Over alles behalve design

Abonneren op feed Over alles behalve design
arthouse, classics, cult, Hollywood, music
Bijgewerkt: 1 uur 26 min geleden

Acusada (Gonzalo Tobal, 2018)

vr, 05/24/2019 - 11:28

Argentijnse film Acusada volgt de rechtszaak rondom de jonge Dolores. Ze wordt verdacht van moord op haar beste vriendin. De pers stort zich massaal op de zaak en maakt een beroemdheid van de vrouw. De waarheid komt in het gedrang door glamour en sensatiezucht.

De Filmkrant vond Acusada onecht overkomen en viel over de schoongeveegde sets. Regisseur Gonzalo Tobal heeft daar echter bewust voor gekozen. De wereld rondom Dolores (Lali Espósito) is opgepoetst omdat haar ouders de buitenwereld willen laten geloven dat hun dochter heel braaf en onschuldig is.

De waarheid wordt aan het begin van de film gemanipuleerd tijdens een interview voor een tijdschrift. De familie doet voorkomen alsof ze kracht halen uit hun hechte band, terwijl de relatie tussen dochter en ouders helemaal niet zo goed is. Dolores’ jongste broertje Martin (Emilio Vodanovich) wordt volledig uit het artikel gehouden alsof hij niet bestaat. Tijdens de fotoshoot binnen reageert het jochie zich buiten af op de hond. ‘s Avonds blijkt vader (Leonardo Sbaraglia) op de bank te slapen en niet in het bed naast zijn vrouw (Inés Estévez). De waarheid wordt verder in de gewenste banen geleid door advocaat Ignacio (Daniel Fanego) tijdens de laatste voorbereidingen op het langverwachte proces.

Acusada (Lali Espósito, Inés Estévez en Leonardo Sbaraglia)

Het rechtbankdrama Acusada gaat vooral over hoe twijfels over de waarheid het gezinsleven aantasten. Als het je puur om het thrillerelement gaat (inclusief bevredigende afronding), zul je waarschijnlijk teleurgesteld worden. De film zoekt zo min mogelijk de rechtszaal op. De scènes tegenover de rechter zijn het minst interessant, onder meer vanwege de stijve manier waarop de procedures worden gefilmd. De rechtszaal is het decor van een toneelspel waarbij de verdachte zich zonder het tonen van emoties aan het ingestudeerde script moet houden. Elke afwijking kan tegen haar gebruikt worden. De beperkte acteerstijl van zangeres en model Lali Espósito werkt wat dat betreft in haar voordeel. Door haar afstandelijke schoonheid ben je misschien geneigd te denken dat ze iets te verbergen heeft.

Uiterlijk vertoon staat centraal in het leven van Dolores. Ze ambieert een carrière als modeontwerpster, drapeert zichzelf regelmatig op de dekens alsof ze een model is en lijkt zich constant bewust van de camera. Een camera was verantwoordelijk voor een heftige ruzie tussen Dolores en haar vermoorde vriendin en voor de camera’s van televisiepersoonlijkheid Mario Elmo (Gael García Bernal) krijgen we voor het eerst meer te horen over haar ware motieven (*).

Acusada (Gael García Bernal en Lali Espósito)

De pers speelt de rol van hongerige jager met Dolores als prooi. Tegelijkertijd met het proces is een ontsnapte poema het nieuws van de dag. De associatie met de wilde kat suggereert dat Dolores ook een roofdier is en dus wellicht schuldig aan de moord. Acusada laat conclusies aan de kijker over.

6/10

(*) Het programma van Mario Elmo is vernoemd naar zijn initialen ME, want uiteindelijk draait het programma volledig rondom zijn ego.

Nocturne (Viktor van der Valk, 2019)

di, 05/14/2019 - 16:19

Nocturne is een speelfilm over film, in het bijzonder film noir. Het regiedebuut van Viktor van der Valk vertoont in beeld en geluid kenmerken van film noir, maar heeft inhoudelijk nauwelijks iets met deze filmstijl te maken. Nocturne is bovenmatig gestileerd met opgeplakte sterren aan de nachtelijke hemel.

Voordat Nocturne echt van start gaat wordt de kijker tijdens de kleurige openingstitels bestookt met filmreferenties. Jean-Luc Godard voert de boventoon, op de voet gevolgd door een waarschuwing in hoofdletters in de stijl van Gaspar Noé. In plaats van de voornaamste cast- en crewleden worden allerlei, veelal filmgerelateerde termen na en door elkaar vertoond. De credits worden in navolging van Orson Welles’ The Magnificent Ambersons (1942) voorgelezen door een voice-over.

Nocturne is film noir à la Godard. Aan noir-clichés geen gebrek: de nachtelijke setting zorgt voor de duistere sfeer, personages worden omringd door sigarettenrook en een dubbelganger komt uit de schaduw tevoorschijn. Wat aan Nocturne ontbreekt, is een hoofdpersonage dat is overgeleverd aan het noodlot, zoals meestal gebruikelijk in film noir. Jonge filmmaker Alex (Vincent van der Valk) maakt hooguit een gestreste indruk.

Nocturne (Vincent van der Valk en Bart Slegers)

Zou Alex vernoemd zijn naar het titelpersonage in Alex In Wonderland (1970)? Ook in die film begint een fictieve filmmaker (Donald Sutherland) film en werkelijkheid door elkaar heen te halen. De Amerikaanse Alex ontmoet zijn idool Federico Fellini. De Nederlandse Alex moet met minder genoegen nemen. Hij wordt op de filmset door crewleden aangesproken terwijl ze, net als in Fellini’s Otto E Mezzo (1963), recht in de camera kijken.

Iedereen praat heel snel en voornamelijk op fluistertoon. Zeker een derde van de film is daardoor nauwelijks te verstaan, wat zeker geldt voor Alex’ producers, door Tom Dewispelaere (met ooglap) en Bart Slegers (*) (zonder ooglap) vertolkt alsof ze deel uitmaken van een gangsterfilm. Scriptconsultant Frans (Gijs Scholten van Aschat) adviseert Alex om zich tot de essentie te beperken, want dat is goed voor de kijkcijfers. Alex blijft dwars volharden in zijn drukke nachtmerriescenario, want hij weet dat de essentie van Nocturne wel heel erg schamel is. Iets met een zieke moeder, problemen met meisjes en gebrek aan inspiratie.

Nocturne oogt vanwege het celluloid lekker ouderwets analoog. De filmdroom van Alex speelt zich af in een wereld waarin nog telefooncellen bestaan en nieuwe invallen met pen worden vastgelegd in plaats van op de iPad. Eren Önsoy schreef de filmmuziek, maar het is Schuberts Onvoltooide die voor de meeste dramatiek zorgt. De ongedurige montage houdt de vaart erin.

Van der Valks film wijkt net als het eerder dit jaar verschenen Retrospekt af van de gemiddelde (Nederlandse) speelfilm door te kiezen voor een extreme vorm. Dat kan alleen maar toegejuicht worden, want wat is een kunstwerk waard zonder het nemen van risico’s? Film noir is als stijl nog steeds relevant als weerspiegeling van de huidige tijdgeest. Daar heeft Nocturne geen boodschap aan. Deze film gaat vooral over zichzelf en heeft daarom niet veel meer te bieden dan verstrooiende navelstaarderij.

5/10

(*) Acteurs Bart Slegers en Vincent van der Valk zijn geen onbekenden voor elkaar. Ze speelden vader en zoon in Gluckauf (2015).

Piroshka live in Paradiso (26 april 2019)

zo, 04/28/2019 - 12:17

Miki Berenyi was weer even terug in Amsterdam. De laatste keer dat ik haar met de band Lush zag spelen was op 13 mei 1994 in de Melkweg. Van dat concert kan ik me helemaal niets meer herinneren. Blijkbaar was het niet zo bijzonder als het Amsterdamse debuut op dezelfde plek in 1990 of zo teleurstellend als het door feedback geplaagde optreden in Paradiso in 1992. Vrijdag stond Berenyi voor het eerst in Paradiso met haar nieuwe supergroep Piroshka.

