid waar Ava naar op zoek is. Ze leeft in het moment en kijkt niet meer vooruit naar haar onzekere toekomst. De film heeft daardoor last van een zekere richtingloosheid. Het verhaal gaat steeds meer over Juans wereld en we verliezen het zicht op de wereld van Ava. Vermoedelijk is dat de opzet, maar ik merkte wel dat mijn interesse in haar afwijkende levenstraject begon te verminderen. Toen het beeld aan het eind werd stilgezet, net zoals François Truffaut dat deed aan het strand in zijn invloedrijke coming of age-debuut Les Quatre Cents Coups (1959), ervoer ik dat niet als een mooie afsluiting maar dacht ik heel even dat de projector last hadden van een technische storing.

6/10

Circuit Des Yeux live in Muziekgebouw aan ’t IJ (19 februari 2018)

wo, 02/21/2018 - 12:07

Circuit Des Yeux speelde een paar jaar geleden tijdens haar vorige Amsterdamse concert helemaal in haar eentje, voorafgaand aan een metalband in OCCII. Het was een van de zeldzame concertavonden met een hoofdact die zijn meerdere moest erkennen in het voorprogramma. Het laatste album van Circuit Des Yeux deed uitkijken naar haar terugkeer in Amsterdam. Maandag was het eindelijk zover in het Muziekgebouw. De zangeres had dit keer niet alleen haar 12-snarige gitaar meegebracht, maar ook een drummer en een contrabassist.

Haley Fohr alias Circuit Des Yeux is niet bang om zichzelf bloot te geven, maar als het kan verbergt ze zichzelf zoveel mogelijk wanneer ze voor een publiek staat. Tijdens het optreden in OCCII in juni 2015 bleef haar gezicht verborgen achter lange lokken. In het Muziekgebouw vroeg ze afgelopen maandag voor aanvang van de show of het licht uit mocht. Twee projectoren, die elk op een hoek vooraan op het kleine podium waren geplaatst, zorgden voor een abstract lichtspel waarbij de muzikanten slechts schaduwen vormden. Een flesje bronwater op de speaker naast de zangeres werd beter verlicht dan de zangeres zelf. Ik zag vanuit mijn positie ook meer van drummer Tyler Damon en bassist/achtergrondzanger Andrew Scott Young dan van Haley Fohr.

Het ging uiteindelijk om de muziek en vooral het ontzag inboezemende stemgeluid dat uit de duisternis tevoorschijn kwam. Bij omschrijvingen van Circuit Des Yeux vallen regelmatig woorden als spiritueel en sacraal, wat suggereert dat de liedjes voortkomen uit een religieuze openbaring. De basis voor het derde album Reaching For Indigo (2017) waren de inzichten die Fohr begin 2017 kreeg toen een fysieke hapering haar op heftige wijze confronteerde met de grenzen van haar eigen lichaam. De muzikale uiting die daaruit voortkwam heeft zeker iets religieus, maar dan vanwege de gospelinvloeden en niet omdat er Bijbelverwijzingen in de teksten zijn te traceren.

Bassist Andrew Scott Young van Circuit Des Yeux

Optreden in het donker geeft Circuit Des Yeux alle gelegenheid om te spelen met identiteit. Dat ze zich daar bewust mee bezighoudt blijkt uit de plaat die Haley Fohr ooit heeft opgenomen in de huid van haar alter ego Jackie Lynn. Als je niet zou weten hoe ze er in werkelijkheid uitziet zou je bij het horen van haar gedragen baritonzang afwisselend kunnen denken dat ze een man is, een Afro-Amerikaanse gospelzangeres of een veel oudere folkzangeres. Geen wonder dat Circuit Des Yeux in artikelen en recensies met uiteenlopende artiesten wordt vergeleken. De vergelijking met avant-gardezangeres Diamanda Galás vond ik deze keer nog sterker dan in OCCII, omdat Fohr in het Muziekgebouw vaker de grenzen van haar bereik opzocht door op oorverdovende wijze meerdere octaven omhoog te gaan. Ook muzikaal pint de zangeres zich niet vast aan één identiteit. Folk is wel de basis, maar elektronica, psychedelica en bescheiden noise worden niet geschuwd. Aan de manier waarop de drummer en bassist de liedjes losschudden kon je in de verte horen dat ze voortkomen uit de impro-scene van Chicago.

De stem van Haley Fohr dwong respect af. Het publiek durfde zelfs tussen de nummers door nauwelijks te praten. Volgens de berichten over de imposante show een paar dagen eerder in WORM zou het optreden kort zijn, maar daar was in Amsterdam geen sprake van. De aanwezigen wisten zowaar een toegift van twee nummers af te dwingen. Gelukkig maar, want anders hadden we naar huis gemoeten zonder een zinderende uitvoering van Fantasize The Scene, afkomstig van het vorige album In Plain Speech (2015).

TALsounds

De zang van voorprogramma TALsounds bleef beperkt tot noten in de hogere regionen.  Het solo-optreden van Natalie Chami bestond uit een lange improvisatie met een oude Roland-synthesizer en een kraakdoosje van Moog. Ze speelde minimale akkoordenpatronen die ze herhaalde met behulp van loops. Beide analoge synthesizers waren zo te horen onderweg tijdens de tournee ontstemd geraakt en weigerden eigenwijs nog langer in dezelfde toonsoort te opereren. De wringende noten die door de patstelling werden veroorzaakt waren niet altijd welluidend. Chami trok de ontstemming enigszins recht door met zuivere koortjes mee te drijven op de golfslag die ze met haar effectapparatuur had voortgebracht. Na ongeveer een kwartier was Chami door alle ideeën heen en kon haar herhalingsoefening me niet langer meer boeien. Uiteindelijk bleef de performance steken in een trucje dat ik de afgelopen 25 jaar al vaker heb meegemaakt en interessanter heb horen uitvoeren.

