Over alles behalve design

Abonneren op feed Over alles behalve design
arthouse, classics, cult, Hollywood, music
Bijgewerkt: 1 uur 24 min geleden

Drama Girl (Vincent Boy Kars, 2020)

ma, 03/23/2020 - 10:21

Regisseur Vincent Boy Kars vraagt in Drama Girl aan jonge danseres Leyla de Muynck of ze enkele belangrijke gebeurtenissen uit haar leven met professionele acteurs na wil spelen. Werkelijkheid wordt fictie in een experiment waarbij Leyla wordt gedwongen gevoelens te uiten die ze eerder voor zich heeft gehouden. Ze wordt bijgestaan door fictieve ouders Pierre Bokma en Elsie de Brauw en haar fictieve vriend Frank (Jonas Smulders). De confrontatie met het verse verleden komt vaak hard aan.

Een schilder kijkt naar het onaangeroerde witte canvas en filosofeert over kleur. Als je rood vermengt met groen dan zie je deze kleuren niet meer, zegt hij. De opmerking is niet zomaar een improvisatie van acteur Pierre Bokma, maar een metafoor voor wat regisseur Vincent Boy Kars met Drama Girl probeert te vertellen. Zijn opmerkelijke documentaire gaat over hoe mensen primaire zaken in het bestaan verwerken en niet zichtbaar durven of kunnen maken wat daarbij in hen omgaat.

Drama Girl begint net als bij een schilderij met een wit canvas, ditmaal in de vorm van een witte muur in de lege ruimte waar we Leyla voor het eerst zien dansen. Primaire kleuren rood, groen en blauw domineren in de rest van de film. Vincent Boy Kars blijft buiten beeld tijdens de instructies die hij de jonge danseres geeft voor aanvang van elke volgende scène. Na afloop van de opname vraagt hij haar om het gespeelde te becommentariëren. Waar nodig wordt de scène opnieuw opgenomen. Leyla wordt gedwongen emoties te uiten die ze indertijd voor zich heeft gehouden.

De film vertelt geen spectaculair verhaal. Leyla komt weliswaar uit een kleurrijk kunstzinnig gezin, maar wat ze meemaakt kan in elke doorsnee familie voorkomen. Het gebrek aan spektakel lijkt in combinatie met de afstandelijke vorm geen ideaal recept voor een boeiende film. Het alledaagse leed en hoe daarmee om te gaan is echter zo herkenbaar, en de ontwapenende Leyla zo openhartig, dat Drama Girl de kijker op een wonderlijke manier dicht bij haar te brengt. De film confronteert ons met vragen over de oer-Hollandse neiging om emoties zoveel mogelijk op te kroppen en de neiging/noodzaak om tegenover anderen te acteren in plaats van een waar gezicht te tonen.

Vincent Boy Kars wil het beste uit zijn ‘actrice’ halen en moet zich inhouden om niet te lijken op de inquisitie in La Passion de Jeanne d’Arc (1928). De vergelijking tussen beide films gaat pas goed op nadat Leyla haar kapsel net zo laat millimeteren als dat van actrice Maria Falconetti (1892-1946) in de filmklassieker van Carl Theodor Dreyer. Beide actrices laten vele tranen vloeien. Falconetti keerde nooit meer terug op het witte doek. Ik ben benieuwd of Drama Girl het einde of het begin zal zijn van Leyla’s filmcarrière.

Drama Girl is tot en met 5 juni 2020 te zien via Picl.

De beste soundtracks van deze eeuw

vr, 03/13/2020 - 09:36

Muzieksite 3voor12.nl publiceerde begin vorige week een lijst met de 62 beste soundtrack-momenten van deze eeuw. Samen met VPRO Cinema verzamelde de redactie filmscènes die boven zichzelf worden uitgetild door toedoen van popmuziek. Speciaal voor films gecomponeerde muziek valt buiten dit overzicht. De lijst is natuurlijk niet compleet en een mooie aanleiding om zelf twaalf favorieten chronologisch aan het VPRO-rijtje toe te voegen, inclusief YouTube-fragment.

Punch-Drunk Love (2002)

Regisseur Paul Thomas Anderson leent een liedje uit een film van mentor Robert Altman voor de aanloop naar een rendez-vous in zijn tegendraadse romantische komedie Punch-Drunk Love. Shelley Duvall zingt He Needs Me oorspronkelijk in het geflopte Popeye (1980). In de film van PT Anderson zingt ze niet vanuit het perspectief van het gekwelde hoofdpersonage Barry (Adam Sandler), maar vanuit die van diens mysterieuze love interest, de in het rood geklede stalker Lena (Emily Watson). Het liedje krijgt een uitgebreid arrangement van ruim zes minuten en eindigt in een orkestrale apotheose wanneer Barry en Lena elkaar in silhouet omhelzen op haar vakantie-adres in Hawaï.

Le Conseguenze Dell’Amore (2004)

Voordat Paolo Sorrentino het grote publiek voor zich wist te winnen met La Grande Bellezza (2013) viel zijn muziekkeuze al op in zijn tweede speelfilm Le Conseguenze Dell’Amore. Mijn eerste kennismaking met de muzieksmaak van de Italiaanse regisseur begon met de verrassende keuze tijdens de openingstitels. De minimalistische muziek van de Duitse band Lali Puna past goed bij het minimalistische decor van een lange, steriel ogende gang met loopband. De film was nauwelijks begonnen en kon voor mij al niet meer stuk.

Linda Linda Linda (Nobuhiro Yamashita, 2005)

Linda Linda Linda is vernoemd naar een liedje van de Japanse punkband The Blue Hearts. Het is een van de nummers op de korte setlist van gelegenheidsband Paranmaum. De band bestaat uit drie Japanse schoolvriendinnen en een Koreaanse uitwisselingsstudent (Bae Doona). Hun kortstondige vriendschap bloeit op in en rondom de repetitieruimte waar het kwartet zich voorbereidt op een eenmalige optreden tijdens een studentenfestival. Het liedje Linda Linda Linda keert veelvuldig terug op de soundtrack, maar is pas af als Paranmaum voor een uitzinnig publiek staat. Het refrein zingt vijftien jaar later nog na in mijn hoofd.

Children Of Men (2006)

The Court Of The Crimson King uit 1969 van King Crimson is net zo monumentaal als de verzamelde historische voorwerpen in het verblijf van de neef van cynische Theo Faron (Clive Owen). Het is 2027, de mensheid staat op het punt uit te sterven bij gebrek aan nieuwgeborenen en neef Nigel (Danny Huston) probeert als lid van de Britse regering iconische werken uit de kunstgeschiedenis te redden. Hij woont in Battersea Power Station, de elektriciteitscentrale die Pink Floyd-fans herkennen van de platenhoes met zwevend varken van het album Animals (1977). Het varken zweeft in de film buiten tussen de schoorstenen als aandenken aan betere tijden. The Court Of The Crimson King is te horen tijdens de taxirit van Theo door het chaotische centrum van Londen. Hij wordt in Battersea Power Station door Nigel ter begroeting omhelsd onder Michelangelo’s David. In de eetruimte hangt de originele Guernica van Pablo Picasso. Nigel is de koning uit het lied van King Crimson.

Greenberg (2010)

Greta Gerwig was tot aan 2010 de ongekroonde koningin van het in Nederland onderbelichte Amerikaanse genre mumblecore. Haar rol als Florence in Greenberg is de eerste samenwerking met latere partner Noah Baumbach en haar introductie aan een groter publiek. Het eerste wat me te binnenschiet als ik aan de film terugdenk is het open podium waar Gerwigs personage Florence heeft afgesproken met de emotioneel instabiele Roger Greenberg (Ben Stiller). Hij wandelt het zaaltje binnen wanneer de nerveuze Florence There’s A Rugged Road zingt, een liedje van de veel te jong overleden zangeres Judee Sill. Ik had in 2010 toevallig de compilatie Abracadabra: The Asylum Years uit 2006 ontdekt, herkende het nummer en raakte even heel verliefd op Florence. Volgens IMDb kunnen we over niet al te lange tijd een documentaire over Judee Sill verwachten.

Girlhood (2014)

Franse regisseuse Céline Sciamma gebruikte vorige jaar muziek heel effectief in Portrait De La Jeune Fille En Feu. De muzikale momenten zijn in die film spaarzaam en daarom vergeet je ze niet snel. In haar eerdere film Girlhood zit ook een onvergetelijk muziekmoment wanneer de hoofdpersonages Rihanna’s hit Diamonds opzetten. Tiener Marieme (Karidja Touré) heeft zich in Parijs bij een meisjesbende gevoegd en samen vieren ze hun onafhankelijkheid in een hotelkamer. Het blauwe licht geeft de scène een magische gloed. De door mannen overheerste wereld in de banlieue is voor even heel ver weg.

