Over alles behalve design

Abonneren op feed Over alles behalve design
arthouse, classics, cult, Hollywood, music
Bijgewerkt: 50 min 14 sec geleden

Nasmak: Beautiful Obscenery in Q-Factory, Amsterdam (2 november 2018)

za, 11/03/2018 - 21:33

Veertig jaar na de oprichting van Nasmak (1978-1984) stonden enkele leden van deze Brabantse band gisteren na lange tijd weer op het podium. Gitarist/zanger Joop van Brakel en drummer Toon Bressers namen in Q-Factory in Amsterdam-Oost de eerste exemplaren in ontvangst van de compilatie-lp Beautiful Obscenery. Ter gelegenheid van deze uitgave kon een gezamenlijk optreden niet uitblijven.

Postpunkband Nasmak voegde begin jaren tachtig een flinke dosis funk toe aan hun muziek, net als hun Britse genre- en generatiegenoten Gang Of Four en The Pop Group. In tegenstelling tot die twee bands had Nasmak geen politieke agenda. De Brabanders waren meer geïnteresseerd in muzikale experimenten. Ze koppelden het rockinstrumentarium aan geluidsgeneratoren (zogenaamde kraakdozen) en tapes en gaven hun muziek mede structuur met behulp van associatieve en abstracte songteksten. Nasmak groeide uit tot een van de bekendste exponenten van de Ultra-beweging. De Nederlandse muziekpers riep het tweede album 4our Clicks (1982) meermaals in polls uit tot een van de beste platen ooit door een Nederlandse groep gemaakt.

4our Clicks is het beste startpunt om Nasmak te leren kennen. Wie de meest avontuurlijke kant van de band aandurft kan terecht bij Indecent Exposure, een serie van in totaal zes cassettes met schetsen, jamsessies en andere geluidsflarden uit de oefenruimte, aangevuld met live-opnamen. Indecent Exposure geeft toegang tot het laboratorium van Nasmak. Je hoort probeersels uitgroeien tot complete nummers, waarvan sommige nooit op plaat zijn verschenen. De originele cassettes uit 1981 en 1982 zijn verzamelobjecten geworden, dus als je ze compleet wilt beluisteren moet je op internet enig speurwerk verrichten. Een behapbare versie van de in totaal 441 minuten durende verzameling is de nieuwe compilatie Beautiful Obscenery, in 300 genummerde exemplaren op vinyl uitgebracht door Collectable Vinyl uit Alkmaar. Aan de wisselende geluidskwaliteit te oordelen lijkt het erop dat bij gebrek aan mastertapes de cassettes als bronmateriaal zijn gebruikt, maar dat maakt de plaat niet minder de moeite waard als historisch document.

V.l.n.r.: Jan Ensing (Collectable Vinyl), Joop van Brakel en Toon Bressers.

Bij de albumpresentatie in de kleine, donkere kelder van Q-Factory waren afgelopen vrijdag van Nasmak alleen de leden Joop van Brakel en Toon Bressers aanwezig. Zangeres Truus de Groot uit de eerste bezetting, toen de band nog in het Nederlands zong en Nasmaak heette, was vertegenwoordigd in de vorm van een videoclip. Joop van Brakel betrad als eerste muzikant het podium voor de uitvoering van twee drastische herinterpretaties van Nasmak-klassiekers. De dansbare elektronische begeleiding bij het eerste nummer kwam volledig uit de laptop en was alleen als Nasmak herkenbaar vanwege de teksten en de karakteristieke, hoge stem van Van Brakel. Hij speelde vervolgens als singer-songwriter op akoestische gitaar I Hope I Am Gonna Rain Today. Toon Bressers had ondertussen plaatsgenomen achter zijn drumkit.

De drummer onderbrak het getokkel van zijn voormalige bandlid met enkele onverhoedse klappen en luidde daarmee het begin in van een korte gezamenlijke set. Joop van Brakel haalde loops en sequencerloopjes uit zijn laptop en stoeide met gitaarsamples terwijl Toon Bressers in rechte lijnen drumde die hij in onregelmatige patronen door elkaar heen verweef. De twee muzikanten hadden eerder op de dag voor het eerst gerepeteerd en wisten niet precies welke kant hun optreden zou opgaan. Bij hun zoekende performance leken ze ieder soms een eigen, afwijkende route te bewandelen. Het was alsof het publiek aanwezig was in de oefenruimte, wat natuurlijk uitstekend paste bij het concept van de Indecent Exposure-serie.

Peter Sijbenga en Jelle Buma

Peter Sijbenga en Jelle Buma lieten later op de avond tijdens hun optreden niets aan het toeval over. De twee Friese muzikanten kwamen met hun eerbetoon heel dicht bij het originele bandgeluid van Nasmak. Bassist/zanger Sijbenga (It Dockumer Lokaeltsje, Deinum) is niet alleen een groot fan van Nasmak. Hij vormde begin deze eeuw samen met Bressers en Van Brakel de band Dish Hunt en is dus zeer vertrouwd met hun muzikale idioom. Drummer Jelle Buma (Deinum, Mercy Giants, Solbakken) voegt in zijn solowerk net als Bressers via drumpads samples toe en speelt met een vergelijkbare machinale precisie. Het duo deed hoogtepunten van 4our Clicks weer als nieuw klinken. Dat is geen eenvoudige opgave, want de zangpartijen volgen in Nasmak-nummers regelmatig een andere maatsoort dan wat de ritmesectie speelt. Het kostte Sijbenga volgens eigen zeggen enige inspanning om hand- en zangcoördinatie volledig op elkaar af te stemmen, maar dat stond een geslaagde uitvoering geenszins in de weg.

Beautiful Obscenery is mogelijk het begin van een reeks vinyluitgaven met muziek van Indecent Exposure. Het verhaal van Nasmak maakt deel uit van het boek over Nederlandse postpunk dat muziekjournalist Richard James Foster binnenkort zal uitgeven en waarvan hij gisteren alvast een voorproefje gaf. Met een beetje geluk is het optreden van Peter Sijbenga en Jelle Buma te beluisteren in een van de uitzendingen van het radioprogramma X-Rated op de Concertzender.

Thunder Road (Jim Cummings, 2018)

ma, 10/29/2018 - 21:53

Acteur Jim Cummings draaide in oktober 2015 de korte film Thunder Road. In één onafgebroken take van iets meer dan twaalf minuten neemt jonge agent Jimmy afscheid van zijn overleden moeder. De begrafenisceremonie loopt uit de hand omdat de man zijn emoties nauwelijks kan bedwingen en op het punt staat in te storten. Je weet niet of je moet lachen of huilen of beschaamd de blik wil afwenden. De korte film is in aangepaste vorm het startpunt van de speelfilm Thunder Road, winnaar van onder meer de SXSW Grand Jury Award 2018.

Het ging al niet zo goed met agent Jim Arnaud (Jim Cummings) voordat het overlijden van zijn moeder hem van streek bracht. Zijn huwelijk is gestrand en hij leeft gescheiden van zijn vrouw Rosalind (Jocelyn DeBoer) en dochtertje Crystal (Kendal Farr). De relatie met Crystal wil niet erg vlotten tijdens de dagen die hij met haar door mag brengen. De dood van moeder doet Jimmy beseffen hoeveel offers zij heeft gebracht om hem groot te brengen. Moeder had in haar leven geen gelegenheid voor Bruce Springsteen-romantiek zoals bezongen in haar favoriete liedje Thunder Road. Jimmy moet het gevecht met zichzelf aan om haar voorbeeld te kunnen volgen en te bewijzen dat hij een goede vader kan zijn.

De extreme stemmingswisselingen en woedeaanvallen van Jimmy lijken te wijzen op een bipolaire stoornis. Door zijn onvoorspelbare gedrag loopt de agent het risico dochter Crystal te verliezen. Collega Nate (Nican Robinson) probeert hem te kalmeren en zijn baas (Bill Wise) adviseert hem om een weekje rust te nemen. Jimmy wil echter door blijven werken, zelfs op de dag van de begrafenis. De bijbehorende stress zet hem aan tot het nemen van onbesuisde beslissingen waarmee hij ook zijn baan op het spel zet.

Thunder Road (Jim Cummings)

De agent heeft geen ouders meer om op terug te vallen. Hij voelt de hele wereld op zich afkomen en reageert impulsief en zonder na te denken. Daarbij maakt hij veel schade, zowel materieel als immaterieel. Het uitgangspunt van Thunder Road is heel tragisch en toch is de film een van de betere Amerikaanse komedies van dit jaar. Je moet wel opgewassen zijn tegen de uitvergrote acteerstijl van Jim Cummings. De acteur/regisseur balanceert constant op het randje tussen tragedie en scherts. Het hoofdpersonage is grotesk maar blijft desondanks geloofwaardig. De manier waarop Cummings binnen enkele seconden tussen extreme emoties schakelt is technisch heel knap. Als je de gelijknamige korte film vergelijkt met de openingsscène van Thunder Road kun je zien dat de acteur tempo en timing volledig van tevoren heeft uitgedacht en niets aan het toeval heeft overgelaten.