Ook Polderlicht was bij het Amsterdamse concert van Circuit Des Yeux. Check de recensie.

Marlina The Murderer In Four Acts (Mouly Surya, 2017)

do, 02/15/2018 - 14:41

Westerns zie je niet zo vaak in de Nederlandse bioscopen. Feministische westerns zijn nog zeldzamer. Brimstone (2016) is volgens de maker een feministische western, maar dan wel eentje die vanuit een mannelijk perspectief (die van de regisseur) wordt verteld, dus die telt niet mee. De laatste keer dat er een film binnen dit subgenre in ons land draaide was in de zomer van 2012 toen Meek’s Cutoff (2010) van Kelly Reichardt een verlate en gelimiteerde release kreeg. Marlina The Murderer In Four Acts is extra bijzonder omdat het een western uit Indonesië is.

Regisseuse Mouly Surya gebruikt in Marlina The Murderer het widescreenformaat om de panorama’s op het eiland Sumba nog breder in beeld te brengen dan ze in werkelijkheid zijn. Je moet met het hoofd meedraaien om rover Markus (Egy Fedly) van rechts naar links te volgen wanneer hij het huis nadert van Marlina (Marsha Timothy). Markus weet dat Marlina’s echtgenoot onlangs is overleden. Hij komt haar inlichten over de komst van zijn bendeleden. Die avond zal de vrouw van al haar vee worden beroofd en zullen alle zeven mannen het bed met haar delen. Marlina laat dit niet zomaar gebeuren. Ze verandert noodgedwongen in de moordenares die de filmtitel heeft aangekondigd.

Marlina The Murderer (Egy Fedly & Marsha Timothy)

Vrijwel alle mannen in deze film zijn incompetent of kwaadaardig. De meest incompetente man is Marlina’s echtgenoot. De dode man zit in een donkere hoek van de kamer als mummie in een kleed gewikkeld en met de handen onder zijn kin, alsof hij zich al peinzend voorbereidt op het hiernamaals. Markus is de kwaadaardigste man als leider van de bende. Marlina slaat hem van zich af door zijn hoofd af te hakken. Ze gaat met het hoofd op reis naar het dichtstbijzijnde politiebureau, achtervolgd door de laatste twee nog levende bendeleden en de onthoofde spookgedaante van Markus.

In tegenstelling tot Brimstone en Meek’s Cutoff is Marlina The Murderer In Four Acts geen echte western, maar een hedendaags verhaal dat speelt met stijlelementen uit het genre. De film is een combinatie van een ode en een pastiche aan de spaghettiwestern. Markus komt niet per paard aangereden, maar op een motor. In het eenvoudige houten huisje van Marlina zoemt onverwachts een mobiele telefoon. De vrouw laat zich leiden door een mix van wraak en een gerechtigheid zoals vele westernhelden en –heldinnen. Componisten Yudhi Arfani en Zeke Khaseli citeren in hun arrangementen uitgebreid uit het repertoire van Ennio Morricone. In plaats van mondharmonica speelt Markus een klein snaarinstrument.

 

Mouly Surya is heel nadrukkelijk bezig met vorm, wat onder meer blijkt uit de vier hoofdstukken waarmee ze het verhaal onderverdeelt. De nadruk op stijlcitaten maakt een bedachte indruk en dreigt de film afstandelijk te maken. Er zit voldoende humor in de film om dat te compenseren. Het is verfrissend om westernpersonages uitgebreid over zwangerschap te horen discussiëren in plaats van over de lengte van hun pistool. De strijdkracht van Marlina drijft het eenvoudige verhaal vooruit. De vrouwen redden het in de onderdrukkende mannenwereld dankzij vindingrijkheid en onderlinge solidariteit.

6/10

The Florida Project (Sean Baker, 2017)

wo, 02/14/2018 - 21:42

Regisseur Sean Baker maakte in 2015 indruk met een speelfilm die volledig was opgenomen met een mobiele telefoon. Tangerine ging ondanks de lovende kritieken indertijd aan de Nederlandse filmhuizen voorbij, wat misschien te maken had met het ontbreken van bekende acteurs. De bekendste naam in Bakers doorbraakfilm The Florida Project is Willem Dafoe. De acteur wordt bijna van het doek gespeeld door een zesjarige deugniet in een film waarin humor op geslaagde wijze aan sociale bewogenheid wordt gekoppeld.

In de schaduw van Disney World, Florida staan goedkope hotels en motels met kamers die voor $38 per avond worden verhuurd aan outcasts en kansarme eenoudergezinnen. Een paar honderd meter verderop ligt een landingsbaan waar helikopters af en aan vliegen. Per ongeluk melden toeristen zich wel eens bij de motelbalie, zoals het pasgetrouwde stel dat tot hun schrik bemerkt dat Magic Castle meer lijkt op een zigeunerkamp dan op het sprookjesparadijs waar ze hun huwelijksreis willen doorbrengen. Ze vluchten direct weg met dezelfde taxi die hen hiernaartoe heeft gebracht. Magic Castle is niet bestemd voor vermaak; mensen bivakkeren er uit pure armoede.