Nostalgie is lucratief en overheerst daarom op de posters van zalen in het Nederlandse clubcircuit. Jonge muzikanten gaan op tournee met favoriet repertoire van oude, vaak overleden pophelden en oude muzikanten herkauwen hun grote hits. Gitarist/zangeres Miki Berenyi had wellicht meer mensen naar de kleine zaal van Paradiso kunnen trekken als ze vrijdag songmateriaal van Lush had vertolkt, maar ze had geen behoefte om zichzelf te herhalen. Gelijk heeft ze. Nieuwe tijden vragen om nieuwe liedjes en die speelt ze met Piroshka. De band bestaat naast Berenyi uit gitarist Moose, bassist Michael Conroy (Modern English) en drummer Justin Welch (Elastica), live aangevuld met Mew Welch (toetsen, achtergrondzang) en Sukie Smith (percussie, achtergrondzang).

Uit de titel van Piroshka’s debuutalbum Brickbat spreekt de behoefte om uit protest een steen als wapen op te pakken. Berenyi & co hebben moeten toezien hoe Groot-Brittannië sinds de Brexit steeds meer lijkt op een open psychiatrische inrichting. De band zingt de frustratie meteen van zich af in openingsnummer This Must Be Bedlam dat eveneens dient als startpunt van de set. Ook in het daaropvolgende nummer Run For Your Life klinkt Piroshka een stuk feller dan de lieflijke shoegaze van Lush.

Berenyi laat tussen de nummers politieke praat achterwege, want de songteksten spreken voor zichzelf. Ze heeft het in plaats daarvan over de opvallende hoge leeftijd van de aanwezigen en haar knieën die protesteerden tijdens het beklimmen van de vele trappen in Paradiso. Moose zit met zijn gedachten bij de aanstaande wedstrijd in de Champions League van zijn favoriete voetbalclub Tottenham Hotspur tegen Ajax. De band werkt inclusief bedaarde nummers toe naar het dansbare Never Enough en het strijdvaardige What’s Next, wat mij betreft het hoogtepunt van Brickbat. De synthesizers van de vrolijk springende Mew Welch komen steeds meer boven de gitaren uit. Bassist Conroy schrikt even op wanneer de white noise uit de Korg schriller sist dan hij gewend is.

Piroshka komt terug voor de onvermijdelijke toegift en neemt afscheid met een bevlogen versie van It’s Obvious van Au Pairs, omdat naast de Brexit-zorgen ook seksuele politiek deze avond niet mag ontbreken. Na afloop staan de muzikanten volgens DIY-traditie zelf merchandise te verkopen. Ze nemen alle tijd voor hun fans ondanks de lange nachtrit naar Berlijn die de band direct daarna moet ondernemen.

Beneden in de grote zaal van Paradiso betreden we een andere wereld. De gemiddelde leeftijd is tien jaar hoger bij het gemoedelijke muziekfeestje van pianist Jools Holland & His Rhythm & Blues Orchestra. Gastzanger Marc Almond lijkt vanuit de verte de enige op wie het verloop der jaren geen invloed heeft gehad. Zijn vocale uithalen zijn krachtiger dan ooit en hij hoeft niet hoorbaar op adem te komen. Almond wijst en zwaait en kijkt ons recht in de ogen aan. Iedereen zingt, wuift en klapt mee bij Say Hello, Wave Goodbye en natuurlijk Tainted Love. Nostalgie is een warm bad, maar ook daar kun je in verdrinken.

Out Of The Blue: de filmcarrière van Linda Manz

ma, 04/22/2019 - 12:28

Actrice Linda Manz werkte met filmgrootheden als Terrence Malick, Dennis Hopper en David Fincher. Haar sterke persoonlijkheid en rebelse uitstraling zorgden er meer dan eens voor dat regisseurs hun film een andere vorm of andere draai gaven dan aanvankelijk was gepland. Het korte interview met Manz in de documentaire Along For The Ride (2016) over Dennis Hopper was aanleiding om eindelijk eens alle films in haar zeer bescheiden oeuvre van slechts negen filmtitels (opnieuw) te bekijken.

Linda Manz (New York, 20 augustus 1961) werd in Upper East Side Manhattan grootgebracht door een alleenstaande moeder die als schoonmaakster werkte in de Twin Towers. Moeder wilde graag dat haar dochter een beroemde filmster zou worden en stuurde haar naar acteerlessen en dansscholen. Manz werd op haar vijftiende door regisseur Terrence Malick ontdekt bij een wasserette. Hij gaf de actrice haar eerste rol in zijn tweede speelfilm Days Of Heaven.

Days Of Heaven (1978)

In Days Of Heaven reist stadsmeisje Linda in 1916 met oudere broer Bill (Richard Gere) en diens vriendin Abby (Brooke Adams) van Chicago naar het platteland in Texas. Ze werken als seizoenarbeiders op de korenvelden van een jonge rijke boer (Sam Shepard). De boer raakt geïntrigeerd door Abby en vraagt haar ten huwelijk, net als iedereen denkend dat Bill en Abby broer en zus zijn. Heethoofd en opportunist Bill weet als een van de weinige mensen op de boerderij over de dodelijke ziekte van de boer. Hij denkt samen met Abby financieel te kunnen profiteren van de risicovolle driehoeksverhouding die na de huwelijksvoltrekking ontstaat. Linda is nog te jong om door te hebben wat er precies gaande is.

Linda Manz is de stem van de onschuld in Days Of Heaven en daarmee het hart van de film. Ze leidt de kijker door het verhaal in de vorm van een voice-over. Die vertelvorm werd uit noodzaak geboren, want Malick had tijdens het ruim twee jaar durende montageproces grote moeite met het aanbrengen van een heldere structuur. De regisseur nodigde Manz uit in de geluidsstudio, gaf slechts enkele aanwijzingen en liet haar hardop improviseren terwijl ze naar de filmbeelden keek. Manz’ authentiek klinkende, onbevangen observaties kleuren het verhaal met monologen die geschreven hadden kunnen zijn door William Faulkner. Haar stem klinkt ouder en wijzer dan je van leeftijdgenoten zou verwachten. Haar empathie wordt als contrast gebruikt tegenover de kille, berekenende manier waarop Bill in het leven staat. Het lot van Bill is geen enkele traan waard, terwijl de woorden waarmee Linda de film verlaat je niet koud zullen laten.

Manz kreeg op de set veel vrijheid van Malick. Ze hoefde zich niet aan de dialogen in het script te houden en mocht vooral zichzelf zijn. De regisseur vertrouwde op haar persoonlijkheid, haar stem en de doordringende donkere ogen in haar scherpe gelaat. Linda Manz heeft wat je noemt screen presence, iets waar in haar volgende film opvallend genoeg geen gebruik van werd gemaakt.

King Of The Gypsies (1978)

King Of The Gypsies verscheen in hetzelfde jaar als Days Of Heaven. Deze matige zigeunervariant op The Godfather was de tweede en laatste speelfilm van regisseur Frank Pierson na zijn succes met A Star Is Born (1976) en tevens het speelfilmdebuut van Eric Roberts, de oudere broer van actrice Julia Roberts. Volgens IMDb levert Linda Manz een uncredited bijdrage aan de film. Ik heb haar echter niet kunnen ontdekken tussen alle naamloze zigeuners tijdens meerdere feestelijke massascènes. Misschien is ze slechts een op de rug gefilmde passant op de straten van New York. De wazige beeldkwaliteit van de Spaanse DVD-uitgave maakte het speurwerk er niet eenvoudiger op.

The Wanderers (1979)

De tweede onvergetelijk rol van Linda Manz is in The Wanderers. Ze maakte tijdens haar auditie zoveel indruk op casting director Scott Rudin, regisseur Philip Kaufman en schrijver Richard Price dat ze speciaal voor haar een bijrol creëerden die niet voorkomt in het boek The Wanderers uit 1974. De boekverfilming is een komisch drama over straatbendes in The Bronx rond 1963 en gecentreerd rondom de Italiaans-Amerikaanse bende van Richie (speelfilmdebuut voor Ken Wahl). Manz maakt deel uit van een van de concurrerende bendes en is direct aan het begin van de film aanstichter van een confrontatie tussen The Wanderers en de Fordham Baldies.

Linda Manz als Peewee in The Wanderers

Met haar brutale houding en het litteken naast haar rechteroog lijkt Linda Manz rechtstreeks afkomstig uit een echte straatbende. Kaufman was daar in ieder geval nog steeds van overtuigd toen hij het audiocommentaar insprak op de recente Amerikaanse Blu-ray-uitgave. Manz lijkt met haar naar achteren gekamde vetkuif en zwart leren jack een mini-versie van Elvis Presley tijdens zijn comeback in 1968. De kleine Peewee is de slimste van de groep skinheads met wie ze optrekt. Een van de meest memorabele beelden komt voor in de scène waarin de skinheads in een donkere steeg dreigend op de hoofdpersonages aflopen, met Peewee voorop en achter haar vriendje Terror, een kale reus gespeeld door de in Nederland geboren acteur Erland van Lidth (1953-1987).