In sommige artikelen over Thunder Road wordt Jimmy gezien als een goed voorbeeld van de boze witte man. Daar zou ik alleen in mee kunnen gaan als het een politieke film was geweest en dat is Thunder Road niet. Het is een psychologische tragikomedie over een man die het gevaar loopt om mentaal over de rand te gaan. Jimmy zou net zo het spoor bijster kunnen gaan raken als de verwarde dakloze man die hij tijdens een patrouille tegenkomt. De film legt zowel een visuele als tekstuele link tussen Jimmy en de zwerver. De dans van de agent tijdens de begrafenis lijkt op de manier waarop de zwerver beweegt. Later in de film, wanneer het dieptepunt in Jimmy’s leven lijkt te zijn bereikt, neemt hij dezelfde woorden in de mond als de zwerver (They don’t know!).

De virtuoze openingsscène belooft een visueel aantrekkelijke film. De weldoordachte vorm leidt niet af van de inhoud. De onberekenbaarheid van Jimmy wordt in beeld gebracht door middel van afwijkende beeldkeuzes. Het is soms alsof de camera bang is dicht bij het hoofdpersonage te komen. In plaats van het afwisselen van pratende hoofden vinden meerdere dialogen in two shots plaats, vanaf veilige afstand gefilmd en als het even kan met de voorruit van een auto tussen personages en de camera. De camera neemt onverwachte posities in tijdens een ernstig gesprek tussen de agent en Crystals leraar (Macon Blair, bekend van de films van Jeremy Saulnier).

De stemmingswisselingen worden verbeeld door in de montage meerdere keren hard te snijden van een rustig shot naar een uit de hand geschoten actiescène. Beeld en montage proberen de kijker net zo uit balans te brengen als Jimmy. Op die manier wordt de betrokkenheid vergroot met een complex personage met wie de kijker zich normaal gesproken niet zo snel zou hebben geïdentificeerd.

Thunder Road maakt momenteel een bescheiden tournee door Nederland en is komende maand te zien tijdens het Leiden International Film Festival.

8/10

John Carpenter live in TivoliVredenburg (10 oktober 2018)

zo, 10/14/2018 - 16:41

John Carpenter is de laatste jaren meer bezig met het maken van muziek dan met het regisseren van films. Hij bracht in 2015 Lost Themes uit, een album met synthesizermuziek voor imaginaire films. De toenemende belangstelling voor de soundtracks uit zijn horrorklassiekers en cultfilms was voor Carpenter een extra reden om zijn muziek live uit te voeren en op tournee te gaan. Woensdag speelde hij voor het eerst met band in Nederland.

Sinds de sciencefictionkomedie Dark Star (1974) is John Carpenter zelf verantwoordelijk voor het merendeel van de muziek bij zijn speelfilms. Zo kan hij tegelijkertijd uiting geven aan zijn muzikale aspiraties en de productiekosten laag houden. De zeventigjarige filmregisseur heeft vanwege zijn lange haren altijd het voorkomen gehad van een rockster. Hij mocht zich tijdens het optreden in Utrecht ook een beetje rockster voelen samen met een eigen band, een lichtshow, filmprojecties en een rookmachine die waarschijnlijk ooit dienst heeft gedaan op de set van The Fog (1980).

Carpenter stond een beetje onwennig centraal op het podium in de vrijwel uitverkocht grote zaal van TivoliVredenburg. Hij speelde de thema’s en een enkele synthesizerbaspartij meestal met één hand, terwijl de andere hand op de zijkant van het toetsenbord leunde of in zijn broekzak rustte. Meerdere malen maakte hij met beide handen het duivelsteken. Na het laatste nummer stak hij zijn rechtervuist in de lucht net zoals bassist Derek Smalls dat doet in This Is Spinal Tap (1984). Omdat zoon Cody links van hem het moeilijkste toetsenwerk voor zijn rekening nam, had de opzichtig kauwgom kauwende Carpenter alle gelegenheid om naar de bovenste balkons te zwaaien en oogcontact te zoeken met mensen op de voorste rijen. De kauwgom verdween tijdens het intro van Starman (1984) terug in de verpakking.

Het concert was strak geregisseerd. Carpenter had het script op een lessenaar voor zich staan en las elke aan- en afkondiging netjes voor. Van enige spontaniteit was geen sprake. Zelfs de slotopmerking dat de regisseur het deze avond heel erg naar zijn zin had stond woord voor woord op papier. De volgorde van de gespeelde composities werd bepaald door montages uit het oeuvre van Carpenter die achter de band op een groot scherm werden geprojecteerd. De belichting werd per film aangepast met vooral veel groen tijdens Big Trouble In Little China (1986). Bij The Fog begon de rookmachine mist te spuiten en tijdens They Live (1988) droegen alle bandleden een zonnebril.

Soundtracks van John Carpenter zijn nooit genomineerd voor The Academy Awards, maar daarmee zijn ze niet minder geslaagd. Een eenvoudig synthesizerthema kan in combinatie met de juiste beelden precies de gewenste dosis kippenvel veroorzaken. Een van die momenten tijdens het concert was bij het eerste beeld van Halloween (1978) waarin de tiener Michael Myers wordt ontmaskerd. De scène werd met gejuich ontvangen. De originele Halloween volgde op een montage van scènes uit de nieuwe Halloween van regisseur David Gordon Green (Nederlandse première: 1 november 2018) waar Carpenter als componist en executive producer bij betrokken is geweest. De oudste film op het programma was Assault On Precinct 13 (1976) en de meest verrassende de televisiefilm Body Bags (1993). John Carpenter stuurde zijn publiek de nacht in met afsluiter Christine (1983) en werd na het slotakkoord beloond met een staande ovatie.

De band voerde ook de muziek uit die Ennio Morricone heeft geschreven voor The Thing (1982). Rockgitarist Daniel Davies (Carpenters petekind en zoon van Dave Davies van The Kinks) bespeelde zijn instrument voor deze gelegenheid met een strijkstok. De toeschouwers werden te veel in beslag genomen door de nog steeds indrukwekkende special effects uit de horrorklassieker om de verrichtingen van gitarist uitgebreid te bewonderen. Zelfs bij minder interessante titels uit Carpenters filmografie zoals Village Of The Damned (1995) en Vampire (1998) werd de aandacht van het publiek in beslag genomen door wat op het scherm werd vertoond. Het optreden in Utrecht bevestigde nog maar eens hoe krachtig de beeldtaal van John Carpenter is. Het concert had niet zonder gekund.

Leaning Into The Wind (Thomas Riedelsheimer, 2017)

do, 10/11/2018 - 12:01

Zestien jaar na de succesvolle documentaire Rivers and Tides bracht de Duitse regisseur Thomas Riedelsheimer vorig jaar zijn tweede film uit over het werkproces van de Britse landschapskunstenaar Andy Goldsworthy. Leaning Into The Wind volgt de kunstenaar tijdens reizen en projecten in de periode 2013-2016 en laat zien hoe gepassioneerd hij de strijd aangaat tegen de elementen en de vergankelijkheid.

Andy Goldsworthy (Cheshire, 1956) is geobsedeerd door de constant veranderende natuur. Het landschap is zijn atelier. Goldsworthy’s kunstwerken zijn overgeleverd aan de elementen en het verstrijken van tijd. Sommige objecten zullen na zijn dood blijven bestaan, zoals de omgevallen immense iep langs een stroompje nabij zijn woonplaats in Schotland. Andere kunstwerken zijn binnen enkele minuten of zelfs binnen enkele seconden verdwenen nadat hij ze heeft gemaakt. Een patroon van gele bladeren wordt al door de wind weggeblazen terwijl Goldsworthy nog druk bezig is met het aanbrengen ervan. Meerdere keren in Leaning Into The Wind gaat hij snel op de grond liggen wanneer het begint te regenen en laat hij een afdruk van zijn lichaam achter dat binnen de kortste keren door regendruppels wordt weggespoeld.

Leaning Into The Wind is geen biografische film. De kunstenaar spreekt slechts sporadisch over zijn persoonlijke leven. Zijn studietijd in Preston komt ter sprake bij een bezoek aan Lancashire waar hij als student inspiratie haalde uit het kustlandschap. De familie komt even in beeld als een herinnering op 8mm-film, opgenomen toen hij nog getrouwd was met zijn eerste vrouw Judith Gregson, die in december 2008 omkwam bij een auto-ongeluk. Dochter Holly is haar vader in zijn voetsporen gevolgd. Ze heeft de Glasgow School of Art afgerond en assisteert Goldsworthy regelmatig. Meer dan in de vorige documentaire Rivers and Tides laat Leaning Into The Wind zien dat het werk van de landschapskunstenaar vaak gemaakt wordt in collectief verband.

Goldsworthy’s interesse in de vergankelijkheid van de dingen om ons heen en de milde droefheid die daarbij hoort heeft wel iets weg van het Japanse mono no aware. Naast het vervaardigen van objecten uit steen, hout of sneeuw bestaat zijn werk ook uit performances waarbij de kunstenaar een fysieke confrontatie met de natuur aangaat. De documentaire is vernoemd naar een performance tijdens een hevige storm aan de rand van een hoge heuvel in zijn woonplaats Dumfriesshire. Goldsworthy probeert tegen de harde wind te leunen en wordt daarbij een paar keer omvergeblazen. Tijdens de performance Hedge crawl, dawn, frost, cold hands kruipt Goldsworthy door dikke takken van een heg langs een weg in Sinderby, North Yorkshire. Onderweg kneust hij een rib en raakt hij onderkoeld. Je moet er wat voor hebben om een weg te kiezen buiten de gebaande paden om.

