Over alles behalve design

Abonneren op feed Over alles behalve design
arthouse, classics, cult, Hollywood, music
Bijgewerkt: 4 min 26 sec geleden

Jaaroverzicht 2021 – Film

vr, 12/31/2021 - 16:53

Vanwege de lockdown was het de eerste vijf maanden van 2021 onmogelijk om een bioscoop te bezoeken. Ik zag desondanks niet minder films. Toen eind mei de zalen weer heropenden, bleek hoezeer ik het grote doek had gemist. Komedies brachten eindelijk weer een collectieve lach teweeg (of niet, zoals bij Don’t Look Up) en controversiële films waren weer in staat om mensen de zaal uit te jagen (Titane). Door de omstandigheden heb ik veel films misgelopen. Die hoop ik in 2022 alsnog te zien, onder meer aan de hand van jaarlijstjes van andere filmbloggers. In onderstaande lijstjes vind je films die thuis of in de zaal de meeste indruk maakten.

Net als vorig jaar moesten kleine schermen in 2021 uitkomst bieden en zat ik regelmatig met een film op schoot. Lang voordat de maatregelen versoepeld werden, wist ik welke film ik per se als eerste op een grote doek wilde zien. Eind mei was het eindelijk zover. Ik wachtte nog een weekend af voordat ik op maandagmiddag 7 juni naar Studio/K fietste voor David Byrne’s Utopia. De concertregistratie van Spike Lee combineerde waar ik op dat moment heel veel behoefte aan had: livemuziek en bioscoopbezoek. Vanaf rij twee vooraan waande ik me in een concertzaal bij een band die bijna net zoveel volume voortbracht als een band in levende lijve. Dat effect kan ik thuis nooit evenaren. De performance en muziek straalden broodnodige levensvreugde uit. Het leek alsof ik ontwaakte uit een lange winterslaap. Het leven kon weer opnieuw beginnen. David Byrne en co. hebben niet de illusie dat hun optimisme automatisch tot betere tijden zal leiden. Een utopie is immers een ideale wereld die nooit bereikt kan worden. We’re on a road to nowhere, met of zonder virus.

Onderstaande lijst met 15 titels is na David Byrne’s Utopia alfabetisch gerangschikt. First Cow en Undine ontbreken, omdat die films al in het jaaroverzicht van 2020 zijn genoemd.

Ook de moeite waard: After Love, Balloon, Minari, Riders Of Justice, Saint Maud, Son-Mother, Supernova, Surge en Violation.

Documentaires

Muziek is vaak een storende factor in hedendaagse documentaires. Natuurlijk niet als het gaat om muziekdocumentaires, zoals Todd Haynes’ rijkgevulde portret van The Velvet Underground en de herontdekking van het Harlem Cultural Festival uit 1969 in Summer Of Soul (…Or, When the Revolution Could Not Be Televised). De poëtische landschapssymfonie Berg wordt juist versterkt door muziek en de wijze waarop Rutger Zuydervelt (a.k.a. Machinefabriek) zijn minimalistische composities vermengt met natuurgeluiden. In het ongunstigste geval wordt muziek van begin tot eind ingezet als emotionele stoplap of om constant te benadrukken hoe spannend de gebeurtenissen toch zijn (denk bijvoorbeeld aan The Rescue). Het is alsof de makers bang zijn voor stilte en niet geloven in de kracht van hun onderwerp. Muziek wordt ook te vaak gebruikt om indirect commentaar te leveren en conclusies te trekken, alsof de kijker daar zelf niet toe in staat is. Bij twee van de meest indrukwekkende documentaires uit 2021 ontbreekt de naam van een componist. In Petite Fille zijn het de close-ups van de achtjarige Sasha die ontroeren en muziek ontbreekt volledig in het onopgesmukte leven varken Gunda.

  • Alien On Stage
  • Berg
  • Crock of Gold: A Few Rounds With Shane MacGowan
  • Gunda
  • My Octopus Teacher
  • The Painter and the Thief
  • Petite Fille
  • Summer Of Soul
  • The Truffle Hunters
  • The Velvet Underground
Blu-ray (heruitgaven) Alias Nick Beal

De meeste Blu-rays die zich thuis opstapelen, laat ik uit Engeland komen van labels als Eureka (historische uitgaven), Arrow (cultfilms), Second Run (veel juweeltjes uit het voormalige Oostblok) en BFI (nadruk op Britse (cult)klassiekers). Slechts een handjevol films haalde ik afgelopen jaar uit de Verenigde Staten bij gebrek aan Europese edities, zoals Smile (Michael Ritchie, 1975), een in de vergetelheid geraakte satire met Bruce Dern als jurylid van een missverkiezing in Santa Rosa, Californië. In handen van Robert Altman zou het een klassieker zijn geworden.