The Wanderers is de eerste film waarin Manz iemand speelt die graag deel wil uitmaken van een subcultuur, maar daar niet bij hoort omdat ze nog te jong is. Ze wordt vanwege haar kleine postuur niet serieus genomen en is als outcast gedoemd om aan het einde van de rit met lege handen achter te blijven.

Televisiewerk (1979)

Na The Wanderers speelde Linda Manz opnieuw komedie in de sitcom Dorothy (1979), als een van de leerlingen in de schoolklas van voormalige Broadway-ster Dorothy Banks (Dorothy Loudon), en maakte ze opnieuw deel uit van een New Yorkse straatbende in de speelfilm Boardwalk (1979). De serie Dorothy kwam niet verder dan vier afleveringen en haar bijdrage aan het abominabele Boardwalk was niet meer dan een veredelde figurantenrol (zie de uitgebreide recensie).

Linda Manz in de sitcom Dorothy

De televisiefilm Orphan Train (1979) bracht Linda Manz terug in een historische setting zoals die in Days Of Heaven. Orphan Train is een degelijk verteld relaas over het eerste transport in 1854 van New Yorkse weeskinderen naar potentiële pleegouders in het Midden-Westen van de VS. Manz is als Sarah een van de oudere kinderen in het ensemble kindacteurs. Sarah kan dankzij het transport het bordeel ontvluchten waar ze als minderjarige wordt misbruikt. Onderweg raakt ze bevriend met de opstandige Britse jongen Liverpool (Graham Fletcher-Cook). De karaktereigenschappen van Liverpool zijn vergelijkbaar met de personages die Manz meestal speelt, maar in het brave, rolbevestigende Orphan Train gedragen meisjes zich niet rebels. De oudere kinderen maken in de film minder kans om door een pleeggezin te worden opgenomen, wat Manz de gelegenheid geeft om tot aan het einde van de film in beeld te blijven en gaandeweg in haar rol te groeien.

Out Of The Blue (1980)

Out Of The Blue is het hoogtepunt in de filmcarrière van Linda Manz en opnieuw een voorbeeld van haar grote invloed op structuur en inhoud van een film. Out Of The Blue was bedoeld als regiedebuut voor scenarist Leonard Yakir en zou oorspronkelijk verteld worden vanuit het gezichtspunt van psychiater Dr. Brean (Raymond Burr). Yakir bleek echter ongeschikt als regisseur. Hij werd op het allerlaatste moment vervangen door hoofdrolspeler Dennis Hopper. Het was Hoppers eerste nieuwe regieklus na het debacle van The Last Movie (1971). Hopper had uitgebreid met Manz gerepeteerd en was ervan overtuigd dat het verhaal vanuit het perspectief van de tiener Cindy Barnes (kortweg Cebe) verteld moest worden. Hij veranderde de filmtitel Cebe in Out Of The Blue, vernoemd naar Neil Youngs lied My My, Hey Hey (Out of the Blue), en gooide het scenario volledig om. Hooper wist dat Manz in haar vrije tijd graag drumde en gebruikte haar verlangen om muziek te maken als een belangrijk motief voor Cebe’s handelingen.

Linda Manz en Dennis Hopper in Out Of The Blue

Out Of The Blue begint met een afschuwelijk ongeluk dat wordt veroorzaakt door de dronken trucker Don Barnes (Hopper) met dochtertje Cebe naast hem op de voorbank. Hopper belandt in de gevangenis en Cebe groeit vaderloos op met moeder Kathy (Sharon Farrell). Ze voelt zich verlaten door zowel de afwezige vader als door haar onlangs overleden idool Elvis. Ze trapt tegen de maatschappij aan als een jonge punkrocker, thuis rammend op haar drumstel en feedback veroorzakend met haar gitaar. Vanuit het wrak van vaders truck stuurt ze via een 27 MC verzendapparaat punkslogans de wereld in. Cebe is een kleine rebel without a cause.

Vlak voor zijn vrijlating ontmoet Cebe eindelijk haar vader weer. Er lijkt hoop te gloren in haar leven en ze kijkt dan ook uit naar zijn thuiskomst. Don Barnes kan het drinken nog steeds niet laten en heeft opnieuw een destructieve invloed op het gezinsleven. Moeder komt uit de kast als heroïnejunkie. Cebe loopt van huis weg en probeert aansluiting te vinden in de punkscene van de grote stad.

Dennis Hopper gebruikte improvisatie als basis voor alle scènes en profiteerde van Linda Manz’ improvisatietalent. De actrice kijkt niet op tegen de dominante acteur en is zijn gelijke in al hun gezamenlijke scènes. Ze volgt binnen meerdere gecompliceerde lange takes moeiteloos het ritme van de dialogen en de camerabewegingen. Manz speelt een complex personage dat zichzelf moet zien te beschermen tegen de gevaren waar ze thuis mee geconfronteerd wordt, niet wetend of ze zich nog steeds kind mag voelen of zich moet verweren als de volwassene die ze nog lang niet is.

Longshot (1981)

Na Out Of The Blue speelde Manz in haar volgende film een slap aftreksel van de rebelse Cebe. Ze is in Longshot geen punkrocker maar tafelvoetbalspeelster Maxine (kortweg Max). Ze mag deel uitmaken van het professionele tafelvoetbalteam van tiener Paul (Leif Garrett), niet omdat hij haar zo goed vindt, maar omdat er geen andere optie is nadat zijn vaste partner Leroy (Ralph Seymour) zich door toedoen van dommigheid heeft verwond en vervangen moet worden. Paul en Leroy denken vanwege de afkorting Max dat Maxine een jongen is en moeten even slikken als ze haar voor het eerst ontmoeten.

Linda Manz in Longshot

De hele film lang moet Max zich bewijzen voordat ze in de voorspelbare finale mag laten zien hoe waardevol ze is. Max is de heldin van het verhaal, maar ze wordt vanwege haar jongensachtige uitstraling nooit Pauls vriendin, hoe graag ze dat ook zou willen. Hij heeft geen oog voor haar en loopt liever achter de lange benen aan van Française Zoé (Marie-Christine Bresson). Max’ rol als buitenstaander en de daaruit voortvloeiende eenzaamheid wordt als komedie gebruikt in plaats van de tragedie die het is. De camera van televisieregisseur E.W. Swackhamer toont weinig medelijden wanneer werkelijk niemand oog voor Max heeft wanneer ze tijdens een feestelijke avond helemaal alleen aan een tafel zit te wachten op een beetje aandacht.

1982-1985

Longshot werd in 1983 gevolgd door de hoofdrol in Mir Reicht’s – Ich Steig Aus. Deze Duitse film van Gustav Ehmck lijkt totaal van de aardbodem verdwenen. De titel heeft op filmplatforms als IMDb en Letterboxd geen waarderingscijfer van bezoekers omdat niemand de film heeft gezien. Uit de korte omschrijving valt op te maken dat het verhaal overeenkomsten vertoont met Out Of The Blue. Volgens de VPRO gaat het om een matige film. Linda Manz’ laatste rol voordat ze met vervroegd pensioen ging is een roversmeisje in de aflevering The Snow Queen in tv-serie Shelley Duvall’s Faerie Tale Theatre (1985).

Linda Manz in The Snow Queen

Vanaf 1985 was de filmcarrière van Linda Manz opeens voorbij. Misschien lag het aan het ontbreken van een (goede) manager of misschien had de actrice geen zin meer om alsmaar meisjes van veertien of vijftien te moeten spelen. Ze trouwde in 1985 met cameraman Robert L. Guthrie en stichtte met hem een gezin in Californië.

Gummo (1997)

Linda Manz keerde in 1997 twee keer terug voor kleine rolletjes in films gemaakt door grote fans van haar beste werk. In het regiedebuut Gummo van Harmony Korine speelt ze voor het eerst een volwassen vrouw en is ze de moeder van een van de hoofdpersonages.

