Over alles behalve design

Abonneren op feed Over alles behalve design
arthouse, classics, cult, Hollywood, music
Bijgewerkt: 1 uur 32 min geleden

Straight Shooting (1917) & Another Round (2020)

do, 08/05/2021 - 21:56

Acteren doe je met de ogen, zei regisseur John Ford ooit. Zijn stelling geldt zowel voor acteurs uit het tijdperk van de zwijgende film als voor hedendaagse acteurs. Laten we als voorbeeld eens kijken in de ogen van Harry Carey en Mads Mikkelsen.

De naam Harry Carey (1878-1947) zal tegenwoordig weinig mensen nog iets zeggen. Toch was hij een van de eerste grote filmsterren en een geliefde filmheld tijdens de periode van de zwijgende film. Zijn bekendste personage was Cheyenne Harry, een vogelvrije cowboy in een gerafelde outfit. Harry was geen voorbeeldige standaardheld, maar een mens met gebreken. Het publiek kon zich daarom eenvoudig met hem identificeren. Hij hield van drank en gokken en was niet kieskeurig wanneer hem een klus werd aangeboden. Hij nam alles aan, zolang het maar goed betaalde. Zijn geweten hield hem uiteindelijk moreel gezien op het rechte pad.

Harry Carey in Straight Shooting

Harry Carey maakte tientallen films met regisseur John Ford. De meeste daarvan zijn verloren gegaan, behalve onder meer Fords eerste lange film Straight Shooting (1917). Cheyenne Harry wordt op een onvergetelijke wijze geïntroduceerd wanneer hij lachend uit een boomstronk kruipt. De jonge John Ford leerde veel van veteraan Carey en moedigde op zijn beurt de acteur aan de menselijkheid van zijn personage zoveel mogelijk uit te diepen. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan, zeker in een film waarin een acteur zijn stem niet kan laten horen en zich volledig moet uiten door middel van houding, bewegingen en gebaren. Carey gaf Cheyenne Harry meer gewicht door langzaam te spelen. Het personage kreeg karakter met hulp van typische handelingen, zoals het wrijven met de duim over de onderlip en het vasthouden van de rechter ellenboog met de linkerhand. Laatstgenoemde handeling werd gekopieerd door grote Carey-fan John Wayne in de slotscène van The Searchers (John Ford, 1956).

John Ford prees de acteerprestatie van zijn eerste favoriete acteur vooral vanwege de manier waarop Harry Carey zijn ogen gebruikte. You could read his mind, peer into his eyes and see him think, zei Ford, zoals aangehaald in de biografie Searching For John Ford van Joseph McBride. Acteren met de ogen is een minimalistische benadering die je ook ziet bij hedendaagse filmacteurs. Een mooi voorbeeld is zelfbenoemde minimalist Mads Mikkelsen.

Mads Mikkelsen in Another Round

Mikkelsen is op moment van schrijven te zien als Martin in Another Round (originele titel: Druk) van regisseur Thomas Vinterberg. Aan het begin van de film is het huwelijk van leraar Martin uitgeblust. Op school twijfelen zijn leerlingen hardop in de klas aan zijn kwaliteiten. De vuur en de vreugde zijn uit zijn leven verdwenen. Hij probeert niets van treurnis te laten merken tijdens een etentje met zijn drie beste vrienden.

Martin drinkt braaf bronwater, terwijl de anderen aan de drank zijn en praten over de voordelen van alcoholgebruik. Hij verbergt zijn gemoedstoestand achter een neutrale blik. Als een van de vrienden over de schoolproblemen begint, schrikt Martin. Mikkelsen legt Martins toenemende ongemak bloot door nerveus met de ogen te knipperen. Het personage laat zich overhalen om toch mee te drinken van de zojuist geserveerde wodka en rode wijn. Hij kan zijn problemen niet langer meer geheimhouden. Martin/Mikkelsen sluit de ogen half in een dronken roes en verzamelt tussen de kieren traanvocht dat in het licht glinstert. De drank geeft zijn emoties de vrije loop. Martin sluit de ogen en geeft zich over aan het verdriet. Later in de film toont Mads Mikkelsen ook nog even zijn danstalenten, maar ik denk dat restaurantscène me toch langer zal bijblijven.

Another Round draait momenteel in de Nederlandse bioscopen. Straight Shooting is via Britse import verkrijgbaar op Blu-ray, inclusief de film Hell Bent (1918) van het duo John Ford en Harry Carey.