Van Altman probeer ik de laatste jaren films te zien die over het algemeen niet tot zijn hoogtepunten worden gerekend, zoals Fool For Love (1985), de verfilming van het gelijknamige toneelstuk van Sam Shepard over een kibbelend echtpaar in een motel. Het is interessant om te zien hoe Altman verschillende verteltijden door elkaar heen laat lopen, met jonge versies van de hoofdpersonages in de motelkamers rondom de centrale lobby. Het zou me overigens niet verbazen als deze vertelconstructie rechtstreeks is overgenomen uit de toneelversie.

Fool For Love kwam uit via het label Kino Lorber, net als Alias Nick Beal (John Farrow, 1949). In deze film noir met fantasie-elementen verkoopt een eerlijke openbare aanklager (Thomas Mitchell) zijn ziel aan de duivel (Ray Milland) om zo een gevreesde bendeleider te kunnen arresteren. Het kwaad loert constant vanuit schaduwen die worden gecreëerd door director of photography Lionel Lindon.

In onderstaande alfabetische lijst beperk ik me tot de uitgaven die zijn geïmporteerd uit Engeland, aangevuld met een moderne klassieker on demand.

1. Adoption (Márta Mészáros, 1975) 2. The Black Room (Roy William Neill, 1935)

Volgens de statistieken van Letterboxd was Boris Karloff de acteur van wie ik in 2021 de meeste films zag. Zeven titels maar liefst. De voornaamste oorzaak van dat hoge aantal is de verzamelbox Karloff At Columbia van het Britse label Eureka. Vijf van de zes titels op de twee Blu-rays behoren tot een reeks waarin de Britse acteur een krankzinnige wetenschapper speelt die morele grenzen overschrijdt om zijn gelijk te bewijzen. The Black Room ging aan die succesvolle reeks vooraf en kwam uit in het jaar dat de censuur strenger was geworden in zowel de Verenigde Staten als Karloffs geboorteland Engeland. Deze gothic horror gaat over Tiroolse tweelingsbroers Gregor en Anton (beide gespeeld door Karloff). Zij leven begin negentiende eeuw toe naar een voorspelling over een moord die de kwaadaardige broer zal plegen op zijn zachtmoedige broer in de geheimzinnige zwarte kamer van het kasteel dat een van de twee heeft geërfd. Karloff laat in de dubbelrol meerdere kanten van zijn acteertalent zien en heeft zichtbaar plezier in een zeer dubbelzinnige scène met een peer. Net als de twee deskundigen op het audiocommentaar viel het me op dat Karloff wel heel erg veel lijkt op Jeremy Irons. Niets staat een biopic over de acteur nog in de weg.

3. Bleak Moments (Mike Leigh, 1971)

Bleak Moments is niet de beste film van Mike Leigh, maar zijn debuutfilm is wel mijn favoriet uit zijn oeuvre. De ontmoetingen tussen de hoofdpersonages leveren vele ongemakkelijke scènes op. Communicatie verloopt stroef. De film was voor een habbekrats gedraaid en daar heeft vooral het geluid onder geleden. Mensen mompelen en fluisteren, terwijl ze worden overstemd door bijgeluiden. Met name de dialogen in de beginfase van de film waren jarenlang zonder ondertiteling nauwelijks te volgen. Daarom heb ik Bleak Moments nooit tijdens de filmclub vertoond die we al een paar decennia thuis met vrienden organiseren. Beeld en geluid zijn opgepoetst op de gerestaureerde versie die dit jaar door BFI op Blu-ray werd gezet, inclusief optionele ondertitels. Mijn vrienden zullen er in het nieuwe jaar dus eindelijk aan moeten geloven.

4. Deep Cover (Bill Duke, 1992)

Kleurrijke neo-noir van acteur/regisseur Bill Duke met Laurence Fishburne als undercoveragent en Jeff Goldblum als foute advocaat.

5. The Fifth Horseman Is Fear (Zbyněk Brynych, 1965)

The Fifth Horseman Is Fear is een expressionistische, Kafkaiaanse vertelling over de Jodenvervolging en tegelijkertijd een kritiek op het onderdrukkende regime van Tsjecho-Slowakije. Deze film heeft samen met de Japanse film Heroic Purgatory (Yoshishige Yoshida, 1970) de mooiste zwart-witfotografie die ik dit jaar heb gezien.

6. I Start Counting (David Greene, 1969) 7. Maeve (Pat Murphy, 1981)

The Troubles in Noord-Ierland bezien vanuit een feministisch perspectief.

8. Out Of The Blue (Dennis Hopper, 1980)

Twee jaar geleden belichtte ik het werk van actrice Linda Manz (1961-2020) naar aanleiding van een redelijk goede Duitse dvd-uitgave van Out Of The Blue. De restauratie van de film verscheen dit jaar bij BFI. Out Of The Blue is behoorlijk punk voor oude hippie Dennis Hooper. De film zelf is nogal obscuur gebleven, maar samples met de stem van Linda Manz doken meermaals op, onder meer op de single Kill All Hippies van Primal Scream.