Chevalier (2015)

De meeste muzikale momenten in de films in dit lijstje zijn verbonden aan performance. Een van de grappigste performances is die van acteur Makis Papadimitriou in het Griekse Chevalier (2015). Zijn komische playback-uitvoering van Minnie Ripertons ballad Lovin’ You zegt iets over zijn ondergeschikte positie binnen de groep mannen die een machtsspel spelen tijdens een gezamenlijk bootuitstapje.

A Bigger Splash (2015)

Harry Hawkes (Ralph Fiennes) zet in A Bigger Splash het nummer Emotional Rescue van The Rolling Stones op en waant zich enkele minuten meer Mick Jagger dan de echte Micker Jagger zich ooit heeft gevoeld. Fiennes’ dominante personage trekt in de film telkens alle aandacht naar zich toe tijdens zijn onaangekondigde bezoek aan vroegere geliefde Marianne Lane (Tilda Swinton). De populaire zangeres rust na een stemoperatie uit in een afgelegen Italiaanse villa, samen met haar vriend Paul (Matthias Schoenaerts). De aanwezigheid van de drukke Harry is het laatste waar ze op zit te wachten. Tijdens het muzikale intermezzo wordt er nog gelachen om Harry’s strapatsen, maar zijn behoefte aan aandacht zal niet zonder negatieve gevolgen blijven.

Toni Erdmann (2016)

Alle getoonde fragmenten op deze pagina kunnen natuurlijk niet zonder de context van de film waar ze deel van uitmaken. De impact van Greatest Love Of All van Whitney Houston in Toni Erdmann is het grootst als je de relatie kent tussen Duitse carrièrevrouw Ines (Sandra Hüller) en haar vader Winfried (Peter Simonischek). Tot grote ergernis van Ines wordt ze door Winfrieds alter ego Toni Erdmann gevolgd tijdens haar werk in Boekarest. Vader probeert dichter bij zijn dochter te komen door haar telkens uit te dagen. Hij weet haar onder meer zo gek te krijgen om voor een wildvreemd publiek een lied te zingen. De scène is komisch omdat Ines net even te veel geeft en het liedje in pathos dreigt te laten verzuipen. De scène is ontroerend omdat de vrouw iets bij zichzelf losmaakt dat ze vanwege werkdruk jarenlang heeft onderdrukt.

Cold War (2018)

Het Poolse volksliedje Dwa Serduszka komt in meerdere versie voor in Cold War. In de vierde versie komen Oost en West in perfecte symbiose bij elkaar in een jazz-arrangement waarmee Zula en Wiktor succes hebben in Parijse jazzclubs. De Koude Oorlog lijkt ver weg, net als vaderland Polen. Er klinkt heimwee in Zula’s uitvoering.

Eighth Grade (2018)

Eighth Grade is ook terug te vinden in de lijst van 3voor12.nl. De redactie kiest voor Orinoco Flow van Enya, maar ik ga voor een nummer van Anna Meredith. Zij is verantwoordelijk voor de originele filmmuziek en gebruikte daarnaast ook muziek uit haar eigen catalogus. Nautilus van het album Varmints (2016) begeleidt grappig overdreven de duizend angsten van de onzekere puber Kayla (Elsie Fisher) voordat ze zich in badpak durft te vertonen op het zwembadfeestje van haar generatiegenoten.

Marriage Story (2019)

We bevinden ons aan het eind van de huwelijkscrisis tussen Charlie en Nicole wanneer Charlie (Adam Driver) in Marriage Story achter de microfoon stapt voor zijn versie van Being Alive uit de musical Company. Nicole (Scarlett Johansson) heeft eerder in de film een liedje gezongen, samen met moeder en zus. Regisseur Charlie zingt zijn lied alleen, begeleid door de pianist in het stamcafé van zijn toneelgezelschap. Het lijkt alsof hij zijn voorbije relatie met Nicole nog even samenvat en tot een laatste conclusie komt. But alone, is alone, not alive. Probeer het daar maar eens droog bij te houden.

De volledige lijst van 3voor12.nl vind je hier.

The Miracle Worker (Arthur Penn, 1962)

wo, 02/26/2020 - 14:26

The Miracle Worker is gebaseerd op de autobiografie The Story Of My Life van Helen Keller (1880-1968) uit Alabama. Ze werd als zuigeling door een ziekte doof en blind en kon tot haar zevende nauwelijks communiceren met haar naasten. De komst van lerares Anne Sullivan was haar redding. Sullivan bracht het meisje weer in contact met de buitenwereld door haar woorden te leren via de handpalm. De film van Arthur Penn laat zien dat het leerproces bepaald niet zonder slag of stoot verliep.

De eerste bewerking van The Miracle Worker was een televisiespel in 1957, gevolgd door een Broadway-productie (1959-1961). Filmstudio United Artists wilde voor de filmversie het liefst Elizabeth Taylor in de rol van Anne Sullivan, maar toneelregisseur Arthur Penn koos voor zijn tweede speelfilm actrices Patty Duke en Anne Bancroft. Zij hadden onder zijn regie de personages Keller en Sullivan op het toneel vertolkt. De twee waren na 719 voorstellingen volledig op elkaar ingespeeld, wat Penn de gelegenheid gaf om zich te concentreren op de manier waarop hij hun spel op celluloid zou vastleggen.

The Miracle Worker is meer dan de registratie van een toneelstuk geworden. Penn en scriptschrijver William Gibson laten ook zien wat omgaat in het hoofd van Anne Sullivan. Zij was zelf gedeeltelijk blind en daarom zien we haar voorgeschiedenis als flashbacks in mistige flarden.

De bekendste scène is de negen minuten durende uitputtingsslag in de eetkamer van de familie Keller. Anne moet in gevecht om haar pupil tafelmanieren bij te brengen. Ze laat de wild protesterende Helen niet eerder gaan voordat het meisje eet met bestek in plaats van met haar handen. Er waren drie camera’s en vijf dagen nodig voor het vastleggen van de scène. De actrices spaarden elkaar niet en hadden beschermende vulling in hun kostuums nodig ter voorkoming van blauwe plekken. Waar ik direct aan moest denken toen ik de twee in actie zag, was Pina Bauschs moderne dansstuk Café Müller uit 1978. De uitvoering die de VPRO begin jaren tachtig op televisie uitzond (waarschijnlijk in het kader van het Holland Festival) is me altijd bijgebleven.

In zowel de film als het ballet vinden de bewegingen plaats in een ruimte met tafel(s) en stoelen. De stoelen moeten tijdens de uitvoering aan de kant om te voorkomen dat de dansers ermee in botsing komen. De meeste dansers doen in het stuk van Bausch namelijk alsof ze blind zijn. Ze putten zichzelf net als Helen en Anne uit met herhaalde bewegingen. In een van de meest memorabele momenten in Café Müller worden een man en een vrouw uit hun omhelzing gehaald door een zwijgende man in pak. Als hij wegloopt nemen de twee hun oude houding weer aan. De man keert terug, haalt de twee opnieuw uit elkaar en doet dit net zo lang tot de man en de vrouw geconditioneerd zijn en zonder hem in en uit de omhelzing stappen. De vrouw valt daarbij keer op keer tegen de grond.

De overeenkomst tussen de film en moderne dans lijkt misschien vergezocht. Mijn aanvankelijke twijfel over het maken van de vergelijking werd weggenomen bij het lezen van de bijdrage van filmcriticus Alexandra Heller-Nicholas aan het boekje bij de onlangs verschenen Blu-ray-uitgave van The Miracle Worker. Na het lezen van The Story Of My Life wilde scriptschrijver William Gibson het verhaal in eerste instantie gebruiken als basis voor een dansstuk voordat hij uiteindelijk toch koos voor een televisiebewerking.

Patty Duke en Anne Bancroft wonnen allebei een Oscar voor hun rol. Bancroft maakte zich een paar jaar later definitief onsterfelijk als Mrs. Robinson in The Graduate (1967). Duke (moeder van Lord Of The Rings-acteur Sean Astin) werd niet zo beroemd als haar tegenspeelster. Haar bekendste film na The Miracle Worker is cultfilm Valley Of The Dolls (1967) met Sharon Tate. Van 1985 tot 1988 was ze voorzitter van de Screen Actors Guild. Arthur Penn maakte vijf jaar na The Miracle Worker het baanbrekende Bonnie and Clyde (1967).

It Dockumer Lokaeltsje – Alles Is Goed (2020)

wo, 02/19/2020 - 15:58

Het Friese trio It Dockumer Lokaeltsje speelt graag doorgedraaide versies van geliefde evergreens. Op de compilatie It Dockumer Totaeltsje (1990) komen Johnny Guitar Watson, David Bowie, Johnny Cash, Ultravox en natuurlijk Baba & Roody voorbij. De cover van DAFs Der Rauber Und Der Prinz stond jarenlang op de setlist. It Dockumer Lokaeltsje vond het de hoogste tijd om een compleet album van DAF in het Fries te vertalen en op te nemen. Het resultaat werd vorige week vrijdag gepresenteerd in OCCII.

