Over alles behalve design

Abonneren op feed Over alles behalve design
arthouse, classics, cult, Hollywood, music
Bijgewerkt: 38 min 7 sec geleden

Tonsler Park (Kevin Jerome Everson, 2017)

vr, 11/27/2020 - 17:31

Tonsler Park is een van de films op een onlangs uitgebrachte Blu-ray met een selectie uit het werk van kunstenaar, fotograaf en filmmaker Kevin Jerome Everson (1965). De documentaire volgt een dag op een stemlokaal in Virginia.

Kevin Jerome Everson filmt het alledaagse leven in Afro-Amerikaanse gemeenschappen verspreid over de Verenigde Staten. Zijn documentaires zijn experimenteel; zonder toelichting of bijgaand commentaar. De kijker moet zelf op zoek naar rode draden en centrale thema’s. In twee eerdere lange films die ik zag, Spicebush (2005) en The Island Of St. Matthews (2013), wisselt Everson verschillende film- en videoformaten af om licht te werpen op onder meer onderwijs en het leven na tegenspoed. Bewoners nabij de Tombigbee River in Mississippi vertellen in The Island Of St. Matthews over de grote overstroming van 1973. Velen van hen hebben daarbij persoonlijke bezittingen verloren zoals familiefoto’s. Er is niets tastbaars overgebleven van hun familiegeschiedenis. Wat rest zijn de verhalen. De film laat mensen zien die hun gemeenschap weer hebben opgebouwd en nu beter zijn voorbereid op eventuele toekomstige overstromingen.

Tonsler Park is ook met een optimistische instelling gemaakt. In de film zijn we getuige van een democratie in volle bedrijvigheid. Everson observeert de verkiezingsdag van november 2016 met behulp van een 16mm camera en zwart-witfilm. Hij focust zich op de Afro-Amerikaanse vrijwilligers die ervoor zorgen dat de dag gestroomlijnd verloopt. De camera richt zich vrijwel volledig op hun gezichten. Bijna elk gezicht blijft net zolang in beeld tot de filmspoel gewisseld moet worden. Regelmatig verdwijnen de gefilmde mensen achter ruggen van kiezers die zich bij de balie melden. Het geluid loopt niet synchroon; soms hoor je de camera pas ratelen terwijl we al een tijdje naar een nieuwe filmstrook kijken. Door de drukte is er toch niets te verstaan wat gezegd wordt.

Tonsler Park toont de toewijding van de trotse vrijwilligers, hun concentratie, hun oprechte interesse in anderen en ook het plezier dat een lange dag op het stemlokaal met zich meebrengt. Ze weten wat er op het spel staat en maken gebruik van alle rechten die ze sinds 1964 hebben. De kijker kent de uitkomst van deze verkiezingsdag en weet dat democratie in de VS anno 2020 niet meer zo vanzelfsprekend is als het in november 2016 was. De gefilmde mensen kunnen niet vermoeden dat hun land vier jaar lang geterroriseerd zal worden door een sociopaat met een narcistische persoonlijkheidsstoornis. Ze kunnen ook niet weten welke rol hun stad tijdens diens bewind gaat spelen. Pas laat in de film wordt duidelijk waar de film is opgenomen. Met een schok las ik de naam op het textielkoord van een naambadge. Het stemlokaal bevindt zich in Charlottesville.

Tonsler Park werkt waarschijnlijk beter in een bioscoop of als installatie in een museum. De documentaire vergt thuis vanaf de bank gezien een geduldige houding. De shots zijn lang en statisch. Een enkele keer wordt vanuit de hand gefilmd. Ik had in eerste instantie moeite om me te concentreren, maar raakte gaandeweg toch gefascineerd door expressieve gezichten van de getoonde mensen. Everson biedt bewust heel veel ruimte om toeschouwers aan te zetten tot eigen gedachten en conclusies.

How You Live Your Story: Selected Works by Kevin Jerome Everson is sinds deze maand als regiovrije, dubbele Blu-ray verkrijgbaar via Britse import.

The Assistant (Kitty Green, 2020)

zo, 11/15/2020 - 10:42

Actrice Julia Garner zal in Nederland vooral bekend zijn als Ruth in de misdaadserie Ozark. Ze wordt vanwege haar opvallende uiterlijk vaak gecast in de rol van buitenstaander, alleen of in groepsverband. Garner heeft meerdere hoofdrollen op haar naam staan, maar is in die hoedanigheid nooit eerder in de Nederlandse bioscopen te zien geweest. Deze herfst is het eindelijk zover in het smeulende #MeToo-drama The Assistant.

Julia Garner (New York, 1994) was zeventien toen ze haar speelfilmdebuut maakte met een bijrol in Martha Marcy May Marlene (Sean Durkin, 2011). Een jaar later had de actrice haar eerste hoofdrol in het bescheiden drama Electrick Children (Rebecca Thomas, 2012). Net als in haar debuut, en later in de miniserie Waco (2018), verblijft haar personage in een religieuze splintergroep, ver verwijderd van het gejaagde moderne leven. Rachel loopt weg bij haar familie na het stiekem beluisteren van een liedje op cassette. Ze is ervan overtuigd dat ze door het liedje is bezwangerd en gaat op zoek naar de vader van het kind dat ze in haar buik voelt. De engelachtige Rachel lijkt op het eerste oog een weerloze tiener; je vreest voor de mogelijke gevaren die ze allemaal gaat tegenkomen in de grote stad. Achter het frêle voorkomen gaat echter een krachtige doorzetter schuil. Rachel zal niet stoppen voordat ze heeft gevonden wat ze zoekt.