Fantasiewereld
Architecten en decorateurs hebben geprobeerd om de buitenwijk te laten lijken op een sprookjespark, maar het enige dat hun bouwsels uitstralen is troosteloosheid. Dit is geen fantasiewereld als toevluchtsoord, maar de rand van de wereld waar de minderbedeelden van de samenleving elk moment met hun kroost vanaf kunnen kieperen. Dit is een van de afvoerputjes van de Verenigde Staten. Alleen vrijwilligers van een kerkorganisatie, die regelmatig voedselpakketten uitdelen, laten hun medeleven blijken.

The Florida Project (Brooklynn Prince & Bria Vinaite)

Moonee
De eerste personages die we in The Florida Project ontmoeten zijn kinderen. We beleven de wereld vanuit hun perspectief en dus vanaf een lagere camerapositie. Moonee (Brooklynn Prince) speelt de hele zomer met leeftijdgenootjes rondom het motel. Moeder Halley (Bria Vinaite) heeft weinig tijd voor de opvoeding want er moet elke week geld op tafel komen om het verblijf in het motel te betalen. Als ze wel eens met Moonee gaat wandelen, doet ze dat voornamelijk uit tactische overwegingen, want de aanwezigheid van het meisje heeft een positief effect op de illegale verkoop van parfums die moeder bij een groothandel heeft gehaald. Halley is niet bepaald een rolmodel voor haar dochtertje.

Kattenkwaad
Een groot deel van de film zijn we getuige van de streken die Moonee uithaalt. Er kan veel gelachen worden om haar brutale gedrag. Wat betreft humor is de invloed goed merkbaar van de serie korte films Our Gang van comedyproducer Hal Roach. De camera houdt van Moonee en de liefde is wederzijds. De kinderen hebben door gebrek aan ouderlijk toezicht alle tijd om kattenkwaad uit te halen. We volgen hun dagelijkse avonturen zonder dat een plot dat zich aan de kijker opdringt. Een tijdlang heeft The Florida Project dezelfde speelsheid als de kinderen en zou je bijna vergeten dat er elk moment iets kan gebeuren waardoor Moonee op heftige wijze met haar neus op de realiteit van haar weinig rooskleurige bestaan wordt gedrukt.

The Florida Project (Willem Dafoe)

Wakend oog
Huismeester Bobby (Willem Dafoe) komt zich regelmatig bij Halley beklagen over haar ondeugende dochtertje en tegelijk vragen of de moeder eindelijk kan voldoen aan de achterstallige huur. Hij kan het echter niet over zijn hart verkrijgen om moeder en kind uit de motelkamer te verwijderen. Bobby gedraagt zich meer als een buurtwerker dan een motelmanager. Hij is het wakende oog, met en zonder gebruikmaking van de bewakingscamera’s. Er vindt een omslag in de film plaats wanneer Bobby op een ladder de afbladderende gevel staat te verven en wordt afgeleid door een onbekende man die zich verderop verdacht ophoudt bij de spelende kinderen. Als Bobby niet zo opmerkzaam was geweest zou de film vanaf deze scène een hele nare wending hebben genomen. Ondanks de goede afloop is de kijker zich nu meer dan ooit bewust van de vele gevaren waarmee het motel is omringd, zoals de waterplas bij de trap waar de kinderen over uit kunnen glijden en het drukke verkeer op de snelweg om de hoek. Bobby zal niet altijd in de gelegenheid zijn om de rol van reddende engel op zich te nemen.

Façade
Empathische regisseur Sean Baker filmt met geduld en zonder een oordeel te vellen over zijn personages. Hij haalt het beste uit een cast die voornamelijk bestaat uit mensen zonder filmervaring. De ongeremde Brooklynn Prince is ontwapenend. Debutant Bria Vinaite levensecht als falende moeder. Ze houden zich probleemloos staande tegenover routinier Defoe. De camera observeert op een documentaire manier en waart rond in een wereld die vanwege de bontgekleurde supermarkten, fastfoodketens en ijstenten een onwerkelijke indruk maakt. Als je niet beter zou weten zou je denken dat Moonee in een sprookje leeft. Het meisje is te jong om achter de façade te kunnen kijken.

Het purper, oranje, geel en groen doen zeer aan de ogen. De felle kleuren trekken als gif door in de kleding van de motelbewoners en het geverfde haar van moeder Halley. Alle kleuren van de regenboog komen voorbij en de regenboog zelf mag ook even een bijrol spelen. De kist met goudstukken is ver te zoeken.

9/10

M (Sara Forestier, 2017)

zo, 02/11/2018 - 19:49

De letter M zal in de filmgeschiedenis altijd geassocieerd worden met de klassieke eerste geluidsfilm van Fritz Lang uit 1931 en in iets mindere mate met de Amerikaans remake van Joseph Losey. Actrice Sara Forestier moet helemaal achter in de rij aansluiten met haar regiedebuut M over stotteraar Lila. Het spraakgebrek is niet de hoofdreden waarom M moeite heeft om vooruit te komen.