Linda Manz in Gummo

Korine laat merken hoeveel indruk Out Of The Blue op hem heeft gemaakt door de eerste dialoog te beginnen in een autowrak. Andere overduidelijke verwijzingen zijn een geïmproviseerde dronken scène rondom een keukentafel en het moment waarop de regisseur net als Dennis Hopper een fles drank over zijn eigen dronken hoofd uitschenkt. Manz heeft twee uitgebreide scènes thuis met haar zoon. De spaghettiscène in de badkamer vergeet je niet zo snel en moeders dansje op te grote tapdansschoenen is onder de titel funny dance een succes op YouTube.

The Game (1997)

Regisseur David Fincher volgde het succes van Se7en op met de mysterieuze thriller The Game. Fincher is een uitgesproken fan van Days Of Heaven en zal om die reden blij zijn geweest met Linda Manz’ deelname. Haar bijdrage is meer een cameo dan een volwaardige rol. Ze opent de deur als Michael Douglas aanklopt bij het huis van zijn tegenspeelster Deborah Kara Unger. Manz staat op de aftiteling vermeld als Christine’s Roommate Amy, maar ziet er meer uit als een strenge hospita. Fincher wist dat kijkers aan een paar seconden genoeg hadden om het personage van Manz tegen het eind van de film te herkennen tussen een grote groep acteurs.

Linda Manz in The Game

Linda Manz zit in haar laatste scène in The Game in een kantine voor markant ogende bijrolspelers. De locatie is symbolisch voor de rollen die ze waarschijnlijk zou hebben gespeeld als ze haar filmcarrière had voortgezet.

Boardwalk (Stephen Verona, 1979)

ma, 04/22/2019 - 12:27

Vanwege mijn zoektocht naar films met actrice Linda Manz bestelde ik via de VS een exemplaar van Boardwalk. Deze onbekende kleine Amerikaanse film heeft met Ruth Gordon, Lee Strasberg en Janet Leigh gerenommeerde namen op de poster staan. Op papier is er geen gebrek aan talent, maar regisseur Stephen Verona weet er geen raad mee.

[Spoilers]
Stephen Verona had tot aan Boardwalk geen opzienbarende carrière. Hij regisseerde eerder een vroege film van Sylvester Stallone en het in vergetelheid geraakte acteerdebuut van soulzangeres Gladys Knight. Samen met Leigh Chapman (scenarist van onder meer actiefilm Dirty Mary Crazy Larry uit 1974) schreef hij het verhaal over het gelukkig getrouwde Joodse echtpaar David en Becky Rosen in Brooklyn, hun familiecafetaria en de verloedering in hun wijk.

David en Becky worden gespeeld door Lee Strasberg en Ruth Gordon. Ruth Gordon (1896-1985) is bij het grote publiek bekend vanwege haar met een Oscar bekroonde bijrol als de sinistere buurvrouw in Rosemary’s Baby (1968) en de excentrieke Maude in de komedie Harold and Maude (1971). Lee Strasberg (1901-1982) was de befaamde directeur en leraar van de Actors Studio. Hij doceerde method acting aan onder anderen James Dean, Marilyn Monroe, Jane Fonda, Ellen Burstyn, Paul Newman, Dustin Hoffman en Jack Nicholson. Strasberg had weinig tijd om zelf in films te acteren. IMDb verbindt zijn naam aan slecht tien titels waarvan The Godfather: Part II (1974) en …And Justice For All (1979) met leerling Al Pacino de twee hoogtepunten zijn.

Lee Strasberg en Ruth Gordon in Boardwalk

De aandoenlijke onderonsjes van Strasberg en Gordon zijn de enige lichtpunten in Boardwalk. Beide acteurs weten aannemelijk te maken dat David en Becky al bijna vijftig jaar lang een hecht huwelijk hebben. Ze liggen nog steeds in bed als een verliefd pasgetrouwd stel. Gordons weide gebaren worden voldoende gecompenseerd door Strasbergs meer bescheiden spel. Dochter Florence (Janet Leigh) beheert samen met haar broers Davids cafetaria op een levendig kruispunt in Brooklyn. Ze bezoeken in hun vrije tijd graag hun ouders om bij te komen op de bank. Er komen meer familieleden in beeld, maar hoe de relaties precies in elkaar zitten maakt de film niet helemaal duidelijk. Een van de aangetrouwde vrouwen komt op een gegeven moment aangedaan close-up in beeld zonder dat we weten hoe ze heet.

Boardwalk met o.a. Linda Manz (tweede van links met gele zweetband)

Het vredige stadsleven wordt bedreigd door een bont uitgedoste jeugdbende met voornamelijk gekleurde leden. Linda Manz speelt de zwijgzame Girl Satan, het enige blanke lid van de bende. In de hele film heeft ze bij elkaar slechts vijf woorden tekst. Haar rol is volledig te verwaarlozen en kan gerust decoratief genoemd worden. Alle bendeleden heten Satan, behalve de Afro-Amerikaanse leider Strut (Kim Delgado). Hij wordt ingezet als het cliché van de zwarte dreiging. Zijn schreeuwende manier van acteren zou lachwekkend zijn geweest als zijn bijdrage geen racistische ondertoon had. Elke keer als hij met zijn kornuiten in beeld komt klinkt op de soundtrack muziek als uit een horrorfilm. De bendeleider lijkt gemotiveerd door antisemitisme, want hij richt zich uitsluitend op mensen van joodse komaf en sloopt het interieur van een synagoge.

Boardwalk mist het gevoel van eenheid vanwege een fragmentarische opbouw en het toevoegen van afleidende zijpaden. Veel scènes in de eerste helft van de film zijn los zand en bestaan uit banale dialogen die bedoeld zijn als sfeertekening. Ze lijken op outtakes van een soapopera en volgen elkaar op zonder dramatische ontwikkeling. Het drama wordt meerdere keren op geforceerde wijze door de stereotype jeugdbende aan het verhaal toegevoegd. De bende is de enige bedreiging in het bestaan van David en Becky, maar blijkbaar komt niemand op het idee om iets tegen de groep te ondernemen. Na brandstichting in het cafetaria op klaarlichte dag weigert David aangifte te doen. In plaats daarvan vertelt hij de brandstichter in welke straat hij woont. Dat is vragen om problemen en die krijgt hij ook.

Janet Leigh en Michael Ayr in Boardwalk

De toch al zo verbrokkelde centrale verhaallijn over David en Becky wordt langdurig terzijde geschoven voor de avontuurtjes van kleinzoon Peter (tv-acteur Michael Ayr). Deze muzikale krullenbol versiert op straat een knappe blonde vrouw (Forbesy Russell) met wie hij thuis ruzie krijgt omdat ze niet meteen met hem naar bed wil. Vreemd genoeg gaat ze toch een relatie met hem aan waarvan we het vroegtijdige einde uiteindelijk niet te zien krijgen. Het verhaal wordt ook opgehouden door een optreden van Peter met zijn band in een New Yorkse rockclub.

Het bejaarde echtpaar krijgt naast de jeugdbende in de tweede helft van de film ook te kampen met de ernstige ziekte van Becky. Ze voelt een hevige pijn in haar zij en spoedt zich naar een waarzegster in plaats van naar de dokter. Ze wil haar ziekte geheim houden, maar David komt er al snel achter, zeker wanneer Becky met de ambulance naar het ziekenhuis moet. Voordat de scène in het ziekenhuis op gang komt, wordt het verhaal onderbroken door een liedje van Peter dat hij in de studio aan het opnemen is.

Het mislukken van Boardwalk kan voor het merendeel aan Verona’s vlakke regie en het zwakke scenario worden toegeschreven. De acteurs hebben weinig materie om inspiratie uit te halen. Boardwalk werkt toe naar een totaal ongeloofwaardige finale. Als de bende opnieuw in het huis van David toeslaat en de modeltreintjes van de verse weduwnaar vernielt, is het geduld bij de oude man op en blijkt hij opeens over superkrachten te beschikken. Hij overmeestert de bendeleider op de promenade en wurgt hem terwijl de overige bendeleden staan toe te kijken alsof het om een potje amateurvoetbal gaat. Boardwalk eindigt als de wraakfilm die het misschien de hele tijd had willen zijn.

2/10

The Flying Luttenbachers live in OCCII (11 april 2019)

zo, 04/14/2019 - 17:54

Afgelopen donderdag trakteerde OCCII ons op twee luide uitersten binnen het ondergrondse rockspectrum. De avond begon met het minimalisme van University Challenged en eindigde met een maximum aan noten en drumroffels van The Flying Luttenbachers. Het Amerikaanse hoofdprogramma speelde naar aanleiding van het nieuwe album Shattered Dimension voor het eerst sinds 2005 weer live in Europa. Ik had de band voor het laatst gezien op 29 november 1999 in de Amsterdamse Kalenderpanden, dus het werd wel weer eens tijd voor een hernieuwde kennismaking.