De tegenstrijdige combinatie van een kwetsbaar voorkomen en een vechtersmentaliteit komt het best tot zijn recht in de televisieserie Ozark (2017- ). Julia Garners personage Ruth Langmore laat vanaf haar eerste verschijning direct weten dat er niet met haar valt te spotten. De kleine Ruth is fysiek niet opgewassen tegen het kwaad dat Marty Byrde (Jason Bateman) vanuit Chicago meebrengt naar de Ozarks in Missouri, maar ze bezit wel voldoende strategische kwaliteiten om de criminele intenties van de zakenman te doorzien. Byrde heeft bewust gekozen voor een corrupt leven om rijker te worden. Ruth wordt uit noodzaak medeplichtig, want er is voor haar geen alternatief om het hoofd boven water te houden. Ze zal echter nooit haar ziel verkopen en daarmee is ze het morele anker in Ozark. De serie kan niet zonder haar.

Julia Garner in The Assistant

Je kunt bijna niet hogerop komen zonder een pact met de duivel te sluiten, merkt jonge assistente Jane in The Assistant. Ze is onlangs aangenomen bij een film- en televisieproductiebedrijf en verzorgt als stille kracht al het noodzakelijke regelwerk op kantoor. Het is een ondankbare taak met lange werkdagen en zonder tijd voor het onderhouden van sociale contacten. Jane zal niet snel klagen, want ze beschouwt haar huidige positie als springplank naar de gedroomde baan als producer. Jane ontgaat niets tijdens de vele uren die ze op kantoor doorbrengt. Ze begint steeds meer vraagtekens te zetten bij de houding van haar baas ten opzichte van gretige jonge actrices. Jane heeft dezelfde impuls om het gevecht aan te gaan zoals Ruth in Ozark, maar ze mist Ruths brutaliteit.

We krijgen alleen te zien wat Jane ziet en moeten dus net als zij stapsgewijs conclusies trekken uit de flarden gesprekken die om haar heen zijn op te vangen. Jane neemt een geïsoleerde positie in op kantoor. Ze heeft geen tijd voor een borrel met collega’s, want er is altijd een nieuw of herzien script dat meerdere keren gekopieerd moet worden. Zeer waarschijnlijk weten alle vaste medewerkers wat de baas buiten hun zicht uitspookt. Het onderwerp blijft onbesproken uit angst voor baanverlies. Iedereen verstopt zich buiten kantoortijd liever achter de mobiele telefoon.

Julia Garner en Matthew Macfadyen in The Assistant

The Assistant behandelt hetzelfde thema als Bombshell (Jay Roach, 2019), maar laat muziek, glamour en karikaturen achterwege. In plaats van helder verlichte studioruimtes speelt The Assistant zich af in krappe kantoorkamers. Kleuren zijn zacht en het licht lijkt door stof gefilterd. De onzichtbare baas van Jane is een monster zonder gezicht. Misstanden blijven buiten beeld alsof ze niet bestaan. Het kalme vertelritme geeft de kijker alle gelegenheid om de vergiftigde werksfeer te ervaren. Garner maakt ons deelgenoot van Jane’s zorgen zonder veel woorden te verspillen. Net als het hoofdpersonage in Never Rarely Sometimes Always (2020) komt ze pas los in een gesprek dat zo goed is geschreven en geacteerd dat het niet uitmaakt dat we slechts twee acteurs tussen vier muren tegenover elkaar zien zitten met een kantoorbureau tussen hen in. Veel meer heb je niet nodig om de machinaties bloot te leggen die aan de basis liggen van grensoverschrijdend gedrag.

The Assistant draait vanaf 19 november in de bioscoop.

On The Rocks (2020), Buladó (2020) en Sweet Thing (2020)

do, 10/29/2020 - 16:10

Deze maand draaien in de bioscoop meerdere films over de gespannen relatie tussen ouders en hun kinderen. Sofia Coppola geeft er een komische draai aan in On The Rocks, Eché Janga doet magisch-realistisch in Buladó en Alexandre Rockwell tovert Sweet Thing om tot een roadmovie. Conclusie: hoe minder de ouders in beeld komen, hoe beter de film.

Een writer’s block is de grootste zorg van New Yorker Laura (Rashida Jones) in On The Rocks. Verder heeft ze geen reden tot klagen. Ze komt uit een vermogende familie en woont met haar gezin in hartje Manhattan in een appartement waar mensen met een modaal inkomen slechts van kunnen dromen. Oma Gran (Barbara Bain) resideert in een koninklijk ogend landhuis. Vader Felix (Bill Murray) is een succesvolle kunstmakelaar. Hij is meer geïnteresseerd in de financiële waarde van een schilderij dan in het artistieke belang ervan. Felix heeft een auto met chauffeur, rijdt daarnaast graag in een glimmende antieke sportwagen, eet kaviaar als tussendoortje en mag Obama tot zijn golfmaatje rekenen. Meestal heeft pa geen tijd voor zijn dochter, want hij verblijft vaker in een Europese hoofdstad dan in New York.

Laura twijfelt of echtgenoot Dean (Marlon Wayans) zich wel aan zijn huwelijkse voorwaarden houdt. Hij gaat opvallend vaak op pad met zijn knappe zakenpartner Fiona (Jessica Henwick). Felix helpt zijn dochter bij een onderzoek naar Deans activiteiten buitenshuis. Pa kan zich daarbij alle middelen veroorloven. Geld speelt geen rol. Vanaf het moment dat Bill Murray in beeld stapt is On The Rocks de Bill Murray Show. Hoofdrolspeelster Rashida Jones wordt gedegradeerd tot aangeefster en mag in die hoedanigheid getuige zijn van komische oneliners en grappige fratsen. Murray zuigt met zijn aanwezigheid alle zuurstof uit haar personage. Ongeduldig wachtend op de anticlimax vroeg ik me tijdens het kijken af waarom ik me zou interesseren voor de kleinzielige luxeproblemen van deze stinkende rijkaards.

Buladó

De oudere generatie overheerst ook in Buladó (2020), de tweede speelfilm van Eché Janga. In deze magisch-realistische film zou je verwachten dat de kinderlijke blik van elfjarige Kenza (Tiara Richards) leidend is, maar wat we zien wordt voornamelijk aangewakkerd door de mystiek van haar verwarde opa Weljo (Felix de Rooy). Hij verzamelt autowrakken en ander schroot achter het afgelegen, eenvoudige verblijf van Kenza en vader Ouira (Everon Jackson Hooi). De oude man bouwt een magische boom van staal en ijzerwaar. Vader staat als politieagent meer met beide benen op de grond dan zijn spirituele vader. Jonge Kenza heeft een leeftijd waarop ze gaat beslissen hoe ze zelf in het leven staat. Kiest ze voor de spiritualiteit van haar traditionele opa of voor de pragmatische levensstijl van haar rationele vader?