Home Is Where – I Became Birds (2021)

do, 07/29/2021 - 22:13

Die foto komt me heel bekend voor, was mijn eerste gedachte toen ik bij Pitchfork de hoes zag van I Became Birds, de nieuwe plaat van de Amerikaanse band Home Is Where. Na enig speurwerk in de platenkast wist ik weer waar het verontrustende slaapkamertafereel me aan had doen denken en herontdekte ik een spookachtige geschiedenis.

Emoband Home Is Where uit Florida gebruikt voor het minialbum I Became Birds een intrigerende foto van een meisje dat in haar slaapkamer boven haar bed zweeft. Op het eerste gezicht lijkt ze gedreven door speelplezier, maar als je goed kijkt zie je angst. Het gezicht van het springende meisje blijft grotendeels verborgen achter haar rechter bovenarm. De angst is het best af te lezen van het gezicht van haar zus. Zij ligt met gebalde vuisten en gesloten ogen in haar bed te gillen.

Ik wist zeker dat ik de foto eerder op een platenhoes had gezien. Google leverde echter geen resultaat op en dus moest ik even door mijn geheugen en de cd-collectie struinen voordat ik erachter kwam dat het een andere foto betreft van een gelijksoortig tafereel. Het zoekwerk leverde via enkele cd-singles de platenhoes op van Homespun, het enige, door Steve Albini geproduceerde album van de Britse rockband Solar Race.

De kleuren van het bedsprei zijn anders, het behang is niet hetzelfde en er hangen andere foto’s en posters aan de muur. Ik heb het album zelf niet in huis voor nadere inspectie, maar waarschijnlijk is de hoes een reconstructie van de oorspronkelijke foto, nagespeeld door de bandleden van Solar Race, met zangeres Eilidh Bradley (1969-2014) als zwevend middelpunt.

De originele foto op de hoes van I Became Birds is genomen door fotojournalist Graham Morris. Hij was een van de vele getuigen van wat de geschiedenis is ingegaan als de Enfield poltergeist. De familie Hodgson had naar eigen zeggen in de zomer van 1977 last van een geest die meubilair verschoof, met speelgoed smeet en de kinderen liet zweven in hun huurhuis in de Londense wijk Enfield. De oudste dochters hoorden ook onverklaarbare luide geluiden en vreemde grommende stemmen. Het huis werd door meerdere onderzoekers bezocht. Het gezin kreeg ook ruime aandacht van de media, van sensatiebeluste tabloid the Daily Mirror tot een serieuze televisieploeg van de BBC (zie onderstaande video). Toen de spookverschijnselen in de loop van 1979 stopten, vonden sceptici voldoende aanwijzingen in het verzamelde onderzoeksmateriaal om aan te tonen dat de twee oudste zussen Margaret en Janet iedereen voor de gek hadden gehouden.

De Enfield poltergeist spookt niet alleen na op platenhoezen. De speelfilm The Conjuring 2 is gebaseerd op het onderzoek dat het duo Ed en Lorraine Warren in Enfield heeft gedaan. Ik heb nog geen tijd genomen om de nieuwe plaat van Home Is Where te beluisteren en te ontdekken of er een speciale reden is waarom de bandleden hebben gekozen voor de iconische foto. Als je een gepassioneerd voorbeeld wilt horen van Britse postgrunge, kan ik Solar Race van harte aanbevelen.

Sexyland Space Impro # 3 in Amsterdam-Noord (zondag 25 juli 2021)

wo, 07/28/2021 - 09:51

Sexyland World is een cultureel clubhuis, ook al roept de eigenaardige naam totaal andere associaties op. De huidige locatie van de club is een rode blokkendoos aan de rand van het IJ, vlakbij het Pontplein in Amsterdam-Noord. Café De Ruimte organiseerde daar afgelopen zondagmiddag de derde editie van Sexyland Space Impro met drie zeer gevarieerde korte optredens.

Vroeger was een regenbui nog wel eens een reden om een concert over te slaan, maar na meer dan een jaar zonder livemuziek is dat nu geen optie meer. Het aangekondigde onweer hield ons afgelopen zondag niet tegen. Het laatste optreden dat ik bijwoonde was van Oscar Jan Hoogland en zea in OCCII op 13 juni 2020. Zondag was een mooie gelegenheid om de draad weer op te pikken bij hetzelfde duo, ditmaal in Amsterdam-Noord.