University Challenged is het instrumentale project van gitarist Ajay Saggar en bassist Oli Heffernan uit King Champion Sounds, aangevuld met gitarist Kohhei Matsuda van de Japanse band Bo Ningen. Zittend in het halfduister brachten de drie gitaristen een psychedelische dromerige drone voort. De muzikanten hielden volhardend vast aan een grondtoon als basis voor een verscheidenheid aan door elkaar en tegen elkaar in gespeelde noten die niet afweken van de afgesproken toonsoort. Wat in de muziek aan progressie ontbrak werd gecompenseerd door de beelden op het grote witte doek achter het trio. De uitgerekte akkoordenbrij vormde een contrast met de chaotische montage in de experimentele korte film The Cut Ups (Antony Balch, 1966). Pas vlak voor het einde van de set viel de drone uit elkaar in een weifelende coda waarin elke muzikant zijn eigen uitgang probeerde te vinden.

Terwijl DJ Trish Trash van Grauzone in de pauze prettige plaatjes draaide wisselden de leden van The Flying Luttenbachers elkaar af voor luide individuele soundchecks. De distortion op de basgitaar van Tim Dahl deed niet alleen de OCCII enkele millimeters van plaats verschuiven maar leek ook de voortijdige dood van zijn versterker in te luiden. Tijdens het optreden zoemde de bas noodgedwongen rechtstreeks via de zaalversterkers door de zaal.

The Flying Luttenbachers (Alex Ward)

Stalmeester, bandoprichter en drummer Weasel Walter riep het publiek op naar voren te komen en tikte af. Walter is de enige constante in de geschiedenis van The Flying Luttenbachers. Meer dan twintig muzikanten maakten ooit deel van de New Yorkse band. Naast Dahl had Walter voor deze tournee twee nieuwe bekwame instrumentalisten meegebracht: tenorsaxofonist Matt Nelson (o.a. tUnE-yArDs) en Britse gitarist Alex Ward (o.a. This Is Not This Heat). Ward nam de plaats in van Brandon Seabrook die op het dit jaar verschenen Shattered Dimension is te horen. De band klonk als King Crimson na een overdosis anabole steroïden. De muzikanten combineerden meerdere genres waarvan er twee elkaar normaal gesproken naar de keel vliegen als ze elkaar op straat tegen zouden komen. Noise met een punkhouding gaat gewoonlijk moeilijk samen met gladde fusion, maar bij The Flying Luttenbachers zijn ze de beste vrienden.

Vooral het cleane gitaargeluid van Ward was de oorzaak voor de associatie met fusion. Hij speelde net als Nelson moeiteloos vingervlugge partijen die volledig leken te bestaan uit ter plekke uitgevoerde invallen, behalve tijdens de momenten waarop de gitarist en saxofonist unisono speelden. De twee muzikanten deden niet aan rechte noten en kozen consequent voor dissonante melodische intervallen. Walter zorgde als de Jochem Myjer van de Amerikaanse underground vanachter zijn drumstel voor constante onrust. Hij hield nauwlettend het muzikale traject in de gaten dat van tevoren tot in detail was uitgestippeld.

De symfonische punk was een aanval op de zintuigen. Het optreden was dragelijk omdat de muzikanten de humor van hun onderneming altijd bleven inzien. We mochten zelfs even een nummertje ritmisch meeklappen voor zover de onregelmatige maatsoorten ons dat mogelijk maakten.

10 jaar Cineville – deel 1: Synecdoche, New York

zo, 03/17/2019 - 12:54

Cineville bestaat tien jaar. Verspreid over dit jubileumjaar ga ik tien opvallende films uitlichten die in 2009 in de Amsterdamse bioscopen draaiden. Laat ik beginnen met mijn allereerste Cineville-film, gezien op dinsdagavond 2 maart 2009 in Kriterion: Synecdoche, New York.

Cineville was begin 2009 een welkom alternatief voor de Pathé-pas waar ik al een paar jaar gebruik van maakte. Voordat ik Pathé eind 2010 vaarwel zei maakte ik gebruik van beide passen en zag ik meer films dan noodzakelijk was. Ik was een tijdje bijna net zo fanatiek als de cinefielen in de documentaire Cinemania (Angela Christlieb & Stephen Kijak, 2002). De vijf hoofdpersonen in Cinemania doorkruisen elke dag hun thuisstad New York om zoveel mogelijk films te zien. Hun leven is één groot non-stop filmfestival dat zich buiten de echte wereld voltrekt. Een van de filmfanaten is de excentrieke Roberta Hill. Zij had een obsessieve-compulsieve stoornis en verzamelde tientallen jaren alles wat ze rondom haar bioscoopbezoek in handen kon krijgen: festivalboekjes, flyers, drankbekers met filmtitels erop en allerlei ander promotiemateriaal. Filmkaartjes moesten ongeschonden blijven. Roberta ging tot geweld over wanneer een onwetende suppoost toch haar kaartje bij de ingang van de zaal durfde af te scheuren.

Roberta Hill overleed op 18 juli 2009 op 73-jarige leeftijd. Zou ze ooit in de gelegenheid zijn geweest om al haar memorabilia eens rustig te bekijken? Waarschijnlijk niet, want ze moest elke dag opnieuw op pad om films te zien en nieuwe filmobjecten te verzamelen. Het interieur van haar huis werd een opslagplaats voor ongesorteerde herinneringen. De vloer dreigde door het gewicht onder haar voeten te bezwijken. Roberta wilde haar leven in tastbare vorm bewaren met als gevolg dat ze zichzelf levend begroef in een doolhof waar het zonlicht niet meer tot kon doordringen. Het is een troost dat ze herinnerd blijft dankzij het medium waar ze zo door was gegrepen. Cinemania heeft haar onsterfelijk gemaakt.

Het hoofdpersonage in Synecdoche, New York wil ook het liefst onsterfelijk zijn. Toneelregisseur Caden Cotard (Philip Seymour Hoffman) bevindt zich in de herfst van zijn leven en maakt zich zorgen. De herfst is het begin van het einde, zegt een stem op de radio aan het begin van de film. Misschien was Cotard altijd al een hypochonder, maar op middelbare leeftijd weet hij zeker dat elk onschuldig lijkend kwaaltje de aankondiging is van een dodelijke ziekte. Het hoofdpersonage is niet voor niets vernoemd naar het syndroom van Cotard.

Caden Cotard wil zich onsterfelijk maken met een meesterwerk waarin hij het leven volledig wil bevatten. Dat doet hij niet in de vorm van een uitgebreide metafoor, maar door zijn leven letterlijk na te laten spelen in een verlaten pakhuis in het centrum van New York. Elke handeling uit zijn echte leven wordt gekopieerd door acteurs, terwijl de decorbouwer een kopie van de stad om hen heen laat verrijzen. De toneelregisseur is zo geobsedeerd door zijn werk dat hij het zicht kwijtraakt op de werkelijke wereld die hij in het toneelstuk wil vastleggen. Jaren verstrijken als dagen in de week, zoals dat gaat als je ouder wordt. Cotard heeft pas laat door dat zijn vrouw Adele (Catherine Keener) hem allang voorgoed heeft verlaten en dat zijn dochter een volwassen vrouw is geworden. De Apocalyps is hem ook ontgaan.

Omdat het nieuwe toneelstuk gaat over het maken van een toneelstuk is het onvermijdelijk dat de gekopieerde rollen opnieuw gekopieerd worden door weer andere acteurs. Dezelfde decorbouwer is genoodzaakt binnen de kopie van New York weer een nieuwe versie van de stad te maken. Volgens deze werkwijze komt het stuk nooit af en is er na meerdere decennia sisyfusarbeid nog steeds geen premièredatum in zicht. Het pakhuis wordt een omgekeerde Babylonische toren. In plaats van de hemel te bereiken gebeurt het omgekeerde; het bouwwerk is een naar binnen gekeerde constructie geworden waarbij de kern, en daarmee de reden voor het werk, is verdwenen onder ontelbare bouwstenen. Cotard heeft een doolhof gecreëerd en is daarin de weg kwijtgeraakt. Zijn kunstwerk is een sarcofaag geworden waarin hij zichzelf levend heeft begraven.