Landelijk Curaçao is een bijzondere filmlocatie en het is verfrissend om in een Nederlandse filmproductie voornamelijk Papiamentu te horen. De manier waarop het verhaal wordt verteld hield Kenza voor mij te veel op afstand. Haar personage wordt voornamelijk bepaald door de twee mannen en hun problemen: het tanende brein van Weljo en het stille verdriet van Ouira. Kenza’s leven wordt te fragmentarisch in beeld gebracht om er echt grip op te krijgen en volledig met het meisje mee te kunnen voelen. Neem bijvoorbeeld de relatie met haar hond. In de openingsscène wordt een innige band tussen het meisje en het dier gesuggereerd, maar dat gegeven blijft verder onuitgewerkt. De hond verdwijnt direct na de opening naar de achtergrond. We zien hem nog slechts als een glimp bij het autowrak waar Kenza een deel van haar vrije tijd doorbrengt. Als de hond definitief uit de film verdwijnt, is dat meer iets om ter kennisgeving aan te nemen dan een aanleiding tot medeleven. De dood van de hond is niet onbelangrijk, want het geeft Kenza meer begrip voor het verdriet van vader over het verlies van zijn vrouw.

Sweet Thing

(Groot)ouders domineren steeds meer naarmate Buladó verloopt. Het omgekeerde is het geval in Sweet Thing. Will Patton trekt in eerste instantie alle aandacht naar zich toe als alcoholistische vader van Billie en Nico (gespeelde door Lana en Nico Rockwell, de kinderen van regisseur Alexandre Rockwell). De acteur schmiert met plezier en wordt per scène irritanter. Is dat erg? Nee, want het is de bedoeling dat zijn acteerstijl irriteert en de wens oproept om de acteur buiten beeld te houden. Nuchter is vader Adam een liefdevolle vader met gevoel voor humor. In beschonken toestand is hij een gevaar voor zijn kinderen. Het lijkt een goede oplossing wanneer hij verplicht moet afkicken en Billie en Nico bij hun moeder Eve (Karyn Parsons) gaan wonen. Moeders nieuwe vriend Beaux (M.L. Josepher) blijkt echter een nog groter gevaar voor hun veiligheid.

Sweet Thing geeft de kijker meer gelegenheid om deel te worden van een kinderfantasiewereld dan in Buladó het geval is. Niet alleen laat Alexandre Rockwell de volwassen acteurs overdreven groot spelen, alsof ze boze wolven uit een sprookje zijn, maar hij past ook eenvoudige filmtechnieken toe om ons een blik te gunnen in het kinderlijke innerlijke. Wanneer Billie zich bij gebrek aan een liefdevolle moederfiguur in haar fantasie laat troosten door zangeres Billie Holiday, gaat de film van zwart-wit over naar kleuren met een hoge verzadiging. De tweede helft van Sweet Thing is grotendeels vrij van volwassenen. De kinderen gaan samen met een buurjongen (Jabari Watkins) op avontuur en veranderen door middel van hun reislust de film in een roadmovie.

De buurjongen heet Malik en dat is niet voor niets, want het tweede deel van de film is duidelijk geïnspireerd door Badlands (1973) van Terence Malick. Beide films hebben een voice-over van een jongvolwassen vrouw en Gassenhauer van Carl Orff op de soundtrack. Net als de twee voortvluchtige personages in Badlands wanen de kinderen zich volledig vrij. De jonge acteurs krijgen alle ruimte om hun personages verder te ontwikkelen. Ze worden niet langer buiten de spotlichten geduwd door hun ouders.

A Trip To Mars (1918) versus Midsommar (2019)

di, 10/20/2020 - 16:19

Himmelskibet (Holger-Madsen, 1918) wordt beschouwd als de eerste sciencefictionfilm op speelfilmlengte. De Deense zwijgende film is ook bekend onder de titel A Trip To Mars. De bemanning van ruimteschip Excelsior arriveert op Mars en wordt daar verwelkomd door een in het wit geklede leefgemeenschap die lijkt op de commune in Midsommar (2019). De overeenkomsten tussen beide films zijn opvallend genoeg om te stellen dat Himmelskibet een inspiratiebron is geweest voor regisseur Ari Aster. Ik heb een paar scènes naast elkaar gezet om die bewering hard te maken. De screenshots van Midsommar zijn bijna allemaal afkomstig uit de trailer, inclusief mogelijke spoilers en bloedige taferelen.

Geliefden ontmoeten elkaar in het halfduister. De gasten worden verwelkomd op het grasland. De welkomsttoost. Een nachtelijke ceremonie.

A Trip To Mars is onder meer te vinden op YouTube. Midsommar is verkrijgbaar op dvd/Blu-ray in de originele versie en de langere director’s cut.

I’m Thinking Of Ending Things (Charlie Kaufman, 2020)

vr, 09/25/2020 - 16:29

Deze maand ging Charlie Kaufmans nieuwe film I’m Thinking Of Ending Things in première bij Netflix. Het is een labyrintisch verhaal over herinneringen en gemiste kansen met een droomstructuur waarin tijd, ruimte en personages in elkaar overvloeien.

Most people are other people. Their thoughts are someone else’s opinions. Their lives a mimicry, their passions a quotation. (Oscar Wilde)

I’m Thinking Of Ending Things heeft een desoriënterend vertelperspectief. Wie is de I in de titel? We horen de voice-over van een jonge vrouw (Jessie Buckley), maar zijn het ook haar woorden? Mensen noemen haar Louise, Lucia of Lucy. Op de aftiteling is ze een anonieme Young Woman. Ze heeft kwantumfysica gestudeerd, schrijft in haar vrije tijd gedichten en is bekwaam in het schilderen van landschappen. Maar misschien is dat allemaal niet het geval.