9. The Shakedown (William A. Wellman, 1929)

Eureka bracht in 2021 de eerste twee boxen uit onder de titel Early Universal, met zwijgende films uit de begintijd van Hollywoodstudio Universal. Deel 1 bevat onder meer The Shakedown, een combinatie van boksfilm en zogenaamde grifter movie. Regisseur William A. Wellman heeft een uitgesproken visuele stijl met veel deep focus en originele cameraposities. De opstijgende camera bij een olieboortoren zorgt ook bekeken vanaf het televisiescherm voor hoogtevrees. De humor, en met name de gekke bekken van komiek Harry Gribbon, had achterwege mogen blijven.

10. Straight Shooting (John Ford, 1917) 11. VIY (Konstantin Ershov & Georgiy Kropachyov, 1967) What Happened Was… (Tom Noonan, 1994)

Het eerder genoemde Bleak Moments is van grote invloed op het tragikomische kamerspel What Happened Was… van Tom Noonan. Je kent de acteur wellicht van zijn rol als psychopaat Tooth Fairy in de thriller Manhunter (Michael Mann, 1986), de eerste verfilming van de boekenreeks over Hannibal Lecter. What Happened Was… gaat over een eerste afspraakje van twee collega’s (gespeeld door Noonan en Karen Sillas) in het appartement van een van hen. Noonan gebruikt op bescheiden wijze voldoende filmische middelen om te ervoor te zorgen dat zijn film meer is dan een toneelregistratie. Volgens Wikipedia is What Happened Was… een favoriet van scenarist, regisseur en schrijver Charlie Kaufman. De gerestaureerde versie is onder meer on demand te zien via Vimeo.

  • Ongemak in de bioscoop: Bad Luck Banging or Loony Porn + Titane
  • Grappigste rol: Adèle Exarchopoulos in Mandibules
  • Angstaanjagendste rol: Lance Henriksen in Falling
  • Opvallendste filmcomponist: Jonny Greenwood (The Power Of The Dog + Spencer)
  • Openingsscène waar ik heel blij van werd: Annette.

Jaaroverzicht 2021 – Muziek

do, 12/30/2021 - 23:06

Zoals gebruikelijk kijk ik vlak voor het einde van het jaar nog even terug op films, concerten en albums die de afgelopen twaalf maanden indruk hebben gemaakt. 2021 was in veel gevallen een erger jaar dan 2020. Slechts enkele maanden leek het de goede kant op te gaan en konden we onder relatief normale omstandigheden weer livemuziek meemaken. Hieronder vind je een kort overzicht van alle concerten waar ik getuige van mocht zijn en de tien platen die ik het afgelopen jaar binnen handbereik hield.

Tijdens de lockdown in de eerste helft van 2021 bladerde ik door agenda’s uit de jaren negentig en viel het me op hoe extreem vaak ik in dat deccenium de deur uit ging voor concerten en films. Meer dan eens bezocht ik binnen een dag twee keer een bioscoop en zag ik optredens op meerdere locaties in de stad. Die behoefte was de laatste jaren flink verminderd, maar keerde in crisistijd in alle hevigheid terug.

Zitconcerten vind ik over het algemeen verre van ideaal, zeker wat betreft gitaarherrie, dus die sloeg ik ook dit jaar liever over. Ik maakte op zondag 25 juli een uitzondering voor de improvisatoren tijdens de derde editie van Sexyland Space Impro in Amsterdam-Noord. Dreigend onweer kon mijn eerste concert in 2021 niet tegenhouden (zie verslag). Rondom de de tentoonstelling Less Is More: minimalisme in beeld en geluid werden in Factor IJ te IJburg tussen 29 juli en 21 augustus gratis toegankelijke ligconcerten georganiseerd door Polderlicht en het label Moving Furniture Records. In plaats van te kijken naar muzikanten, staarde het publiek naar het plafond of naar de binnenkant van de ogen bij elektronische experimenten van onder meer Coen Oscar Polack, Reinier van Houdt en Fani Konstantinidou. Vanwege de akoestiek leek het alsof de vogels en honden die soms uit de muziek ontsnapten daadwerkelijk in de kunstgalerie aanwezig waren.