Studente Lila (Sara Forestier) wordt door klasgenoten geplaagd omdat ze hevig stottert. Ze zwijgt liever en durft pas weer een beetje te praten nadat ze bij de bushalte toevallig Mo (Redouanne Harjane) heeft ontmoet. Mo woont in een oude bus op een ongebruikt parkeerterrein. Op het dak heeft hij een hangmat geplaatst. Mo deelt zelfgebakken Arabische lekkernijen uit en doet ’s avonds mee aan illegale indoor straatraces. Zijn ontmoeting met Lila leidt onvermijdelijk tot een amoureuze relatie met de bijbehorende ups en downs. Stotteren vormt daarbij geen obstakel. Het grootste conflict in M wordt veroorzaakt door het analfabetisme van Mo en de moeite die hij doet om dat geheim te houden.

M (Redouanne Harjane)

Je moet in de praktijk altijd geduldig luisteren naar iemand die stottert en misschien dat Forestier om die reden dialogen centraal stelt en heel veel tijd neemt om Lila verbaal los te laten komen. Het lijkt erop dat de regisseuse haar film een realistische tintje heeft willen meegeven door improvisatie toe te laten. Het voordeel daarvan is dat de acteurs alle ruimte hebben om zich vrijuit uit te drukken. Het grote risico is dat ze geen maat weten te houden en hun overdaad aan teksten uitmondt in vrijblijvend gekeuvel waarbij de gedachten bij de kijker dreigen af te dwalen.

 

 

De dialogen vertellen het verhaal in M. Op visueel vlak is er minder te beleven. Alleen tijdens de paar races wijkt de film even af met flitsend camerawerk. Uit de handelingen van Lila’s vader (Jean-Pierre Léaud) leren we vrijwel niets over zijn personage. Lila moet vertellen dat hij een beetje de weg kwijt is sinds de dood van haar moeder. Waarom deze onhygiënische man toch in een restaurant kan werken – zoals pas veel later blijkt – is nogal een raadsel. Léaud is in zijn scènes vooral aanwezig en niet veel meer dan dat. Zusje Soraya (Liv Andren) wordt zo achteloos geïntroduceerd dat ik even niet wist wie ze was toen ze een tweede keer in beeld kwam. Pas tegen het einde van de film wordt duidelijk wie de jongedame is met wie Mo aan het begin van de film optrekt. De ongrijpbaarheid van veel bijrollen zorgt ervoor dat ze eerder vragen oproepen dan interesse opwekken.

M (Sara Forestier)

Van alle acteurs maakt Sara Forestier zelf de meeste indruk. Ze klinkt als een echte stotteraar en niet als iemand die stotteren imiteert. De overige acteursprestaties konden mij minder bekoren. Redouanne Harjane speelt onbeheerst en heeft veel opspattend speeksel nodig tijdens zijn woede-uitbarstingen. De overdreven acterende tiener Liv Andren heeft de ondankbare taak om in bijna al haar scènes halfnaakt rond te lopen in veel te ruime kleding, zelfs wanneer ze op school is. De combinatie Harjane en Andren levert de meest idiote scène in de film op met een melktand in de hoofdrol. Het ergste aan hun uit de hand lopende confrontatie is niet zozeer het overrompelende geweld maar het feit dat de film er geen consequenties aan verbindt.

3/10

IFFR: Western (Valeska Grisebach, 2017)

wo, 02/07/2018 - 14:03

Western

De derde speelfilm Western van Duitse regisseuse Valeska Grisebach heeft sinds Cannes vorig jaar een bescheiden zegetocht gemaakt langs de internationale festivals. De film won in eigen land meerdere prijzen. Grisebach wordt geassocieerd met de zogenaamde Berliner Schule en werkte onder meer samen met regisseuse Maren Ade (Toni Erdmann). Ze wisselt speelfilms af met documentaires. De documentaire stijl past ze met succes toe op haar fictiefilms. Western was tijdens het afgelopen International Film Festival Rotterdam nog niet door een Nederlandse distributeur opgepikt, maar daar zou na de enthousiaste reacties op sociale media wel eens verandering in kunnen komen.

Meinhard (Meinhard Neumann) werkt in Western als constructiemedewerker met een Duits team aan een tijdelijke klus in een afgelegen gebied in Bulgarije, nabij de grens met Griekenland. In hun vrije tijd hangen de mannen rond in hun kleine, door heuvels omringde enclave. De Duitsers confisqueren de plek door brutaal een grote Duitse vlag op het dak van hun verblijfplaats te planten. Ze blijven zoveel mogelijk buiten het zicht van het dichtstbijzijnde dorp. Onderlinge spanningen zorgen vanaf de eerste minuten direct voor een onbehagelijk gevoel. Meinhard en opzichter Vincent (Reinhardt Wetrek) hebben een onderkoelde verstandhouding. De twee zijn elkaars tegenpolen; Meinhard is een zwijgzame binnenvetter en Vincent een gefrustreerde macho. Een als grap bedoelde confrontatie tussen Vincent en een paar lokale vrouwen zet ook de verhouding op scherp tussen de Duitsers en de achterdochtige plaatselijke bevolking.

Western (Reinhardt Wetrek)

Meinhard durft het als enige van het team aan om in het dorp vriendschappelijke toenadering te zoeken. De link tussen hem en de bewoners is een prachtig wit paard dat rondom het verblijf van de Duitsers graast. Meinhard rijdt ermee het dorp in alsof hij een eenzame, al wat oudere cowboy is uit een film van Budd Boetticher. Het paard is van Adrian (Syuleyman Alilov Letifov), een invloedrijke dorpsbewoner met wie de Duitser ondanks de taalproblemen langzaam een vertrouwensband opbouwt. Omdat Meinhard een zwijgzaam type is blijft onduidelijk wat zijn exacte redenen zijn om meer met de dorpelingen op te trekken dan met zijn landgenoten. De relatie met zijn baas Vincent wordt er in ieder geval niet beter op en hun onenigheid vormt een bedreiging voor de vriendschap met Adrian. Het paard speelt daarbij opnieuw een doorslaggevende rol.