De jonge vrouw staat aan het begin van de film op straat te wachten tot ze wordt opgepikt door haar recente vriendje Jake (Jesse Plemons). Een oude man kijkt toe vanuit een raam op een bovengelegen verdieping. We zien hem van achteren gefilmd. Het lijkt of zijn binnensmonds geprevel door de jonge vrouw wordt omgezet in een verstaanbare monologue intérieur. De oude man is schoolconciërge (Guy Boyd). Zijn korte scènes, waarin hij de vele gangen van een school schoonveegt, onderbreken met enige regelmaat het verhaal van de jonge vrouw.

Niet de jonge vrouw, maar de conciërge lijkt de verteller van het verhaal. En de oude conciërge zou wel eens de toekomstige Jake kunnen zijn. De jonge vrouw is een verdwaalde passant in zijn herinneringen en wij als kijker verdwalen met haar mee. De reis naar Jake’s ouders is een herinnering die niet meer uit zijn geheugen is weg te krijgen, hoe graag Jake dat ook zou willen. Het bezoek is namelijk geen succes. Bij aankomst stelt de man de kennismaking tussen zijn ouders en zijn nieuwe (eerste?) vriendin zo lang mogelijk uit door eerst even met haar een wandeling te maken rondom de ouderlijke boerderij. Het sneeuwt nog harder dan onderweg het geval was. In de stal staan schapen te bibberen. Enkele dieren hebben de kou niet overleefd. Hun bevroren karkassen liggen bij de deuropening.

De avond heeft een grillig verloop. Het duurt lang voordat moeder en vader naar beneden komen en de huiskamer betreden. Moeder (Toni Collette) kan haar zenuwen nauwelijks bedwingen en staat op het punt mentaal uiteen te vallen. Vader (David Thewlis) doet net alsof er niets aan de hand is. De rijkelijke maaltijd wordt opgeschept, maar blijft onaangeroerd. Elke verplaatsing van de ene naar de andere kamer is tegelijkertijd een verplaatsing in tijd. Het huis blijkt een verzameling herinneringen aan taferelen waarvan sommige pas vele jaren na het bezoek plaatsvinden. Jake zit later in de film onder meer aan het sterfbed van zijn moeder. Hij lijkt zich na de dood van zijn ouders weer in het ouderlijk huis gevestigd te hebben, niet ver van de school waar hij werkt en waar zijn leven op een definitief dood spoor is beland. In de wasmachine in de kelder vindt de jonge vrouw meerdere exemplaren van het werkpak dat Jake als oude conciërge draagt.

In de herinneringen van Jake lopen realiteit, fantasieën en verlangens van weleer door elkaar. Hij herinnert zich gebeurtenissen die hij heeft meegemaakt, gecombineerd met wat hij heeft onthouden uit boeken die hij heeft gelezen en films die hij heeft gezien. Welke herinneringen blijken aan het eind van de rit het sterkst? Herinneren we ons vooral wat we fysiek hebben meegemaakt of zijn het voornamelijk scènes uit films en televisieseries? Misschien is de sterkste herinnering wel een niemendallig liedje uit een commercial. Scenarist/regisseur Charlie Kaufman speelt met dat gegeven door meermaals te verwijzen naar literatuur en film. Daarmee verwijst hij tegelijkertijd naar de inspiratiebronnen voor I’m Thinking Of Ending Things. Jake heeft het tijdens de autorit onder meer over Ice van Anna Kravan uit 1967. Deze apocalyptische roman, over een rusteloze reis door sneeuw en ijs, heeft net als de film onverwachte tijdsprongen en momenten waarbij niet duidelijk is of ze daadwerkelijk plaatsvinden of slechts in het hoofd van het hoofdpersonage.

Het boek Ice ligt in de oude slaapkamer van Jake, bovenop een stapeltje exemplaren van het tijdschrift Penthouse. Als we de film even stilzetten zien we net als de jonge vrouw nog meer inspiratiebronnen in de kasten staan, zoals videobanden van films als The Thing, Salem’s Lot, Maniac en They Live. Jake zegt dat hij een musicalliefhebber is, dus deze verzameling horrorfilms zegt wellicht meer over Kaufman en het genre waar we zijn film in moeten plaatsen (1). Naast oude studieboeken over natuurkunde, scheikunde, biologie en virologie zien we ook een bundel met het complete werk van filmrecensent Pauline Kael en de gedichtenbundel Rotten Perfect Mouth van Eva H.D (2). De jonge vrouw slaat Rotten Perfect Mouth open en leest een passage van een gedicht dat we eerder in de film hebben gehoord en waarvan de vrouw had gezegd dat ze het zelf had geschreven.

De jonge vrouw is een wandelend citatenboek. Als ze met Jake het huis van zijn ouders heeft verlaten komt tijdens de autorit de film A Woman Under The Influence (John Cassavetes, 1974) ter sprake (3). De vrouw begint met een uitgebreide verhandeling over de film van Cassavetes. Haar monoloog bestaat uit fragmenten uit de negatieve recensie die Kael over dat meesterwerk heeft geschreven. Actrice Jessie Buckley is tijdens die monoloog afwisselend Pauline Kael en het filmpersonage Mabel zoals gespeeld door actrice Gena Rowlands. De jonge vrouw is een collage van vrouwen die Jake zich herinnert uit zijn eigen leven en de vrouwen die hij in zijn favoriete films en tv-series heeft gezien.

Filmgeschiedenis zit in het verhaal van I’m Thinking Of Ending Things verweven. Het huis van de ouders is afgelegen als The Old Dark House (James Whale, 1932) en herbergt net zoveel familiegeheimen. De maaltijdscène heeft hetzelfde soort ongemak als die waarin Henry (Jack Nance) in Eraserhead (David Lynch, 1977) zijn toekomstige schoonouders voor het eerst ontmoet. De onaangetaste maaltijd is een filmcliché, want in veel films wordt voedsel niet of nauwelijks aangetast, meestal ter voorkoming van continuïteitsprobleem. Toevallig viel me dat ooit extreem op bij een andere film van Cassavetes. In Gloria uit 1980 (met Gena Rowlands in de titelrol) heeft het niet consumeren van zelf bereidde en bestelde gerechten veel weg van een running gag.