Less Is More met Coen Oscar Polack (rechts)

Het optreden van HOWRAH in de bovenzaal van Paradiso voelde 30 september aan als een reünie. We moesten wel eerst buiten aansluiten in een hele lange rij, omdat een dansfeest voor een jeugdig publiek tegelijkertijd in de grote zaal plaatsvond. Enkele tieners probeerden later zonder succes sigaretten te bietsen bij de oudjes boven. Vanwege de QR-code durfde iedereen weer dichter bij een ander te staan, zelfs als dat een vreemdeling was. Het enige besmettelijke in de zaal was een gevoel van euforie. De gedeelde opgetogenheid gaf HOWRAH extra vleugels en dat bij een band die onder normale omstandigheden in Paradiso al heel goed zijn recht komt. Het avontuurlijke voorprogramma a fungus verhoogde de feestvreugde.

a fungus in Paradiso

Op de drukbezochte jaarlijkse Onafhankelijke Label Markt, zondag 19 september in de Tolhuistuin in Amsterdam-Noord, heerste bij mensen die ik er sprak voorzichtig optimisme over de mogelijke versoepelingen in de cultuursector. Bij mijn eerstvolgende concert kon ik daar helaas nog niet volledig van profiteren, want het minifestival Just Gimme Indie Rock in OCCII vond plaats op de laatste dag dat concerten verplicht zittend beleefd moesten worden. Dat was een tegenvaller, want de lucht die in OCCII uit de laag geïnstalleerde airco blaast, voelt extra koud aan wanneer je op een stoel moet plaatsnemen. Door de lage luisterpositie was er ook te veel bas in het geluid, wat pas bij de laatste band (de Groningse veteranen Avery Plains) volledig was bijgesteld. Openingsact Flowers klonk door de geluidssituatie zo beroerd, dat ik bijna vroegtijdig huiswaarts was gekeerd. Gitarist Gino Miniutti van de volgende band droeg een T-shirt van This Is Not This Heat, dus ik besloot toch maar even te blijven. De wiskundig doordachte set postpunk van het Utrechtse Combo Qazam, inclusief de wonderlijke meerstemmige vocalen van Stefan Breuer (gitaar, toetsen, effecten), kende geen zwakke nummers en deed me de ongemakkelijk zittende stoel volledig vergeten. Het album Flight Music (2020) werd die avond een verplichte aanschaf.

Coilguns in OCCII

Een dag na Paradiso stond Coilguns in OCCII. De bandleden hadden er heel veel zin in, na 18 maanden duimen draaien in Zwitserland. Ze warmden zich op met een Schnaps en vulden de zaal daarna met experimentele hardcore en noise. De drummer speelde strakker dan de drumcomputer van Godflesh. De muziek werkte als een katapult voor zanger Louis Jucker. Hij verplaatste zich als een levende stuiterbal over het podium, de zaalvloer en tegen het plafond. Meermaals raakte hij uit het zicht in het halfdonker om vervolgens op te duiken voor de neus van een nietsvermoedende concertbezoeker. Een dag later zou hij letterlijk door het publiek op handen worden gedragen, zoals bleek uit de foto bij de recensie in de Volkskrant over het festival Soulcrusher in Nijmegen.

Terwijl de Popronde in Alkmaar op vrijdag 12 november (zie verslag) in volle gang was, werden op de zoveelste persconferentie in Den Haag nieuwe maatregelen bekendgemaakt. Mijn laatste concert van 2021 was noodgedwongen weer een zitconcert. Gelukkig was het optreden van Kaki King op 16 november in de Melkweg zeer geschikt om zittend te bekijken en te beluisteren. Omdat er vanaf 20:00 uur geen alcohol meer geschonken mocht worden, was het concert verzet naar eerder op de avond. Kaki King wist van geen ophouden en speelde tot lang na de barsluiting. Ze zei dat het niet erg was als mensen tijdens het lange concert wegliepen, maar niemand voelde die aandrang, zelfs toen de muzikante iets te lang en met heel veel moeite een verzoeknummer probeerde uit te zoeken dat ze al heel lang niet meer had gespeeld. Kaki King speelde die avond alsof het haar allerlaatste concert was.

Opvallende albums in 2021

Een band die ik heel graag live wil zien, is het Britse gezelschap Caroline. Hun eerste optreden op het vasteland staat gepland op 27 april 2022 in Brussel. Hopelijk reizen de muzikanten daarna ook nog even naar Nederland. Ik kwam Caroline dit jaar voor het eerst tegen in de catalogus van distributeur Konkurrent en kocht na korte beluistering direct hun eerste twee EP’s Dark Blue (2020) en Skydiving Onto The Library Roof (2021). De band bestaat uit acht muzikanten en toch klinkt het totaalgeluid niet volgeladen. De emotioneel geladen lange nummers, met koorzang, invloeden uit folk en sporadische free jazz drums, hebben een leegte en een onafheid die me heel erg aanspreekt. In februari 2022 verschijnt hun titelloze debuutalbum.

Leegte keert terug bij meerdere platen in onderstaande, alfabetisch gerangschikte eindlijst van 2021. Ik heb aardig wat spannende luidruchtige platen voorbij horen komen en soms ook aangeschaft (Big Brave, TV Priest, Hedvig Mollestad Trio, Lice, Meril Wubslin et al.), maar kies thuis vaker voor ingetogen muziek met een scherp randje in verschillende genres: singer-songwriters (Erika Dahi, Satomimagae), vrije improvisatie (Jane In Ether), experimenteel (GC/NC, John Duncan, de Orphax-remixen) en dance (Space Africa). Heruitgaven heb ik buiten beschouwing gelaten, zoals de soundtrack van Only Lovers Left Alive en Mutator van Alan Vega. Er zijn vele platen die ik nog niet heb beluisterd (bijvoorbeeld de nieuwe van GAS en de andere albums van John Duncan), dus beschouw deze lijst vooral als een momentopname.