Het derde album Alles Ist Gut (1981) van Deutsch Amerikanische Freundschaft kortweg DAF bevat tien compacte, minimalistische tracks met machinale dance. Robert Görl drumt mee met herhalende sequencerbassen als basis voor de met veel extra adem gedeclameerde oprispingen van vocalist Gabi Delgado-López. Het duo inspireerde vrachtladingen industriële dance bands, EBM-formaties en synthpunkers. Dit jaar wordt DAF geëerd door de Friese postpunkers van It Dockumer Lokaeltsje. Hun interpretatie van Alles Ist Gut kreeg de titel Alles Is Goed.

Het Duitse duo werd door producer Conny Plank tijdens de opnamesessies eind 1980 en begin 1981 aangemoedigd om de nummers in zijn studio te laten ontstaan in plaats van volledig voorbereid aan de slag te gaan. Die spontaniteit ontbreekt vanzelfsprekend aan de doordachte arrangementen van de Friezen. It Dockumer Lokaeltsje ontregelt zoveel mogelijk en daar past geen eenvoudige vierkwartsmaat bij. De band schudt de originele nummers los, net zo lang tot drummer/zanger Fritz de Jong in Ik Yn It Echt (Ich und die Wirklichkeit) over de trommels begint te struikelen en dwars tegen het ritme ingaat van zijn maatjes Peter Sijbenga (zang/bas) en Systse J. van Essen (gitaar). De muzikanten voegen waar nodig een melodie toe die aan het origineel ontbreekt. De openingsriff in Myn Hert Dat Slacht (Mein Herz macht Bum) zou niet hebben misstaan op een plaat van Sebadoh.

Als er iets aan Alles Is Goed ontbreekt dan is dat seks, wat live een ietsje wordt gecompenseerd door het bouwvakkersdecolleté van Van Essen. Het spaarzame hijgen van Sijbenga komt nergens in de buurt van de nauwelijks ingehouden opwinding van Delgado-López. Choqueren is er dit keer ook niet bij. De indertijd controversiële opsomming van dictators in Der Mussolini verandert in De Mussolini in een onschuldig klinkende, koddige scheldpartij. De Dockumer Avant Funk is zoals gebruikelijk rijk aan humor, iets waar je DAF alleen met heel veel moeite op kunt betrappen. Alles Is Goed is ondanks de humor geen parodie, maar een welgemeend eerbetoon.

It Dockumer Lokaeltsje speelde de nummers van Alles Is Goed tijdens de presentatie in OCCII precies in de volgorde als op de elpee, inclusief pauzemoment om de plaat al mimend om te draaien. Het trio voegde als extraatje nummers toe van hun comebackalbum Tonger (2017) die ze moeiteloos op 45 toeren per minuut uitvoerden.

De Garnaaltjes

Humor speelde zaterdag ook een rol tijdens de voorprogramma’s. De uit Brussel afkomstige zanger Guillaume Maupin zong met sigaardoosgitarist Marceau Portron een bonte mix folkliedjes, afgewisseld met ingelaste jingles en een politiek getint lied waarin met een knipoog iedereen voor fascist werd uitgemaakt, inclusief alle leden van The Ex. Tweede act De Garnaaltjes maakte daarna veel lawaai in monotone driekwartsmaat. De band van dichters Daniël Vis en Joost Oomen speelt dronepunk en beperkte zich in OCCII tot één lang uitgesponnen nummer over marcherende garnalen. De overstuurde vocalen waren door toedoen van Auto-Tune vrijwel niet te volgen. Terwijl Vis en Oomen menigmaal in lichte paniek oogcontact met elkaar zochten, viel het spel van gitarist Marc van der Holst (The Avonden) links op het podium op vanwege zijn onbezorgde vrolijkheid. Een wegvliegend plectrum, een losgetrokken gitaarsnoer en een onwillige gitaarband maakten het plezier alleen maar groter.

Little Women en het bureau van acteur Tracy Letts

zo, 02/09/2020 - 21:11

De eerste dialoog in Little Women (Greta Gerwig, 2019) vindt plaats in het kantoor van uitgever en redacteur Mr. Dashwood. Tegenover Dashwood zit de jonge Jo March (Saoirse Ronan). De schrijfster probeert de uitgever over te halen om werk van haar te publiceren. Het duurde even voordat ik doorhad met welke acteur Saoirse Ronan in gesprek is. Ik herkende Tracy Letts uiteindelijk aan het bureau waar hij achter zit. Little Women is een mooie aanleiding voor een terugblik op de relatie tussen de acteur en het meubelstuk sinds 2013.

Tracy Letts is een van de vele acteurs van wie je het gezicht herkent vanwege zijn talrijke bijrollen, maar wiens naam je meestal niet te binnen wil schieten. Hij leverde jarenlang voornamelijk kleine acteerbijdragen aan televisieseries en had tot 2015 als acteur geen opzienbarende filmcarrière. Letts viel in Hollywood vooral op als scenarioschrijver en bewerker van eigen toneelstukken (Bug, Killer Joe en August: Osage County). Bij het grote publiek werd hij bekend dankzij tv-serie Homeland en zijn rol als CIA-directeur Andrew Lockhart, de vervanger van Saul Berenson (Mandy Patinkin).

The Big Short (2015)

Sinds Homeland wordt Tracy Letts veelvuldig gecast als een man die het merendeel van zijn leven doorbrengt in kantoorkamers en vergaderzalen. Vaak is hij een directeur en vanwege die functie neemt hij in meerdere films plaats achter een bureau. In The Big Short (Adam McKay, 2015) viel zijn positie me nog niet zo op omdat alle acteurs in dit financiële drama hun (wan)daden achter een bureau verrichten. Vanaf Christine (Antonio Campos, 2016), met Letts als baas van tv-journalist Christine Chubbuck (Rebecca Hall), is weinig twijfel meer mogelijk; Tracy Letts en zijn bureaufauteuil zijn onafscheidelijk.

Christine (2016)

De enige uitzondering op de regel is Letts’ bijdrage aan de eerste episode van Todd Solondz’ donkere komedie Wiener-Dog (2016). Zijn personage heeft de handen vol aan de diarree van de teckel van zijn zoontje en komt daarom niet toe aan een zitpauze. De beslissing die hij over het sneue hondje neemt, zorgt voor een breuk met de rest van het gezin. Tracy Letts blijft alleen over aan de ontbijttafel in een houding die maar al te herkenbaar is uit zijn andere films.

Wiener-Dog (2016)

Letts zit in de Philip Roth-verfilming Indignation (James Schamus, 2016) weer op zijn vertrouwde plek, ditmaal als decaan van een kleine universiteit in Ohio.

Indignation (2016)

In zijn volgende film Elvis & Nixon (Liza Johnson, 2016), over de waargebeurde ontmoeting tussen rockster Elvis Presley (Michael Shannon) en president Richard Nixon (Kevin Spacey), komt Tracy Letts als directeur van het Bureau Of Narcotics & Dangerous Drugs zijn werkpand niet uit. Elvis klopt bij de directeur aan wanneer deze helemaal alleen achter zijn bureau een banaan als lunch probeert weg te werken.

Elvis & Nixon (2016)

Imperium (Daniel Ragussis, 2016) biedt geen ruimte voor de komische kwaliteiten van Letts. Hij speelt in deze thriller de racistische radiopresentator Dallas Wolf, een woordvoerder van een gevaarlijke groep neonazi’s. Undercoveragent Nate Foster (Daniel Radcliffe) legt in opdracht van de FBI contact met Wolf en krijgt hem thuis te spreken in de werkruimte waar de presentator zijn opruiende uitzendingen opneemt en monteert. De eerste scène met Wolf in beeld, eerder in de film, acteert Tracy Letts ook zittend, ditmaal aan een tafel tijdens een televisie-interview.

Imperium (2016)

The Lovers (Azazel Jacobs, 2017) heb ik niet gezien, maar uit de trailer maak ik op dat Tracy Letts in deze relatiekomedie in een kantoortuin werkt. Een bureaumoment zal ongetwijfeld niet ontbreken.

Lady Bird (2017)

Lady Bird (2017) wijkt enigszins af van het vaste patroon omdat Letts’ personage in deze film geen leidinggevende functie heeft. In plaats daarvan zit Lady Birds vader Larry werkloos achter de computer op het thuiskantoorbureau. Hij moet in het regiedebuut van Greta Gerwig sollicitatiebrieven schrijven, maar doodt bij gebrek aan motivatie de tijd met digitale potjes patience.

The Post (2017)

Tracy Letts zit in The Post (Steven Spielberg, 2017) vaker achter de bureaus van andere mensen dan achter zijn eigen bureau. In zijn eerste scène schuift hij aan bij Meryl Streep (Kay Graham van The Washington Post) en staat hij haar bij als voorzitter van de raad van bestuur. Veel later in de film maakt hij notities aan het bureau van hoofdredacteur Ben Bradlee (Tom Hanks).