We kunnen bij I’m Thinking Of Ending Things niet om de invloed van Stanley Kubrick heen. De tijdsprongen in de verschillende huiskamers zijn vergelijkbaar met de verschillende kamers waar Keir Dullea in het slotgedeelte van 2001: A Space Odyssee (1968) door ruimte en tijd dwaalt. Het opvallendst zijn de overeenkomsten met The Shining (1980), zeker wanneer de twee hoofdpersonages tijdens de sneeuwstorm in de gangen van de school arriveren en de jonge vrouw een ontmoeting heeft met de conciërge (The Janitor in de aftiteling is synoniem van The Caretaker). In The Shining is de tijd bevroren, lopen tijdlagen door elkaar en staat Jack (Jack Nicholson) hetzelfde lot te wachten als de bevroren lammetjes in I’m Thinking Of Ending Things. De dikke pakken sneeuw staan symbool voor het ondergesneeuwde leven van Jack en Jake; beide mannen zijn niet vooruitgekomen in hun leven.

I’m Thinking Of Ending Things met Jessie Buckley (links)

John Cassavetes gebruikt in A Woman Under The Influence realisme om de kijkers een blik te gunnen in het verwarde hoofd van zijn hoofdpersonage. Charlie Kaufman geeft zoals gebruikelijk de voorkeur aan surrealisme en doet dit keer ook veel aan intertekstualiteit. Het gevaar van de vele verwijzingen naar cinema en literatuur is dat je zonder kennis van de geciteerde films en boeken misschien minder plezier aan de film beleeft. Ik denk dat dat in de praktijk wel meevalt, want de verwijzingen worden benoemd of, zoals in het geval van Pauline Kael, als vooruitwijzing getoond in een boekenkast.

I’m Thinking Of Ending Things moedigt de kijker aan om op zoek te gaan naar klassiekers uit film en literatuur. Ik had zelf nog nooit van de roman Ice gehoord, bestelde het boek bij de lokale boekwinkel en ontdekte met terugwerkende kracht wat voor invloed Anna Kravan heeft gehad op Kaufmans vertelling. Veel raadsels blijven onopgelost en veel scènes wachten op een bevredigende interpretatie. Net als bij eerder werk van de scenarist/regisseur kun je niet om een tweede kijkbeurt heen, wat geen straf is als je houdt van zijn sombere visie op het menselijk bestaan.

(1) In de kamer ligt ook een dvd van de film A Beautiful Mind en een stapeltje zelfgebrande dvd’s met titels als Futile Efforts At Success, Forgettable Mishaps en Lasting Memories Of Sorrow.

(2) Andere getoonde boeken zijn onder anderen Goethe’s Theory Of Colours, Mary Ventura and The Ninth Kingdom: A Story van Sylvia Plath, The Humming Effect van Andi Goldman en Jonathan Goldman en dichtbundels van David Foster Wallace en William Wordsworth.

(3) Mabel heeft in A Woman Under The Influence een zenuwinzinking, net als de moeder van Jake in I’m Thinking Of Ending Things.

Babyteeth (Shannon Murphy, 2019) + Ich War Zuhause, Aber (Angela Schanelec, 2019)

vr, 08/28/2020 - 21:13

De Australische film Babyteeth en het Duitse drama Ich War Zuhause, Aber hebben weinig met elkaar gemeen. Wat beide films delen is een dansscène die een personage in een nieuw perspectief plaatst.

Het duurt enige tijd voordat we in Babyteeth doorhebben dat de jonge Milla (Eliza Scanlen) ernstig ziek is. De film lijkt tot die realisatie vooral te gaan over haar onstuimige relatie met Moses (Toby Wallace). In de eerste scène ontmoet ze de impulsieve jonge crimineel op het perron. Pas achteraf vraag je je af wat vlak voor de ontmoeting door haar hoofd ging en of ze misschien aan het overwegen was om voor de eerstvolgende trein te springen. Moses komt letterlijk haar leven binnen rennen en maakt een energie bij haar los die ze verloren leek te hebben. Ouders Anna (Essie Davis) en Henry (Ben Mendelsohn) zijn niet blij met Milla’s nieuwe vriendje. Ze proberen hun dochter te begrijpen en protesteren zo voorzichtig mogelijk. De invloed van Moses is een zorg die ze er niet bij kunnen hebben. De ouders hebben hun verdriet over Milla’s lot nog geen plaats kunnen geven. Anna slikt medicijnen die psychiater Henry haar voorschrijft. Hij probeert zijn emoties zoveel mogelijk in bedwang te houden, want daar heeft hij immers voor gestudeerd.

Anna en Henry zijn lieve ouders, maar hun bezorgdheid verstikt Milla. Er zit nog zoveel levenslust in de tiener en dat moet eruit. De ontlading vindt onverwachts plaats tijdens het terugkerende bezoek aan vioolleraar Gidon (Eugene Gilfedder). De leraar onderbreekt Milla’s ongeïnspireerde vioolspel. Everything you touch, you destroy. Hij pakt uit zijn platenkast de vinylversie van de eerste, titelloze EP van Sudan Archives. Milla zet de naald op het tweede nummer Come Meh Way. Het is een interessante keuze van Gidon, want autodidact Sudan Archives heeft een vrije manier van musiceren die sterk afwijkt van de stukken die Milla normaal gesproken van partituur moet spelen. De korte ritmische track, die in de scène bijna in zijn geheel wordt afgespeeld, is een creatieve vonk die Milla aanzet tot een spontane dans.