Bij een film over een tegendraadse kunstenaar hoort muziek van een tegendraadse componist. Thomas Riedelsheimer vroeg opnieuw avant-gardist Fred Frith voor de soundtrack. Net als het werk van Andy Goldsworthy is de muziek van Frith avontuurlijk en dwars en toch heel toegankelijk.

7/10

Transit (Christian Petzold, 2018)

wo, 10/10/2018 - 10:08

Duitse regisseur Christian Petzolds plaatst in Transit een verhaal dat zich afspeelt in de Tweede Wereldoorlog naar het decor van onze huidige tijd. Vermoedelijk had ik de film anders beleefd als ik tijdens het kijken op eigen kracht tot die ontdekking was gekomen en er niet al over had gelezen in aankondigingen en recensiekoppen. Voorkennis heeft de grote verrassing van Transit weggegeven. Blijft er toch voldoende over waardoor de film de moeite van het kijken waard is?

De anachronistische vertelwijze die in Transit wordt toegepast is een manier om te laten zien hoe onveranderlijk de geschiedenis is. Geschiedenis is gedoemd zichzelf te herhalen. De mensheid maakt telkens weer dezelfde fouten. Zelfs van de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog lijken we niets geleerd te hebben. Vluchtende Georg (Franz Rogowski) probeert uit handen van de Duitsers te blijven, maar hij had net zo goed een vluchtende Syriër geweest kunnen, gestrand in een Europa waar mensen en overheden zich vijandig opstellen tegenover vluchtelingen.

De reis van Georg start in Parijs en eindigt via een goederentrein in Marseille. De man hoopt vanuit de Franse havenstad met de boot verder te kunnen reizen naar de Verenigde Staten. Hij heeft in zijn bagage het manuscript van de roman van een overleden schrijver. De vrouw van de schrijver wacht al enige tijd in Marseille op de komst van haar man zodat ze gezamenlijk de grote oversteek kunnen maken. Georg neemt de identiteit van de schrijver over om zo zijn vluchtkansen te verhogen.

Transit (Franz Rogowski)

De vermenging van de Tweede Wereldoorlog en de tegenwoordige tijd werkt het best wanneer personages zich bewegen in ruimtes met veel diepte, zoals straten die uitlopen op drukke winkelgebieden. Terwijl op de voorgrond mensen tijdens oorlogstijd proberen te overleven lopen op de achtergrond in de verte hedendaagse passanten te winkelen alsof er niets ergs in de wereld aan de hand is. Op dat soort momenten wordt de onverschilligheid van een volk ten opzichte van hulpbehoevenden op bijna terloopse wijze pijnlijk duidelijk.

Drie aspecten van Transit stonden mij heel erg tegen. Ik had de meeste moeite met de voice-over, wat sowieso niet mijn favoriete verteltechniek is. Het duurt even voordat de alwetende stem zich nadrukkelijk met de vertelling bemoeit. De stem van de anonieme verteller spreekt pas als Georg tijdens de illegale treinrit het manuscript openslaat. Het is alsof het verdere verhaal uit een boek wordt voorgelezen. Die keuze zal zijn ingegeven door de literaire bron van Transit: de gelijknamige roman van Anna Seghers.

Voice-overs heb je in verschillende vormen. De ergste is die waarin de verteller volledig overbodig handelingen beschrijft die ook te zien zijn. Transit gaat een stap verder. De anonieme voice-over vertelt in deze film zelfs wat personages zeggen tijdens hun dialogen en overstemt meerdere keren de gesprekken. De techniek vergroot de afstand tussen toeschouwer en hoofdpersonages.

Tranist (Paula Beer)

De acteurs gedragen zich als pionnen die al zijn opgeofferd en doelloos langs de kant van het schaakbord staan. Franz Rogowski speelt Georg met overdreven gelatenheid. Hij is vanwege zijn onbewogen spel niet in staat een hele film te dragen, in ieder geval niet onder regie van Christian Petzold. Paula Beer heeft in de rol van Marie, de vrouw van de overleden schrijver, weinig meer te doen dan heen en weer te lopen over de straten van Marseille. Meer dan eens denkt ze in Georg haar schrijvende echtgenoot te herkennen, waarna ze teleurgesteld uit beeld verdwijnt.

Behalve de voice-over en het weinig aansprekende acteerwerk viel ik ook over de toevalligheden in het script. Georg probeert na inkomst in Marseille eerst de vrouw te vinden van de man met wie hij in de goederentrein heeft gezeten. De medepassagier heeft de reis niet overleefd. Voordat Georg de vrouw spreekt, speelt hij op het terrein van haar flat een partijtje voetbal met een jongen die daar rondzwerft. Laat dat nou uitgerekend het zoontje zijn van de vrouw die hij zoekt. Als de jongen later in het verhaal ziek wordt, klopt Georg aan bij een dokter. Heel toevallig blijkt die een hotelkamer te delen met Marie. Misschien gebeurt dat in het boek van Seghers ook, maar in de film komt deze toevalligheid over als gemakzucht van de scriptschrijver.

De gestrande vluchtelingen komen in Marseille niet veel verder dan bureaus van bureaucraten en hetzelfde café-restaurant waar elke dag dezelfde pizza’s worden geserveerd. De mensen verliezen hoop op een volgende, beslissende stap richting een veiliger bestaan. Hun bedreigde leven is tot stilstand gekomen en met hen de film. De vonken tussen Georg en Marie willen niet genoeg overslaan om er desnoods alsnog een tragisch romantisch liefdesrelaas van te maken.

4/4

The Ex Festival in Paradiso (30 september 2018)

wo, 10/03/2018 - 22:21

Het festival van The Ex in Paradiso was afgelopen zondag een dubbel verjaardagsfeestje. De band mocht het 35-jarig bestaan vieren in drie zalen van het 50-jarige podium. The Ex toonde zich in Paradiso met het gevarieerde festivalprogramma wederom als pleitbezorger van grenzeloze diversiteit.

In tegenstelling tot het vorige The Ex Festival in Paradiso in maart 2014 waren de deelnemende acts ditmaal verspreid over het gebouw, inclusief de kelder. Iedereen kon op de avond een eigen programma samenstellen. Sommige bevriende bezoekers liepen we pas na middernacht in de bovenzaal voor het eerst tegen het lijf omdat zij compleet andere keuzes hadden gemaakt.

Massicot

Ons eindstation was het Zwitserse trio Massicot. De drumpartijen van Colline Grosjean en de atonale gitaargeluiden van Simone Aubert (Hyperculte) lieten horen dat de invloeden van The Ex niet aan het meer van Genève zijn voorbijgegaan. De onconventioneel opbouwde liedjes – meer no wave dan krautrock – waren constant scheef maar bleven probleemloos in evenwicht vanwege een vindingrijke steady beat en de minimalistische loopjes op de rode babybasgitaar van de monotoon zingende Mara Krastina. Heel even klonk een effect over de bas dat leek op het basgeluid van de Nijmeegse band Mekanik Kommando. Het zal vast geen toeval zijn geweest dat bovenzaal-DJ en MC Richard Foster voorafgaand aan Massicots optreden de Mekanik Kommando-klassieker Connection-Disconnection draaide.

Een andere act die we in de bovenzaal zagen was het duo Anne-James Chaton en Andy Moor met nummers van het album Heretics. Die plaat is gewijd aan ketters door de eeuwen heen, zoals Caravaggio, Jose Mujica, Marquis de Sade en Johnny Rotten. Moderne ketter William Burroughs richtte postuum vanaf een wit doek zijn geweer op het publiek terwijl zijn karakteristieke nasale stem als elastiek elektronisch werd uitgerekt door de laptop van Anne-James Chaton. De laptop braakte verder voornamelijk industriële loops als ritmische ondergrond voor het geïmproviseerde snaargeraas van Moor. De Franse woordspelingen en taalvondsten van declamerende spraakmachine Chaton werden door noise bedolven. Bij het nummer Heidsieck’s Chords konden we de teksten gelukkig goed volgen vanaf het scherm. Chaton dreunde de namen op uit een lijst met voornamelijk mannelijke auteurs. Het duurde even voordat ik doorhad dat Moor, die voor even met zijn rug naar het publiek stond, de lijst gebruikte als partituur. Woorden werden akkoorden.

Anne-James Chaton & Andy Moor

Elk lid van The Ex trad op met een eigen zijproject. De vier bandleden kwamen later op de avond bijeen voor een optreden in de grote zaal. Festivalgangers kwamen uit de diverse Paradiso-uithoeken toegesneld om het concert van de festivalcurator bij te wonen. Het kwartet stelde zich bescheiden op door niet de rol van afsluiter op zich te nemen en niet veel langer te spelen dan hun collega’s. In tegenstelling tot de presentatie van het album 27 Passports, eerder dit jaar in de feestzaal van een Ethiopisch restaurant in Amsterdam-Noord, was er geen ruimte voor een toegift. Wat het publiek betrof had The Ex tot diep in de nacht mogen doorgaan. Vooral de andere muzikanten in de zaal werden zichtbaar meegesleept door de dansbare set. Ze lieten zich optillen om ruggelings in extase over de handen van het publiek te drijven. We zagen onder meer bassist/gitarist Jasper Stadhouders en Oscar-Jan Hoogland voorbij zweven. Zij presenteerden zelf eerder op de avond Practical Music in de Paradiso-kelder.