Ford v Ferrari (2019)

Ford v Ferrari (2019) is de eerste film waarin Tracy Letts een titelpersonage speelt. Zijn Henry Ford II is iemand waar anderen met een mengeling van respect en angst een stap voor opzij doen. Hij vormt het middelpunt van elke kantoorscène. Regisseur James Mangold weet de bijrolspeler lange tijd bij bureaus weg te houden. Als het eenmaal zover is laat hij Ford niet zitten maar staan achter zijn bureau. Pas in de tweede helft van de film zijn we eindelijk getuige van het traditionele bureaumoment van Letts. Mangold onderscheidt zich van de andere filmmakers door Ford op de voorgrond aan de andere kant van het bureau te filmen.

De twee scènes van Mr. Dashwood in Little Women zijn van korte duur, maar wel belangrijk genoeg om allebei terug te laten keren in de trailer. Tracy Letts blijft in beide scènes zitten waar hij zit. De onwrikbare plek die de conservatieve Mr. Dashwood achter het grote bureau inneemt staat symbool voor het vastgeroeste patriarchaat. Zijn passieve, afwachtende houding staat in schril contrast met de wijze waarop de jonge Jo het verhaal binnen komt rennen. Het duurt een film lang voor hij eindelijk toegeeft dat zijn uitgeverij het schrijftalent van de vrouw nodig heeft om van betekenis te blijven in de boekenwereld.

Hellhole (Bas Devos, 2019)

ma, 02/03/2020 - 20:35

Belgische regisseur Bas Devos was vorige maand in Nederland om toelichting te geven bij zijn film Hellhole. Hij vertelde tijdens zijn bezoek aan EYE onder meer waar we de O terug kunnen vinden die op de poster en op het witte doek uit de titel is verdwenen.

Bas Devos was van plan een film te maken over drie dolende zielen in het metropool Brussel zonder daar een dramatische gebeurtenis aan vooraf te laten gaan zoals in zijn speelfilmdebuut Violet (2014) wel het geval was. De regisseur wijzigde zijn scenario na de aanslagen op 22 maart 2016. De gevolgen van die dag konden gewoonweg niet uit de film worden weggelaten. De drie hoofdpersonages verplaatsen zich in een veranderde stad, niet wetend of ze hun vertrouwde leefritme ooit weer terugkrijgen.

Hellhole (Hamza Belarbi)

Hellhole doorbreekt aan het begin van de film de duisternis met een blauwe hemel. Op het eerste oog lijkt alles normaal. Wat ontbreekt zijn de vuiltjes aan de lucht. Vanwege de aanslagen is het vliegverkeer voor langere tijd gestaakt en worden er dus geen witte condenssporen tussen de wolken achtergelaten. Er heerst een bedrieglijke rust in de film. Stadsbewoners leven met een angst waar ze zelden hardop over durven spreken. Huisarts Wannes (Willy Thomas) maakt zich zorgen over zoon Boris (Jeroen Van der Ven) die als F16-piloot gelegerd is in Syrië. Een van Wannes’ cliënten is scholier Mehdi (Hamza Belarbi). De jongen heeft last van hevige hoofdpijnen. Het blijft onduidelijk of zijn klachten voortkomen uit de spanningen die hij voelt als gevolg van de aanslagen. Het derde personage is Alba (Alba Rohrwacher), een Italiaanse vertaalster in het Europees Parlement. Zij leidt sinds de aanslagen aan slapeloosheid.

Wannes, Mehdi en Alba maken meer dan eens gebruik van de metro. Hun metroreis is niet meer zoals vroeger. Sinds maart 2016 overheerst bij elke rit de angst voor een nieuwe aanslag. Bewapende soldaten moeten in metrostellen en op stations een gevoel van veiligheid geven die niet automatisch door de stadsbewoners als zodanig wordt ervaren.

Hellhole legt terloops verbanden tussen de drie personages. Ze hebben elk hun eigen fragmentarische verhaallijn in een film zonder dwingend plot. We zien voornamelijk hoe mensen zich in hun veranderde omgeving voortbewegen en hoe ze omgaan met de fysieke en mentale afstand ten opzichte van de andere stadsbewoners.

Hellhole (Alba Rohrwacher)

Devos gebruikt vaak glas als middel om de afstand tussen de bewoners te verbeelden. Mensen bevinden zich in elkaars nabijheid, maar er is meestal een raam dat ze van elkaar scheidt, zoals het glas tussen de ruimte van Wannes en zijn collega Samira (Lubna Azabal) en het naastgelegen vertrek met daklozen die hulp van het duo krijgen. Alba wordt in het beeld geïsoleerd door middel van het glas dat haar vertaalcabine scheidt van de vergaderzaal. Het glas creëert op sommige momenten ook een afstand tussen een personage en de filmkijker, bijvoorbeeld in de scène met Alba en haar baas die volledig via een weerspiegeling van de twee is vastgelegd.

De camera hangt in een van de scènes schuin boven het huis van Wannes’ broer en beweegt eromheen als een laaghangende drone. We bespieden met net iets te veel afstand om een gesprek tussen Wannes en de vrouw van zijn broer volledig te kunnen verstaan. Daarna draait de camera om het gebouw heen en gluurt hij door de ramen van alle vertrekken naar de nietsvermoedende bewoners. De zwevende camera kun je visueel linken aan de vliegende F16 waarmee Boris door de nacht op weg is voor bombardementen op doelen in het Midden-Oosten.

Hellhole (Willy Thomas en Lubna Azabal)

De F16 van Boris wordt aan het eind van de film in de hangar door de camera omcirkelt alsof het de opname betreft van een gelikte reclamefilm. De machine is imposant en zal door sommigen ook als esthetische ervaren worden, maar het blijft een moordwapen. De terugkeer van de condenssporen aan de hemel is voor de bevolking in gebombardeerde gebieden minder goed nieuws dan voor de bewoners van Brussel.

In de hangar is eindelijk de O te zien die aan het begin van de film aan de titel Hellhole ontbreekt. Als Bas Devos het niet verteld had na afloop van de filmvertoning in EYE zou ik niet geweten hebben dat de ontbrekende O is terug te vinden in de rode gloed uit de cirkelvormige vliegtuigmotor.

7/10

It Must Be Heaven (Elia Suleiman, 2019)

ma, 01/13/2020 - 15:16

Palestijns-Israëlische regisseur Elia Suleiman aanschouwt in zijn films met milde blik het conflict tussen Israël en de Palestijnen. Tien jaar na zijn vorige film The Time That Remains kijkt hij in It Must Be Heaven ver buiten de grenzen van zijn eigen land en vergelijkt hij de politieke situatie thuis met het leven in Frankrijk en de Verenigde Staten.

Elia Suleimans vijfde speelfilm It Must Be Heaven is een aaneenschakeling van sketches met de regisseur zelf in beeld als zwijgende observator. Hij kijkt thuis met uitgestreken gezicht vanaf zijn balkon hoe een buurman zich bemoeit met zijn bloeiende citroenboom en kijkt met dezelfde blik naar de gedragingen van mensen in Parijs en New York. Vergelijkbare situaties keren in verschillende vormen en op verschillende plekken in de wereld terug. De mus in het Parijse hotel is later een protesterende engel in Central Park. Rode draad is de wijze waarop mensen hun leefgebied afbakenen.

It Must Be Heaven (Elia Suleiman)

Suleiman doodt in Parijs de tijd in afwachting van een afspraak met een Franse filmproducer. Hij wandelt door het centrum als een variant op Jacques Tati’s Monsieur Hulot in Playtime (1967), zich verwonderend over wat om hem heen gebeurt. Nog meer dan in de films van Tati volgt It Must Be Heaven geen echte verhaallijn. De scènes zijn geïsoleerde momentopnamen die niet ergens naartoe leiden. Het is soms onduidelijk wat Suleiman met sommige situaties wil zeggen. Het hangt van je gevoel voor humor af in hoeverre je sommige scènes waardeert. Tegenover flauwe losse flodders (zoals de confrontatie met twee Japanse toeristen) staan gelukkig scènes met iets meer zeggingskracht (territoriumdrift in de vorm van een stoelendans). De beste humor zit vaak in de details. Kijk bijvoorbeeld extra aandachtig naar de manier waarop de nachtwerkster aan de overkant van Suleimans hotel een groot televisiescherm schoonveegt.

It Must Be Heaven (Raia Haidar)

In New York laat de regisseur zich onder meer inspireren door de Keystone Cops van slapstickproducer Mack Sennett. Ook in deze stad volgen korte scènes elkaar op zonder onderling verband. Een frappant voorbeeld is het opzichtige wapentuig dat families dragen tijdens het doen van boodschappen terwijl in de rest van de stad niemand bewapend rondloopt.

It Must Be Heaven schiet vaker mis dan raak, maar weet dat wel goed af te wisselen; je blijft nieuwsgierig naar de volgende komische situatie. De film is vaak een lust voor het oog, want Suleiman besteedt veel aandacht aan beeldcompositie. Hij laat de monumentale constructies in Parijs mooi contrasteren met de alledaagse onbenulligheid en heeft daarbij een sterk gevoel voor symmetrie. De vrolijke chaos van het dagelijks leven speelt zich altijd af binnen heldere lijnen.