De groeven in het hoofd van hoofdrolspeler Meinhard Neumann doen hem lijken op westernregisseur Sam Peckinpah. Neumann is geen geschoolde acteur en lijkt zichzelf te spelen in zijn eerste filmrol. Vermoedelijk is hij in het echte leven ook gewend om een avontuurlijk leven te leiden ver van huis, voor zover hij een eigen huis heeft. Meinhard geeft weinig van zichzelf prijs en liegt waarschijnlijk over zijn diensttijd bij het Vreemdelingenlegioen. Het komt hard aan als tijdens een kalm gesprek met Adrian we heel even een blik krijgen achter Meinhards tot dan toe onbewogen masker.

Western (Syuleyman Alilov Letifov)

De emotie in de bovengenoemde scène is geheel onverwachts, zoals meer in Western de kijker verrast. De plotlijn lijkt onzichtbaar omdat alles op documentaire wijze gefilmd is en het echte leven zich niet laat regisseren. De motieven van Meinhard zijn lastig te doorgronden en dus verrast ook zijn personage omdat hij keuzes maakt die je niet aan ziet komen. De man is zowel gemotiveerd door zijn zoektocht naar acceptatie en vriendschap als door de haantjesstrijd met Vincent. Die twee uitgangspunten blijken lastig met elkaar te rijmen.

De titel Western is goed gekozen, want de film van Valeska Grisebach bevat veel typische westernelementen, zowel thematisch (bijvoorbeeld de botsing tussen originele bewoners en buitenlandse binnendringers) als visueel (een paard, een geweer, een pistool in een holster, schermutselingen in de wildernis). De frontier is ditmaal het grensgebied tussen Bulgarije en Griekenland. Politie en justitie zijn nergens te bekennen en dus gelden elementaire regels waarbij de sterkste zal zegevieren. Zonder veel nadruk gaat Western ook over de vluchtelingenproblematiek in Europa. Grisebach keert de rollen om en laat westerlingen vreemdelingen zijn in Europa, in een omgeving waarin ze zich niet thuis voelen en met argwaan worden gadegeslagen door de plaatselijke bevolking. Meinhard probeert met veelal de beste bedoelingen aansluiting te vinden, maar zal altijd een buitenstaander blijven. Hij is net zo ontheemd als een vluchteling.

9/10

IFFR 2018: I Am God / Naan Kadavul (Bala, 2009)

ma, 02/05/2018 - 21:51

I Am God is een extreem voorbeeld van Tamil cinema. Dit Indiase subgenre is ook bekend onder de naam Kollywood, vernoemd naar de woonwijk Kodambakkam in Madras waar de meeste van dit soort films worden geproduceerd. I Am God draaide tijdens de afgelopen editie van het International Film Festival Rotterdam als onderdeel van het programma House On Fire met recente cinema uit Tamil Nadu. Helaas liet de techniek het nogal afweten.

De plot van I Am God is goed te volgen, zelfs als je geen kennis hebt van het Hindoeïsme. Verder lijkt niets op de films die we normaal gesproken in onze bioscopen te zien krijgen. De pacing wijkt af van de gemiddelde westerse film. Vooral de extra lang aangehouden emotionele uitbarstingen zorgen voor veel oponthoud. Personages kruipen daarbij vaak jammerend over de vloer. Regisseur Bala prefereert visueel spektakel boven karakterontwikkeling en houdt de camera langdurig gericht op lichamelijke gebreken. Exploitatie van fysieke handicaps wordt afgewisseld met vrolijke liedjes.

De film heeft twee hoofdpersonage. We maken eerst kennis met Rudran. Hij is om (bij)geloofsredenen jaren geleden als kind door zijn familie verlaten. De volwassen Rudran leeft als een Aghori, een hindoeïstische asceet in een lendendoek die zich heeft afgekeerd van het moderne leven. Hij kijkt in de meeste van zijn scènes heel erg boos, behalve wanneer hij met de ogen gesloten mediteert terwijl hij op zijn hoofd staat. Acteur Arya speelt het personage als een verveelde, aan hasjverslaafde rockster met een Charles Manson-complex. De manier waarop Rudran met zijn woeste baard en wilde oogopslag wordt geïntroduceerd lijkt op een trailer van een Indiase actiefilm. In de resterende twee uur hangt de man laveloos rond langs de rivier in de nabijheid van een personage zonder ledematen die als een god wordt vereerd. Rudran roept met zijn rauwe stem meerdere keren dat ook hij een god is voordat hij weer een stevige haal neemt van de hasjpijp en vergenoegd kreunt. Verder doet hij opvallend weinig.