Morgen volgt het filmoverzicht van 2021.

Spencer (Pablo Larraín, 2021)

di, 12/07/2021 - 21:44

Chileense regisseur Pablo Larraín volgt in zijn tweede Engelstalige film Spencer prinses Diana tijdens de laatste kerstdagen die ze met de Britse koninklijke familie doorbrengt. Je kunt de film beschouwen als een drama, maar in meerdere opzichten is het ook een horrorfilm.

De kerstviering wordt in het huis Windsor voorbereid alsof het een militaire operatie betreft. Alles gaat volgens protocol. Traditiegetrouw worden de gasten bij aankomst gewogen. Er is pas sprake van geslaagde feestdagen wanneer het lichaamsgewicht aan het eind van het kerstweekend is toegenomen. Prinses Diana kan maar niet wennen aan de regels van het spel. Ze reist geheel tegen alle afspraken alleen met de auto en arriveert veel te laat op het landhuis waar de kerstactiviteiten zullen plaatsvinden.

Jonny Greenwood

Het verzet van Diana Spencer tegen de verstikkende Windsor-tradities is ook te horen in de originele filmmuziek van Jonny Greenwood. De prinses wordt geïntroduceerd met een eigen muzikaal thema op piano. De koninklijke familie wordt vertegenwoordigd door een strijkkwartet. Wanneer de prinses eindelijk arriveert, voegt Greenwood als stoorzender de eerste noten toe van een saxofoon. Vrije jazzklanken zullen in de loop van de film vaker tegen de statige strijkers ingaan. Het strijkkwartet komt in beeld tijdens de eerste maaltijd van Diana met de familie. Tijdens deze scène belandt de kijker in het hoofd van Diana. Haar ongemak leidt tot een horrorachtige vervorming van de realiteit. Ze ziet niet alleen wat de anderen niet zien, maar hoort ook andere geluiden. In het arrangement van de strijkers beginnen steeds meer dissonanten te sluipen. Aan het eind van de film blijft jazz over.

Kristen Stewart in Spencer Stanley Kubrick

De trouwe lezer weet wellicht dat ik de verleiding zelden kan weerstaan om The Shining (1980) als voorbeeld te noemen wanneer een film overduidelijk naar die horrorfilm verwijst. De verwijzingen naar het meesterwerk van Stanley Kubrick zijn talrijk in Spencer (*). Het Overlook Hotel is ditmaal een afgelegen landhuis. We zien vroeg in de film vanuit vogelperspectief een auto door het landschap rijden. De camera beweegt zich in beide films door de vertrekken met een steadicam. Dat wordt afgewisseld met een camerabeweging waarbij het hoofdpersonage via een dollyshot van ene naar de andere ruimte wordt gevolgd, alsof de camera net als een spook dwars door muren kan. We zien de gebeurtenissen meer dan eens via een groothoekobjectief. De ondergelegen keukengangen in het landhuis lijken met hun opslagkasten opvallend veel op die in de Overlook. De befaamde langzame zoom van Kubrick wordt in Spencer met een langzaam rijdende camera nagebootst tijdens een dialoog bij een biljarttafel.

In beide films lijkt de tijd bevroren. Past and present are the same thing, zegt Diana in Spencer. There is no future. Spoken uit het verleden duiken op in kamers. In de twee films omarmt het hoofdpersonage een vrouw die vervolgens van identiteit verandert. De nachtelijke confrontatie tussen Major Alistar Gregory (Timothy Spall) en Diana doet denken aan die tussen caretaker Grady (Philip Stone) en Jack Torrance (Jack Nicholson) in The Shining.

Timothy Spall in Spencer Timothy Spall

Timothy Spall speelt een heerlijke sinistere rol. Vroeger werd de acteur meestal gecast als goede lobbes, zoals in films van Mike Leigh. De oudere Spall heeft een dunner gezicht gekregen met scherpere gelaatstrekken. Hij wordt sinds de millenniumwisseling vaker gevraagd voor onaangename personages, om te beginnen Wormtail in de Harry Potter-serie. Zijn Major Alistar Gregory roept bij mij vooral herinneringen op aan zijn rol als Holocaust-ontkenner David Irving in Denial (2016). De Major is een onheilspellende verschijning met een ambigue opdracht. Is hij aanwezig om Diana te beschermen of om haar in toom te houden? Hij lijkt nooit te slapen en alles te horen en te zien. Wat dat betreft lijkt hij op het spook van Anne Boleyn (Amy Manson) dat door het landhuis zwerft.