Oscar Jan Hoogland

Oscar Jan Hoogland speelde geknield voor zijn instrumentarium samen met Arnold de Boer van zea een akoestische set, tegen de felle zon beschermd door grote rode parasols. De stem, de gitaar en het percussieve spel van De Boer waaiden met de wind mee richting de langsvarende vracht- en plezierschepen. De muzikant werd soms overstemd door de begeleiding en speelse tegentonen van Hoogland. De toetsenist gebruikte ditmaal naast zijn gebruikelijke instrumenten, zoals geprepareerde piano en kleinere muzikale speeltjes, ook een gele scheidsrechtersfluit waarmee hij meeuwen deed opschrikken en onze trommelvliezen doorkliefde. Vertrouwde nummers, met onder meer een versie van Leadbelly’s The Bourgeois Blues, werden afgewisseld met enkele nieuwere, waaronder een a capella gezongen lied waarbij De Boer zijn stem versterkte door de handen rondom zijn mond te plaatsen. Ondanks het ontbreken van een microfoon wist hij het publiek toch stil te krijgen.

Ada Rave

De rest van het programma speelde zich binnen af. Argentijnse saxofoniste Ada Rave zocht tijdens haar abstracte improvisaties niet naar melodieën, maar naar methodes om via haar instrument te communiceren met blikjes en schaaltjes die voor haar op een tafeltje lagen. Door de juiste noten te raken resoneerden de voorwerpen om beurten mee, ook zonder dat ze in het uiteinde van de saxofoon waren geplaatst.

Peter Zegveld en Wolter Wierbos

De middag eindigde met het duo Peter Zegveld en Wolter Wierbos. De uitgebreide installatie van beeldend kunstenaar Zegveld, bestaand uit een wonderlijke verzameling machines, kraakdozen en percussieobjecten, deed vermoeden dat we vanwege hels volume uit de kleine ruimte zouden worden weggeblazen. Het tegendeel bleek het geval. De korte set was uitermate ingetogen en opvallend broos. Een metronoom tikte zacht, de machines ruisten en uit een tapedeck ontsnapten weemoedig klinkende orkestflarden. Zegvelds fluisteringen en voorzichtige kopstem werden nergens overstemd.

Het optreden was een muzikale dialoog tussen twee zeer verschillend ogende heren. De onverwoestbare oerkracht Zegveld paradeerde in gestreken wit overhemd driftig achter zijn machines terwijl Wierbos in luchtig vakantietenue vrolijk commentaar leverde met zijn trombone, soms relaxed zittend op een stoeltje nabij de uitgang. De trombonist reageerde op Zegvelds geluiden en meertalige associatieve invallen, soms komisch kletsend met hulp van een demper. Na bijna elk nummer moesten de machines bijgesteld worden voor het volgende nummer. Een Pavloviaans belletje diende als signaal voor de voortzetting van de performance.

Peter Zegveld

De set zat vol verrassingen. De toeschouwer had geen idee wat Zegveld van plan was en wat hij tevoorschijn zou toveren. Een stoom blazende doos en een spons in de vorm van een boek waren enkele van de opvallendste aanvullende attributen. Zegvelds zelfgebouwde constructie gaf me het gevoel dat ik me bevond in het binnenste van een groot uurwerk zonder zicht te hebben op de tijd.

In onderstaande video kun je de opening van de set bekijken en beluisteren.

Piccadilly (E. A. Dupont, 1929)

zo, 07/04/2021 - 16:32

Het British Film Institute houdt de Britse filmgeschiedenis levend door ook dit jaar onverdroten Blu-rays uit te geven. Naast obscure politieke films als Maeve uit 1982 (feminisme tijdens The Troubles) en Friendship’s Death uit 1987 (ruimtewezen Tilda Swinton landt in Jordanië tijdens Black September) worden ook bekende klassiekers digitaal opgepoetst en voorzien van nieuwe extra’s. Een daarvan is de zwijgende film Piccadilly met Chinees-Amerikaanse filmster Anna May Wong.

De Pools-Amerikaanse actrice en danseres Gilda Gray (1895-1959) heeft een bescheiden filmografie met slechts tien titels op IMDb. Danseres Mabel in de Britse zwijgende filmklassieker Piccadilly is waarschijnlijk Grays bekendste rol. De openingstitels doen vermoeden dat ze een hoofdrol speelt, maar dat is niet het geval. Gilda en Mabel worden meer dan eens naar de zijlijn gespeeld door andere acteurs en personages.