Essie Davis en Ben Mendelsohn in Babyteeth

Dankzij de dans verandert Milla voor onze ogen, want dat is wat dans doet. Dans geeft expressie aan een deel van een persoonlijkheid dat verborgen ligt en dat vaak niet in woorden is te vatten. Het legt een onontgonnen zelf bloot. Milla bevindt zich volledig in het moment. Vergeet ze tijdelijk het lichaam dat haar in de steek laat of is dansen een vorm van protest tegen sterfelijkheid? In de volgende episode is Milla kaal en realiseren we voor het eerst dat ze heel erg ziek is.

De dans van Milla laat niet ongemoeid. Dat heeft te maken met de wijze waarop Eliza Scanlen ons verrast en kortstondige levensvreugde in danspassen omzet, maar ook met de manier waarop debuterende regisseuse Shannon Murphy de actrice in beeld brengt. De camera danst mee en er ontstaat een pas de deux tussen Milla en de kijker. We kunnen ons tegelijk voelen zoals Gidon. Hij kijkt ontroerd toe, net als moeder die tijdens de dans binnen komt lopen en haar dochter ziet schijnen zoals ze nooit tevoren. Het zal niet de laatste keer zijn dat het cliché-vrije Babyteeth de kijker verrast.

Een dansje verandert ook moeder Astrid (Maren Eggert) in Ich War Zuhause, Aber. Astrid is moeilijk te doorgronden. Ze roept lange tijd geen sympathie op. Ze lijkt onder constante spanning te staan en maakt grote conflicten van kleine meningsverschillen. Een van haar terugkerende ruzies gaat over de aankoop van een tweedehands fiets bij een particulier. De fiets heeft volgens haar een mankement en ze wil haar geld terug. Astrid heeft geen boodschap aan de slechte gezondheid van de verkoper en zijn bereidheid de benodigde reparatie zonder extra kosten zelf te verrichten. Thuis gaat het niet goed tussen moeder en haar twee kinderen. De film begint met de verdwijning van dertienjarige zoon Phillip (Jakob Lassalle) en de meest schrijnende scène is die waarin de treurende Astrid de troost van zoon en dochter niet accepteert. Waar is het misgegaan?

In de drie films die ik tot nu toe heb gezien van Angela Schanelec is sprake van afwezige personen. Soms verdwijnen hoofdpersonen voor lange tijd uit hun eigen verhaal. Soms verdwijnen ze voorgoed. De grote afwezige in Ich War Zuhause, Aber is de overleden vader. We zien hem niet, maar hij is wel aanwezig in een flashback. De scène lijkt door Astrid gedroomd terwijl ze rust tussen dode bladeren in het bos. Singer-songwriter M. Ward zingt op de soundtrack zijn langzame versie van Let’s Dance. Astrid en de kinderen voeren een onhandig dansje uit. Het duurt even voordat duidelijk is dat we ons in een kamer in een ziekenhuis bevinden. We zien een stukje van het voeteinde van een bed. Op de achtergrond zit een verpleegster toe te kijken. Dit is de kamer van de zieke vader. Zijn gezin heeft een dansje ingestudeerd om hem op te vrolijken.

Net als in Babyteeth hebben we de ontwapenende dans niet zien aankomen. Het overrompelt ons. Astrid lacht voor het eerst in de film. Dit is een hele andere vrouw dan we tot nu toe hebben gekend. We zien een fractie van het geluk dat ze heeft achtergelaten na het overlijden van haar man. De korte scène geeft ons inzicht in de oorzaak van Astrids gedrag. Door de dans vervaagt de antipathie die het personage met haar eerder getoonde gedrag heeft opgeroepen. Zou Astrid uit deze herinnering nog iets positief kunnen putten en zichzelf ermee overeind helpen? De dans geeft hoop. We durven verder te kijken.

Babyteeth draait nu in de bioscoop. Ich War Zuhause, Aber is via Duitse import op dvd verkrijgbaar.

Relic (Natalie Erika James, 2020)

vr, 08/21/2020 - 17:05

Zes jaar na het succes van The Babadook draait er opnieuw een opvallend Australisch filmdebuut in de bioscoop. Natalie Erika James gebruikt in Relic horror als middel voor het uitdiepen en tastbaar maken van reële angsten die horen bij het ouder worden.

De angst voor verlies van controle over het brein kan inspiratie zijn voor een romantisch drama. Charlie Kaufmans Eternal Sunshine Of The Spotless Mind (Michel Gondry, 2004) is wat dat betreft wel een uitzondering. Joel (Jim Carrey) wil zijn voorbije relatie met Clementine (Kate Winslet) vergeten door bij een bedrijf aan te kloppen dat gespecialiseerd is in het wissen van het geheugen. Joel bedenkt zich te laat en moet het gevecht aangaan tegen de leegte die in zijn hoofd om zich heen begint te grijpen. Zijn herinneringen worden stapsgewijs weggevaagd door een witte waas. Het is een absurd gegeven dat regelmatig voor een glimlach zorgt. Als het brein ons in de steek laat is dat over het algemeen geen reden tot lachen en meer geschikt als onderwerp voor een horrorfilm.

Geheugenverlies maakt alles niet wit maar zwart in de Australische film Relic. Het is donker in het huis van de dementerende Edna (Robyn Nevin). Als ze enige tijd spoorloos is, komen dochter Kay (Emily Mortimer) en kleindochter Sam (Bella Heathcote) uit Melbourne om haar te zoeken. De zoektocht levert niets op, maar na een paar dagen staat Edna opeens in de keuken, alsof er niets is gebeurd. Ze kan niet vertellen waar ze is geweest. Kay en Sam zijn bezorgd over de mentale staat van de oude vrouw. De vreemde donkere donkere vlek ter hoogte van haar borstholte is ook reden tot ongerustheid. De twee blijven een tijdje logeren om te zien hoe erg het met Edna is gesteld. ‘s Nachts worden de logees wakker gehouden door nachtmerries en onverklaarbare geluiden achter muren.