Het tweede hoofdpersonage in I Am God is een jonge blinde vrouw (Pooja Umashanka) met de zangstem van een engel. Ze wordt ontvoerd om als bedelares te werken onder het schrikbewind van slavendrijver Thandavan (Rajendran). De paden van de vrouw en Rudran zullen elkaar onvermijdelijk kruizen. Voordat het zover is, besteedt regisseur Bala veel aandacht aan de bedelaarskolonie van Thandavan. Tod Brownings Freaks verbleekt daarbij tot een Disney-familiefilm. De camera verlekkert zich aan het bonte gezelschap mismaakte acteurs en figuranten. Het is niet duidelijk of Bala hen uitbuit of medelijden met hen heeft. De regisseur wendt de blik af wanneer de slachtoffers met bruut geweld onderdrukt worden en neemt vervolgens ruim de rijd om ze te laten kermen. Het is bewonderenswaardig hoeveel plezier de bedelaars onder elkaar hebben ondanks de harde klappen die ze vrijwel dagelijkse opvangen.

Vanuit westerse ogen bekeken is I Am God vooral een curiositeit, een circus sideshow met een minimum aan plot waarbij je van de ene verbazing in de andere valt. De film is korter dan in Bollywood gebruikelijk is, maar zelfs 127 minuten voelen lang aan vanwege de vele muzikale terzijdes en uitgesponnen huilbuien. Het thuispubliek in India denkt daar heel anders over. De film won belangrijke prijzen en wordt door fans via commentaren op YouTube en IMDb hogelijk geprezen, onder meer vanwege het realisme (?).

De filmvoorstelling tijdens het IFFR in Cinerama 5 was nogal een beproeving. Het publiek werd opgescheept met een dvd’tje (Betacam Digi volgens IFFR) van een verweerde filmkopie die vanwege de gebrekkige techniek niet volledig scherp geprojecteerd werd. Elke seconde haperde de dvd-speler lichtelijk zodat geen enkele beweging vloeiend verliep. Meerdere keren werden scheldwoorden vervangen door een pieptoon, wat deed vermoeden dat we naar een gecensureerde versie van de film keken. I Am God had wellicht meer indruk gemaakt als het onversneden vanaf 35mm was vertoond.

Moonrise (Frank Borzage, 1948)

di, 01/30/2018 - 22:31

Film noir speelt zich meestal af in de grote stad, waar wolkenkrabbers voor schaduwen zorgen en nachtelijke misdaden schaars worden verlicht door neonreclames. De locatie van de film Moonrise is ergens in het zuiden van de Verenigde Staten. Ditmaal vinden de handelingen van het gedoemde hoofdpersonage plaats in donker en mistig moerasgebied onder het toeziend oog van de maan. Danny draagt de last van een misdaad waar hij geen schuld aan heeft en dreigt dezelfde fouten te maken als zijn vader. Aan de hand van screenshots laat ik hieronder zien op welke visuele manier regisseur Frank Borzage de link legt tussen Danny en het verleden dat hem blijft achtervolgen.

Danny (Dane Clark) is in Moonrise van kleins af aan een buitenstaander in zijn geboortedorp. Hij was nog maar een baby toen zijn vader een moord pleegde en door justitie tot de galg werd veroordeeld. Buurtkinderen en klasgenoten pestten en treiterden de jongen jarenlang dagelijks vanwege zijn achtergrond. Hij heeft andere mensen leren wantrouwen en leeft als een outcast.

De schaduw van het verleden hangt ook over de volwassen Danny. De man denkt dat Bad blood door zijn aderen stroomt. Hij heeft constant het gevoel dat hij vanwege de genen van zijn vader is voorbestemd om een misdaad te begaan. In een van de scènes wordt de man thuis gefilmd alsof hij zich al achter tralies bevindt.

Danny heeft moeite zich te beheersen en verweert zich op agressieve wijze tegen elke negatieve opmerking die betrekking heeft op zijn vader. Bij een uit de hand gelopen ruzie over een meisje doodt hij per ongeluk zijn rivaal Jerry (Lloyd Bridges, de vader van acteurs Beau en Jeff Bridges). Danny laat het lijk in paniek achter tussen de struiken. Kort daarna krijgt hij eindelijk een relatie met Gilly (Gail Russell), het meisje waar hij altijd een oogje op had (*). Ondertussen is de lokale sheriff (Allyn Joslyn) op zoek naar de verdwenen Jerry.

Cameraman John L. Russell filmt Danny alsof hij constant in een duistere nachtmerrie rondwaart. De nachtmerrie begint met een flashback waarin we zien hoe de vader naar het schavot wordt geleid en buiten het zicht van de camera wordt opgehangen. In de volgende scène hangt een pop boven de wieg van de huilende baby Danny. Het beeld van de hangende man en het macabere silhouet van de galg keren op meerdere manieren en meestal op subliminale wijze terug in de film, als aanwijzing dat Danny niet aan zijn aangeboren lot kan ontsnappen.

Als Danny zijn dode rivaal Jerry achterlaat en de plaats delict ontvlucht, verliest hij zijn zakmes. Het voorwerp blijft aan een tak hangen totdat de simpele en doofstomme Billy (Harry Morgan uit de tv-serie M*A*S*H) het vindt en meeneemt.

Danny en Gilly dansen samen in een verlaten landhuis terwijl een kroonluchter vervaarlijk boven hun hoofden bungelt alsof het elk moment op het paar kan neerstorten.

Op het politiebureau is tijdens een gesprek tussen de sheriff en lijkschouwer Jake (Clem Bevans) links een opvallend schilderij te zien van hangende vissen.

Danny bezoekt regelmatig zijn enige vriend Mose (Rex Ingram) aan de rand van het moeras. In het shot hierboven speelt Mose gitaar terwijl Danny op de achtergrond in het gras ligt, precies ter hoogte van een hangende jas.