Emma Darwall-Smith in Spencer Camilla Parker Bowles

Bijna niemand in het acteerensemble lijkt op het bestaande personage dat hij of zij moet voorstellen. De leeftijden kloppen wel zo’n beetje, maar daar houden de vergelijkingen mee op. Kristen Stewart weet een treffende Diana neer te zetten vanwege haar dictie (korte, ademrijke zinnetjes), lichaamshouding (licht hangende schouder) en de manier waarop ze beweegt (schichtig, nerveus). Actrice Stella Gonet en acteur Jack Farthing zijn te herkennen als respectievelijk The Queen en prins Charles vanwege de context en hun positie aan de eettafel. Bij slechts één actrice weet de geïnformeerde kijker direct om wie het gaat. Na een ochtendlijke dienst in de kerk ziet Diana de Jane Seymour in haar leven als ze recht in de ogen kijkt van Camilla Parker Bowles. Een fractie van een seconde dacht ik stellig dat het de echte Camilla Parker Bowles was, maar het is blijkt de mij verder onbekende actrice Emma Darwall-Smith.

(*) Hoofdredacteur Mike Williams maakt dezelfde vergelijking in zijn redactioneel in het decembernummer van Sight & Sound.

The Power Of The Dog (Jane Campion, 2021)

za, 11/20/2021 - 11:10

Jane Campions The Power Of The Dog is meer een psychologische thriller dan een doorsnee western. De regisseuse legt op geraffineerde wijze de Amerikaanse mythes over mannelijkheid bloot.

Het weidse vlakten van Montana (gefilmd in Nieuw-Zeeland) kunnen een mens eenzaam doen voelen. Een van die eenzame zielen is cowboy Phil Burbank (Benedict Cumberbatch). Aan het begin van de vorige eeuw verloor hij zijn mentor en beste vriend Bronco Henry. Sindsdien drijft hij samen met broer George (Jesse Plemons) te paard grote veestapels. Phil doet dat al 25 jaar met tegenzin. Hij reageert zich voor, tijdens en na het werk af op George. ‘Fatso’ George is in de ogen van Phil niet masculien genoeg, zeker niet in vergelijking met Bronco Henry, die hij in zijn verhalen heeft verheven tot een mythische figuur. Als George trouwt met restauranthouder en weduwe Rose (Kirsten Dunst), richt Phil zijn frustratie op Rose en vooral haar zoon Peter (Kodi Smit-McPhee). De zachtaardige Peter maakt liever bloemen van papier dan stoer ogende ritjes op een paard.

Mythische figuren zijn er genoeg in westerns. Het wilde westen is een plaats waar legendes hebben plaatsgemaakt voor de feiten, zoals uitgesproken door een journalist in John Fords western The Man Who Shot Liberty Valance (1962). Phil verbergt zijn ware aard achter een mythe en dat maakt hem een ongelukkig mens. Zijn opvallend virtuoze banjospel doet vermoeden dat er een milde geest schuil gaat achter de ruwe bolster. Als Peter Phils geheim ontdekt, verandert hun relatie en neemt Phil de jongen onder zijn hoede. De jongen en de cowboy hebben meer met elkaar gemeen dan de cowboy lief is.

Kodi Smit-McPhee en Benedict Cumberbatch in The Power Of The Dog

[Spoilers!] The Power Of The Dog is een psychologische western waar geen geweer of pistool in wordt afgevuurd. Fysieke klappen worden nauwelijks uitgedeeld. Peter wil arts worden en gebruikt wat hij tijdens zijn studie heeft geleerd als wapen om sluw wraak te nemen op de vernederingen van Phil. Wraak is overigens niet zijn belangrijkste motief.

Regisseuse Jane Campion laat vaak de beelden het verhaal vertellen, om zo onder het oppervlak te komen van de beweegredenen van de personages. De toeschouwer zal zelf zijn/haar conclusies moeten trekken uit wat getoond wordt en niet uit wat wordt gezegd. Peters motivatie is te herleiden uit een scène met een konijn.

Peter onderneemt met Phil een tocht te paard. Ze komen onderweg een konijn tegen dat zich probeert te verstoppen onder een stapel hout. De schuilplaats doet denken aan de geheime plek van Phil die hij achter een houten constructie verborgen houdt. De twee mannen halen het hout weg en Peter weet het konijn te vangen. Het diertje is verwond aan een van zijn pootjes en bloedt, net zoals Phil. De man heeft zijn hand opengehaald aan een houtsplinter. Peter aait het konijn even liefdevol voordat hij het de nek omdraait.