6/10

Jojo Rabbit (Taika Waititi, 2019)

za, 01/11/2020 - 11:55

Jojo Rabbit is een jolig bedoelde film over de nadagen van nazi-Duitsland met Hitler als denkbeeldig vriendje van een tienjarige führerfan. Lachen om nazi’s blijft lastig.

De Tweede Wereldoorlog loopt op z’n eind wanneer kapitein Klenzendorf (Sam Rockwell) met een gemotiveerd groepje Hitlerjugend de bossen intrekt. De nazi’s hebben vers kanonnenvoer nodig dus een beetje oefenen met allerhande schietgerei kan geen kwaad ter voorbereiding op een enkele reis richting slagveld. Jeugdige Jojo (Roman Griffin Davis) wil graag bij de club horen, maar durft nog niet eens een konijntje de nek om te draaien. Hij heeft een denkbeeldige Hitler (regisseur Taika Waititi) nodig om hem moed in te spreken. De peptalk leidt tot verwondingen tijdens een stunt met een granaat. Jojo ontdekt thuis tijdens het revalideren dat moeder Rosie (Scarlett Johansson) zonder zijn medeweten een Joods meisje (Thomasin McKenzie) verborgen houdt. Het jongetje heeft joden leren haten en raakt in gewetensnood omdat hij het als zijn plicht voelt om het meisje te verraden.

[Spoilers!] Jojo Rabbit is een kinderfilm voor volwassenen; een soort Dik Trom of Pietje Bell maar dan met nazi’s. We zien de wereld door de ogen van een jongetje dat geen idee heeft van de gruwelen in concentratiekampen en andere oorlogsmisdaden in naam van zijn land. Waititi houdt de film luchtig door de oorlog buiten beeld te houden en Jojo’s nabije omgeving bijna idyllisch met warm kleurgebruik in beeld te brengen. Humor en wrede gewelddadigheden zijn lastig te combineren in een kinderfilm. Als het geweld zich voor het eerst aandient, doet Waititi heel erg zijn best om de kijkers te sparen, want het moet natuurlijk wel leuk blijven.

Jojo Rabbit (Thomasin McKenzie en Roman Griffin Davis)

Op het dorpsplein bungelen lijken van mensen die vanwege hun ondergrondse verzet door de nazi’s zijn opgehangen. Uitpuilende ogen en uit de mond hangende blauwe tongen zouden kijkers kunnen afschrikken en daarom zien we van de slachtoffers enkel hun benen en vooral hun schoeisel. De film durft hier niet Jojo’s gezichtspunt te volgen omdat anders de olijke verteltoon wordt aangetast. Die keuze heeft later gevolgen voor de dramatische impact die de dood van moeder Rosie heeft.

De camera heeft na de scène op het dorpsplein opvallend veel interesse in de schoenen van Rosie. Het blijkt een omslachtige voorbereiding op het onvermijdelijke; als ook Rosie uiteindelijk aan de galg belandt, weten we vanwege de schoenen dat zij het is. De scène wordt zo onhandig geënsceneerd dat het lijkt alsof Jojo niet treurt om zijn overleden moeder, maar om haar bungelende schoenen. Vreemd genoeg besteedt de film later meer tijd aan de laatste ontmoeting tussen Jojo en kapitein Klenzendorf. Zijn executie moest blijkbaar harder aankomen bij het publiek dan die van Rosie. De filmmakers zijn Jojo’s moeder aan het slot van het verhaal helemaal vergeten en eindigen met de aanvang van een vrolijk dansje op muziek van David Bowie.

Jojo Rabbit (Sam Rockwell en Scarlett Johansson)

Jojo Rabbit is anti-nazi, maar kan de uitwassen van het nazisme niet openlijk tonen omdat het de humor in de weg zit. De denkbeeldige Hitler is geen monsterlijk figuur, maar een lange slungel met een raar accent. Denkbeeldige vriendjes zijn over het algemeen fantasiefiguren, iets wat je van de führer moeilijk kunt zeggen. Het maakt het hele gegeven van de film bij voorbaat problematisch. Geslaagde grappen zijn schaars. Alleen bij een flauwe grap over Duitse herders hoorde ik mezelf hardop lachen.

4/10

Als je op zoek bent naar een bijzondere film over het lot van Duitse kindsoldaten in de slotfase van WOII dan kan ik je Die Brücke (Bernhard Wicki, 1959) van harte aanbevelen.

Terugblik 2019: Film & Muziek

di, 12/31/2019 - 12:45

2019 loopt ten einde, dus dat betekent jaarlijstjesstress. Vlak voor de finish heb ik alle bekeken films en beluisterde albums nog een keer kritisch tegen het licht gehouden en de hoogtepunten uit de stapel gevist.

Hoogtepunten in de bioscoop (*) 20. Pájaros de Verano 19. Ayka 18. Sorry We Missed You 17. The Invisible Life Of Eurídice Gusmão 16. Nina Wu 15. Sunset 14. Anna’s War 13. The Wild Pear Tree 12. Marriage Story 11. Eighth Grade 10. Ága

Ága gaat over een leven dat aan het verdwijnen is, niet alleen vanwege voortschrijdende ouderdom van de twee hoofdpersonages Nanook en Sedna, maar ook omdat het veranderende klimaat hun vertrouwde leefomstandigheden op de toendra aantast. Het oogverblindende wit van de sneeuw symboliseert de leegte die dreigt in het vergeetachtige brein van de oude Nanook. Het landschap overheerst ook in het indrukwekkende slotbeeld van de diepe mijngroeve waar dochter Ága werkt. De mensheid lijkt hier te verdwijnen in een immens gat in de aarde dat met behulp van eigen machines is gegraven. De melancholische muziek van Mahlers vijfde symfonie intensiveert de realisatie dat er onder onze ogen iets waardevols verloren is gegaan.

9. So Long, My Son 8. Ray & Liz

Fotograaf Richard Billingham kijkt in zijn regiedebuut terug op zijn bewogen jeugd in een gemeenteflat aan de rand van Birmingham. Billingham brengt in korrelig 16mm-formaat de fotoserie over zijn ouders Ray en Liz tot leven in twee uitgebreide flashbacks waarin hij en zijn jongere broertje de gevolgen ondervinden van verwaarlozing. Armoede leidt tot passiviteit en drankmisbruik. Het enige dat moeder Liz (Ella Smith) in haar leven wil oplossen zijn legpuzzels. De regisseur spaart zijn ouders niet, maar ziet ze ook als slachtoffers van het Thatcher-bewind. De film heeft komische momenten, maar de humor is wel van het genadeloze soort, vooral in de episode met simpele oom Lol (Tony Way).

7. Lazzaro Felice 6. The Favourite

Koningin Anne zit opgesloten in haar verdriet zoals ze ook opgesloten zit in haar paleis. De buitenwereld vormt voor haar een grote onbekende dreiging waar ze niet tegen opgewassen is. Anne’s gedrag levert meerdere komische scènes op, maar de geweldig acterende Olivia Colman maakt geen bespottelijk personage van haar. De actrice laat de kijker niet vergeten dat de grappige eigenaardigheden en uitbarstingen voortkomen uit tragische omstandigheden.

5. Monos

Oorlog is voor de bijna volwassen tieners in Monos een groot spannend avontuur, zolang hun handelingen geen consequenties hebben. Als er doden vallen dringt de realiteit hun leven binnen, slaat de angst toe en is er geen weg meer terug. Het landschap is eerst een open fantasiedecor voor hun spel en verandert in het tweede deel in het donkere doolhof van de jungle. Componiste Mica Levi levert na Under The Skin (2013) en Jackie (2016) opnieuw een ontregelende soundtrack.

4. Long Day’s Journey Into Night

Long Day’s Journey Into Night is een van de weinige films met zinvol gebruik van 3D. De meeste makers van 3D-films vergeten dat kijkers zich vanwege de montage bij elke scène moeten heroriënteren. Chinese regisseur Bi Gan laat montage volledig achterwege in de laatste 59 minuten van zijn 138 minuten durende film. Als hoofdpersonage Luo Hongwu ‘s avonds laat een 3D-bril opzet en in slaap valt in een bioscoop, wordt de film ook 3D en maken de herinneringen van de man deel uit van een lange droom waar je als kijker doorheen zweeft. Het gebeurt niet vaak dat de directe link tussen cinema en de droomwereld zo intens is te beleven.

3. Parasite 2. The Irishman

Martin Scorsese laat zich in The Irishman niet verleiden tot de filmtechnische hoogstandjes waar hij ons meestal op trakteert. Hij houdt het camerawerk relatief eenvoudig en geeft zo zijn acterende oude vrienden alle gelegenheid om het beste van zichzelf te laten zien. Dat resulteert in grandioze dialogen waarin mannen zoveel mogelijk om de kern van de zaak heen praten. In onschuldige zinnetjes gaan doodsbedreigingen schuil. It’s What It Is.