Wat ook opvalt in het laatstgenoemde voorbeeld is hoe Danny in het beeld wordt gekaderd tussen houten pilaren. Het is niet de eerste keer dat zoiets gebeurt. De manier waarop het personage in het beeld wordt geplaatst is vergelijkbaar met de scène aan het begin van de film waarin de vader tussen het hout van het schavot staat op het moment dat de strop om zijn nek wordt geknoopt. Zoals je hieronder kunt zien wordt de executie van de vader meerdere keren via beeldrijm gelinkt aan Danny door de zoon meer dan eens te filmen tussen balken, boomstronken en vergelijkbare constructies.

Frank Borzage had een klein budget tot zijn beschikking en moest met beperkte middelen een maximaal effect zien te bereiken. Aan manier waarop hij de set belicht en speelt met het contrast tussen licht en donker kun je merken dat de regisseur zijn vak heeft geleerd in de periode van de zwijgende film, toen beeld het grootste deel van het verhaal moest vertellen. Zoals je kunt zien in de imponerende openingsscène streeft Borzage niet naar een realistische weergave van de werkelijkheid en gebruikt hij minimale middelen – zoals de lange schaduwen van takken, hoge cameraposities en projecties op een studiowand – om de kijker te verplaatsen in het hoofd van een personage dat zich constant belaagd voelt.

Moonrise is publiek domein en onder meer te bekijken via Archive.org en YouTube.

(*) Het is niet eenvoudig om te doorgronden waarom Gilly zich tot Danny aangetrokken voelt. Hij behandelt haar ruw wanneer hij haar het hof probeert te maken en betrekt haar vanwege roekeloos rijgedrag bij een heftig ongeluk. Het is een wonder dat de bestuurder en zijn drie passagiers zonder schrammen uit het autowrak tevoorschijn komen. Gilly valt desondanks kort daarna toch gewillig in de armen van Danny. Misschien speelt medelijden een rol want de vrouw heeft als lerares van dichtbij meegemaakt hoe een kind kan lijden wanneer het buiten de groep te valt.

Landline (Gillian Robespierre, 2017)

di, 01/23/2018 - 11:16

De kwaliteit van een speelfilm wordt voor een niet onbelangrijk deel bepaald door de muziek. Zo is bijvoorbeeld de komedie Landline extra leuk vanwege de keuzes die music supervisor Linda Cohen heeft gemaakt. Zij doet dit werk sinds 1998 en heeft op moment van schrijven 161 vermeldingen op IMDb. Cohen coördineert de opnamen van de originele score en kiest de incidentele muziek die in de film voorbijkomt. Als ze de kans krijgt put ze uitgebreid uit haar indie-collectie.

De muzieksmaak van een filmmaker kan ten koste gaan van een film, zoals ik merkte toen ik de recente Blu-ray van bovennatuurlijk thriller Eyes Of Laura Mars (Irvin Kershner, 1978) opzette en direct werd geconfronteerd met Prisoner van Barbra Streisand. Het nummer werd indertijd door producer en Barbra’s echtgenoot Jon Peters voor de openingstitels geplaatst als commercieel aanhangsel ter bevordering van de plaatverkoop. Je kunt veel zeggen over Prisoner van Streisand, maar niet dat je er voor je plezier naar luistert.

Landline is een Amerikaanse komedie waarin de twijfels van twee jongvolwassen zussen parallel lopen aan de midlifecrisis van hun ouders. De film opent ook met commerciële pop, in dit geval in de vorm van Steve Winwoods Higher Love. Deze pophit maakt in tegenstelling tot Streisands liedje wel deel uit van de scène, want ouders Alan (John Turturro) en Pat (Edie Falco) zingen samen met dochters Dana (Jenny Slate) en Ali (Abby Quinn) in de auto mee en discussiëren over een verkeerd geïnterpreteerde tekstregel. Het duurt even voordat music supervisor Linda Cohen volledig haar gang mag gaan en zich kan uitleven in haar voorkeur voor indie en aanverwanten.

Jongste dochter Ali heeft onder meer een poster van Yo La Tengo aan de muur van haar slaapkamer hangen en luistert naar On Fire van Sebadoh terwijl ze door de Rolling Stone bladert. De soundtrack doet vermoeden dat ze ook platen van Pavement, The Breeders en Archers Of Loaf in de kast heeft staan. Danceliefhebbers zullen een track van Drexciya herkennen. Later in de film dansen Ali en Dana in het ouderlijk huis uitbundig op Down By The Water van PJ Harvey. De incidentele muziek wordt gebruikt als tijdsaanduiding (de film speelt zich midden jaren negentig af) en zegt iets over de personages (Ali voelt zich aangetrokken tot een alternatieve levensstijl).

Het zou me niet verbazen als Linda Cohen ook verantwoordelijk is voor muzikale uitingen in het decor, zoals de eerder genoemde poster in de slaapkamer. In de platenzaak die Dana bezoekt, en waar ze de luisterpaal met wereldmuziek raadpleegt, liggen geen willekeurige elpees in de schappen, maar is bewust gekozen voor onafhankelijke uitgaven van spraakmakende namen. Wie aandachtig achter Dana kijkt ziet het tweede album van Elliott Smith, het debuutalbum van Girls Against Boys, Liar van The Jesus Lizard, een compilatie van Stereolab en de eerste elpee van Royal Trux. Ik zou bijna alleen maar naar hoezen kijken en de film vergeten, maar actrice Jenny Slate is te grappig om volledig afgeleid te worden door de winkelwaar.