Peter heeft geen behoefte aan een leven waarin hij zijn ware aard moet verbergen achter machogedrag. Hij kijkt met medelijden toe hoe de cowboy blijft volharden in een levensstijl die nooit gelukkig zal maken. De belangrijkste reden van Peter om Phil van het leven te beroven, komt net als bij het konijn voort uit barmhartigheid. De jongen verlost de man uit zijn lijden. Het is schrijnend om te moeten zien dat Phil pas zichzelf is, vlak voordat de deksel van zijn begrafeniskist wordt gesloten.

The Power Of The Dog (2021) versus The Searchers (1956)

Campion verwijst regelmatig naar het werk van John Ford. Ze doet dat stilistisch door ramen en vooral deuropeningen te gebruiken als frames binnen frames en thematisch wat betreft de cowboymythes in Fords westerns. De film verwijst ook indirect naar de persoon en het karakter van Ford. De Amerikaanse regisseur probeerde een mythe rond zichzelf te creëren, om te beginnen door zich voor te doen als een geboren Ier en te liegen over zijn geboortedatum. Hij was een man met een dubbele persoonlijkheid. Ford liet zich graag omringen door macho’s als John Wayne, wat hem er niet van weerhield tijdens het filmen als een kind op een zakdoek te sabbelen. Goede vriendin Katharine Hepburn noemde hem de meest fascinerende complexe man die ze ooit heeft gekend. Ze zag hoeveel moeite Ford had om zijn mannelijkheid te rijmen met zijn artistieke aard. Een opmerkelijke overeenkomst tussen de regisseur en cowboy Phil is hun grote afkeer voor baden. (*)

The Power of the Dog draait momenteel in de bioscoop en is daarna te zien via Netflix.

(*) Bron: Searching For John Ford van Joseph McBride (first St. Martin’s Griffin Edition: March 2003, pagina’s 230-233).

Popronde Alkmaar (vrijdag 12 november 2021)

di, 11/16/2021 - 09:33

De Alkmaarse editie van het reizende popfestival de Popronde werd noodgedwongen de laatste van 2021. De nieuwe coronamaatregelen, die afgelopen vrijdag tijdens het festival werden aangekondigd, maken het onmogelijk om deze maand de resterende avonden door te laten gaan. Dat is zonde, want het was een van de beste edities.

Wat de Popronde zo speciaal maakt, is tijdens de huidige pandemie enigszins problematisch: de kleine afstand tussen muzikanten en publiek. Slechts een enkele band speelt op een verhoogd podium in een gesubsidieerde zaal. De rest staat veelal op ooghoogte ergens in de hoek van een krap café. In een van de deelnemende Alkmaarse cafés moest je tussen de optredende band lopen om naar het toilet te kunnen. Bij het optreden waar wij vrijdag het festival begonnen, was de afstand tussen de drummer en mij ongeveer anderhalve meter. Ik maakte waarschijnlijk meer kans op gehoorbeschadiging dan op besmetting met het virus.

Cashmyra

Gronings postpunkduo Cashmyra speelt Nederlandstalig repertoire, iets wat ik pas na een paar nummers met zekerheid kon vaststellen. Staand achter drummer Djai-Mac Wolthof, hoorde ik vooral veel snaredrum en bekkens, redelijk wat gitaar en slechts de lagere regionen van Cashmyra Rozendaals stem. Teksten waren vanuit mijn positie niet te ontcijferen. Pas tijdens het uitsterven van feedback hoorde ik iets over nagels in de rug en kon ik me voorstellen waar de rest van de nummers over gaan. Het goed op elkaar ingespeelde duo gebruikte bondige riffs als basis voor gejaagde postpunk. Het beukwerk werd in het midden van de set op verrassende wijze onderbroken. De drummer verliet zijn instrument en kroop met de gitaar van Cashmyra achter de zangeres over de grond en tegen een versterker aan voor een stormachtige portie noise. Een van de gitaarsnaren haalde daardoor niet het einde van de set.

Het enige dat we tussen de optredens door meepikten van de persconferentie in Den Haag, was de veelvoud aan ministers op televisieschermen in elektronicawinkel Hi-Fi Klubben. We liepen voorbij de zaak, gingen bij de Laat de hoek om en haalden een polsbandje op bij de ingang van Urban Nomads Club. Minor Citizen deed binnen een laatste soundcheck voordat de band een optreden op verminderde kracht gaf, aangezien een van de bandleden thuis was gebleven. De gitarist/zanger speelde zittend en de drummer dempte zijn snaredrum met een theedoek. Op volle sterkte zou de band met een beetje gelukkig in de buurt zijn gekomen van de melodieuze postgrunge van Foo Fighters. De duobezetting maakte met de vele akkoorden en het te bescheiden getrommel weinig indruk. De gesprekken van de aanwezigen overstemden de liedjes.