1. Portrait Of A Lady On Fire Adèle Haenel en Noémie Merlant in Portrait De La Jeune Fille En Feu

Een film over afscheid en de troost die kunst brengt als hoeder van herinneringen.

Documentaires (alfabetisch)
  • Amazing Grace
  • Cold Case Hammarskjöld
  • Diego Maradonna
  • Free Solo
  • Hale County This Morning, This Evening
  • Honeyland
  • Knock Down The House
  • Minding The Gap
  • The Road Movie
Filmklassiekers in de thuisbioscoop
  1. The Koker Trilogy (Abbas Kiarostami, 1987-1994)
  2. The Last Movie (Dennis Hopper, 1971)
  3. Wanda (Barbara Loden, 1970)
  4. Khrustalyov, My Car! (Aleksey German, 1998)
  5. The Chant Of Jimmie Blacksmith (Fred Schepisi, 1978)
  6. Klute (Alan J. Pakula, 1971)
  7. La Vérité (Henri-Georges Clouzot, 1960)
  8. The Emperor’s Naked Army Marches On (Kazuo Hara, 1987)
  9. Everybody in Our Family (Radu Jude, 2012)
  10. Marlene Dietrich & Josef Von Sternberg at Paramount (1930-1935)

De verkoop van dvd’s en Blu-rays daalde verder in 2019, maar daar merk ik niets van als ik online struin door het grote internationale aanbod. De filmgeschiedenis wordt door meerdere labels zorgvuldig gerestaureerd en met veel relevante extra’s op de markt gebracht. Het is dat ik vanwege de lange verzendtijd en de mogelijke invoerbelasting weinig uit de Verenigde Staten bestel, want anders had ik elke week meerdere uitgaven van bijvoorbeeld Kino Lorber in huis gehaald. Soms moet je even geduld hebben en wachten op een Europese editie, zoals het geval was met de uitgaven van The Last Movie en de box met de Paramount-films van Marlene Dietrich en Josef Von Sternberg. Met een beetje geluk kunnen we volgend jaar een Britse editie verwachten van de box Ida Lupino: Filmmaker Collection. Criterion heeft een Brits filiaal zodat het in Regio B ook mogelijk is om thuis te kunnen kijken naar Klute, La Vérité (met waarschijnlijk de beste rol uit de carrière van Brigitte Bardot) en The Koker Trilogy (recensie). Wanda (het van geijkte Hollywood-paden afwijkende regiedebuut van actrice Barbara Loden) en Matewan (het mijnwerkersdrama van John Sayles met een hele jonge Will Oldham) moeten vooralsnog uit de VS worden geïmporteerd.

The Last Movie van Dennis Hopper bleek veel beter dan de slechte reputatie deed vermoeden en was een goede reden om eindelijk Hoppers regiehoogtepunt Out Of The Blue (1980) op te sporen. De heftige Aboriginalfilm The Chant Of Jimmie Blacksmith staat in menige filmcanon, maar was desondanks tot voor kort nergens te vinden. Het technisch razend knap gefilmde Khrustalyov, My Car! is krankzinniger dan Aleksey Germans zwanenzang Hard To Be A God (2013) en te beschouwen als The Death Of Stalin (2017) voor gevorderden. De manier waarop fanatieke oorlogsveteraan Kenzo Okuzaki in de documentaire The Emperor’s Naked Army Marches On tegen alle Japanse omgangsnormen ingaat blijft verbazen en choqueren.

Nog een speciale vermelding voor de George Sluizer Collection, een box met het verzamelde werk van George Sluizer (1932-2014). De Nederlandse regisseur maakte met Spoorloos (1988) wat mij betreft de beste Nederlandse film tot nu toe. Spoorloos is samen met speelfilmdebuut João En Het Mes (1972) en de resten van Dark Blood (2012) op Blu-ray gezet. De rest van de box bestaat uit dvd’s en biedt een bijna compleet overzicht van Sluizers internationale filmwerk. Enkele documentaires en de speelfilm The Commissioner (1998) met John Hurt ontbreken. Het oeuvre kent een paar hoogtepunten, met naast Spoorloos bijvoorbeeld de korte, door Bert Haanstra geïnspireerde documentaire De Lage Landen (1961). Latere speelfilms Dying To Go Home (1996) en The Stone Raft (2002) vallen positief op vanwege fantasie-elementen die zeldzaam zijn in het nuchtere Nederlandse filmlandschap. Humor is in menige film een spelbreker en soms lijdt een film onder de invloed van te grote ego’s, zoals die van de schmierende Stephen Baldwin in dieptepunt Crimetime (1996). In 2020 zie ik graag een vergelijkbare Nederlandse verzamelbox verschijnen van Orlow Seunke of op zijn minst een Blu-ray van diens De Smaak Van Water (1982).

Bijzondere films die in 2019 geen Nederlandse bioscooproulatie kregen 1. The Souvenir (Joanna Hogg, 2019)

Geen enkele film van Joanna Hogg heeft tot nu toe een Nederlandse bioscooproulatie gehad. Hoggs internationaal alom geprezen vierde speelfilm The Souvenir kwam in ons land niet verder dan het Leiden International Film Festival. Hogg heeft een goed oog voor nieuw filmtalent. Ze liet in haar eerste speelfilm Unrelated (2007) acteur Tom Hiddleston debuteren op het grote doek. Haar nieuwste ontdekking is Honor Swinton Byrne, de dochter van actrice Tilda Swinton. Swinton Byrne speelt filmstudente Julie in een autobiografische film over een gecompliceerde relatie die Hogg zelf heeft gehad tijdens haar studietijd aan de filmacademie. Hogg kijkt vanachter de camera met afstand toe hoe haar jongere alter ego tijdens een feestje de geheimzinnige en charmante Anthony (Tom Burke) ontmoet. De scène is geen clichématige meet cute en de innige liefde die tussen beide personages opbloeit wordt zonder opsmuk geobserveerd.

The Souvenir is vernoemd naar Jean-Honoré Fragonards gelijknamige schilderijtje uit 1778 van de verliefde Julie uit een roman van Jean-Jacques Rousseau. De zachte kleuren van het gewaad uit het schilderij keren terug in onder meer het verblijf van Julie en Anthony. De film heeft een bedrieglijke kalmte en benadert de grote momenten in het leven zonder te vervallen in spektakel. Het duurt lang voordat Julie doorheeft wat voor man Anthony werkelijk is; eerst uit naïviteit en later omdat de werkelijkheid niet overeenkomt met het ideaalbeeld dat ze van de liefdesrelatie heeft. The Souvenir is wat dat betreft een drama over cognitieve dissonantie.

In 2020 verschijnt vervolgfilm The Souvenir: Part II. Hopelijk is dat een aanleiding om het eerste deel alsnog in Nederland uit te brengen.

2. Uncut Gems (Benny & Josh Safdie, 2019)

De gebroeders Safdie pompen de adrenaline van gokverslaafde New Yorkse juwelier (Adam Sandler) rechtstreeks in het bloed van de kijker. Uncut Gems is een adembenemende uitputtingsslag voor alle betrokkenen.

3. The Nightingale (Jennifer Kent, 2018)

De regisseuse van The Babadook wendt haar blik niet af van de wreedheden die vrouwen en Aboriginals ondergaan in een spannende historische wraakfilm in de Tasmaanse wildernis.

4. Aniara (Pella Kågerman & Hugo Lilja, 2018)

Aniara is een Scandinavische sciencefictionfilm over een uit de koers geraakt passagiersruimteschip als parabel voor de doodlopende consumptiemaatschappij.

5. Diamantino (Gabriel Abrantes & Daniel Schmidt, 2018)

Portugese voetbalster Diamantino (Carloto Cotta) scoort zijn doelpunten altijd wanneer hij zich op het veld waant tussen pluizige puppy’s die door roze poeder dartelen. Vanaf die scène wordt het alleen maar gekker in een film waarin heikele hedendaagse thema’s gepresenteerd worden als absurde sciencefiction.

6. The Dead Center (Billy Senese, 2018)

Beklemmende low budget horror over het gapende gat van de dood. Met hoofdrol voor Shane Carruth, regisseur van cultfilms Primer (2004) en Upstream Color (2013).

7. Her Smell (Alex Ross Perry, 2018)

Courtney Love is een aaibare Baby Yoda vergeleken met de onberekenbare Becky Something. Actrice Elisabeth Moss zet haar emotionele versterker op standje 11 in deze documentair gefilmde ondergang van een punkrocker die haar grenzen niet kent. De opnamestudio wordt Becky’s isoleercel.