Samantha Morton en Philip Seymour Hoffman in Synecdoche, New York

Caden Cotard is net zo’n fanatieke verzamelaar als cinefiel Roberta Hill. In plaats van objecten verzamelt hij zichzelf en alle mogelijke varianten van zichzelf zonder dat het hem diepere inzichten geeft in het leven. Zijn toneelstuk is dan ook een grandioze mislukking. Het regiedebuut van Charlie Kaufman is dat zeker niet. De scenarist van moderne klassiekers als Being John Malkovich (1999), Adaptation. (2002) en Eternal Sunshine Of The Spotless Mind (2004) verliest nergens greep op de complexe materie, geholpen door een toegewijde cast met onder anderen Michelle Williams, Samantha Morton en Emily Watson.

De acteurs en actrices laten zich niet van de wijs brengen door de absurde situaties waarin ze worden geplaatst. Ze vergroten het komische effect door te spelen alsof de film geen komedie is en creëren zo ook ruimte voor een emotionele laag die niet zo vanzelfsprekend is gezien de opeenhoping van absurditeiten. Het onvergelijkbare meesterwerk Synecdoche, New York is niet alleen een van de grappigste films over eindigheid, maar ook eentje die op een ongrijpbare manier ontroert.

10/10

Minding The Gap (Bing Liu, 2018)

zo, 03/03/2019 - 17:00

Skateboarding en de bijbehorende subcultuur zijn weer helemaal terug in Amerikaanse films. In navolging van Kids (1995), Dogtown and Z-Boys (2001) en Paranoid Park (2007) gingen vorig jaar drie films in première waarin skaters een hoofdrol spelen. Twee van die titels draaien nu in de Nederlandse bioscoop: Jonah Hills regiedebuut Mid90s en de documentaire Minding The Gap.

De skatesubcultuur is een springplank voor filmtalent. Er zijn nogal wat vaardigheden nodig om de stunts van skatende vrienden goed op camera vast te leggen. Regisseur Spike Jonze maakte eerst de trendsettende korte skatedocumentaire Video Days (1991) voordat hij in 1999 doorbrak met zijn speelfilmdebuut Being John Malkovich. Recente skatefilms Mid90s (Jonah Hill, 2018) en Skate Kitchen (Crystal Moselle, 2018) introduceren allebei een personage dat constant alle bewegingen van zijn of haar vriendenclub filmt. Deze jonge filmers ambiëren een carrière die minstens zo succesvol verloopt als die van regisseur Bing Liu. Hij wist met zijn eerste lange documentaire Minding The Gap een Oscarnominatie in de wacht te slepen.

De jonge skaters in Mid90s en Mind The Gap komen niet bepaald uit een warm nest. Huiselijk geweld jaagt ze de straat op waar ze op zoek gaan naar lotgenoten. Dertienjarige Stevie (Sunny Suljic) rent in zijn allereerste scène in Mid90s thuis tegen de muur op voordat hij harde klappen incasseert van zijn oudere broer lan (Lucas Hedges). De ellendige familiesituatie van de jongens in Minding The Gap wordt gaandeweg de documentaire duidelijk. De hoofdpersonages in beide films beschouwen de skatewereld als een veilige surrogaatfamilie.

Bing Liu filmde Minding The Gap over een periode van twaalf jaar in thuisstad Rockford, Illinois. Zijn camera vormde een vast onderdeel van de straatavonturen van hem en zijn skatevrienden. Het vertrouwen is groot tussen de regisseur en de mensen die hij filmt, ook wanneer hij hen lastige vragen durft te stellen over de moeizame relatie met hun ouders. Liu vraagt zich af wat er gebeurt wanneer de skaters volwassen worden en geen tijd meer hebben voor skateboarden omdat ze luiers moeten verschonen. Zijn ze in staat het geweld waar ze mee zijn opgegroeid buiten hun eigen gezin te houden?

Liu’s maatje Zack lijkt die vraag ontkennend te beantwoorden als we zien en horen hoe hij na de geboorte van hun zoontje Elliot ruzie maakt met zijn jonge vrouw Nina. Zack is vanwege de baby vaker thuis dan hij zou willen. Hij kan zich niet meer afreageren op de skateboard en wordt een opvliegende probleemdrinker. Voor de iets jongere skatevriend Keire is skaten ook een manier om stoom af te blazen. In meerdere scènes is te zien hoe hij uit frustratie een skateboard aan flarden trapt. Bing Liu gebruikt de videocamera als uitlaatklep. Hij probeert zijn vrienden uit de vicieuze cirkel te halen door ze voor de camera te confronteren met hun verleden. De moeilijkste confrontatie is die tussen hem en zijn eigen moeder.

Zack en zijn zoontje Elliot in Minding The Gap

De parallelle montage in de climax van Minding The Gap, wanneer de verhalen van Zack, Keire en Liu tegelijk tot een emotionele apotheose komen, is mede vanwege de muziek een iets te opdringerige manier om ontroering op te roepen. Het talent van Bing Liu als verhalenverteller komt beter tot uiting in kleine details, zoals de stille tussenshots van plekken waar de skatevrienden hun stunts vroeger uitvoerden. De krassen, butsen en schaafwonden in het straatmeubilair staan symbool voor de verwondingen die de jongens thuis hebben opgelopen. De voorwerpen hebben permanente littekens, net zoals de personages letterlijk en figuurlijke littekens dragen door toedoen van tirannieke (stief)vaders.

8/10

Retrospekt (Esther Rots, 2018)

wo, 02/27/2019 - 13:16

Retrospekt is een film vol heftige botsingen binnen de muren van een doorsnee Nederlandse eengezinswoning. De confrontaties laten littekens achter bij personages en zorgen voor een gehavende vertelvorm. Hoofdpersonage Mette heeft vanwege een ongeluk barsten in haar geheugen met als gevolg dat haar verhaal niet op een conventionele lineaire manier wordt verteld. De film gaat daarmee de confrontatie aan met de kijker.

Retrospekt, de tweede speelfilm van Esther Rots, begint bij een incident in een Belgische winkel. Hoogzwangere Mette (Circé Lethem) laat tijdens haar vakantie echtgenoot Simon (Martijn van der Veen) en dochtertje Harrie (Felice en Frederique de Bruijn) even achter in de camper voor een bezoek aan een kledingzaak. Bij het pashokje raakt ze betrokken bij een gewelddadige confrontatie tussen een vrouw en haar man. Mette keert behoorlijk overstuur terug terwijl ze toch wat gewend zou moeten zijn. Ze werkt immers bij een organisatie voor vrouwen die slachtoffer zijn van huiselijk geweld. Het vakantie-incident rimpelt na in de rest van de film.

Het liefst zou Mette direct na de geboorte van haar tweede dochter de kantoorwerkzaamheden weer oppakken. Ze blijft echter noodgedwongen nog enige tijd aan huis gebonden, ook omdat Simon voor zijn werk vaak in het buitenland verblijft. Tijdens zijn afwezigheid stelt Mette op eigen initiatief, en geheel tegen het protocol in, haar huis ter beschikking als schuilplaats voor cliënt Lee Miller (Lien Wildemeersch). De wispelturige Miller blijft op die manier op veilige afstand van haar jaloerse ex Frank (Matteo van der Grijn). Mette onderschat de risico’s waaraan ze haar gezin blootstelt.

Circé Lethem in Retrospekt

De gevolgen van Mette’s besluiten zijn te zien in de tweede verhaallijn van Retrospekt dat zich afspeelt in een revalidatiecentrum. De vrouw heeft een flink litteken op haar hoofd, beweegt moeilijk en heeft moeite met het vormen van woorden. Pas heel laat in de film blijkt dat Mette’s revalidatie in omgekeerde volgorde wordt verteld en parallel wordt gemonteerd met de lineaire verhaallijn over Mette en Miller. Vanwege de vertelvolgorde lijkt het in het revalidatiecentrum slechter te gaan met Mette. Als je de twee verhaallijnen zou uittekenen zie je dat ze afstevenen op een frontale botsing.

De keuze voor een ongebruikelijke vertelstructuur maakt het bij de eerste kijkbeurt lastig te duiden wat er in sommige vroege scènes precies gebeurt. Het wordt voor de oplettende kijker pas met terugwerkende kracht duidelijk waarom Mette tijdens een gesprek in de kantine van het revalidatiecentrum zulk eigenaardig hyperactieve gedrag vertoont. Het verklaart ook pas bij nader inzien waarom personages worden geïntroduceerd om vervolgens niet meer in het verhaal terug te keren – gezichten die uit Mette’s geheugen verdwijnen, verdwijnen ook uit de film. Opvallend is dat het voornamelijk mannelijke personages betreft.