Oscar-Jan Hoogland had zoveel instrumentarium meegebracht dat er in de kelder voor publiek bijna geen ruimte meer was. De toetsenist had zichzelf onder de gewelven ingebouwd tussen onder meer zijn onafscheidelijke wonderlijke klavier, twee synthesizers, een cassetterecorder, meerdere megafoons, houten kraakdozen met primitieve hendels en immense hoorns, een stuk of vijftien platenspelers en een flipperkast. Jasper Stadhouders stond op enige afstand aan zijn snaren te trekken. Een jazzdrummer bleef anoniem verborgen achter de ruggen van omstanders. De lange geïmproviseerde set klonk als een verkeersopstopping op een Afrikaanse rotonde. Een onzichtbare zangeres probeerde vanaf cassette boven opgefokte claxons en een langzaam jankende sirene uit te komen.

Oscar-Jan Hoogland

Hoogland liep heen en weer tussen de vele instrumenten. Hij verloor eenmaal zijn evenwicht door toedoen van een verkeerd getimede beweging richting de achter hem geplaatste mengtafel. Zijn val werd opgevangen door zes draaitafels met ieder een exemplaar van het debuutalbum On The Line van Guus Janssen. Toen de omgevallen apparaten min of meer weer werkten zette Hoogland de naald op de zes albums en veranderde het optreden kortstondig in een pianolarecital van Conlon Nancarrow.

Nog meer humor was in de bovenzaal te beleven bij Gummbah en zijn bloemlezing uit de bodemloze serie Net Niet Verschenen Boeken. De cartoonist reeg op kruidenierstoon een reeks melige boektitels aaneen en citeerde bespottelijke gedachtespinsels die voor poëzie moesten doorgaan. Zijn hilarische lezing werd op het scherm achter hem geïllustreerd aan de hand van voorbeelden uit gefingeerde beeldromans en fotoboeken. Gummbah werd geflankeerd door het brein achter Leonard Bedaux Cinema. Diens video’s van eenzame bomen, dode muren, treurige jaren-zestig-nieuwbouw en andere Hollandse lelijkheid werden begeleid door verkeerd vertaalde pop- en volksmuziek. Onbenullig voorwerpen werden voor schut gezet in uit de hand geschoten filmpjes, zoals de baal hooi die werd toegezongen in het filmpje Altai Kai N°9 (zie hieronder). De meligheid van Gummbah was zo aanstekelijk dat we tot aan de laatste grap in de bovenzaal bleven hangen en ons moesten haasten om drie trappen lager het eerste nummer van HOWRAH mee te pikken.

De gevarieerde avond bracht naast melodieuze indienoise, Afrikaanse en Koerdische muziek, vrije improvisaties, dubbele drumsolo’s en grappenmakerij ook een terugkeer naar de wortels van de Nederlandse rock en jazz. Het festival werd namelijk geopend door drumband Hallelujah Makkum uit het ouderlijk dorp van Ex-zanger/gitarist Arnold de Boer.

Drumbands zijn naast kerkorgels en de plaatselijke harmonieorkesten voor veel Nederlanders de eerste kennismaking geweest met live uitgevoerde muziek. Uit drumbands komen rock- en jazzdrummers voort en harmonieorkesten en fanfares waren het startpunt voor menige Nederlandse jazzheld. De Kift, die uit dezelfde Wormer-scene voortkomt als The Ex, legt de link tussen fanfare en punk en deed dat al in voorloper Svätsox. De hoogste tijd om de lokale drumband als inspiratiebron in het zonnetje te zetten op een festival waar je zulke muziek niet snel verwacht.

Zea met drumband Hallelujah Makkum

Drumband Hallelujah Makkum luidde het festival in door de grote zaal binnen te marcheren en mee te spelen met een greep uit het repertoire van Arnold de Boers project Zea. De muzikant werd onder het balkon terzijde gestaan door vier gastblazers, onder wie saxofonist John Dikeman en trombonist Joost Buis. Drumband, rock en jazz zetten gezamenlijk op luide en opzwepende wijze de eclectische toon voor de rest van de geslaagde avond.

Mandy (Panos Cosmatos, 2018)

di, 09/25/2018 - 08:56

Panos Cosmatos’ debuut Beyond The Black Rainbow (2010) was een film zonder sterren die binnen cinefiele kringen langzaam uitgroeide tot een moderne cultklassieker. Voor zijn tweede speelfilm Mandy wist de Italiaans/Canadese regisseur de spraakmakende filmster Nicolas Cage aan zich te binden. Gezamenlijk leverden ze een instant cultfilm af met overdonderende beelden en muziek.

Nicolas Cage is berucht vanwege zijn idiote uitspattingen. Eerder dit jaar sloegen tijdens het Imagine Film Festival bij de acteur de stoppen door in de rol van moorddadige vader in Mom and Dad (2017). Cage mocht zich onder meer tierend uitleven in de sloop van een onschuldige biljarttafel. Zijn onbeteugelde acteerstijl leverde vijf jaar geleden een YouTube-compilatie op onder de titel Nicolas Cage Losing His Shit. Een update van die compilatie kan niet zonder de hyperventilerende Cage in witte onderbroek in zijn nieuwe film Mandy.

Mandy is net zo over-the-top als de hoofdrolspeler. De tweede speelfilm van regisseur Panos Cosmatos is een psychedelische heavy metal hellevaart waarbij David Lynch, Ash uit Evil Dead, Charles Manson en de Cenobites uit Hellraiser elkaars paden kruizen onder het licht van een bloedrode maan. Rood is de allesoverheersende kleur in de wereld van houthakker Red Miller. Onder de klanken van King Crimsons lied Starless (van het album Red uit 1974) hakt Red zijn laatste boom om en keert hij terug naar het afgelegen huis dat hij in 1983 deelt met zijn vriendin Mandy Bloom (Andrea Riseborough). Het paar denkt veilig te kunnen wonen in de schaduw van de Shadow Mountains, maar de gewelddadige confrontatie met reizende hippiecommune Children Of The New Dawn van valse profeet Jeremiah Sand (Linus Roache) maakt een einde aan de idylle.

De twee hoofdpersonages zijn de echte wereld ontvlucht en leven zo ver mogelijk van hun getroebleerde verleden. Rijdend door het bos zet Red de autoradio uit waarop een speech is te horen van president Ronald Reagan. De houthakker houdt zich niet bezig met politiek en ander dagelijks nieuws. Hij kijkt ‘s avonds liever met Mandy naar escapistische Troma-horror als Nightbeast (1982). Zelfs de reclame voor een kinderontbijtproduct is een goedkope horrorfantasie. De vijanden van Mandy en Red vertonen eveneens vluchtgedrag. Jeremiah Sand en zijn volgelingen hebben hun heil gezocht in religie en verdovende middelen. De monsterlijke “Cenobikers” moorden in opdracht in ruil voor de geestverruimende substantie die de sekte uit een onaards insect melkt.

De film bevindt zich ergens tussen droomwereld en drugsroes. Mandy heeft vanwege een jeugdtrauma regelmatig nachtmerries, zoals die waarin ze ’s nachts in het bos een doodgeboren dier aantreft dat lijkt op het huilende wezentje in Eraserhead. Voordat ze ’s avonds thuis verder gaat met haar tekeningen steekt ze ter inspiratie een wietpijp op. Een van haar andere inspiratiebronnen is de fantasyroman Seeker Of The Serpent’s Eye. Ze gaat volledig in het boek op, zowel thuis als tijdens het werk achter de kassa van een tankstation.

De film Mandy komt voort uit de verbeelding en de gemoedstoestand van een titelpersonage voor wie geweld deel uitmaakte van haar opvoeding. Het omringende boslandschap en de wolkendekens schuiven geleidelijk in door Mandy gefantaseerde en gedroomde landschappen en sterrenhemel. De uitgeblazen rook uit haar wietpijp trekt een mist op die het zicht vertroebelt en de perceptie van de werkelijkheid meerdere lagen geeft. Ook identiteiten vloeien in elkaar over, zoals de scène waarin de gezichten van Jeremiah en Mandy in elkaar overgaan. De werkelijkheid maakt volledig plaats voor fantasie tijdens Reds bloedige wraakmissie. De aanwezigheid van een tijger is een extra indicatie dat de man zich bevindt in de getekende wereld van Mandy.

Plot speelt een onderschikte rol in Mandy. Toon en kleur doen er meer toe dan het verhaal. DoP Benjamin Loeb leeft zich uit met felle kleuren op grofkorrelig canvas. De film lijkt bedoeld om te ervaren als een muziekstuk. De filmtitel is niet voor niets vormgegeven als het logo van een metalband. In het in rode letters geschreven openingsgedicht wil iemand sterven met rock-’n-roll op de koptelefoon. Alle filmbeelden lijken door dezelfde effectpedalen te worden vervormd als de intense filmmuziek van Jóhann Jóhannsson (1969-2018). De componist trekt de film een andere dimensie in. Hij begeleidt de mistige beelden met op elkaar gestapelde flarden gitaarakkoorden en gaat moeiteloos van ambient over naar death metal.

Mandy is muziek voor de ogen.

8/10

Rabot (Christina Vandekerckhove, 2017)

ma, 09/17/2018 - 20:55

De wijk Rabot is onderdeel van de stadsgordel rondom Gent. Begin jaren zeventig werden op het terrein van het voormalige Rabotstation en de Gasfabriek drie woontorens gebouwd. Veertig jaar later gingen de verpauperde panden tegen de vlakte om plaats te maken voor laagbouw. Vlak voor de sloop bezocht documentairemaakster Christina Vandekerckhove deze plek voor een laatste portret van de bewoners.