Albums (alfabetisch)

Mijn grootste muzikale teleurstelling en miskoop van 2019 was het soloalbum (Begin Anywhere) van mijn grote held Charles Hayward. De mede-oprichter van This Heat en Camberwell Now kan meesterlijk drummen, maar besloot voor de afwisseling een plaat op te nemen met een instrument dat hij minder goed beheerst. Hayward stelt zich kwetsbaar op in negen kale pianoliedjes. Vanaf het tweede nummer Safe As Houses wilde ik stoppen met luisteren, want een van mijn Camberwell Now-favorieten Sitcom wordt door de originele maker volledig van huid en ingewanden ontdaan. De nieuwe versie klinkt alsof de muzikant op zijn eigen botten aan het kluiven is. Gelukkig verscheen later in het jaar een plaat van Charles Hayward met de gelegenheidsformatie Whistling Arrow en zit hij weer achter zijn vertrouwde drumstel. Geen geforceerde liedjes ditmaal maar een reeks spontane improvisaties opgenomen tijdens een sessie van negen uur met elektronische muziekmaker Andre Bosman en het experimentele gitaartrio Ex-Easter Island Head.

Meerdere bands in mijn top 10 maken gebruik van afwijkend instrumentarium en nemen de tijd om daarmee op muzikaal onderzoek uit te gaan. Whistling Arrow opent met blokfluiten en wekt geluid op door snaren met drumstokken in beweging te zetten. Op Mandatory Reality van Joshua Abrams Natural Information Society worden in lange stukken westerse blaasinstrumenten gecombineerd met onder meer Afrikaanse snaarinstrumenten en Indiase percussie. Tijd en conventionele songstructuren spelen ook geen beperkende rol bij de drones, het minimalisme en de lichte psychedelica op de platen van het duo 75 Dollar Bill en de band Ulver. Acht van de tien platen in bovenstaande lijst zijn instrumentaal en naargeestig van toon als ideale begeleiding voor het einde der tijden. Het jaar begon grimmig met de orkestrale uitbarstingen van Seven Horses For Seven Kings van Marc Richter a.k.a. Black To Comm, later gevolgd door het geluid van radioactieve straling dat als dodelijke antagonist slachtoffers maakt op de soundtrack van de serie Chernobyl.

Kim Gordon en Young Gods bewezen dat de oude (avant)garde nog steeds nieuwe muzikale wegen weten te vinden. Andere oudgedienden die dit jaar opnieuw indruk maakten waren Swans (Leaving Meaning), Cosi Fanni Tutti (solo met het album Tutti en als onderdeel van Carter Tutti Void op Triumvirate) en Membranes (op het eco-epos What Nature Gives… Nature Takes Away). Wat in 2019 ook regelmatig op de draaitafel belandde was het niet te classificeren Egyptische project Land Of Kush (Sand Enigma), de electronica van Debby Friday (Death Drive), Günter Schickert (Nachtfalter), Tunes Of Negation (Reach The Endless Sea) en My Disco (Environment) en de liedjes van Jessica Pratt (Quiet Signs), Vanishing Twin (The Age Of Immunology) en Wand (Laughing Matter).

Heruitgaven/historische uitgaven (alfabetisch) Live (chronologisch) Thurston Moore
  • Canshaker Pi – Paradiso, 10 januari 2019
  • ГШ (Glintshake) – OCCII, 18 januari 2019
  • Flying Luttenbachers – OCCII, 11 april 2019
  • Irreversible Entanglements – Bimhuis, 2 mei 2019
  • Thurston Moore (tweede avond) – OCCII, 4 juni 2019
  • Etenesh Wassie – OCCII, 20 juni 2019
  • Phew – OCCII, 15 november 2019
  • Membranes – OCCII, 4 december 2019
Op naar 2020

(*) An Elephant Sitting Still en Thunder Road ontbreken in dit overzicht omdat deze films al genoemd worden in het jaaroverzicht van 2018. Bij Jinpa en Manta Ray was ik helaas in slaap gevallen, dus die krijgen in 2020 een herkansing.

The Koker Trilogy (Abbas Kiarostami, 1987-1994)

ma, 12/30/2019 - 10:19

Koker is een Iraans dorp nabij de Kaspische Zee. Regisseur Abbas Kiarostami maakte in en rondom dit dorp drie films die door filmhistorici later gezamenlijk The Koker Trilogy werden genoemd. De filmreeks is sinds dit jaar eindelijk in volle glorie op Blu-ray te bewonderen dankzij het label Criterion.

Abbas Kiarostami (1940-2016) werkte sinds eind jaren zestig voor het Iraanse Institute for the Intellectual Development of Children and Young Adults dat hij mede had opgericht. Hij had al meerdere educatieve films gemaakt voordat hij het scenario schreef van Where Is The Friend’s House? (1987). De film was eigenlijk bedoeld voor een andere regisseur, maar werd toch Kiarostami’s project. Hij reisde naar Koker en koos zijn acteurs uit de plaatselijke bevolking. Voor de rollen van de twee schoolmaatjes viel zijn oog op de broertjes Babek en Ahmed Ahmedpour.

Where Is The Friend’s House? heeft op papier een zeer eenvoudig uitgangspunt. Achtjarige scholier Ahmed ontdekt thuis dat hij per ongeluk het notitieboek van zijn schoolvriend Mohammad Reza in zijn tas heeft gestopt. Hij wil het gaan teruggeven om te voorkomen dat Mohammad van school gestuurd wordt. De strenge schoolmeester had daar eerder op de dag geen twijfel over laten bestaan. Ahmed weet niet precies waar zijn maatje woont en krijgt ook geen toestemming van zijn moeder om op zoek te gaan in het dorpje achter de heuvel. Gedreven door zijn geweten gaat de jongen toch op pad.

Kinderen spelen vaak de hoofdrol in Iraanse films. Het kinderperspectief is onder meer een manier om volwassen thema’s aan te snijden zonder argwaan te wekken bij de staatscensuur. Ahmed is als gewetensvol kind een rolmodel, maar hij is ook een rebel die zich tegen autoriteiten keert. Soms moet je opgelegde regels opzij zetten om een goede daad te kunnen verrichten.

Farhad Kheradmand in And Life Goes On

Een paar jaar na Where Is The Friend’s House? werd het gebied waar de film werd opgenomen getroffen door een zware aardbeving. Op 21 juni 1990 verloren tussen de 35.000 en 50.000 het leven. Abbas Kiarostami vertrok uit Teheran en ging op zoektocht, bezorgd over het lot van zijn jonge hoofdrolspeler Babek Ahmedpour. Dit gegeven werd het uitgangspunt van And Life Goes On (1992). Kiarostami laat documentaire en fictie in elkaar overvloeien om te laten zien hoe mensen proberen een grote tragedie te verwerken tussen het puin van hun dorpen. Niet het einddoel van de reis is het belangrijkste in de film, maar de omwegen ernaartoe en de verhalen van mensen die de regisseur (Farhad Kheradmand) en zijn meereizende zoontje (Buba Bayour) onderweg tegenkomen.

Op de commentaartrack bij And Life Goes On vergelijkt filmcriticus Jonathan Rosenbaum Kiarostami’s manier van vertellen met de manier waarop Pieter Bruegel de Oude schilderde. De meesterschilder plaatste het onderwerp van zijn schilderijen zelden centraal op het doek en haalde in plaats daarvan ogenschijnlijk minder belangrijke taferelen naar de voorgrond. Het verhaal wordt bij Kiarostami ook niet hapklaar opgediend, maar moet door de kijker gevonden worden in de marges van het beeld. De regisseur bekijkt soms net als de schilder de gebeurtenissen van grote afstand (door Rosenbaum the cosmic longshot genoemd) zodat je heel goed moet kijken naar menselijke bewegingen in de verte om hun handelingen te kunnen interpreteren. Op het televisiescherm werkt dat minder goed dan in de bioscoop, zoals is te merken in de slotscène van Through The Olive Trees (1994), het derde deel van de trilogie, over twee plaatselijke acteurs die het pasgetrouwde jonge stel spelen in And Life Goes On. Ook in deze film wordt de vierde wand meer dan eens doorbroken.

Tahereh Ladanian in Through The Olive Trees

Criterion heeft zoals gebruikelijk meerdere bijzondere extra’s toegevoegd. Eén daarvan is Kiarostami’s documentaire Homework (1989) over het Iraanse basisonderwijs in de nadagen van de oorlog tussen Iran en Irak. De regisseur uit aan het begin van de film hardop zijn twijfels over wat hij precies wil vertellen en ontdekt gaandeweg zijn hoofdonderwerp wanneer een van de geïnterviewde leerlingen trillend van angst voor de camera staat. De documentaire Abbas Kiarostami: Truths And Dreams (1994) leert ons iets over de manier waarop de regisseur omgaat met ongeschoolde acteurs. Ze hoeven in ieder geval nooit te te rekenen op complimentjes. Je mag zo je bedenkingen hebben over de onconventionele wijze waarop de regisseur kinderen aan het huilen krijgt. Hun waardering voor Kiarostami wordt er desondanks niet minder op. Het filmportret laat ook op soms komische wijze de relatie zien tussen mensen en de camera die op hun gezichten gericht staat. Het maakt mensen vaak niet uit of ze op positieve of negatieve wijze in beeld worden gebracht, zolang ze maar in beeld zijn. Wat dat betreft is er geen verschil tussen Iraniërs en menige westerling.