Net als in The Babadook (Jennifer Kent, 2014) vinden twee dingen tegelijk plaats. In The Babadook denkt de moeder dat haar kind een monster is, maar is het omgekeerde ook mogelijk. Edna ervaart in Relic vanwege haar geheugenverlies dochter en kleindochter als kwaadaardige indringers. Zij denken op hun beurt dat Edna onder hun ogen in een ander, misschien wel monsterlijk wezen aan het veranderen is. De vrouw is zeker niet meer haar oude zelf.

Emily Mortimer en Bella Heathcote in Relic

De film laat ervaren hoe angstaanjagend het moet zijn in het hoofd van een dementerend persoon. Regisseuse Natalie Erika James maakt er geen goedkope exploitatiefilm van. Wat ze onder meer achterwege laat is het cliché jump scare, een gemakzuchtig trucje waar menige horrorfilm te pas en vooral te onpas graag gebruik van maakt. De schaduwen in het huis en onder het bed geven voldoende reden tot ongemak; de muziek van Brian Reitzell en het verstikkende sounddesign van Robert Mackenzie doen de rest.

Relic lijkt te passen in het haunted house subgenre, maar onderscheidt zich door het verhaal te laten afspelen in een spookhuis zonder spoken. De geesten uit het verleden zijn grotendeels uit Edna’s herinnering verdwenen. Wat overblijft is een leegte in de vorm van een doolhof dat bestaat uit een wirwar van ongeordende gangen. De vele Post-its met slordig gekrabbelde aanwijzingen leiden nergens naartoe. Via het binnenste van het huis betreden Kay en Sam het hoofd van Edna en ervaren ze haar angsten (*).

Het huis met een muterend doolhof van gangen – groter dan de buitenkant van het huis en reagerend op de mentale staat van de bewoners – doet denken aan het levende doolhof in de cultroman House Of Leaves (2000). Dat boek werd op de markt gezet als horrorroman, maar wordt door auteur Mark Z. Danielewski gezien als een liefdesverhaal. Voor Relic geldt uiteindelijk hetzelfde met ditmaal de liefde van bezorgde (klein)kinderen voor hun ouders. Het slot van Relic kan in al zijn gruwelijkheid gerust teder genoemd worden.

7/10

(*) Een duister, van vorm veranderend doolhof als metafoor voor een verwarde geest is ook de centrale locatie in de minstens zo angstaanjagende korte Japanse film Haze (Shin’ya Tsukamoto, 2005). Het dwalen in het hoofd van een ander doet denken aan die andere creatie van Charlie Kaufman: Being John Malkovich (Spike Jonze, 1999).

Hope Gap (William Nicholson, 2019)

di, 08/18/2020 - 11:48

Het Britse relatiedrama Hope Gap eindigt met een zucht in plaats van met een fanfare. Dat zou onder andere omstandigheden verfrissend zijn geweest als niet de hele film aanvoelde als een briesje in plaats van een imponerende storm.

Aan de twee hoofdrolspelers ligt het niet. In Hope Gap staan gerespecteerde veteranen Annette Bening en Bill Nighy tegenover elkaar. Ze spelen Grace en Edward, een echtpaar in een uitgeblust huwelijk. Zij is gefrustreerd vanwege zijn liefdeloze dagelijkse routines en het verbergen van zijn emoties. Hij kan niet langer tegen haar constante kritiek. De man nodigt enigst kind Jamie (Josh O’Connor) uit voor een bezoek aan hun dorp bij een klif langs de Britse kust zodat hij vrouw en zoon kan inlichten over zijn aanstaande vertrek. Edward gaat Grace verlaten en verder leven met de nieuwe liefde die hij heeft leren kennen via een leerling op de school waar hij geschiedenis doceert.

De karakterverschillen tussen Grace en Edward lijken op die tussen een Amerikaan en een Brit. Amerikaanse actrice Bening speelt een Britse, maar haar manier van communiceren heeft het extraverte en overmatige verbale dat zo kenmerkend is voor de gemiddelde Amerikaan. Edward is de typische Brit met stiff upper lip. Bening trekt verspreid over de film meerdere emotionele registers open en gooit waar nodig een eettafel tegen de vloer. Nighy acteert zoals gebruikelijk ingehouden vanuit de onderkaak. Zijn personage probeert de emoties te beheersen door vrijwel altijd te praten met de tanden op elkaar en door zo min mogelijk de lippen te bewegen. Het is Nighy’s handelsmerk. De eerste scène met het echtpaar zegt genoeg over hun sterk contrasterende persoonlijkheden. Het wel of niet aanbieden van een kop thee is het begin van een woordenwisseling zoals die waarschijnlijk elke dag plaatsvindt. De kijker zal niet verrast zijn over Edwards besluit.

Hope Gap (Annette Bening en Bill Nighy)

Er wordt uitvoerig gepraat in Hope Gap. Je zou bijna denken dat het een toneelverfilming is. De gesprekken gaan vaak over zaken uit het verleden en voorvallen die we niet hebben gezien. Eigenlijk kun je de film beter met gesloten ogen bekijken. Zo kun je in gedachten een voorstelling maken van waar over wordt gesproken. Op die manier wordt je ook niet uit je concentratie gehaald door details zoals het ijsje dat Edward in zijn handen heeft tijdens een onderhoud met zijn zoon. Ook de dialogen tussen Jamie en zijn vrienden/collega’s hoeven we eigenlijk niet te zien omdat ze gaan over het mislukken van Jamies relatie met een vrouw die nooit in beeld komt.

Zoon Jamie wordt geïntroduceerd als de verteller van het verhaal, maar hij dient verder vooral als substituut voor de kijker. Net als hij worden we gedwongen partij te kiezen voor een van de ouders. De angst van Jamie om precies als zijn vader te worden, wordt door het personage zelf benoemd. Het zou beter zijn geweest als we die conclusie zelf hadden mogen trekken, maar Hope Gap verwacht geen inspanning van de kijker. De manier waarop de jonge man op dezelfde wijze als zijn vader omgaat met een theebuiltje zegt eigenlijk al voldoende.