Mabel Greenfield (Gray) en haar danspartner Victor Smiles (Cyrill Ritchard) vormen de hoofdattractie van de Piccadilly Club in Londen. Het is echter Victor die de mensen naar de club trekt. Daar komt Mabel pas goed achter als ze genoeg heeft van Victors aanhoudende avances en hem laat ontslaan door clubeigenaar Valentine Wilmot (Jameson Thomas) met wie ze een relatie heeft. Het publiek blijft vervolgens weg en Wilmot moet een nieuwe aansprekende hoofdact zien te vinden. Hij ontdekt onder het onderbetaalde personeel de Chinese bordenwasser Shosho (Anna May Wong) en ziet in haar een potentiële exotische publiekstrekker.

Gilda Gray en Anna May Wong in Piccadilly

Niet Gilda Gray maar Anna May Wong (1905-1961) is de hoofdrolspeelster van Piccadilly. Wong heeft een natuurlijke acteerstijl die is te vergelijken met het spel van generatiegenoot Louise Brooks. Wong houdt het klein waar Gray gaat voor overdreven armgebaren. In hun eerste gezamenlijke scène heeft Wong slechts een subtiele gezichtsuitdrukking nodig om te laten zien dat ze de ware aard van de relatie tussen Mabel en Wilmot doorziet. Meer dan een halve glimlach heeft Anna May Wong niet nodig om Gilda Gray van het doek te spelen. Duitse regisseur E.A. Dupont profiteert volop van hun verschillende acteerstijlen, want het verhaal vraagt erom. Nog voordat Shosho indruk heeft gemaakt met haar eerste publieke dans, weet de oplettende kijker dat de carrière van Mabel in de Piccadilly Club voorbij is, net als haar relatie met de clubeigenaar.

Mabel Greenfield wordt overigens al naar de marge van het verhaal geduwd voordat Anna May Wong in beeld verschijnt. Eerder in de film voert ze een solodans uit, terwijl een ontevreden klant aan de rand van de zaal eenzaam zit te schransen aan een van de eettafels. Het is de vermaarde Britse acteur Charles Laughton in een van zijn vroege rollen. De klant raakt ontstemd over een vuil bord dat voor hem wordt neergelegd en uit zijn ongenoegen luidruchtig tijdens een ruzie met meerdere personeelsleden van de club (*). Niemand in de zaal heeft nog oog voor Mabel. Het vuile bord vormt de directe link naar Shosho. Wilmot gaat namelijk met het bord op zoek naar de boosdoener en ziet Shosho op een tafel dansen tussen het ongewassen servies.

Het einde van het tijdperk van de zwijgende film kende veel artistieke hoogtepunten en Piccadilly is daar een mooi voorbeeld van. Filmmakers hadden in die periode de beeldende manier van vertellen geperfectioneerd, vlak voordat de geluidsfilm definitief doorbrak en het gebabbel van acteurs belangrijker werd dan het beeld. In Piccadilly vallen vooral de decorontwerpen op van Alfred Junge, van de sierlijke trappen rondom het orkest in de club tot de benauwende Chinese verblijven in het arme stadsdeel Limehouse. Junge werkte later onder meer voor het legendarische filmduo Powell and Pressburger. Naast Anna May Wong valt ook King Hou Chang positief op als Shosho’s maatje Jim. De acteur speelt zonder poespas en laat door middel van simpele kauwbewegingen weten wat hij werkelijk vindt van Valentine Wilmot. Zijn droge spel zorgt voor humor wanneer Jim het kostuum van Shosho moet passen. King Hou Chang ambieerde geen filmcarrière en keerde na twee films terug naar het restaurant waar hij eigenaar van was.

Piccadilly is op YouTube te zien, maar de beste versie voor de thuisbioscoop is de Blu-ray die BFI vorige maand uitbracht met recente, jazzy filmmuziek van Neil Brand. Bij de extra’s vind je naast een uitgebreid overzicht van Anna May Wongs filmcarrière onder meer een vijf minuten durende proloog met geluid die later aan de film werd toegevoegd. Totaal overbodig natuurlijk, maar wel leuk om een keer gezien te hebben.

(*) Het gebakkelei over het vuile bord deed me denken aan Monty Python en een combinatie van Monty Python’s The Meaning of Life (1983), met Mr Creosote als de opgeblazen versie van Charles Laughton, en het gedoe rondom een vuile vork in de sketch The Diry Fork. Zou de scène uit Piccadilly een inspratiebron zijn geweest?