Behalve het uitzicht over de oude stad is er weinig positiefs te zeggen over de woontorens in Rabot. Uitzichtloosheid heeft de overhand. Voordat de titel van de documentaire in beeld verschijnt, is de eerste dode al gevallen. Een van de bewoners vertelt hoe hij getuige was van een zelfmoord. De camera reconstrueert de fatale val door een duik te nemen vanaf het dak richting de peilloze diepte van de dood. Vroeger droomden Gentenaars ervan om in de gebouwen te mogen wonen, maar Rabot werd uiteindelijk een eindstation voor mensen zonder toekomstvooruitzichten. De vaste bewoners werden steeds meer omringd door psychiatrische patiënten, alcoholisten, drugsgebruikers en kansloze armoedelijders. Uit angst voor buitenlandse vreemdelingen bleven de deuren van de woningen dicht voor anderen.

De documentaire wisselt korte portretten van bewoners af met beelden van lege appartementen en het begin van de sloop. De montage geeft het gevoel dat de woontorens ontmanteld worden terwijl er nog mensen in wonen. Een alleenstaande man doet postuum zijn verhaal. Hij rolt zijn laatste sigaretten, maar is eigenlijk al overleden. Verhuizers halen weg wat is overgebleven van zijn leven. Het is niets waard, zeggen ze tegen elkaar. Van zijn herinneringen en die van de medebewoners zou niets meer zijn overgebleven als Christina Vandekerckhove ze niet in haar film had vastgelegd in voornamelijk statische shots. De filmmaakster blijft zelf buiten beeld en onthoudt zich van commentaar op de soundtrack.

Vandekerckhove laat de bewoners zelf hun sombere verhaal doen. Teleurstelling, spijt, wanhoop en eenzaamheid overheersen. Bij enkele oudere echtparen is nog wel liefde voelbaar, maar verder biedt de film geen hoop. Rabot laat zien waar levens eindigen en gunt ons geen geruststellende blik in de sociale nieuwbouw die voor de woontorens in de plaats is gekomen. De troostloosheid wordt versterkt door de manier waarop de camera naar de woningen kijkt.

Een van de terugkerende beeldmotieven in de film is die van het columbarium oftewel de urnenmuur. De camera zweeft meerdere keren buiten langs de woonruimtes. Vooral wanneer de appartementen volledig gestript zijn en ook de ramen zijn verdwenen, lijkt de woontoren op een plek waar je de laatste resten van overledenen in kunt plaatsen. Columbarium is Latijn voor duiventil en het is geen toeval dat er regelmatig duiven door de lege ruimtes fladderen en wandelen.

Rabot laat nauwelijks relativerende humor toe en is ondanks een vrolijk dansje op het eind van de film zwaarder op de hand dan de vergelijkbare korte film Lift uit 2001 van de Britse filmmaker Marc Isaacs. De documentaire verluchtigt de ellende hooguit met leedvermaak en pijnlijke humor, zoals in de scène waarin een stomdronken man buiten tegen de grond smakt in zijn poging de trap naar de ingang te betreden. Omstanders kijken zwijgzaam toe zonder in te grijpen. Niemand bemoeit zich meer met de ander, want je krijgt er toch niets voor terug.

8/10

Electronica in Amsterdam-Noord: Asmus Tietchens en Ryoji Ikeda

zo, 09/16/2018 - 11:29

Afgelopen week waren er minstens twee goede redenen om het IJ over te steken: zondag voor een nieuwe editie van Ruisburo in De Ruimte met een optreden van Asmus Tietchens en vrijdag voor de opening van Ryoji Ikeda’s tentoonstelling in EYE. Voor de betere experimentele elektronische muziek moet je tegenwoordig in Amsterdam-Noord zijn.

Sinds enkele jaren organiseert Sietse van Erve (Orphax, Moving Furniture) onder de noemer Ruisburo elektronische concerten in De Ruimte in Amsterdam-Noord. Daar ontving hij zondag 9 september oudgediende Asmus Tietchens (Hamburg, 1947). Het was alweer enige tijd geleden dat de Duitse muzikant in Amsterdam te zien was. Zijn terugkeer trok aardig wat belangstelling. Het optreden werd daarom gegeven in het ruime centrale gedeelte van De Ruimte in plaats van de veel kleinere L-vormige kamer elders in het pand.

Asmus Tietchens

Tietchens maakte in de jaren tachtig spookachtige, naar synthpop neigende synthesizermuziek. Tegenwoordig houdt hij zich bezig met minder dartel klinkende abstracte soundscapes. Zenuwachtig en geconcentreerd draaide de muzikant zondag aan knoppen en bewoog hij de schuiven van het mengpaneel. Samples van meerdere, door elkaar spelende strijkorkesten dienden als wollige basis voor beweeglijke stoorzendergeluidjes die klonken als een in zichzelf mompelende R2-D2. De muzikale ideeën werden verder nauwelijks uitgewerkt met als gevolg dat een spannende opbouw ontbrak.

Sietse van Erve introduceert Fani Konstantinidou

Voorprogramma Fani Konstantinidou was een stuk interessanter. De in Nederland woonachtige Griekse muzikante begon haar lange compositie met geluidsopnamen van wat klonk als het gebral van dronken Griekse hooligans. Dat werd gaandeweg overstemd door elektronische geluiden en drones die op kalme wijze in meerdere lagen werden opgestapeld. Konstantinidou zocht af en toe met feedback de grenzen op van ons uithoudingsvermogen. De kortstondige schelle uitschieters waren onaangenaam maar hielden het publiek wel bij de les.

Optredens van elektronische muzikanten zijn op visueel vlak over het algemeen vrij saai. De bewegingen van hun vingers over touchpads zijn miniem en blijven verborgen achter een laptopscherm. Je hebt geen idee wat de geluidsbronnen zijn en op welke wijze deze gemanipuleerd worden. De eerste keer dat ik elektronische muziek tijdens een concert gevisualiseerd zag worden was in november 2001 bij Morton Subotnick in De Balie. En dan bedoel ik niet filmpjes van opstijgende ruimteraketten en ander vergelijkbaar clichématig decoratief archiefmateriaal, maar unieke computerbeelden waarop bewegingen in de muziek werden vertaald naar digitale landschappen.

Point of no return van Ryoji Ikeda

Een hedendaags voorbeeld van de perfecte koppeling tussen elektronische muziek en videokunst is het werk van Ryoji Ikeda. Vrijdagavond werd onder grote belangstelling zijn expositie in EYE geopend. De bescheiden Japanse muzikant en beeldend kunstenaar probeerde incognito te blijven door zich te verstoppen onder een zwarte muts en zijn ogen te verbergen achter een donkere zonnebril. Hij beperkte zich tot een kort dankwoord waarna de massa zich voor de ingang bij de expositieruimte verdrong. Ikeda  overweldigde de bezoekers met een esthetisch databombardement, geprojecteerd op immense schermen in een verder donkere omgeving.

Tijdens eerdere Amsterdamse performances die ik van Ikeda zag, in juli 2006 in Paradiso en in september 2013 in Muziekgebouw aan ’t IJ, gingen de videobeelden gepaard met oorverdovende ritmische computergeluiden, vergelijkbaar met een gecontroleerde aaneenschakeling van kortsluitingen. De versterkers stonden in het Muziekgebouw zo hard afgesteld dat de organisatie uit voorzorg herriestoppers had uitgedeeld. Het enige lawaai tijdens de opening in EYE werd veroorzaakt door het Amsterdamse Glice. Het duo warmde het publiek op met een korte set ouderwetse industriële noise zoals je dat normaal gesproken hoort in kleine kraakpanden met hooguit honderd man/vrouw publiek in plaats van de naar schatting tweeduizend aanwezigen in het statige EYE.

De muziek bij de tentoonstelling van Ikeda is ditmaal ingetogen, met subtiele klikken en piepjes en zacht zoemende monotone akkoorden. Het is onduidelijk of de geluiden worden opgeroepen door de bewegingen op het scherm en op de vloer of dat het omgekeerde het geval is. Op het eerste enorme wandscherm zorgen verspringende getallenreeksen en statistieken voor een dansend zwart-wit mozaïek. Het menselijk brein kan de overdosis aan informatie met geen mogelijkheid verwerken. Ook bij het laatste grote scherm heb je het gevoel het universum te aanschouwen via het perspectief van een kil registrerend en verwerkend apparaat. Een wandvullend raam biedt uitzicht op een sterrenhemel, gezien vanuit de ogen van een autonoom opererende machine die op kille wijze het heelal in kaart brengt. De bijbehorende muziek verklankt een procedure en geen bijbehorende emotie. De mensheid lijkt in dit universum niet meer te bestaan en is vermoedelijk opgezogen door het grote zwarte gat in een van de aparte zaaltjes op de tentoonstelling.

De tentoonstelling van Ryoji Ikeda is nog te zien tot en met 2 december 2018.

3 Faces (Jafar Panahi, 2018)

di, 09/04/2018 - 21:32

De Iraanse regisseur Jafar Panahi heeft weer een nieuwe speelfilm kunnen afleveren, ondanks zijn politiek gemotiveerde arrestatie in 2010, zijn huisarrest eind 2011 en het verbod van de overheid om films te maken. Na de illegaal gedraaide producties This Is Not a Film (2011), Closed Curtain (2013) en Teheran Taxi (2015) ging in mei dit jaar 3 Faces in première op het filmfestival in Cannes. Panahi mag zijn land niet uit en kon daarom zelf niet aanwezig zijn om de prijs voor Beste Scenario in ontvangst te nemen.