Het gefragmenteerde leven van Mette komt ook tot uiting in het gebruik van locaties. Versnipperde herinneringen zijn als de verschillende kamers in het huis van Mette en Simon, de meest gebruikte filmlocatie in Retrospekt. De woonkamer, keuken en slaapkamers worden van elkaar gescheiden door een open trap die midden in het huis staat. Personages lopen vaak onrustig heen en weer van vertrek naar vertrek en Mette rust meer dan eens uit door op de trap te gaan zitten. Vanaf deze positie wordt ze, net als in het revalidatiecentrum, geen deelnemer van haar leven, maar een toeschouwer.

Retrospekt onderscheidt zich ook van de gemiddelde speelfilms door het gebruik van muziek. Vaste componist Dan Geesin gaat met zijn operateske score een confrontatie met de beelden aan door op overdreven operateske wijze commentaar te geven op de naturelle acteerstijl van de cast. De muziek zorgt voor een Brechtiaanse distantie waarmee de kijker uit het verhaal getrokken dreigt te worden. Het bedoelde resultaat van de nadrukkelijk aanwezige muziek, in combinatie met het indringende sounddesign en de ongebruikelijke manier van vertellen, is dat de kijker steeds meer wordt verplaatst in het verwarde brein van Mette. Zij bevindt zich in een oncomfortabele positie en dus zorgt de film ervoor dat de kijker ook niet comfortabel in de bioscoopstoel zit. De klappen die zij opvangt, schudden ook de kijker telkens op.

De film laat veel vragen onbeantwoord over de precieze redenen van Mette’s gedrag en waarom ze tot aan het bittere eind blijft volharden in het maken van onverstandige keuzes. Offert ze zichzelf op uit goedertierenheid, wordt ze gedreven door schuldgevoel over het incident in België of heeft ze een ongezonde fascinatie voor gevaarlijke mannen als tegenwicht voor de relatie met de goedmoedige, maar ook een beetje saaie echtgenoot Simon?

Esther Rots verdient lof voor de risico’s die ze durft te nemen. Ze houdt zich ver van gemak- en behaagzucht. Ik kan me geen andere Nederlandse speelfilm herinneren die zo radicaal is gemonteerd als Retrospekt. Alleen buitenlandse films schieten me te binnen, in het bijzonder Bad Timing (Nicolas Roeg, 1980) die ook gaat over psychologisch en fysiek geweld in een relatie. Retrospekt dwingt ook respect af vanwege de acteerprestaties van Circé Lethem en Lien Wildemeersch. Beide Vlaamse actrices excelleren in het vertolken van onberekenbare personages.

At Eternity’s Gate (Julian Schnabel, 2018)

ma, 02/18/2019 - 21:46

Leven en werk van Vincent van Gogh blijven onverminderd een inspiratiebron voor filmmakers. Een jaar na Loving Vincent (2017) draait At Eternity’s Gate in de bioscoop. De animatiefilm Loving Vincent is een knap gemaakt bewegend prentenboek dat aan de oppervlakte blijft. Kunstschilder en regisseur Julian Schnabel brengt in At Eternity’s Gate de schilderijen van Van Gogh tot leven door op zoek te gaan naar de drijfveren van de Nederlandse schilder.

Julian Schnabel liet ons in zijn eerdere film The Diving Bell and the Butterfly (2007) kijken via het beperkte gezichtsveld van de bijna volledig verlamde Elle-redacteur Jean-Dominique Bauby (Mathieu Amalric). In Schnabels portret van Vincent van Gogh kijken we door de ogen van een kunstenaar die laveert tussen extase en psychische nood. In beide gevallen trekt een waas over het beeld die ervoor zorgt dat we meer naar licht dan naar vormen kijken.

In plaats van de kokervisie, zoals in de film uit 2007, wordt in At Eternity’s Gate in breed formaat meer van de wereld getoond dan de kunstenaar aankan. Het verblindende zonlicht geeft het landschap in de ogen van Van Gogh (Willem Dafoe) een gouden glans. Hij krijgt zoveel inspirerende indrukken te verwerken dat hij er dubbel van gaat zien. Absint helpt ook een handje. Aan het begin van de film wordt een voorproefje van deze overweldigende en ook desoriënterende manier van waarnemen getoond wanneer Van Gogh een schapenherderin op zijn pad treft en haar spontaan vraagt voor hem te poseren. (*)

Van Gogh verlaat in 1888 de grijze mistsluiers van noordelijk Frankrijk en gaat in het zuiden op zoek naar nieuw licht. Het zonlicht in de omgeving van Arles roept gevoelens bij hem op die vergelijkbaar zijn met een religieuze openbaring. I feel God is nature and nature is beauty. De weidse landschappen aan zijn voeten gunnen hem een blik in de eeuwigheid. De kunstenaar deelt zijn bezieling met de meer nuchtere Paul Gauguin (Oscar Isaac). De twee verschillen vaak van mening, maar Van Gogh zou niet zonder zijn schildersvriend kunnen.

Het plotselinge vertrek van Gauguin roept een angstwekkende duisternis op in Van Goghs hoofd. Hij is niet meer in staat te creëren en doet onbezonnen dingen waar hij zich later weinig of niets meer van kan herinneren. Waangedachten jagen hem tijdelijk het gesticht in waar alleen het bezoek van broer Theo (Rupert Friend) voor enige troost zorgt. De waanzin is vooral te horen op de soundtrack. De paniekaanvallen gaan vergezeld van een herhaling van dialogen die we zojuist hebben gehoord, alsof het brein zich in een echokamer zonder deuren en ramen bevindt.

At Eternity’s Gate is geen clichématige film over een kunstenaar die moet lijden om zijn meesterwerken te schilderen. Vincent van Gogh creëert juist vanuit de extase die hij ervaart bij het aanschouwen van de natuur om hem heen. Zonder schilderen heeft het leven geen zin, legt hij uit, wanneer mensen hem vragen waarom hij verf op het doek smeert. In een gesprek met een priester (Mads Mikkelsen) vergelijkt de schilder zichzelf met Jezus, niet alleen omdat Jezus net als Van Gogh pas na zijn dood een wereldwijd fenomeen werd, maar ook vanwege zijn missie om het evangelie van het licht te verkondigen.

Willem Dafoe in At Eternity’s Gate

Willem Defoe vertolkt Van Gogh met dezelfde kalmte waarmee hij ook de rol van Jezus benaderde in The Last Temptation Of Christ (1988). Het zou me niet verbazen als Julian Schnabel de acteur vanwege die film heeft gecast, los van Defoe’s onmiskenbare kwaliteiten. Met de Jezusfilm van Martin Scorsese in gedachten vallen de messianistische trekjes van de schilder extra op. Het zal Schnabel ook niet zijn ontgaan dat Scorsese zelf even Vincent van Gogh mocht zijn in een van de dromen van Akira Kurosawa in diens Dreams (1990). Filmmakers zijn ook schilders.

7/10

(*) Ik dacht even dat de schapenherderin gespeeld werd door Isabelle Huppert, maar het is haar dochter Lolita Chammah.

IFFR: Long Day’s Journey Into Night (Bi Gan, 2018)

zo, 02/10/2019 - 20:21

Long Day’s Journey Into Night ging mei 2018 in première tijdens het festival in Cannes en werd daar bejubeld door de filmpers. Na een lange reis langs meerdere internationale filmfestivals was afgelopen maand IFFR 2019 aan de beurt en had het Nederlandse publiek een unieke kans om de film van Chinese regisseur Bi Gan op een groot doek te zien. Long Day’s Journey Into Night dankt zijn reputatie onder meer aan een imponerende droomscène in 3D.

De jonge regisseur Bi Gan is meester van de long take. Hij eindigt zijn debuutfilm Kaili Blues (2015) met een long take van drie kwartier. De camera rijdt achter een brommer aan, vliegt door krappe stegen, trekt door een dorp aan de rivier, roeit de rivier over en keert weer terug, onderweg onder meer stoppend in een kapperszaak en bij een heel erg vals spelende straatband. In zijn tweede speelfilm Long Day’s Journey Into Night legt Gan de lat een stuk hoger bij een vergelijkbare cinematografische stunt. De onafgebroken take duurt vijf minuten langer, speelt zich af in het halfdonker, maakt complexere bewegingen en is in 3D.