Katadreuffe live in OCCII (14 december 2019)

do, 12/19/2019 - 22:36

De Amsterdamse band Katadreuffe presenteerde zaterdag in OCCII het nieuwe album To Stop And Stare And Start Again. De mannen achter het label Narrominded verhoogden de feestvreugde door hun brede muzieksmaak op de avond los te laten. Het programma pinde zich niet aan één genre vast en vloog op prettige wijze alle kanten op.

Narrominded is altijd ruimdenkend geweest, ook al doet de naam anders vermoeden. Het label begon in 2000 met het uitbrengen van experimentele elektronische muziek van het project Psychon Troopers en breidde de catalogus uit met bijdragen die verder gingen dan de eigen vriendenkring. In de eerste jaren leverden onder meer Duitse producer Pete Namlook en de Amerikaanse muzikant Accelera Deck bijdragen aan compilaties en split-EP’s. Sinds Gone Balds album Exotic Klaustrofobia (2005) wisselt Narrominded electronica af met gitaarnoise en verwant snarengeweld. Deze maand verscheen als 81e uitgave het tweede album To Stop And Stare And Start Again ‎van de band Katadreuffe.

Death Neanderthals

De drukbezochte albumpresentatie in OCCII was een goed voorbeeld van de eclectische smaak van Narrominded. De avond werd geopend met freejazz noise van het duo Dead Neanderthals uit Nijmegen. Drummer René Aquarius en saxofonist Otto Kokke verblindden het publiek met vijftien felle lampen en maakten de toehoorders doof met een ongeveer twintig minuten durende improvisatie. De drums van Aquarius klonken alsof iemand een contactmicrofoon had geplaatst op een op volle toeren draaiende dieselmotor van een binnenvaartschip. Kokke vermenigvuldigde het geluid van zijn sopraansaxofoon via effectpedalen. Hij beperkte zich tot het afwisselen van twee langgerekte akkoorden en liet het instrument klinken als een alarmsignaal. De korte set was minimalistisch met maximaal volume, meer bedoeld om te ondergaan dan om naar te luisteren. De brandvlekken op het netvlies kregen we er gratis bij.

Het was een aangename verrassing om Eklin op een Amsterdams podium terug te zien. De laatste keer dat ik de Rotterdamse band live zag was een jaar of acht geleden. Gitarist Michiel Klein doet internationale tournees met de band Lewsberg, maar heeft blijkbaar tijd over om met Eklin actief te blijven. Van de elektronische instrumenten op het album Onwa (2010) is live geen spoor meer te bekennen.

Eklin

Het is zonder officiële website lastig te achterhalen wie momenteel deel uitmaken van Eklin. Als ik me niet vergis zat Keimpe Koldijk tijdens het optreden in OCCII achter het kleine harmonium. Hij had een van de toetsen vastgepind en hoefde enkel met zijn voeten de pedalen te bewegen om een toon als drone te laten klinken. Pas een paar nummers later stopte hij met naar het plafond staren en boog hij zich voorover om het instrument ook met zijn handen te bespelen. Twee gitaristen tokkelden behoedzaam hun herhaalde spaarzame noten, begeleid door een sobere ritmesectie met onder andere bassist Bart Kalkman (Neighbours Burning Neighbours). De zangeres begon met een melodielijn die me deed denken aan die in het nummer Devotion (1973) van de Duitse band Between. Het verleden keerde vaker terug, zoals in de vorm van Ummagumma-effecten en een David Gilmour-achtige gitaarsolo. Na een paar sterke, stemmige eerste nummers raakte de geluidsmix een beetje uit balans en leek de band zoekende naar de ideale vorm, vooral wanneer de zangeres zich beperkte tot percussie.

Het volume ging weer flink omhoog bij hoofdact Katadreuffe. Na de introtape leek het even alsof een deathmetalband OCCII had veroverd. Katadreuffe klonk zwaarder dan bij eerdere concerten die ik van het kwartet heb meegemaakt. Het gitaargeluid is ook voller op het tweede album To Stop And Stare And Start Again. De post-hardcore van de Amsterdamse band was voorheen direct het herkennen aan de speciale effecten op de hoge gitaarloopjes. Die loopjes namen op debuut Malconfort (2013) in de mix soms een geïsoleerde positie in, iets waar op de nieuwe plaat geen sprake meer van is. Het totaalgeluid is hechter geworden. De vocalen van gitarist Maarten Broekhuizen bestonden op de vorige plaat uit afstandelijke declamaties; het tweede album is iets meer songgericht met zelfs een meezingbaar refrein in het centrale nummer A Life Without Consequence. De teksten werden live overtroefd door het veel luidere instrumentarium en bleven daardoor grotendeels onverstaanbaar. Dat was geen ramp, want dankzij de onophoudelijke afwisseling van roffels en breaks van drummer Timothy Plevier en het complexe netwerk aan noten was er genoeg om in ons op te nemen en te verwerken.

Garçon Taupe

Narrominded is ook uitgever van platen met onbeschaamde elektronische jaren tachtig retro, dus dat mocht op deze avond ook niet ontbreken. Garçon Taupe was de luchtige uitsmijter met live voortgebracht acid bleeps en electro beats in een warm bad van synthesizerakkoorden.

King Of The Cruise (Sophie Dros, 2019)

ma, 12/16/2019 - 20:33

King Of The Cruise is de officieuze titel voor Ronald Busch Reisinger. Deze baron is een in het oog springende passagier op een cruiseschip en iemand waar je moeilijk omheen kunt. Documentairemaakster Sophie Dros reisde met hem mee en maakte een fascinerend portret van een man die zich thuis voelt in een artificiële omgeving, ver van het alledaagse leven.

King Of The Cruise gaat over de dagelijkse gang van zaken op een gigantisch cruiseschip en vooral over een van de passagiers. Hij laat zich aanspreken als baron en heet voluit Ronald Busch Bradford Bullard Chalmers Turner Greenough Walter Marion Budmar Edwards Douglas Ascog Reisinger of Inneryne. De baron is vanwege zijn opvallende verschijning een attractie van formaat. Hij noemt zichzelf an entertainment. Met zijn vele praatjes vermaakt en verveelt hij zijn medepassagiers tussen en tijdens uitgebreide maaltijden. Hij wordt voornamelijk omringd door bejaarden met een goedgevulde beurs. Geduldig luisteren naar anderen behoort niet tot Reisingers eigenschappen.

De solitair reizende Reisinger is een Amerikaan met Schotse voorouders. Hij bezit naar eigen zeggen een kasteel in Schotland en is koning van het Afrikaanse miniatuurstaatje Biffeche. Hij vindt het ongepast als je zijn beweringen via Google checkt. In een van de scènes in de documentaire paradeert hij als koninklijke imperialist op het dek in een rode cape die je in Nederland bij elke Sinterklaaswinkel kunt kopen. De rijkaard maakt geen vreugdevolle indruk. Hij is duidelijk op zoek naar aandacht en krijgt die alleen door aandacht te forceren. Ik verdenk hem ervan dat hij om die reden zelfs ziekteverschijnselen veinst.

De baron lijkt vermoeid van de opgeblazen verhalen die hij telkens weer oprakelt. Sommige mensen geloven hem niet, vertelt hij op gepikeerde toon aan documentairemaakster Sophie Dros. Een van de medepassagiers loopt zelfs zonder iets te zeggen midden in een verhaal weg. Dros laat in het midden of Reisinger een pathologische leugenaar is of niet. Tijdens interviews in zijn hut laat ze ook de kwetsbare kant van de man zien, wanneer hij praat over zijn moeder en zijn angsten. Dat maakt hem niet alsnog innemend. Het verbaast me niets dat zijn tweede vrouw liever thuisblijft in plaats van met hem meereist.

Het cruiseschip wordt op de soundtrack bezongen als een drijvend paradijs terwijl het in werkelijkheid een symbool is van de leegte in de westerse wereld. Iedereen amuseert zich te pletter, aangemoedigd door overdreven opgewekt personeel. Passagiers wanen zich op The Love Boat. Zelf associeer ik cruiseschepen eerder met rampenfilms als The Poseidon Adventure (1972) en Poseidon (2006) waarin rijkelui niets meer hebben aan hun geld wanneer de boot op zijn kop ligt en de nooduitgang onder water staat.

De corpulente baron, die zichzelf met moeite uit stoelen wurmt, doet me denken aan de passagiers op het ruimteschip in WALL·E (2008). Zij zijn vanwege hun luiheid zo zwaar geworden dat ze niet of nauwelijks nog uit zichzelf kunnen bewegen. Ze kunnen alleen nog consumeren en doen dat ze tot hun hart het begeeft. Aan boord van het cruiseschip is het ook elke dag feest. De eindbestemming is van secundair belang. De baron mengt zich in het feestgedruis maar blijft altijd een buitenstaander en een curiosum aan de zijlijn. Dat is een gegeven waar hij niet aan kan ontsnappen, net zo min als hij uit zijn uitpuilende lichaam kan ontsnappen. Het cruiseschip is niet langer meer een uitvlucht, maar zijn gevangenis.

8/10