De eerste drie films die Panahi tijdens zijn huisarrest heeft gemaakt, zijn allemaal claustrofobisch. This Is Not A Film en Closed Curtain spelen zich binnenshuis af in ruimtes zonder uitzicht op de buitenwereld. In Teheran Taxi verlaat de camera geen moment de rijdende taxi. De regisseur speelt sinds 2011 in al zijn films een van de hoofdrollen. Hij zit in 3 Faces opnieuw achter het stuur van een auto, maar de camera kan ditmaal eindelijk met hem mee naar buiten.

Panahi is onderweg naar een dorpje in het landelijke noordwesten van Iran, nabij Turkije en Azerbeidzjan. Naast hem zit actrice Behnaz Jafari. De twee gaan op zoek naar tiener Marziyeh (Marziyeh Rezaei) van wie ze een verontrustende video toegestuurd hebben gekregen. Marziyeh smeekt de in Iran beroemde actrice om te bemiddelen in het conflict met haar ouders. Zij verbieden haar om naar de toneelschool in Teheran te gaan en Marziyeh ziet geen andere uitweg dan zichzelf van het leven te beroven. Jafari en Panahi hebben geen idee of ze het meisje levend zullen aantreffen.

Marziyeh Rezaei in 3 Faces

Marziyeh is in haar videoboodschap het eerst gezicht dat we zien van de drie gezichten uit de titel. Het tweede gezicht is dat van Behnaz Jafari in een lange scène tijdens de nachtelijke rit. Op haar gezicht wisselen in close-up ongerustheid en frustratie elkaar af. De actrice is bezorgd over het lot van het meisje, maar weet niet zeker of de video in scène is gezet. Misschien is de hele affaire een smakeloze hoax en heeft de actrice de set van de televisieserie waar ze in speelt voor niets halsoverkop verlaten. De camera draait langzaam 360 graden tijdens een lange, technisch knap opgenomen scène zodat we uiteindelijk ook Jafar Panahi in beeld krijgen. Je zou denken dat hij het derde gezicht is van 3 Faces. Pas later in de film blijkt dat niet het geval te zijn.

De drie gezichten in 3 Faces behoren toe aan drie generaties actrices. Het derde gezicht is van een vrouw die op een afgelegen plek nabij het dorp woont. Haar gelaatstrekken blijven buiten beeld, maar dat maakt haar betekenis voor het verhaal er niet minder om. De oudste actrice van de drie was tot aan de Iraanse Revolutie in 1978 een grote naam. Strenge religieuze wetten maakten haar het werken onmogelijk en sindsdien leeft ze als een paria. Ze is voor Marziyeh een inspiratiebron en tegelijkertijd een waarschuwing hoe het met het meisje kan aflopen als ze vast blijft houden aan haar acteerambities. Jafar Panahi, die het afgelegen huisje gadeslaat vanuit zijn auto, zal verwantschap voelen met de oudere actrice. De ene gevangene observeert vanuit de verte de andere gevangene.

Jafar Panahi in 3 Faces

3 Faces gaat over het gebrek aan rechten voor vrouwen in een onderdrukkende maatschappij, net zoals Panahi’s eerder films The Circle (2000) en Offside (2006). Vrouwen hebben nauwelijks zeggenschap over hun eigen leven. Mannelijke dorpsoudsten bepalen de gedragsregels. Het feit dat Marziyeh een bestaan als actrice nastreeft wordt in het dorp als een schande beschouwd. De conservatieve oudere mannen laten bij het theehuis in duidelijke bewoordingen weten wat ze van de situatie vinden. Marziyehs jongere broer is zo overstuur dat hij tekeer gaat als een doorgedraaide stier wanneer Behnaz Jafari en Jafar Panahi voor de deur van zijn ouderlijk huis staan. De familie-eer moet gered worden, desnoods met geweld.

Stadsmens Panahi is er niet op uit om het plattelandsleven belachelijk te maken. Hij toont ons hoe gastvrij de meeste dorpelingen zijn en de camera neemt de tijd om hun leefomgeving vast te leggen met respectvol gefilmde doorkijkjes en stillevens. De film legt op subtiele wijze de hypocrisie bloot. In het theehuis blijkt dat de oudere mannen elke avond gezamenlijk naar een nieuwe aflevering van de serie kijken waarin Behnaz Jafari een hoofdrol speelt. Als ze haar werk zo respecteren, waarom mag hun jonge dorpsgenoot dan geen acteeraspiraties hebben?

3 Faces geeft ook op symbolische wijze kritiek op de verouderde denkbeelden over vrouwenrechten. De film vergelijkt de Iraanse patriarchale samenleving met een uitgetelde stier. Het dier heeft na een val zijn beste tijd gehad en is alleen nog maar in staat om de weg (naar vooruitgang) te blokkeren. Aan het eind van de film lijkt de weg weer vrij, al is dat voorlopig meer een wensgedachte dan de realiteit. Jafar Panahi laat merken dat hij ondanks alles de hoop op verbetering niet heeft laten varen.

8/10

Tampopo (Jûzô Itami, 1985)

zo, 08/26/2018 - 10:58

De heerlijke eetfilm Tampopo draait op dit moment in een gerestaureerde versie in diverse Nederlandse bioscopen. De Japanse klassieker uit 1985 gaat over de geneugten van koken en eten en indirect over het plezier dat verbonden is aan het maakproces van een film. Tampopo is een film met vele smaken.

Voedsel speelt de hoofdrol in Tampopo. De filmkomedie laat aan de lopende band een grote variëteit aan gerechten voorbijkomen. De bereiding van ramen staat bovenaan het menu. Rode draad in het verhaal is het ramen-eethuis van Tampopo (Nobuko Miyamoto). De eigenaresse wordt door vrachtwagenchauffeur Gorô (Tsutomu Yamazaki) geholpen bij een poging om haar recept te perfectioneren. De film Tampopo wordt met grote regelmaat onderbroken door culinaire zijpaden die verder niet of nauwelijks betrekking of invloed hebben op de centrale verhaallijn.

Tampopo begint niet bij het titelpersonage, maar in een bioscoop bij een in stijlvol wit gekleed lid van de Japanse maffia (Kôji Yakusho, deze zomer ook te zien in The Third Murder). De man krijgt vlak voor aanvang van de film samen met zijn vriendin op de voorste rij een uitgebreide maaltijd geserveerd. Hij ontdekt de camera en vertelt ons dat hij eten tijdens een film geen probleem vindt zolang het maar niet uit een krakende zak komt. Het licht dooft en een zwart-witfilm over chauffeur Gorô begint. Gorô’s bijrijder leest tijdens een avondrit voor uit een boek waarin wordt beschreven wat de meest respectvolle manier is om ramen te eten. We krijgen de voorgelezen passage als kleurenfilm te zien. Pas als de vrachtwagen stopt bij het eethuis maken we kennis met Tampopo. Regisseur Jûzô Itami maakt in de eerste vijf minuten duidelijk dat zijn film een ongebruikelijke structuur heeft met verhalen binnen verhalen. Meer verrassingen zijn niet uitgesloten.

Tampopo is een bouillon van uiteenlopende filmgenres (yakuza-films, westerns, erotische films, musicals, knokfilms, komedies en zelfs sportfilms) met personages van alle leeftijden en uit alle lagen van de bevolking; van baby tot bejaarde en van zwerver tot rijke zakenman. Bijrollen en de bijbehorende afwijkende verhaallijnen worden telkens op een andere wijze geïntroduceerd. Een voorbeeld van een eenvoudige overgang is het moment waarop de camera zich verplaatst naar het interieur van een trein die in de voorgaande scène op de achtergrond in beeld reed. Tampopo heeft ook enkele grappige vergezochte scène-overgangen, zoals die waarin Gorô als een trainer op de fiets achter een joggende Tampopo aanrijdt. Conditietraining in de open lucht ter voorbereiding van een geslaagde maaltijd is natuurlijk een beetje vreemd. Gorô stopt en vraagt zich hardop af waar hij mee bezig is. Het antwoord is simpel: de enige reden voor de trainingsscène is om een groep mannen in pak te introduceren. Ze lopen op de achtergrond van een trap en nemen de kijker mee naar de volgende scène.

Tampopo (Tsutomu Yamazaki & Nobuko Miyamoto)

Er is bij Tampopo een aanwijsbaar verband tussen film en eten. Je bent er vanwege de vertelconstructie altijd van bewust dat je naar een film zit te kijken, net zoals Japanners zich vanwege hun eetrituelen bewust zijn van het eetproces.

De film laat ons lachen om de Japanse zelfspot (met onder meer een cursus tegen slurpen) en er is veel op te steken van de creatieve manier waarop eten een rol kan spelen tijdens seks (eierdooiers!). Enkele afleidende verhaallijnen lopen dood voordat ze goed en wel zijn begonnen, zoals de korte episode over de salaryman die na een tandartsbezoek een jochie plaagt met een ijsje dat het kind niet mag eten. De film is ongeschikt voor strenge vegetariërs, al zullen ook meerdere fanatieke vleeseters moeite hebben met het bloedig kelen van een onschuldig schildpadje. Eten kan ook wreed zijn.