Long Day’s Journey Into Night is een moderne film noir waarin Luo Hongwu (Huang Jue) vanwege de begrafenis van zijn vader terugkeert naar het stadje Kaili in de Chinese provincie Guizhou. De reis brengt herinneringen bij hem naar boven aan een verloren liefde (Tang Wei) en de gewelddadige dood van zijn goede vriend Wildcat (Lee Hong-Chi). De grens tussen herinneringen en het heden is net zo troebel als het water waar de camera zich een enkele keer in onderdompelt. Als Luo Hongwu in de tweede helft van de film ‘s avonds laat een 3D-bril opzet en in slaap valt in een bioscoop, wordt de film ook 3D en maken herinneringen deel uit van een lange droom in een adembenemende long take.

Op papier lijkt de long take ongeschikt om een droomwereld op te roepen. Het tegenovergestelde is eerder het geval: de techniek wordt juist toegepast om (de suggestie van) de werkelijkheid op te roepen. Het ontbreken van montage zorgt ervoor dat tijd en ruimte niet worden gemanipuleerd. Bi Gan zet andere middelen in om de werkelijkheid alsnog om te buigen. Het is maar net wat je binnen het beeld plaatst en hoe de camera zich beweegt.

Over het algemeen wordt realisme in films gesuggereerd met een documentaire stijl waarbij de camera op onrustige wijze de gebeurtenissen volgt, zoals in Victoria (2015) en recentelijk in Utøya 22. Juli (2018). De camerabeweging in Long Day’s Journey Into Night is vanwege de steadicam zwevend als een spook en daarom verwant met de elegante manier waarop gefilmd wordt in de vertrekken van de Hermitage in Russian Ark (2002). Russian Ark maakt zonder montage een tijdreis door meer dan 200 jaar Russische geschiedenis en plaatst historische figuren in één ruimte. Elk vertrek in het museum is een ander tijdperk en in sommige gangen schuiven verschillende tijdlagen onopgemerkt in elkaar over. Daar hoeft geen digitale trucage bij ingezet te worden.

Bi Gan verandert in Long Day’s Journey Into Night de werkelijkheid in een droomwandeling door jonge en oude versies van dezelfde personages binnen dezelfde tijd en dezelfde ruimte te plaatsen. Een jonge vrouw blijkt later in de scène tientallen jaren ouder geworden zonder dat de kijker het direct doorheeft. Een andere manier om een droom op te roepen is door de zwaartekracht te tarten. De eerste keer dat we met Luo Hongwu mee zweven is als hij via een koord naar het dorp beneden hem glijdt. De tweede keer vliegt hij zonder hulpmiddelen over de daken en is de camera blijkbaar tijdelijk aan een drone gemonteerd. De filmmakers hebben de overgangen onzichtbaar weten te houden en vergroten daarmee de magie. 3D intensiveert de ervaring van een onwerkelijke omgeving. (*)

Long Day’s Journey Into Night (Huang Jue & Tang Wei)

De droom komt niet als een verrassing. De hele film begeeft zich tot aan het uitgebreide slot in een wereld waarin herinneringen zonder waarschuwing het verhaal binnendringen. Dromen behoren ook tot de herinnering met als gevolg dat surrealistische situaties zich al vroeg aandienen, zoals de kamer waarin het binnen regent. Eerder in de film wordt zonder technisch vertoon en ook zonder 3D al een wereld geschapen waarin natuurwetten niet meer lijken te gelden. In een van de scènes rijden Luo Hongwu en zijn geliefde in een voertuig langzaam op de camera af. Een plotselinge regenbui gutst over de lens en voordat we het weten bevinden we ons naast de rijdende Luo Hongwu en kijken we met hem uit het voorraam. De wisseling van perspectief vindt zonder montage plaatst en is daardoor extra desoriënterend.

Zelfs als de droomwereld in Long Day’s Journey Into Night je niet aanspreekt kun je nog onder de indruk zijn van de slotscène als bravourestuk. De reis van Luo Hongwu kun je ook beschouwen als een reis door de filmgeschiedenis, met verwijzingen naar het werk van David Lynch (neo noir op de grens tussen droom en werkelijkheid), Wong Kar-wai (overpeinzende voice-over) en vooral Andrej Tarkovski (zwevende figuren zoals in de openingsscènes van De Jeugd Van Ivan en Andrej Roebljov en het glas dat uit zichzelf van een tafel schuift zoals in de slotscène in Stalker).

9/10

(*) Misschien is de lange laatste scène geen droom. De oorspronkelijke filmtitel Di Qiu Zui Hou De Ye Wan laat zich vertalen als Laatste Nacht Op Aarde, wat suggereert dat Luo Hongwu rondwaart in een gebied tussen leven en dood waar geesten uit zijn verleden tastbaar zijn geworden.

IFFR: Out Of Sight, Out Of Mind (Brian Follmer, 2019)

zo, 02/03/2019 - 12:22

De derde speelfilm Out Of Sight, Out Of Mind van Brian Follmer duurt eigenlijk acht uur. Het script was ongeveer 500 pagina’s dik en de ideeën nog lang niet op. Voor IFFR werd inderhaast een behapbare versie gemonteerd. Out Of Sight, Out Of Mind had tijdens de wereldpremière in Rotterdam de lengte van iets meer dan twee uur en een gevoelsduur van alsnog ruim drie uur.

U heeft een unieke film gezien, vertelde regisseur Brian Follmer na afloop van de vertoning in Cinerama 5, want na Rotterdam zal Out Of Sight, Out Of Mind nooit meer in deze vorm vertoond worden. De film werd gepresenteerd als een work in progress. De episodische structuur biedt daar alle gelegenheid voor. Out Of Sight, Out Of Mind bestaat uit hoofdstukken die losjes met elkaar verbonden zijn. De belangrijkste rode draad is de geestelijke aftakeling van het personage O’Brien, gespeeld door Follmer zelf.

De jonge vriendengroep in Los Angeles waar O’Brien deel van uitmaakt heeft geen reden tot klagen. Een goede investering op de digitale geldmarkt heeft een gezonde financiële basis gelegd. De leden van de groep hebben de gelegenheid om aan uitgebreid zelfonderzoek te doen. O’Briens vriend Travis (Adam Leotta) reist in het eerste hoofdstuk naar Mexico waar hij bij een groep jonge radicale socialisten belandt. Zijn voice-over praat de hoofdstukken aan elkaar. Andere vrienden geven hun muzikale carrière een nieuwe impuls. O’Brien begint een absurdistische videoblog.

Brian Follmer in Out Of Sight, Out Of Mind (bron: YouTube)

De episodische verhaalstructuur symboliseert het gebrek aan eenheid binnen de vriendengroep. Iedereen leidt een eigen leventje en zoekt een eigen weg. Hoe het werkelijk met de ander gaat is moeilijk te ontdekken achter het geïdealiseerde imago dat via sociale media wordt gedeeld. De vrienden merken veel te laat hoe slecht het met O’Brien is gesteld. Zijn bizarre video’s blijken symptomen van schizofrenie. Iedereen is te veel met zichzelf bezig om hem adequaat te kunnen helpen.

De aaneenschakeling van min of meer opzichzelfstaande hoofdstukken heeft hetzelfde effect als het verplicht bingewatchen van een televisieserie. Het liefst zou je na een paar hoofdstukken even de benen strekken of de kijksessie op een andere dag voortzetten. Niet alle episodes zijn even interessant, zoals de zakelijke besprekingen en optredens van popmuzikant Lox (een aandoenlijke zelfparodie van Geordie Kieffer). De grotendeels geïmproviseerde dialogen geven de scènes veel spontaniteit en energie, maar dat gaat regelmatig ten koste van de scèneopbouw.

Vanaf het hoofdstuk over Tinder met Kate (Katie Singleton) en Travis begon mijn interesse steeds meer af te nemen. Het was wel grappig om te zien hoe de vriendin van acteur Adam Leotta op de rij voor mij ongemakkelijk reageerde op een weinig verhullende seksscène van haar vriend. Tijdens het laatste hoofdstuk over een collectieve waterdieetsessie begonnen om mij heen mensen ongeduldig de tijd te checken op hun mobiele telefoons. Dat is meestal een slecht teken.

6/10