Jamie hangt er als schetsmatige subplot maar een beetje bij. Het lukt de fletse Josh O’Connor niet om uit de schaduw te treden van Bening en Nighy.

Hope Gap (Annette Bening en Josh O’Connor)

De montage wisselt de pratende hoofden zonder veel inspiratie af. De film probeert het gebrek aan visuele prikkels te compenseren door de camera met grote regelmaat aan een drone te hangen en daarmee rakelings over de hoge klif nabij het huis van Grace en Edward te scheren. De overdaad aan beelden vanaf de drone kan niet afleiden van het gebrek aan inhoudelijke substantie. De acteurs doen echt hun best, en de toevoeging van een hond is best grappig, maar dat maakt de herhaling van onderlinge verwijten niet minder repetitief.

Fantasie als troostmiddel: Summerland en The Secret Garden

ma, 08/17/2020 - 10:02

Je kunt op twee manieren naar Summerland kijken. Zie de film als een jeugdfilm en het is een sympathiek, zij het sentimenteel verhaal over hoe je een groot verlies kunt verwerken en hoe het is om als kind ver weg van je ouders te moeten overleven in oorlogstijd. Volwassen ogen zullen vooral kijken naar schrijfster Alice en de excentrieke wijze waarop ze een verloren liefde probeert te vergeten door zich af te zonderen in een huis aan de Engelse kust.

De kindervertelmethode zit identificatie met Alice nogal in de weg. Actrice Gemma Arterton overdrijft de grillige trekken van het hoofdpersonage. Ook de bewoners van het dichtstbijzijnde dorp acteren overdreven in hun Anton Pieck-decor. De dorpelingen vinden de vrouw maar een vreemd mens – kinderen denken dat ze een heks is of misschien een Duitse spion – en Alice doet er alles aan om haar negatieve imago in stand te houden. Vroeg in de film ziet ze in de dorpswinkel hoe een meisje verlangt naar een stuk chocolade dat haar moeder niet kan betalen. Alice legt het geld op de toonbank en graait de chocolade voor de ogen van het meisje weg. Buiten laat ze zich de lekkernij goed smaken terwijl vanuit de open winkeldeur luid gehuil opklinkt.

Gemma Arterton en Lucas Bond in Summerland

De wrede grap in de winkel is bedoeld om Summerland (Jessica Swale, 2020) vooral luchtig te houden. Het gevolg is dat het incident als een vieze vlek aan Alice blijft kleven. Je verwacht een verklaring voor het gedrag, maar die ontbreekt in de flashbacks uit gelukkigere tijden. Als jeugdige evacué Frank (Lucas Bond) uit door bombardementen geteisterd Londen arriveert en op de stoep staat, heb je medelijden met hem en zeker niet met Alice. Zij heeft het te druk met haar nieuwe boek over mythes en magie om de jongen vrijwillig in haar huis op te vangen, maar ze durft niet te weigeren. De vrouw negeert hem in eerste instantie. Uiteraard groeien de twee naar elkaar toe.

De film ziet eruit als een tot leven gekomen serie ansichtenkaarten. De VVV van Kent zal de filmmakers dankbaar zijn. Het landschap wordt gefilmd alsof het de mythische wezens verborgen houdt die Alice in haar schriften tekent. Het sprookjesachtige element had goed kunnen contrasteren met de wrede werkelijkheid van de Tweede Wereldoorlog, maar akelige taferelen worden systematisch buiten beeld gehouden. Regisseuse Jessica Swale is wat dat betreft geen Guillermo del Toro. Tijdens een korte episode in Londen houdt de film de bloedige gevolgen van een Duitse luchtaanval zoveel mogelijk buiten beeld. Het enige bloed dat vloeit is een onschuldige schaafwond op een knie, ver weg van het oorlogsgeweld.

Summerland houdt de vertelling veilig en braaf. De opdringerige filmmuziek van Volker Bertelmann (beter bekend als Hauschka) probeert allerlei emoties bij de kijker los te weken die de olijke acteerstijl niet weet op te roepen. Actrice Dixie Egerickx, in de rol van schoolmaatje van Frank, is een van de lichtpunten in de film. Geef haar een hoofdrol, wilde ik roepen, maar die heeft ze al, want tegelijk met Summerland ging afgelopen week The Secret Garden (Marc Munden, 2020) in Nederland in première. De verhalen vertonen opvallende gelijkenissen. Kleine Mary (Egerickx) is ongeveer even oud als Frank. Ze verliest haar ouders in India en wordt in Engeland opgevangen in het grote landhuis van haar oom Archibald (Colin Firth). Het weesmeisje is niet bepaald gewenst en moet zichzelf zien te redden. De omringende veengronden zijn haar speeltuin. Mary ontmoet een zwerfhond en wordt door het dier naar een grote geheime tuin geleid waar ze haar fantasie de vrije loop kan laten gaan. In beide films is magie een middel om verdriet en pijn te verwerken.

Dixie Egerickx in The Secret Garden

Het production design benadrukt dat we het verhaal geheel vanuit het gezichtspunt van Mary zien. Kleuren zijn feller en kamers overdreven groot. De camera bevindt zich voornamelijk op Mary’s ooghoogte. Dixie Egerickx heeft een natuurlijke ernst in haar blik die je doet geloven dat er oprecht verdriet en echte angst achter haar ogen schuilgaan. Ze geeft ook in deze film haar tegenspelende leeftijdgenootjes het nakijken. Edan Hayhurst (als Mary’s bedlegerige neef Colin) en Amir Wilson (als Mary’s maatje Dickon) missen het natuurtalent van Egerickx en zijn in haar aanwezigheid wat al te zichtbaar aan het acteren.

The Secret Garden komt uit hetzelfde vat als de Harry Potter-serie en de Paddington-reeks en is overduidelijk bedoeld als familiefilm. Het is de zoveelste verfilming van Frances Hodgson Burnetts gelijknamige roman uit 1911. De filmproducenten hadden wat betreft onderwerpskeuze duidelijk minder verbeeldingskracht dan hun hoofdpersonage.