8/10

Den Skyldige / The Guilty (Gustav Möller, 2018)

wo, 08/15/2018 - 11:56

The Guilty (foto: Nikolaj Mller)

The Guilty is een geslaagd voorbeeld van een film waarbij een beperking geen obstakel vormt maar een juist leidt tot een creatieve uitdaging. De Deense thriller speelt zich volledig af in de werkruimte van een 112-centrale en richt de camera op één personage: agent Asger Holm. Hij krijgt een ontvoerde vrouw aan de lijn en wil zich meer met de zaak bemoeien dan zijn functie hem toelaat. Voor een spannende film is soms niet meer nodig dan een strak script, een gedurfd sounddesign en een uitstekende acteur.

The Guilty is zo minimalistisch van opzet dat het verhaal ook goed verteld had kunnen worden in de vorm van een hoorspel. De film bestaat immers voornamelijk uit telefoongesprekken. De gesloten ruimte waar de film zich in afspeelt lijkt visueel weinig meerwaarde te bieden. Agent Asger Holm (Jakob Cedergren) is net als zijn omringende collega’s gebonden aan een bureau met een telefoon, een keyboard en twee beeldschermen. Er zijn geen ramen met uitzicht op het leven buiten. Een kleine 85 minuten is te zien hoe Holm mensen te woord staat die het alarmnummer gebeld hebben.

Gevangenis
De gesloten ruimte dient de vertelling op meerdere manieren. Het is allereerst een plek waar agent Holm eigenlijk niet thuishoort. Hij patrouilleert normaal gesproken op straat met zijn vaste collega Rashid (Omar Shargawi). Holm is een man van actie. Stilzitten is voor hem geen optie. De pleister om een van zijn vingers suggereert dat het voor hem een normale zaak is om klappen op te vangen en uit te delen. Vanwege een werkincident is Holm voor straf overgeplaatst naar de 112-centrale, in afwachting van de rechtszaak die spoedig zal plaatsvinden. De tijdelijke werkplek voelt voor Holm als een voorproefje op de gevangenis waar hij waarschijnlijk naartoe gaat als hij wordt veroordeeld voor zijn misstap.

The Guilty (Jakob Cedergren)

Protocol
Holm heeft geen bewegingsvrijheid in zijn werkruimte. Zijn goedbedoelde voornemen om de ontvoeringszaak zelf tot een bevredigende oplossing te brengen wordt ook beperkt door protocol. Het frustreert de agent dat hij zich moet beperken tot het opnemen van de telefoon en het doorgeven van gegevens aan politiebureaus en agenten in patrouillewagens. Hij is niet verantwoordelijk voor de verdere afwikkeling, maar kan zich niet inhouden na het telefoontje van de ontvoerde vrouw. Het liefst zou hij zelf meteen in de dienstwagen springen. Zijn positie dwingt hem tot het bedenken van alternatieven. Regisseur Gustav Möller moet op zijn beurt alternatieven bedenken om het verhaal interessant te houden met de beperkte middelen die hij tot zijn beschikking heeft.

Beoordelingsvermogen
De kijker deelt de frustratie van de agent omdat er niet meer informatie beschikbaar is dan wat telefonisch binnenkomt. Er is een extra frustratie, want Holm is misschien niet de meest geschikte man om zich met de ontvoering te bemoeien. Vanwege zijn impulsieve gedrag en opvliegende karakter kunnen we niet volledig vertrouwen op zijn beoordelingsvermogen. Werknemers in de 112-centrale moeten het hoofd koel houden voor het kunnen maken van juiste inschattingen en verstandige beslissingen. Holm is vanwege zijn gedrag een potentieel gevaar voor de goede afloop. De man verdient het voordeel van de twijfel omdat hij zo betrokken en toegewijd te werk gaat.

Sounddesign
Het gebrek aan visuele prikkels in de gesloten werkruimte stimuleert andere zintuigen. De geconcentreerde Holm hoort via de koptelefoon meer dan in werkelijkheid mogelijk is. Als je goed luistert, hoor je een verschil in geluidskwaliteit tussen de stemmen aan de andere kant van de lijn en de geluiden van de ruimtes waarin zij zich bevinden. De telefoonstemmen klinken zoals gebruikelijk mono, blikkerig en zonder bastonen. De omgevingsgeluiden zijn daarentegen in helder stereo waardoor het lijkt alsof de buitenwereld de werkruimte is binnengedrongen. Het sounddesign verplaatst je op die manier in het hoofd van Holm en in de wereld zoals hij die ervaart. De verbeeldingskracht doet de rest.

9/10

Mektoub, My Love: Canto Uno (Abdellatif Kechiche, 2017)

wo, 08/08/2018 - 10:08

De trailer van Mektoub, My Love: Canto Uno ziet eruit alsof hij gemonteerd is door een reclamebureau in opdracht van een reisorganisatie. Het voorproefje belooft zee, zomerzon, strandjolijt, avondvertier en mooie, sportief ogende jonge mensen in badkleding. En dat allemaal begeleid door een vette discobeat van Sylvester. Heeft de film Mektoub meer te bieden dan deze oppervlakkigheid?

Hoofdpersonage Amin (Shaïn Boumedine) is in Mektoub, My Love: Canto Uno meer een observator dan een deelnemer. We kunnen zijn observerende rol vroeg vaststellen wanneer Amin na langdurige afwezigheid terugkeert in de Franse kustplaats Sète waar hij is opgegroeid. De jonge man arriveert aan het begin van de film bij het huis van jeugdvriendin Ophélie (Ophélie Bau) en wordt aangetrokken door gehijg en gekreun achter het slaapkamerraam. Teleurgesteld bespiedt Amin hoe Ophélie gepassioneerd met zijn oude vriend Toni (Salim Kechiouche) tussen de lakens actief is. De camera neemt opvallend veel tijd om voornamelijk het ontblote lichaam van actrice Ophélie Bau van nabij te filmen.

Mektoub, My Love: Canto Uno (Salim Kechiouche & Ophélie Bau)

Ook in de volgende scène, aan het strand samen met Toni, kijkt Amin voornamelijk toe en laat hij het initiatief aan anderen over. Toni spreekt de toeristen Charlotte (Alexia Chardard) en Céline (Lou Luttiau) uit Nice aan en Amin mag getuige zijn hoe zijn vriend dankzij een vlotte babbel binnen tien minuten met Charlotte in de branding staat te zoenen. Amin maakt geen avances, met als gevolg dat Céline ’s avonds zich zonder aarzeling laat inpalmen door een van zijn vele neven. Het kan Amin weinig schelen, want hij is alleen maar in Ophélie geïnteresseerd. Iedereen weet dat zij eigenlijk trouwplannen heeft met een vaak afwezige zeeman en al jaren met Toni vreemdgaat. Voor Amin is in haar drukke liefdesleven geen plaats.

De camera wordt geleid door de voyeuristische blik van Amin. Een kleine drie uur lang kijken we met hem naar de vakantievreugde aan het strand, in de horecagelegenheden van zijn Tunesische familie en in de plaatselijke nachtclub. Van dichtbij maken we mee hoe jongvolwassen jongens en meisjes elkaar in het openbaar aantrekken en afstoten. In real time wordt de basis gelegd voor one night stands en kortstondige zomerliefdes. De onbekende acteurs spelen zo levensecht dat het lijkt alsof we naar een documentaire kijken. Het zou me niet verbazen als regisseur Abdellatif Kechiche echte alcoholistische drankjes op de filmlocaties heeft uitgedeeld en weinig meer hoefde te doen om de collectieve dronkenschap zo natuurgetrouw mogelijk vast te leggen.

Amin is het jongere alter ego van Abdellatif Kechiche. Ik vraag me af of Kechiche zichzelf met opzet als het saaiste personage in de film heeft afgebeeld. Amin is een brave Adonis die niets verkeerd kan doen, behalve vallen voor het verkeerde meisje. De regisseur introduceert zijn jonge versie bijna als een godheid. Amin komt de film binnenrijden omgeven door intens zonlicht. Hij voelt zich verheven boven het provinciale gepeupel sinds hij het grotestadsleven heeft geproefd tijdens zijn studie in Parijs. Elke mogelijke misstap van Amin is uit de film geknipt. Volgens de geruchten van de andere personages is hij na een nachtje stappen met een Russisch model richting haar hotel vertrokken, maar deze hele episode blijft buiten beeld. Van het model vangen we de volgende feestnacht slechts glimpen op tijdens de langdurige scène in een discotheek waar de camera ongeremd verlustigd is gefocust op vrouwenlichamen.

Mektoub, My Love: Canto Uno (Shaïn Boumedine)

De brave Amin bewaart afstand tussen hem en de wereld door een camera tevoorschijn te halen. Hij fotografeert onder meer uitgebreid een barend schaap in de stal van de boerderij waar Ophélie haar hele leven heeft gewoond. Op dat moment is Mektoub, My Love: Canto Uno een pure natuurfilm, maar misschien geldt die omschrijving wel voor de gehele film. Het is ook mogelijk dat Kechiche met de schapen refereert aan de beruchte uitspraak van Alfred Hitchcock over acteurs: actors are cattle.