atoomclub

Een paar deuren verderop was in meetingspace Laatmakers bij het optreden van atoomclub in theorie ook alle gelegenheid voor uitgebreide conversaties. Toch wist muzikant Hugo Heinen, in kleermakerszit gezeten op een Perzisch tapijt, met zijn kalm opgebouwde ambient en drones de aanwezigen tot zwijgen te brengen. Er was zelfs geen gefluister te horen. Ook het koffieapparaat hield zich grotendeels stil. Ambient is de kunst van het weglaten. Eén raak getroffen gitaarakkoord is voldoende om met behulp van effecten een volledige nummer mee te construeren. Een tweede akkoord kan te veel zijn. Atoomclub zocht de grenzen van het minimalisme op door in twee nummers maar liefst drie akkoorden te gebruiken. Ze werden herhaald met behulp van een delay-effectpedaal. Heinen voegde extra noten toe, die hij soms licht boog met de tremolo-arm. Hoe langer loops werden afgespeeld, hoe minder het leek alsof de geluiden door een gitaar waren voortgebracht. Het geheel was niet zo innovatief als bijvoorbeeld de Frippertronics van Robert Fripp of zo experimenteel als de spacerock van Flying Saucer Attack, maar aangenaam was het zeker.

Kalaallit Nunaat

Het kalme(rende) optreden van atoomclub was een mooi rustmoment in het zeer gevarieerde programma van de Popronde. Als je geen zin had in te veel decibellen, kon je kiezen uit pop, R&B, singer-songwriters en hiphop. Wij kozen voornamelijk voor gitaarlawaai en merkten aan terugkerende gezichten in het publiek dat we niet de enige waren die daar zin in hadden. De luidste band stond in Café Paradiso aan het Verdronkenoord. Het Rotterdamse trio Kalaallit Nunaat trapte vanaf de eerste maat met gestrekt been af en hield de vaart erin tot aan de afsluitende maat. De muzikanten bewogen als konijnen op batterijen van Duracell en produceerden opgewonden noiserock. Gitarist Redwin Rolleman boog zich meermaals boven effectpedalen en voor zijn versterker om gierende en razende geluiden voort te brengen. Zijn klanken werden gedragen door de herhalende vlotte baslijnen van half ontklede Jasper Werij en het hakwerk van besnorde drummer David Pop. De aanstekelijke geestdrift deed de ramen binnen een mum van tijd beslaan. Het was dringen in de voorste rijen. De anderhalvemetersamenleving leek voor heel even een begrip uit een ver tijdperk.

Naast Café Paradiso bevindt zich het Aloha Café. De verwijzingen naar het Amsterdamse podium Paradiso en het Nederlandse undergroundweekblad Aloha doen vermoeden dat de panden dezelfde eigenaar hebben. We hadden het optreden van CLOUDSURFERS eigenlijk niet gepland in ons eigen programma. De band uit Nijmegen bleek een vermakelijk tussendoortje met hun uptempo mix van surfgitaren en garagerock. Een betere plek om te schuilen voor de regen was er niet. Het toestromende publiek drukte ons tegen de vensterbank aan. De enige manier om een glimp op te vangen van het hardwerkende kwartet, was via het schermpje van een mobiele telefoon die iemand voor ons hoog in lucht hield. Vanuit de rechter ooghoek hielden we ondertussen in de gaten in welke richting een eenzame crowdsurfer zijn weg door de zaal zocht.

De basgitaar van VULVA (foto: Alex Kunst)

Onze laatste festivalhalte was culturele broedplaats HAL 25. Bij de ingang werden we tegengehouden door drie beschonken vrijwilligers. Hun dronken act met een rode touwbarrière was niet bepaald uitnodigend. We probeerden net te doen alsof ze niet bestonden en pikten binnen nog een staartje mee van de soundcheck van het duo VULVA. Kim Hoorweg (basgitaar/vocalen) droeg een t-shirt van Sunn O))), dus we wisten dat we aan het juiste adres waren. Tussen soundcheck en optreden werd een lang nummer van Swans gedraaid om in de stemming te blijven. Hoorweg maakt samen met Nadia van Osnabrugge (drums/vocalen) muziek die her en der omschreven wordt als postpunk/stoner doom. De tot op het bot afgekloven metal is afwisselend kruipend en op hol geslagen. De zwaar vervormde bas gonst laag, alsof een vliegtuig op het punt staat op het publiek neer te storten. Hoorweg en Van Osnabrugge gillen, grommen en zingen beurtelings of tegelijkertijd in nummers met titels als Kill The Baby en Fuck You. Op een enkel ingetogen moment na, is VULVA is niet bepaald geschikt voor tere zielen, maar die waren dan ook niet aanwezig in de zaal.

De vrijwilligers hadden hun plek bij de ingang verlaten en probeerden vlak voor ons met de touwbarrière het publiek naar voren te trekken. Ze veroorzaakten een joligheid die eigenlijk niet strookte met de ernst waarmee de muzikanten vanaf het podium hun kabaal over ons uitstortten. Waarschijnlijk was het juist het ontstane contrast dat het optreden extra de moeite waard maakte.