Het is niet louter de muziek die tot een positief eindoordeel leidt. Het komische talent van Jenny Slate is een van de grote pluspunten. De actrice wordt omringd door een ensemble dat haar meer uitdaagt dan het tegenspel dat ze kreeg in de abortuskomedie Obvious Child (2014), haar vorige samenwerking met regisseuse Gillian Robespierre. Slate en Quinn zijn in werkelijkheid geen familie maar in Landline zou je zweren dat ze echte zussen waren. De personages nemen geen blad voor de mond en zijn wat dat betreft net zo onbeschaamd recht voor hun raap als de personages in bijvoorbeeld de vergelijkbare comedyserie Girls.

7/10

Landline is vooralsnog alleen via de VS verkrijgbaar op dvd en online te bekijken via Amazon Prime.

Beyond Words (Urszula Antoniak, 2017)

wo, 01/17/2018 - 21:01

In Beyond Words probeert een jonge Duitse advocaat zijn ware afkomst geheim te houden. Als zijn dood gewaande vader opeens voor de deur staat wordt de man weer geconfronteerd met een leven dat hij ver van zich af had willen houden. Welke consequenties heeft de ontmoeting voor zijn carrière en welke rol speelt de geheimzinnige blonde vrouw die regelmatig en vaak zwijgzaam door de film waart?

Michael (Jakub Gierszał) werkt in Beyond Words bij een advocatenkantoor in Berlijn waar voornamelijk zaken worden behandeld voor vermogende klanten. Af en toe staat het kantoor wel eens een asielzoeker bij, maar dat heeft meer te maken met PR dan met oprecht medeleven. Michael heeft met zijn accentloze Duits en geblondeerde kuif het voorkomen van een geboren Duitser. Pas wanneer plotseling vader Stanislaw (Phil Collins-lookalike Andrzej Chyra) thuis aanbelt, wordt duidelijk dat de jongeman helemaal geen Duitse achtergrond heeft. Michael komt uit Polen en heeft het geboorteland voorgoed achter zich gelaten na de dood van zijn moeder.

De ontmoeting tussen vader en zoon is een cultuurclash. Zoon Michael is een kille carrièreman en vader Stanislaw een melancholische bohemien met een punkverleden. De komst van vader doet Michael realiseren dat hij als immigrant in Duitsland altijd een buitenstaander is geweest en dat altijd zal blijven, hoe erg hij ook zijn best doet om hogerop te komen in de Duitse maatschappij. Hij kan zijn Poolse identiteit nooit volledig uitwissen, hoe graag hij dat ook zou willen.

Beyond Words (Andrzej Chyra en Jakub Gierszał)

De jonge advocaat heeft een buitengesloten positie, zowel op het werk (waar hij enkel contact heeft met zijn baas) als daarbuiten (de ongehuwde Michael heeft geen vrienden). Voordat de zoon zijn vader voor het eerst ontmoet ziet hij hem de avond ervoor al met een groepje een alternatieve club binnengaan. De zoon weet waarschijnlijk nog niet dat het zijn vader is, maar voelt zich aangetrokken door het Pools dat hij het groepje hoort spreken. In de club lukt het Michael niet om zich bij de anderen aan te sluiten. Het lijkt wel alsof ze hem niet kunnen zien. Het blijkt een voorbode van wat de man in de eindfase van de film te wachten staat.

Vader en zoon gaan regelmatig ’s avonds op stap in een poging de band te versterken. Tijdens een van hun trips ontmoeten ze een vrouw die we daarvoor al meerdere keren in Beyond Words hebben gezien. Haar naam is Alina. In haar eerste scène staat de geheimzinnige blonde vrouw dagdromend voor zich uit te kijken in een rijdende metro. Later werkt ze achter de tap van een chique bar. Het is dezelfde actrice (Justyna Wasilewska), maar de afwijkende haardracht wekt het vermoeden dat het niet hetzelfde personage is. Het haar en het tenue van de vrouw achter de bar geven haar een ouderwets uiterlijk, alsof ze een geest is uit het verleden. Ze zou een herinnering kunnen zijn aan moeder en dus aan thuisland Polen. De vrouw in de metro is een moderne Poolse die deze herinnering bij Michael oproept.

Beyond Words (Justyna Wasilewska)

Er zit een scène in Beyond Words waarin het lijkt alsof de moederfiguur daadwerkelijk als geestverschijning door het beeld loopt. Cameraman Lennert Hillege maakt daarbij gebruik van de weerspiegeling van een raam. In zeer gestileerde zwart-witbeelden wordt Michael meer dan eens achter glas gefilmd. Op de begane grond van het advocatenkantoor vormt glas de scheiding tussen hem en de rest van de wereld, alsof de wereld waar hij op uitkijkt onbereikbaar voor hem is. De positie van de camera achter glas levert een mooi effect op tijdens een avondscène bij een moderne bar. We zien vanaf de straat door het raam vader en zoon binnen zitten. Alina is buiten aan het telefoneren. Een kort moment maakt haar weerspiegeling deel uit van het café-interieur en lijkt de vrouw door het café te lopen, precies langs de tafel waar de vader en de zoon zitten.

De geest van het Poolse verleden zal altijd in Michaels leven blijven rondwaren. De man heeft veel moeite om dat te accepteren en brengt zijn migrantenbestaan daarmee in een neerwaartse spiraal.

7/10

Pagina's