6/10

BJ Nilsen en Zeno van den Broek live in de Oude Kerk (3 augustus 2018)

vr, 08/03/2018 - 21:45

Het interieur van de Oude Kerk in Amsterdam is tijdelijk doordrenkt met een rode gloed. De bordeelrode basiskleur van de omliggende rosse buurt lijkt het monumentale gebouw te zijn binnengedrongen. Italiaanse kunstenaar Giorgio Andreotta Calò heeft voor zijn werk Anastasis (Wederopstanding) alle kerkramen met rode folie afgeplakt en geen enkel wit streepje licht toegelaten. Het kunstwerk werd vroeg op vrijdagochtend 3 augustus muzikaal ondersteund tijdens een eenmalig concert van componisten en geluidskunstenaars BJ Nilsen en Zeno van den Broek.

Het concert van BJ Nilsen en Zeno van den Broek stond gepland om acht uur in de ochtend, maar vanwege de onverwacht grote opkomst moest daar minstens een half uur bij opgeteld worden. De rij belangstellenden voor de ingang van de Oude Kerk stond tot aan de gracht van de Oudezijds Voorburgwal. Verder was het rustig in dit gedeelte van het oude centrum van Amsterdam. Een indringende vuilnislucht herinnerde ons eraan dat het gebied normaal gesproken in beslag wordt genomen door dronken toeristen.

Eenmaal binnen werden we direct overrompeld door het alomtegenwoordige, broeierige rood dat als een photoshop-filter over alles heen ligt en een entiteit van zichzelf lijkt, aanwezig en ook weer niet, zoals Polderlicht het kunstwerk van Giorgio Andreotta Calò een paar maanden geleden omschreef. De meeste bezoekers zochten een zetel op in het midden van de kerk. Ze wisten niet dat de twee muzikanten aan de zuidzijde van het gebouw in de Sint-Sebastiaanskapel zaten te wachten. Presentator en organist Jacob Lekkerkerker verzocht iedereen om eerst rondom hem te staan voor een korte inleiding voordat hij de deuren naar de kapel opende en het concert kon beginnen.

Zeno van den Broek en BJ Nilsen

Nilsen en Van den Broek hadden op diverse plekken in de kerk microfoons en speakers geplaatst. Eén microfoon hing buiten voor het registreren van geluiden rondom het gebouw. De geluiden die de componisten opvingen werden ter plekke bewerkt met behulp van elektronische apparatuur. Wat uit de speakers klonk werd opnieuw opgenomen en bewerkt, net zolang tot voornamelijk natuurlijke basistonen overbleven die lang tussen de pilaren bleven rondzingen. Het concert begon met het geronk van een passerende vuilniswagen en het rinkelende glas dat uit een container werd geschud. De kerkklok sloeg half negen en een nabijgelegen carillon klingelde een deuntje. De langgerekte echo’s van klok en klokkenspel werden geleidelijk overstemd door monotone kerkorgelnoten. Het leek alsof de kerk heel langzaam lucht in de longen zoog om vervolgens nog langzamer uit te ademen.

De tonen verplaatsten zich vanuit de Sint-Sebastiaanskapel over de rest van de ruimte. Het publiek liet zich vanuit de kapel met de muziek meevoeren en verspreidde zich over de kerkvloer. Op elke plek klonk de muziek anders. Bij een subwoofer, die als een dekenkist tegen de muur stond, waren de bassen het luidst. Onder het kleine kerkorgel overheerste een kale orgelnoot. De mensen gingen op zoek naar de ideale geluidsmix, behoedzaam sluipend over de grafstenen. Elk geluid dat ze maakten kon worden opgevangen door microfoons en de compositie beïnvloeden.

Uiteindelijk was de beste geluidsmix te ervaren op de plek waar we waren begonnen, dicht bij de werktafel van de twee componisten. Daar had je het minst last van de kerkorgelnoot die een tijdlang de compositie domineerde. De te lang aangehouden noot was net zo hardnekkig als het rode licht.

Het ontbrak vaak aan een spannende opbouw. De enige progressie in het middengedeelte was het verstrijken van de tijd. Sommige bezoekers waardeerden de meditatieve mogelijkheden die de muziek hen bood en lieten zich met gesloten ogen door de monotone klanken omarmen. Pas tegen het einde van de set werden de lange klanken opgebroken en speelden de componisten met voorzichtige ritmische patronen, net zoals de zon naast hen speelde met lichtvlekken op de grote kale muur in de Sint-Sebastiaanskapel. Aan eenheid tussen kunstwerk en muziek was geen gebrek. Wat dat betreft was het unieke concert geslaagd te noemen.

First Reformed (Paul Schrader, 2017)

do, 07/26/2018 - 15:15

Paul Schrader leek na flops als The Canyons (2013) en Dying Of The Light (2014) zijn beste tijd gehad te hebben. De Amerikaanse scenarist en regisseur heeft zich gelukkig hervonden in First Reformed. De film was dit jaar voor het eerst in Nederland te zien tijdens het International Film Festival Rotterdam en draait deze zomer in de Nederlandse bioscopen in het kader van Previously Unreleased.

Tijdens de begintitels van First Reformed glinstert op het zwarte scherm heel even een klein kruis. Het is met enige moeite te ontwaren tussen de witte krulletters van de filmtitel en de namen van de acteurs. Het kruis blijkt na een langzame fade-in te prijken op een witte kerktoren. Het kale symbool keert meerdere keren terug in de decors waar de Nederlands hervormde predikant Ernst Toller (Ethan Hawke) zich in verplaatst. Het kruis hangt aan de muur of wordt gevormd door de mast van een schip. Toller is het zoveelste eenzame getroebleerde personage in het oeuvre van scenarist en regisseur Paul Schrader. De bekendste is ongetwijfeld de getraumatiseerde Vietnam-veteraan Travis Bickle in Taxi Driver (Martin Scorsese, 1976).

First Reformed (Ethan Hawke)

God’s loneliest man is ditmaal een man die Gods woord predikt in een historisch kerkgebouw van Nederlandse origine waar meer toeristen komen dan plaatselijke gelovigen. Toller is een voormalige legerpredikant. Hij leeft gescheiden van zijn vrouw nadat hun zoon is omgekomen in Irak. Die klap is hij nooit te boven gekomen. Hij drinkt in de parochie zijn lever stuk en schrijft met de hand in een dagboek, hopend dat God meeleest. Het verhaal in Tollers dagboek krijgt een drastische wending wanneer hij op verzoek van kerkganger Mary (Amanda Seyfried) haar depressieve echtgenoot Roger (Van Hansis) probeert te helpen.

Milieuactivist Roger is pessimistisch over de toekomst van onze planeet en wil daarom dat Mary haar zwangerschap afbreekt. Toller luistert geduldig naar Rogers wanhoop, ondertussen in gedachten zoekend naar een passend antwoord. De sombere predikant is niet de ideale persoon om anderen moed in te spreken. Hij begint het gesprek al met een leugen als hij ontkennend antwoordt op Rogers vraag of hij zo vroeg op de dag al behoefte heeft aan een drankje. Zijn geruststellend bedoelde opmerking dat er altijd nog een hiernamaals is, heeft niet het gewenste effect. De onvoorziene gevolgen van het gesprek zadelen de predikant op met nog meer schuldgevoelens.

First Reformed verloopt als een trage fade to black. De duisternis begint pas goed te vallen op het moment dat de dreigende industriële ambient van Lustmord (Brian Williams uit Wales) heel nadrukkelijk een plaats op de soundtrack opeist. Vanaf dat moment valt ook op hoeveel de film lijkt op Taxi Driver. Toller wil net als taxichauffeur Travis Bickle met zichzelf in het reine komen door op extreme wijze een statement te maken. Beide mannen zijn bereid zichzelf daarbij op te offeren. Ze hebben toch niets meer te verliezen.

First Reformed (Ethan Hawke en Amanda Seyfried)

Paul Schrader is beïnvloed door slow cinema, de huidige variant op wat hij in zijn beroemde gelijknamige boek uit 1972 de transcendental style in film noemt. De camera beweegt zelden en de montage is sober. Totaalshots worden afgewisseld met close-ups van de mensen die aan het woord zijn. Dialogen zijn in zulke gevallen net zo eenvoudig gefilmd als in het werk van de Japanse regisseur Ozu, een van de drie regisseurs die in het boek van Schrader worden belicht. De sobere filmstijl is ook verwant met het werk Robert Bresson en in het bijzonder Journal D’un Curé De Campagne (1951), inclusief dagboek en voice-over. Schrader wijkt twee keer af met een doelbewuste stijlbreuk. De meest opvallende van de twee begint met een levitatie die duidelijk is afgekeken van Tarkovski, de godfather van de slow cinema. Het vervuilde landschap waar Toller door dwaalt, lijkt een verwijzing naar de film Stalker (1979).

Het gaat te ver om First Reformed te categoriseren als slow cinema. Alleen filmbezoekers die zich beperken tot superheldenfilms en andere Hollywood-actie zullen First Reformed als traag ervaren. Wat veel meer opvalt, zijn de lege interieurs die zowel staan voor de strenge soberheid van het protestante leven als de leegte in het bestaan van Toller. De parochie is het verblijf van een asceet die zich buitensluit van het alledaagse leven en zich beperkt tot alcohol en de bijbel. De kamers in het verblijf zijn nauwelijks gemeubileerd. In de grootste kamer staat slechts een stoel. De predikant heeft geen idee waar hij de jas van Mary moet laten wanneer zij hem op een dag komt bezoeken en op de stoel plaatsneemt. De huiskamer van Mary is ook weinig meer dan een bank en een tafel. De vreemde lamp in de vorm van een spiedend oog valt daardoor extra op als een plastic variant op het oog van God dat alles ziet.

7/10